CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

oprichtingsvergunning (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan Herenland West4.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

,

Gemeente Kesteren

WET

MILIEUBEHEER

BESLUIT

Burgemeester

®

wethouders

en

van

Kesteren.

ONDERWERP AANVRAAG 26 maart 1997 is Op

den

MM

83 te Opheusaanvraag ontvangen van (geanonimiseerd) de milieubeheer voor het Wet vergunning ingevolge oprichten en in werking een inrichting gelegen aan de Hamsestraat 83 te Opheusden, kadastraal bekend sectie C‚ nummer 284. een

om

hebben

een van

Opheusden,

ONTVANKEL

EID

De op 26 maart 1997 ontvangen aanvraag voldoet besluit milieubeheer gestelde eisen.

ALGEMENE

aan

de in het

Inrichtingen- en vergunningen-

REGELS

Lozingenbesluit bodembescherming Op het lozen van afvalwater vanuit de zinkput in de bodem is het Lozingenbesluit bodembescherming van toepassing.

ed

ACT De inrichting

gelegen

in het

buitengebied

van

afstand

van

van

de

inrichting, op

een

de melk-

en

kalfkoeien

het

omgeving waar

EN is

en

jongvee zijn

de gemeente Kesteren. In de onmiddellijke ongeveer 140 meter gemeten vanaf de stal gestald, zijn meerdere woningen van derden

gelegen. Binnen

de

inrichting

worden melk- en kalfkoeien, vrouwelijk jongvee, schapen en kippen worden er hobbymatig gehouden. Tevens konijnen, kippen en duiven gehouden. Voorts is een tractor aanwezig en vindt er opslag plaats van hooi en geringe hoeveelheden bestrijdingsmiddelen.

BEOORDELIN

EVOLGEN

R HET

MILIE

Verzuring De verzuring door ammoniak als gevolg van veehouderijbedrijven dient de Interimwet ammoniak en veehouderij (Stb. 1994, 634).

Postbus 20 4043 ZG Opheusden

Burg.

Lodderstraat

4043 KM

20

Opheusden

Telefoon: 0488-441541 Telefax: 0488-442863

te worden

getoetst

Giro

nr.:

Rabobank

aan

847243 nr.

33.19.00.637

Tabel

1 Berekening ammoniakemissie

diersoort

en

stalsysteem melk-

en

i

en

aantal mestvarkenseenheden

aantal dier-

emissiefactor

plaatsen

(per dierplaats

(mve's).

kalf-

koeien

vleesstier

(6-24

1

maanden)

ET

konijnen

EE oma || De

ammoniakemissie

veroorzaakt

a

door

de dieren

waarvoor

| om

| u vergunning

wordt

verzocht

bedraagt 113,1 kg NH; per jaar. Op een afstand van ongeveer 2.500 m van het middelpunt van de inrichting is een voor verzuring gevoelig bosgebied gelegen (Grebbeberg ten oosten van Rhenen). De omrekeningsfactor van ammoniakemissie (kg ammoniak per jaar) naar ammoniakdepositie op dit gebied (mol potentieel zuur per hectare per jaar) bedraagt 0,0014. De depositie op dit voor verzuring gevoelige gebied veroorzaakt door de onderhavige inrichting bedraagt (113,1 x 0,0014) 0,16 mol potentieel zuur per hectare per jaar. De te vergunnen depositie op het voor verzuring gevoelige gebied bedraagt minder dan 15 mol potentieel zuur per hectare per jaar zodat wordt voldaan aan artikel 4 van de Interimwet ammoniak en veehouderij. Op basis van het bovenstaande kan de vergunning derhalve worden verleend. Verspilling

en

verspreiding

Bodem zou op kunnen treden door lekkages bij de opslag vloeistoffen zoals gier en bestrijdingsmiddelen en door morsen

Bodemverontreiniging

van

schadelijke

en

de bodem gebruik van deze voor

stoffen. Indien zorgvuldig met bodembedreigende stoffen wordt omgesprongen en de opslag plaatsvindt in een afgesloten kast in of boven vloeistofdichte voorziening, dan wordt het risico van

bodemverontreiniging in voldoende mate beperkt.

