CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 2853 - Begroting 2022 Avri

Raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Avri: begroting 20222.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Zaaknr.: Z/21/075566/RAAD/21/02853

Raadsvergadering d.d.

:

10 juni 2021

Inlichtingen bij : Griffie

Agendapunt

:

21

Telefoonnr.

: 14 0488

Portefeuillehouder

:

Wethouder van Someren

E-mailadres

: griffie@nederbetuwe.nl

Onderwerp: Zienswijze Begroting 2022 Avri

Voorgesteld besluit U wordt voorgesteld: 1. De bijgevoegde zienswijze over de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 van Avri vast te stellen, waarin de raad a. instemt met de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025, en b. aangeeft dat Neder-Betuwe zich zorgen maakt over de financiële situatie, maar content is met de inspanningen die Avri zich voorneemt om te komen tot een financieel gezonde en stabiele organisatie. 2. De bijgaande begrotingswijziging vast te stellen, waarmee de stijging van de gemeentelijke bijdrage aan Avri en de dekking daarvan door de eveneens stijgende inkomsten uit de afvalstoffenheffing verwerkt worden in de gemeentelijke meerjarenraming vanaf 2022.

Samenvatting voorstel: De raad wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 van Avri. Het Algemeen Bestuur van deze Gemeenschappelijke Regeling (GR) weegt die zienswijze mee bij de vaststelling van de begroting. De begroting heeft een stijging van de gemeentelijke bijdrage aan Avri en de afvalstoffenheffing tot gevolg. Wij stellen u voor een zienswijze in te dienen waarin u instemt met de begroting en uw zorg uitspreekt over de financiële situatie, maar content bent met de inspanningen die Avri zich voorneemt om te komen tot een financieel gezonde en stabiele organisatie.

Inleiding: Avri verzorgt voor de 8 gemeente in de Regio Rivierenland de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen met als doel de circulariteit en leefbaarheid te verbeteren. Verder voert Avri voor vier gemeenten het beheer en onderhoud in de openbare ruimte uit (IBOR), voor drie gemeenten het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte en voeren ze in beperkte mate activiteiten uit voor bedrijven in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van bedrijfsafval. Op 15 april 2021 heeft het Dagelijks Bestuur van Avri de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 gestuurd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, met het verzoek hun zienswijzen daarop kenbaar te maken. Het Algemeen Bestuur, waarvan wethouder van Someren lid is, vergadert op 7 juli 2021 over deze begroting en de ingediende zienswijzen.

Pagina 1 van 6

*ZA8DA4EDA50*

Beoogd effect: Een adequate, doelmatige en financieel stabiele regionale samenwerking op het gebied van de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (basistaak) en het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (plustaak), waarin de raad tevoren zijn invloed op de begroting van de GR kan uitoefenen door het uitbrengen van een zienswijze. Argumenten: 1.1 De Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 zijn volgens de huidige kaders en afspraken opgesteld. De begroting is opgesteld op basis van de kaders uit de Kadernota 2022. In aanvulling op de bepalingen uit de GR is deze Kadernota 2022 ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van Avri. Raadsleden zijn via de voorafgaande platformbijeenkomst van Avri over deze kadernota geïnformeerd. Hiermee heeft Avri geprobeerd invulling te geven aan het regionale initiatief van raadsleden om de grip op gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Middels voorliggende begroting worden de veranderingen en bijbehorende risico's inzichtelijk gemaakt. Avri investeert de komende periode in voorspelbaarheid, prijsstabiliteit en kostenbeheersing, waaronder de verbetering van het weerstandsvermogen, het vergroten van de invloed op de keten (en minder afhankelijk te zijn van de markt) en efficiëntie. 1.2 De gemiddelde afvalstoffenheffing (incl. variabel tarief) stijgt in 2022 stijgt van € 297 naar € 311 per huishouden.

Dit betreft een stijging van € 14 (5%). De stijging wordt veroorzaakt door: a. loon- en prijsstijgingen en markttarieven (€ 9) b. uitbreiding van de capaciteit van de milieustraten en inzameling in verband met toegenomen aanbod van gescheiden afval, soorten afvalstromen en aantal bezoekers (€ 3) c. de wens van de deelnemende gemeenten om de communicatie naar de inwoners te intensiveren. Visuele filmpjes voor de inwoners, gedragssturing. Waarom doen Avri wat ze doen (€ 1). d. diversen (€ 1) Het variabele tarief blijft gelijk ten opzichte van 2021. De kostenstijging wordt dan ook gedekt door het basistarief welke stijgt van € 270 naar € 284 per huishouden. Ondanks deze stijging zit Avri nog steeds onder het landelijk gemiddelde. Wij adviseren u om in uw zienswijzen aan te geven dat u zich kunt vinden in voorgestelde verhoging van de afvalstoffenheffing. 1.3 Het beschikbare weerstandsvermogen is ruim onvoldoende. Het weerstandvermogen van Avri is ruim onvoldoende om alle risico’s te dekken, hetgeen betekent dat de kans bestaat dat de deelnemende gemeenten moeten bijbetalen als de risico’s zich echt voordoen. Het risicoprofiel van Avri daalt naar verwachting per 2022 naar € 7 mln. Avri verwacht een verdere daling van de risico’s rondom de vervuiling van grondstoffen als gevolg van het programma GRIP.

