CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

ING-45 - SWMB inzake Willemspolder fase 1

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Overige ingekomen stukken (excl. bijlagen)5.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan

Van:

de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe

Stichting Milieuwerkgroep Midden Betuwe Bezorgde inwoners van IJzendoorn

IJzendoorn, 1 september 2022

Geachte raadsleden,

Op 14 en 15 september buigt u zich over het bestemmingsplan Willemspolder fase 1. Tot nu toe bent u vooral door initiatiefnemer Dekker meegenomen in de plannen voor deze polder. Daarbij zijn vast de mooie kanten belicht. Hoe mooi het wordt als de ontzanding na 10 jaar is afgerond en het gebied opnieuw is ingericht met nieuwe natuur, water en recreatievoorzieningen. Het kost ons geen cent, want het wordt allemaal gefinancierd uit de opbrengsten van de zandwinning. Dit lijkt een geweldige geste van de initiatiefnemer. In werkelijkheid is zorgen voor ruimtelijke meerwaarde een harde voorwaarde om überhaupt een ontgrondingsvergunning te krijgen. Het achterlaten van grote, diepe zandwinplassen in de uiterwaarden past namelijk niet meer in het beleid. Misschien las u in de krant over de ‘fluisterstille zandfabriek’ waarmee ze de klus gaan klaren en dacht u dat zo’n elektrisch aangedreven werktuig nauwelijks lawaai maakt. Of werd u blij van de zonnepanelen die meer energie opwekken dan nodig voor de zandfabriek. Genoeg om 881 huishoudens te laten participeren in duurzame energie. Nu, de drijvende zandfabriek produceert net zoveel lawaai als een rockband (113 tot 116 dB(A). En uit de stukken bij de watervergunning blijkt dat de zandfabriek meer stroom verbruikt dan de panelen opwekken.

Dus wat blijft er over voor ons? Zo zitten er meer aspecten aan het plan, die wanneer je er gedetailleerder naar kijkt, rooskleuriger worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Wij vinden dat we deze aspecten bij u als onze volksvertegenwoordigers onder de aandacht moeten brengen, want wij maken ons grote zorgen over de gevolgen van het plan voor IJzendoorn. Waar maken wij ons zorgen over? Wij praten al jaren mee in de klankbordgroep Willemspolder. Desondanks dienden we zienswijzen in op alle ter inzage gelegde ontwerpbesluiten en maakten we bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan. Binnen zes weken hebben we hiervoor zo’n 6000 pagina’s moeten doornemen. We kregen te maken met rectificaties in kennisgevingen en verwarrende, onjuiste procedures rond de tijdelijke omgevingsvergunningen voor de bedrijfsactiviteiten op de Binnenwaard. Dat we op tijd en gedegen konden reageren, is alleen maar gelukt omdat wij binnen onze groep kennis hebben van geluid, ruimtelijke ordening, omgevingswetgeving en daarnaast een beroep konden doen op kennis binnen ons netwerk. Desondanks was het voor ons een tijdrovende en pittige klus. Wij denken dat zoiets voor de gemiddelde inwoner van IJzendoorn onbegonnen werk is. Die moet met name afgaan op de positief getoonzette publieksinformatie van de initiatiefnemer. 1

Wel zijn we hierdoor goed op de hoogte met de plannen. We kennen niet alleen de hoofdlijnen, maar ook de details. En juist daarom maken we ons zorgen over de gevolgen van het plan. Over (laagfrequent)geluid, het toepassen van gebiedsvreemd materiaal en de hydrologische effecten. Maar wij zijn vooral verontrust over de voorgenomen herontwikkeling van de Binnenwaard tot op-, overslag- en bewerkingsbedrijf voor zand en grind. Juist omdat dit onderdeel uit het bestemmingsplan is gehaald, vrezen wij dat deze ontwikkeling niet meer te stoppen is. Met als gevolg de permanente vestiging van een bedrijf dat qua milieubelasting een factor 10 zwaarder is dan de momenteel toegelaten steenfabriek. Een bedrijf dat op geen enkele manier voldoet aan de door de gemeente vooraf gestelde planologische randvoorwaarden. Dit klinkt wellicht stellig, maar we kunnen het onderbouwen. Wat is er aan de hand met de Binnenwaard? Wij weten dat u een aantal malen bent geïnformeerd over het plan. Wij weten niet hoe diep daarbij is ingegaan op de herontwikkeling van de Binnenwaard. Waarschijnlijk is er alleen op hoofdlijnen over gesproken, waarbij de voorgenomen activiteiten zijn benoemd als duurzame bouwgrondstoffen-HUB met haven voor scheepvaarttransport. Nu, het is de bedoeling dat daar op jaarbasis 1 miljoen ton materiaal wordt verwerkt tot industriezand in een drijvende zandfabriek.

