Bijlagen bij de toelichting Bijlage 9 Voortoets stikstofdepositie
Tekst van het document
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden Gemeente Neder-Betuwe
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 29-10-2019 16.90.40
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Cor Huibers Boomkwekerijen
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Doelstelling onderzoek .......................................................................................................................... 5
1.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden.................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 8
2.1
Landelijke wet- en regelgeving .............................................................................................................. 8
2.2
Voortoets ............................................................................................................................................... 8
2.3
Passende beoordeling ........................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 3
Berekeningssystematiek ......................................................................................................... 9
3.1
Gebruikt rekenmodel............................................................................................................................. 9
3.2
Input rekenmodel .................................................................................................................................. 9
3.2.1 Toekomstig gebruik ................................................................................................................................ 9 3.2.2 Aanlegfase .............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4
Resultaten berekening .......................................................................................................... 11
4.1 Gebruiksfase ................................................................................................................................................ 11 4.2 Aanlegfase ................................................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 5
Samenvatting en conclusies .................................................................................................. 14
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 3
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
Het voornemen bestaat om aan de Varakker, op het perceel tegenover nr.8, een nieuwe bedrijfswoning te realiseren voor het bestaande agrarische bedrijf. Hierbij wordt ook een nieuwe loods gerealiseerd voor het kweken van bomen. Hiervoor wordt het bestemmingsplan aangepast. Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000 gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000 gebied berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.
1.2
Projectbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Varakker te Opheusden, op de percelen kadastraal bekend als gemeente Opheusden, sectie D, nrs. 148 en 198. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging van het plangebied
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 5
In het plangebied wordt een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. De parkeergelegenheid voor deze woning wordt op het eigen terrein bij de woning gerealiseerd. Daarnaast wordt een nieuwe loods van 500 m 2 gerealiseerd op het erf. Daarnaast komt op het erf ook 1300 m2 aan tunnelkassen te staan. Navolgende afbeelding geeft de toekomstige situatie weer.
Inrichtingsplan Varakker (Bron: Huibers bureau voor architectuur)
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden
Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000 gebieden binnen een straal waarbinnen een relevante bijdrage vanwege een plan verwacht kan worden. Voor dit project is vanwege de aard en omvang een straal van 10 km genomen. Het gaat hierbij om de volgende Natura 2000-gebieden: Naam gebied Afstand tot plangebied Rijntakken 1,3 Km Veluwe 6,7 Km Binnenveld 8,8 Km Maatgevende Natura 2000 gebieden
Datum aanwijzing April 2014 Juni 2014 April 2014
Van bovenstaande gebieden wordt in dit rapport in beeld gebracht wat de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling is op de stikstofdepositie. Op de navolgende afbeelding zijn het plangebied en de betreffende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 6
Ligging plangebied in relatie tot de maatgevende Natura 2000 gebieden
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 7
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Landelijke wet- en regelgeving
In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar.
2.2
Voortoets
Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.
Als uit de voortoets blijkt dat de realisatie van de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats waarvan de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden, moet wel een passende beoordeling worden opgesteld.
2.3
Passende beoordeling
Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 8
Hoofdstuk 3 3.1
Berekeningssystematiek
Gebruikt rekenmodel
De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.
3.2
Input rekenmodel
Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.
3.2.1 Toekomstig gebruik Verkeersbewegingen Het plangebied is gelegen aan de Varakker. Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW. Voor de woning zullen de kengetallen voor een vrijstaande woning in het buitengebied gebruikt worden. Voor de verkeerstoename als gevolg van de loods wordt gebruik gemaakt van de kengetallen voor een arbeidsextensief/bezoekersextensief bedrijf. In de CROW-publicatie geldt als uitgangspunt 8,2 motorvoertuigbewegingen per woning per dag, en 4,3 motorvoertuigbewegingen per 100 m2 BVO per dag voor het bedrijf. Dit is het gemiddelde van de bandbreedte voor dergelijke functies in het buitengebied van een niet stedelijke gemeente. Het plan gaat uit van een woning en 500 m2 aan BVO waardoor het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per dag voor de woning en 21,5 verkeersbewegingen per dag voor het bedrijf zal bedragen. De hoeveelheid vrachtverkeer ten behoeve van het bedrijf is ingeschat op 25 procent van het toekomstig aantal verkeerbewegingen. De verkeersbewegingen van het vrachtverkeer worden gemodelleerd als zwaar verkeer.
De verkeersbewegingen voor de woning bestaan enkel uit licht verkeer. Verkeersbewegingen worden in Aerius als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. Overige bronnen De woningen worden gasloos uitgevoerd. Daarmee is er geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel en daardoor niet modelleerbaar. De loods en de tunnelkassen worden verwarmd en worden daarom niet gemodelleerd.
