CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Landschapsontwikkelingsplan

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe 2022-203226.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NUCHTER, MAAR NIET TE KRAP DOOR HET LANDSCHAP

Landschapsontwikkelingsplan (LOP) voor Neder-Betuwe met een visie op basis van geschiedenis en actuele opgaven plus een uitvoeringsprogramma. Augustus 2022

inhoudsopgave Voorwoord: Erfplicht 1. Inleiding 6 Context en problematiek 6 Regionale samenwerking landschap 6 Werkwijze actualisatie LOP 7 Nuchter, maar niet te krap! 7

Deel 1. BASIS 8 2. Korte biografie van het landschap van Neder-Betuwe

10

3. Actuele ontwikkelingen en opgaven landschap

26

Inleiding 26 Thema biodiversiteit 27 Thema klimaatadaptatie 27 Thema Energie- en materialentransitie 30 Thema Wonen, werken, mobiliteit 31 Overige relevante beleidsthema’s 33

Deel 2. VISIE 34 4. Nuchter, maar niet te krap door het landschap

36

Stroomlijn langs vijf sporen... Twee lokale sporen: L 1. Gemeente, geef het goede voorbeeld! 39 L 2. Gemeente, stimuleer en inspireer initiatieven van onderop 41 Drie regionale sporen: R 1. UITmeERWAARDE! 42 R 2. Blauwe boezem en groene ribbenkast 44 R 3. Flexibele klimaatkwartieren maken 48 De organisatorische opgave, landschapsfonds 51 Winst door een Betuws Landschapsnetwerk 52

Deel 3. UITVOERING

5. Uitvoering: Programma Landschap

54

Via de vijf sporen naar projecten in de praktijk! 55 Kansenkaart 55 Bijlage: Uitvoeringsprogramma (werkdocument) Inhoud: 1. Opzet uitvoeringsprogramma 2. Projecten geordend naar de sporen uit het LOP 3. Organisatie 4. Financieringsmogelijkheden

2 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

NUCHTER, MAAR NIET TE KRAP DOOR HET LANDSCHAP Landschapsontwikkelingsplan (LOP) voor Neder-Betuwe, met als doel het op elkaar afstemmen van verschillende ruimtelijke opgaven en tendenzen om zo de transformatie naar een mooi, veilig en functioneel landschap van de toekomst te stimuleren

Leeswijzer / korte samenvatting De inleiding van dit LOP wordt gevolgd door drie delen: BASIS, VISIE en UITVOERING. De BASIS gaat in op de geschiedenis van het landschap en op de actuele ontwikkelingen en opgaven. Dit eerste deel vormt natuurlijk de onderbouwing voor de andere twee delen, maar de doelgerichte lezer kan ook dit deel eerst overslaan en direct naar de VISIE of de UITVOERING doorbladeren. Heeft u als ondernemer een plan, of wilt u als burgers en buitenlui een initiatief opzetten, of heeft u als inwoner van Neder-Betuwe een idee voor het landschap dan kunt u met de visie en het Programma Landschap voor de uitvoering ook al snel een indruk krijgen van de mogelijkheden die dit LOP voor u en de andere inwoners van deze gemeente biedt. Samen met de gemeente kunt u op basis van het LOP verder verkennen hoe u uw project kunt realiseren. Dit LOP is zo opgesteld dat het voorbereid is op de gebiedsprocessen die de komende tijd op het gebied zullen afkomen. Het biedt daarvoor handreikingen en kansen voor buitenlui, burgers én boeren.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 3

Samenvatting Het oude LOP had een looptijd van 2009 tot 2020. Veel projecten die hierin staan zijn inmiddels gerealiseerd of in de afrondende fase. In het nieuwe LOP hebben we zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van stakeholders en collega’s van verschillende afdelingen om zo te komen tot het bijgevoegde nieuwe/gerevitaliseerde LOP ‘Nuchter, maar niet te krap door het landschap’. Het is een bestendig plan geworden, waar wij en externe partijen ons voordeel mee kunnen doen. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 deed dienst als beleidsstuk dat een handvat geeft om ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijk verantwoord plaats te laten vinden. Daarnaast heeft dit LOP inspiratie opgeleverd in het kader van diverse ontwikkelingen om landschappelijke structuren te versterken. Bij het LOP hoorde ook een uitvoeringsprogramma met daarin projecten waarmee we de doelen uit het LOP konden behalen. Veel van dit uitvoeringsprogramma is ook daadwerkelijk gerealiseerd. De hedendaagse opgaven en de vernieuwing van het omgevingsbeleid maken het gewenst om het LOP te actualiseren. Het LOP uit 2009 is daarbij het vertrekpunt, omdat de visie op het landschap door de jaren heen niet veel veranderd is. Wel zijn andere thema’s actueler geworden en dienden we accentverschillen aan te brengen in het nieuwe LOP. Daarmee sluiten we aan op de Omgevingsvisie die we begin 2022 opstelden.

