CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Overzicht van wettelijke verplichtingen

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Nota Sociaal Domein: ‘Samen verder op de ingeslagen weg’2.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Wettelijk kader Zoals al aangegeven in argument 2.3 voldoen wij met deze integrale nota sociaal domein aan de wettelijke verplichting om te omschrijven wat een gemeenteraad minimaal moet vaststellen in een periodiek op te stellen plan. In deze nota zijn met name de beleidsvoornemens uitgewerkt in de ambities en maatschappelijke resultaten. We zijn daarmee nog niet compleet. In de verschillende wetten worden specifieke onderdelen genoemd die nader beschreven moeten worden en vastgesteld door de gemeenteraad. Dit wordt uitgewerkt in de nog op te stellen uitvoeringsplannen. De onderdelen van de wetten waar dit voor geldt zijn in het rood weergegeven. Deze nota beslaat de volgende 5 wetten Wmo 2015 Jeugdwet Participatiewet Wet publieke gezondheid Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Hieronder lichten we de verschillende wetten kort toe en wordt omschreven wat minimaal in het beleidsplan opgenomen moet worden. Gemeenten mogen zelf kiezen of ze per wet één beleidsnota vaststellen of één integrale beleidsnota maken. De gemeente Neder-Betuwe heeft gekozen voor 1 integrale nota. De onderstaande informatie is gebaseerd op de informatie van de rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Officieel heet deze wet Wmo 2015. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat bijvoorbeeld om:  begeleiding en dagbesteding;  ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten;  een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische beperking  opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn. Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning? Dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. de gemeente is verantwoordelijk voor een goede toegang tot voorzieningen, ondersteuning en ruimten voor mensen met een beperking. Daarnaast draagt de gemeente zorg voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen. De Wmo 2015 verplicht gemeenten via artikel 2.1.2. een periodiek beleidsplan te maken waarin in ieder geval is opgenomen:

Artikel 2.1.2  

1De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning.

2Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn:

o

a.de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden;

o

b.de verschillende categorieën van mantelzorgers, en vrijwilligers, zoveel mogelijk in staat te stellen hun taken als mantelzorger of vrijwilliger uit te voeren;

o

c.vroegtijdig vast te stellen of ingezetenen maatschappelijke ondersteuning behoeven;

o

d.te voorkomen dat ingezetenen op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn;

o

e.algemene voorzieningen te bieden aan ingezetenen die maatschappelijke ondersteuning behoeven;

o

f.maatwerkvoorzieningen te bieden ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn;

o

g.maatwerkvoorzieningen te bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld;

o

h.uitvoering te geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169);

o

i.de participatie van ingezetenen die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, te versterken.

3Het plan is erop gericht dat: o

a.cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven;

o

b.cliënten die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

4In het plan wordt bijzondere aandacht gegeven aan: o

a.een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;

o

b.de samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet met het oog op een zo integraal mogelijke dienstverlening;

o

c.keuzemogelijkheden tussen aanbieders voor degenen aan wie een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van cliënten, in het bijzonder voor kleine doelgroepen;

o

d.de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking;

o

e.de wijze waarop de continuïteit van hulp wordt gewaarborgd, in het bijzonder ten aanzien van de persoon die door het bereiken van een bepaalde leeftijd geen jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet meer kan ontvangen;

o

f.mogelijkheden om met inzet van begeleiding, waaronder dagbesteding, mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven;

o

g.de wijze waarop ingezetenen worden geïnformeerd over de personen die kunnen optreden als vertegenwoordiger van een cliënt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

5In het plan wordt aangegeven op welke wijze de gemeente artikel 2.1.7 toepast dan wel de reden om dat artikel niet toe te passen.

6In het plan wordt aangegeven welke resultaten het gemeentebestuur in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, welke criteria worden gehanteerd om te meten hoe deze resultaten zijn behaald en welke prestatie-indicatoren worden gehanteerd ten aanzien van aanbieders.

De jeugdwet Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Zij kunnen de zorg dichter bij de inwoners organiseren, in samenhang met ondersteuning van gezinnen bij werk, inkomen en schulden. Dat staat in de Jeugdwet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Bijvoorbeeld hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld aan jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval:   

de jongere adviseren welke hulp het beste past; samen met de jongere de goede vorm van jeugdhulp kiezen; zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is.

In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten. De gemeenten moeten onder andere:

      

jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden; een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen; voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht) treffen; jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren; maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen; de samenwerking met andere sectoren zoals zorg, onderwijs, politie en justitie zoeken; vertrouwenspersonen aanwijzen voor jongeren en (pleeg)ouders die te maken hebben met jeugdhulpverlening.