Daarbovenop wordt jaarlijks 0,5 miljoen ton industriezand en grind op- en overgeslagen. Al het materiaal wordt van elders per schip aangevoerd en na verwerking per schip weer afgevoerd. Wellicht is u verteld dat de bedrijfsoppervlakte gelijk blijft (9,8 ha) en dat de activiteiten passen binnen milieucategorie 4.2. Daarmee zou de ontwikkeling vergelijkbaar zijn met de momenteel toegelaten steenfabriek en passen binnen de gestelde planologische randvoorwaarden. Wij hebben dit gecheckt en wij komen tot heel andere bevindingen. De bedrijfsoppervlakte neemt toe tot 14 ha en de activiteiten vallen in milieucategorie 5.2. Natuurlijk hebben wij hierover een zienswijze ingediend, zowel op het voorontwerp als op het ontwerp bestemmingsplan. Vanwege de ingekomen zienswijzen is de bedrijfsbestemming uit het ontwerpbestemmingsplan gehaald. Maar niet definitief, zoals we verwacht hadden en ook niet volledig. De ‘witte vlek’ in het plan bestrijkt slechts een deel van de bedrijfsbestemming. Het college wil het gewenste bedrijf vooralsnog alleen tijdelijk mogelijk maken (maximaal 5 jaar). In deze proefperiode wordt onderzocht of de bevolking er ‘last’ van ondervindt. Dit lijkt een mooi gebaar en zo wordt het ook verkocht. De proef wordt toegespitst op geluidsoverlast en gebeurt onder regie van het bedrijf.

Op basis van de uitkomsten van monitoring en evaluatie van deze 'proefperiode' wordt beoordeeld of er een permanente bestemming wordt gegeven aan het bedrijfsterrein, zo lezen we in de toelichting. Dit stelt ons niet gerust. Het gaat niet om geluidoverlast, maar om planologische aanvaarbaarheid. Wij weten ook niet wat precies met het bedrijf is afgesproken. Het lijkt erop dat de toestemming voor de bouwgrondstoffen-HUB slechts afhangt van de uitkomsten van de proef. Dit zou betekenen dat de gemeente het aan subjectieve oordeel van de bevolking overlaat of het bedrijf er mag komen. Dit zou niet mogelijk moeten zijn, omdat het objectief gezien al niet aan de randvoorwaarden van de gemeente voldoet. Het bestemmingsplan lijkt er al van uit te gaan dat het bedrijf er komt. Het maakt de aanleg van een haven mogelijk (is in het plan bestemd als water) en er is een geluidzone voor het bedrijf opgenomen. Hierin is rekening gehouden met de dempende werking van grondwallen, die ook al zijn opgenomen in het plan. Wij vinden dit prematuur, net als het uitvoeren van de proef. Eerst zou moeten vaststaan of bouwgrondstoffen-HUB wel kan voldoen aan de planologische randvoorwaarden (oppervlakte en milieucategorie).

2

Wij krijgen de indruk dat het college toetsing aan deze randvoorwaarden uit de weg wil gaan. Een inhoudelijke reactie op onze zienswijzen hierover wordt niet gegeven, omdat de bedrijfsbestemming uit het bestemmingsplan is gehaald. Het beoordelen van de milieucategorie en overige effecten van de ontwikkeling op de omgeving wordt meegenomen bij de vergunningsprocedures voor de tijdelijke activiteiten, zo is toegezegd in het Eindverslag inspraak en vooroverleg bij het Voorontwerp bestemmingsplan. Wij hebben deze vergunningen inmiddels ook doorgenomen. Daarbij is ons niet gebleken dat er iets gedaan is met onze zienswijze. Er wordt nog steeds beweerd dat de ontwikkeling past binnen milieucategorie 4.2 en binnen 9.8 ha. We hebben daarom een bezwaar tegen deze vergunning ingediend. Wij vinden dat de gemeente gelet op de toename van de bedrijfsoppervlakte en de hogere milieucategorie, helemaal geen planologische medewerking zou moeten geven aan de vestiging van het voorgenomen op-, overslag en verwerkingsbedrijf op de Binnenwaard. Ook niet aan de tijdelijke vestiging. Het voldoet namelijk niet aan de gestelde randvoorwaarden en doet dit na 5 jaar ook niet. Wij kwalificeren de tijdelijke omgevingsvergunning als een ‘salamitactiek’, om voor elkaar te krijgen wat eigenlijk bij voorbaat niet mogelijk is. Wij protesteren hier krachtig tegen.

Er is absoluut geen draagvlak voor een bedrijf op de Binnenwaard dat qua oppervlakte en milieugebruiksruimte groter is dan de momenteel toegelaten steenfabriek. Wat vragen wij van u? Gelet op het bovenstaande vragen wij u: stel dit bestemmingsplan zo niet vast. Haal in ieder geval de beoogde haven, de grondwallen en de geluidzone uit het plan.

