CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting - Bijlage 8 Bodemonderzoek woning Hoofdstraat ong

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Kesteren, Uitbreiding Plus supermarkt'11.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

Onderwerp: Projectnummer: Opdrachtgever: Datum:

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren 13-M6751 mevr. E. Bloem 29 november 2013

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

onderwerp datum

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren 29 november 2013

projectnummer

13-M6751

in opdracht van

mevr. E. Bloem Kapelstraat 1 4021 AA Maurik

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 VKB protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 VKB protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, VKB protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

november 2013

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

INHOUD

1 INLEIDING ...................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ............................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek .......................................... 4 1.3 Doel van het onderzoek ....................................................................................................... 4 1.4 Referentiekader van het onderzoek ..................................................................................... 4 1.5 Opbouw van het rapport....................................................................................................... 5 2 VOORONDERZOEK ...................................................................................................................... 6 2.1 Basisinformatie .................................................................................................................... 6 2.2 Keuze type vooronderzoek .................................................................................................. 8 2.3 Standaard vooronderzoek ....................................................................................................

8 2.4 Hypothese .......................................................................................................................... 11 3 VELDONDERZOEK...................................................................................................................... 12 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................... 15 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................. 15 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater .............................................................................. 16 4.3 Analyseresultaten en interpretatie...................................................................................... 17 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond ........................................................................................ 17 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater .............................................................................. 19 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................................

21 Aanbevelingen .............................................................................................................................. 22 Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen ................................................................ 23 LITERATUURLIJST........................................................................................................................... 24 COLOFON ......................................................................................................................................... 25 BIJLAGEN 1. Topografisch overzicht incl. oude topografische overzichten 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Boorbeschrijvingen 4. Analysecertificaten SGS BV 5. Wettelijk toetsingskader en achtergrondinformatie rekenmethode toetsingswaarden 6. Onafhankelijkheidsverklaring

november 2013

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van mevr. E. Bloem is in november 2013 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel gelegen aan de Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren (gemeente Nederbetuwe). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van VROM. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met een nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740 (literatuur 1). november 2013

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

november 2013

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Het vooronderzoek richt zich tevens op informatie betreffende de bodemgesteldheid en geohydrologie van de onderzoekslocatie. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de leidraad bij het uitvoeren van verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5725 (literatuur 9). Afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en/of de initiële verdenking van een locatie wordt de diepgang van het vooronderzoek bepaald. De norm NEN 5725 onderscheidt hiermee drie verschillende typen vooronderzoek te weten: 1) een beperkt vooronderzoek, 2) een standaard vooronderzoek of 3) een uitgebreid vooronderzoek. Om te kunnen bepalen welk type vooronderzoek van toepassing is moet van de locatie eerst de basisinformatie worden verzameld, vervolgens wordt de aanleiding van het onderzoek vastgesteld en ten slotte wordt de mate van verdachtheid van de locatie bepaald.

2.1

Basisinformatie

In tabel 2.1 is een overzicht van de basisinformatie weergegeven. tabel 2.1 overzicht basisinformatie adres plaats gemeente topografisch overzicht coördinaten kadastrale aanduiding oppervlakte onderzoekslocatie (bouwblok) toekomstig bodemgebruik huidig bodemgebruik voormalig bodemgebruik ophogingen/dempingen/stortingen opvullingen en verhardingen toepassing van asbesthoudende bouw-, bodem- of verhardingsmaterialen voorgaand ► niet bekend bodemonderzoek op de onderzoekslocatie

voorgaand bodemonderzoek in de omgeving

november 2013

Hoofdstraat perceel E 1119 Kesteren Nederbetuwe Zie bijlage 1 X = 167,873 Y=438,575 Gemeente Zuidwolde sectie O nr. 2637 2 ca. 350 m nieuwbouw woning moestuin moestuin niet bekend niet bekend

►Stationsstraat 1, diverse bodemonderzoeken tussen 1995 en 2000 o.a. saneringsplan Nipa Milieutechniek kenmerk 00.3697 dd. 30-05-2000 conclusies: ● er is sprake van een ernstig en urgent geval van bodemverontreiniging ● ten zuiden van pand Stationsstraat 1 is sprake van een lichte verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond ● ten zuiden van pand Stationsstraat 1 is sprake van een sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater ● de locatie wordt gesaneerd middels een combinatie van ontgraving en bacteriologische in-situ-sanering.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

