CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Poort van Ochten’26.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Poort van Ochten ontwerp

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Poort van Ochten ontwerp

bestemmingsplan Poort van Ochten

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Laddertoets

7

Bijlage 2

Bodemonderzoek

25

Bijlage 3

Risicobeschouwing en -berekeningen

97

Bijlage 4

Advies Veiligheidsregio

107

Bijlage 5

Watertoets

113

Bijlage 6

Omgevingsdialoog

129

Bijlage 7

Beknopte natuurtoets

135

Bijlage 8

Stikstofberekening

145

3

bestemmingsplan Poort van Ochten

4

bestemmingsplan Poort van Ochten

Bijlagen toelichting

5

bestemmingsplan Poort van Ochten

6

bestemmingsplan Poort van Ochten

Bijlage 1 Laddertoets

7

Lad d er v o or d u u r z a m e v er st ed el i j k in g P o ort v an O ch t en

D EF IN I TI EF

Lad d er v o or d u u r z a m e v er st ed el i j k in g P o ort v an O ch t en

D EF IN I TI EF

12 september 2022 Projectnummer 181.00.03.00.00

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4

1.3

Leeswijzer

5

Ladder voor duurzame verstedelijking

6

2.1

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?

6

2.2

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

6

2.3

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

7

2.4

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

9

2.5

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

12

Conclusie

12 september 2022

13

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Neder-Betuwe is voornemens om de locatie ‘Poort van Ochten’ te ontwikkelen ten behoeve van reguliere bedrijfsruimte met een hoogwaardige uitstraling en kantoren van circa 1,5 hectare. Voorliggend initiatief voorziet in het planologisch toekennen van een bedrijfsfunctie aan de locatie, zodat de ontwikkeling van Poort van Ochten tot werklocatie in gang kan worden gezet. De ruimtelijke ontwikkeling kan bestaan uit één gebouw of meerdere gebouwen met een hoogwaar2

dige uitstraling. De maximale bruto vloeroppervlakte bedraagt 10.500 m , te verdelen over het gehele plangebied in één gebouw of maximaal drie afzonderlijke gebouwen, om zo voldoende flexibiliteit te waarborgen. De exacte uitwerking van de gebouwen en de landschappelijke inpassing krijgen haar definitieve vorm in een later stadium, binnen de kwalitatieve kaders die zijn opgesteld voor het gebied. Op de onderstaande afbeelding is een schematische afbeelding van het stedenbouwkundig ontwerp weergegeven.

Afbeelding 1: stedenbouwkundige uitwerking

Het plangebied ligt ten noorden van Ochten, ingeklemd tussen de A15 in het noorden, de N233 in het oosten, de Cuneraweg in het zuiden en de Walenhoekseweg in het westen.

12 september 2022

3

Afbeelding 2: plangebied ten opzichte van Ochten

In de huidige situatie is een deel van het plangebied in gebruik als carpoolplaats. De realisatie van bedrijfsgebouwen en het bijbehorend parkeren binnen het plangebied is strijdig met het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' uit 2013. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan niet is toegestaan, wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht. De locatie staat als werklocatie opgenomen in het RPW 2020-2024. Op dit moment vindt actualisering van het RPW plaats, waarin de Poort van Ochten als plancapaciteit voor NederBetuwe blijft meegenomen. Voor de statusverandering naar ‘groen’ is een Ladderonderbouwing een voorwaarde.

1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Voor een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, als bedoeld in art. 1.1.1. van het Bro is het doorlopen van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (hierna: de Ladder) een verplicht onderdeel. De Ladder is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

12 september 2022

4

De Ladder is onder andere van toepassing op het uitbreiden van bedrijventerreinen en bedrijvigheid die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?

2.

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

3.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

4.

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

5.

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt de bovenstaande vijf aspecten van de Ladder in relatie tot het voornemen. De antwoorden op deze vragen worden verkregen door middel van een ruimtelijk-functioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ruimtelijke ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied wordt onderzochten afgewogen. In hoofdstuk 3 volgt de conclusie van deze Ladderonderbouwing

12 september 2022

5

2

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. Lid 2 Bro en luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Is dit het geval dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?

2.

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

3.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

4.

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

5.

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

2.1

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een bedrijfsgebouw of een bedrijventerrein, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder 2

dan 500 m . Door de toevoeging van 'in beginsel' bij iedere ondergrens, lijkt de Afdeling duidelijk te willen maken dat geen sprake is van ‘harde’ ondergrenzen. 2

Het onderhavig voornemen voorziet in de mogelijkheid om maximaal circa 10.500 m bruto vloeroppervlak aan bedrijfsgebouwen te realiseren. Gelet op deze omvang is het plan aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.

