CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-bestemmingsplan - Toelichting en regels

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Kesteren, Hoofdstraat 31’18.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.1740. bpKEhoofdstraat31-ont1

Bestemmingsplan Kesteren, Hoofdstraat 31 Ontwerp

29 maart 2021

2

Kesteren, Hoofdstraat 31

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4

5 Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Explosieven Juridische planbeschrijving Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase

Kesteren, Hoofdstraat 31

7 7 7 7 8 9 9 9 13 13 15 17 17 22 23 23 24 25 27 29 30 33 36 38 39 39 40 40 40 40 41 41 43 43 44 44 44 44 44

3

Bijlagen bij de toelichting

45

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

47 49 51 53 55 57 59 61

Plattegrond toekomstige situatie Memo parkeeronderbouwing Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Akoestisch onderzoek Watertoets Quickscan flora en fauna Vleermuisonderzoek Voortoets stikstofdepositie

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8

4

63 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Centrum Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

65 65 70 71 71 73 73 73 73 75 75 75

Kesteren, Hoofdstraat 31

Toelichting

Kesteren, Hoofdstraat 31

5

6

Kesteren, Hoofdstraat 31

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Recent is de supermarkt Spar (nu Plus) verhuisd van de Hoofdstraat 31-33 in Kesteren naar een nieuwe locatie aan de Stationsstraat 1-3. Bouwbedrijf J.G. Timmer en Bogor Projectontwikkeling B.V. zijn voornemens om op de locatie van de Hoofdstraat 31-33 bebouwing te realiseren met detailhandel in de plint en appartementen op de verdiepingen. Binnen het huidige bestemmingsplan zijn in feite al winkels en woningen op de genoemde bouwlagen toegestaan. Het plan wijkt, ten opzichte van het geldende bestemmingsplan, af ten aanzien van het aantal woningen, het toegestane bouwvolume en de gedeeltelijke ligging van de bebouwing buiten het bouwvlak. Hiertoe is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Omdat het initiatief past op de locatie en stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht, wordt medewerking verleend. Via voorliggend document wordt gemotiveerd waarom medewerking wordt verleend en waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Hoofdstraat, welke centraal door Kesteren gaat. De locatie is aan de zuidzijde van het centrum gelegen op de plek van de voormalige supermarkt Spar en een slijter.

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied

1.3

Geldende plannen

Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert thans het bestemmingsplan 'Kernen NederBetuwe', dat op 14 mei 2020 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld.

Kesteren, Hoofdstraat 31

7

Afbeelding 1.2: uitsnede www.ruimtelijkeplannen.nl Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Voorliggend initiatief is op een drietal punten strijdig met het vigerende bestemmingsplan: 1. De overschrijding van de bouwmassa. De toegestane goot- en bouwhoogte bedraagt voor het meest noordelijke bouwvlak respectievelijk 3 en 4 meter en voor het meest zuidelijke bouwvlak respectievelijk 6 en 9 meter. De voorgenomen ontwikkeling wordt hoger, namelijk respectievelijk 6,5 en 11 meter. 2. Het bouwen buiten het bouwvlak. De footprint van de toekomstige bebouwing is op een andere wijze geprojecteerd op het perceel. Daarmee vindt er een overschrijding plaats van de grenzen van de bouwvlakken. 3. Het vergroten van het aantal toegestane wooneenheden. Momenteel zijn alleen de bestaande woningen in het plangebied toegestaan. Op dit moment is er één woning aanwezig. Met voorliggend initiatief worden 13 appartementen gerealiseerd. Met voorliggend bestemmingsplan is aangesloten op de regels uit het bestemmingsplan 'Kernen NederBetuwe', aangevuld met de bovenstaande uitgangspunten van het plan.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemming in het plangebied is aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemming zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

8

Kesteren, Hoofdstraat 31

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

In het recente verleden was aan de Hoofdstraat 31-33 de supermarkt Spar en een slijterij gevestigd. Deze supermarkt (nu Plus) en slijterij zijn verhuisd naar een nieuwe locatie op de hoek van de Stationsstraat/Hoofdstraat. Het pand aan de Hoofdstraat 31 staat momenteel leeg. Daarnaast is er een bedrijfswoning aanwezig.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto en begrenzing plangebied

2.2

Toekomstige situatie

In het Masterplan voor het centrum van Kesteren (15-12-2011) is reeds voorgesorteerd op onderhavige ontwikkeling en zijn randvoorwaarden opgenomen voor de herontwikkeling. In het ontwerp van het initiatief zijn deze randvoorwaarden verwerkt. Zie voor een nadere toelichting de navolgende paragrafen. 2.2.1 Programma Op de begane grond is ruimte voor het vestigen van ca. 517 m² aan winkelruimtes en/of maatschappelijke voorzieningen. Een supermarkt is uitgesloten. Op de verdiepingen zijn 13 appartementen met deels binnen en buitenterrassen opgenomen. 2.2.2 Ruimtelijke ontwikkeling Het gebouw staat op de hoek van de Hoofdstraat en de Schenkhofstraat. Deze hoek vormt de markering van de zuidelijke entree voor het centrum, een economische trekker die zorgt voor de afsluiting van het centrum als tegenhanger van de nieuw gerealiseerde Plus aan de noordzijde. Het beoogde bouwplan kenmerkt zich door de verschillende beukmaten, hoogtes en verspringende rooilijn en voorziet in authentieke detaillering wat goed past binnen de dorpse context. Verschillend kleurgebruik en luxe materialen geven extra diversiteit aan het gebouw en verhogen de architectonische kwaliteit.