Uitvoering en financiën

De uitvoerende projecten uit het oude LOP zijn veelal gerealiseerd met vrijwilligers en hebben plaatsgevonden op particuliere terreinen, mooi voorbeeld zijn de klompenpaden die gerealiseerd zijn of nog in ontwikkeling zijn. Het college is bevoegd om het uitvoeringsplan uit te voeren. De projecten die genoemd worden in de uitvoeringsparagraaf, zijn in de meeste gevallen subsidiabel (cofinanciering) vanuit het Rijk, Provincie of Regio. De eigen inbreng van de gemeente komt uit projecten via bovenwijkse voorziening, ruimtelijke investeringen en bijdragen van derden. De meesten zijn eenmalige investeringen en zijn geen belasting voor de exploitatie begroting of vallen binnen de huidige budgetten. Communicatie

In november 2021 werd een inspiratiesessie georganiseerd met verschillende disciplines binnen de gemeente om met elkaar te kijken welke onderwerpen aandacht verdienen in het LOP 2022. Deze onderwerpen zijn meegenomen in de uitwerking. In april 2022 presenteerden we het concept-LOP tijdens een bijeenkomst. Ondernemers, ‘groene’ organisaties en andere samenwerkingspartners waren uitgenodigd om hun reacties en aanvullende wensen in te brengen. Alle inbreng is meegenomen in het definitieve LOP 2022 wat nu voorligt.

Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Neder-Betuwe 2022-2032 heeft het doel het op elkaar afstemmen van verschillende ruimtelijke opgaven en tendensen om zo de transformatie naar een mooi, veilig en functioneel landschap van de toekomst te stimuleren. Het doel is samen te vatten als: ‘Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap! Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.’ Het LOP 2022 draagt bij aan een duidelijke visie voor toekomstige ontwikkelingen. Het past binnen het coalitie-akkoord ‘Zorgzaam – Duurzaam – Koersvast!’.

4 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Voorwoord: Erfplicht Beste lezer, Het prachtige landschap van Neder-Betuwe en wijde omgeving levert samen met het weerbeeld elke dag nieuwe sfeerplaatjes op. Ik hoop dat u er net zo van geniet als ik. Dit landschap is een prachtige erfenis die we samen moeten koesteren. Een erfenis die tegelijkertijd eigentijds blijft. Want we bouwen voort op wat onze ‘voorouders’ ons nalieten. Dat moet ook want de natuur beweegt mee, met de tijd, met het klimaat en met ons. Het zegt iets over onze rol als gemeente – inwoners, ondernemers, bestuur - en als samenwerkingspartners. Wie iets bijzonders erft moet dat goed onderhouden. Niets gaat vanzelf. Maar dankbaar werk is het zeker. In de visie van het nieuwe landschapsontwikkelingsplan leest u over de inspanningen voor ons landschap. Ze bouwen voort op wat in de afgelopen vijftien jaren is gedaan volgens het plan van toen. Lees, denk en help mee over hoe het in de toekomst kan. Laten we ons goede erfgenamen tonen.

Stefan van Someren Wethouder

LOP Neder-Betuwe 2022 | 5

1. Inleiding Context en problematiek

Regionale samenwerking landschap

In 2008 heeft de gemeente Neder-Betuwe een landschapsontwikkelingsplan (LOP) laten opstellen. Dit LOP deed dienst als beleidsstuk dat een handvat geeft om ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijk verantwoord plaats te laten vinden. Daarnaast heeft dit LOP inspiratie opgeleverd in het kader van diverse ontwikkelingen landschappelijke structuren te versterken. Bij het LOP hoorde ook een uitvoeringsprogramma met daarin projecten waarmee de doelen die in het LOP zijn beschreven behaald konden worden. Veel van dit uitvoeringsprogramma is ook daadwerkelijk gerealiseerd. De hedendaagse opgaven en de vernieuwing van het omgevingsbeleid maken het gewenst om het LOP te actualiseren. Het LOP uit 2008 is daarbij het vertrekpunt, omdat de visie op het landschap door de jaren heen niet veel veranderd is. Wel zijn andere thema’s actueler geworden en dienden er accentverschillen te worden aangebracht. Daarmee wordt aangesloten op de Omgevingsvisie die de gemeente begin 2022 opstelde.

Mede als voorbereiding op deze actualisatie van het LOP voor de gemeente Neder-Betuwe heeft de gemeente in 2019 geparticipeerd in een project waarin ook de meeste andere Gelderse rivierenlandgemeenten waren betrokken. Dat leverde de gemeenten meer inzicht op in opbouw en beeldbepalende elementen in het jonge rivierenlandschap dat heringericht werd in de tijd van de ruilverkavelingen. In de halve eeuw na de tweede wereldoorlog is het landschap immers ingrijpend gemoderniseerd. Voor het maken van beleid voor de toekomst van het landschap kan daarom niet worden volstaan met een analyse van het landschap waarin juist die modernisering niet wordt meegenomen. Dit project resulteerde in het rapport: ‘Geef het rivierenlandschap speling voor de volgende vooruitgang!’ De Gemeente Neder-Betuwe heeft in 2020 als enige deze studie ook in meer detail uit laten werken naar een ontwikkelingsgerichte aanpak van het huidige landschap. Het rapport ‘De volgende vooruitgang in het landschap van Neder-Betuwe’ biedt veel aanknopingspunten voor de actualisatie van het LOP. De regionale samenwerking kreeg in de loop van 2021 een vervolg met een Regio Deal project. Samen met de andere gemeentes in Regio Rivierenland welke ruimtelijke opgaven in het landschapsbeleid door iedere gemeente zelf kunnen worden geregeld en welke onderdelen beter in regionaal verband kunnen worden aangepakt.

