CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 2912 - Omgevingswet, adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsactiviteiten

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Adviesrecht raad bij buitenplanse omgevingsactiviteiten1.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Zaaknr.: Z/21/077234/RAAD/21/02912

Raadsvergadering d.d.

:

27 januari 2022

Inlichtingen bij : Griffie

Agendapunt

:

20

Telefoonnr.

: 14 0488

Portefeuillehouder

:

Wethouder van Wolfswinkel

E-mailadres

: griffie@nederbetuwe.nl

Onderwerp: Adviesrecht; Het aanwijzen van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de gemeenteraad adviseur is.

Voorgesteld besluit U wordt voorgesteld: 1.

De gemeenteraad aan te wijzen als adviseur van buitenplanse omgevingsactiviteiten, indien het initiatief niet past binnen de volgende gevallen: a. Projecten die passen binnen de kaders van door de gemeenteraad vastgestelde nota’s, beleid of visies, met uitzondering van projecten met betrekking tot windturbines en zonnevelden. b. Bedrijven en werken Initiatieven ten behoeve van bedrijven, voor zover het betreft: i. Bedrijven op een bedrijventerrein; ii. Bestaande bedrijven buiten een bedrijventerrein; iii. Bedrijven behorende tot milieucategorieën 1 en 2 (VNG bedrijvenzonering). c.

Agrarische bedrijven Initiatieven ten behoeve van bestaande agrarische bedrijven, met uitzondering van de uitbreiding van intensieve veehouderijen.

d.

Infrastructuur en voorzieningen i. Projecten / initiatieven ten behoeve van (de aanpassing van) bestaande infrastructuur. ii. Projecten ten behoeve van nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, geluidsschermen en –wallen, speelruimtevoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen of het openbaar vervoer. – iii. Projecten ten behoeve van nieuwe infrastructuur voor zover het fiets- en wandelpaden betreft

e.

Onbebouwde gronden Projecten voor het wijzigen van de functie van onbebouwde gronden en het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde en gebouwen tot 100 m2, anders dan vorenstaande categorieën.

2. Te bepalen dat de gemeenteraad geen adviseur is bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit in de volgende gevallen (voorheen ‘kruimelgevallenlijst’):

Pagina 1 van 6

*ZA8E763FFFC*

1. 2.

3.

4. 5.

6.

7.

een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom; een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij het Besluit bouwwerken leefomgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; b. er is naar het oordeel van B&W sprake van een goed woon- en leefklimaat in de recreatiewoning en de recreatiewoning beperkt de exploitatiemogelijkheden van (agrarische) bedrijven niet. c.

de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 6, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Er moet dan wel aannemelijk zijn gemaakt dat er sprake is van een tijdelijke situatie;

3. Te bepalen dat dit besluit inwerking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

Samenvatting voorstel: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting nu 1 juli 2022) wijzigt de vergunningverlening van initiatieven die afwijken van het (nu nog) geldende bestemmingsplan en straks het omgevingsplan. In principe is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeenteraad kan vooraf gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen, waarin de raad adviseur is. Het advies van de raad is een bindend advies aan het college. Er ligt nu een voorstel voor over de vaststelling van een lijst met categorieën van gevallen waarin het advies van de gemeenteraad vereist is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

Inleiding: Op 1-7-2022 treedt (vooralsnog) de Omgevingswet in werking. Met deze wet wijzigt de vergunningverlening van initiatieven die afwijken van het geldende bestemmingsplan en straks het omgevingsplan. Bij deze wijziging is de rol van de gemeenteraad van belang. In principe is het college van burgemeester en wethouders het bevoegde gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeenteraad kan vooraf gevallen van buitenplanse opa’s (omgevingsplanactiviteiten) aanwijzen waarbij de raad gebruik wil maken van het adviesrecht. Het advies van de raad is een bindend advies aan het college. Pagina 2 van 6

*ZA8E763FFFC*

Op 8 juni jl. is aan uw raad gevraagd in welke gevallen de gemeenteraad een recht van advies in een procedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse opa wil. De raad gaf aan de huidige praktijk (met de verklaring van geen bedenkingen) voort te willen zetten. Nu heeft de raad gevallen aangewezen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan de raad gevallen van buitenplanse opa’s aanwijzen waarbij de raad gebruik wil maken van het adviesrecht. Dat is dus precies het omgekeerde. Beoogd effect: Het voor de gemeenteraad, college, ambtelijke organisatie en samenleving helder maken in welke gevallen de gemeenteraad gebruik wil maken van zijn adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Argumenten: 1.1 De gemeenteraad dient een besluit te nemen over het adviesrecht van de raad Onder de huidige regelgeving, kan ons college alleen vergunning verlenen (met buitenplanse afwijking) als uw raad een Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB) heeft afgegeven. Onder de Omgevingswet wijst uw raad gevallen aan waarin een bindend adviesrecht van de raad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Uw raad heeft aangegeven de huidige praktijk voort te willen zetten.