Kesteren, Hoofdstraat 31

9

Aan de Schenkhofstraat wordt het gebouw eenvoudiger/ingetogen uitgevoerd om zo aansluiting te vinden op de bestaande bebouwing. De goot- en bouwhoogte is hier ook iets lager. Tevens is hier ook de entree gesitueerd naar het binnenhof waar geparkeerd kan worden. Waarmee tevens meer afstand tot de naastgelegen bestaande woning wordt gerealiseerd. Op de navolgende afbeeldingen zijn impressies en een plattegrond (bijlage 1) opgenomen van de toekomstige situatie.

Afbeelding 2.2: Impressie toekomstige situatie, gezien vanuit de Hoofdstraat. Bron: HZ Bouwadvies

Afbeelding 2.3: Impressie toekomstige situatie, gezien vanuit de achterzijde. Bron: HZ Bouwadvies

10

Kesteren, Hoofdstraat 31

Afbeelding 2.4 Gevelaanzichten. Bron: HZ Bouwadvies

Afbeelding 2.5: Plattegrond toekomstige situatie. Bron: HZ Bouwadvies

Kesteren, Hoofdstraat 31

11

2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De bebouwing is gelegen op de hoek van de Hoofdstraat en de Schenkhofstraat. De toekomstige winkels zijn aan de zijde van de Hoofdstraat te bereiken. De appartementen krijgen een ingang aan de Schenkhofstraat. Het laden en lossen ten aanzien van de winkels en/of maatschappelijke voorzieningen zal beperkt blijven gezien het aantal beschikbare m². Dit laden en lossen kan plaatsvinden aan de achterzijde van de bebouwing. Het achterterrein is bereikbaar via de Schenkhofstraat. Parkeren Met voorliggend plan worden 25 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Voor een nadere toelichting met betrekking tot het aspect parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.1 en de memo parkeren in bijlage 2.

12

Kesteren, Hoofdstraat 31

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Nationaal beleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en biedt lagere overheden, burgers en bedrijven, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.

Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien.

Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. 3.1.2 Conclusie Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro. Ladder duurzame verstedelijking Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'

Kesteren, Hoofdstraat 31

13

Met voorliggend plan worden 13 appartementen gerealiseerd, waarvan 1 reeds is toegestaan. Uit jurisprudentie blijkt dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro. Met het toevoegen van 12 extra woningen ligt het initiatief net op deze grens. Daarom dient voor de woningen de ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. In de volgende alinea wordt hierop ingegaan. Voor overige stedelijke functies (anders dan wonen) in de vorm van een gebouw ligt de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien in beginsel bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m². In de huidige situatie is reeds circa 800 m² aan winkelvloeroppervlak toegestaan en aanwezig. De te ontwikkelen winkelruimte uit voorliggend plan omvat ca. 517 m² bvo. Geconcludeerd wordt dat hiermee geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiermee is de ladder van duurzame verstedelijking in principe niet van toepassing voor de te realiseren winkelruimtes. Desondanks kan kortheidshalve worden gesteld dat dit onderdeel van het plan wel voldoet aan de uitgangspunten van de ladder. De hoeveelheid winkeloppervlakte neemt af en doordat er een flexibele bestemming op ligt kan de ruimte worden ingevuld naar behoefte.

Verdere concentratie van winkels/voorzieningen aan de Hoofdstraat heeft de voorkeur boven verspreide ligging in de kern. Dit is tevens onderbouwd in de detailhandelsvisie en het masterplan van de gemeente. Hieronder wordt de ladder voor duurzame verstedelijking met betrekking tot de toe te voegen woningen doorlopen. Ten eerste dient de behoefte aan de appartementen onderbouwd te worden. Uit het onderzoek van Stec (Update Thermometer woningmarkt, 5 februari 2018) wordt op grond van de bevolkingsprognose Primos 2017 aangegeven dat er ruimte is voor toevoeging van 970 woningen in de periode 2017 - 2027 binnen de gemeente Neder-Betuwe. De plancapaciteit in Neder-Betuwe in harde plannen tot 2027 bedraagt op dit moment 427 woningen. Het realiseren van 13 appartementen (waarvan 1 reeds toegestaan) in het plangebied levert een bijdrage aan de invulling van deze kwantitatieve behoefte aan woningen. Wat betreft de kwalitatieve opgave blijkt uit de Woonvisie dat er in de gemeente Neder-Betuwe behoefte is aan woningen/appartementen voor senioren en starters. De gemeente wil voor senioren inzetten op flexibele woonconcepten die ten minste voldoen aan de kwaliteitseisen die (zorgvragende) senioren stellen, maar ook aantrekkelijk zijn voor vitale senioren.