►Hoofdstraat ongenummerd (ten westen van Stationsstraat 1) perceel E 1017, diverse bodemonderzoeken tussen 1995 en 2010 conclusies: ● er is sprake van een ernstig en urgent geval van bodemverontreiniging ● op deze locatie is sprake van een sterke verontreiniging met minerale olie, xylenen en benzeen in de grond ● op deze locatie is sprake van een sterke verontreiniging met minerale olie, xylenen en benzeen in het grondwater ►Stationsstraat 5A-7, diverse bodemonderzoeken tussen 1996 en 2002 conclusies: ● er is sprake van een ernstig en niet-urgent geval van bodemverontreiniging ● ten westen van het pand is sprake van een lichte verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond ● ten westen van het pand is sprake van een sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hoofdstraat perceel E nr. 1119 binnen de bebouwde kom van Kesteren (gemeente Nederbetuwe). De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel gelegen aan de Hoofdstraat perceel E nr. 1119 te Kesteren. De locatie bevindt zich ten noorden van Stationsstraat 1 en ten zuiden van Hoofdstraat 1. De onderzoekslocatie betreft een deel van een moestuin. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw (beoogde bouwblok). Het terreindeel waar de woning gepland is heeft een 2 oppervlakte van ca. 350 m (zie bijlage 2). Het terreindeel ter plaatse van de geplande nieuwbouw is onbebouwd, onverhard en als moestuin in gebruik. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen en een garagebedrijf binnen de bebouwde kom. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan de Hoofdstraat en tegenovergelegen woningen. Aan de noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan een naastgelegen woning (Hoofdstraat 1). Aan de oostzijde grenst de onderzoekslocatie aan een naastgelegen tuin behorende tot de woning Stationsstraat 5A.

Aan de zuidzijde grenst de onderzoekslocatie aan een garagebedrijf en woning (Stationsstraat 1-3).

november 2013

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

2.2

Keuze type vooronderzoek

Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning op de locatie. Op basis van het stroomschema (figuur 1 blz.14) uit de NEN 5725 wordt in dit geval een standaard vooronderzoek volgens hoofdstuk 6 uit de NEN 5725 uitgevoerd.

2.3

Standaard vooronderzoek

De hieronder vermelde historische gegevens zijn ontleend aan gegevens die door de opdrachtgever zijn verstrekt alsmede gegevens uit het milieuarchief van de gemeente Nederbetuwe (verkregen via dhr. H. Geurts), de bodematlas van de provincie Gelderland (met historisch bodembestand), het bodemloket, topografische kaarten en het handelsbestand van de Kamer van Koophandel. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter.

voormalige bodemgebruik bodemgebruik in het verleden tot heden: (bron: opdrachtgever/gemeente/topografische kaarten)  De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel gelegen aan de Hoofdstraat perceel E nr. 1119 te Kesteren. De locatie bevindt zich ten noorden van Stationsstraat 1 en ten zuiden van Hoofdstraat 1. De onderzoekslocatie betreft een deel van een moestuin. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw (beoogde bouwblok). Het terreindeel waar de woning gepland is heeft een 2 oppervlakte van ca. 350 m (zie bijlage 2). Het terreindeel ter plaatse van de geplande nieuwbouw is onbebouwd, onverhard en als moestuin in gebruik.  De onderzoeklocatie is door de huidige gebruiker reeds 30 jaar als moestuin in gebruik.  Op basis van oude topografische kaarten vanaf 1899 is, voor zover te beoordelen, de locatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. In het verleden behoorde de locatie tot een nabijgelegen boerderij.  Ten behoeve van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, niet eerder bouwvergunningen verleend.  Ten behoeve van de onderzoekslocatie zijn geen milieuvergunningen verleend.  De onderzoekslocatie wordt in het handelsbestand van de Kamer van Koophandel niet vermeld.

