CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Samenvatting omgevingsonderzoeken

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Poort van Ochten’1.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2. bij raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘Poort van Ochten’ Samenvatting omgevingsonderzoeken. Verkeer/parkeren Met de beoogde ontwikkeling wordt 1,55 ha hoogwaardige kantoorruimte en bedrijfsruimte mogelijk gemaakt. Het gebied wordt op dezelfde wijze ontsloten als de huidige carpoolvoorziening. Het effect op de verkeersaantrekkende werking en de verkeersafwikkeling op de doorgaande wegen (waaronder Walenhoekseweg en Cuneraweg) is gelet op de kleinschaligheid van het plan beperkt. Het plan sluit via de Walenhoekseweg vrijwel direct aan op de rotonde Cuneraweg. De Walenhoekseweg is een relatief rustige weg met een intensiteit van minder dan 1.000 mvt/etmaal. De toename van circa 440 motorvoertuigen is dan ook geen probleem voor dit type weg. Het CROW hanteert de vuistregel dat rotondes een maximale etmaalintensiteit (werkdag) hebben van 20.000 – 25.000 motorvoertuigen. Dit betreft de som van de toeleidende stromen. Uit het regionale verkeersmodel (Goudappel Coffeng, 2017) is een geprognosticeerde som berekend van 14.364 motorvoertuigen voor het jaar 2030. De toename van circa 440 mvt/etmaal levert voor deze rotonde daarom geen problemen op. Dit geldt ook voor de geprognosticeerde intensiteit op de Cuneraweg, aan beide zijden van de rotonde is respectievelijk 11.891 en 14.048 per etmaal (werkdag).

De toename van 440 mvt/etmaal (werkdag) vormt voor deze wegen ook geen probleem. Bodem Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie. Naar aanleiding daarvan is geadviseerd om een nader onderzoek te laten instellen naar de aard en de omvang van de geconstateerde sterke verontreiniging met PAK, ter plaatse van één boring (13). Echter, op basis van de huidige gegevens wordt de omvang van de sterke PAK-verontreiniging beperkt van. omvang verwacht. Daarnaast zijn er geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Een onderzoek asbest in bodem/ puin conform de NEN 5707/5897 wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Geluid Het vestigen van zogenaamde grote lawaaimakers is in de planregeling uitgesloten. Daarom is het vaststellen van een geluidzone rondom het terrein ook niet noodzakelijk. Daarnaast laat het plan ook geen geluidgevoelige functies toe. De aspecten industrielawaai en wegverkeerslawaai vormen dan ook geen belemmering voor het plan. Milieuzonering In het plangebied zelf worden geen gevoelige functies gerealiseerd. Binnen het plangebied zijn in de toekomstige situatie bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. De publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' hanteert voor deze milieucategorie een maximale richtafstand van 100 m. De dichtstbijzijnde woning ligt op ruim 150 m afstand.

Enige milieuhinder afkomstig van de nieuwe bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied op gevoelige objecten uit de omgeving is daarmee op voorhand uit te sluiten. M.e.r.(beoordeling) Het onderhavige plan behelst de ontwikkeling van een hoogwaardige kantoorruimte en bedrijfsruimte. In totaal gaat het om een uitbreiding van circa 1,5 ha, met een bruto vloeroppervlak van maximaal 10.500 m2. Het plan blijft (ver) onder de drempel van een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer uit bijlage D 11.2. Daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit voorliggende notitie en de bij het plan behorende omgevingsonderzoeken volgt dat de ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Luchtkwaliteit Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 μg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Voor kleine ontwikkelingen is een specifieke rekentool ontwikkeld waarmee op een eenvoudige manier kan worden bepaald of

er sprake is van een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiervoor is de verkeersgeneratie van het nieuwe plan ingevoerd op een gemiddelde weekdag. Uit de berekening volgt dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast liggen de gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof ruim onder de gestelde grenswaarden. Externe veiligheid Het voorliggend initiatief maakt geen nieuwvestiging van een Bevi-inrichting in het plangebied mogelijk. Tevens worden geen bijzonder kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. De ontwikkeling vindt plaats in de nabijheid van transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Uit de uitgevoerde risicobeschouwing en -berekening volgt, samengevat weergeven, dat het bouwvlak binnen het plangebied niet ligt binnen de plaatsgebonden risicocontouren 1 maar dat het groepsrisico2 voor de Betuweroute en de A15 toeneemt en voor de A15 het groepsrisico groter is dan 0,1 * de oriëntatiewaarde. Naar aanleiding van de toename van het Groepsrisico is een verantwoording van het Groepsrisico in de plantoelichting opgenomen (onderdeel 4.6.3 van de toelichting). Daarbij is ook het advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid betrokken. Water Door de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen.

Uit de berekening volgt dat hiervoor als compensatie 418 m³=1.393m² water worden moet worden gegraven. Dit wordt zoveel als mogelijk in de randen van het gebied gevonden aansluitend aan de bestaande poldersloten gevonden. In de stedenbouwkundige opzet van het plan is hiermee rekening gehouden en er is een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg van compensatiewater in het bestemmingsplan opgenomen. Flora en fauna (inclusief stikstof) Er is een ecologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een beknopte natuurtoets. Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 5 januari 2021) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Nader onderzoek naar beschermde soorten of een ontheffing van de Wnb voor soorten is niet nodig. In verband met de soortbescherming van de Wnb is het wel nodig om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Het plan leidt niet tot negatieve effecten op het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone en is daarom niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid uit de Omgevingsverordening Gelderland. Daarnaast is, na de laatste release van Aerius, een stikstofberekening voor de aanleg en beheersfase uitgevoerd.

In de beheersfase is bij een bruto vloeroppervlakte (bvo) van 10.000 m² geen overschrijding berekend. Gelet hierop wordt het bvo van 10.500 m² naar 10.000 m² bijgesteld. Voor de bouwfase is uitgegaan van twee scenario’s. Voor de bouwfase zijn twee scenario’s doorgerekend, namelijk het gebruik van normaal materieel (stageklasse IV) en het gedeeltelijk gebruik van elektrisch materieel. Beide scenario’s zijn uitvoerbaar, indien de fasering van het bouwrijp maken, het bouwen van de bedrijfsbebouwing en het aanleggen van verhardingen/groen wordt verdeeld over 5,5 jaren (uitsluitend traditioneel materieel) of 2,5 jaren (deels elektrisch materieel). De exacte fasering/uitvoering is afhankelijk van concrete bouwinitiatieven. Hierop kan dan een nieuwe stikstofberekening worden uitgevoerd. De huidige berekening laat evenwel zien dat het plan uitvoerbaar is. Archeologie / Cultuurhistorie Er geldt, op basis van de archeologische verwachtingenkaart een lage trefkans. In het parapluplan “Archeologie” is voor gronden met een lage trefkans geen onderzoeksverplichting 1 Dit is de kans per jaar dat 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich

onafgebroken en onbeschermd op 1 bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. 2 Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit.

opgenomen. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Er is geen bebouwing in het gebied aanwezig. Overige omgevingsaspecten De overige omgevingsaspecten zijn niet aan de orde (bv. geurhinder) of hiervoor is een standaardoverweging opgenomen zoals voor Explosieven (bij het bouwrijp maken zal een detectieonderzoek worden gedaan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12555557/3