De woonomgeving moet zodanig zijn ingericht, dat deze voldoende inspeelt op de wensen van ouderen: voorzieningen, sociaal veilig en toegankelijk. Er is ook vraag naar appartementen in de huursector voor starters die dit zien als een tijdelijke opstap naar een eengezins(koop)woning. De appartementen uit voorliggend plan spelen in op deze behoefte van senioren en starters. Er is daarmee zowel kwantitatief als kwalitatief behoefte aan de toe te voegen appartementen. Daarnaast dient te worden ingegaan op de locatie van het initiatief. Voorliggend plan betreft een herontwikkeling van bestaande bebouwing in het centrum. De nieuwe appartementen worden gerealiseerd op de locatie van een voormalige supermarkt (inbreidingslocatie). Hiermee is sprake van duurzaam ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is hiermee succesvol doorlopen.

14

Kesteren, Hoofdstraat 31

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De provincie en partners gaan nieuwe ontwikkelingen bezien in samenhang met de bestaande voorraad. Als leidend principe wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik gehanteerd. De juridische basis hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.2.3 Omgevingsverordening De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. In de Omgevingsverordening is het volgende opgenomen over detailhandel: 1. In een bestemmingsplan worden geen nieuwe locaties voor detailhandel mogelijk gemaakt die leiden tot een duurzame ontwrichting van de bestaande detailhandelsstructuur. 2. Voor zover er voor het betreffende gebied een regionale afspraak is gemaakt over de programmering van detailhandel, is de bestemming detailhandel in een bestemmingsplan alleen mogelijk als deze ontwikkeling niet in strijd is met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale afspraak. 3. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe een nieuwe detailhandelsontwikkeling zich verhoudt tot het bepaalde in het eerste lid en een eventuele intergemeentelijke samenwerking op het gebied van detailhandel. De gebiedsgerichte voorwaarde die van belang kan zijn voor onderhavig plan heeft betrekking op de Limes.

Kesteren, Hoofdstraat 31

15

Voor de Limes is de begrenzing van het gebied indicatief aangegeven. De nadere begrenzing van de Limes is binnen het Samenwerkingsverband Limes afgesproken welke terreinen de kernkwaliteiten van de Limes bevatten. Dit betreft de terreinen met een vastgestelde archeologische waarde die resten uit de Romeinse tijd bevatten. In Gelderland zijn dat 16 archeologische Rijksmonumenten en 16 Archeologische Monumenten Kaart (AMK) -terreinen. De gebiedsbegrenzing is gebaseerd op de zones die een hoge en middelhoge archeologische verwachting hebben. De kernkwaliteiten zijn als volgt geformuleerd: De unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk. De Limes ligt langs de toenmalige loop van de Rijn met archeologische overblijfselen uit de periode 0 tot 400 na Chr. bestaande uit:  forten (castella), burgerlijke nederzettingen (kampdorpen/vici) en grafvelden;  militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens;  scheepswrakken. 3.2.4 Conclusie Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. Het plan gaat uit van herstructurering van het centrum van Kesteren.

Er heeft een zorgvuldige afweging plaats gevonden met betrekking tot het plan in relatie met de omgeving in het kader van het opgestelde Masterplan Centrum Kesteren (zie paragraaf 3.4.2). Het plan draagt in grote mate bij aan het versterken van de winkelstructuur. Er wordt in kwalitatieve zin een impuls gegeven aan het centrum om deze voor nu en in de toekomst vitaal te houden. Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Door in combinatie met de winkels tevens 13 appartementen te realiseren wordt aangesloten op de ambitie om een divers woon- en leefklimaat te creëren in het centrum van Kesteren. Hierdoor blijft deze plek ook na sluitingstijd levendig en een aantrekkelijke plek aan de Hoofdstraat. Gelderse ladder voor duurzame verstedelijking Voor wat betreft de afweging met de ladder voor duurzaam ruimtegebruik wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. Hierin is de behoefte aangetoond, bovendien is er sprake van herstructurering van bestaand stedelijk gebied. Het plan sluit aan bij de doelstellingen van de ladder. Detailhandel De locatie was tot voor kort in gebruik als supermarkt en staat momenteel leeg.

Het oppervlak van de nieuwe winkelruimtes is kleiner dan wat momenteel aanwezig is en planologisch is toegestaan, waarmee er geen sprake is van een ontwrichting van de bestaande detailhandelsstructuur of een substantiële toename van het winkeloppervlak. Limes De daadwerkelijk beschermde gebieden (Rijksmonumenten en AMK-terreinen) van de Limes liggen buiten het plangebied. Het initiatief heeft hier dan ook geen relatie mee. In het plangebied zijn geen nederzettingen, infrastructuur, scheepswrakken etc. van de Limes aanwezig. Daarnaast is er geen sprake van ondergrondse archeologische waarden, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9. De ontwikkeling gaat uit van vervangende nieuwbouw. Van aantasting van de waarden van de Limes is geen sprake. Conclusie Het plan sluit goed aan bij de doelstellingen van het provinciaal beleid, zonder dat de beschermde cultuurhistorische en landschappelijke waarden uit het beleid worden aangetast.

