CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Spreidingswet t.b.v. gespreksavond 11 april 2024

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 11 april 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Uitgangspunten locatie asielopvang1.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatie ‘Spreidingswet en asielopvang’ t.b.v. gespreksavond gemeenteraad 11-4-2024 Spreidingswet Op 23 januari heeft de Eerste Kamer ingestemd met de “Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen”, ook wel bekend als de Spreidingswet. De Spreidingswet is 31 januari 2024 in werking getreden en geeft gemeenten een expliciete wettelijke taak om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. Doel Spreidingswet Het doel van de spreidingswet is te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtige verdeling van asielzoekers over Nederland. Capaciteitsraming Op 31 januari is tevens de capaciteitsraming gepubliceerd. Dit is de raming van het verwachte aantal opvangplaatsen dat de komende twee jaar nodig zal zijn. Eerder werd uitgegaan van 70.000 opvangplekken in Nederland, recent is dat verhoogd naar 96.000. Doel is dat deze uiterlijk 1 juli 2025 zijn opgeleverd, en dus beschikbaar zijn om te gebruiken. Naast deze raming is de provinciale opgave en de indicatieve verdeling per gemeente gepubliceerd. De opgave voor Neder-Betuwe is 145 opvangplekken, waarvan 12 Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) zonder status. Het ministerie van Justitie en Veiligheid verdeelt het aantal opvangplekken over heel Nederland.

Deze verdeling is tot stand gekomen op basis van een verdeelsleutel waarbij rekening wordt gehouden met het aantal inwoners per gemeente en de sociaaleconomische statusscore (SES-WOA-score). Overzicht capaciteitsraming: Aantal opvangplekken Nederland 96.000 Provincie Gelderland 11.704 Regio Rivierenland 1.492 Gemeente Neder-Betuwe 145

Waarvan AMV 8.140 126 12

Duurzame opvangplekken Alleen duurzame opvangplaatsen tellen mee in de opgave voor de Spreidingswet. Duurzame opvangplekken zijn voor minimaal 5 jaar beschikbaar. Als de capaciteitsraming in deze vijf jaar lager uitvalt blijven deze opvangplekken beschikbaar om fluctuaties op te kunnen vangen. Uitkeringssystematiek Gemeenten die meer plekken aanbieden dan hun indicatieve opgave ontvangen een extra uitkering van het Rijk. Zie voor een toelichting bijlage 1. Er is nog geen uitwerking beschikbaar voor de middelen voor de uitvoering van de wet. Uitgangspunt is dat uitvoering budgetneutraal gebeurt. Regionale en provinciale samenwerking Gemeenten wordt gevraagd om aan hun eigen provinciale regietafel (PRT) te bespreken hoe zij de gezamenlijke opgave gaan invullen. De PRT staat onder leiding van de Commissaris van de Koning in zijn rol als Rijksorgaan. Onze gemeente bespreekt in subregionaal verband met de andere gemeenten in Rivierenland welke gemeenten opvang bieden en met hoeveel plekken. Het is mogelijk om de totale opgave van asielzoekers, Oekraïense ontheemden en statushouders uit te ruilen. Daardoor kan een gemeente bijvoorbeeld meer statushouders huisvesten of Oekraïense ontheemden opvangen ten opzichte van asielzoekers.

Echter: • De taakstelling huisvesting statushouders uitruilen is niet aan te bevelen omdat dit een extra druk geeft op de woningmarkt en financieel nadelig uitvalt. • De gemeenten in Rivierenland vangen al gemiddeld meer ontheemden uit Oekraine op waardoor deze uitruil niet realistisch is. Binnen de opvang van asielzoekers kunnen gemeenten ook samenwerken. Daarover later in deze memo meer. Proces Spreidingswet Uiterlijk 1 november 2024 leveren de commissarissen van de Koning hun provinciaal plan in bij de staatssecretaris. Op basis van deze verslagen neemt de staatsecretaris voor 31 december 2024 het