2.2

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het plangebied is onderdeel van het 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' uit 2013. Voor het gebied gelden de bestemmingen ‘Verkeer - Snelweg’ en ‘Groen’. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan wordt met het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk gemaakt. Er is aldus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

12 september 2022

6

2.3

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Bij de bepaling van het ruimtelijk verzorgingsgebied is in het kader van de ‘Poort van Ochten’ gekeken naar de volgende functies: 

kantoren;

reguliere bedrijfsruimte, met een hoogwaardige uitstraling (met name aan de zijde A15, bijvoorbeeld: showroom, handel, opslag, experience centre).

De aard en omvang van de kavels Poort van Ochten is geschikt voor kleinschalige (boven-)lokale bedrijven op zoek naar een zichtlocatie. De bedrijven- en kantorenmarkt kan als ecosysteem worden gezien. Over het algemeen geldt dat de grootste bedrijven (veelal grootschalige logistiek of industrie) en de meest bijzondere bedrijven met zeer specifieke locatie-eisen (bijvoorbeeld sterke koppeling met een specifieke sector of hoge milieucategorie) bereid zijn om over een grotere afstand te verhuizen voor een geschikte vestigingslocatie. Dit zijn de, veelal bovenlokale regionaal georiënteerde bedrijven. Dergelijke bedrijven doen zich in Neder-Betuwe nauwelijks voor. De onderhavige locatie is een echte zichtlocatie. Bedrijfsverplaatsing op bedrijventerreinen in Nederland Onderzoek (PBL, 2007 & CBS, 2013) wijst uit dat circa 90 tot 95% van de bedrijfsverplaatsingen op 1

bedrijventerreinen binnen de COROP-regio plaatsvindt. In de COROP-regio Zuidwest-Gelderland is de gemiddelde verhuisafstand van bedrijven circa 8 tot 9 kilometer ('Bedrijven verhuizen vooral binnen eigen gemeente' augustus 2013). Een groot deel (ruim twee derde) blijft daarbij ook binnen de gemeentegrenzen, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Onderzoek naar verhuisdynamiek binnen de gemeentegrenzen is beperkt. Uit diverse onderzoeken (waaronder bovenstaande onderzoeken) komt naar voren dat: 

slechts 5% van alle bedrijven over de gemeentegrenzen wil verhuizen (en dus geen voorkeur heeft voor de eigen gemeente);

circa 75% van de bedrijven verhuist binnen een straal van 5 kilometer rondom de bestaande vestiging;

circa 40% van alle bedrijven verhuist binnen een straal van 1 kilometer rondom de bestaande vestiging.

Bedrijfsverplaatsingen in de gemeente Neder-Betuwe en in het bijzonder de verhuisdynamiek in Ochten Aanvullend op de landelijke onderzoeken naar bedrijfsdynamiek is een extra analyse uitgevoerd voor gemeente Neder-Betuwe. Hierbij zijn verhuisbewegingen van bedrijven geanalyseerd. Dit is een betrouwbare manier om het verzorgingsgebied voor een bedrijventerrein en bedrijfskavel te bepalen. 1

Een COROP-gebied is een regionaal gebied binnen Nederland dat deel uitmaakt van de COROP-indeling. Deze indeling

wordt gebruikt voor analytische doeleinden. Neder-Betuwe valt binnen de COROP Zuidwest Gelderland.

12 september 2022

7

Het geeft inzicht in de verplaatsingen van bedrijven (de daadwerkelijke vraag) en waar deze 'vraag' vandaan komt. Zo is inzichtelijk waar potentiële eindgebruikers voor de beoogde bedrijfskavels vandaan komen. Het verzorgingsgebied is niet vanzelfsprekend gelijk aan de gemeente, bestuurlijke regio of de COROP-regio. Uit een analyse van verhuisbewegingen van bedrijven van en naar Ochten (inclusief bedrijventerreinen Heuning en Walenhoek) blijkt het volgende (bron: Vastgoeddata.nl, peildatum oktober 2021): 

2

in totaal vonden er 11 bedrijfsverhuizingen plaats sinds het jaar 2015, ook waren er 14 nieuw opgerichte bedrijven te noteren in en om Ochten;

van de 11 bedrijfsverhuizingen kwamen 3 bedrijven uit de eigen gemeente, 4 uit een andere gemeente en 4 bedrijven verhuisden vanuit Ochten naar een andere locatie.