Met vriendelijke groet, [Namen van afzenders bekend bij griffie]

Meer informatie Wij doen in onze brief een aantal beweringen en wij snappen dat u wellicht behoefte heeft aan een onderbouwing daarvan. Dat doen wij in de bijlagen hierna. Eerst op hoofdlijnen, zoveel mogelijk in ‘gewone taal’. Daarna volgt een meer technische, juridische onderbouwing voor de 1 t/m 4 genummerde punten. Omdat we er naar verwijzen, sturen we ook de omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan (het besluit) en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing mee. Evenals de ‘Motivatie zonnepanelen Beleidslijn grote rivieren’ behorend bij de ontwerp watervergunning. Natuurlijk zijn wij bereid vragen te beantwoorden of een toelichting te geven, bijvoorbeeld in uw fractievergadering.

3

Bijlage 1: Onderbouwing op hoofdlijnen. Punt 1 t/m 4 wordt verder toegelicht in bijlage 2 Wat wordt er beweerd

Wat gebeurt er feitelijk

1

Het betreft de omvorming van een voormalig steenfabrieks-terrein naar een duurzaam bouwgrondstoffencentrum met haven en ruimte voor duurzame startups. De herontwikkeling vindt oppervlakteneutraal plaats (blz. 5 Ruimtelijke onderbouwing Bedrijfsterrein Binnenwaard Willemspolder fase 1).

2

Het in de eindfase te realiseren bouwgrondstoffencentrum met haven voor scheepvaartmobiliteit valt volgens de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering onder SBI 52242: Laad-, los en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart. De opslagoppervlakte is < 2000 m2, waardoor milieucategorie 4.2 van toepassing is (blz. 6 verleende omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken Bestemmingsplan) De voorgenomen revitalisering van de bedrijfsbestemming in de Binnenwaard is planologisch inpasbaar binnen milieucategorie 4. Daarmee is de milieugebruiksruimte gelijkwaardig aan de vigerende bestemming ‘Baksteenfabriek’ (artikel 22) uit bestemmingsplan Buitengebied Echteld 1975. In het onderhavige geval is, volgens het voorbeeld van de bestemming ‘Bedrijf’ uit het inpassingsplan Waalwaard-Dodewaard, uitgegaan van maximaal categorie 4.2 (watergebonden) (blz. 27 onder 5.4.2 van de Ruimtelijke onderbouwing Binnenwaard)

De omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan spreekt van een oppervlakte van 9,8 ha, maar dit moet 14 ha zijn, omdat 2 ha water ten westen van de Binnenwaard (bij de rode stip) en de beide grondwallen bij de bedrijfsbestemming moeten worden gerekend. De herontwikkeling vindt daarom niet oppervlakteneutraal plaats. Hierdoor gelden er andere rijks- en provinciale regels. Daar is niet aan getoetst. In werkelijkheid bedraagt de opslagoppervlakte op land 2 ha en in de haven minimaal 3 ha. Het beoogde bouwgrondstoffencentrum heeft dus een opslagoppervlakte > 2000 m2. Zo’n bedrijf heeft SBI-code 52242 nr. 4. Daarop is milieucategorie 5.2 van toepassing.

3

4

In de toelichting op het bestemmingsplan (blz. 9) staat dat de gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan door middel van een uitgebreide procedure omgevingsvergunning (art. 2.1, lid 1 onder c jo. art. 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo). Dit wordt buitenplans afwijken genoemd.

De reactie op onze zienswijze dat de grondwallen bij de bedrijfsbestemming horen luidde: Na ontgronding wordt het gebied heringericht als waterrijke natuur met extensieve recreatie als medegebruik. Echter aangrenzend (buiten het plangebied) ligt een bestaand bedrijfsterrein. Dit bedrijfs-terrein is nog steeds in gebruik. Het is wenselijk om dit gebruik landschappelijk in te passen en de aanwezige bebouwing en buitenopslag verder aan het zicht te onttrekken. Dit wordt bereikt door de aanleg van de twee Grondwallen. Willemspolder fase 1 kan ruimte bieden aan een drijvend zonnepark van ongeveer 6 ha en 5.000 m² zonnepanelen op het dak van de nieuwe bedrijfshal. De verwachte energieopbrengst is 4.774 MWh. Het verbruik van het eigen materieel van Dekker is 2.130 MWh. Er resteert 2.644 MWh voor duurzame initiatieven en participatie van de omgeving in duurzame energie. De resterende hoeveelheid energie komt overeen met het verbruik van 881 huishoudens (Toelichting Bestemmingsplan blz. 14).

