Concept subsidieregeling klimaatadaptatie
Tekst van het document
[concept] Subsidieregeling klimaatadaptatie Burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe; overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren bij de voorbereiding op veranderingen in het klimaat door middel van maatregelen die wateroverlast, hitte, of droogte verminderen; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2019; besluiten vast te stellen de volgende nadere regel: Subsidieregeling klimaatadaptatie Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze nadere regel wordt verstaan onder: 1. Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente NederBetuwe 2019; 2. Deze nadere regel: onderhavige nadere regel “Subsidieregeling klimaatadaptatie” in de zin van artikel 2, eerste lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe; 3. Woningeigenaar: persoon die volgens de kadastrale gegevens (mede)eigenaar is van een bestaande woning; 4. Bewoner: natuurlijk persoon die volgens het bevolkingsregister staat ingeschreven op het adres van de woning 5. Bestaande woning: een bewoonbare woning die is opgeleverd vóór de aanvraag in het kader van deze nadere regel; 6.
Maatregel: activiteit of een samenhangende reeks activiteiten die bijdragen aan het vasthouden en verwerken van hemelwater op het eigen terrein bij een bestaande woning, en daarmee bijdragen aan het doel wateroverlast, hitte, en/of droogte te verminderen; 7. Wateroverlast: overlast die ontstaat wanneer water van (hevige) regenval onvoldoende kan worden afgevoerd of kan infiltreren; 8. Hitte: lokaal hoge temperaturen, potentieel leidend tot overlast door ongemakken en/of gezondheidsproblemen; 9. Droogte: tekort aan (regen)water; 10. Biodiversiteit: rijkdom aan soorten planten en dieren, karakteristiek voor gezonde ecosystemen; 11. Vergroenen: het aanbrengen van planten en bomen waar deze eerder niet aanwezig waren, nabij de bestaande woning en in het bijzonder op voorheen verhard terrein of op daken; 12. Afkoppelen: het loskoppelen van de hemelwaterafvoer van het gemengd riool, waarbij het water wordt verwerkt of vastgehouden op het eigen terrein; 13. Vasthouden van hemelwater: het lokaal bergen van hemelwater in een regenton of andere vorm van wateropslag, op het eigen terrein; 14. Verwerken van hemelwater: het laten infiltreren van hemelwater op eigen terrein; bovengronds in het maaiveld of waterdoorlatende verharding of via een ondergrondse voorziening; 15.
Leefbaarheid: mate waarin een gebied geschikt is om te wonen en werken, afhankelijk van de kwaliteit van de omgeving, de hoeveelheid groen, het sociaal-economische profiel, welzijn en gezondheid.
1
[concept] Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Subsidie kan eenmalig worden verstrekt voor het treffen van een maatregel of een samenhangende reeks maatregelen die bijdragen aan het vasthouden en verwerken van hemelwater op het eigen terrein en/of het bevorderen van de biodiversiteit, zijnde: 1.1. het vergroenen van terrein, ter vervanging van bestaande (erf)verharding; 1.2. het vergroenen van dak, op bestaande dakverharding; 1.3. het afkoppelen van de hemelwaterafvoer; 1.4. het vasthouden en/of verwerken van hemelwater. Artikel 3 Voorwaarden Afhankelijk van de maatregel moet deze aan de volgende voorwaarden voldoen. 1. voor (deel)maatregelen ter vergroening van terrein, zoals bedoeld onder artikel 2 lid 1 sub 1, geldt als voorwaarden: 1.1. de verharding is meer dan 5 jaar voor indiening van de vergroeningsaanvraag aangebracht; 1.2. halfverharding en z.g.n. open bestrating tellen mee als groen oppervlak 2. voor (deel)maatregelen ter vergroening van daken, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 sub 2, geldt als voorwaarden: 2.1. het dak is meer dan 5 jaar voor indiening van de vergroeningsaanvraag aangebracht; 2.2. bij de aanleg van een groen dak wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater in voldoende mate gediend, door een minimale waterberging van 20 l/m2 (20mm) toe te voegen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.