zogenaamde verdeelbesluit. Daarbij kan hij eventueel gemeenten aanwijzen als blijkt dat op basis van het provinciaal plan onvoldoende plekken worden gerealiseerd. De gemeenten hebben daar 6 maanden de tijd voor. Wanneer de plekken niet binnen 6 maanden zijn gerealiseerd, kan de minister in het kader van ‘indeplaatsstelling’ overgaan tot het overnemen van deze taak en geeft de betreffende gemeente de regie uit handen. In de bijlage 2 is dit proces schematisch weergeven. Asielzoekerscentrum (azc) of kleinschalige opvang Asielzoekerscentrum Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) spreekt vanaf 300 opvangplekken van een asielzoekerscentrum (azc). Een azc biedt onderdak aan asielzoekers en is voorzien van een dienstencentrum. Diensten die op locatie aangeboden worden zijn bijvoorbeeld begeleidingsprogramma’s, huisartsenspreekuur, taallessen, recreatie, onderwijs en gesprekken met bijvoorbeeld de IND of vluchtelingenwerk. Er is permanente begeleiding aanwezig op een azc. Het COA is verantwoordelijk voor de exploitatie en beheer van een azc. Kleinschalige opvang Sinds dit jaar is ook kleinschalige opvang mogelijk. Het COA spreekt bij kleinschalige opvang over locaties tot circa 150 plekken of minder. De mogelijkheid voor kleinschalige opvang is opgenomen in de spreidingswet.

Hoewel specificaties nog niet bekend zijn, kan over het algemeen gesteld worden dat hoe kleinschaliger de locaties zijn, hoe meer verantwoordelijkheden bij gemeenten komen te liggen. Op kleinschalige locaties wonen bewoners zelfstandiger dan op een azc omdat er geen permanente begeleiding is en ze voor bijvoorbeeld een doktersbezoek, taallessen of recreatie of naar de hoofdlocatie (azc in de buurt) of gemeentevoorzieningen gaan. Bij kleinschalige opvang kent het COA twee basismodellen, namelijk: 1) AZC dependance (met azc in de buurt): Een opvanglocaties met minder dan 150 asielzoekers waarbij gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen van een azc. Het azc ligt hierbij op maximaal 45 minuten reistijd met het openbaar vervoer. 2) Zelfstandige kleinschalige opvanglocatie (ligt niet in de buurt van een azc): - Voor een zelfstandige locatie met 100-150 asielzoekers is er enige ondersteuning door het COA en wordt een mobiel begeleidingsteam vanuit het COA ingezet. Daarnaast zullen de gemeenten een deel zelf moeten organiseren, zoals locatiemanagement en zorg-, les- en andere voorzieningen. De exacte verdeling vindt in overleg met het COA plaats. - Voor een zelfstandige locatie met minder dan 100 bewoners moeten gemeenten onderwijs, zorg, begeleiding en veiligheid in principe zelf organiseren.

- Voor locaties tussen de 50 en 100 bewoners is het COA bereid om in overleg te gaan met gemeenten voor extra ondersteuning door het COA indien dit nodig blijkt te zijn. Naast deze twee basismodellen is het ook mogelijk om combinaties te maken. Denk bijvoorbeeld aan het clusteren van meerdere kleinschalige locaties op minder dan 45 minuten reisafstand van elkaar, zodat de voorzieningen volgens de opgetelde grootte kunnen worden ingericht. Voorzieningen kunnen hierbij verspreid worden over de verschillende locaties. De exploitatie kan door het COA worden gedaan of door gemeenten zelf. Hierbij is een gemeente wel afhankelijk van wat buurgemeenten realiseren aan asielopvang en is een goede samenwerking een belangrijke voorwaarde. In bijlage 3 is e.e.a. over kleinschalige opvang schematisch weergeven. Adviesbureau BMC heeft in samenwerking met het COA een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid en voorwaarden voor kleinschalige opvang in de Regio Rivierenland. De oplevering van het rapport is op 12 april 2024, dus kan nog niet gedeeld worden. De samenvatting van het rapport is al wel gedeeld en is opgenomen in bijlage 4. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) Een andere vorm van kleinschalige opvang is voor Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) tijdens hun asielprocedure.