4

De voorgenomen revitalisering is op geen enkele manier te vergelijken met de Waalwaard. Op grond van het inpassingsplan Waalwaard zijn alleen Laad, los en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart met een opslagoppervlakte <2000 m2 toegelaten. Op de Binnenwaard is de toegestane opslagoppervlakte meer dan 10x zo groot. Bovendien zijn categorieën inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken expliciet uitgesloten in het inpassingsplan. Er is dan in tegenstelling tot de Binnenwaard ook geen geluidzone rond de Waalwaard vastgesteld. Voor het beoogde bedrijf op de Binnenwaard is wel een geluidzone nodig en het beoogde bedrijf is 10x zo zwaar. In plaats hiervan is bij de op 25 maart verleende omgevingsvergunning gebruikgemaakt van art. 2.1, lid 1 onder c jo. art 2.12 lid 1 onder a, sub 2 Wabo : buitenplans afwijken kleine gevallen (kruimellijst). Hierop is de reguliere procedure van toepassing. Echter, er is hier geen sprake van een kruimelgeval omdat de haven geschikt is voor schepen van 2500 ton. Daarnaast is de aanvankelijk gelijktijdig ingediende aanvraag voor de omgevingsvergunning milieu weer ingetrokken om hem apart aan te vragen. Echter, dit zijn onlosmakelijke activiteiten, die gelijktijdig moeten worden aangevraagd (Wabo art. 2.7).

Wel kan een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan voorafgaand en los van de omgevingsvergunning milieu aangevraagd worden. Dit om pas als er hierover een onherroepelijk besluit is genomen de omgevingsvergunning milieu aan te vragen. Echter beide omgevingsvergunningen zijn op 25 maart aan initiatiefnemer verstuurd. Artikel 2.7 Wabo is dus niet gebruikt om eerst duidelijkheid te krijgen over de planologische aanvaardbaarheid, maar om bij de tijdelijke omgevingsvergunning voor het afwijken bestemmingsplan de reguliere procedure te kunnen toepassen. Deze handelswijze is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 3:3 Awb). Dit is gebeurd omdat initiatiefnemer op 28 februari 2022 had verzocht uiterlijk op 1 april op de aanvraag te beslissen. Kennelijk zou dat niet lukken als daarbij voor het bestemmingsplandeel de uitgebreide procedure gevolgd moest worden. Het gevolg is dat er geen ontwerp-vergunning ter inzage is gelegd en de gemeenteraad gepasseerd is (geen VVGB nodig). Alleen belanghebbenden konden bezwaar maken. Feit is dat de bestaande bebouwing en opslag op dit moment aan het oog worden onttrokken door bomen. Voordat de grondwallen kunnen worden aangelegd, moeten deze bomen eerst gekapt worden. Na de aanleg worden er weer bomen op de wallen geplant. Feit is verder dat de grondwallen zijn meegenomen in de geluidberekeningen.

Ze fungeren daarmee als geluidwal en horen daarom bij de bedrijfsbestemming. De verwachte jaarlijkse energieopbrengst van de drijvende zonnepanelen is 4.774 MWh op basis van 6 ha x opbrengst 725 MWh/ha. Het jaarlijkse verbruik van het drijvend materieel van Dekker voor het winnen en klasseren van bouwgrondstoffen in Willemspolder fase 1 is:- Zuiger Emmy – Klasseerinstallatie Yvonne : 1500 kWh x 55 uur / week x 47 weken = 3.878 MWh - Reconstructiezuiger: 750 kWh x 55 uur / week x 47 weken = 1.939 MWh Totaal: 5817 MWh. (Ontwerp watervergunning, motivatie zonnepanelen Beleidslijn grote rivieren )

Bijlage 2: Verder toelichting punt 1 t/m 4 Punt 1: Omvorming Binnenwaard tot bouwgrondstoffen HUB gebeurt niet oppervlakteneutraal Op blz. 5 van de Ruimtelijke onderbouwing lezen we: Voorliggend rapport bevat de ruimtelijke onderbouwing voor de herontwikkeling van bedrijfsterrein Binnenwaard aan de Nieuweweg 2 te IJzendoorn. Het betreft de omvorming van een voormalig steenfabrieksterrein naar een duurzaam bouwgrondstoffencentrum met haven en ruimte voor duurzame startups. De herontwikkeling vindt oppervlakteneutraal plaats. De bestemming bedrijf wordt verdeeld over zowel land als water. De locatie van de bedrijfsbestemming verschuift in de richting van de bestaande toegangsgeul naar de Waal. In het ontwerpbestemmingsplan Willemspolder fase 1 is de bedrijfsbestemming als een witte vlek uitgespaard. De gronden ten westen van de ‘witte vlek’ bij de rode stip krijgen de bestemming water. Deze gronden hebben een oppervlakte van 5 ha. Het grootste deel van het gebied is in de huidige situatie land, maar wordt afgegraven, tot een diepte van meer dan 20 m voor een haven. Op blz. 10 van Ruimtelijke onderbouwing staat de verbeelding van het voorontwerp bestemmingsplan Willemspolder fase 1 waarop de beoogde en ten opzichte van het geldende bestemmingsplan verschoven bestemming Bedrijf van het bedrijfsterrein Binnenwaard met paars is aangeduid.

