CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-bestemmingsplan met bijlagen

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 30 juni 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Kesteren, Nieuwe Dijk ong’28.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2.2

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de zuid west kant van het plaatsje Kesteren. De Xcoördinaat op de Topografische Kaart van Nederland is voor de onderzoekslocatie 169048 en de Y-coördinaat is 437302. Een topografisch overzicht en een weergave van de situatie is weergegeven in bijlage A. Huidig en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie is in gebruik als akkerland met diverse sloten, grotendeels van beperkte omvang. Het toekomstige gebruik van de locatie wordt boomgaard en mogelijk krijgt de voorzijde van het terrein een bedrijfs- en/of woonbestemming. Historisch kaartmateriaal Op historisch kaartmateriaal is te zien dat het gebruik van oorsprong altijd agrarisch is geweest. Er zijn geen bebouwingen of andere zaken welke invloed hebben op de bodem zichtbaar. De percelen welke direct grenzen aan de onderzoekslocatie zijn vanaf ca. 1960 in gebruik als boomgaard. Mede hierom wordt OCB (Orchanochloorbestrijdingsmiddelen) als kritische parameter meegenomen in het onderzoek. Dit betekent dat de bouwvoor aanvullend wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB’s.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

7 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

2.3

Terreinverkenning De terreinverkenning is direct voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd op 17 februari 2020. De locatiegegevens zoals genoemd in paragraaf 2.2 is tijdens de terreinverkenning geverifieerd. Tijdens de terreinverkenning zijn geen verdachte bronlocaties aangetroffen. De perceelsloten die in het verleden verwijderd leken te zijn, zijn nog op de locatie aanwezig.

2.4

Bodem en geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen in het rivierengebied. De bovengrond bestaat uit klei. De ondergrond bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,5 á 2

meter beneden maaiveld. De

regionale grondwaterstromingsrichting van het freatisch grondwater is zuidoostelijk gericht. De lokale grondwaterstroming kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van watergangen, kabel-, leiding en/of rioolsleuven en grondwateronttrekkingen in de directe omgeving. In onderstaande tabel is een weergave gegeven van de regionale bodemopbouw. Tabel 2.1 Schematische weergave van de regionale bodemopbouw

PAKKET

DIEPTE (M -MV)

SAMENSTELLING

Holocene afzettingen

0–4

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

Formatie van Kreftenheye

4 – 20

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Formatie van Peize en

20 - 38

Formatie van Waalre

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

2.5

Beschikbare dossierinformatie onderzoekslocatie Hieronder is dossierinformatie weergegeven welke betrekking heeft op de onderzoekslocatie. Tabel 2.2 Verzamelde informatie Bron

Bijzonderheden

Informatie

De opdrachtgever is voornemens het perceel aan te kopenen ter plaatse boomgaard

opdrachtgever

te realiseren. Mogelijk wordt op het voorterrein een bedrijfsruimte en/of woning gerealiseerd.

Informatie gemeente Neder Betuwe

Bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in een straal van 25m om de locatie zijn bij gemeente geen bodemonderzoeken in het archief aanwezig.

Bodemsanering Geen uitgevoerde bodemsanering m.b.t. de onderzoekslocatie in archief aanwezig.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

8 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

(Ondergrondse) brandstoftanks Geen gegevens m.b.t. (voormalige) brandstoftanks in archief aanwezig

Vergunningen (Bouw/Milieu/Hinderwet) Geen bouwvergunningen m.b.t. de onderzoekslocatie in archief aanwezig. Omgevingsdienst

GIS/BIS

Rivierenland

Op en nabij de locatie zijn geen bodemonderzoeken bekend.

PFAS De locatie ligt niet binnen de nu bekende PFOA contour van Chemours. Voor zover bekend zijn er wel (mogelijke) verdachte puntbronnen op of nabij de locatie aanwezig (geweest), zie ook de bijgevoegde lijst van PFAS verdachte (punt)bronnen. Het heeft betrekking op de voormalige boomgaarden in het noordoosten van het perceel. Hiervan is onbekend of daarbij PFAS is toegepast. Ook in het Rivierengebied is het vermoeden dat de bodem diffuus belast is met PFAS-verbindingen. De Bodemkwaliteitskaart is hier nog niet op aangevuld.

Ophogingen/toepassingen grond/baggerslib Er zijn meldingen over toepassingen van grond/baggerslib op het perceel.