Deze jongeren worden opgevangen in een locatie waar ze met 50 tot 80 jongeren van 15 tot 18 jaar samenleven. Hier is continue begeleiding aanwezig vanuit het COA en er wordt een volledig aanbod van activiteiten geboden.

Vroegtijdige sociale integratie en participatie Arbeidsproces Een wetswijziging eind 2023 heeft ervoor gezorgd dat asielzoekers sneller aan het werk kunnen. Een asielzoeker mag in Nederland werken als zijn asielaanvraag minstens 6 maanden in behandeling is. Werken kan alleen als de werkgever een tewerkstellingsvergunning (TWV) heeft. Er is geen beperking in het aantal weken dat een asielzoeker per jaar mag werken. Dit in tegenstelling tot de 24 weken per jaar, wat voorheen een beperking was. Statushouders, ofwel asielzoekers met een verblijfsstatus, hebben nu vaak moeite om een baan te vinden. Dat komt onder meer doordat ze tijdens de asielprocedure alleen tijdelijk werk mochten doen. De verwachting is dat de wetwijziging een positief effect heeft op (het tempo van) integratie. Onafgebroken inburgeringsproces Gemeenten kunnen er op inzetten om asielzoekers die zij opvangen en die een verblijfstatus krijgen (en dus statushouder zijn), te huisvesten in de plaats waar ze op dat moment wonen of werken. De inburgering zal dan succesvoller verlopen en het krijgen van een baan is kansrijker. Planning en proces Lokaal overleg en planning In de wet staat dat de provincie vóór 1 november a.s. het provinciale plan moet indienen bij de staatssecretaris.

Rekening houdend met behandeling en opstellen van het provinciale plan in oktober, betekent dit dat besluitvorming uiterlijk in de gemeenteraad van september 2024 moet plaatsvinden. Het moet dan tenminste duidelijk zijn hoeveel asielplekken wij aanbieden en in welke vorm (azc of kleinschalig). De processtappen om te komen tot een keuze over de beoogde opvanglocatie kunnen zijn: 1. Gespreksavond met gemeenteraad over locatiecriteria en uitgangspunten voor een opvangvoorziening. 2. Uitgangspunten voor locatie en opvang vaststellen door gemeenteraad. 3. Inventarisatie mogelijke locaties (longlist) en deze toetsen aan de gestelde uitgangspunten. 4. Verdiepend onderzoek naar enkele locaties (shortlist) op geschiktheid. 5. Aan de hand van het eindrapport neemt de gemeenteraad een besluit over locatie asielopvang. 6. Opstarten benodigde RO procedures en het geschikt maken van de locatie. Burgerparticipatie Om tot een juiste keuze te komen is de input van inwoners belangrijk. Inwoners wordt gevraagd mee te denken door mogelijke locaties voor asielopvang door te geven. Aan de hand van de vastgestelde uitgangspunten worden deze locaties beoordeeld. Onderdeel van het verdiepend onderzoek naar de locaties op de shortlist zijn dialoogsessies met inwoners waarin zij input kunnen geven die meegewogen wordt bij het opstellen van het eindrapport.

Bijlage 1

Belangrijk voor gemeenten die meer plekken bieden dan hun indicatieve opgave: 1. Voor welke uitkering komt de gemeente in aanmerking a. Keuze maken tussen uitkering 1 of uitkering 3 2. Bespreking Lokaal en aan de PRT te bespreken. 3. Lokale besluitvorming voor aanvraag uitkering bij JenV via een daarvoor nog te ontwikkelen formulier.

Bijlage 2. Verdeelsystematiek Spreidingswet

Bijlage 3. Kleinschalige asielopvang

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14028765/1