16

Kesteren, Hoofdstraat 31

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale detailhandelstructuurvisie Rivierenland In 2014 is deze regionale detailhandelsvisie opgesteld vanuit de gedachte dat een eenduidige gezamenlijke visie op de detailhandelsstructuur de voorwaarde is om een toekomstbestendig aantrekkelijk regionaal winkelvoorzieningenniveau in Rivierenland te waarborgen. De regionale visie moet leiden tot versterking van de koopkrachtbinding binnen Rivierenland en een omgeving waarin marktpartijen en overheid durven en kunnen investeren. De visie is opgesteld vanuit de vraag hoe de optimale toekomstige detailhandelsstructuur van de regio eruit ziet, waarbij ingespeeld wordt op structurele ontwikkelingen in de detailhandel en regio. De visie is op 5 maart 2015 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe vastgesteld. De dagelijkse winkelvoorzieningenstructuur in met name de kleine kernen staat onder druk. Het aanbod supermarkten in kernen kleiner dan 2.500 inwoners neemt al jaren af. Er dient rekening te worden gehouden met de verschillen tussen de kleine en grote(re) kernen. Binnen de regio streeft men naar het in stand houden van deze fijnmazige voorzieningenstructuur. Dit betekent dat er beperkte mogelijkheden zijn om substantiële toevoegingen in het dagelijks winkelaanbod te realiseren, mede gelet op de bestaande winkelplannen in de dagelijkse sector.

Omdat de dagelijkse winkelvoorzieningen vooral een lokale verzorgingsfunctie hebben, ligt de verantwoordelijkheid hiervoor primair bij de individuele gemeenten. Het winkelaanbod in de regio is zeer verspreid. In 75 van de 81 woonplaatsen zijn detailhandelsvestigingen aanwezig. Er zijn sterke verschillen per gemeente en tevens tussen de woonplaatsen binnen de gemeenten. Er is een duidelijke regionale hiërarchie, waarbij de steden buiten de regio ook een grote aantrekkingskracht hebben. Binnen de gemeente Neder-Betuwe heeft Kesteren de meeste detailhandel, zowel in aantal vestigingen als in oppervlakte. Als gevolg van een structureel veranderende winkelmarkt dient de periode tot en met 2020 in het teken te staan van:  terughoudendheid ten aanzien van meer winkelmeters,  concentratie van (nu nog verspreide) winkelvoorzieningen,  focus op functionaliteit, bereikbaarheid en kwaliteit van winkelgebieden,  initiatieven primair binnen de bestaande winkelstructuur huisvesten,  samenwerking tissen gemeenten en faciliterende rol van gemeenten in Rivierenland. 3.3.2 Conclusie Uit de visie blijkt dat Kesteren de belangrijkste winkelkern is binnen de gemeente Neder-Betuwe. In de huidige situatie is reeds sprake van een bestaande plek voor detailhandel.

Met de realisatie van nieuwe winkels op deze locatie wordt blijvend bijgedragen aan de versterking van de winkelstructuur in Kesteren en wordt duidelijk invulling gegeven aan de markering van het kernwinkelgebied.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 Een structuurvisie is als beleidsdocument de belangrijkste ruimtelijke grondlegger op gemeentelijk niveau. De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 31 mei 2018 de 'Structuurvisie Neder-Betuwe 2018' vastgesteld. De gemeente biedt een aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving. Alle kernen hebben een eigen karakteristiek woonmilieu, met een hechte sociale samenhang en actief verenigings- en kerkelijk leven. De gemeente streeft nog steeds naar het zoveel mogelijk benutten van inbreidingslocaties en daarmee een efficiënt gebruik van de (open) ruimte in de kernen, mits het landelijk karakter (lees kwaliteit) van de kern niet verloren gaat. De ontwikkeling en het behoud van compacte dorpskernen bespaart waar mogelijk uitbreiding aan de randen en ongewenste realisatie van bebouwing in het buitengebied. Daar waar nodig zijn bij de kernen en/ of ontwikkelingslocaties waterbergingsvoorzieningen gerealiseerd.

Kesteren, Hoofdstraat 31

17

Kesteren Voor Kesteren is het wenselijk de herkenbaarheid van het oorspronkelijke stratenpatroon en het bebouwingsbeeld in een deel van het dorp te handhaven. Kesteren heeft daar immers nog een directe relatie met de ontstaansgeschiedenis. Datzelfde geldt voor de plaatselijk open structuur met een aantal fraaie (groene) binnenterreinen. Tevens is het wenselijk de historisch waardevolle bebouwing te handhaven en te beschermen. Het gaat hier met name om de bebouwing aan de Rijnbandijk/Boveneindsestraat. Voorts is het van belang de samenhang tussen de verschillende dorpsgebieden te verbeteren. Wegen en de spoorlijn vormen vaak een fysieke barrière. Een aantal gebieden heeft nu een geïsoleerde ligging. Door toevoeging van nieuwe functies kan een verbinding tussen de verschillende gebieden worden bewerkstelligd. Het spoor en station, de Cuneraweg en de Betuwestraatweg vormen barrières in het dorp die geslecht moeten worden. De Betuwestraatweg zal steeds meer een binnenstedelijke weg worden. In dit kader is ook het verbeteren van langzaamverkeersroutes van belang.

Afbeelding 3.1: Uitsnede visiekaart van de Structuurvisie Neder-Betuwe, plangebied aangeven met een witte cirkel Het verbeteren van de uitstraling van het dorp is een prioriteit. Dit wordt bereikt door te investeren in de inrichting van knooppunten en entrees. De Rijnbandijk is een historische groene structuur en vormt de ontstaansbasis van het dorp. Het nieuwe dorpshart met de nieuwe supermarkt ligt hier tegenaan. Door de relatie te verbeteren versterken beide elementen elkaar.

