CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting en regels

Raadsvergadering 15 juni 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Cuneraweg 15-17 Ochten’20.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

Hoofdstuk 4

25

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden. 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunninggplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.

Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden.

Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten;  soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);  soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5);  andere soorten (artikel 3.10). Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

Hoofdstuk 4

26

4.8.2 Onderzoek Wettelijke gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken. Dit gebied strekt zich zowel uit ten zuiden van het plangebied aan de oevers van de Waal als ten noorden van het plangebied aan de oevers van de Neder-Rijn. De afstand tot het gebied ‘Rijntakken’ is naar het zuiden toe ongeveer 1,2 kilometer. In noordelijke richting is deze afstand circa 3,4 kilometer. Bij beide afstanden gaat het om de afstand tot het dichtstbij gelegen deel van ‘Rijntakken’. Indien sprake zou zijn van een effect op Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’, dan betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Ook de (beperkte) omvang en aard van de voorgenomen ontwikkelingen maken het onaannemelijk dat deze effecten optreden. Daarnaast kunnen negatieve effecten in Natura 2000-gebied ‘Rijktakken’ als gevolg van stikstofdepositie worden uitgesloten voor de gebruiksfase. De voorgenomen ontwikkelingen dragen namelijk niet bij aan een toename van het aantal verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase. Ook zullen de beoogde ontwikkelingen niet op een andere manier zorgen voor een toename in de stikstofuitstoot binnen het plangebied tijdens deze gebruiksfase (zie par. 4.1.2 en 4.3.2).

Daarom kan een stikstofdepositieberekening voor de gebruiksfase achterwege blijven. Vanaf 1 juli 2021 is de ‘Spoedwet aanpak stikstof’ van kracht. Met deze spoedwet is artikel 2.9a toegevoegd in de Wet natuurbescherming. De strekking van dit artikel is dat de tijdelijke activiteiten voor de bouwsector niet hoeven te worden getoetst. Kortom, voor de aanlegfase is geen berekening naar de stikstofdepositie uitgevoerd. Planologische gebiedsbescherming Op grond van artikel 1.12, tweede lid, Wnb wijzen gedeputeerde staten van de provincie gebieden in hun provincie aan die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De gedeputeerde staten van de provincie Gelderland hebben in dat kader het Gelders natuurnetwerk aangewezen op grond van de Omgevingsverordening Gelderland. In deze provinciale verordening zijn instructieregels opgenomen voor bestemmingsplannen die ontwikkelingen binnen het Gelders natuurnetwerk mogelijk maken.

Hoofdstuk 4

27

Het plangebied ligt buiten het NNN/Gelders natuurnetwerk en tevens buiten andere beschermde natuurgebieden. De ligging buiten de begrensde planologische gebiedsbescherming en de aard van de ontwikkelingen in overweging nemend zal hiervoor in de planvorming verder geen rekening gehouden hoeven te worden. De ligging van de gebieden behorend tot het NNN is voor de omgeving van het plangebied afgebeeld in onderstaande figuur.

Figuur 9

Figuur 8: Ligging van bedrijventerrein De Walenhoek (rode marker) ten opzichte van gebieden die deel uitmaken van het NNN.(in donkerder groen; bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Soortenbescherming Het plangebied is in gebruik als bedrijventerrein en volledig verhard. De realisatie van een tunnel, luchtbrug of portiersloge vormt geen bedreiging voor soorten die beschermd zijn door de Wet natuurbescherming. 4.8.3 Conclusie Het aspect natuur zorgt niet voor belemmeringen.

4.9 Bodem Bij realisatie van een tunnel zal bodemonderzoek NEN 5740 nodig zijn. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden voordat de tunnel worden aangelegd. Er is geen bodemonderzoek nodig voor de realisatie van de luchtbrug. 4.9.1 Conclusie Het aspect bodem zorgt niet voor belemmeringen.