Bedrijven die van buiten Ochten kwamen, waren hoofdzakelijk afkomstig uit Kesteren (3 bedrijven). Anderen kwamen hoofdzakelijk uit andere kernen in de buurt zoals Lienden en Rhenen. Ruimtelijk verzorgingsgebied De markt voor kantoren en bedrijven in Ochten is hoofdzakelijk lokaal gericht. De ontwikkellocatie Poort van Ochten spreekt door zijn bereikbaarheid en zichtbaarheid aan de A15 echter een ruimer publiek aan. De inschatting is daarom dat het ruimtelijk verzorgingsgebied op een straal van circa 8 kilometer rond het plangebied ligt. Hiermee voorziet de locatie in een lichte bovenlokale behoefte aan kantoren en bedrijvigheid. In de verdere behoefteraming wordt rekening gehouden met bereikbaarheid (natuurlijke belemmeringen en wegennetwerk) en mogelijkheden voor bedrijvigheid in de eigen omgeving van kernen. Naast grote delen van de gemeente Neder-Betuwe vallen ook enkele grote plaatsen als Rhenen, Druten en delen van Tiel en Wageningen in het verzorgingsgebied. De ligging aan de snelweg heeft mogelijk een wat groter verzorgingsgebied tot gevolg, maar als gekeken wordt langs de A15 as dan ligt het zwaartepunt naar het westen vooral op (grootschalige) logistiek rond Tiel en Zaltbommel. De A2-as is hier bovendien een sterke economische 'magneet'. Richting het oosten zijn Nijmegen en Arnhem al snel de economische zwaartepunten van de (markt)regio.

Het ruimtelijk verzorgingsgebied bestaat primair uit gemeente Neder-Betuwe, ook deels Rhenen en Druten.

2

Er wordt hierbij uitgegaan van bedrijfsruimtegebruikers met ten minste twee werkzame personen. Op deze manier

wordt bedrijvigheid aan huis en worden ‘lege bv’s’ uit de resultaten gefilterd (doorgaans niet de bedrijven die zich normaliter in een bedrijfsruimte vestigen).

12 september 2022

8

Afbeelding 2: ruimtelijk verzorgingsgebied Poort van Ochten

2.4

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

De Ladder vraagt om een beschrijving van de behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Kort gezegd is de 'behoefte' het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende 10 jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als dit aanbod feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Om de vraag te bepalen is er gebruik gemaakt van de behoefteraming van Ecorys voor de provincie Gelderland (Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland,2019). Op basis daarvan is het marktaandeel van Neder-Betuwe en het ruimtelijk verzorgingsgebied buiten de gemeente aan bedrijventerrein en kantoorruimte bepaald. Om het (plan)aanbod te bepalen is er onder andere gebruik gemaakt van het IBIS-bestand van de provincie Gelderland. Onderstaand zijn de kwantitatieve en de kwalitatieve behoefte beschreven. Kwantitatieve behoefte Het ruimtelijk voornemen voorziet in het mogelijk maken van kantoren, reguliere- en aanvullende hoogwaardige bedrijfsruimte.

12 september 2022

9

Reguliere bedrijfsruimte Het plangebied is voornamelijk geschikt voor reguliere bedrijfsruimte. In het ruimtelijk verzorgingsgebied is de indicatieve kwantitatieve regionale ruimtevraag circa 13 tot 15,5 hectare per jaar t/m 2030. Hierbij is uitgegaan van het scenario van de provinciale prognose van Ecorys en de raming op basis van historische uitgifte. In het ruimtelijke verzorgingsgebied is het harde (netto) planaanbod 0 hectare. Het harde planaanbod is volledig uitgegeven. Ook is er in het verzorgingsgebied weinig leegstand en ontstaat er weinig ruimte in het zachte planaanbod (de plannen die nog een zachte status hebben). Wel wordt er in het verzorgingsgebied gewerkt aan de voorbereiding van twee nieuwe bedrijventerreinen wetende ‘uitbreiding Walenhoek’ (3,3 hectare) en ‘Bonegraaf-Oost’ (6,3 hectare). Daarbij dient de kanttekening te worden geplaatst dat de uitbreiding van Walenhoek een uitbreiding betreft voor de aldaar reeds gevestigde bedrijven. Voor Bonegraaf Oost is circa ¾ van de uit te geven grond reeds in optie/uitgegeven of was al in particulier eigendom. De te vestigen bedrijven laten voor het grootste gedeelte geen bedrijfsgronden achter (o.a. om de achterlaatlocatie wordt herontwikkeld naar wonen). Gelet op het bovenstaande is er een grote behoefte, 13 tot 15,5 hectare aan reguliere bedrijfsruimte binnen het verzorgingsgebied.

Kantoren en aanvullende hoogwaardige bedrijfsruimte 2

Naast de reguliere bedrijfsruimte is het plangebied tevens geschikt voor 3.000 m aan kantoren en voor aanvullende hoogwaardige bedrijfsruimte. Er is in de regio geen aparte kantorenbehoefte in beeld gebracht en we zien binnen de marktregio ook geen kantoorlocaties (een cluster van kantoren van enige omvang). Wel zijn er uiteraard solitaire kantoren. De vraag naar kantoren wordt meegenomen in het werkmilieutype hoogwaardig/kantoren. Op basis van onderzoek van de Stec Groep (pré-check Ladder Poort van Ochten, 2021) is er uitgegaan van een totale uitbreidingsvraag aan hoogwaardige werklocatie/kantoren in Rivierenland van circa 5 hectare tot en met 2030. Als specifiek segment, dat niet als specifiek segment wordt meegenomen in RPW. In eerder onderzoek is door Stec Groep bepaald dat het marktaandeel van Neder-Betuwe in de regio Rivierenland 9% bedraagt. Derhalve bedraagt de totale ruimtevraag naar werkmilieu hoogwaardig/kantoren over een periode tot en met 2030 0,45 hectare. Doordat het voornemen een bovengemeentelijke vraag bedient, de marktregio is immers bepaald op circa 8 kilometer rond de planlocatie, is tevens gekeken naar de additionele vraag vanuit omliggende gemeenten. Voor deze gemeenten is rekening gehouden met natuurlijke belemmeringen, het wegennetwerk en andere omliggende steden.