Verstoring Verstoring kan optreden door stankhinder, geluid- en trillinghinder, brandgevaar, ongevallen e.d. (externe veiligheid) en het verkeer van en naar de inrichting. stank Door

de

inrichting wordt als gevolg

stankhinder

zou

getoetst

de

De

aan

kunnen

leiden.

De

van

het

dierplaatsen en -soorten waarvoor

en

van

dieren

geur

geëmitteerd

gevolg veehouderijbedrijven moet stankhinder", van 30 oktober 1996. om vergunning wordt verzocht komen overeen

stank als

richtlijn "Veehouderij

houden

van

die tot worden met

11

3

mestvarkenseenheden

(mve's, zie tabel 1). Tevens moeten i.v.m. het houden van melk- en kalfkoeien en jongvee de afstanden als genoemd in bijlage 2 van de richtlijn worden gehanteerd. Voor de mve's waarvoor vergunning wordt gevraagd, gelden de in de tabel 2 minimaal aan

te houden

afstanden

objecten uit de betreffende categorie, bepaald conform afstandsgrafiek. Tevens worden in deze tabel de relevante werke-

van

een

de in de richtlijn opgenomen lijke afstanden aangegeven.

Tabel

2. Aan

te

houden

stal tot

afstanden op basis van de richtlijn "Veehouderij en stankhinder" minimaal

aan

te houden afstand

werkelijke afstand (m)

(m) I

(bebouwde kom (stedelijk), zeer stankgevoelige objecten, objecten van verblijfsrecreatie) II (bebouwde kom of aaneengeslo-

woonbebouwing van beperkte omvang in agrarische omgeving, objecten van dagrecreatie) ten

III

(meerdere verspreid liggende bebouwingen. die aan het betreffende buitengebied niet agrarische een

overwegende woon- en/of

recreatiefunctie verlenen IV

(andere agrarische bedrijven (niet intensief) en/of enkele verspreid liggende niet agrarische bebouwi

Uit

de bovenstaande

tabel

blijkt dat binnen de minimaal

stankgevoelige objecten bevinden. Cumulatieve effecten voor wat betreft stankhinder de afstand

moeten

Geluid-

en

Geluid-

en

Omdat

te

houden

ook worden

richtlijn "Veehouderij waarbij een cumulatiebeoordeling moet plaatsvinden geen liggen is geen cumulatieberekening uitgevoerd. Op basis van de richtlijn is vergunningverlening derhalve mogelijk. en

van

Stankhinder".

aan

binnen

afstanden

bepaald

zich geen

aan

de hand

de in de

richtlijn genoemde stankgevoelige objecten

trillinghinder

trillinghinder kunnen worden veroorzaakt door transportbewegingen, activiteiten op het buitenterrein (intern transport) van de inrichting en door het in werking zijn van installaties (ventilatoren, emissiepunten). Met inachtname van het karakter van de omgeving (buitengebied) bedraagt de streefwaarde voor het equivalente geluidsniveau (L‚.,) in de dagperiode 40 dB(A). De streefwaarde geldt voor zowel de gevel van woningen van derden als voor andere geluidsgevoelige bestemmingen. Voor geluid- en trillinghinder behoeft, gelet op de afstanden andere gevoelige bestemmingen, niet te worden gevreesd.

tot

woningen

van

derden

of

On Verkeer

van

Verkeer

personen

en

goederen

van

goederen en

personen

transportbewegingen bedrijf is circa 150 meter lang enkele

van

zal

plaatsvinden

vrachtwagens sluit

de Hamsestraat. Per week zullen plaatsvinden. De toe- en uitrit van onderhavig

percelen (met woonbebouwing)

op

de

Het verkeer over de weg van en naar de inrichting levert geen significante bijdrage aan reeds aanwezige verkeersdrukte. Bij het passeren van de dichtstbijgelegen woning maken

de de

en

tussen

2

via

aan

Hamsestraat.

transportbewegingen indirecte

inrichting

GD

al nagenoeg deel uit van het heersende verkeersbeeld. Derhalve kan buiten de inrichting veroorzaakt door transportbewegingen van en naar de acceptabel worden genoemd.