Ter hoogte van de rode driehoek krijgt het water een bedrijfsbestemming (ligplaats drijvende zandfabriek, de klasseerinstallatie). Ter hoogte van de rode en gele ster blijft de bestemming water gehandhaafd. Slechts 3 ha (bij de driehoek) van de 5 ha water wordt bij de bedrijfsbestemming gerekend. De overige 2 ha (bij de sterren) houdt de bestemming water. Dit water maakt onderdeel uit van de haven. Deze haven is geschikt voor grote rijnschepen Va/Vb met een lengte tussen de 135 en 190 m. Deze schepen hebben dit deel van de haven nodig om te kunnen manoeuvreren. Dit havendeel hoort bij de inrichting en hoort een bedrijfsbestemming te krijgen. Dat geldt ook voor de grondwallen die ten noorden en ten zuiden van de bedrijfsbestemming zijn voorzien met een oppervlakte van 2 ha. Zij hebben een geluidwerende ten behoeve van het bedrijf en ten onrechte buiten de bedrijfsbestemming gehouden. De herontwikkeling vindt daarom niet oppervlakteneutraal plaats. Vanwege deze uitbreiding gelden er andere rijks- en provinciale regels. Daar is niet aan getoetst. Punt 2 en 3: De voorgenomen activiteiten op de Binnenwaard zijn niet inpasbaar binnen milieucategorie 4 en zijn niet vergelijkbaar met de Waalwaard Op blz.

27 onder 5.4.2 van de Ruimtelijke onderbouwing bedrijfsterrein Binnenwaard lezen we: De voorgenomen revitalisering van de bedrijfsbestemming in de Binnenwaard is planologisch inpasbaar binnen milieucategorie 4. Daarmee is de milieugebruiksruimte gelijkwaardig aan de vigerende bestemming ‘Baksteenfabriek’ (artikel 22) uit bestemmingsplan Buitengebied Echteld 1975. In het onderhavige geval is, volgens het voorbeeld van de bestemming ‘Bedrijf’ uit het inpassingsplan Waalwaard-Dodewaard, uitgegaan van maximaal categorie 4.2 (watergebonden). Dit wordt op dezelfde pagina gemotiveerd aan de hand van twee voorbeelden die vergelijkbaar zouden zijn met de ontwikkeling op de Binnenwaard:  Bestemmingsplan Waalwaard Dodewaard (vestiging De Beijer op voormalig steenfabrieksterrein) met planidentificatie NL.IMRO.9925.IPWaalwaard-vst1; In dit bestemmingsplan is voor de hoofdactiviteit ‘verwerken van zand en grind’ milieucategorie 4.2, watergebonden gehanteerd. Daarbij is conform de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een afstandsnorm van minimaal 300 m van toepassing.  Zand- en grindwinning Nieuwe Pieckelaan ongenummerd te Beuningen (Vestiging Boskalis, inclusief verwerking met klasseerinstallatie) met planidentificatie NL.IMRO.0209.WPBklasseerinstall-vadf.

Dit is een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan Hiervoor is de activiteit ‘winning van zand, grind, klei, zout, e.d.’ aangewezen als categorie 4.1-inrichting. Bij de activiteit is de letter ‘D’ opgenomen. Deze letter staat voor ‘divers. Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheidende bedrijfstypen is uitgegaan van een ‘gemiddeld’ moderne activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Voor een categorie 4.1-inrichting geldt voor het aspect geluid een richtafstand van 200 m. Deze voorbeelden zijn niet vergelijkbaar met de voorgenomen activiteiten.

5

Waalwaard Volgens artikel 3.1.2 Nadere detaillering bestemmingsomschrijving bij het Inpassingsplan Waalwaard zijn de vermelde bedrijfsactiviteiten uitsluitend toegestaan indien deze behoren tot de milieucategorieën 3.1 tot en met 4.2 vermeld in de bijlage 'Staat van watergebonden bedrijfsactiviteiten'. Hieronder geven wij de toegestane activiteiten weer die op grond van het bestemmingsplan Waalwaard zijn toegestaan in milieucategorie 4.2 (ontleend aan de 'Staat van watergebonden bedrijfsactiviteiten', Inpassingsplan Waalwaard). SBI-code 2008 Nr.