Meldingen Besluit bodemkwaliteit Meldingsnummer: 39482.1 Melding gedaan op: 31-03-2011 Melding type: Werk schone grond Naam: TimmerRoekel Startdatum: 4-3-2011 Einddatum: 9-3-2011

Op luchtfoto’s van 2011 zijn (grond)werkzaamheden te zien.

Op basis van Topotijdreis lijken er in het verleden perceelsloten aanwezig te zijn. Deze zijn in het verleden verwijderd of aangevuld met grond van onbekende kwaliteit.

Voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten Er zijn verder geen bedrijfsactiviteiten op de locatie (geweest) na 2004.

Het noordoosten van de locatie staat aangemerkt als voormalige boomgaard. Deze verdachte activiteit heeft plaatsgevonden in de jaren ’60 en ’70.

Tanken bestand Er zijn geen tanks bekend op de locatie.

Bouw/sloop vergunningen / meldingen De locatie is niet bebouwd geweest. Provincie Gelderland

Bij de Provincie zijn geen zaken bekend welke invloed hebben op de bodem op de onderzoekslocatie.

Bodemloket

PROJECT DOCUMENTNUMMER

9 / 18

REVISIEDATUM

Niets bekend.

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

Expertisecentrum PFAS

Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens ten aanzien van PFAS bestaat het vermoeden dat Nederland grofweg in drie soorten gebieden aangeduid kunnen worden: 1.

Niet belaste gebieden;

2.

Diffuus

belaste

gebieden,

bestaande

uit

stedelijk

gebied,

industriële

gebieden, land- en tuinbouw; 3.

Gebieden

beïnvloed

door

brandweeroefenterreinen,

bronnen

PFAS,

PFAS-verwerkende

waaronder

bedrijven

en

vliegvelden, hun

directe

omgeving.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben geen activiteiten en/of calamiteiten plaatsgevonden die de bodem direct verdacht maken voor de aanwezigheid van PFAS.

2.6

Conclusies vooronderzoek en hypothese Middels het uitgevoerde vooronderzoek zijn de onderzoeksvragen zoals genoemd in paragraaf 2.1 zo goed mogelijk beantwoord. De informatie welke van invloed is op de bepaling van de hypothese wordt hieronder weergegeven. Uit het vooronderzoek blijkt dat geen activiteiten of calamiteiten hebben plaatsgevonden welke een negatieve invloed op de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse hebben uitgeoefend. Voor de locatie is de hypothese ‘onverdacht’ conform de NEN 5725 van toepassing. De onderzoekslocatie is niet lijnvormig. De bouwvoor wordt aanvullend bemonsterd en geanalyseerd op OCB’s. Op basis van het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat de onderzoekslocatie verdacht is ten aanzien van asbest in de bodem. De perceelsloten welke op historisch kaartmateriaal verdwenen leken te zijn, zijn nog aanwezig. De op de luchtfoto’s zichtbare (grond)werkzaamheden wordt niet specifiek van invloed geacht op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Daarnaast wordt deze met het onderzoek in een voldoende mate onderzocht. In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de (deel)locaties, bijbehorende hypothese en verdachte parameters. Tabel 2.3 Deellocaties met onderzoeksstrategie DEELLOCATIE

OPPER-

HYPOTHESE

VLAKTE

STRATEGIE

VERDACHTE/KRITISCHE

NEN 5740¹

PARAMETERS

ONV-GR-NL

OCB (bouwvoor)

(M²) Perceel KTRN C 526

47.240

Onverdacht, grootschalig

1) ONV-GR-NL : grootschalig onverdacht, niet lijnvormig

PROJECT DOCUMENTNUMMER

10 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

3

Veldwerkzaamheden In dit hoofdstuk worden de veldwerk- en laboratoriumresultaten gepresenteerd.

3.1

Uitvoering veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 17, 18 februari 2020. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden verricht: een visuele beoordeling van de situatie ter plaatse (terreinverkenning). het zintuiglijk beoordelen van het bij de boringen vrijgekomen bodemmateriaal op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen; bemonstering van het opgeboorde bodemmateriaal; het inmeten van de bemonsteringslocaties middels GPS (RTK-GPS/dGPS). Tabel 3.1 Deellocaties met boringen en peilbuizen DEELLOCATIE

BORINGEN

Kesteren perceel C 526

PEILBUIZEN1

DIEP

ONDIEP

001 t/m 005

006 t/m 009

010 t/m 030

1) a.