hinder

Externe veiligheid In de inrichting worden brandbare stoffen zoals hooi opgeslagen en gebruikt. Ter bestrijding van een beginnende brand moeten binnen de inrichting voldoende brandblusmiddelen aanwezig

zijn. TER

INZAGE

ontwerp-besluit heeft ingevolge de Algemene wet Bestuursrecht vanaf 26 juni tot en met juli 1997 ter inzage gelegen. Naar aanleiding van het onwerp-besluit zijn geen bedenkingen ingebracht. Het 24

CONCLUSIE Het

aanleiding de gevraagde vergunning te weigeren. Ons is niet van andere bedenkingen gebleken, die verlening van de gevraagde vergunning in de weg zouden staan. De mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden voorkomen dan

®

voorgaande geeft

ons

geen

wel tot een verbinden.

acceptabel niveau worden beperkt door

ANDERE

WETTEN

Wij wijzen voldaan

er

dat het verlenen bepalingen die in andere

voorts

op

van

deze

de

vergunning milieuvoorschriften

vergunning niet inhoudt,

dat hiermee

te

is

verordeningen (zoals bouwverordening, Lozingenbesluit bodembescherming, bestemmingsplan etc.) zijn gesteld dan wel op grond hiervan kunnen worden voorgeschreven. aan

de

aan

wetten

en

BESLUIT

2

Gelet op de L

Algemene wet bestuursrecht en de Wet milieubeheer besluiten wij:

Ker van

vergunning te verlenen, (geanonimiseerd) de gevraagde dieren de Hamsestraat het

bekend IL.

de

III.

aan

houden

Opheusden,

bijgaande, beschikking; deze

als

gelegen

van

sectie

aan

voor

een

83

te

inrichting ten behoeve Opheusden, kadastraal

C‚ nummer 284;

zodanig gewaarmerkte

delen

van

de aanvraag

te

verbinden

vergunning bijgaande gewaarmerkte voorschriften te verbinden.

(geanonimiseerd)

aan

de

neente

Kesteren

Voorschriften behorende

bij de vergunning Wet

milieubeheer

van:

(geanonimiseerd) ®

voor

het

oprichten en in werking hebben van een niet intensieve veehouderij op voornoemd

adres.

Opheusden,

26

augustus,

(geanonimise rd) Postbus 20 4043 ZG Opheusden

Burg. Lodderstraat 20 4043 KM Opheusden

Telefoon: 0488-441541 Telefax: 0488-442863

Giro

nr.:

Rabobank

nn

847243 nr.

33.19.00.637

VOORSCHRIFTEN MILIEUVERGUNNING

INHOUD

L BEGRIPPEN

IL VOORSCHRIETEN A. Algemene voorschriften ;

B. C.

2

eee

,

san

Bodembescherming Brandgevaar

ss

…

ame

emee

rame

maa

es

mats

ame

HARE

S

BEA

BA

em

ea

+

ae

Bi

aanne

5

neee

D. Geluid E. Afvalstoffen.

5

…

6

F. Bestrijdingsmiddelen G. Houden van dieren

8

ee

.……

G.1.

Algemeen

G2 G3.

Stalventilatie:

GA.

4

……

9

noms:

Opslag Opslag vaste mest.

aas:

dunne mest.

„a

,

«

aas:aas:

aa

«ans

sz

aars

saas

aas:

waas

oute

smet

aas

ame

G.5. Transport en verwerking van mest G.6. Veevoeder G.7. Opslag van meststoffen en veevoer in silo’s.

nnes

aart

«ais

Le:

saat

HEETSOE

BREE

Sims

ao

…

9

neen

een

nme:

MAES

dm

ons:

un

md

«dl

4

4

as

a

9

9 10 10 10 11

L

BEGRIPPE

In deze

beschikking wordt

verstaan onder:

afvalstoffen:

alle

stoffen, preparaten of andere producten,

de houder zich

-

met

waarvan

het oog op verwijdering daarvan is zich te ontdoen of zich

ontdoet, voornemens moet ontdoen; -

afvalwater:

alle

water

waarvan

de houder zich

de verwijdering daarvan zich te ontdoen of zich moet -

-

ontdoet, ontdoen;

het oog op voornemens is

met

bedrijfsafvalwater:

afvalwater niet

zijnde huishoudelijk afvalwater;

bedrijfsriolering:

voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;

bestrijdingsmiddel:

een

stof of mengsel van stoffen als gedefinieerd in artikel 1 van de Bestrijdingsmiddelenwet (Stb. 1962,