Hoofdstuk 4

28

4.10 Water 4.10.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan middels een watertoets. De resultaten uit de watertoets landen vervolgens in een waterparagraaf. Verschillende overheden hebben beleidskaders opgesteld aan de hand waarvan ze streven naar een duurzaam watersysteem. Dat gebeurt op Europees, rijks- provinciaal, gemeentelijk en waterschapsniveau. De beleidskaders op waterschaps-, provinciaal en gemeentelijke niveau worden hieronder geschetst. 4.10.2 Onderzoek Aeres Milieu heeft een waterparagraaf opgesteld. Voor de volledige waterparagraaf wordt verwezen naar de bijlagen. Voor de uitbreiding van Fruity Line wil men een luchtbrug en/of tunnel realiseren om twee bedrijfspanden met elkaar te verbinden. Het plangebied ligt gemiddeld op circa 6,2 m +NAP en valt in het peilbesluit van Neder-Betuwe met een winterpeil van 4,85 m +NAP en een zomerpeil van 5,05 m +NAP. Ter plaatse is er voldoende drooglegging aanwezig. Voor de nieuwe portiersloge dient aangesloten te worden op de bestaande bouwpeilen of minimaal 6,3 m +NAP. De tunnel dient waterdicht geconstrueerd te worden zodat (grond)waterschade en overlast vermeden wordt.

De bodemopbouw bestaat hoofzakelijk uit de afwisseling van klei en fijne zandlagen, waardoor de doorlatendheid van de toplaag van de bodem naar verwachting slecht is. Op 1,5-3,5 m-mv is een zandlaag te verwachten op een kleilaag die vanaf circa 4,5 meter onder maaiveld overgaat in een goed doorlatende formatie met midden tot grof zand. Hiermee dient voorafgaand aan de constructie rekening mee gehouden te worden. Bij aanleg van een ondergrondse constructie dient rekening gehouden te worden met de effecten op de grondwaterstromen. Eventueel dienen compenserende maatregelen genomen te worden. Dit wordt onderzocht middels een bemalingsadvies behorend bij een funderingsonderzoek/advies. Gezien de dikte van dit zandpakket en het niet zo diep eronder gelegen grof zandig pakket is er vooralsnog geen grote opstuwing of invloed op de bestaande grondwaterstroming te verwachten. Doordat ter plaatse of direct aansluitend geen watergangen aanwezig zijn heeft het planvoornemen geen direct effect op het oppervlaktewater of een beschermingszone. Door de bestaande verharding (oprit/verkeer) blijft het verhard oppervlak van het plangebied ongewijzigd en is voor het planvoornemen geen hemelwatercompensatie noodzakelijk. Het hemel- en afvalwater wordt net als bestaand opgevangen en verwerkt door het bestaande stelsel.

Voor een wijziging ten behoeve van de portiersloge dient te zijner tijd een aansluiting bij de gemeente aangevraagd te worden. Over het algemeen wordt er door het huidige planvoornemen hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is er geen wateroverlast binnen en buiten het plangebied te verwachten. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar de bestaande stelsels en niet naar bestaande panden. 4.10.3 Conclusie Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen.

Hoofdstuk 4

29

4.11 Archeologie 4.11.1 Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. 4.11.2 Onderzoek KSP Archeologie heeft een archeologische quickscan uitgevoerd voor de locatie tussen de Cuneraweg 9 en 11 te Ochten.

Hieruit is naar voren gekomen dat op basis van de ‘Herziene Archeologische Beleidskaart’ uit 2016 geen archeologische waarden, archeologische verwachtingen of cultuurhistorische waarden opgenomen ter plaatse van het plangebied. De inzichten die ten grondslag hebben gelegen aan de beleidskaart zijn van een recentere datum dan bestemmingsplan ‘De Walenhoek’. Daarmee is aannemelijk gemaakt dat gronden die op basis van bestemmingsplan ‘De Walenhoek’ een archeologische dubbelbestemming hebben in de realiteit geen te beschermen archeologische waarden te verwachten zijn. Voor de volledige notitie wordt verwezen naar de bijlagen. 4.11.3 Conclusie Het aspect archeologie zorgt niet voor belemmeringen.