Dit leverde een gemeenschappelijke strategie. Met die strategie kunnen de gemeenten ieder hun eigen taken en lokale initiatieven tegemoet treden, maar ook samen regionale uitdagingen in het kader van klimaat, energie en biodiversiteit aanpakken. Iedere gemeente kan apart deze landschapsstrategie inbrengen in de planontwikkeling voor de Omgevingsvisie en de programma’s die daaruit volgen. Dat alle gemeenten dezelfde strategie inbrengen kan van pas komen bij de ruimtelijke opgaven die op regionaal niveau aangepakt worden.

Dit Landschapsontwikkelingsplan is in samenwerking opgesteld door: Schokland en water, Rhenen (Dr.Ir. Henk van Blerck, landschapsarchitect) en Buro Hemmen, Randwijk (Ir. Henk van Ziel, landschapsecoloog, o.a. werkzaam voor het Agrarisch Collectief Rivierenland). Vanuit de gemeente bestond de begeleidingscommsiie uit Peter Kegelaar, Taro Eekhoutte en Marianne van Bruxvoort.

6 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Werkwijze actualisatie LOP

Nuchter, maar niet te krap!

Mede in het kader van dit Regio Deal project is gestart met een verkenning van thema’s waarop het landschapsbeleid geactualiseerd of uitgebreid moest worden. Daartoe werden in Neder-Betuwe drie scenarioschetsen met verschillende gemeentelijke werkwijzen uitgewerkt en bediscussieerd in een creatieve workshop met gemeenteambtenaren van verschillende beleidsvelden. Landschap is een onderwerp dat met veel beleidsvelden raakvlakken heeft. Hierdoor wordt met dit LOP ook aansluiting op die andere beleidsvelden gestimuleerd. Uit deze workshop kwamen ook allerlei projecten, initiatieven, plannen en ontwikkelingen naar voren die in een uitvoeringsprogramma konden werden opgenomen. In het voorjaar van 2022 werd een concept voor het nieuwe LOP aangeleverd, bestaande uit een hoofdrapport met analyse en visie en daaraan gekoppeld een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. In 2022 is dit concept-LOP gepresenteerd op een bijeenkomst waarop inwoners, ondernemers, ‘groene’ organisaties en andere samenwerkingspartners waren uitgenodigd om hun reacties en aanvullende wensen in te brengen. Verwerking daarvan leidde tot het nieuwe LOP dat de gemeenteraad in de zomer van 2022 vaststelt.

Voortbouwen op het waardevolle en gevarieerde landschap was het centrale motto van het oude LOP. De inwoners en bezoekers van de gemeente maken gebruik van dat landschap om te ondernemen, wonen, werken en recreëren. Het behoud, beheer en de ontwikkeling van natuur - en biodiversiteit - is dan ook gebaseerd op dit historisch gegroeide landschap. Ook in de toekomst blijft het landschap een belangrijke basis voor de initiatieven en activiteiten van de mensen in Neder-Betuwe. De gemeente wil meedenken als mensen in het landschap initiatieven willen ontplooien. De landschapsvisie levert daarvoor inspirerende spelregels. Het uitgangspunt daarbij is dat iedereen een bijdrage kan leveren aan een positieve ontwikkeling van het landschap waarbij privaat en publiek belang samen kunnen gaan. Zo kunnen alle betrokkenen werken aan een cultureel en natuurlijk rijk landschap.

Zo leidde dit plantraject tot een actualisatie van het LOP uit 2008 via vijf strategische sporen en een vertaling daarvan naar een vernieuwd uitvoeringsprogramma met projectvoorstellen geordend over zeven thema’s. In het vervolg zal de uitwerking van het LOP gekoppeld zijn aan de uitwerking van de Omgevingsvisie in beleid betreffende energietransitie, klimaatadaptatie en ruimtelijke ordening.

Het hoofddoel van het oude en het nieuwe LOP is samen te vatten als: “Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap! Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.” In de zomer van 2022 wordt een projectenmarkt georganiseerd waarop het LOP aan de inwoners van Neder-Betuwe zal worden gepresenteerd. Het is dan vooral de bedoeling dat mensen daar gemotiveerd worden om via projecten mee te werken aan een mooi landschap in Neder-Betuwe. Aan de slag!