De jeugdwet verplicht gemeenten via artikel 2.2 een periodiek beleidsplan te maken waarin in ieder geval is opgenomen: Artikel 2.2 

1De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

2Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en geeft daarbij in ieder geval aan:

o

a.wat de gemeentelijke visie en doelstellingen zijn van dit beleid;

o

b.hoe dit beleid zal worden uitgevoerd in samenhang met de verantwoordelijkheid van het college inzake het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en welke acties in de door het plan bestreken periode zullen worden ondernomen;

o

c.welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;

o

d.hoe het college uitvoering zal geven aan artikel 2.7, tweede lid, en hoe wordt gewaarborgd dat de jeugdhulpaanbieder voldoet aan de eisen inzake de verantwoordelijkheidstoedeling, gesteld bij of krachtens artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid;

o

e.op welke wijze de gemeenteraad en het college zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen, en

o

f.hoe het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).

3Het plan wordt, voor zover het de afstemming van en effectieve samenwerking met het onderwijs betreft, niet vastgesteld dan nadat over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden met het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs en het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het overleg met deze samenwerkingsverbanden vindt plaats overeenkomstig een procedure, vastgesteld door het samenwerkingsverband en

het college van de gemeente of gemeenten. De procedure bevat een voorziening voor het beslechten van geschillen. Wat betreft de rood gearceerde onderdelen uit de jeugdwet merken wij op dat deze naar alle waarschijnlijkheid al geborgd zijn in (boven)regionale beleidsplannen die door het college zijn vastgesteld. Deze plannen zullen worden benoemd in de uitvoeringsplannen. Participatiewet Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. In tegenstelling tot de andere wetten is in de participatiewet geen wettelijke verplichting opgenomen dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan moet vaststellen. Wel is in artikel 8D de verplichting opgenomen dat de gemeenteraad periodiek een plan vaststelt omtrent de wijze waarop het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169). De Wet publieke gezondheid (Wpg) De Wet publieke gezondheid regelt de organisatie van de publieke gezondheidszorg, de bestrijding van infectieziektecrises en de isolatie van personen/vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren. Ook regelt de wet de jeugd- en ouderengezondheidszorg.

De taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg waar gemeenten vanuit de Wpg in ieder geval zorg voor moeten dragen zijn o.a. het verwerven van inzicht in de gezondheidssituatie van de inwoners, het bevorderen van medisch milieukundige zorg, het bevorderen van technische hygiënezorg, het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen en het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders. Een groot deel van de wettelijke taken heeft de gemeente Neder-Betuwe regionaal belegd binnen de gemeenschappelijke regeling GGD Gelderland-zuid. Op basis van artikel 13 van de Wpg moeten gemeenten periodiek een lokale nota gezondheidsbeleid opstellen. In deze nota moeten in ieder geval de landelijke prioriteiten in acht worden genomen, zoals die beschreven staan in de landelijke nota gezondheidsbeleid. Deze Nota Sociaal Domein sluit aan bij de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024 getiteld Gezondheid breed op de agenda. Artikel 13 

1Onze Minister stelt elke vier jaar een landelijke nota gezondheidsbeleid en een landelijk programma voor uitvoering van onderzoek vast op het gebied van de publieke gezondheid.

2De gemeenteraad stelt binnen twee jaar na openbaarmaking van de nota, bedoeld in het eerste lid, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast, waarin de raad in ieder geval aangeeft: o

a.wat de gemeentelijke doelstellingen zijn ter uitvoering van de in de artikelen 2, 5, 5a en 6 genoemde taken,

o

b.welke acties in de bestreken periode worden ondernomen ter realisering van deze doelstellingen,

o

c.welke resultaten de gemeente in die periode wenst te behalen,

o

d.hoe het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de in artikel 16 genoemde verplichting.

3De gemeenteraad neemt bij het vaststellen van de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid in ieder geval de landelijke prioriteiten in acht, zoals opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid.

Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) Deze wet regelt dat gemeenten een zorgplicht hebben om inwoners door middel van integrale schuldhulpverlening te helpen bij het oplossen van schulden en het voorkomen ervan. De Wgs verplicht gemeenten via artikel 2 een periodiek beleidsplan te maken. Artikel 2 omschrijft: Artikel 2. Plan 

1De gemeenteraad stelt een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente.

2De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden.

3Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen.

4In het plan wordt in ieder geval aangegeven:

o

a.welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen;

o

b.welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd;

o

c.het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode, en

o

d.hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.

5In het plan kan de gemeenteraad aangeven onder welke voorwaarden het college de verzoeker verplicht te beschikken over een basisbetaalrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10475750/1