onder- of bovengrondse brandstoftanks: (bron: opdrachtgever/eigenaar/gemeente/provincie)  Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het beoogde bouwblok. aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/gemeente)  Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. voormalige en huidige potentieel belastende agrarische en bedrijfsactiviteiten (bron: opdrachtgever/ eigenaar/ gemeente/ provincie)  De onderzoeklocatie is door de huidige gebruiker reeds 30 jaar als moestuin in gebruik. In het verleden behoorde de locatie tot een nabijgelegen boerderij.  Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie.  Er is geen informatie omtrent evt. andere (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.  Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten op de onderzoekslocatie.

november 2013

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich woningen en een garagebedrijf binnen de bebouwde kom. Hoofdstraat ongenummerd (ten westen van Stationsstraat 1) perceel E 1017 wordt melding gemaakt van een autoreparatiebedrijf met ondergrondse tanks vanaf 1936. Op de locatie Hoofdstraat 7 staat vermeld als een potentieel ernstig verontreinigde locatie. Op de locatie Spoorstraat 1 wordt melding gemaakt van een autoreparatiebedrijf met ondergrondse tank voor afgewerkte olie en dieseloliepompinstallatie vanaf 1936. Op de locatie Stationsstraat 5 wordt melding gemaakt van een koelpakhuis. Op de locatie Spoorstraat 2 wordt melding gemaakt van een autoreparatiebedrijf. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval: (bron: opdrachtgever/gemeente)  Er is geen informatie omtrent evt. gedempte watergangen/sloten t.p.v. het beoogde bouwblok.  Volgens informatie van de huidige gebruiker liep over een deel van de onderzoekslocatie een half verhard pad vanaf de Hoofdstraat naar de toenmalige boerderij (nabij Spoorstraat 2). Er is geen andere informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de locatie. ondergrondse infrastructuur in het heden verleden: (bron: opdrachtgever)  Voor zover bekend bevindt zich op de onderzoekslocatie geen ondergrondse infrastructuur. archeologische waarden:  geen informatie

(bron:gemeente/provincie)

niet gesprongen explosieven:  geen informatie

(bron:gemeente/provincie)

huidige bodemgebruik huidige bodemgebruik van de locatie: (bron:opdrachtgever/terreininspectie)  De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, onbebouwd en als moestuin in gebruik. aanwezigheid van asbest: (bron:opdrachtgever/terreininspectie)  Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. huidige verdachte/bedrijfsmatige/bodembelastende activiteiten: (bron:opdrachtgever/gemeente)  Op de onderzoekslocatie vinden thans geen bodembedreigende activiteiten plaats. 

verhardingslagen: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) De onderzoekslocatie is geheel onverhard.

toekomstige bodemgebruik geplande herinrichting/ bouwplannen:  de nieuwbouw van een woning

(bron:opdrachtgever)

geplande bedrijfsactiviteiten:  niet bekend

(bron:opdrachtgever)

geplande potentieel bodemverontreinigende activiteiten:  niet bekend

(bron:opdrachtgever)

november 2013

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

geologie en bodemsamenstelling: De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (kaartbald 40 west) Hoewel de dikte van de verschillende lagen van plaats tot plaats kan variëren is de volgorde van de aangetroffen lagen in het onderzoeksgebied constant. De lithostratigrafie wordt in het onderstaande beschreven. De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Neder-Betuwe, wat behoort tot het rivierkleigebied dat gelegen is tussen de Rijn en de Waal. De gemiddelde maaiveldhoogte is ca. 6,5 meter +NAP. Volgens de bodemkaart van Nederland bestaat de bodem bovenin het profiel uit zandige kleiafzettingen. Over de onderliggende lagen zijn weinig gegevens bekend. De scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerende pakket is ter hoogte van het grondgebied van de gemeente Kesteren waarschijnlijk onderbroken

geohydrologie Voor de beschrijving van de geohydrologie in het onderzoeksgebied is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland (kaarblad 40 West). De geschematiseerde geohydrologische opbouw is gebaseerd op lithologische-, hydrochemische- en geofysische gegevens. In tabel 2.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 2.2 geohydrologische opbouw diepte beschrijving m-mv (zandige) klei, slecht doorlatend 0-5 6-60

uiterst grof tot middel-grof, grindhoudend zand, kleilenzen

>60

klei

formatie

eenheid

Betuwe

deklaag

o.a. Urk, Kreftenheije, Sterksel

1 watervoerend pakket

e

e

1 scheidende laag

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 2.3 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 2.3 financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens gemeente Kesteren, sectie E, nummer 1119 opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