Peilbuizen met bovenzijde filter vanaf 0,5 meter minus grondwater (standaard NEN).

De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage A, blad 2. 3.2

Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. Een overzicht van de samenstelling van de verschillende grond(meng)monsters inclusief dieptes en de bemonsterde peilbuizen met bijbehorende chemische analyses is weergegeven in tabel 3.2 en tabel 3.3. Tabel 3.2 Overzicht samenstelling grondmonsters en analyseparameters (MENG-)

BORINGNUMMER(S)

ANALYSE1

REDEN MONSTERSELECTIE

0 - 25

OCB (25)

Bouwvoor

0 - 30

OCB (25)

Bouwvoor

0 - 30

OCB (25)

Bouwvoor

0 - 50

Standaardpakket

Onverdachte bovengrond

(CM-MV)

MONSTER

MM 001

DIEPTE

001, 002, 012, 006, 011, 015, 014, 010, 013

MM 002

004, 023, 028, 008, 022, 019, 020, 016, 007

MM 003

005, 003, 030, 027, 025, 018, 017, 024, 009, 029

MM 004

001, 002, 012, 006, 011, 015, 014, 010, 013

MM 005

004, 023, 028, 008, 022,

grond incl. LUOS 0 - 50

019, 020, 016, 007 MM 006

005, 003, 030, 027, 025,

Standaardpakket

Onverdachte bovengrond

grond incl. LUOS 0 - 50

021, 018, 017, 024, 009,

Standaardpakket

Onverdachte bovengrond

grond incl. LUOS

029 MM 007

PROJECT DOCUMENTNUMMER

11 / 18

REVISIEDATUM

001, 001, 002, 002, 002,

40 - 200

Standaardpakket

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

Onverdachte ondergrond

(MENG-)

BORINGNUMMER(S)

DIEPTE

ANALYSE1

REDEN MONSTERSELECTIE

(CM-MV)

MONSTER

006, 006, 006 MM 008

004, 004, 004, 008, 008,

MM 009

005, 005, 005, 003, 003,

grond incl. LUOS 40 - 170

007, 007

Standaardpakket

Onverdachte ondergrond

grond incl. LUOS 55 - 200

009, 009

Standaardpakket

Onverdachte ondergrond

grond incl. LUOS

1) zie bijlage C, incl. = inclusief organisch stof- en lutumgehalte

Tabel 3.3 Overzicht grondwatermonsters en analyseparameters PEILBUIS/WATERMONSTER

FILTERSTELLING (CM-MV)

ANALYSE1

001-1-1

140 - 240

Standaardpakket grondwater

002-1-1

140 - 240

Standaardpakket grondwater

003-1-1

140 - 240

Standaardpakket grondwater

004-1-1

140 - 240

Standaardpakket grondwater

005-1-1

140 - 240

Standaardpakket grondwater

1) zie bijlage C

3.3

Normering Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform NEN 5740: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd conform de AS3000 (accreditatieschema laboratorium analyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek). Afwijkingen Tijdens het onderzoek is niet afgeweken van de geldende normen.

3.4

Kwaliteitsborging Het procescertificaat van BOOT organiserend ingenieursburo (nr. VB-007) en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het onderzoek is op een zorgvuldige werkwijze en door gekwalificeerd personeel uitgevoerd. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart BOOT organiserend ingenieursburo onafhankelijk te zijn ten aanzien van opdrachtgever en projectlocatie.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

12 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

4

Onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten voortvloeiend uit het veldwerk en chemische analyse inclusief toetsing gepresenteerd.

4.1

Bodemopbouw en grondwater Bodemgesteldheid In tabel 4.1 is een overzicht van de aangetroffen bodemopbouw weergegeven. De bodembeschrijving per boring is weergegeven in bijlage B. Tabel 4.1 Bodemopbouw BODEMLAAG

BODEMTYPE

(CM-MV) 0 – 40

Matig siltig, zwak zandig, zwak humeuse klei

40 – 110

Zwak siltige klei

110 – 190

Matig siltige klei

190 – 250

Sterk siltige klei

Het grondwater bevindt zich op circa 80 cm-mv. 4.2

Veldwaarnemingen Grond Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden is bodemvreemd materiaal in de bodem aangetroffen. Een overzicht hiervan is weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Zintuiglijke waarnemingen BORING

TRAJECT (CM-MV)