4.12 Cultuurhistorie 4.12.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

Hoofdstuk 4

30

4.12.2 Onderzoek Aan de hand van de verbeeldingen van de vigerende bestemmingsplannen ‘De Walenhoek’ en ‘Parapluregeling Archeologie’ en de ‘Cultuurhistorie DNA-kaart’ van de provincie Gelderland is bepaald of in de omgeving van het plangebied relevante cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Een voor het plangebied relevante uitsnede van deze laatste kaart is weergegeven in navolgende figuur

Figuur 9: Uitsnede Cultuurhistorie DNA-kaart, inclusief indicatie ligging plangebied (binnen rode ovaal; bron: provincie Gelderland).

Uit de ‘Cultuurhistorie DNA-kaart’ en de verbeeldingen van de twee voorgenoemde plannen blijkt dat zich in het plangebied geen te beschermen cultuurhistorische waarden bevinden. Op grond van de informatie uit de ‘Herziene Archeologische Beleidskaart’ uit 2016 heeft KSP Archeologie dezelfde conclusie getrokken in de archeologische quickscan. Voor deze quickscan wordt verwezen naar de bijlagen. 4.12.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie zorgt niet voor belemmeringen.

4.13 M.e.r.-plicht Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden is het opstellen van een milieueffectrapport dan nodig.

Hoofdstuk 4

31

Gezien de beperkte schaal van het project wordt de ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit komt daarom niet voor als activiteit in D-lijst van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Ook is er geen sprake van een project dat anderszins voorkomt op de Cof D-lijst van deze bijlage. Een vormvrije m.e.r.- beoordeling is daarom niet aan de orde.

Hoofdstuk 4

32

5.

JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2 Plansystematiek Dit bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan ‘De Walenhoek’ en ziet slechts op een relatief gering gedeelte van de gronden van het bedrijventerrein. Met het bestemmingsplan is beoogd om de reeds geldende bestemmingen 'Bedrijventerrein' en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ in het plangebied over te nemen. In deze bestemmingen zijn de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden in principe integraal overgenomen. Aanvullend hierop zijn specifieke bouw- en gebruiksregels gesteld ten aanzien van het initiatief. In het bestemmingsplan is gewerkt met directe bestemmingen. Dit betekent bestemmingen dat de gemeente op basis de bestemmingen direct omgevingsvergunningen ten behoeve van het bouwen kan verlenen en de gronden mogen worden gebruikt voor de aangewezen doeleinden. Het bestemmingsplan is dus direct uitvoerbaar. Er zijn geen nadere besluiten nodig. Er is wel gebruik gemaakt van relatief globale bestemmingen, namelijk 'Bedrijventerrein' en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Het kaartbeeld dat bij deze globale bestemmingen hoort, geeft alleen noodzakelijk geachte aanwijzingen omtrent de gewenste invulling van de gronden. Dit wordt in par. 5.3 nader toegelicht. In de regels is, conform de SVBP2012, de volgende opbouw gebruikt:

Hoofdstuk 5

33

Hoofdstuk 1: 'Inleidende regels' omvat twee artikelen:  een artikel met een aantal noodzakelijke begripsomschrijvingen;  een artikel met regels omtrent de wijze van meten; Hoofdstuk 2: 'Bestemmingsregels' geeft per bestemming aan voor welke doeleinden de in het plan gelegen gronden mogen worden bebouwd. Het artikel bestaat uit de volgende elementen volgens de navolgende indeling:  bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden van de bestemming;  de bouwregels: regels omtrent hoogte, oppervlakte, e.d.  specifieke gebruiksregels: dit lid geeft aan wat onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt verstaan.  afwijken van de gebruiksregels: hierin is aan het college een bevoegdheid gegeven om onder voorwaarden af te wijken van de gebruiksregels (bestemmingsomschrijving en/of specifieke gebruiksregels). Hoofdstuk 3: 'Algemene regels', bevat bepalingen betrekking hebbend op:  anti-dubbeltelregel (in elk bestemmingsplan verplicht);  algemene bouwregels: dit artikel bevat een algemene regeling voor ondergronds bouwen. In de bestemmingen zijn hier aanvullende regels voor gegeven. Verder is een regeling voor ondergeschikte bouwdelen en bestaande afwijkende maatvoeringen opgenomen.