Richtinggevende kaart bij de concept-omgevingsvisie van Neder-Betuwe van eind 2021. Bij de opstelling van het LOP is hierop ingespeeld.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 7

8 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Deel 1. BASIS

LOP Neder-Betuwe 2022 | 9

2. Korte biografie van het landschap van Neder-Betuwe Inleiding

Natuurlijk landschap

Mede als voorbereiding op deze actualisatie van het LOP voor de gemeente Neder-Betuwe heeft de gemeente geparticipeerd in een project waarin het jonge landschap centraal stond. In de gemeentelijke uitwerking van dat project is een schets van de biografie van het landschap van Neder-Betuwe opgesteld. In dit LOP wordt deze overgenomen als inleiding op de verkenning van actuele opgaven en een strategische visie op de toemomst van het landschap van de gemeente.

Het verhaal van het landschap van Neder-Betuwe begon duizenden jaren geleden. Het werd warmer, de permanent bevroren ondergrond verdween en de begroeiing nam in sterke mate toe. Ook veranderden de rivieren van karakter: de Rijn kreeg een relatief nauwe en diepe bedding. En aan beide zijden van de bedding ontstonden oeverwallen door sedimentatie van het meegevoerde grove zandige materiaal. Het fijnste materiaal (zware klei) dat door het rivierwater werd meegenomen kwam met overstromingen op enige afstand van de rivierbedding tot bezinking. Zodoende ontstond een systeem van oeverwallen en komgebieden. De rivierbedding veranderde gedurende de tijd van plek. De buitenbochten van de Rijn schuurden steeds verder uit en in de binnenbochten ontstonden zandbanken. Omdat de bedding geleidelijk opvulde, brak de rivier verschillende keren door haar oeverwal, meestal in een buitenbocht. Er ontstond dan in het naastliggende (kom)gebied een nieuwe loop, waarlangs opnieuw oeverwallen werden gebouwd. De twee oeverwallen van een verlaten riviergedeelte worden tezamen met de dichtgeslibde bedding ‘stroomrug’ genoemd. Resten van voormalige rivierlopen die niet met sediment zijn gevuld, worden strangen genoemd, zoals de strang in de Gouverneurspolder bij Eldik.

Wat nu in het rivierengebied aan het oppervlak ligt, bestaat uit een ingewikkeld netwerk van oeverwallen, stroomruggen en komgebieden van diverse ouderdom, die in, op en naast elkaar liggen. In Neder-Betuwe zijn in totaal drie stroomruggen te onderscheiden: het Bronstijd systeem (circa 2000 tot 700 voor Chr.), het pre-Romeinse systeem (circa 700 voor Chr. tot 400 na Chr.) en het Middeleeuwse systeem (na 400 na Chr.). De betrekkelijk geringe hoogteverschillen tussen de stroomruggen en de kommen, die samengaan met een aanzienlijk verschil in bodemgesteldheid, hebben een grote invloed gehad op de ontwikkeling van het landschap.

Ouderdom van voormalige rivierlopen (zandbanen) van Rijn en Maas in de Nederlandse Delta. Bron: Digitaal Basisbestand Paleografie van de Rijn-Maas Delta (K.M. Cohen en E. Stouthamer, 2012).

10 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Bewoning

Bedijking

Het onbedijkte rivierengebied werd al in de Steentijd door de mens benut. Bij Lakemond, op de grens van Neder-Betuwe en Over-Betuwe is een fragment van een vuurstenen bijl uit de Steentijd gevonden (Vlaardingencultuur, circa 2500 voor Chr.). In de Bronstijd en IJzertijd (2000-50 voor Chr.) werd de streek ook daadwerkelijk bewoond door boeren met kleine nederzettingen op de stroomruggen. Archeologische sporen en vondsten uit die perioden zijn verspreidt over het gebied aangetroffen. In de Romeinse tijd (50 voor Chr.-400 na Chr.) nam de bewoningsdichtheid op de stroomruggen in Neder-Betuwe toe. Ter hoogte van Kesteren zou zelfs een ‘castra’, een Romeinse legerplaats hebben gelegen. Ook ligt er een militair grafveld met 140 graven uit de Romeinse tijd. In Opheusden is een replica van een Romeinse wachttoren gebouwd. De stroomruggen werden na de Romeinse tijd grotendeels verlaten. Het gebied werd natter en veel bewoners van de Betuwe trokken weg naar hogere gronden. Sinds de Karolingische tijd (800-900 na Chr.) raakten de hooggelegen delen in het rivierengebied weer in trek. Waarschijnlijk is de Betuwe vanuit de Karolingische nederzettingen in de tiende of elfde eeuw ontgonnen. Er ontstonden nederzettingen zoals Opheusden (850 Husnin), Gesperden (855), Ooihuizen (12e eeuw Oyhuson) en Kesteren (circa 850 in villa Castra mansum).