Met voorliggend raadsvoorstel krijgt uw gemeenteraad de mogelijkheid om bij initiatieven, die in strijd zijn met omgevingsplan, gebruik te maken van het adviesrecht. 1.2

De lijst van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de gemeenteraad gebruikt wenst te maken van het adviesrecht (zoals opgenomen in het raadsvoorstel) is gebaseerd op de huidige lijst van categorieën van gevallen waarvoor geen Verklaring van geen bedenkingen is vereist De huidige lijst van categorieën van gevallen waarvoor geen Verklaring van geen bedenkingen is vereist is leidraad geweest voor het opstellen van de lijst van categorieën van gevallen waarin uw raad gebruik wenst te maken van het adviesrecht. De bijlage bij het raadsvoorstel is de voormalige zogenaamde kruimelgevallenlijst (uit artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Onder het huidige recht is ons college bevoegd gezag voor de kruimelgevallen en heeft uw raad hierbij geen rol. De lijst is bijgevoegd omdat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook de kruimelgevallen vervallen en een buitenplanse opa worden. 2.1

Het vaststellen van een lijst van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad gebruik wenst de maken van het adviesrecht is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Op grond van artikel 16.15a onder b sub 1 van de Omgevingswet is uw raad bevoegd om de lijst vast te stellen. Kanttekeningen: 1.1 Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan (in de komende jaren) ontstaat waarschijnlijk de noodzaak om deze lijst van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad gebruik wenst te maken van het adviesrecht, te actualiseren. Het implementeren van het omgevingsplan is nieuw voor iedereen. Door ervaring, het ontstaan van jurisprudentie, etc. zullen we (gemeenteraad, college, ambtelijke organisatie) steeds meer leren hoe met de nieuwe regelgeving en de instrumenten moet worden omgegaan. Nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassing van de lijst nodig is. Financiën: Het voorliggende besluit heeft geen financiële consequenties.

Pagina 3 van 6

Communicatie: Kernboodschap is dat de gemeenteraad wordt voorgesteld een lijst met categorieën van gevallen vast te stellen, waarin het advies van de gemeenteraad nodig is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; Vervolgstappen: N.v.t. Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, de burgemeester,

mr. G.S. Stam

Pagina 4 van 6

A.J. Kottelenberg

Raadsbesluit

Zaaknr.: Z/21/077234/RAAD/21/02912

De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in artikel 16.15a onder b sub 1 Omgevingswet; BESLUIT: 1. de gemeenteraad aan te wijzen als adviseur van buitenplanse omgevingsactiviteiten, indien het initiatief niet past binnen de volgende gevallen: a. Projecten die passen binnen de kaders van door de gemeenteraad vastgestelde nota’s, beleid of visies, met uitzondering van projecten met betrekking tot windturbines en zonnevelden. b. Bedrijven en werken Initiatieven ten behoeve van bedrijven, voor zover het betreft: i. Bedrijven op een bedrijventerrein; ii. Bestaande bedrijven buiten een bedrijventerrein; iii. Bedrijven behorende tot milieucategorieën 1 en 2 (VNG bedrijvenzonering). c. Agrarische bedrijven Initiatieven ten behoeve van bestaande agrarische bedrijven, met uitzondering van de uitbreiding van intensieve veehouderijen. d. Infrastructuur en voorzieningen i. Projecten / initiatieven ten behoeve van (de aanpassing van) bestaande infrastructuur. ii. Projecten ten behoeve van nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, geluidsschermen en –wallen, speelruimtevoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen of het openbaar vervoer. – iii. Projecten ten behoeve van nieuwe infrastructuur voor zover het fiets- en wandelpaden betreft e.

Onbebouwde gronden Projecten voor het wijzigen van de functie van onbebouwde gronden en het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde en gebouwen tot 100 m2, anders dan vorenstaande categorieën; 2.

te bepalen dat de gemeenteraad geen adviseur is bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit in de volgende gevallen (voorheen ‘kruimelgevallenlijst’): 1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom; 2. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en

b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 3. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 4. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; 5. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 6. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij het Besluit bouwwerken leefomgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; b. er is naar het oordeel van B&W sprake van een goed woon- en leefklimaat in de recreatiewoning en de recreatiewoning beperkt de exploitatiemogelijkheden van (agrarische) bedrijven niet; c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; 7.

ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 6, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Er moet dan wel aannemelijk zijn gemaakt dat er sprake is van een tijdelijke situatie; 3.

te bepalen dat dit besluit inwerking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 27 januari 2022 de griffier, de voorzitter,

E. van der Neut

Pagina 6 van 6

A.J. Kottelenberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11013400/1