Geconcludeerd kan worden dat vanuit de regio’s, Beneden-Leeuwen, Lienden, Rhenen en Wageningen de totale ruimtevraag 0,45 hectare bedraagt (pré-check Ladder Poort van Ochten, 2021). De gemeente Druten valt ook binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. Natuurlijke belemmeringen (de Waal ligt tussen Ochten en Druten, zonder brug), bestaand aanbod in eigen kern en de focus op

12 september 2022

10

de Nijmeegse bedrijvenmarkt maakt dat deze gemeente niet verder betrokken wordt in de ruimtevraag. Wanneer de ruimtevraag van Neder-Betuwe en omliggende gemeenten in het verzorgingsgebied

bij

elkaar

worden

opgeteld

is

er

een

verwachte

vraag

aan

hoogwaardig

bedrijventerrein/kantoren van 0,9 hectare tot en met 2030. De volgende stap is het afzetten van de verwachte vraag binnen het verzorgingsgebied ten opzichte van het planaanbod binnen dezelfde regio. Er is in de marktregio geen planaanbod van zelfstandige kantoorruimte. Op basis van bedrijventerrein-registratiesysteem IBIS heeft Stec Groep geconstateerd dat er geen hard planaanbod binnen de gemeente Neder-Betuwe beschikbaar is. Maar er worden wel plannen gemaakt voor de uitbreiding van Bonegraaf-Oost (circa 6,5 hectare, met inachtneming van bovengenoemde kanttekening). De Stec Groep verwacht dat dit aanbod beperkt concurrerend is met het aanbod van hoogwaardige bedrijfsruimte/kantoren in het plangebied. In Kesteren ziet de Stec Groep daarnaast nog ruimte voor circa 2

4.000 m bedrijfsruimte binnen het plan Casterhoven fase 6. Dit aanbod is concurrerend met hoogwaardige bedrijfsruimte/kantoren binnen Poort van Ochten. Hiernaast is door de Stec Groep naar het overige aanbod binnen het verzorgingsgebied gekeken. In Wageningen is Nudepark 2 van circa 2 hectare als concurrerend aanbod beschouwd. Dit plan is echter uitgegeven en kan dus niet meer als concurrerend aanbod worden gezien. Binnen het verzorgingsgebied is de behoefte voor Hoogwaardige bedrijfsruimte en kantoren bepaald door vraag en aanbod tegen elkaar af te zetten. Als we met het bovengenoemde vraag en aanbod rekening houden is er circa 0,5 hectare meer vraag dan aanbod. Resumé De ruimtelijke ontwikkeling voorziet voornamelijk in reguliere bedrijfsruimte. Binnen het verzorgingsgebied bestaat een grote kwantitatieve behoefte (13 tot 15,5 hectare) aan reguliere bedrijfsruimte. Tevens bestaat voor de hoogwaardige bedrijfsruimte een beperkte vraag van 0,5 ha. Het voornemen leidt derhalve niet tot onevenredige leegstand. Daarnaast kan nog worden aangedragen dat de leegstand in het ruimtelijk verzorgingsgebied ver onder het frictieniveau ligt. Dit duidt op een tekort aan bedrijfsruimte. De omvang van de leegstaande panden is tevens onvoldoende om te voorzien in reële alternatieven voor het beoogde initiatief.

Kwalitatieve behoefte Naast de kwantitatieve behoefte dient er te worden gekeken naar de kwalitatieve behoefte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. De locatie ‘Poort van Ochten’ is op kwalitatieve basis zeer geschikt voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Het gebied is door haar ligging aan de A15 aan te wijzen als zichtlocatie en is zeer goed ontsloten. Een dergelijke locatie is dan ook niet te vinden in binnenstedelijk gebied in het verzorgingsgebied. Zoals de naam suggereert dient het gebied het uithangbord van Ochten te worden waarbij een hoge ruimtelijke kwaliteit wordt nagestreefd. Om dit te borgen heeft de gemeente ruimtelijke voorwaarden opgenomen en zijn voor het plangebied kwaliteitscriteria opgesteld.