288); emballage:

glazen flessen tot 5 liter, kunststof flessen of vaten tot 60 liter, metalen bussen tot 25 liter, stalen vaten of fiberdrums tot 300 liter, papieren of kunststof zakken, laadketels;

equivalent geluidsniveau (L‚,):

het

energetisch gemiddelde van de afwisselende nivan het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai, IL-HR-13-01" van maart 1981; veaus

geluidsgevoelige bestemmingen:

gebouwen of projecten, als aangewezen bij algemene

maatregel van bestuur krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder (Stb. 1982, 465); geluidsniveau in dB(A):

het

niveau

uitgedrukt

van

in

het

dB(A),

plaatse optredende geluid, overeenkomstig de door de

ter

Internationale Electrotechnische terzake opgestelde regels, zoals

Commissie

(IEC)

neergelegd in NEN

10651;

gevaarlijke afvalstoffen: Naa Adr

(geanonimiseerd)

gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel

1.1

van

3

de Wet lekbak:

een

milieubeheer;

vloeistofdichte

bak

van

steen,

beton,

staal

of

kunststof, de lekbak

bestand

zijn tegen de als gevolg van lekkage optredende plotselinge vloeistofdruk alsmede de inwerking van de opgeslagen vloeistoffen; moet

de

lekbak moet een inhoud hebben die ten minste gelijk is aan de totale hoeveelheid erin opgeslagen vloeistoffen indien Kl-

slagen,

zijn opgeinhoud van de grootste verpakvermeerderd met 10% van de inhoud en

K2-vloeistoffen

een

en

kingseenheid, van

de

overige

van

K3-

of overige

opgeslagen hoeveelheid, bij opslag vloeistoffen; de lekbak moet zijn voorzien van een afdak voor de wering van hemelwater;

Last

de

hoogste aflezing stand "fast";

NEN:

een

de

geluidmeter in de meter-

door het Nederlands Normalisatie Instituut

uitgegeven

woning:

van

(NNI)

norm;

gebouw of deel van een gebouw dat al dan niet permanent voor bewoning wordt gebruikt en daartoe is bestemd; een

Voor zover een norm of richtlijn (zoals DIN, NEN, CPR, SBR of BRL), waarnaar in een voorschrift of in de begrippenlijst verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de vóór de datum, waarop de onderwerpelijke ver-

gunning is verleend, laatst uitgegeven

of richtlijn met de daarop tot die datum uitgegeven zover het op voornoemde datum reeds bestaanbetreft de norm of richtlijn die bij de aanleg c.q. toestellen en apparaten geldig was, tenzij in het voorschrift norm

aanvullingen of correctiebladen dan wel de constructies, toestellen en apparaten installatie van die anders is bepaald.

constructies,

(geanonimiseerd)

-

voor

-

VOORSCHRIFTEN

IL.

A. Algemen 1.

De

rschriften

nadelige gevolgen

het milieu als gevolg van de dan wel te worden beperkt.

voor

te worden voorkomen

De inrichting verkeren.

moet

schoon

worden

gehouden

en

in

inrichting dienen zoveel mogelijk

een

goede

staat

van

onderhoud

Binnen de

inrichting dient een milieulogboek bijgehouden te worden; het milieulogboek dient ten minste te bevatten: een exemplaar van de vigerende milieuvergunning met bijbehorende voorschriften; -

een registratie van de afgevoerde afvalstoffen; milieulogboek moet altijd aan een vertegenwoordiger ders van Kesteren kunnen worden getoond. -

het

Uitmondingen

in de

buitenlucht

van

afvoeren

lingsinstallaties of afzuigsystemen,

ten

aanzien

van

burgemeester

en

wethou-

ventilatiesystemen,

van

waarvan

luchtbehandein deze beschikking geen andere

voorschriften

zijn gesteld, moeten zodanig zijn gesitueerd dat de hierdoor uittredende lucht en de daarin aanwezige stoffen geen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Het aantrekken van vogels, insecten, knaagdieren en ongedierte moet zoveel mogelijk worden voorkomen door het treffen van doelmatige bestrijdings- c.q. afschermingsmethoden. Telkens

wanneer

insecten,

mijten

in de e.d.