Na benutting van deze wateropslag mag hemelwater overlopen naar wateropslag, groene zones in de tuin, of naar de openbare ruimte; 2.3. de subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van het gebouw en de draagkracht van de groene dak constructie, eventuele kosten hiervoor zijn niet subsidiabel; 2.4. het groen dak is opgebouwd uit een wortelwerende laag, alsmede een drainage-, substraat- en een vegetatielaag. 3. voor (deel)maatregelen voor het afkoppelen van hemelwaterafvoer, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 sub 3, geldt als voorwaarden: 3.1. het af te koppelen dakoppervlak is minimaal 10 m2 3.2. in de situatie voor het treffen van de maatregel wordt afstromend water geloosd op het openbare rioolstelsel of het oppervlaktewater 4. voor (deel)maatregelen voor het vasthouden en verwerken van hemelwater, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 sub 4, geldt als voorwaarden: 4.1. wateropslag is minimaal 100 liter (regenton, regenzuil of regenschutting) 4.2. wateropslag dient te zijn aangesloten op de hemelwaterafvoer en mag pas na benutting van de opslag uitvloeien naar groene zones in tuin of openbare ruimte 4.3. wateropslag wordt permanent geplaatst bij het betreffende gebouw of perceel 4.4.
maximaal twee voorzieningen per aanvraag Artikel 3 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien: 1. de maatregelen zijn getroffen voor ingangsdatum van deze nadere regel; 2. er meer dan één subsidieaanvraag voor hetzelfde adres wordt ingediend; 3. het gebouw of perceel waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet is gelegen in de gemeente Neder-Betuwe;
2
[concept] 4. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij de betreffende maatregel gestelde voorwaarden uit artikel 3; 5. de maatregel(en) geen substantiële verandering brengt (brengen) t.o.v. leefbaarheid en/of ontlasting van het rioolstelsel ten opzichte van de bestaande situatie; 6. indien de aanvraag de limieten uit artikel 7 uit deze nadere regel overschrijden; 7. er tussen aankoop van voorziening en realisatie van de maatregel meer dan 6 maanden zit 8. de verplichtingen zoals in artikel 10 niet nagekomen worden, of kunnen worden; 9. indien door de subsidieverlening het vastgestelde subsidieplafond wordt overschreden. Artikel 4 Doelgroep Subsidie op grond van deze regel wordt uitsluitend verstrekt aan bewoners en eigenaren van een woning binnen de gemeente Neder-Betuwe. Voor huurders die gebruik willen maken van de regeling is een expliciete toestemming vereist van de woningeigenaar, indien het pakket van maatregelen een ingreep aan de woning betreft (groen dak of afkoppelen). Artikel 5 Procedurebepalingen In afwijking van artikel 5 derde lid van de Algemene subsidieverordening: 1. dient een aanvraag om subsidie op grond van deze nadere regel uiterlijk zes weken na voltooiing van de maatregel(en) door ons te zijn ontvangen; 2. Subsidie wordt direct vastgesteld indien de aanvraag geschiedt na voltooiing van de maatregel(en); 3.
Vaststelling geschiedt aan de hand van het ingevulde formulier en bijbehorende bewijsstukken, en wordt uitgekeerd op het door de aanvrager aangegeven rekeningnummer, onder vermelding van “Subsidie klimaatadaptatie”; 4. De beschikkingstermijn zoals genoemd in artikel 5 lid 3 van de Algemene subsidieverordening geldt ongewijzigd. Ook de vaststellingstermijn zoals genoemd in artikel 11 van de Algemene subsidieverordening geldt ongewijzigd. Artikel 6 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: 1. de afvoer van (rest)materialen en/of afval; 2. kosten die vergoed worden door andere subsidies. Artikel 7 Berekening van de subsidie Vergoedingen worden bepaald aan de hand van de activiteiten of reeks activiteiten als in artikel 2, met de volgende limieten: 1. De totale subsidie bedraagt minimaal €100, en maximaal €1000. 2. De subsidie bedraagt nooit meer dan de werkelijke kosten of de begrote kosten. 3. Kosten waarop subsidie wordt verstrekt moeten aantoonbaar zijn. 4. Enkel kosten die eenmalig van aard zijn komen in aanmerking voor subsidie. 5. Voor het vergroenen ter vervanging van (erf)verhardingen zoals bedoeld onder artikel 2 lid 1 sub 1, geldt als maximale vergoeding: 5.1. €8 per m2 bij niet verder gespecificeerde vergroening van oppervlakken 5.2.
