Raadsvoorstel 2890 - Zienswijze voorgenomen besluit CvdM lokale omroep
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknr.: Z/21/076451/RAAD/21/02890
Raadsvergadering d.d.
:
10 juni 2021
Inlichtingen bij : Griffie
Agendapunt
:
28
Telefoonnr.
: 14 0488
Portefeuillehouder
:
Burgemeester Kottelenberg
E-mailadres
: griffie@nederbetuwe.nl
Onderwerp: Zienswijze gemeente naar aanleiding van voornemen Commissariaat voor de Media tot besluit aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instelling voor Neder-Betuwe.
Voorgesteld besluit U wordt voorgesteld: 1.1 een zienswijze naar voren te brengen op het voornemen tot besluit door het Commissariaat voor de Media dat luidt: Stichting Stadomroep Tiel aan te wijzen als lokale media-instelling in de gemeente Neder-Betuwe en de aanwijzingsaanvraag van Stichting Nova Media Producties af te wijzen; 2.1 de concept-zienswijze op het voornemen van het Commissariaat tot besluit vast te stellen.
Samenvatting voorstel: Het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) heeft het voornemen tot besluit kenbaar gemaakt om Stichting Stadsomroep Tiel (hierna: SST) aan te wijzen als lokale publieke media-instelling in de gemeente Neder-Betuwe en de aanwijzingsaanvraag van Stichting Nova Media Producties (hierna: Nova) af te wijzen. Gemeente Neder-Betuwe meent dat ten onrechte wordt afgeweken van het advies van de raad van 25 maart 2021 – om geen van beide media-instellingen aan te wijzen - en maakt gebruik van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen bij het Commissariaat.
Inleiding Op 25 maart 2021 nam uw raad het besluit om negatief te adviseren richting het Commissariaat over de aanvragen van SST en Nova en geen lokale publieke media-instelling aan te wijzen voor Neder-Betuwe. Beide omroepen voldeden op dat moment weliswaar aan de wettelijke bepalingen die zijn genoemd in artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Maar in het voornemen wordt voorbij gegaan aan de uitgangspunten en criteria die zijn genoemd in artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet dat bepaalt dat per gemeente slechts één lokale publieke media-instelling kan – en niet per se hoeft te - worden aangewezen, waarbij het Commissariaat acht slaat op alle factoren die voor het functioneren van de instelling van belang kunnen zijn. Beoogd effect Met de zienswijze voorkomen dat een lokale media-instelling voor Neder-Betuwe wordt aangewezen die handelt in strijd met de criteria en codes die zijn genoemd in de Mediawet en conform criteria van het Lokaal Toereikend Media Aanbod (LTMA).
Pagina 1 van 4
*ZA8E268A99C*
Argumenten 1.1 Het Commissariaat heeft ons inziens niet voldoende gemotiveerd waarom er wordt afgeweken van het raadsadvies van 25 maart 2021 1.2 Het Commissariaat gaat ons inziens ten onrechte uit van een advies dat is ingetrokken c,q, niet-actueel meer is.
In het voorgenomen besluit van het Commissariaat wordt ten onrechte afgeweken van het advies van de raad van 25 maart 2021 waarin tweemaal negatief is geadviseerd met betrekking tot de aanwijzing van een lokale publieke media-instelling voor onze gemeente. Zowel ten aanzien van de aanvraag van SST als ten aanzien van de aanvraag van Stichting Nova Media Producties (hierna: Nova) is een negatief advies uitgebracht. Het Commissariaat stelt zich op het standpunt dat in casu mag worden afgeweken van het advies van uw raad, omdat het negatieve advies zou voortvloeien uit een toetsing aan criteria die buiten het bereik van de wettelijke adviesvraag valt. Kort gezegd komt dit erop neer dat het Commissariaat meent dat er uitsluitend een toets dient plaats te vinden aan de hand van de wettelijke vereisten van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Het is juist dat de gemeente heeft geoordeeld dat zowel SST als Nova aan de hier genoemde wettelijke vereisten voldoen, maar wij menen daarentegen dat de toets verder kan en mag gaan dan de toets aan de wettelijke vereisten van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. In het voornemen tot besluit motiveert het Commissariaat niet waarom het niet-voldoen aan de uitgangspunten en criteria van lokaal toereikend media-aanbod geen factor is dan wel kan zijn in de zin van artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet.
Dat artikel bepaalt dat per gemeente slechts één lokale publieke media-instelling kan worden aangewezen, waarbij het Commissariaat acht slaat op alle factoren die voor het functioneren van de instelling van belang kunnen zijn. Bovendien gaat het Commissariaat niet in op ons standpunt dat artikel 2.63 een ‘kan’- bepaling bevat ten aanzien van het aanwijzen van een lokale media-instelling. Het lijkt erop dat het Commissariaat van oordeel is dat op grond van de Mediawet het verplicht is om tussen de twee aanvragers te kiezen voor het aanwijzen van een lokale publieke media-instelling nu ze beide voldoen aan de wettelijke vereisten van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Ons inziens is dat niet het geval. Het is juist dat op grond van de Mediawet 2008 slechts per gemeente één lokale publieke media-instelling kan worden aangewezen, maar dat betekent niet dat het Commissariaat verplicht is om er een aan te wijzen. Wij stellen ons op het standpunt dat het Commissariaat niet mag afwijken van ons advies. Wij hebben niet buiten ons toetsingskader een advies aan het Commissariaat uitgebracht. Het Commissariaat gaat bij het afwijken van ons advies niet in op de vraag waarom - kort gezegd - integer handelen geen factor is dan wel kan zijn in de zin van artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet 2008.