inrichting ongedierte wordt waargenomen zoals ratten, muizen, daartegen doeltreffende bestrijdingsmaatregelen worden

moeten

genomen. Eventueel toe te passen rodenticiden moeten zodanig zijn huisdier daarmee niet zonder meer in contact kunnen komen. Het

vullen

uitgelegd

dat

mens

en/of

silo uit de bulkwagen moet zodanig geschieden, dat voor de omgeving hinderlijke stofverspreiding wordt voorkomen; het via de ontluchting ontwijkende stof moet worden opgevangen in een doeltreffende van

een

stofzak.

B. Bodembescherming 8

opslag en het gebruik van stoffen binnen geen verontreiniging van de bodem optreedt. De

Gemorste

of

gelekte

voor

de bodem

de

inrichting

moet

zodanig geschieden dat

schadelijke vloeistof moet direct worden opgeno-

men;

voldoende Naam: Adres:

absorptiemiddelen

(geanonimiseerd)

moeten

aanwezig zijn

om

eventuele gemorste

of

gelekte

OO

vloeistof op te nemen;

verontreinigd absorptiemiddel dient gescheiden van andere stoffen te worden bewaard in vloeistofdicht, goed gesloten vaatwerk en als gevaarlijke afvalstof te worden behandeld. De vloer

van

stal moet vloeistofdicht

een

opslagruimte aanwezig

is voor

mest

zijn uitgevoerd,

voor

onder de vloer geen

zover

of gier.

Voor

de bodem schadelijke vloeistoffen moeten worden opgeslagen in goed emballage die vloeistofdicht is en bestand is tegen de betreffende vloeistoffen.

Ledig ongereinigde emballage Emballage een

met

voor

lekbak of boven

moet worden

behandeld als gevulde

emballage.

de bodem

schadelijke vloeistoffen moet zijn opgeslagen aaneengesloten vloeistofdichte vloer.

een

gesloten

in of boven

C. Brandgevaar 1.

inrichting moeten nabij de opslag voor hooi en in de stal, 2 draagbare poederblussers aanwezig zijn, elk voorzien van een vulling van ten minste 6 kg.

In de

Een brandblusmiddel moet op een in het oog lopende plaats of wijze zijn aangebracht, onbelemmerd bereikt kunnen worden, in goede staat van onderhoud verkeren en steeds voor direct gebruik beschikbaar zijn; brandblusmiddelen

die op enigerlei wijze niet voldoende herkenbaar zijn (geplaatst kasten e.d.) moeten zijn aangeduid door middel van een daarvoor geschikt pictogram; het onderhoud dient te geschieden overeenkomstig NEN 2559, Elk brandblusmiddel

moet

zijn voorzien van een Rijkskeurmerk

Eénmaal per jaar moet een brandblusmiddel een daartoe bevoegde instantie; elk blusmiddel controledatum.

Het

moet

zijn

voorzien

van

een

of sticker

woningen geluidgevoelige bestemmingen 40 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur (dagperiode); 35 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode); 30 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur (nachtperiode). Het maximale

Naam Adres

met

onderzocht

daarop

equivalente geluidsniveau L‚, veroorzaakt door de inrichting mag van

D.1.

met rangnummer.

op bruikbaarheid worden label

genoemde

derden

en

andere

geluidsniveau (Lo)

in

niet

meer

de

door laatste

plaatse van bedragen dan: ter

veroorzaakt door de inrichting op de in voorschrift beoordelingsplaatsen mag niet meer bedragen dan 10 dB(A) boven de in

(geanonimiseerd)

6

de betreffende

periode geldende equivalente geluidgrenswaarden.