€15 per m2 voor vergroening van oppervlakken met kleine planten en bomen 5.3. €50 per grote boom (zie toelichting voor minimumspecificaties) 6. Voor het vergroenen van bestaande dakverhardingen zoals bedoeld onder artikel 2 lid 1 sub 2, geldt als maximale vergoeding: 6.1. €25 per m2 7. Voor het afkoppelen van dakverharding zoals bedoeld onder artikel 2 lid 1 sub 3, geldt als maximale vergoeding:
3
[concept] 7.1. €12 per m2, met of zonder subsidiabele voorzieningen voor opslag of verwerking 8. Wateropslag en -verwerking zoals bedoeld onder artikel 2 lid 1 sub 4, geldt als maximale vergoeding: 8.1. €40 per regenton/regenzuil/regenschuttingsegment tot en met 250l (0.25m3) 8.2. €50 per regenton/regenzuil/regenschuttingsegment van meer dan 250l (0.25m3) 8.3. €160 per infiltratiekrat van minimaal 401l/0.401m3 (indien geschikte bodem); 8.4. €200 per m3 waterberging voor overige opslagvoorzieningen (o.a. maaiveldverlaging, ondergrondse opslagvoorzieningen) Artikel 8 Het subsidieplafond Het subsidieplafond wordt vastgesteld door de raad. Artikel 9 Verdeling en het subsidieplafond Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld. De subsidie wordt verstrekt tot het subsidieplafond bereikt wordt. Artikel 10 Verplichtingen De subsidie wordt enkel verstrekt als wordt voldaan aan de volgende verplichtingen: 1. voor de aanvraag moet worden gebruik gemaakt van het formulier in de toelichting; 2.
de aanvrager is eigenaar van het perceel waar de maatregel getroffen wordt, of is bewoner en heeft schriftelijke toestemming van de particuliere eigenaar om de maatregelen te treffen. In dit laatste geval wordt de toestemming als bijlage bij de aanvraag gevoegd. 3. de maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd blijven minimaal 5 jaar in stand; 4. de maatregelen mogen geen schade of verhinderingen verzorgen op andere percelen of in de openbare ruimte; 5. het vasthouden en verwerken van hemelwater geschiedt adequaat op het eigen terrein, zonder dat hierbij gevolgen voor omliggende percelen ontstaan. Hiertoe dient de subsidieaanvrager onderzocht te hebben of de bodemopbouw en waterhuishouding geschikt zijn om hemelwater te laten infiltreren bij de gewenste maatregel(en); 6. de aanvrager stelt zich ten doel zonder winstoogmerk de klimaatadaptieve maatregelen te treffen; 7. aanvrager verleent medewerking aan een mogelijke controle; 8. bij de subsidieverlening kunnen het college van burgemeester en wethouders verplichtingen opleggen Artikel 11 Intrekkings- en terugvorderingsgronden De subsidie wordt ingetrokken of teruggevorderd indien: 1. de verplichtingen zoals in artikel 10 niet nagekomen zijn, of een weigeringsgrond zoals in artikel 3; 2. de gelden niet zijn besteed aan de maatregelen uit artikel 2; Artikel 12 Slotbepalingen 1.
Deze nadere regel treedt in werking op 1 januari 2024 2. Deze nadere regel vervalt op 31 december 2026 3. Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel klimaatadaptieve maatregelen particuliere woningeigenaren Bijlagen: Toelichting en Formulier subsidieaanvraag
4
[concept] Toelichting bij de nadere regel klimaatadaptieve maatregelen particuliere woningeigenaren Omschrijving en toelichting bij maatregelen zoals genoemd in Artikel 2. Terrein vergroenen ter vervanging van erfverhardingen. Dit gaat om het verwijderen van verharding van het erf, zoals bestrating met klinkers, tegels, of asfalt, en het hiervoor in de plaats planten en bomen te planten of plaatsen. Denk aan het creëren van een tuin of het planten van een boom met groene boomspiegel, maar ook het – op kleinere schaal – creëren van bloemperken of geveltuinen. Verharding houdt warmte vast. Dit verergert hitte. Bomen en planten, daarentegen, hebben juist een mild verkoelend effect en zijn tevens goed voor de biodiversiteit. Zo verbetert het lokale klimaat voor mens en dier. Verharding houdt ook geen vocht vast. Dit versterkt overlast als er hevige regen valt – het water kan dan immers niet infiltreren – maar verergert ook droogte. Door het plaatsen van planten verbetert de vochthuishouding: infiltratie zorgt dat water wordt vastgehouden in de bodem en dus droogte vermindert, maar ook zorgt voor minder overlast bij pieken in neerslag. Het vergroenen van bestaande dakverhardingen op particulier terrein Het vergroenen van een dak is het aanleggen van dak met beplanting door bijvoorbeeld sedum.