Maar er dienen zich ook nieuwe onzekerheden aan, zoals de CO2 heffing en de aanbestedingen van nieuwe, grote verwerkingscontracten vanaf 2024. Een significant risico in het totale risicoprofiel van Avri is de overdracht van stortplaats (€ 4,9 mln.). Voor de opbouw van het weerstandsvermogen hiervoor is in 2021 de afvalstoffenheffing reeds verhoogd met € 12 per huishouden.

De verwachting van Avri is dat deze opbouw van het weerstandsvermogen bij de overdracht in 2034 bij de huidige rekenrente voldoende is. 2.1 De gemeentelijke bijdrage aan Avri stijgt in 2022 met € 157.543 en de afvalstoffenheffing stijgt in 2022 met € 178.811 Dit komt door de stijging van de uitvoeringskosten voor de inzameling van het huishoudelijk afval en de daling van de grondstofprijzen.

Pagina 2 van 6

Ten aanzien van de IBOR werkzaamheden is vooralsnog uitgegaan van de vastgestelde Werkbegroting 2021 aangevuld met de loon- /prijsstijging. Avri voert deze dienst uit tegen kostprijs. Er wordt voor deze dienst geen financieel resultaat behaald en geen (risico)reservesopgenomen in de begroting. De feitelijk te leveren diensten en daarmee gemoeide middelen worden, rekening houdend met de heroverwegingsoperatie, vastgelegd in de Werkbegroting IBOR 2022 later dit jaar. Kanttekeningen: 1.1 De tarieven afvalstoffenheffing 2022 worden in voorliggend voorstel nog niet vastgesteld. De tarieven worden definitief vastgesteld bij de verordening afvalstoffenheffing 2022 in december 2021. In de begroting is het voorkeursscenario van het Dagelijks Bestuur voor de hoogte van het basistarief en de variabele tarieven voor opgenomen en zijn een aantal alternatieve scenario's uitgewerkt. Deze alternatieve scenario's worden op basis van de ontvangen zienswijzen betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming. Avri vraagt nu al (bij de vaststelling van de begroting) om een zienswijze over de inrichting van de tarieven om een begrotingswijziging later dit jaar te voorkomen. 1.2 De begroting houdt nog geen rekening met een aantal actuele ontwikkelingen en tevens potentiele besparingen. Het betreft de volgende lopende ontwikkelingen: a.

De inzet van verenigingen voor werkzaamheden in plaats van de inzameling van oud papier. Hiervoor komt Avri met een discussienota (voor de zomer) voor het Algemeen Bestuur waarin de raad wordt meegenomen in de daarvoor bestemde platformbijeenkomst. We adviseren u wel het standpunt mee te geven dat er een prestatie moet staan tegenover een vergoeding. b. De circulaire verwerking van incontinentiemateriaal (door uw raad vastgesteld op 25 maart 2021). Avri brengt in beeld wat het effect is van de reductie van het restafval hierdoor in het basistakenpakket. c. De eventuele verlaging van het BTW percentage. Gemeenten profiteren van BTW compensatie over de afvalstoffenheffing (kosten die niet door Avri worden gemaakt en door Avri worden afgedragen aan de gemeente). Hierdoor zijn de baten (afvalstoffenheffing) voor de gemeente 13,5% hoger dan de lasten (uitvoeringskosten Avri). Hoe hoger de afvalstoffenheffing, hoe groter het voordeel voor de gemeenten. Gemeenten kunnen indirect bijdragen in de verlaging van de afvalstoffenheffing door deze BTW opbrengst niet te verhogen in de gemeentelijke begroting. Wanneer de huidige opbrengsten voor de gemeenten bijvoorbeeld (op basis van de Begroting 2021 Avri) op constant niveau blijft kan de afvalstoffenheffing met € 2 worden verlaagd.

Wanneer de opbrengsten voor de gemeenten naar beneden wordt bijgesteld kan aldus Avri potentieel tot € 34 per huishouden worden bespaard. Dit leidt derhalve tot verlaging van de afvalstoffenheffing enerzijds, maar tevens tot verlaging van de gemeentelijke inkomsten. De vraag die hierbij voorligt is echter of de gemeente geld wil verdienen aan de opgelegde afvalstoffenheffing aan onze inwoners danwel dit op een andere manier te bekostigen. Wij adviseren u dan ook om in uw zienswijze aan te geven open te staan om dit nader te onderzoeken en/of af te stemmen. Verder worden expliciet de volgende nieuwe ontwikkelingen genoemd: d. Beprijzen van grondstoffen. Inkomsten kunnen worden vergroot door te laten betalen voor ingezamelde grondstoffen. e. De dienstverlening te verminderen. Bijvoorbeeld door de inzamelfrequentie te verlagen, openingstijden van de milieustraat in te korten, geen extra leegronde voor al dan niet vergeten container etc. Wij adviseren u in de zienswijze aan te geven dat in algemene zin de gedachte wordt gesteund om te onderzoeken waar de mogelijkheden liggen om de hoogte van de afvalstoffenheffing te beperken. Uitgewerkte onderzoeksvoorstellen in dit kader kunnen ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd en de raden kunnen hierin worden meegenomen middels de daarvoor bedoelde platformbijeenkomsten. Pagina 3 van 6