Gedurende de Late Middeleeuwen nam het aantal overstromingen toe. Ter bescherming tegen het overstromingswater legde men benedenstrooms dijken aan. Die veroorzaakten echter een hoger oplopen van de waterstranden bovenstrooms, waardoor ook bovenstrooms dijken moesten worden opgeworpen. Elke dorpspolder regelde, behalve andere gemeenschappelijke taken, zijn eigen waterhuishouding en beschermde zich met kaden of dijkgedeelten tegen het rivierwater. Wanneer de eigenlijke dijken zijn aangelegd, is niet meer met zekerheid te achterhalen. De oudste dijken zijn waarschijnlijk zogenaamde dwarskaden (zijdwenden) geweest. Bij hoog water leidden deze dwarskaden het overstromingswater naar het laagste deel van het komgebied. De hedendaagse Marktstraat tussen Opheusden en Kesteren fungeerde als zo’n dwarskade. Ook de voormalige Zanddijksestraat, nu de Dalwagenseweg, lijkt qua ligging (noord-zuid) op een dwarskade. In loop van de tijd werden ook langs de rivieren kaden opgeworpen. Langs de Linge was al in 1259 een dijk en langs de Waal in 1270. Elke dorpspolder had een deel van de bandijk te onderhouden.

De stroomruggen in de Betuwe moeten in de tiende of elfde eeuw uit parkachtige loofbossen hebben bestaan met onder meer eik, iep, beuk en linde. Binnen de open ruimten in de bossen hadden de boeren hun akkers en weiden. De Wolfswaard, Maneswaard, Lede en Oudewaard en de Marspolder waren nog in ontwikkeling. De moerassige komgronden waren onbewoonbaar en begroeid met ruigten, wilgen- en elzenstruweel. Na voltooiing van de bedijking bleven de komgebieden nog lang extensief in gebruik en pas in de twintigste eeuw zouden ze echt ontgonnen worden.

Bron: ‘Aan de Wieg van het Waterschap; Inventarisatie van dijken, kaden en watergangen in het Gelders rivierengebied; Ontwerphandreikingen voor wateropgaven.’ Robbert de Koning, Ferdinand van Hemmen en Alterra, 2009. Opgesteld in opdracht van provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 11

Na het sluiten van de dijken kon men de komgebieden gaan ontginnen. Weteringen werden gegraven om het overtollige water af te voeren. De bekendste wetering in het rivierengebied is misschien wel het riviertje de Linge. De Linge, tussen Rijn en Waal, voerde het water af van alle dorpspolders in Over- en Neder-Betuwe, in de Landen van Buren en Culemborg en in de Tielerwaard. Ten oosten van Tiel is dit afwateringssysteem kunstmatig, in het westen is het grotendeels de natuurlijke loop van de Linge. Alles bij elkaar is de Linge de langste rivier in het rivierengebied. Het gegraven deel door de Over- en Neder-Betuwe tot aan de Dode Linge werd ook wel aangeduid als Boven-Linge of Grote Landwetering. In een oude oorkonde (1284) wordt ze het Lange Water genoemd. Voor een gedeelte bestond deze Boven-Linge uit twee weteringen, namelijk de noordelijke Kleine Wetering, ook wel de Heusdense Sluipert of Rijnwetering genoemd en de zuidelijke Grote Wetering of Waalwetering. Beide weteringen werden gescheiden door de Weteringswal (of Lingewal of Sluipertwal). Met het sluiten van de dijken en het regelen van de afvoer van binnenwater was het overstromingsgevaar niet geweken. Er zijn geografische en bodemkundige aanwijzingen dat de Rijndijk tussen de 14de en de 18de eeuw vanaf De Spees tot aan Lakemond in fasen naar het zuiden is teruggelegd.

Het dijkgedeelte langs de oude Rijnstrang (tegenwoordig het Opheusder Meer) lijkt als het ware met de uitbochting van de Rijn naar het zuiden te zijn meegegaan. Na de afsnijding van de Rijnbocht, waarbij de Maneswaard (nog steeds vallend onder het grondgebied van de gemeente Wageningen) ontstond, verminderde de kans op doorbraak, zodat de bandijk zich op de huidige plaats kon handhaven. De dijk is wel bij De Spees herhaaldelijk doorgebroken, onder andere in 1643, 1644, 1661, 1687. De pre-Romeinse stroomrug, die daar de dijk kruist, zal de zwakke plek hebben gevormd. Door dijkdoorbraken in 1809, 1820 en 1855 liep Neder-Betuwe ook geheel onder. De ellende voor de inwoners tijdens en na een overstroming was niet te overzien. Er waren berichten van duizenden beesten die verdronken waren. Hooi en graan verrotten op de velden. En het binnenwater stroomde niet zomaar weg: door een hoge waterstand in de Linge stagneerde tevens de afwatering van Over- en Neder-Betuwe.