18

Kesteren, Hoofdstraat 31

Voor wat betreft voorzieningen streeft de gemeente naar winkelconcentratie ter plekke van het huidige centrumgebied. Hiermee kan het karakter en de uitstraling van het centrum worden versterkt. Naast bovenstaande uitgangspunten is voor het centrum ruimte voorzien voor circa 60 woningen boven de voorzieningen. De woningen en winkels zijn met name georiënteerd op de Hoofdstraat. Planspecifiek In het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met de beleidsdoelstellingen en uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de structuurvisie Neder-Betuwe 2018. Met het behoud van detailhandel binnen het plangebied wordt een bijdrage geleverd aan de concentratie van voorzieningen in het centrumgebied van Kesteren. Daarnaast sluit de realisatie van appartementen boven de winkels eveneens aan bij de visie. Tenslotte zal de nieuwbouw in combinatie met de herinrichting van de openbare ruimte bijdragen aan de verbetering van de uitstraling van het centrumgebied. Onderhavig plan vormt een belangrijk onderdeel van de herontwikkeling van het centrum van Kesteren. Dit is niet alleen iets wat in de structuurvisie van 2015 als doelstelling is benoemd, maar waar de gemeente al tientallen jaren naar streeft. Het plan is vanuit gemeentelijk ruimtelijk beleid goed inpasbaar. 3.4.2 Masterplan centrum Kesteren Voor het centrumgebied van Kesteren is het Masterplan centrum Kesteren opgesteld.

De gemeenteraad heeft dit plan op 15 december 2011 vastgesteld. Het plan heeft het doel om ruimtelijke en functionele sturing voor toekomstige ontwikkelingen in het centrum van Kesteren te geven. Het is een kader dat marktpartijen moet stimuleren om te werken aan een vernieuwd centrum. Naast een sturingsinstrument en inspiratiebron is het Masterplan een toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Het plan geeft een beleids-, historische, ruimtelijke en functionele analyse van het centrum van Kesteren en formuleert uitgangspunten voor de herontwikkeling van het centrum. Op onderstaande afbeelding wordt de visie op de herontwikkeling ter plaatse van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 3.2: Visie Masterplan centrum Kesteren

Kesteren, Hoofdstraat 31

19

Conform de huidige situatie blijft de Hoofdstraat de slagader van het centrum van Kesteren met een clustering van voorzieningen rondom een plein aan de noordzijde. De begrenzing van het centrum is herkenbaar door een eenduidige inrichting van de Hoofdstraat. De inrichting van het centrum is gericht op een comfortabel verblijf voor bezoekers en goede parkeervoorzieningen. Deze inrichting wijkt af van de aanloopstraten waar de stroomfunctie centraal staat. De overgangen van de aanloopstraten naar het centrumgebied krijgen een markering met centrumvoorzieningen zodat de entrees van het centrum duidelijk herkenbaar zijn. De markeringen bij de entrees zijn functionele trekkers. Buitensporig markante gebouwen als markering van het centrum passen niet in de dorpse context. Globaal zijn drie deelgebieden te onderscheiden in het centrum. Nabij de Rijnbandijk komt een centraal dorpsplein met concentratie van centrumvoorzieningen: het Dorpshart. Dit plein vormt ook meteen de entree van het centrum vanaf de noordzijde. Herontwikkeling van voorliggende opgave (de voormalige SPAR-locatie) moet de zuidelijke entree van het centrum markeren: Entree Zuid. Als verbindend element vormt de Hoofdstraat het derde deelgebied. Tussen het Dorpshart aan de noordzijde en Entree Zuid blijft de bestaande mix van woningen, met verspreid gelegen voorzieningen, behouden.

Er zijn uitgangspunten geformuleerd voor de locatie en ten aanzien van de deelaspecten verschijningsvorm bebouwing, inrichting van de openbare ruimte, verkeersaspecten, parkeren, laden en lossen, maar ook reclame, rolluiken en terrassen. Uitgangspunten die een directe relatie hebben met onderhavig plan en die in het kader van het bestemmingsplan relevant zijn, zijn hieronder beschreven: Planspecifiek Entree Zuid Met het realiseren van onderhavig plan wordt voldaan aan de ambities uit het Masterplan. De ontwikkeling van een economische trekker op de hoek Hoofdstraat – Schenkhofstraat zorgt voor de gewenste markering van de zuidelijke entree van het centrum. Daarnaast wordt voldaan aan het uitgangspunt dat boven de voorzieningen ruimte is voor één laag met kap voor wonen. Verschijningsvorm bebouwing Nieuwe bebouwing moet passen binnen de dorpse context van Kesteren. Het uitgangspunt voor nieuwe gebouwen is maximaal twee bouwlagen met een kap. Eenheid in verscheidenheid. Bij grote bebouwing is het (visueel) opdelen in kleine volumes, passend bij dorpse bebouwing in de omgeving, van belang. Hiermee is in het architectonisch ontwerp rekening gehouden. Laden en lossen Het laden en lossen geschiedt aan de achterzijde van de winkels. Het achterterrein is bereikbaar vanaf de Schenkhofstraat, conform het Masterplan.

