Memo aanvullende vragen nav beeldvormende avond
Tekst van het document
Memo Van: College B&W Aan: Gemeenteraad Betreft: Aanvullende informatie naar aanleiding van toezeggingen tijdens de beeldvormende avond inzake de begroting 2026-2029 Aanleiding In de beeldvormende avond over de begroting 2026-2029 zijn door het college vier toezeggingen gedaan.
Over de volgende antwoorden krijgt u nog aanvullende informatie: 33/ vergunningenbeleid bij sloop, voorwaarden aan recycling; 41/ of en hoe de raad kan worden geïnformeerd over de werkelijke stikstofreductie/-uitstoot; 48/ eigen bijdrage inburgering; 105/ Nadere informatie over onderzoek naar de doelmatigheid van subsidies 118/ informatiebeleidsplan. Antwoorden Vraag 33 De inhoudelijke eisen voor het scheiden van bouw- en sloopafval staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Belangrijk onderscheid: scheiden doen wij aan de voorkant (bij de sloop en inzameling), terwijl recyclen vervolgens in de keten gebeurt door de afvalverwerker. De gemeente recyclet dus niet zelf. Voor die verwerkers gelden aparte milieuregels op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Kortom: wij zijn, via de ODR, verantwoordelijk voor het toezicht op de sloop in onze gemeente, voor het gescheiden vrijkomen en inzamelen van afvalstromen conform het Bbl. De recycling van deze gescheiden stromen is de taak van de verwerker, die daarbij moet voldoen aan de specifieke Bal-regels. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente of provincie via de omgevingsdienst waaronder de verwerker valt. Vraag 41 Per initiatief (zowel bij omgevingsplannen als bij omgevingsvergunningen) wordt een AERIUS-berekening uitgevoerd.
Met deze berekening wordt inzichtelijk gemaakt wat de stikstofdepositie van het initiatief is. Op basis van de uitkomst wordt gekeken of er maatregelen genomen moet worden om de stikstofdepositie te verminderen. We houden geen overzicht bij van stikstofreductie en -uitstoot. Naast een AERIUS-calculator is er ook de AERIUS-monitor. Deze monitor biedt informatie over de totale stikstofbelasting op de beschermde natuurgebieden en waar deze vandaan komt. Vraag 48
Dat hangt af van wanneer iemand is begonnen met inburgeren en of het gaat om een asielstatushouder of een gezinsmigrant: Asielstatushouders die onder de nieuwe wet vallen (Wet Inburgering 2021, geldig vanaf 2022) hoeven niet zelf te betalen voor hun inburgeringstraject. Voor inburgeraars die onder de Wet inburgering 2013 vallen (‘oude wet’) geldt dat zij wel zelf de kosten moeten betalen. Hiervoor konden ze een lening afsluiten bij DUO. De gemeente had geen rol in begeleiding of betaling.
Gezinsmigranten zijn ook inburgering plichtig en moeten hun inburgeringstraject zelf betalen, ook onder de nieuwe wet. Het gaat dan om kosten voor taalcursus, examens en eventuele herexamens. Wel is de rol van de gemeente veranderd als het gaat om begeleiding en het opstellen van een persoonlijk plan. De kosten hiervoor worden ook door de gemeente bekostigd.
Vraag 105 In de begroting wordt inderdaad gesproken over onderzoeken. Dit is echter geen onderzoek waarbij een rapportage of iets vergelijkbaars opgeleverd wordt. Zoals in de begroting staat, vragen we subsidiepartners om hun bijdragen aan de maatschappelijke resultaten in de nota sociaal domein op heldere wijze zichtbaar te maken om een juiste inschatting te kunnen maken van de doelmatigheid van de subsidies. Dit doen we via het aanvraagformulier voor subsidies 2026. De aanvraagtermijn voor 2026 lag op 1 oktober 2025, dus deze formulieren zijn recent door ons ontvangen. Wij beoordelen de aanvragen en geven op basis daarvan een beschikking af (subsidieverlening). In 2026 voeren deze partners hun activiteiten uit en blijven we hierover met de partners in contact. Zeker met de grotere subsidieontvangers worden periodiek kwaliteitsgesprekken gevoerd over de afgesproken, te behalen maatschappelijke resultaten. Na afloop van het subsidiejaar stellen zij een verantwoording op, op basis waarvan wij de verleende subsidie vaststellen. Dit gebeurt op basis van een inhoudelijke en een financiële verantwoording.
NB. Bovenstaande is niet van toepassing op de activiteitensubsidies. Dit zijn kleinere subsidies (tot € 5.000), veelal bestemd voor verenigingen, die onder een lichter verantwoordingsregime vallen. Vraag 118 In de bijlage treft u het geactualiseerde IBP aan. In het document is nog geen rekening gehouden met de effecten van de visie op dienstverlening, het rekenkameronderzoek, de toekomstvisie en de verandering van de organisatiestructuur. Deze worden verwerkt in het IBP als nadere besluitvorming en/of verder concretisering heeft plaats gevonden. Bijlage: 1. Geactualiseerd IBP 2025