Middelen van bestaan Bij de boerderijen en de dorpen op de stroomruggen lagen als vanouds de bouwlanden. De vruchtbare gronden zijn van oudsher geschikt voor akker- en weidebouw, fruitteelt en bomenkwekerij. In de 14de eeuw is al sprake van boomteelt in de Betuwe. Zo kocht de adel in de veertiende eeuw al ‘paeten en ynte’, een poter of ent. Het is niet duidelijk of we te maken hebben met poters of enten van fruitbomen en/ of van laanbomen. In de 16de eeuw kwam de boom- en fruitteelt volop voor. Na 1850 nam de fruitteelt een grote vlucht in de Betuwe. Ook menig akker in Neder-Betuwe maakte plaats voor een hoogstamboomgaard. De bodem van de stroomruggen was geschikt voor kersen, appels en peren. Op de lagere, nattere delen stonden in de regel pruimen en stoofperen. In de jaren 60 van de vorige eeuw stelde de rijksoverheid een rooipremie voor hoogstamboomgaarden in, om een efficiëntere, economisch meer rendabele laagstamteelt te stimuleren en zo de productiviteit te verhogen. Die maatregel luidde het einde in van veel van de hoogstamfruitbomen. Minder bekend is dat Opheusden en in de omliggende dorpen in de 16de en 17de eeuw een belangrijk centrum voor de teelt van hop vormde. De hopteelt werd vaak gecombineerd met de boomteelt. In maart werden de jonge scheuten geplant in hopkuilen, ook wel hophopen genoemd. Een hoop was circa 1,2 meter hoog.

Langs hopstaken (elzen, wilgen of sparren) van circa 4 tot 5,50 meter werden de ranken omhoog geleid. Eind augustus/begin september van het daaropvolgende jaar werden de hopbellen geoogst, die na het drogen aan het bier werden toegevoegd. Het totale areaal hop in de 17de eeuw in de dorpspolder Opheusden schommelde tussen 30 en 40 morgen (25,5 tot 34 hectare). Dat is een aanzienlijke oppervlakte voor zo’n bewerkelijke teelt. De grootte van de hoplanden varieerde tussen de circa 333 hopen tot wel 2000 hopen. Iedere boerderij had wel een stuk hopland. Vanaf de Rijn moet het Neder-Betuwse landschap duidelijk te herkennen zijn geweest door de talloze hopstaken die een paar meter boven de bandijk uitstaken. De dijk was toen ongeveer 3-3,5 meter hoog. In de dorpskern van Opheusden stonden niet ver van de dijk aan de Capelstraat in de 17de eeuw twee brouwerijen. Waarschijnlijk zullen er wel meer brouwerijen in de dorpspolder aanwezig zijn geweest. De locatie was uitermate geschikt voor een brouwerij: langs een belangrijke doorgaande route en in de buurt van ‘schoon’ kwelwater (Veluwe systeem). De consumptie van bier nam aan het eind van de 17de eeuw af ten gunste van koffie en thee. Daarmee kwam op den duur ook een eind aan de hopteelt in Neder-Betuwe en kwam de teelt van tabak in opkomst. De tabak gedijde het best op lichte zandige grond. Hiervoor waren de lichte stroomruggen

12 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

De dorpspolder van Doodewaard als voorbeeld van de overgang van oeverwal naar kom op een historische kaart van rond 1900:. Het was een kleinschalig gebied met afwisselend grondgebruik op kleinere kavels met verschillende kavelgrens beplantingen. Sinds de ruilverkavelingen is deze overgang grootschaliger, kaler en harder geworden. De dynamiek in deze zone is daardoor vaak duidelijk zichtbaar en ontbeert een vanzelfsprekende landschappelijke inpassing. De laatste jaren wordt zo’n ontwikkeling ‘verdozing van het landschap’ genoemd.

en de overslaggronden geschikt. De tabak vroeg veel mest en werd geteeld op en nabij huis-erven van boerderijen. Aan het eind van de 19de eeuw kwam een einde aan de tabaksteelt in Neder-Betuwe. De uiterwaarden van Neder-Betuwe waren geschikt voor de steenfabricage. Al in 1569 bevond zich een oude, verlaten steenoven in de Maneswaard. Ter hoogte van Lakemond waren in 1652 twee steenovens in gebruik en een buiten gebruik. Bij die steenovens stond een steenbackershuys. Pas aan het eind van de 19de eeuw kam de steenfabricage in de Maneswaard goed opgang en in de Wolfswaard aan het begin van de 20ste eeuw (1928). De steenfabriek in de Maneswaard was opgericht in 1898 en had in 1915 115 werknemers. In 1936 werd de fabriek gesloten. De Wolfswaard produceert heden ten dage nog steeds.

Rechtspraak Opheusden, Kesteren, Meerten, Aalst, Ingen en Ommeren hoorden tot het schoutambt van het Bovenkwartier van de Rijn. Het schoutambt verenigde ordehandhaving en rechtspraak. De ambtsman hield zitting in Kesteren op de veertiende dag na Pasendag. De zittingen vonden aanvankelijk plaats onder de blote hemel bij de kerk onder een notenboom. Ook de klaarbank van de Neder-Betuwe hield zitting in Kesteren of Zoelen.