De exacte locatie van het laden en lossen is afhankelijk van de nieuwe functie. Parkeren Voor een nadere uitwerking van het onderwerp parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.1. 3.4.3 Woonvisie 2016-2021 'Vitale kernen in een sterke gemeente' Op 1 februari 2016 is de woonvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe. Hierin is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, kansen, aanbod en behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt deze visie belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw in de gemeente en alle facetten die hiermee samenhangen. Binnen het Regionale Woningmarktonderzoek en de Regionale Woonagenda worden de kaders van de nieuwbouwopgave met de regiogemeenten afgestemd. Hiermee wordt gezorgd dat de nieuwbouwproductie past binnen de regionale behoefte.

20

Kesteren, Hoofdstraat 31

De gemeente wil het woonklimaat de komende jaren verder versterken en verbeteren zodat Neder-Betuwe een sterke gemeente met vitale kernen blijft. Dit wil de gemeente bereiken door actief woonbeleid te voeren op de volgende aandachtspunten: 1. Toevoegen van duurzaam aantrekkelijke woningen De vergrijzing van Neder-Betuwe zet zich voort, maar zit rond 2035 op haar hoogtepunt. De veranderende bevolkingssamenstelling vraagt om een aanpassing van de woningvoorraad. Levensloopgeschiktheid is daarin een belangrijk criterium. Binnen de ambitie om tot een gevarieerde, levensloopgeschikte woningvoorraad te komen, worden enkele doelgroepen iets meer ondersteund: starters en senioren. Naast de bovengenoemde grote doelgroep zijn er een aantal kleine doelgroepen die ook aandacht vragen: mensen in scheiding, statushouders/vluchtelingen en mensen met een lichte zorgvraag. 2. Inzetten op een realistische nieuwbouwambitie Het hanteren van een realistische woningbouwambitie is belangrijk om ervoor te waken dat het woningaanbod goed aansluit bij de woningbehoefte. Op basis van het regionale woningbehoefteonderzoek wordt tot 2025 uitgegaan van een jaarlijkse productie van 60 tot 80 woningen voor de gemeente NederBetuwe. 3.

Woningbouw in elke kern, volwaardige afronding van huidige plannen Om de kernen vitaal te houden is het belangrijk dat elke kern de mogelijkheid behoudt om nieuwe woningen aan de voorraad toe te voegen, als hier voldoende behoefte aan is. Het is belangrijk dat de plannen die in de afgelopen jaren zijn voorbereid -en waarvan de behoefte is bewezen- nu ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. In Kesteren betekent dit een grotere woningbouwprogramma om de uitleglocatie Casterhoven goed te kunnen afronden. Binnen de woonvisie is het geplande woningbouwprogramma van de verschillende kernen gecategoriseerd in plannen die goed aansluiten bij de marktvraag voor de korte/middellange termijn (tot 2020) en plannen die minder goed aansluiten of op een langere termijn spelen. Deze zijn afgewogen tegenover de ontwikkeling van afgelopen jaren en de wensen van de gemeente. Hiermee is gekomen tot een 'streefprogramma 2015-2025' per kern.

Voor de gemeente Neder-Betuwe zijn de volgende segmenten als kansrijk benoemd: grondgebonden sociale huurwoning, tweekamer huurappartement in de vrije sector, goedkope grondgebonden koopwoning, rij/hoekwoning in het middensegment (levensloopbestendig) en luxe grondgebonden koopwoning in dure segment. 4. Verder verduurzamen van de woningvoorraad De komende jaren wil de gemeente verder met het energiezuiniger en levensloopgeschikter maken van de bestaande woningvoorraad. In de nieuwbouw houden we vast aan de energieprestatienorm uit het Bouwbesluit. De belangrijkste opgave ligt in de bestaande voorraad. Daar wil de gemeente eigenaar-bewoners stimuleren om hun woning te verduurzamen. Om ervoor te zorgen dat mensen met een zorgvraag zolang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, is het belangrijk alle nieuwbouw 'maximaal aanpasbaar' te ontwikkelen. 5. Betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen Er zullen voldoende betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen moeten worden gerealiseerd. Kwetsbare doelgroepen zijn doelgroepen die niet zonder extra maatregelen aan passende woonruimte kunnen komen. Hierbij richt men op huishoudens met lage inkomens en lage middeninkomens (sociale huur). Om de voorraad de komende jaren te consolideren moeten er minimaal 75 woningen in de periode 2015-2020 gebouwd worden om aan de verwachte vraag te voldoen (ter compensatie van sloop en verkoop).

Kesteren, Hoofdstraat 31

21

Planspecifiek In het plan zijn 13 appartementen opgenomen die inspelen op de vraag van senioren en starters. Voor senioren wil de gemeente inzetten op flexibele woonconcepten die ten minste voldoen aan de kwaliteitseisen die (zorgvragende) senioren stellen, maar ook aantrekkelijk zijn voor vitale senioren. Belangrijk hierbij is in te spelen op de differentiatie in de seniorengroep. Een kwalitatieve randvoorwaarde die veel senioren stellen bij een eventuele verhuizing is, dat zij er (ook voor hun gevoel) niet op achteruit gaan. Minder vierkante meters moeten dan gecompenseerd worden door meer comfort. Bovendien moet de woonomgeving zodanig zijn ingericht, dat deze voldoende inspeelt op de wensen van ouderen: voorzieningen, sociaal veilig en toegankelijk. Er is ook vraag naar appartementen in de huursector voor starters die dit zien als een tijdelijke opstap naar een eengezins(koop)woning. Hiermee sluit het plan goed aan op het gestelde woningbouwprogramma uit de Woonvisie.