12 september 2022

11

De gevels van toekomstige bebouwing aan de noordzijde zijn de representatieve zijden van de toekomstige gebouwen. Dit wil zeggen dat grote, blinde gevels en logistieke functies hier niet zijn toegestaan. De gebouwen mogen uit meerdere verdiepingen bestaan, met nadruk op de hoekpunt als zichtpunt. De bestaande en westelijk geplande gebouwen worden allen aan de noordzijde omzoomd door een groene zone, waarin waterberging een plek heeft gekregen. Om dit beeld door te zetten wordt het plangebied tussen het bouwvlak en noordelijke plangrens bestemd voor groen en water. Voor de oostelijk en zuidelijke rand geldt een ander uitgangspunt. Hier wordt het bedrijventerrein met een bomenrij afgezoomd en wordt het buitenterrein gecombineerd met een groene inrichting. Als nodig kan ook in deze zone voorzien worden in waterberging. Buitenopslag is in zijn geheel niet toegestaan. Met de voorgenoemde uitgangspunten kan het bestaande grasveld en de carpool op een kwalitatieve manier worden ingericht in het verstedelijkingsvraagstuk. Tevens voorziet de locatie in het werkmilieu gemengd (regulier bedrijfsruimte, kantoren en aanvullende hoogwaardige bedrijfsruimte) waar volgens het Regionaal Programma Werklocaties meer dan voldoende vraag naar is. Resumé De ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een werklocatie met een grote ruimtelijke kwaliteit.

Als entree van Ochten vraagt de locatie hier ook om. Binnen het verzorgingsgebied zijn er geen vrije locaties met een dergelijk kwalitatief potentieel.

2.5

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De ontwikkeling van Poort van Ochten ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom moet worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De bedrijfsruimtemarkt is krap in het ruimtelijk verzorgingsgebied, alsook in de regio Rivierenland. Er is weinig geschikte plancapaciteit en de leegstand van bedrijfsgebouwen en uit te geven kavels is ook zeer beperkt. Binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zijn geen binnenstedelijke locaties beschikbaar met een omvang en uitstraling als de locatie Poort van Ochten. Bovendien sluit de beoogde ontwikkeling aan op het bestaande bedrijventerrein Walenhoek. Deze locatie is volledig uitgegeven/verhuurd en heeft zich al bewezen als passende locatie voor lokale (tot regionale) toonaangevende bedrijvigheid.

12 september 2022

12

3

Conclusie In voorliggende notitie is aangetoond dat het bestemmingsplan ‘Poort van Ochten’, dat voorziet in de realisatie van reguliere bedrijfsruimte met een hoogwaardige uitstraling en kantoren, voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en de aspecten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voorliggende Ladderonderbouwing heeft de actuele en verwachte vraag (reguliere bedrijfsruimte, kantoren en aanvullende hoogwaardige bedrijfsruimte) en het harde aanbod van bedrijventerreinen inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat er in de regio totaal minimaal een kwantitatieve behoefte van 13 hectare aan nieuwe bedrijfsruimte t/m 2030 aanwezig is. Naast deze kwantitatieve behoefte heeft het gebied een hoogwaardige kwaliteit en is door haar ligging aan de A15 aan te wijzen als zichtlocatie en is daarmee zeer goed ontsloten. Een dergelijke locatie is dan ook niet te vinden in binnenstedelijk gebied. Er is weinig geschikte plancapaciteit en de leegstand van bedrijfsgebouwen en uit te geven kavels is ook zeer beperkt. Binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zijn geen binnenstedelijke locaties beschikbaar met een omvang en uitstraling als de locatie Poort van Ochten.

12 september 2022

13

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Supervisie BügelHajema Adviseurs Projectnummer 181.00.03.00.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

bestemmingsplan Poort van Ochten

24

bestemmingsplan Poort van Ochten

Bijlage 2 Bodemonderzoek

25

VERKENNEND BODEMONDERZOEK CUNERAWEG TE NEDER-BETUWE

Rapportage verkennend bodemonderzoek Cuneraweg te Neder-Betuwe Opdrachtgever

BügelHajema Amersfoort Postbus 2153 3800 CD Amersfoort

Contactpersoon

Rapportnummer Versienummer

14692.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

1 maart 2021

Vestiging

Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 5.2

5.3

6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 7 6.1 6.2 6.3

7

Algemeen.......................................................................................................................... 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 7 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 7 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 7

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 7 Toetsingskader ................................................................................................................. 9 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 10

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 11

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering

14692.001

1

INLEIDING

BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Cuneraweg te Neder-Betuwe. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 15.000 m²) is gelegen aan de Cuneraweg te Neder-Betuwe (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Ochten, sectie G, nummers 249 (ged.), 335 (ged.), 337, 340 en 458 (ged.) en gemeente Kesteren, sectie C, nummer 1023 (ged.). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 6,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 167.600, Y = 436.750.