 algemene afwijkingsregels; het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en normen met betrekking tot het bouwen;  algemene wijzigingsregels; het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en normen met betrekking tot het bouwen;  overige regels; hierin is een parkeerregeling opgenomen, overeenkomstig het vigerende paraplubestemmingsplan met betrekking tot dit thema. Hoofdstuk 4: 'Overgangs- en slotregels', bevat bepalingen betrekking hebbend op:  het overgangsrecht: aangesloten is bij de overgangsrecht zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, dat voor elk bestemmingsplan verplicht is;  slotregel: deze geeft de naam van het plan weer

5.3 Bestemmingen In deze paragraaf worden de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Bedrijventerrein Het initiatief ziet onder meer op het realiseren van één of meer tunnels en/of luchtbruggen als verbinding tussen de gebouwen aan weerzijden van de toegangsweg. Dit is buiten de bouwvlakken van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ niet mogelijk. Daarom is een gedeelte van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ buiten het bouwvlak opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Ook wordt mogelijk een portiersloge gerealiseerd op deze gronden, wat eveneens niet mogelijk is volgens het huidige bestemmingsplan. Zoals reeds aangegeven zijn de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden overgenomen. Dit betekent dat ter plaatse bedrijfsmatige activiteiten t/m milieucategorie 3.2 en opgenomen in de als bijlage opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, alsmede bestaande bedrijfsactiviteiten, zoals

Hoofdstuk 5

34

opgenomen in de separate bijlage. Verder zijn parkeervoorzieningen, nuts- en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan, een en ander met bijbehorende voorzieningen. In de bouwregels zijn specifieke regels opgenomen, waarmee het mogelijk is om op of in deze gronden tunnels, luchtbruggen en één portiersloge te realiseren. Er is daarbij maximaal één portiersloge toegestaan binnen deze bestemming, dan wel de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Voor de verschillende soorten gebouwen zijn nadere bouwregels gesteld. Verder zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Deze regeling is niet gewijzigd ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Verkeer – Verblijfsgebied Het grootste gedeelte van het plangebied is bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Deze gronden blijven primair bestemd voor verkeerskundige doeleinden, zoals wegen, straten en paden, verblijfsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groen en water. Met het beoogde initiatief (tunnel(s), Luchtbrug(gen), portiersloge) worden de gronden gedeeltelijk ook voor bedrijfsmatige doeleinden gebruikt. Daarom is de functieaanduiding ‘bedrijf’ toegevoegd. Hiermee is het mogelijk om te gronden tevens voor bedrijfsmatige doeleinden te gebruiken. Hiervoor gelden dezelfde regels als binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Daarnaast is de bestaande weegbrug specifiek aangeduid.

Hiermee is dit gebruik toegestaan, uitsluitend op de aangegeven plaats. In de bouwregels zijn bouwmogelijkheden voor tunnels en/of luchtbruggen toegevoegd, met de bijbehorende maatvoering. Er is gewaarborgd dat er in geval van een luchtbrug een voldoende hoge onderdoorgang ten behoeve van het verkeer gehandhaafd blijft. Er is één portiersloge binnen deze bestemming of de bestemming ‘Bedrijventerrein’ toegestaan. Verder is een regeling toegevoegd voor de bestaande waterbufferkelder. Voor het overige zijn de bestaande bouwmogelijkheden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gehandhaafd.

Hoofdstuk 5

35

6.

UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, eerste lid, Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan, omdat het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg;  Omgevingsdialoog;  Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en

Hoofdstuk 6

36

waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties zijn in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. De reacties uit dit vooroverleg zijn in de ‘Nota van Zienswijzen en Vooroverleg’ opgenomen. 6.2.2 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Met de kennisgeving van de ter inzagelegging van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan is de formele procedure voor de vaststelling van start gegaan. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor het inbrengen van zienswijzen. Gelijktijdig met de plaatsing van de kennisgeving is het ontwerpbestemmingsplan langs elektronische weg toegezonden aan de reeds betrokken gemeenten, provincie, waterschappen en uitvoeringsdiensten van het Rijk. In deze periode zijn geen/aantal zienswijzen kenbaar gemaakt.