3.5

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.

22

Kesteren, Hoofdstraat 31

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer & parkeren

4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen:  Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is.  Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag (aantal vervoersbewegingen per weekdag: vvb/wd). De toe- of afname wordt berekend aan de hand van het toekomstig programma met de bijbehorende verkeersaantrekkende werking minus de huidige verkeersaantrekkende werking van het programma dat verdwijnt.

De omgeving wordt getypeerd als 'niet-stedelijk' en waarbij conform de Nota parkeernormen van de gemeente van 'binnen de bebouwde kom' wordt aangehouden. Dit is vergelijkbaar met de CROW-typering van 'rest bebouwde kom'. Hieronder is gerekend met de gemiddelde kengetallen van de minimale en maximale toename die in de CROW-publicatie zijn opgenomen. - Detailhandel in dorpscentrum: 79,4 vvb/wd per 100 b.v.o. - Wonen koop vrijstaand: 8,6 vvb/wd per woning. - Wonen koop etage middelduur: 6,0 vvb/wd per woning. Huidige situatie Detailhandel Wonen koop vrijstaand Totaal

m²/aantal 950 1

kengetal 79,4 8,6

vvb/wd 754,3 8,6 762,9

Toekomstige situatie Detailhandel Wonen koop middelduur Totaal

m²/aantal 517 13

kengetal 79,4 6,0

vvb/wd 410,5 78 488,5

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verkeersafname van 274,4 vervoersbewegingen per weekdag. Hierbij moet opgemerkt worden dat de verkeersstroom voor de supermarkt deels is verplaatst. Aangenomen kan worden dat de huidige en toekomstige inrichting van de Hoofdstraat toereikend is om de verkeersstromen te kunnen verwerken. Hiervoor heeft de gemeente onlangs de openbare ruimte heringericht, waarmee rekening wordt gehouden met onderhavige ontwikkeling.

Kesteren, Hoofdstraat 31

23

Laden en lossen Het laden en lossen geschiedt aan de achterzijde van de winkels. Dit terrein is bereikbaar vanaf de Schenkhofstraat. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving De Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (11 mei 2017) en het 'Parapluplan Parkeren' (26 april 2018) zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Neder-Betuwe. Hierin worden onder andere parkeernormen gesteld op basis van de toe te voegen functies. 4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan Met het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' is voor het gehele plangebied van de gemeente NederBetuwe het aspect 'parkeren' ten aanzien van bouwen en gebruik geregeld. Dit bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' met de daarin opgenomen parkeerregeling is thans van kracht voor het plangebied. In het voorliggende bestemmingsplan zal een vergelijkbare parkeerregeling worden opgenomen. De parkeernormen zijn gebaseerd op de Nota Parkernormen Neder-Betuwe. De gemeente heeft de parkeernormen ontleend aan de landelijke kencijfers van het CROW. De onderbouwing van het aspect parkeren is opgenomen in de memo parkeren in bijlage 2. Hierin wordt geconcludeerd het plan voldoet aan de Nota Parkeernormen van de gemeente Neder-Betuwe. In de openbare ruimte en op het achterterrein is voldoende ruimte beschikbaar om te voldoen aan de parkeerbehoefte.

Het voorzien in de parkeerbehoefte is geborgd in voorliggend bestemmingsplan en in de overeenkomst met de gemeente. 4.1.3 Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar op het gebied van verkeer en parkeren.

4.2

Bodem

4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

24

Kesteren, Hoofdstraat 31

4.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Daarnaast is onderzoek gedaan ter plaatse van een voormalige ondergrondse tank. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Verkennend NEN 5740 De onderzoekslocatie is vooraf m.b.t. het NEN 5740-onderzoek als onverdacht verklaard. In de toplaagmengmonsters (zand) liggen de gemeten gehaltes onder de achtergrondwaarden. In de onderlaagmengmonsters (klei) liggen enkel de gemeten nikkelgehaltes in geringe mate boven de achtergrondwaarden. Nikkel in de bodem heeft in het rivierengebied vaak een natuurlijk licht verhoogde waarde. Geconcludeerd wordt dat de veronderstelling van onverdacht terrein gehandhaafd kan worden. Verkennend NEN 5707 asbest De onderzoekslocatie is vooraf m.b.t. asbest als onverdacht verklaard. Asbest verdacht materiaal is bij de inspectie van het maaiveld en in de opgeboorde grond zintuiglijk niet waargenomen. Daarnaast is in de grondmengmonsters geen asbest gedetecteerd. Geconcludeerd wordt dat de veronderstelling van onverdacht wat betreft asbest gehandhaafd kan worden.