R 14692.001 versie D1

Pagina 1 van 12

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Omgevingsdienst Rivierenland (contactpersoon 2021

), d.d. 18 januari 2021 , d.d. 1 februari

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's & Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 25 januari 2021

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 - 1955 blijkt, dat de onderzoekslocatie niet bebouwd is geweest. In circa 1955 is de onderzoekslocatie bebouwd met een (bedrijfs)panden die rond het jaar 2000 weer zijn gesloopt. Momenteel is de onderzoekslocatie volledig braakliggend en onverhard. Voor zover bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst Rivierenland bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Bij de Omgevingsdienst Rivierenland zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

R 14692.001 versie D1

Pagina 2 van 12

3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens een kantoorlocatie met mogelijke vestiging van arbeidsmigranten te realiseren. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Rivierenland blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de voormalige bedrijfslocatie aan de Cuneraweg 8 op het zuidelijk terreindeel van onderhavige onderzoekslocatie is in 2004 door Royal Haskoning een milieutechnisch bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 8204-0003-001, d.d. 14 december 2005). Destijds zijn er 16 boringen verricht, waarvan 3 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. Uit de analyseresultaten blijkt dat de concentratie nikkel in mengmonster M3 en de concentraties nikkel en zink in monster M4 groter zijn dan de achtergrondwaarde. In het grondwater is zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde stoffen aangetoond. Op de voormalige bedrijfslocatie aan de Cuneraweg 8 op het zuidelijk terreindeel van onderhavige onderzoekslocatie is in 2004 door Fugro Ingenieursbureau B.V. een eindsituatie onderzoek uitgevoerd (projectnummer 9M6660.01, d.d. 24 maart 2004). Destijds zijn er 13 boringen verricht, waarvan boring is afgewerkt als peilbuis. Uit de analyseresultaten blijkt dat de concentratie nikkel in mengmonster M3 en de concentratie zink in monster M1 groter zijn dan de achtergrondwaarde. In het grondwater is een lichte verontreiniging met arseen aangetoond. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevindt zich de rijksweg A15; aan de oostzijde bevindt zich de N233; aan de zuidzijde bevindt zich een carpool terrein en de Cuneraweg; aan de westzijde bevindt zich de Walenhoeksweg.

Aangrenzend aan het noordwestelijk terreindeel is in 2012 door Greenhouse advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectcode GNB00112 d.d. 17 juli 2012). Destijds zijn er 32 boringen verricht, waarvan 5 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De bodem is zintuiglijk schoon. Zowel in de bovengrond als in de ondergrond zijn er geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde stoffen aangetoond. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium, tolueen en/of xylenen. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.

R 14692.001 versie D1

Pagina 3 van 12

3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

Volgens de bodemkwaliteitskaart van de regio Rivierenland, opgesteld door LievenseCSO (Documentcode: 16M1223.RAP001, d.d. juli 2019), behoort de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie tot de bodemfunctieklasse ‘Landbouw/natuur’. Wel moet worden opgemerkt dat onderhavige onderzoekslocatie direct naast een industrieterrein is gelegen met de functieklasse ‘Industrie’. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. 3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit rivierklei en -zand met inschakelingen van veen, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Echteld. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 5,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

R 14692.001 versie D1

Pagina 4 van 12

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK en minerale olie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden.

Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.

R 14692.001 versie D1

Pagina 5 van 12

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2 5.2.1

Grondonderzoek Uitvoering veldwerk

Het veldwerk is op 3 februari 2021 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van en . Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerkers voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 30 boringen geplaatst; 22 boringen tot 0,5 m mv, 5 boringen tot 2,0 m -mv en 3 boringen tot maximaal 2,6 m -mv. Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem bestaat voornamelijk uit matig siltig, zwak tot sterk zandig klei. De bovengrond is bovendien matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bodem is plaatselijk zwak baksteenhoudend. Sporadisch is er zwak asfalthoudend en zwaak betongranulaat houdend materiaal aangetroffen. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel 2 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen.

R 14692.001 versie D1

Pagina 6 van 12

Tabel 2.

Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen

Boornummer

Einddiepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

01

2,60

0,00 - 0,20

zwak baksteenhoudend

04

2,00

0,50 - 1,00

zwak baksteenhoudend

05

2,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend

11

0,45

0,00 - 0,45

zwak baksteenhoudend, zwak betongranulaat houdend, gestuit

13

0,50

0,00 - 0,40

zwak asfalthoudend

16

0,50

0,00 - 0,20

zwak baksteenhoudend

17

0,50

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak betongranulaat houdend

18

0,50

0,00 - 0,20

zwak baksteenhoudend

21

0,50

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend

22

0,50

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend

5.3

Grondwateronderzoek

5.3.1

Uitvoering veldwerk

Waargenomen verontreinigingen

Op de noordwestzijde, centraal op de onderzoekslocatie en op de zuidoostzijde van de onderzoekslocatie zijn 3 peilbuizen (filterstelling 1,60-2,60, 1,20-2,20 en 1,30-2,30 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 3 februari 2021 is ingeschat. 5.3.2

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 10 februari 2021 uitgevoerd door Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 3 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 3.