Op zondagen

en

algemeen erkende feestdagen geldt gedurende de dagperiode de grenswaarde voor de avondperiode. Voorschrift D.2. is niet van toepassing op het laden en lossen inclusief aan- en afvoerbewegingen ten behoeve van de inrichting voor zover dit plaatsvindt tussen 07.00 uur en 19.00

Het

uur.

meten

sultaten

berekenen

geluidsniveaus, alsmede de beoordeling van de meetregebeuren overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrie-

en

moet

van

de

lawaai, IL-HR-13-01, ICG-rapport uitgave 1981. Gedurende het laden

king zijn, tenzij het voertuig;

dit

en/of lossen

noodzakelijk

mag is

voor

de motor van een transportvoertuig niet in werhet gebruik van de laad- en losapparatuur van

verbrandingsmotoren die niet zijn voorzien inrichting niet in werking zijn. Gedurende het laden en/of lossen moet van

een

transportvoertuig zodanig zijn

van

deugdelijke geluiddempers

mogen

in de

eventueel in werking zijnde muziekinstallatie afgesteld dat deze buiten de inrichting niet hooreen

baar is. In

de inrichting aanwezige omroep- en/of muziekinstallaties steld dat deze buiten de inrichting niet hoorbaar zijn.

moeten

zodanig zijn afge-

Het door middel van voertuigen transporteren van vee, veevoeder, mest, ke van en naar de inrichting mag niet plaatsvinden op zon- en feestdagen. 10.

gier en dergelij-

Het pneumatisch of mechanisch vullen van silo's en het ledigen van mest- en gierkelders en/of -putten is verboden op werkdagen tussen 20.00 en 07.00 uur alsmede op zondagen en

algemeen erkende feestdagen.

E. Afvalstoffen. 1

Binnen

de

inrichting dient het

ontstaan

van

afvalstoffen

zoveel

mogelijk

te

worden

beperkt. Afvalstoffen

mogen, behoudens bedrijfsafvalstoffen voor direct hergebruik, niet binnen de inrichting worden be- of verwerkt of worden vernietigd; het is verboden afvalstoffen, van welke aard dan ook, op het terrein van de inrichting te

storten,

te

begraven, te doen of te laten uitvloeien of te verbranden.

Stoffen die

mogelijk voorafgaand

om

welke reden

uit de

Naam: Adres:

dan ook

inrichting worden aan de afvoer dient

(geanonimiseerd)

niet

(meer) worden toegepast

moeten

zo

spoedig

afgevoerd; van

deze stoffen te worden

nagegaan of nuttige toepas-

sing elders mogelijk is. Het

bewaren

van

afvalstoffen

moet

op

ordelijke

en

nette

wijze geschieden binnen de

inrichting; van

afvalstoffen

kunnen

afkomstige verspreiden;

geur,

gemorste of gelekte stoffen moeten

stof of zo

percolaat mag zich niet buiten de inrichting

spoedig mogelijk worden opgeruimd.

Afvalstoffen moeten aan daartoe gerechtigde instanties worden afgegeven; voor zover in redelijkheid kan worden verlangd, moet gekozen worden voor

afgifte (via inzamelaar) aan een verwerker die een verwerkingsmethode hanteert met de minst nadelige gevolgen voor het milieu, te weten (in volgorde van toenemende nadelige een

gevolgen voor het milieu): producthergebruik;

materiaalhergebruik; nuttige toepassing; verwijdering met omzetting van energie; verwijdering op andere wijze dan storten; storten.

De

afgiftebonnen dan wel omschrijvings- of meldingsformulieren die betrekking hebben op het afvoeren van gevaarlijke afvalstoffen (bijvoorbeeld overbodige bestrijdingsmiddelen) moeten gedurende 5 jaar worden bewaard; deze documenten moeten altijd aan een vertegenwoordiger van burgemeester en wethouders van Kesteren kunnen worden getoond. Bij (gedeeltelijke) beëindiging van bedrijfsactiviteiten dienen de in de inrichting aanwezige grond- en hulpstoffen die ten behoeve van deze activiteiten aanwezig zijn en niet meer bruikbaar zijn voor de overige binnen de inrichting voorkomende activiteiten, alsmede de afvalstoffen die bij deze activiteit(en) zijn ontstaan, uiterlijk binnen twee maanden na de

beëindiging te worden afgevoerd uit de inrichting. Het is verboden verbranden verbranden

afvalstoffen,

van

welke aard dan

behoudens in die gevallen de betrokken uit de inrichting

waar

van

ook, op het terrein van de inrichting te volgens een gemeentelijke verordening

afkomstige afvalstoffen is toegestaan.