Omschrijving

23611

0

23611 2363, 2364 2363, 2364 383202 383202 46

2

Betonwarenfabrieken: - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d

0

Betonmortelcentrales:

2 A0 A1 -

4621

1

52242 52242

0 10

52242 52242 52242 382 382

3 5 7 C0 C1

- p.c. >= 100 t/u Puinbrekerijen en -malerijen: - v.c. < 100.000 t/j GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders met een verwerkings-capaciteit van 500 ton/uur of meer Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: - tankercleaning - ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m² - granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u - steenkool, opslagopp. < 2.000 m2 Composteerbedrijven: - niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr

Afstanden in meters geur stof geluid

10

100

300

30

200

300

30

100

300

100

100

300

300

10

30 50 50 300

Z

Z

gevaar

grootste afstand

categorie

30

300

4.2

10

300

4.2

10

300

4.2

50

R

300

4.2

100

200

R

300

4.2

200 300 300

300 200 300

30 50 50

R

300 300 300

4.2 4.2 4.2

100

50

10

300

4.2

Op blz. 6 van de omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan lezen we: Het in de eindfase te realiseren bouwgrondstoffencentrum met haven voor scheepvaartmobiliteit valt volgens de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering onder SBI 52242: Laad-, los en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart. De opslagoppervlakte is < 2000 m2, waardoor milieucategorie 4.2 van toepassing is. Dit is inderdaad een categorie die ook op de Waalwaard is toegestaan. Maar past het voorgenomen bedrijf op de Binnenwaard daarin? Op blz. 23 van de ontwerp omgevingsvergunning milieu voor de Binnenwaard lezen we: Inrichtingen voor het opslaan of overslaan van andere stuk- of bulkgoederen dan de stoffen, preparaten of producten, die in een andere in deze bijlage opgenomen categorie worden genoemd, met een oppervlakte voor de opslag daarvan van 2.000 m2 of meer. Voor hetzelfde bedrijf, de bouwgrondstoffen HUB is in de vergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan sprake van een opslagoppervlakte van minder dan 2000 m2 , terwijl in de milieuvergunning voor hetzelfde bedrijf wordt uitgegaan van een opslagoppervlakte van meer dan 2000 m2. Dit laatste is juist, want het opslagterrein voor de bouwgrondstoffen is 2 ha groot en daar moet de oppervlakte voor onderwateropslag in de haven (5 ha) nog bij worden opgeteld. De opslagoppervlakte is bepalend voor de milieucategorie.

De tabel hieronder geeft voor een aantal laad-, los en overslagbedrijven t.b.v. van de binnenvaart aan welke milieucategorie van toepassing is. De gegevens zijn ontleend aan bijlage 1 richtafstandenlijst tabel 1 behorend bij de bij de Handreiking Bedrijven in milieuzonering. Het beoogde bedrijf heeft een opslagoppervlakte van meer dan 2000 m2. Zo’n bedrijf heeft SBI-code 52242 nr. 4, valt in milieucategorie 5.2, met een richtafstand van 700 m en er geldt een geluidzoneplicht (Z). Een dergelijk bedrijf is niet toegelaten op de Waalwaard.

6

SBI-code

Omschrijving Nr.

52242 52242 52242 52242 52242

1 10 2 3

52242

4

Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: - containers - tankercleaning - stukgoederen - ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m² - ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m²

Afstanden in meters geur stof geluid

0 300 0 30

10 10 10 200

300 100 100 300

50

500

700

gevaar

50 200 50 30 Z

50

R R R

grootste afstand

categorie

300 300 100 300

4.2 4.2 3.2 4.2

D

700

5.2

Daar komt nog bij dat categorieën inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken expliciet zijn uitgesloten in het inpassingsplan Waalwaard. In artikel 3.1.1 van het inpassingsplan staat dat bedrijven als bedoeld in bijlage I, onderdeel D, van het Besluit omgevingsrecht van artikel 2.4 in samenhang met art. 41 van de Wet geluidhinder en risicovolle inrichtingen niet zijn inbegrepen. Er is dan ook geen geluidzone rond de Waalwaard vastgesteld. Het voorgenomen bedrijf op de Binnenwaard is daarom op geen enkele manier vergelijkbaar met de Waalwaard. De Waalwaard valt in milieucategorie 4.2 en is niet geluidzoneplichtig. De bouwgrondstoffen HUB valt in milieucategorie 5.2 en wanneer het bedrijf zich permanent zou vestigen, is het geluidzoneplichtig (tijdelijke activiteiten vallen niet onder Wet geluidhinder). De Bouwgrondstoffen HUB is een factor 10 zwaarder dan de Waalwaard en de vestiging van de Waalwaard binnen onze gemeente was destijds al omstreden. Beuningen Het voorbeeld uit Beuningen betreft een zandwinning (tot 2035) waarvoor een ontgrondingsvergunning is afgegeven. Hiervoor gelden andere regels dan voor dezelfde soort inrichtingen waarvoor geen ontgrondingsvergunning is afgegeven. Zo geldt bij een ontgronding geen geluidzoneplicht. Inrichtingen voor zandwinning vallen in SBI-code 0812 nr. 1.