Hoofdstuk 6

37

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Archeologisch onderzoek Bijlage 2: Wateraspecten

Hoofdstuk 6

38

Regels

Hoofdstuk 6

40

Cuneraweg 15-17 te Ochten

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 8

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

9

Artikel 3 Artikel 4

Bedrijventerrein Verkeer - Verblijfsgebied

9 11

Hoofdstuk 3

Algemene regels

13

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

13 14 15 16 17

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

18

Artikel 10 Artikel 11

Overgangsrecht Slotregel

18 19

Bijlagen bij regels

21

Bijlage 1 Bijlage 2

22 27

2

Staat van bedrijfsactiviteiten Bestaande bedrijfsactiviteiten

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan 'Cuneraweg 15-17 te Ochten' met identificatienummer NL.IMRO.1740.bpOCCuneraweg6-ont1 van de gemeente 'Neder-Betuwe'. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Aanduidingsgrens

Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6

Bebouwingspercentage

Het percentage van gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.7

Bedrijf

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.8

Bedrijfswoning

Eén woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of terrein in overeenstemming met de bestemming. 1.9

Bestaand Bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, danwel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende bouwvergunning; Bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan bestond.

4

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

1.10

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.11

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.13

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.14

Bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder (ruimte onder peil) en zolder (ruimten onder de kap). 1.15

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 1.17

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.18

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.19

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en waarbij een showroom en/of verkoopruimte ter plaatse aanwezig is; horeca-activiteiten zijn hieronder niet begrepen.

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

5

1.20

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.21

Hoofdgebouw

Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.22

Kantoor

Een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard zonder baliefunctie. 1.23

Kunstwerken

Bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke. 1.24

Luchtbrug

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient als verbinding tussen twee gebouwen, waarbij er sprake is van een onderdoorgaan voor al dan niet gemotoriseerd verkeer. 1.25

Nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting van gebouwen en/of voorzieningen op) op het openbare net aangesloten nutsvoorzieningen, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.26

Ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.27

Overkapping

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde met één dakvlak en maximaal één gesloten wand. 1.28

Peil

Voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst; de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.29

Productiegebonden detailhandel

Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

6

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

1.30

Prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.31

Seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.32

Voorgevel

De naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied. 1.33

Voorgevellijn

De lijn die gelijk loopt aan voorgevel(s) van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. (Van een hoofdgebouw gelegen op de hoek van twee straten moeten beide gevels van het hoofdgebouw, gelegen aan de straatkant, gezien worden als voorgevel). 1.34

Waterhuishoudkundige voorzieningen

Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit.

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

7

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De afstand van een gebouw tot de perceelsgrens

De afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens. 2.2

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

8

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Bedrijventerrein

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten; parkeren; geluidwerende voorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen;

één en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 3.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a

Bedrijfsactiviteiten

Bedrijven zijn uitsluitend toegestaan indien deze behoren tot de bedrijfsactiviteiten zoals beschreven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten als opgenomen in de bijlage 1, met dien verstande dat: 1. de bestaande bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2 toegestaan zijn; 2. ter plaatse van de aanduiding bedrijf tot en met categorie 3.2' uitsluitend bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 3.2 toegestaan zijn, met inachtneming van het bepaalde in 3.1.2.a.1. b

Detailhandel

Detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, waarbij geldt dat de detailhandelsactiviteit niet groter mag zijn dan 20% van de bedrijfsvloeroppervlakte. c

Niet-zelfstandige kantoren

Uitsluitend zijn niet-zelfstandige kantoren toegestaan. d

Bedrijfswoning

Er zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. e

Buitenopslag

Buitenopslag is niet toegestaan. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 3.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tunnel en luchtbrug' zijn