Op het terrein van de inrichting mogen afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, bladeren en soortgelijke afvalstoffen, of met afvalstoffen verontreinigd water, niet op of in de bodem worden gebracht of terecht kunnen komen; het bewaren of bezigen van afvalstoffen op de bodem moet zodanig geschieden dat geen

verontreiniging van de omgeving kan optreden. Afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, dierlijke meststoffen, landbouwplastic, bladeren en soortgelijke afvalstoffen, moeten op gezette tijden uit de inrichting worden afgevoerd; het afvoeren moet zodanig geschieden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden.

Naam: Adres:

(geanonimiseerd) Hamsestraat

83

te

Opheusden

8

11.

Kadavers

dieren mogen niet op het terrein van de inrichting worden begraven; in afwachting van afvoer uit de inrichting te worden geborgen in een deugde-

van

zij dienen, lijke water-

luchtdichte

en

verpakking of in een goed gesloten, speciaal daartoe bestemde

ruimte.

FE. Bestrijdingsmiddelen L,

Bestrijdingsmiddelen en ongereinigde ledige verpakkingen daarvan mogen uitsluitend zijn opgeslagen in een daartoe bestemde kast; in de kast mag niet

dan

meer

10

kg van die middelen zijn opgeslagen.

kast moet van een deugdelijke constructie zijn, doelmatig staat van onderhoud en in zindelijke toestand verkeren.

De

De kast

moet

zijn ingericht, in goede

doelmatig zijn geventileerd.

In de kast mag geen ander kunstlicht worden gebruikt dan elektrisch licht; de elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften, zoals aangegeven in de norm NEN 1010 met de aanvullende voorschriften voor installaties in vochtige ruimten met

bijtende gassen, dampen Vloeibare

stoffen zoals vermeld in hoofdstuk 75.

en

bestrijdingsmiddelen moeten zijn opgesteld in of boven een lekbak.

De bestrijdingsmiddelen moeten droog en koel worden bewaard; binnen een afstand van ten minste 2 m van de kast mogen geen vuur en/of oppervlakken met een temperatuur van meer dan 350° Celsius of lichtontvlambare stoffen aanwezig

zijn. Vloeibare

bestrijdingsmiddelen

gescheiden

van

vaste

bestrijdingsmiddelen

en

beschadigingen

moeten

bestrijdingsmiddelen zijn

opslagen;

onderlinge vermenging kingen

moeten

worden

van

de

de

verpak-

voorkomen;

gemorste

bestrijdingsmiddelen

hiertoe

voldoende

moeten

van

moeten

direct worden

absorptiemiddelen

en

opgeruimd;

vaatwerk

aanwezig zijn.

De

toegangsdeur van de kast dient buiten de tijd dat hier door een bevoegd persoon bestrijdingsmiddelen worden ingezet of uitgehaald met een deugdelijk slot zodanig te zijn afgesloten dat deze door onbevoegden niet kan worden geopend. Op de toegangsdeur MIDDELEN" minste 60 mm

Naam: Adres:

zijn

de kast moet duidelijk leesbaar het opschrift "BESTRIJDINGSaangebracht, alsmede een afbeelding van een doodshoofd van ten van

hoog.

(geanonimiseerd)

H

van dieren

n

G.1.

Algemeen

1.

In de

2.

Bewijzen

inrichting

mogen gelijktijdig niet meer dieren gehouden worden dan de aantallen, vermeld in de tot de vergunning behorende bescheiden die als zodanig zijn gewaarmerkt. dat de in het

vorige voorschrift bedoelde

aantallen niet worden

overschreden,

zoals van

landbouwtellingen of boekhoudkundige gegevens, moeten te allen tijde op verzoek een namens burgemeester en wethouders van Kesteren controlerend persoon worden

getoond. G.2. Stalventilatie Ramen van de stallen moeten, voor zover in de stal, gesloten worden gehouden;

1.

deuren moeten en/of goederen. Indien

2.

op de

aangebracht

zij geen functie hebben

de

voor

gesloten zijn behoudens gedurende het doorlaten

van

luchtverversing

personen,

dieren

ventilatiekokers op het dak van de stal een regenkap of milieukoker is moet deze zodanig zijn uitgevoerd dat de luchtstroom naar boven gericht

blijft. G.3.