november 2013

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

2.4

Hypothese

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie Hoofdstraat perceel E nr. 1119 te Kesteren geruime als moestuin in gebruik is. In het verleden behoorde de locatie tot een nabijgelegen boerderij. Voor zover bekend is het onderzochte terreindelen in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie over andere (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen) of (voormalige) bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek op het overige deel van de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV) (literatuur 1). In tabel 2.4 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 2.4

gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie grond grondwater bouwblok geen geen

onderzoeksstrategie ONV

Bij de toetsing van de hypothese wordt een enkele overschrijding van de achtergrondwaarde geïnterpreteerd als “onverdachte locatie”. Dit geldt vooral voor parameters welke van nature verhoogd aanwezig zijn en de achtergrondwaarde overschrijden. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707 of NEN-5897. Tevens dient opgemerkt te worden dat eventueel aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

november 2013

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.

3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de VBK-protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. plaatsen van boringen en peilbuis Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 14 november 2013. Het bemonsteren van het grondwater is conform NEN-5740 ca. een week na plaatsing van de peilbuis op 25 november 2013 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A. van Wuykhuyse erkende en geregistreerde veldwerker/monsternemer van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatieinspectie zijn op het maaiveld plaatselijk puindeeltjes waargenomen. Naar verwachting betreft het hier de restanten van het vm. pad richting de Hoofdstraat. Op één plaats is een stukje asbestverdacht materiaal waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen.

Alle boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en geplaatst conform de eisen uit het VKB-protocol 2001. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. In totaal zijn, gelijkmatig verdeeld, op de onderzoekslocatie acht boringen geplaatst. Alle boringen zijn doorgezet tot in de aanwezige deklaag (0.5 m-mv). Twee boringen zijn doorgezet 2.0 m-mv. Eén boring is doorgezet tot in het freatisch grondwater, deze boring is ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 2.3-3.3 m-mv. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het VKB-protocol 2001.

november 2013

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het VBK-protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het VBK-protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

3.2

Resultaten van het veldonderzoek

Bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 3.1 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 3.1 lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.0-0.9 klei 0.9-1.6 klei 1.6-2.2 zand 2.2-3.3 zand

Toevoeging

Kleur

zwak zandig zwak zandig zwak siltig zwak siltig

bruin/grijs beige/grijs grijs/bruin grijs/beige

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in tabel 3.2 weergegeven. tabel 3.2 Peilbuis

veldwaarnemingen grondwater filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter

1

2.3-3.3

november 2013

1.12

7

6.14

EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 290 12.66

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De zintuiglijke waarnemingen van het bodemmateriaal zijn in tabel 3.3 beschreven. tabel 3.3 boring

Zintuiglijke waarnemingen grond Diepte zintuiglijke waarnemingen m-mv

1+2 3+4 5 6 t/m 8

0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5

zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, stukje asbestverdacht op maaiveld zwak puinhoudend

grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld. Op basis van de locatie-inspectie is op het maaiveld t.p.v. boring 5 een stukje asbestverdacht materiaal waargenomen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden.

Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Overigens wordt in algemene zin opgemerkt dat in de bodem aanwezig puinmateriaal asbest kan bevatten. Alleen een asbestonderzoek volgens P2018 /NEN-5707 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

november 2013

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS BV (certificaat L092). Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erken door het ministerie van VROM. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn twee grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 4.1 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 4.1 Analyse-schema Monstercode

grond 1 (MM1) 2 (MM2) grondwater 1 (peilbuis)

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

1 t/m 8 1+2

0.0-0.5 m-mv 0.5-1.6 m-mv

pu1 -

NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000

1

2.3-3.3 m-mv

-

NEN-grondwater +AS3000

(*)

(**)

(1)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten= Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

november 2013

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

4.2

Toetsingscriteria grond en grondwater

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en luntum=25%). Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit.

Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 3 3 25 m grond of 100 m grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol.

Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu. In bijlage 5 is het wettelijk toetsingskader alsmede achtergrondinformatie over de rekenmethode van de toetsingswaarden voor grond en grondwater opgenomen.

november 2013

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 4.2 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Referentie opdrachtgever:

13-M6751

13-M6751

GP13-09846 MM1: 01 (00-50) 02 (00-50) 03 (00-50) 04 (00-50) 05 (00-50) 06 (00-50) 07 (00-50) 08 (00-50)

GP13-09846 MM2: 01 (50-90) 01 (90-140) 02 (50-100) 02 (110-160)

bodemtype

K

K

zintuiglijke waarnemingen

Pu6

Kenmerk analyserapport SGS: monsteromschrijving/boringen

Organisch stof (gew % ds)

5,2

2

Lutum, deeltjes < 2 µm (%)

12,0

18

Droge stof gehalte (%) Metalen

79

80

barium (Ba) *) 241,111 cadmium (Cd) 0,569 kobalt (Co) 13,433 koper (Cu) 34,123 kwik (Hg) 0,206 lood (Pb) 89,807 molybdeen (Mo) 1,05 nikkel (Ni) 36,591 zink (Zn) 164,179 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) PAK(som 10), incl. 0,7 0,69 Gechloreerde koolwaterstoffen - polychloorbifenylen (PCB’s) PCB’s (som 7), incl. 0,7 0,0094 minerale olie 27

monsterkwalificatie

A

T

I

≤A ≤A ≤A ≤A ≤A ≤A ≤A ≤A

0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

460 6,8 102,5 115 2,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 4

0,35

≤A

1,5

20,75

40

0,0245 70

≤A ≤A

0,020 190

0,510 2595

1 5000

≤A ≤A ≤A ≤T ≤T ≤A ≤T ≤T

142,083 0,304 11,761 20 0,04 19,429 1,05 31,25 90,28

≤A

≤A ≤A ≤T

(mg/kg ds)

530 190 100 720

≤A

Legenda toetsing Wet bodembescherming / Circ. 1-7-2013 >A

- groter dan achtergrondwaarde, er is geen interventiewaarde

≤A ≤T ≤I >I

- kleiner dan of gelijk aan achtergrondwaarde en of rapportagegrens

november 2013

- kleiner of gelijk aan "TUSSENWAARDE" - kleiner of gelijk aan "INTERVENTIEWAARDE" - groter dan Interventiewaarde

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

interpretatie onderzoeksresultaten grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1 t/m 6) bevat een verhoogd gehalte kwik, lood, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik, lood, nikkel en zink (zware metalen) in het bovengrondmengmonster MM1 overschrijden de achtergrondwaarde, de tussenwaarde wordt in deze gevallen in het onderzochte mengmonster niet overschreden. De verhoogd gemeten gehalten kwik, lood, nikkel en zink (zware metalen) in het bovengrondmengmonster MM1 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen mogelijk, deels, te relateren aan de zintuiglijk waargenomen bijmengingen met puinsporen in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning/gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. De overige onderzochte stoffen zijn in het bovengrondmengmonster MM1 niet verhoogd gemeten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

ondergrond (0.5-1.6 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

november 2013

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In de tabel 4.3 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.3 gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Referentie opdrachtgever: Kenmerk analyserapport SGS: Monsternummer Peilbuis

13-M6751

Diepte (m-mv) grondwaterstand (m-mv)

2.3-3.3 1.12

Metalen (µg/l ) barium (Ba) cadmium (Cd) kobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) zink (Zn)

GP13-10613

1 1

66 <0.2 <2 5,7 <0.05 <2 4,4 4,7 15

toetsingswaarden S

T

I

Rap.grens

50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

20 0,2 2 2 0,05 2 2 3 10

0,2 4 7 0,2 0,01 6

15,1 77 503,5 35,1 35,005 153

30 150 1000 70 70 300

0,2 0,2 0,2 0,3 0,05 0,2

≤

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

2,505 500,01 453,5 203,5 5,005 10,005 40,4 203 150,01 65,005 262 5,005 20,005

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

0,2 0,2 0,2 0,2 0,1 0,2 0,6 0,2 0,1 0,1 0,2 0,1 0,1

≤

50

325 315

600 630

50 0,5

x ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤

Aromatische stoffen (µg/l) benzeen <0.2 ethylbenzeen <0.2 tolueen <0.2 xylenen (som) incl. 0,7 0,21 naftaleen <0.02 styreen (vinylbenzeen) <0.2 Gechloreerde koolwaterstoffen - (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen (µg/l)