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

9

gebouwen in de vorm van tunnels en/of luchtbruggen toegestaan; b. voor het bouwen van luchtbruggen gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; 2. er dient een onderdoorgang met een hoogte van ten minste 3,5 m te zijn gewaarborgd; c. voor het bouwen van tunnels geldt de volgende regel: 1. de ondergrondse bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 5 m; d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - portiersloge' is een portiersloge toegestaan; e. er is maximaal één portiersloge toegestaan binnen de bestemmingen 'Bedrijventerrein' en/of 'Verkeer - Verblijfsgebied'; f. de oppervlakte van de portiersloge mag niet meer bedragen dan 75 m²; g. de bouwhoogte van de portiersloge mag niet meer bedragen dan 4,5 m. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; d. de bouwhoogte van reclamemasten/-uitingen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. b. c. d. e. 3.4

geluidzoneringsplichtige inrichtingen; risicovolle inrichtingen; groothandelsbedrijven; seksinrichtingen; kwetsbare objecten. Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.2 onder a, ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1.2 sub a indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1.2 onder a, en niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden genoemd; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1.2 onder a, niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden genoemd; Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

10

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; voet- en rijwielpaden; verblijfsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; straatmeubilair; beeldende kunstwerken; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', tevens voor bedrijfsdoeleinden, met dien verstande dat: 1. de bestaande bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2 toegestaan zijn; 2. uitsluitend bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 3.2 zoals opgenomen in bijlage 1 toegestaan zijn; 3. voor het overige het bepaalde in lid 3.1.2 van overeenkomstige toepassing is; l. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - weegbrug', tevens voor een weegbrug; m. reclamemasten/-uitingen; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming, alsmede tunnels, luchtbruggen, toegangen tot luchtbruggen en een portiersloge. 4.2.2

Tunnels en luchtbruggen

a. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tunnel en luchtbrug' zijn gebouwen in de vorm van tunnels en/of luchtbruggen toegestaan; b. Voor het bouwen van luchtbruggen gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; 2. er dient een onderdoorgang met een hoogte van ten minste 3,5 m te zijn gewaarborgd; c. Voor het bouwen van tunnels geldt de volgende regel: 1. de ondergrondse bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 5 m. 4.2.3

Toegang luchtbrug

a. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - toegang luchtbrug' zijn bouwwerken, welke dienen als toegang tot c.q. verbinding met luchtbruggen vanuit aangrenzende gebouwen en/of vanaf het maaiveld, toegestaan; b. De bouwhoogte van de onder a. bedoelde bouwwerken mag niet meer bedragen dan 11 m. 4.2.4

Portiersloge

a. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - portiersloge' is een

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

11

portiersloge toegestaan; b. Er is maximaal één portiersloge toegestaan binnen de bestemmingen 'Bedrijventerrein' en/of 'Verkeer - Verblijfsgebied'; c. De oppervlakte van de portiersloge mag niet meer bedragen dan 75 m²; d. De bouwhoogte van de portiersloge mag niet meer bedragen dan 4,5 m. 4.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen aan het volgende te voldoen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van reclamemasten/-uitingen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - waterbufferkelder' mag een kelder ten dienste van waterhuishoudkundige doeleinden worden gebouwd, met dien verstande dat de ondergrondse bouwdiepte niet meer mag bedragen dan 5 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

12

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

13

Artikel 6

Algemene bouwregels

6.1

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

6.1.1

Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.1.2

Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen. 6.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 6.3

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

6.3.1

Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 6.3.2

Heroprichting

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 6.3.1 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

14

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. het afwijken van de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, teneinde de bouw van een (GSM-)antennemast mogelijk te maken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. aangetoond is dat geen gebruik kan worden gemaakt van bestaande masten (sitesharing) of bestaande gebouwen/bouwwerken; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 40 m; 3. GSM-antennemasten, zowel stand-alone als op bestaande gebouwen, dienen ruimtelijk en bouwkundig zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de omgeving; 4. de bouwhoogte van gebouwtjes ten behoeve van de telecommunicatiemast mag maximaal 3 m bedragen; 5.

de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 30 m²; 6. telecommunicatiemast dient bereikbaar te zijn in verband met o.a. onderhoudswerkzaamheden; 7. de plaatsing van de telecommunicatiemast mag geen onveilige verkeerssituatie tot gevolg hebben; 8. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken wordt niet onevenredig aangetast.