Opslag dunne

mest

1.

Dunne

en

mest

gier

opslagruimte;

voor

ruimte

het

buiten

moeten zover

worden

opgeslagen in een hiertoe bestemde mestdichte gelegen binnen een stalgebouw, moet de goed sluitende deksels of luiken gesloten

de ruimte niet is door middel van

gebouw gehouden, behalve tijdens het ledigen; deze opslagruimte mag niet zijn voorzien van een overstort. worden

2.

3.

Het spoelmestdichte

en

schrobwater uit stallen

voor

menging gedurende

te.

Naam: Adres:

mestopslagen

moet

worden

afgevoerd

naar

een

opslagruimte.

_ Gedurende de opslagperiode mag dens

en

(geanonimiseerd)

de mest niet in beweging worden gehouden, behoukorte tijd ten behoeve van het ledigen van de opslagruim-

G4.

Opslag vaste

L

De

opslag

mest

buiten de stal moet geschieden op een mestdichte mestplaat, opstaande rand of een gelijkwaardige voorziening; de stapeling van de mest moet zodanig geschieden dat uitzakkend vocht niet van de mestplaat kan vloeien; dit vocht moet door middel van een gesloten, mestdichte riolering worden afgevoerd naar een mestdichte opslagruimte. die is voorzien

De

vaste

van

van

in de stallen

mest

een

aanwezige

vaste

mest

éénmaal per jaar worden verzaals bedoeld in het voorgaande voorschrift, dan

moet

ten minste

meld en overgebracht naar een mestplaat wel direct uit de inrichting worden afgevoerd. G.5.

Transport

1

Het terrein van de inrichting mag mest of gier worden voorzien; deze

verwerking van

en

bepaling

is niet

van

mest

niet worden bevloeid of op andere

toepassing bij

het

bemesten

van

wijze

van

een

laag

grond volgens de normale

bemestingspraktijk. Het is in de inrichting verboden dierlijke meststoffen te drogen, te mengen, om te zetten of op enigerlei andere wijze te verwerken, anders dan ten behoeve van de normale

bemestingspraktijk. Bij het verwijderen van mest of gier mag de omgeving niet worden verontreinigd; transport van dunne mest of gier moet geschieden in gesloten tankwagens; vaste mest moet worden getransporteerd met behulp van daartoe geschikte transportmiddelen die op correcte Het

ledigen

van

een

van

vacuüm-

wijze zijn beladen.

gierkelders en/of -putten mag slechts geschieden of pompinstallatie.

mest-

en

met

behulp

G.6. Veevoeder 1.

De

dieren mogen niet worden gevoerd met snel aan bederf van elders (bijvoorbeeld restaurants) worden betrokken; deze etensresten mogen niet in de Het

onderhevige etensresten, die

inrichting aanwezig zijn.

uitzondering van ruwvoer, moet in uitsluitend daarvoor bestemde, tegen ongedierte afgesloten, opslagplaatsen worden bewaard.

Naam: Adres:

voer,

met

(geanonimiseerd)

G.7.

Opslag van meststoffen

1

Een

silo

moet

van

en

in silo's

veevoer

kunststof of metaal

zijn

en

moet

constructief voldoende

sterk

zijn

uitgevoerd. In één silo mogen een

slechts meststoffen behorende tot één type worden opgeslagen; na grondig reinigen voor andere produkten worden gebruikt.

silo mag slechts

Een silo moet buiten zijn opgesteld, kleur zijn, bij voorkeur wit.

brandveilig zijn uitgevoerd

Een

beluchting zodat bij aftappen

silo

moet

zijn voorzien

van

een

ontstaan. 0-0-0-0-0-0

(geanonimiseerd)

en

zonreflecterend

geen

van

onderdruk kan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14618995/1