Voormalige ondergrondse tank In de resultaten komt naar voren dat er een matige oliewaarneming is gedaan en er analytisch een minerale oliegehalte is aangetroffen. Dit gehalte ligt boven de achtergrondwaarde. De aangetroffen olieverontreiniging in de bodem is gering en de omvang wordt geraamd op ca. 1 m³. De aangetroffen olieverontreiniging in het grondwater is eveneens gering en de omvang wordt geraamd op enkele m³. De verontreiniging heeft, gezien diepte en omvang, geen enkel milieuhygiënisch risico (zowel humaan, ecologisch en qua verspreiding). Daarnaast is zij (grotendeels) veroorzaakt voor 1987 en betreft daarmee een historische verontreiniging en zij behoeft daarmee wettelijk geen saneringsacties. Wordt in de toekomst de bodem ter plaatse op de vervuilingsdiepte geroerd (kelder, aanleg leidingen) dan is het zinvol om de verontreiniging te verwijderen. In het huidige plan zullen er geen grondroeringen plaatsvinden op vervuilingsdiepte ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank. De verontreiniging zal in dit plan dan ook niet worden verwijderd. Op grond van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt bodemkundig geen beletselen zijn voor ontwikkeling van de onderzoekslocatie ten behoeve van voorliggend initiatief. 4.2.3 Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

4.3

Geluid

4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en

Kesteren, Hoofdstraat 31

25

Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning.

De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Kesteren. De locatie ligt op ca. 17 m van de Hoofdstraat, op 10 meter van de Schenkhofstraat en op 20 meter van de Nedereindsestraat. Dit zijn alle 30 km wegen zonder geluidzone volgens de Wet geluidhinder en dus niet onderzoeksplichtig. Er hoeft bovendien geen hogere waarde te worden aangevraagd voor de geluidbelasting door wegverkeer op de wegen in de omgeving indien de voorkeurswaarde wordt overschreden. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' is er wel een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De geluidbelasting door wegverkeer bedraagt 63 dB zonder aftrek (58 dB incl. aftrek) op de (zuid)gevel van de hoogst geluidsbelaste appartementen.

26

Kesteren, Hoofdstraat 31

Voor het aspect geluid zal sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de appartementen wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. De benodigde karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt 30 dB bij een geluidbelasting van 63 dB zonder aftrek. In de regels van dit plan is met een voorwaardelijke verplichting geborgd dat hieraan wordt voldaan. 4.3.3 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

4.4.1 Regelgeving Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek.

Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.

Tabel 4.1: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'

Kesteren, Hoofdstraat 31

27

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2 Doorvertaling bestemmingsplan Met betrekking tot milieuzonering is gekeken naar het effect van het uitbaten van de winkelfunctie en de activiteiten die hierbij komen kijken in relatie tot gevoelige functies in de omgeving. Daarnaast is geanalyseerd in hoeverre de woningen boven de winkel hinder ondervinden van bedrijven in en rond het plangebied. Op basis van de VNG-brochure is de omgeving van het plangebied aan te merken als een 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat is gelegen nabij hoofdinfrastructuur. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied.

Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur, te weten het centrum van Kesteren met diverse winkels en kantoren in combinatie met woningen, is sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand terug kan worden gebracht met één afstandsstap. Dit betekent concreet dat de gereduceerde richtafstanden – zoals opgenomen in tabel 1 – van toepassing zijn. Effect functies/bedrijven omgeving op nieuwe appartementen In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven en voorzieningen aanwezig. In onderstaande tabel zijn de adressen en maximaal toegestane milieucategorieën van de aanwezige bedrijven en inrichtingen weergegeven. Adres Inrichting Toelaatbare Maatgevende Richtafstand Feitelijke milieucategorie aspect (in m)* afstand (in m) Nedereindsestraat 2 Kantoor 1 Geluid 10 (0) 31 Hoofdstraat 28 Winkel 1 Geluid 10 (0) 27 Hoofdstraat 26 Winkel 1 Geluid 10 (0) 28 * de gereduceerde richtafstand in gemengd gebied is tussen haakjes weergegeven Tabel 4.2: overzicht relevante bedrijvigheid Overige functies/bedrijven zijn op een nog grotere afstand gelegen. De huidige bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering met het realiseren van onderhavig initiatief. Effect winkels in de plint op gevoelige functies Met betrekking tot het realiseren van de winkels in het plangebied vormt 'geluid' het bepalende aspect.

Op basis van de VNG-brochure geldt er een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk, en 0 meter in gemengd gebied. Daarmee kan worden geconcludeerd dat er geen sprake zijn van onaanvaardbare geluidhinder bij omwonenden en de nieuwe woningen boven de winkels. Het plan is met betrekking tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar.

28

Kesteren, Hoofdstraat 31

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1 Regelgeving In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2 Onderzoek Onderhavig plan is aan te merken als een 'klein' project aangezien het plan voorziet in vervangende nieuwbouw en het programma in verhouding tot 'grote' projecten gering is. Op basis van de verwachte verandering van het aantal vervoersbewegingen per weekdag is bepaald wat de bijdrage is aan de luchtkwaliteit, dit is berekend in paragraaf 4.1.1.

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verkeersafname van 161,3 vervoersbewegingen per weekdag. Dit betekent dat het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (N233) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 4.2 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2015. Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10656743/1