De landtol en het veer van Opheusden Opheusden was in de Middeleeuwen een belangrijk verkeersknooppunt en verbond Keulen met Utrecht. Op 9 mei 1301 bevestigde koning Albrecht de tollen zowel te land als te water van graaf Dirk VIII van Kleef. Opheusden lag op een zeer strategisch punt aan de Rijn en had een landtol dat al in 1343/1344 wordt genoemd. De tollenaar moest de opbrengst in twee termijnen aan de hertog van Gelre afdragen. Op de kadastrale kaart van 1832 is het tolhuis weergegeven op de hoek van de Tolsestraat en de Dalwagensche weg. Het verhuisde in 1807 daar naartoe vanaf de bandijk, waar het tolhuis zich in 1754 bevond. Er waren vele voetveren over de Nederrijn, maar ook over de Waal. Zo bevonden zich voetveren naar Wageningen in de Maneswaard en Wolfswaard.

Verdedigingswerken In Neder-Betuwe zijn in de loop der eeuwen diverse verdedigingswerken aangelegd, de niet meer als zodanig in het huidige landschap zijn te herkennen, namelijk de Landweer, de Spanjaardsdijk of Nieuwe Dijk en de Liniedijk met De Spees. In de vijftiende eeuw was het vrij onrustig in Neder-Betuwe. In 1427 staken 7000 man voetvolk en 200 ruiters uit Utrecht, Overijssel en Holland bij de stad Rhenen de Rijn

LOP Neder-Betuwe 2022 | 13

over en plunderden de Gelderse dorpen aan de zuidoever vanaf Opheusden tot Ravenswaaij. Ook de graaf van Culemborg, die bezittingen had in dit gebied (zoals de heerlijkheid Lede en Oudewaard) ging nogal eens op oorlogspad. Daarom legde de ambtman van de Neder-Betuwe in 1470-1471 tussen Opheusden en Ochten een landweer aan om het gebied te beschermen tegen invallen van de Culemborgers. Bovendien kwam nabij Opheusden een ‘bergvrede’, een verdedigingstoren tot stand. De ambtman liet verder in Opheusden twee ‘dreyboemen’ maken met ‘vlogelen ain den dijck ende straeten’. We weten niet waar de landweer en bergvrede (de Torenburg?) zich bevonden. Evenmin hebben we aanwijzingen voor de locatie van de draaibomen aan de dijk. In 1591 besloten de Staten van Gelderland ‘een nieuwe geweldigen dijck doen leggen dweers door de Nederbetuwe van den Rijn tot de Wale beneden Nimmegen ende principalick door de directie van den amptman van Thiel Diederick Vijgh die de meeste costen versorcht heeft, hoewel de Staten van Hollant ettelicke duysent guldens daer toe

gegeven hebben, om daer mede de Neder-Betuwe tot beneden Dordrecht beter te bewaren ende bevrijden tegen het overloopen vant opperwater van den Rijn’. De Nieuwe Dijk, Spanjaards- of Dwarsdijk werd opgeworpen van Rijnbandijk naar Waalbandijk tussen Opheusden en Hien bij Dodewaard. Wat betreft de Geldersen was de dijk bedoeld als verdedigingswal, waarachter de vendels en ruiterij van prins Maurits gelegerd kon worden om Nijmegen te heroveren op de Spanjaarden. De Hollanders betaalden kennelijk voor een waterkering. Op 7 maart 1595 brak de dijk echter op diverse plaatsen door en zette het benedenstroomse gebied blank. Achter de doorbraken ontstonden kolken en overslaggronden. De dijk is nadien in verval geraakt, alleen de Nieuwe Dijk in Hien en een stuk tussen de Tolsestraat ten oosten van Opheusden en Dodewaard nog. Evenals enkele kolken, zoals het Buitenwiel bij de Rijnbandijk in Opheusden, de Battewaai of Passewaai bij Opheusden, het Wiel van Bruinsma bij het Zand en het wiel bij Valkenier bij Dodewaard. Na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) waren er plannen om de dijken van de Over- en Neder-Betuwe door te steken

Kaart met in zwart de geinundeerde delen van Nederland tijdens de Tweede Werteldoorlog. Te zien is dat het rivierengebied zwaar werd getroffen. De watersnoodramp van 1953 zorgde opnieuw voor overstromingen.

14 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

om de Staatse troepen te verdrijven. Die plannen zijn niet uitgevoerd. In 1754 was er sprake van de aanleg van een ‘geconcipieerde’ overlaat van Rijn naar Waal tussen Opheusden en Ochten. Ook dit plan haalde het niet. In 1799-1800 kwam de Liniedijk tussen het vestingwerk De Spees en de bandijk van Eldik bij Ochten tot stand op het punt waar Rijn en Waal elkaar het dichtst naderden. Het geheel maakte deel uit van de Betuwestelling en was een verlenging van de Grebbelinie. De linie werd aan beide zijden gedekt door aarden forten met redouten. Het fort aan de Rijnzijde werd naar de boerderij De Spees genoemd. Op 15 januari 1809 braken de dijken bij Oosterhout en Loenen door. Het overstromingswater werd gehinderd door de Liniedijk. Na toestemming van het Ministerie van Oorlog

werden op diverse plaatsen gaten in de Liniedijk gegraven. In 1939 werd de stelling in staat van verdediging gebracht om Duitse troepen te weren. Er werden boomgaarden gerooid voor een beter schootsveld, tankgrachten gegraven, stellingen aangelegd en de inwoners van Neder-Betuwe moesten evacueren. In 1944 volgde een tweede evacuatie, toen de Duitsers de Rijndijk bij Driel laten springen en de Betuwe in de winter van 1944-1945 onder water kwam te staan. Het herstel van de wegen en van de dorpen zou nog tientallen jaren duren.