Deze categorie kan niet van toepassing zijn op de bouwgrondstoffen HUB. De activiteiten die daar plaatsvinden zijn immers niet gekoppeld aan een plaatselijke ontgronding/zandwinning, al het materiaal wordt immers van elders aangevoerd. SBI-code

Omschrijving Nr.

08

-

0812 0812

0 1

WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): - algemeen

Afstanden in meters geur stof geluid

10

100

200

gevaar

grootste afstand

10

200

categorie

D

4.1

De bewering dat de voorgenomen revitalisering van de bedrijfsbestemming op de Binnenwaard planologisch inpasbaar is binnen milieucategorie 4 en dat daarmee de milieugebruiksruimte gelijkwaardig is aan de vigerende bestemming ‘Baksteenfabriek’ (artikel 22) uit bestemmingsplan Buitengebied Echteld 1975 is onjuist. De voorgenomen bouwgrondstoffen HUB valt in milieucategorie 5.2 en is bij permanent gebruik geluidzoneplichtig. Dit bedrijf is duidelijk een maat groter dan de Waalwaard en kan daar dus niet mee worden vergeleken. Het kan ook niet worden vergeleken met Beuningen, want die activiteiten vallen in een milieucategorie die alleen van toepassing op zandwinningen waarvoor een ontgrondingsvergunning is afgegeven. De voorgenomen bouwgrondstoffen HUB is geen zandwinning, en is daarom niet vergelijkbaar met Beuningen. We hebben hier te maken met een bedrijf in een veel zwaardere categorie dan de voormalige steenfabriek.

7

Punt 4 De omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan is niet verleend met de uitgebreide voorbereidingsprocedure In de toelichting op het bestemmingsplan Willemspolder fase 1 (blz. 9) staat dat de gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan door middel van een uitgebreide procedure omgevingsvergunning (art. 2.1, lid 1 onder c jo. art. 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo). Dat is niet gebeurd. Vreemd, want ook in de Ruimtelijke onderbouwing Bedrijfsterrein Binnenwaard wordt meermaals aangegeven dat de uitgebreide procedure zal worden gevolgd:  blz. 5 onder 1.1 De gemeente Neder-Betuwe heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een uitgebreide procedure omgevingsvergunning. Dat betekent dat de aanvraag om omgevingsvergunning vergezeld moet gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing.  blz. 8 onder 1.4 Tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan: Voor de ontwikkeling is een MER (inclusief aanvulling) opgesteld. Voor activiteiten met een MER-plicht dient de procedure voor buitenplans afwijken worden doorlopen. Het bevoegd gezag kan op basis van artikel 2.23 Wabo de aangevraagde termijn aan de omgevingsvergunning verbinden. In dit geval is de aangevraagde termijn maximaal 5 jaar.

De uitgebreide voorbereidingsprocedure van paragraaf 3.3 Wabo is van toepassing. Voor een toestemming op deze grondslag geldt een wettelijke toetsing voor luchtkwaliteit, externe veiligheid en geluid.  Blz. 36 onder 6.2 ‘Maatschappelijke uitvoerbaarheid: Voor de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing stelt artikel 3.10 van de Wabo dat voor deze ontwikkeling de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Het maakt daarbij niet uit of het een tijdelijke omgevingsvergunning betreft of niet. Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter visie zal worden gelegd. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden voor een ieder om zienswijzen in te dienen (artikel 3.12 lid 5 Wabo). Alleen belanghebbenden kunnen in beroep gaan. De Wabo voegt hier aan toe dat het ontwerpbesluit en/of het definitieve besluit op grond van de Wabo of het Besluit omgevingsrecht in bepaalde specifieke gevallen aan specifiek personen of instanties wordt gestuurd. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen van een gemeentelijke reactie worden voorzien. In plaats van de uitgebreide procedure wordt buitenplans afgeweken met de reguliere procedure (Wabo 2.12 lid 1 onder a, onder 2 ).