≤

monochlooretheen (vinylchloride) dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (som), incl. 0,7 dichloorpropanen (som) incl. 0,7 trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)

≤

<0.2 <0.2 <0.2 <0.2 <0.1 0,14 0,52 <0.2 <0.1 <0.1 <0.2 <0.1 <0.1

≤ ≤ ≤ ≤ ≤

≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤ ≤

Overige stoffen (µg/l) minerale olie C10-C40 tribroommethaan

<50 <0,5

≤*

Toelichting bij de tabel: Legenda: Individuele beoordeling van analyseparameter vlg. Circulaire bodemsanering ≤ : meetwaarde gelijk of kleiner dan streefwaarde (resp. rapportagegrens) x : meetwaarde groter dan streefwaarde (resp rapportagegrens) = lichte verhoging xx : meetwaarde groter dan tussenwaarde = matige verhoging xxx : meetwaarde groter dan interventiewaarde = sterke verhoging @ : geen interventiewaarde vastgesteld # : gehalte is geschat * : gehalte groter dan rapportagegrens

november 2013

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

interpretatie resultaten grondwater peilbuis 1 (2.3-3.3 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de streefwaarde, de tussenwaarde wordt in dit geval niet benaderd. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 niet verhoogd gemeten t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2-dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

november 2013

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan grond Op het maaiveld t.p.v. boring 5 is een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn op het maaiveld en in de grond puindeeltjes/ -resten waargenomen. bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1 t/m 6) bevat een verhoogd gehalte kwik, lood, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik, lood, nikkel en zink (zware metalen) in het bovengrondmengmonster MM1 overschrijden de tussenwaarde niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-1.6 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

grondwater peilbuis 1 (2.3-3.3 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde niet en geeft daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek.

Toetsing hypothese Op basis van de vooraf in paragraaf 2.4 gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieukundig onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk verontreinigingen t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek conform de NEN 5707 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek.

november 2013

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001 en 2002. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.

Aanbevelingen 1) Tijdens de terreininspectie is op het maaiveld t.p.v. boring 5 een stukje asbestverdacht materiaal waargenomen. Evt. aanwezigheid van asbest in de bodem is in onderhavige onderzoek, dat volgens de norm NEN-5740 is uitgevoerd, niet onderzocht. Alleen middels een verkennend bodemonderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 kan een uitspraak worden gedaan omtrent een evt. verontreiniging met asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. 2) Indien op de locatie, als gevolg van grondverzet, grond vrijkomt dienen de toepassingsmogelijkheden te worden vastgesteld aan de hand van het Besluit Bodemkwaliteit (besluit november 2007). Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven.

november 2013

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van het perceel gelegen aan de Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. T.a.v. historische informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.

Hoewel het verrichte veld- en chemisch-analytisch onderzoek, zoals bij ieder bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd, is er naar gestreefd om representatieve bodemmonsters te verkrijgen. Het is juist de deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties t.a.v. de bodemkwaliteit af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, bv. t.g.v. as-, verbrandings-, of afvalgaten. Het kan op basis van dit onderzoek niet geheel uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt.

Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

november 2013

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

LITERATUURLIJST

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740 (NNI, januari 2009). Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001, grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002. Regeling Bodemkwaliteit” (wijziging) Staatscourant 22335, 30 oktober 2012). Circulaire Bodemsanering (Staatscourant 16675, 27 juni 2013). Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (NNI januari 2009). Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011).

november 2013

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren

COLOFON opdrachtgever project

: :

omvang rapport datum projectleider

: : :

Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

november 2013

mevr. E. Bloem verkennend milieukundig bodemonderzoek Hoofdstraat sectie E nr. 1119 te Kesteren 25 blz. 29 november 2013 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Paraaf

Gecontroleerd door Ing. M.J.A. van Wuykhuyse

Paraaf

Datum

Status

29 november 2013

definitief

25

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F

1977

1958

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

Boormeester: A: van Wuykhuyse

Schaal BIJLAGE 3

boring 1

tuin

0

0

boring 2

14-11-2013

-50

50

0

0

Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

tuin Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

Klei, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor

14-11-2013

Klei, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor

-90

Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

100

100 -110

Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor 150

150

-160

-170

Zand, matig grof, zwak siltig, beigegeel, Edelmanboor

Zand, matig grof, zwak siltig, beigegeel, Edelmanboor

200

-200

200

250

300

-330

boring 3

-50

boring 5

Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor, asbestverdacht materiaal op maaiveld -50