3.2.2 Aanlegfase Naast het toekomstig gebruik is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de realisatie van de woning en de loods zijn gedurende korte tijd werktuigen en machines van de bouwer in het plangebied aanwezig, ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit gegaan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project 1 jaar duurt. Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 9
Mobiele werktuigen Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van de woning en de loods. Voor het invoeren van de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt van het aantal draaiuren, type machine en leeftijd van het materiaal waarmee de uitstoot NOx door Aerius is bepaald. De uitstoot van de mobiele werktuigen wordt in Aerius als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de in aanbouw zijnde woningen. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen. Onderstaande tabel toont de ingevoerde mobiele werktuigen. Type werktuig Mobiele graafmachine Dumper Mini graver Hijskraan Ruw terrein heftruck Trilplaat/stamper Laadschop Heistelling Verreiker Betonstorter
Vermogen (kWh)
Bouwjaar 100 75 28 200 60 10 100 200 60 200
Draaiuren per jaar 2011 2006 2007 2005 2011 2008 2011 2011 2011 2011
4 4 8 6 14 4 8 4 3 4
Vermogen Voor elk werk wordt door een bouwer normaal gesproken een machine ingezet met het laagste vermogen dat werkbaar is voor de uitvoering. Dit omdat machines met een hoger vermogen meer brandstofverbruik hebben. Bij de selectie van het vermogen is dan ook gekozen voor een gemiddeld vermogen passend bij het werk. Bouwjaar Voor wat betreft het bouw jaar is gekeken naar de gemiddelde levensduur van de gebruikte werktuigen. Hierbij is aangesloten bij de mediane levensduur (TNO-rapport 2009) van de betreffende werktuigen, afgerond op hele jaren. Het jaar van uitvoering minus de levensduur geeft een goede raming van het gemiddelde bouwjaar van de gebruikte machines. Draaiuren Het aantal draaiuren is op basis van vergelijkbare projecten bepaald en waar nodig omgerekend naar de locatiespecifieke omstandigheden. Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zal er sprake zijn van verkeersbewegingen door de werklieden die met de bouw van de woning en loods bezig zijn. Bij de gemaakte inschatting van het aantal verkeersbewegingen van licht verkeer is er rekening mee gehouden dat werklieden met werkbusjes arriveren, waarbij er meerdere werklieden in één werkbus zitten. Daarnaast zorgen de aan- en afvoer van materiaal en de mobiele werktuigen voor verkeersbewegingen door middelzwaar en zwaar vrachtverkeer.
De schatting van de verkeersbewegingen in de aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel. Type verkeer Licht Middel zwaar Zwaar
Gem. aantal per jaar 250 26 60
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 10
Hoofdstuk 4
Resultaten berekening
4.1 Gebruiksfase In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 betreft de verkeersbewegingen van en naar de woning. Bron 2 betreft de verkeersbewegingen van en naar de loods.
Afbeelding ingevoerde bronnen Aerius gebruiksfase Toename emissies door verkeersbewegingen Met betrekking tot het wegverkeer in de toekomstige situatie over bron 1 wordt uitgegaan van 8,2 verkeersbewegingen per dag voor licht verkeer. Voor bron 2 wordt uitgegaan van 16,1 verkeersbewegingen per dag voor licht verkeer, en 5,4 verkeersbewegingen per dag voor zwaar verkeer. Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen de uitstoot van NOx 0,7 kg/j bedraagt. Nr. Bron 1 2 Totaal
Uitstoot NOx in kg/j 0,1 0,6 0,7
Uitstoot NH3 in kg/j 0,0 0,0 0,0
Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 11
4.2 Aanlegfase Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief tijdens de aanlegfase. Bron 1 betreft de verkeersbewegingen en bron 2 betreft de mobiele werktuigen.
Afbeelding ingevoerde bronnen Aerius aanlegfase Toename emissies door mobiele werktuigen Uit navolgende tabellen volgt dat door de mobiele werktuigen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 10,4 kg/j bedraagt. Type werktuig Mobiele graafmachine Dumper Mini graver Hijskraan Ruw terrein heftruck Trilplaat/stamper Laadschop Heistelling Verreiker Betonstorter Totaal
Uitstoot Nox in kg/jaar
Uitstoot NH3 in kg/jaar 0,7 0,5 0,7 2,2 2,0 0,1 1,7 0,7 0,4 1,4 10,4
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 12
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Toename emissies door verkeersbewegingen Uit navolgende tabellen volgt dat door de verkeersbewegingen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 0,0 kg/j bedraagt. Nr. Bron Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer Totaal
Uitstoot NOx in kg/jaar
Uitstoot NH3 in kg/jaar 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0
Stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van de mobiele werktuigen en de verkeersbewegingen in de aanlegfase zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 13
Hoofdstuk 5
Samenvatting en conclusies
De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een aanpassing van de bestemming. Het plan voorziet in de bouw van een vrijstaande woning en een agrarische loods. Het plangebied is gelegen aan de Varakker, in het buitengebied van Opheusden. Door de ontwikkeling is de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie gemiddeld 24,3 bewegingen per dag voor licht verkeer, en 5,4 bewegingen voor zwaar verkeer. De uitstoot (NOx) als gevolg van dit aantal verkeersbewegingen betreft 0,7 kg/j. De emissie NH3 als gevolg van het toekomstig aantal verkeersbewegingen betreft 0,0 kg/j. Het gebruik van de woning en de loods veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. De aanlegfase zal 1 jaar in beslag nemen. Op basis van de inschatting van de activiteiten die stikstofuitstoot met zich meebrengen, is de Aeriusberekening ingevoerd. In deze periode betreft de emissie NOx als gevolg van de verwachte verkeersbewegingen van de werklieden 0,0 kg/j. Als gevolg van het ingeschatte gebruik van mobiele werktuigen betreft de emissie NOx 10,4 kg/j. De aanleg van de woning en de loods veroorzaakt op Natura 2000-gebieden op basis van de inschatting van de werkzaamheden geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van significante effecten op beschermde Natura 2000 gebieden, het aanvragen van een Wnbvergunning is daarom niet nodig voor dit project.
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 14
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 15
Voortoets stikstofdepositie Varakker, Opheusden 16