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater

Peilbuisnummer

6 6.1

Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

01

noordwestzijde

1,60-2,60

0,87

530

21,8

6,4

02

centraal op de onderzoekslocatie

1,20-2,20

0,68

710

12,8

7,2

03

zuidoostzijde

1,30-2,30

0,71

680

16,2

7,4

LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses

Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten:

R 14692.001 versie D1

Pagina 7 van 12

-

standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

-

standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

Na bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit grondmengmonster MM1 (bovengrond) is samengesteld, separaat geanalyseerd op de parameters PAK. Tabel 4 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 4.

Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten

Grondmengmonster

Traject (m -mv)

MM1

05 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,40) 17 (0,00 - 0,50)

standaardpakket

bovengrond (zwak baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak betongranulaat houdend)

M05-1

05 (0,00 - 0,50)

PAK grond

bovengrond (zwak baksteenhoudend)

M11-1

11 (0,00 - 0,50)

PAK grond

bovengrond (zwak baksteenhoudend, zwak betongranulaat houdend)

M13-1

13 (0,00 - 0,40)

PAK grond

bovengrond (zwak asfalthoudend)

M17-1

17 (0,00 - 0,50)

PAK grond

bovengrond (zwak asfalthoudend, zwak betongranulaat houdend, zwak asfalthoudend)

MM2

18 (0,00 - 0,20) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50)

standaardpakket

bovengrond (zwak baksteenhoudend)

MM3

01 (0,20 - 0,70) 09 (0,20 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 16 (0,20 - 0,50)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM4

15 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM5

27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM6

01 (0,80 - 1,30) 01 (1,30 - 1,50) 01 (1,50 - 2,00) 05 (0,75 - 1,10) 05 (1,10 - 1,60) 05 (1,60 - 2,00) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,30) 06 (1,30 - 1,70) 06 (1,70 - 2,00)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MM7

02 (0,50 - 1,00) 02 (1,10 - 1,60) 02 (1,60 - 2,00) 07 (0,40 - 0,90) 07 (0,90 - 1,20) 07 (1,20 - 1,60)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MM8

03 (0,90 - 1,20) 03 (1,30 - 1,80) 08 (0,50 - 1,00) 08 (1,00 - 1,40) 08 (1,40 - 1,90)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

R 14692.001 versie D1

Analysepakket

Bijzonderheden

Pagina 8 van 12

6.2

Toetsingskader

De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuuren landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

R 14692.001 versie D1

Pagina 9 van 12

6.3

Resultaten grond- en grondwatermonsters

Tabel 5 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 5.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grond(meng)monster

Traject (m -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

MM1

05 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,40) 17 (0,00 - 0,50)

minerale olie

-

PAK

M05-1

05 (0,00 - 0,50)

-

-

-

M11-1

11 (0,00 - 0,50)

-

-

-

M13-1

13 (0,00 - 0,40)

-

-

PAK

M17-1

17 (0,00 - 0,50)

-

-

-

MM2

18 (0,00 - 0,20) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50)

-

-

-

MM3

01 (0,20 - 0,70) 09 (0,20 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 16 (0,20 - 0,50)

minerale olie, PAK

-

-

MM4

15 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50)

PAK

-

-

MM5

27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50)

nikkel

-

-

MM6

01 (0,80 - 1,30) 01 (1,30 - 1,50) 01 (1,50 - 2,00) 05 (0,75 - 1,10) 05 (1,10 - 1,60) 05 (1,60 - 2,00) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,30) 06 (1,30 - 1,70) 06 (1,70 - 2,00)

PAK

-

-

MM7

02 (0,50 - 1,00) 02 (1,10 - 1,60) 02 (1,60 - 2,00) 07 (0,40 - 0,90) 07 (0,90 - 1,20) 07 (1,20 - 1,60)

nikkel

-

-

MM8

03 (0,90 - 1,20) 03 (1,30 - 1,80) 08 (0,50 - 1,00) 08 (1,00 - 1,40) 08 (1,40 - 1,90)

-

-

-

Tabel 6 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 6.

Overschrijdingen toetsingskaders grondwater

Grondwatermonster

Situering peilbuis

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

01

noordwestzijde

barium

-

-

02

centraal op de onderzoekslocatie

barium

-

-

03

zuidoostzijde

barium

-

-

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.

R 14692.001 versie D1

Pagina 10 van 12

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Cuneraweg te Neder-Betuwe. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "heterogeen verdacht, niet lijnvormig (VED-HE-NL). De bodem bestaat voornamelijk uit matig siltig, zwak tot sterk zandig klei. De bovengrond is bovendien matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bodem is plaatselijk zwak baksteenhoudend. Sporadisch is er zwak asfalthoudend materiaal aangetroffen. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel, PAK en minerale olie. In mengmonster MM1 van de bovengrond is verder een sterke PAK-verontreiniging aangetoond.