BIJZONDERHEDEN

009

50 – 80

Sporen baksteen

De zintuiglijke waarneming geeft geen aanleiding de onderzoeksstrategie aan te passen. Asbest Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden is incidenteel bodemvreemd materiaal in de bodem aangetroffen bestaande uit sporen baksteen. Het bodemvreemd materiaal is niet asbestverdacht. Grondwater In tabel 4.3 zijn de gemeten grondwaterstanden en de tijdens peilbuisbemonstering gemeten waarden voor temperatuur, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (Ec), zuurstof (O2) en troebelheid (NTU) weergegeven. De in het veld bepaalde pH, en Ec wijken niet af van datgene wat van nature in de bodem voorkomt. Bemonstering van het grondwater heeft plaatsgevonden na stabilisatie van de waarden opgelost zuurstofgehalte en elektrisch geleidingsvermogen.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

13 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

Tabel 4.3 Gegevens grondwater tijdens bemonstering PEILBUIS

BKPB

GWS¹

TEMP¹

CM TOV MV

(CM TOV

( °C)

PH¹

EC¹

NTU²

BELUCHT³

(µS/CM)

BKPB)

001-1-1

40

75

6

7.6

907

106

nee

002-1-1

40

98

6.1

7.4

1477

240

nee

003-1-1

40

102

6.5

7.6

993

273

nee

004-1-1

40

68

7.1

7.4

275

250

nee

005-1-1

40

100

7.6

7.4

1042

210

nee

1) BKPB

: bovenkant peilbuis

GWS

: grondwaterstand

TEMP

: temperatuur

pH

: zuurgraad

Ec

: elektrisch geleidingsvermogen

O2

: zuurstof

NTU

: troebelheid (Nephelometric Turbidity Units)

2) Ondanks dat het grondwater is bemonsterd conform de NEN 5744, overschrijdt de in het veld gemeten troebelheid de vastgestelde waarden voor grondwater met een natuurlijke troebelheid (0 – 10 NTU). Dit betekent dat indien een in het grondwater gemeten concentratie de toetsings- of interventiewaarde overschrijdt, een herbemonstering dient te worden uitgevoerd gericht op het nemen van een grondwatermonster met een natuurlijke troebelheid. 3) Indien tijdens het voorpompen en/of grondwatermonstername de verlaging van het waterniveau in de peilbuis groter is dan 50 cm, waarbij het filterdeel gedeeltelijk droog is komen te staan, wordt gesproken van een belucht grondwatermonster.

4.3

Laboratoriumonderzoek en toetsing Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) De analysecertificaten van het laboratorium zijn weergegeven in bijlage C, evenals een verklaring van de analysepakketten. De gemeten waarden worden gecorrigeerd op basis van het gehalte lutum en organische stof. De gecorrigeerde waarde wordt de gestandaardiseerde meetwaarden (=GSSD) genoemd. De gestandaardiseerde meetwaarde wordt getoetst aan de achtergrondwaarde grond (AW2000 grond), streefwaarde grondwater en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering juli 2013 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De toetsingswaarden zijn als volgt gedefinieerd: Tabel 4.4 Toetsingswaarden TOETSINGSWAARDEN1

TOELICHTING

Achtergrondwaarde (AW)

Bodem ijkpunt voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande

Streefwaarde (S)

Grondwater ijkpunt voor milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande

van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

14 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. Interventiewaarde (I)

Het gehalte aan een stof waarbij de functionele eigenschappen voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.

1) In de praktijk wordt vaak het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde (of streefwaarde) en interventiewaarde gebruikt als toetswaarden waarvoor aanvullend en/of nader bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Dit rekenkundig gemiddelde wordt de tussenwaarde genoemd.

Bij toetsing van de grond- en grondwatermonsters is voor sommige (som)parameters de streef- / achtergrondwaarde hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000. In voornoemd geval wordt conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit en conform bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering de rapportagegrens als Achtergrondwaarde grond / Streefwaarde grondwater aangehouden. Bij somparameters geldt dit alleen als de waarden waarmee gerekend wordt lager zijn dan de rapportagegrens. Toetsresultaten grond In tabel 4.5 zijn de relevante en/of verhoogde parameters na toetsing van de geanalyseerde grondmonsters weergegeven. Tabel 4.5 Overzicht toetsresultaten grond(meng)monsters (MENG-)

BORINGNUMMER(S)

DIEPTE

TOETSING1

(CM-MV)