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

15

Artikel 8

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

16

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Artikel 9 9.1

Overige regels

Parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a.: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingruimte wordt voorzien. 3. afwijken van de regels, als bedoeld onder b. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 4. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 5. de woon- en leefsituatie.

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

17

Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

18

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Cuneraweg 15-17 te Ochten'.

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

19

20

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

21

Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten

22

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

1584

10821

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 2 m²

1584 1584 1584 1585 1586 1586 1589.2 1589.2 1592 1593 t/m 1595 1598 16 17 171 172 172 173 174, 175 176, 177 18 18 181 182 183 19 19 192 193 20

10821 10821 10821 1073 1083 1083 1089 1089 110102 1102 t/m 1104 1107 12 13 131 132 132 133 139 139, 143 14 14 141 141 142, 151 19 15 151 152

20 2010.1 2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205 205 21 21 2112 2112 212 2121.2 2121.2 22 22 2221 2222 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 23

16 16101 16102 16102 1621 162 162 162902 17 17 1712 1712 172 17212 17212 58 58 1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814 182 19

23 2320.2 24 24

19 19202 20 20

Tabel 1 1_3-2

3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 2 - theepakkerijen 0 Soep- en soeparomafabrieken: 1 - zonder poederdrogen 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d. Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK - E.D. Houtzagerijen 0 Houtconserveringsbedrijven: 2 - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o.

< 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT- /KWEEKSTOFFEN A Smeeroliën- en vettenfabrieken - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

0 0 0 0

100 C 100 C 50 C 50

50 R 50 R 30 10

100 D 100 50 50

3.2 3.2 3.1 3.1

2 G 2 G 1 G 1 G

1 2 1 1

50

0

50

10

50

3.1

1 G

1

50

0

50

10

50

3.1

2 G

1

100 50

10 10

50 30

30 10

100 50

3.2 3.1

1 G 1 G

1 1

50

10

50

50 R

50

3.1

1 G

1

50 50 100

10 10 10

100 C 100 C 100 C

10 10 10

100 100 100

3.2 3.2 3.2

1 G 2 G 2 G

1 2 2

50 50 10

0 0 0

100 C 100 C 30

50 R 50 R 0

100 100 30

3.2 3.2 2

2 G 2 G 1 G

1 2 1

30 100 100

10 30 10

30 C 100 C 100 C

10 30 30

30 100 100

2 3.2 3.2

1 G 2 G 2 G

1 2 2

100

30

50

30

100

3.2

2 G

2

30 100 30 50

10 30 10 30

30 50 30 10

10 30 R 10 10

30 100 30 50

2 3.2 2 3.1

1 G 2 G 1 G 2 G

1 2 1 2

100

10

30

10

100

3.2

2 G

1

100

10

50

10

100

3.2

2 G

2

10 10

0 0

30 C 100

0 50 R

30 100

2 3.2

1 G 3 G

1 2

10

50

100

30

100

3.2

2 G

1

10 50 10 0

10 0 0 10

100 50 50 50

0 10 10 10

100 50 50 50

3.2 3.1 3.1 3.1

2 G 2 G 1 G 1 G

1 2 1 2

30 10 50

0 10 10

50 30 10

0 10 10

50 30 50

3.1 2 3.1

1 G 2 G 1 G

1 2 1

50 50

10 10

30 50

10 10

50 D 50

3.1 3.1

2 G 2 G

2 1

LUCHT

100 100 50 30

GROOTSTE AFSTAND

VISUEEL

108 102 102 102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104102 1042 1051 1051 1052 1052 1071 1071 1071 1072 1081 10821

VERKEER

151 152 152 152 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1542 1543 1551 1551 1552 1552 1581 1581 1581 1582 1583 1584