Na uitsplitsing bleek enkel nog boring 13 sterk verontreinigd te zijn met PAK. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.

R 14692.001 versie D1

Pagina 11 van 12

Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Econsultancy adviseert om een nader onderzoek te laten instellen naar de aard en de omvang van de geconstateerde sterke verontreiniging met PAK, ter plaatse van boring 13. Een sterke PAK-verontreiniging kan, afhankelijk van de omvang, een milieuhygiënische belemmering vormen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Echter, op basis van de huidige gegevens wordt de omvang van de sterke PAK-verontreiniging beperkt van omvang verwacht. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Rotterdam, 1 maart 2021 R 14692.001 versie D1

Pagina 12 van 12

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

GWS

Legenda Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv

Titel:

A4

locatieschets

Peilbuis

PROJECT: 14692.001

Opnamerichting foto

SCHAAL:

DATUM: 19-2-2021

Grens onderzoekslocatie

GETEKEND: MZa

BIJLAGE: 2a

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 3.

Foto 4.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Bijlage 3

Boorprofielen

Pagina 1 van 4

Profielen boringen

01

Boring: Datum veldwerk:

0

0 1

50

20

2 3

100

02

Boring:

3-2-2021

80

gras Klei, matig zandig, matig grindhoudend, zwak baksteenhoudend, lichtbruin, Edelmanboor

3-2-2021 0

0

50 2 100

100

Klei, sterk zandig, zwak grindig, licht grijsbruin, Edelmanboor 3

5

150

150

150

160

Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

6

Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor

4 200

200

200

210

Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 250

Datum veldwerk:

03 0

1 30

50

250

04

Boring:

3-2-2021

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, grijs, Zuigerboor 250

260

Boring:

braak

3-2-2021 0

0

Klei, matig zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak gleyhoudend, lichtbruin, Edelmanboor

2

Datum veldwerk:

50

50

90

3 120

Klei, zwak zandig, bruingrijs, Edelmanboor

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, Zuigerboor handmatig

3

4

180

5

Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor

200

200

250

250

05

Boring:

0

gras

Datum veldwerk:

50

2 75

3 110

3-2-2021 0

0

Klei, matig zandig, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

06

Boring:

3-2-2021

0

100

Klei, matig zandig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, lichtbruin, Edelmanboor

150

4

200

Datum veldwerk:

100

100

Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

gras Klei, matig zandig, lichtbruin, Edelmanboor

1

2 100

braak Klei, matig zandig, lichtbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht geelbeige, Edelmanboor Klei, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor

4

Datum veldwerk:

50

50

Klei, sterk zandig, matig grindhoudend, lichtbruin, Edelmanboor

4

Klei, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor

2 100

100 3

Klei, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor

150

Klei, matig zandig, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

1

Klei, zwak zandig, neutraalbruin, Edelmanboor

130

150

gras

Klei, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, licht bruinbeige, Edelmanboor

4 170

5 200

Projectcode: 14692.001

5 200

200

200

Klei, zwak zandig, lichtgrijs, Edelmanboor

Boormeester: Getekend volgens NEN 5104

Pagina 2 van 4

Profielen boringen

07

Boring: Datum veldwerk:

0

0

08

Boring:

3-2-2021 1 30

braak

3-2-2021 0

0

Klei, matig zandig, matig humeus, donker, Edelmanboor Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor

50

Datum veldwerk:

braak Klei, matig zandig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 40

Klei, matig zandig, zwak gleyhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

50

2 2 90

100

3 120

4

5 200

1

gras

20

Klei, sterk zandig, zwak klinkers, neutraalbruin, Edelmanboor

2 50

50

Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht geelbruin, Edelmanboor

0

gras

45

Klei, matig zandig, zwak baksteenhoudend, zwak betongranulaat houdend, neutraalbruin, Edelmanboor, gestuit

11 1

13

Boring: Datum veldwerk:

0

1 50

gras

0

50

12 3-2-2021 0

0

50

50

Datum veldwerk:

Klei, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor

gras

14 3-2-2021 0

0

50

50

50

16 3-2-2021 0

0 1

20

2 50

gras Klei, matig zandig, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

1

Datum veldwerk:

gras Klei, matig zandig, neutraalbruin, Edelmanboor

1

Klei, matig zandig, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

Datum veldwerk:

gras Zand, matig grof, kleiïg, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor

50

Boring:

3-2-2021

0

0

1

Klei, matig zandig, zwak asfalthoudend, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

15

Boring: Datum veldwerk:

40 50

2

10 3-2-2021

0

Boring:

3-2-2021

0

Datum veldwerk:

Boring:

3-2-2021

0

200

Boring: 0

Klei, zwak zandig, matig gleyhoudend, bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

4

200

09 3-2-2021

0

Boring:

140

150 Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Edelmanboor

200

Datum veldwerk:

3

160

Boring:

100

100

Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor

150

Datum veldwerk:

Klei, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12555565/2