CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen 1-6

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 14 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Delegatie van wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen10.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

14.6 Wijzigingsbevoegdheid 14.6.1 Wijziging bouwwijze Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde een andere bouwwijze toe te staan dan de bestaande, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

19

a. het aantal woningen blijft gelijk, met dien verstande dat splitsing van een woning is toegestaan, waarbij maximaal 1 woning mag worden toegevoegd; b. de te realiseren woning(en) dient/dienen te passen binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma; c. daar waar verandering van bouwwijze bestaat uit splitsing van een woning, bedraagt de inhoud van beide woningen minimaal 450 m3; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; f. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; g. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer en/of railverkeer van geluidsgevoelige gebouwen is niet hoger dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een reeds verkregen hogere grenswaarde ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan ; h. uit onderzoek dient te blijken dat de externe veiligheid voldoende gewaarborgd is. 14.6.2 Wijziging situering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde het bouwvlak op een andere plaats op het bouwperceel te situeren, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

de maatvoeringseisen en bouwwijze mogen niet worden veranderd; b. het aantal woningen per bouwperceel blijft gelijk; c. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; f. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer en/of railverkeer van geluidsgevoelige gebouwen is niet hoger dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een reeds verkregen hogere grenswaarde ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan; g. uit onderzoek dient te blijken dat de externe veiligheid voldoende gewaarborgd is. 14.6.3 Wijziging nieuwe woning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde één nieuwe woning extra toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woning mag in de bouwwijze vrijstaand worden gerealiseerd of de bouwwijze van een aanwezige woning veranderen, zolang niet meer dan één extra woning wordt mogelijk gemaakt; b.

de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt, bij een vrijstaande woning aan twee zijden en bij twee aaneengebouwde woningen aan één zijde, niet minder dan 3 m; c. de maatvoering sluit aan op de stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving; d. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; e. e. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren voor vestiging van de woning; f. de woning vormt geen belemmering voor bedrijfsactiviteiten in de omgeving; g. ten behoeve van het bepaalde onder e en f geldt in ieder geval het volgende: 1. voldaan wordt aan de normen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet geurhinder en veehouderij; 2. de situering vindt plaats op een afstand van minimaal 50 m ten opzichte van fruitboomgaarden;

20

3. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer en/of railverkeer van geluidsgevoelige gebouwen is niet hoger dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een reeds verkregen hogere grenswaarde ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan; 4. uit onderzoek dient te blijken dat de externe veiligheid voldoende gewaarborgd is; h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; i. bij uitbreidingen van het verharde oppervlak, dienen compenserende maatregelen getroffen te worden om een hydrologisch neutrale situatie te behouden; conform de uitgangspunten hydrologisch neutraal bouwen; j. op de kaart worden de aanduidingen “bouwvlak", “bijgebouwen” en de specifieke bouwaanduiding om de bouwwijze te typeren opgenomen; k. de woning dient direct vanaf de openbare weg ontsloten te worden en dient zich op diezelfde openbare weg te oriënteren; l. de afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens dient tenminste 8 m te bedragen; m. de bepalingen in Wonen - 1 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de breedte van het perceel ter hoogte van de voorgevel 30 m of meer bedraagt, dan zijn de bepalingen in Wonen - 2 van overeenkomstige toepassing; n.

indien op het perceel waarop een extra woning wordt mogelijk gemaakt, reeds een woning aanwezig is, en de breedte van dit perceel ter hoogte van de voorgevel minder dan 30 m bedraagt, wordt ook dit deel van het perceel gewijzigd, te weten naar Wonen - 1. 14.6.4 Wijziging grotere goot- en bouwhoogte Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde een grotere goot- en/of bouwhoogte toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. c. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.

21

Bijlage 6 ‘De in deze bijlage opgenomen wijzigingsbevoegdheden zijn wijzigingsbevoegdheden die opgenomen zijn in de bestemmingsplannen die op grond van het bepaalde in artikel 22.1 onder a Omgevingswet, onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Neder-Betuwe. Voor zover een wijzigingsbevoegdheid verwijst naar een artikel, lid, bestemming of aanduiding, wordt gedoeld op een artikel, lid, bestemming of aanduiding van het bestemmingsplan waarvan de wijzigingsbevoegdheid een onderdeel is. ‘

Wijzigingsbevoegdheden uit Parapluregeling Archeologie 3.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan zodanig te wijzigen dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. 4.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan zodanig te wijzigen dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.

5.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan zodanig te wijzigen dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13070386/1