50

boring 7

50

Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

-50

boring 8

-50

Project :

0

50

14-11-2013 0

tuin Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

-50

perceel G 1119 te Kesteren

Projectnummer : 13-M6751

tuin Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

50

tuin

14-11-2013 0

0

14-11-2013 0

-50

boring 6

tuin

0

0

tuin Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

50

14-11-2013

14-11-2013 0

0

Klei, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

50

0

tuin

0

0

boring 4

14-11-2013

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN

GP13-10259 ANALYSERAPPORT KLANT

LABORATORIUM

Laboratorium manager

Marc Van Ryckeghem

Klant

Sigma Bouw en Milieu

Laboratorium

SGS Belgium NV Environmental Services

Adres

Phileas Foggstraat 153 7825AW Emmen Nederland

Adres

Spoorstraat 12 Postbus 78 4430 AB 's-Gravenpolder

Contactpersoon

Dhr. A. van Wuijkhuijse

Telefoon Telefoon

+31 (0) 113 31 92 00

Fax

Fax

+31 (0) 113 31 92 99

Email

bodem@sigma-bm.nl

Project

Standard Project

Klant Ref

13-M6751

Email SGS referentie

GP13-10259

Aanvraag Ontvangen

14-11-2013

Gerapporteerd

21-11-2013

ADDITIONELE OPDRACHT INFO

Klant opdracht omschrijving

perceel G 1119 te Kesteren

MONSTER IDENTIFICATIE

GP13-10259.001

MM1: 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-50) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50)

GP13-10259.002

MM2: 1 (50-90) 1 (90-140) 2 (50-100) 2 (110-160)

OPMERKINGEN

Het laboratorium is erkend voor het uitvoeren van analyses zoals genoemd in SIKB-protocollen 3010, 3020, 3030, 3040, 3050, 3110, 3120, 3130, 3140 en 3150. De analyses gemarkeerd met een Q zijn ISO17025 geaccrediteerd (BELAC 005-TEST) Het laboratorium beschikt over een erkenning voor de met een E gemarkeerde analyses.

HANDTEKENINGEN

ISO17025 (BELAC 005-TEST)

Marc Van Ryckeghem Business Unit Manager Environmental Laboratories Het analyserapport kan alleen gebruikt worden binnen de specifieke context van de opdracht en is alleen geldig voor de geanalyseerde monsters. Rapporten dienen steeds in hun geheel en in de context ervan te worden voorgelegd en/of te worden vermeld. SGS Belgium NV, kan niet aansprakelijk gesteld worden voor fouten of verandering van de resultaten, gedurende of na elektronische versturing of versturing per fax. Alleen het originele getekende rapport is bindend. Prestatiekenmerken van geaccrediteerde verrichtingen zijn opvraagbaar. In de bijlage is informatie vermeld over de houdbaarheid en conserveringsaspecten van de aangeleverde monsters. Toelichting op analyseresultaten gemarkeerd met een "*" treft u ook aan in deze bijlage. De rapportages van eventuele externe uitbestedingen zijn bijgevoegd aan dit rapport. SGS Belgium NV

Environmental Services Haven 407 Polderdijkweg 16 B-2030 Antwerpen t +32 (0)3 545 86 71 f +32 (0)3 545 86 79 e be.environment@sgs.com

Pagina 1 of 6

url www.be.sgs.com Member of the SGS Group

Registered office : Noorderlaan 87 B-2030 Antwerpen RPR Antwerpen BTW BE 404.882.750 Belfius 550-3560000-93

GP13-10259 ANALYSERAPPORT Monsternummer

GP13-10259.001

GP13-10259.002

Grond

Grond

Matrix Bemonsteringsdiepte Bemonsterd door Bemonsteringsdatum

OPDRG

OPDRG

14-11-2013

14-11-2013

Bemonsteringsplaats Ontvangstdatum Monster

15-11-2013

15-11-2013

Eenheid

RG

Resultaat

Resultaat

Analyse conform AS3000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015430/1