Omdat er (in eerste instantie) sprake is van een tijdelijke ontwikkeling van 5 jaar wordt gebruikgemaakt van bijlage II Bor artikel 4 lid 11 (een buitenplanse kleine afwijking, zie blz. 5 besluit). Hier staat: In ‘Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht’ kan staan dat kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Dit noemen wij een buitenplanse kleine afwijking. In ‘Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht’ artikel 4 onderdeel 11 staat een mogelijkheid waarmee kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Wij vinden dat u mag afwijken van het bestemmingsplan omdat: Initiatiefnemer is voornemens om de gehele Willemspolder en de Gouverneurspolder te ontgronden en vervolgens te herinrichten als natuur met extensieve recreatie. Echter op grond van artikel 5 zesde lid van bijlage II Bor is artikel 4, lid 1 niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In de Milieueffectrapportage Willemspolder 1 lezen we op blz. 19: Op basis van het Besluit milieueffectrapportage zijn de volgende activiteiten, plannen en besluiten van toepassing, ten aanzien waarvan het maken van een m.e.r.

verplicht is: C 4 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een haven voor de binnenscheepvaart, in gevallen waarin de aanleg betrekking heeft op een haven die bevaarbaar is voor schepen met een laadvermogen van 1.350 ton of meer (bestemmingsplan); C 16.1 De winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare (besluit Ontgrondingenwet).

8

Het Besluit Milieueffectrapportage zegt over categorie C4 Activiteiten C 4

De aanleg, wijziging of uitbreiding van: a. een haven voor de binnenscheepvaart, b. een zeehandelshaven, of c. een met het land verbonden en buiten een haven gelegen pier voor lossen en laden, met uitzondering van pieren voor veerboten.

Gevallen In gevallen waarin: a. de aanleg betrekking heeft op: 1°. een haven die bevaarbaar is voor schepen met een laadvermogen van 1.350 ton of meer, of 2°. een pier die schepen kan ontvangen met een laadvermogen van meer dan 1.350 ton of b. de wijziging of uitbreiding betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer.

Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Het Besluit m.e.r is van toepassing want de haven is geschikt voor schepen met een laadvermogen van 2500 ton. Dit betekent in combinatie met bijlage II Bor artikel 5 lid 6 dat de reguliere procedure niet doorlopen kan worden. De planologische omgevingsvergunning dient dan verleend te worden met art. 2.12 lid 1 a onder 3 Wabo (uitgebreide ruimtelijke afwijking). De omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan had daarom moeten worden voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Dat is niet gebeurd. Kennelijk oneigenlijk gebruik van de bevoegdheid van artikel 2.7 van de Wabo Uit het besluit omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan (blz. 1) blijkt dat initiatiefnemer op 8 juli 2021 gelijktijdig een omgevingsvergunning milieu en een omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan heeft aangevraagd. De omgevingsvergunning milieu is echter weer ingetrokken, met het kennelijke doel de omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met de reguliere voorbereidingsprocedure te kunnen verlenen. Hierover lezen we onder het kopje ‘Hoe verliep het proces tot nu toe’ (blz. 1 besluit) het volgende: Nadat we uw aanvraag kregen, bleek dat de aanvraag een uitgebreide aanvraag was doordat er ook een omgevingsvergunning milieu was aangevraagd.

Doordat op 28 februari 2022 de omgevingsvergunning milieu is ingetrokken en daarna opnieuw is aangevraagd onder OLO nr 6775053 is het mogelijk om voor de onderhavige aanvraag een reguliere procedure te doorlopen. (zie hiervoor artikel 2.7 Wabo). Op 28 februari 2022 heeft u ons gevraagd de beslissing uiterlijk 1 april 2022 te nemen. Wij hadden dus tot en met 1 april 2022 om een beslissing te nemen. Artikel 2.7 eerste lid Wabo luidt: Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2.10, tweede lid, en 2.11, tweede lid, draagt de aanvrager van een omgevingsvergunning er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. In afwijking van de eerste volzin en onverminderd artikel 2.5 kan, indien één van die onlosmakelijke activiteiten een activiteit is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor die activiteit voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend. Omdat de omgevingsvergunning milieu is aangevraagd voor het oprichten van een haven met bedrijfsterrein en dit niet kan zonder dat het bestemmingsplan dit toelaat, is hier sprake van onlosmakelijke activiteiten in de zin van artikel 2.7 van de Wabo.

In dit artikel is verder bepaald dat voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan voorafgaand en los van de overige onlosmakelijke activiteiten een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. De bedoeling van de in dit artikel geboden faseringsmogelijkheid is om een eerste-fase-besluit te krijgen over de planologische aanvaardbaarheid, om pas als er hierover een onherroepelijk besluit is genomen, de tweede-fase

9

omgevingsvergunning aan te vragen. Echter in dit geval zijn beide omgevingsvergunningen op dezelfde dag verleend (25 maart 2022). Het intrekken en opnieuw aanvragen van de vergunning was dan ook niet gericht op het verkrijgen van een eerstefase-besluit, maar om voor de onderhavige aanvraag een reguliere procedure te kunnen doorlopen (zoals op blz. 1 van het besluit ook is vermeld). De bevoegdheid tot het nemen van het besluit is daarmee gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hiermee is gehandeld in strijd met artikel 3:3 van de Algemene wet bestuursrecht (het verbod op détournement de pouvoir).

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11842110/1