7 - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 8 2.000 m² 0 Visverwerkingsbedrijven: 5 - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² 6 - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² 0 Aardappelprodukten fabrieken: 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 0 Groente- en fruitconservenfabrieken: 1 - jam 2 - groente algemeen 3 - met koolsoorten 0 Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 0 Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 0 Margarinefabrieken: 0 Zuivelprodukten fabrieken: 3 - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 1 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1 - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens 2 - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken 0 Suikerfabrieken: 0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

CATEGORIE

101, 102

GEVAAR

151

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²

GELUID

0 1 4 5 6

STOF

10, 11 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101

INDICES

GEUR

15 15 151 151 151 151 151

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

B

B

0

50

100

50 R

100

3.2

2 G

2

10 100 0 0 10

30 30 30 30 10

50 100 100 50 30

10 10 0 0 0

50 100 100 50 30

3.1 3.2 3.2 3.1 2

2 G 3 G 2 G 1 G 1 G

1 2 2 1 1

50 30

30 30

50 C 100 C

30 R 30 R

50 100

3.1 3.2

1 G 2 G

2 2

30

30

100 C

30 R

100

3.2

2 G

2

30 30 10 0 30 30 30 0

0 0 0 0 0 0 0 0

100 C 100 30 10 30 10 30 10

10 10 0 0 0 10 10 0

100 100 30 10 30 30 30 D 10

3.2 3.2 2 1 2 2 2 1

3 G 3 G 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G

2 2 1 1 1 1 1 1

B B B

50

0

100

30 R

100

3.2

2 G

2

B

L

B B

L

B B

L

1

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

OMSCHRIJVING

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL

BODEM

LUCHT

-

50 10

10 10

50 30

50 R 10

50 30

3.1 2

2 G 2 G

1 1

B

L

100 50 50

10 10 10

100 100 50

50 50 R 50 R

100 100 50

3.2 3.2 3.1

3 G 3 G 3 G

2 2 2

B B B

L L

50 100

10 10

30 50

30 50 R

50 100 D

3.1 3.2

1 G 1 G

1 2

50

30

50

30

50

3.1

2 G

1

30 10

30 30

100 50

30 10

100 50

3.2 3.1

1 G 1 G

1 1

L

10 30

10 50

30 100

10 30

30 100

2 3.2

1 G 2 G

1 2

L L

10 50

50 50

100 100

30 30

100 100

3.2 3.2

2 G 2 G

2 2

10

50

100

10

100

3.2

3 G

2

10

50

100

50 R

100

3.2

2 G

2

10 10 10

30 30 30

100 50 50

0 0 10

100 D 50 50 D

3.2 3.1 3.1

1 G 1 G 1 G

2 1 2

50

50

100

50

100 D

3.2

2 G

2

30 30

30 30

100 50

30 10

100 50

3.2 3.1

2 G 1 G

2 1

B

50 30

30 30

100 50

30 10

100 D 50 D

3.2 3.1

2 G 1 G

2 2

B B

50 30 100 50 100 100 30 50 50 100 30 10 10

50 50 30 50 50 50 50 10 10 50 30 30 30

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50

50 50 50 R 30 R 50 50 30 30 30 50 R 50 30 10

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50

3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1

2 G 1 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 1 G 2 G 1 G 1 G

2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2

B B B B B B B B B B B B B

30 30

30 30

100 50

30 10

100 50

3.2 3.1

2 G 1 G

2 2

B B

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: - p.o. < 2.000 m2

30

30

100

30

100 D

3.2

2 G

1

B

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

30

10

30

10

30

2

1 G

1

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g.

100 30

30 10

100 30

50 10

100 30

3.2 2

2 G 1 G

2 1

B

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading

30 50

0 10

50 50

30 30

50 D 50

3.1 3.1

2 G 1 G

1 2

B B

30

0

30

0

30

2

1 G

1

30

10

100

30 R

100

3.2

2 G

2

30 100

30 50

50 100

10 50 R

50 100

3.1 3.2

2 G 2 G

1 1

2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466 25 25 2512 2512 2513 252

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762167/1