Bijlage - Toelichting
Tekst van het document
De woonbestemming grenst in de huidige situatie aan de agrarische bestemming met fruitteeltbomen, maar de percelen worden gescheiden door een windhaag wat al zorgt voor driftreductie. Met onderhavig plan wordt de woonbestemming aan de westzijde van vorm veranderd en zodoende wordt de afstand vergroot tot de percelen met fruitteeltbomen. Door onderhavige ontwikkeling worden de percelen welke in gebruik zijn voor de fruitteelt niet in haar gebruik voor bestrijdingsmiddelen beperkt. Conclusie Het aspect spuitzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.14
Explosieven Algemeen Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben binnen de gemeente Neder-Betuwe verschillende gevechtshandelingen plaatsgevonden waardoor niet gesprongen Conventionele Explosieven (CE) in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Dit betekent dat bij te verrichten werkzaamheden in de bodem, mogelijk aanwezige explosieven een reëel gevaar kunnen opleveren voor betrokken medewerkers en de (directe) omgeving. Toetsing De gemeente Neder-Betuwe heeft op basis van literatuuronderzoek en historische bronnenmateriaal de risico's op het voorkomen van explosieven uitgezocht. Uit het rapport Vooronderzoek Gemeente Neder-Betuwe (AVG Explosieven Opsporing Nederland, Rapport 1662057-VO-02, 28 maart 2017) blijkt dat de gehele gemeente verdacht is op het voorkomen van niet gesprongen explosieven. De risico's op het voorkomen van explosieven in verdachte en niet-verdachte gebieden zijn weergegeven op een CE-bodembelastingkaart. Voorafgaand aan het uitvoeren van bodemingrepen in
28
het plangebied zal detectieonderzoek naar explosieven moeten worden verricht. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning. Conclusie Het aspect explosieven levert geen belemmering op voor de uitvoerbaarheid van het plan.
29
5 5.1
Wijze van bestemmen Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en de standaardregels van de gemeente Neder-Betuwe. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.2
Bestemmingsplan
5.2.1
Bestemmingen ‘Wonen’ De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bedoeld voor bewoning. Er is één woning toegestaan per bestemmingsvlak met daarbij behorende bijgebouwen. Tevens zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De bestemming is gericht op het bieden van mogelijkheden voor bewoning. Voor een beperkt gebruik als kantoor- en praktijkruimten en voor aan huis verbonden nevenactiviteiten is in de algemene afwijkingsregels een mogelijkheid tot afwijking met voorwaarden opgenomen. Voor zover de aanduiding 'bouwvlak' is opgenomen mogen hoofdgebouwen uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding worden gebouwd. De bouwhoogte mag maximaal 9 meter bedragen en de goothoogte mag maximaal 4 meter bedragen. Per woning mag het totale oppervlak van de bijgebouwen niet meer bedragen dan 75 m 2. ‘Agrarisch met waarden - 1’ De gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - 1’ zijn onder andere bedoeld voor grondgebonden agrarische productie, het weiden van dieren en voor huiserven. Hierbij dienen de instandhouding, dan wel het herstel en de ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en natuurwaarden in acht te worden genomen.
30
5.2.2
Dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’ Deze dubbelbestemming beoogt eventuele archeologische relicten te beschermen en hoeft niet verder te worden toegelicht.
5.2.3
Overige regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregel en overgangsrecht en een slotregel. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. In de algemene aanduidingsregels zijn regelingen voor de aanduidingen ‘vrijwaringszone – weg’, ‘milieuzone – spuitzone’ en ‘overige zone – landschappelijke inpassing’ opgenomen. Binnen de aanduiding ‘vrijwaringszone – weg’ is onder andere met het oog op veiligheid een omgevingsvergunning noodzakelijk voor het bouwen van bouwwerken. Binnen de aanduiding ‘milieuzone – spuitzone’ wordt het aanleggen en het in exploitatie nemen van een productieboomgaard, zacht-fruitopstand of (boom)kwekerij gezien als strijdig gebruik. Dit ter bescherming van het woon- en leefmilieu in de aangrenzende woongebieden. Binnen de aanduiding ‘overige zone – landschappelijke inpassing’ is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie van het landschappelijke inpassingsplan. In de overige regels is daarnaast een bepaling inzake parkeren opgenomen.
31
6 6.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Het project zelf wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie van de ontwikkeling van de locatie zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de bestemmingsplanprocedure zullen via de gemeentelijke legesverordening en de anterieure exploitatieovereenkomst aan de initiatiefnemer worden doorberekend.
6.2
Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader wordt het bestemmingsplan voor advies toegezonden aan betrokken instanties.
6.3
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal te zijner tijd voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage liggen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.
32