Ook bevreemdt ons het voorgenomen besluit omdat in het overleg met vertegenwoordigers van het Commissariaat is gevraagd of het zin heeft om een verdere beoordeling in ons advies te doen naast de wettelijke vereisten van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Temeer omdat in de gemeente Amstelveen het negatieve advies van de gemeenteraad terzijde werd geschoven door het Commissariaat. In die gemeente voldeed de aanvrager ook aan artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet. Het Commissariaat verzekerde ons in het overleg dat de situatie in Amstelveen niet gelijk was aan de situatie in onze gemeente, omdat er in Neder-Betuwe meerdere aanvragers zijn en om die reden artikel 2.63 van de Mediawet geldt, waarin wordt bepaald dat de raad alle relevante factoren mag aandragen.
Pagina 2 van 4
In Amstelveen was artikel 2.63 niet aan de orde, omdat er slechts één aanvrager was en bleef de toets in die gemeente beperkt tot artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet. Met ons negatieve advies hebben wij het standpunt ingenomen dat voor ons het niet-voldoen aan de uitgangspunten en criteria van lokaal toereikend media-aanbod (onder meer criteria integer handelen) een factor is in de zin van artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet. Tijdens het gesprek met vertegenwoordigers van het Commissariaat werd door hen ook benadrukt dat wij alle factoren mochten aandragen. Het is juist dat de uitgangspunten en criteria van lokaal toereikend media-aanbod niet letterlijk in de Mediawet als toetsingskader staan opgenomen, maar door ons als factor in de zin van artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet zijn aangedragen. In het voornemen tot besluit heeft het Commissariaat niet gemotiveerd waarom dit geen factor is of kan zijn. Bovendien menen wij dat het Commissariaat in het voornemen tot besluit niet heeft gemotiveerd waarom SST ten opzichte van Nova de voorkeur geniet om aan te wijzen als lokale publieke media-instelling. Zij beroept zich ook op een niet-bestaand advies van uw raad van 14 mei 2020. Dit advies is nimmer aan het Commissariaat toegezonden en door uw raad herroepen op 25 maart 2021.
Het advies – dat inmiddels is ingetrokken/herroepen en om die reden niet meer bestaat – speelt daarom geen rol bij het voorgenomen besluit. Voor de motivering om SST alsnog aan te wijzen blijft over het advies van Neder-Betuwe van 19 februari 2019. Dat advies is achterhaald, omdat op verzoek van het Commissariaat - door een uitbreiding van de aanvraag van SST (voor de gemeente Buren) - opnieuw een advies diende te worden uitgebracht. Bovendien hebben zich wijzigingen voorgedaan in de programmabeleidsbepalende organen (pbo’s) van beide omroepen. Het voorgenomen besluit om SST aan te wijzen bevat geen zorgvuldige motivering. Het is immers gebaseerd op een niet-bestaand advies en een achterhaald advies. Gelet op het verloop van deze aanvraagprocedure(s) menen wij dat het Commissariaat niet mocht afwijken van ons advies omdat hiervoor geen zwaarwichtige redenen zijn. Wanneer het Commissariaat het advies van 25 maart 2021 van uw raad overneemt, ontstaat er een situatie dat nieuwe aanvragen om aangewezen te kunnen worden als publieke lokale media-instelling voor Neder-Betuwe kunnen worden ingediend. Naar onze mening doet dit recht aan de situatie. Vervolgstappen
Na het indienden van de zienswijze volgt een besluit waartegen eventueel bezwaar nog mogelijk is. Communicatie: De zienswijze ter kennis brengen van het Commissariaat voor de Media en beide media-instellingen een afschrift zenden. Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, de burgemeester,
mr. G.S. Stam Bijlagen: 1. Zienswijze Pagina 3 van 4
A.J. Kottelenberg
Raadsbesluit
Zaaknr.: Z/21/076451/RAAD/21/02890
De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in artikel 2,61 en artikel 2.63 van de Mediawet 2008; in aanmerking nemend zijn besluit tot advies van 25 maart 2021 aan het Commissariaat voor de Media; gelezen het voornemen tot besluit van het Commissariaat voor de Media in de aanwijzingsprocedure voor een lokale publieke media-instelling in gemeente Neder-Betuwe; gelet op de bepaling in de Mediawet 2008 dat lokale omroepen een Lokaal Toereikend Media-Aanbod dienen te verzorgen en waarin integriteit, onafhankelijkheid en het bijdragen aan de lokale democratie belangrijke thema’s zijn; overwegende dat uit het gedrag van beide omroepen in ieder geval de schijn gewekt wordt van nietinteger handelen noch van onafhankelijkheid en het bijdragen aan de lokale democratie, zoals ook is omschreven in het hierboven vermelde besluit tot advies van de raad van 25 maart 2021; BESLUIT: 1. gebruik te maken van het recht om een zienswijze in te dienen op het voornemen tot besluit door het Commissariaat voor de Media zoals verwoord in de brief van 14 mei 2021; 2. vast te stellen de Zienswijze door het advies van 14 mei 2020 aan het Commissariaat voor de Media.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 juni 2021 de griffier, de voorzitter,
E. van der Neut
A.J. Kottelenberg