Hiervoor moet een wortelwerende laag aanwezig zijn, voeding en waterafvoer in lagen, en uiteindelijk groeien hier planten op. Dit is zowel prettig voor het leefklimaat, als voor het oog. Het is het makkelijkst om daken met weinig dakhelling te vergroenen, maar voor steile daken zijn er ook opties. Een groen dak biedt meerdere verbeteringen ten opzichte van normale daken. Ze dragen bij aan een betere isolatie en schonere lucht, vangt water op en is een voedselbron voor insecten. Een groen dak verbetert dus de toekomstbestendigheid: wateroverlast wordt aanzienlijk verminderd door de opname en vasthouden van water door plantjes op het dak, hitte en verdroging verminderen door het vasthouden van water en het isolerende effect, en de biodiversiteit wordt groter. Het isolerende effect zorgt voor een verlaging van stookkosten, en het verkoelend effect zorgt voor betere opbrengst van de zonnepanelen. Het afkoppelen van de hemelwaterafvoer: Het afkoppelen van hemelwaterafvoer betreft het loskoppelen van de waterafvoer afkomstig van dakverharding (regenpijp) van het gemengd riool. Door water niet op het riool te laten uitkomen worden deze ontlast in tijden van grote afvoer door hevige regenval.
Door het water niet langer op het gemengd riool te laten uitkomen vermindert de druk op de rioolwaterzuiveringsinstallatie en vermindert ook de frequentie van gemengde overstort in het oppervlaktewater. In combinatie met onderstaande opslag en verwerking kan het water vervolgens nuttig worden toegepast. Hemelwateropslag en -verwerking: Het opvangen van regenwater en/of te laten infiltreren op het perceel. De afvoer (bijv. regenpijp) komt dan uit in een regenton, infiltratiekrat of -put, een grintkoffer, of infiltratieveld (wadi). Dit gaat niet alleen wateroverlast tegen: door water op te slaan of te laten infiltreren kan het ook worden benut in tijden van droogte. De voorwaarden zoals genoemd in artikel 3 zijn om enkele randvoorwaarden te hebben opdat (deel)maatregelen van voldoende omvang tot stand komen. Los van deze maatregelen blijft
5
[concept] een inschatting belangrijk: brengt het pakket aan maatregelen een substantiële verbetering ten opzichte van de bestaande situatie? In de procedurebepalingen (artikel 5) wordt de voorkeur uitgesproken voor het aanvragen van subsidie nadat de maatregelen voltooid zijn. Dit scheelt in de administratieve last voor de gemeente door direct bij de beschikking de subsidie vast te kunnen stellen en over te kunnen gaan tot het uitkeren daarvan. Uitkeren van de subsidie geschiedt op het bij aanvraag aangegeven rekeningnummer. In artikel 6 is vastgelegd welke kosten niet vergoed worden, zoals kosten voor afval of afvoer van materialen. Artikel 7 specificeert welke standaardbedragen gehanteerd worden. Door het hanteren van standaardbedragen blijft de administratieve last bij de beoordeling van aanvragen beperkt. Tevens geeft dit grip op het doelmatig besteden van de gelden. Het subsidieplafond wordt bepaald door het bedrag dat de raad per jaar beschikbaar stelt voor deze regeling (artikel 8). Aanvragen worden in behandeling genomen op volgorde van binnenkomst, tot het subsidieplafond bereikt wordt. Om het oneigenlijk gebruik van de subsidie tegen te gaan, zijn er ook enkele verplichtingen (artikel 10) waaraan moet worden voldaan na het ontvangen van de subsidie.
Dit betreft onder ander het in stand houden van de maatregelen (minimaal 5 jaar), maar ook dat de maatregel geen problemen veroorzaakt buiten het eigen perceel. De maatregel moet blijvend zijn, en passend zijn in het gebied.
6
[concept]
7
[concept]
8