MONSTER

MM 001

001, 002, 012, 006, 011,

0 - 25

OCB-

0 - 30

OCB-

0 - 30

OCB-

0 - 50

-

0 - 50

Nikkel [Ni] (0,06)*

0 - 50

-

40 - 200

-

40 - 170

-

55 - 200

Nikkel [Ni] (0,02)*

015, 014, 010, 013 MM 002

004, 023, 028, 008, 022, 019, 020, 016, 007

MM 003

005, 003, 030, 027, 025, 018, 017, 024, 009, 029

MM 004

001, 002, 012, 006, 011, 015, 014, 010, 013

MM 005

004, 023, 028, 008, 022, 019, 020, 016, 007

MM 006

005, 003, 030, 027, 025, 021, 018, 017, 024, 009, 029

MM 007

001, 001, 002, 002, 002,

MM 008

004, 004, 004, 008, 008,

MM 009

005, 005, 005, 003, 003,

006, 006, 006

007, 007

009, 009 1) Zie bijlage C

-

: <= detectiegrens/achtergrondwaarde

*

: > achtergrondwaarde

PROJECT DOCUMENTNUMMER

15 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

**

: > tussenwaarde

***

: > interventiewaarde

Toetsresultaten grondwater In tabel 4.6 zijn de verhoogde parameters na toetsing van de geanalyseerde grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.6 Toetsresultaten grondwatermonsters PEILBUIS/WATERMONSTER

FILTERSTELLING (CM-MV)

TOETSING1

001-1-1

140 - 240

barium*

002-1-1

140 - 240

Minerale olie*, barium*

003-1-1

140 - 240

Molybdeen*, barium*

004-1-1

140 - 240

barium*

005-1-1

140 - 240

barium*

1) Zie bijlage C

-

: <= detectiegrens/streefwaarde

*

: > streefwaarde

**

: > tussenwaarde

***

: > interventiewaarde

De overige parameters, waarop de grond- en grondwatermonsters zijn onderzocht, zijn niet met verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarden grond aangetroffen. In bijlage D zijn de gemeten concentraties, de toetswaarden en de toetsresultaten weergegeven. 4.4

Resultaten laboratoriumonderzoek Bovengrond Plaatselijk overschrijdt in de bovengrond de concentratie nikkel de achtergrondwaarde. OCB’s (bestrijdingsmiddelen) zijn in de bouwvoor niet aangetoond. Ondergrond Plaatselijk overschrijdt in de ondergrond de concentratie nikkel de achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater overschrijden de concentraties barium, minerale olie en molybdeen de streefwaarden. Het licht verhoogd gehalte barium in het grondwater wordt vaker aangetroffen zonder dat sprake is van een duidelijk aanwijsbare bron. In deze gevallen wordt gesproken van een verhoogde waarden met een (semi) natuurlijke oorsprong1.

1

Bron: Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem (SIKB); Cahier “zware metalen”.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

16 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

4.5

Toetsing onderzoekshypothese De gevolgde onderzoeksstrategie (‘onverdachte locatie’) blijkt formeel gezien onjuist te zijn, omdat lichte verontreinigingen zijn aangetroffen. Het uitvoeren van een onderzoek met een opzet gericht op een verdachte locatie wordt weinig zinvol geacht. De resultaten van een dergelijk onderzoek zullen naar alle waarschijnlijkheid geen belangrijke verschillen vertonen ten opzichte van de huidige resultaten.

PROJECT DOCUMENTNUMMER

17 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

5

Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Uit het uitgevoerd bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: De licht verhoogde concentraties (nikkel) in grond en (barium, molybdeen en minerale olie) in het grondwater geven vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen; De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor de aankoop van het perceel en in de toekomst de bouw van een bedrijfsgebouw met woning; Indien het niet mogelijk is om bij de ontwikkeling van de locatie met een gesloten grondbalans te werken, dient grond van de locatie afgevoerd te worden. Alvorens dit materiaal toegepast kan worden, dient een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit uitgevoerd te worden. Mogelijk kan dan in overleg met de gemeente een toepassing worden gezocht in het kader van actief bodembeheer (bodembeheerplan en bodemkwaliteitskaart).

PROJECT DOCUMENTNUMMER

18 / 18

REVISIEDATUM

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

Bijlage A blad 1: blad 2:

PROJECT DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Topografische ligging Situatietekening en monsterpunten

Kesteren, Nieuwedijk (Kesteren/C/526) P20-0079-005 12 maart 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11594748/1