Deze ontwikkelingen kunnen waar nodig kunnen middels een begrotingswijziging in het najaar in de tariefstelling van 2022 worden betrokken. 2.1 Er is een kans dat de rekenrente stortplaats tussentijds verder verlaagd wordt. Dit kan leiden (over vijf jaar bij de herziening van de rekenrente) tot een nog (veel) groter financieel risico dan nu geprognosticeerd. Avri vraagt uw raad specifiek om een zienswijze op het procesvoorstel om de komende maanden diverse opties uit te werken in relatie tot dit risico, de financiële scenario’s voor te leggen aan de raden van de deelnemende gemeenten en dit te betrekken bij de Kadernota Avri 2023, zodat de effecten goed in beeld gebracht kunnen worden. Denk hierbij aan de opties: Avri spaart voor de risico’s via de afvalstoffenheffing, de gemeente spaart hiervoor, verkoop Solarpark etc.. Wij adviseren u om in de zienswijze aan te geven dat u zich kunt vinden in het procesvoorstel om dit nader uit te werken en te betrekken bij de Kadernota 2023. Mochten de opties echter eerder al zijn uitgewerkt en hierover tijdig overeenstemming zijn bereikt, dan zou hierin al bij de begrotingswijziging 2022 kunnen worden voorzien zodat er desgewenst eerder begonnen kan worden met het sparen voor dit risico. Financiën: De bijdrage die Avri voor Neder-Betuwe in deze begroting voor 2022 raamt, bedraagt € 2.534.160 op basis van 24.646 inwoners per 1 januari 2021.

In de meerjarenraming bij de gemeentelijke Programmabegroting is een bijdrage van € 2.376.617 geraamd voor 2022 voor de samenwerking in Avri. De raming voor de afvalstoffenheffing bedraagt € 2.876.271, waarvoor in de meerjarenraming bij de gemeentelijke Programmabegroting € 2.697.460 is geraamd. Bij dit raadsvoorstel is een begrotingswijziging gevoegd. Daarin is opgenomen dat dit voorstel voor de lopende begroting 2021 geen financiële gevolgen heeft. De verhoging van de lasten bedraagt vanaf 2022 structureel € 157.543 en de verhoging van de baten bedraagt vanaf 2022 structureel € 178.811. Deze begroting heeft gevolgen voor de Paragraaf Weerstandsvermogen van de gemeente Neder Betuwe. De kans bestaat dat de deelnemende gemeenten moeten bijbetalen als de genoemde risico’s zich echt voordoen. De gemeente Neder-Betuwe dient zelf in de begroting 2022 onder de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing een reservering te maken ter dekking van deze risico’s. Communicatie: De Begroting en Meerjarenraming 2023–2025 zijn in respectievelijk de raadsinformatieavond Avri van 13 april 2021 (toelichting) en de platformbijeenkomst Avri van 17 mei 2021 (inhoudelijk) met de raadsleden gedeeld/besproken. Avri ontvangt een brief van de gemeente Neder-Betuwe waarin de zienswijze van de raad is opgenomen.

Vervolgstappen: Het Algemeen Bestuur van Avri is voornemens de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2025 vast te stellen in zijn vergadering van 7 juli 2021. De aanpassing op de bijdrage en de afvalstoffenheffing zullen structureel verwerkt worden na vaststelling van de begroting.

Pagina 4 van 6

Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, de burgemeester,

mr. G.S. Stam Bijlagen: 1. Aanbiedingsbrief Begroting 2022 2. Begroting 2021 Avri 3. AB-voorstel 4. Concept zienswijze 5. Begrotingswijziging 6. Persbericht

Pagina 5 van 6

A.J. Kottelenberg

Raadsbesluit

Zaaknr.: Z/21/075566/RAAD/21/02853

De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in de Gemeenschappelijke Regeling en artikel 34 en 35 van de Wet Gemeenschapelijke Regelingen; overwegende dat het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling, mede aan de hand van de zienswijze van de deelnemende gemeenteraden, uiteindelijk de begroting vaststelt; BESLUIT: 1. de bijgevoegde zienswijze over de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 van Avri vast te stellen, waarin de raad a. instemt met de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025, en b. aangeeft dat Neder-Betuwe zich zorgen maakt over de financiële situatie, maar content is met de inspanningen die Avri zich voorneemt om te komen tot een financieel gezonde en stabiele organisatie; 2. de bijgaande begrotingswijziging vast te stellen, waarmee de stijging van de gemeentelijke bijdrage aan Avri en de dekking daarvan door de eveneens stijgende inkomsten uit de afvalstoffenheffing verwerkt worden in de gemeentelijke meerjarenraming vanaf 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 juni 2021 de griffier, de voorzitter,

E. van der Neut

A.J. Kottelenberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10199435/1