Oorlogsschadekaart van de gemeente Ochten

LOP Neder-Betuwe 2022 | 15

Wat is een ruilverkaveling? Wat gebeurde er in het kader van de ruilverkavelingen eigenlijk? Net als in grote delen van Nederland werd het land ingrijpend opnieuw ingericht en geschikt gemaakt voor een moderne twintigste-eeuwse maatschappij. Dat landschap is voor ons in deze tijd de basis om de uitdagingen van deze tijd aan te gaan. Het is amper voor te stellen hoe sterk het landschap van Rivierenland in die periode is veranderd. In onderstaand stripje wordt de ontwikkeling in grote lijnen geschetst. In het kader van ruilverkavelingen werden ook ontwerpen voor het landschap gemaakt. De duizenden bomenrijen, struweelsingels, bossen en boomweides die op basis van die ‘landschapsplannen’ zijn gerealiseerd bepalen nu voor een belangrijk deel het beeld van het rivierenlandschap. Dit ‘groene maatpak’ is een rijke erfenis, die creatief beheerd en ontwikkeld dient te worden.

In de eerste helft van de twintigste eeuw lagen de dorpen - klein en armoedig - - achter de dijken tussen de rivier met uiterwaarden en de oeverwallen met daarop akkerbouw en fruitteelt. Daarachter lag een groot moerassig en onbewoond gebied: de komgronden.

Tijdens de ruilverkavelingen werden de dorpen en oeverwallen opgeknapt. Het meest opvallend was echter dat de komgronden werden ontgonnen, met nieuwe wegen en waterlopen.

In de kommen werden ook nieuwe boerderijen gebouwd en boeren emigreerden naar moderne landbouwbedrijven.

16 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Ruilverkaveling Naast oorlogsschade was er een andere directe aanleiding tot de ruilverkaveling: de ontwatering van de komgronden was zeer slecht, ze stonden in de winter vaak dras. De gebieden waren onbewoond en de wegen waren schaars en slecht. In het kader van verschillende ruilverkavelingen is deze situatie sterk veranderd. Afwatering en ontwatering zijn verbeterd. Er zijn nieuwe, rechte wegen aangelegd, waarlangs boerderijen zijn gebouwd en berm- en erfbeplantingen aangebracht. Er werd als het ware een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de biografie van het Betuwse landschap. In het rapport over de ruilverkavelingen dat in 2019 werd opgesteld onder de titel ‘De volgende vooruitgang in het landschap van Neder-Betuwe’ uit 2019 wordt uitgebreid ingegaan op dit relatief jonge hoofdstuk van het landschap. Hoe is dit landschap ontworpen en wat is er vandaag de dag nog van terug te vinden? Tot slot worden enkele projectvoorstellen voor de toekomst gegeven. Daarbij zijn de landschapsplannen voor de ruilverkaveling een belangrijk startpunt, maar wordt ook uit de eerdere hoofdstukken van de biografie van het landschap inspiratie geput. Want de

ruïnes van het verleden kunnen zomaar de parels van de toekomst zijn. Na de oorlog werd de ruilverkaveling hét instrument om het landelijk gebied - en de mensen die daar woonden - te moderniseren. Naast oorlogsschade was er een andere directe aanleiding tot de ruilverkaveling: de ontwatering van de komgronden was zeer slecht. Ze stonden in de winter vaak dras. De gebieden waren onbewoond en de wegen waren schaars en slecht. In het kader van verschillende ruilverkavelingen is deze situatie sterk veranderd. In de ruilverkavelingen werden afwatering en ontwatering verbeterd. Er werden nieuwe, verharde wegen aangelegd, waarlangs boerderijen zijn gebouwd en berm- en erfbeplantingen aangebracht. Er werd als het ware een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de biografie van het Betuwse landschap. In het kader van de ruilverkavelingen werd het landschap aangepast naar de wensen van die tijd. Het landschap dat werd gemoderniseerd was echter geen leeg canvas voor de ontwerpers van de landschapsplannen die, in het kielzog van de cultuurtechnici, met beplantingsplannen een mooi nieuw landschap probeerden te laten opgroeien. Zij bouwden met hun ontwerpen voort op het historisch gegroeide landschap

Fragment van het landschapsplan voor ruilverkaveling Kesteren-Opheusden. Net als op het landschapsplan voor de ruilverkaveling Ochten-Dodewaard staat op deze kaarten nog de situatie aangegeven van voor de uitvoering van het Linge-plan. Waarschijnlijk is de uitvoering van de ruilverkaveling en het Linge-plan synchroon verlopen. Bron: Staatsbosbeheercollectie WUR Library, Special Collections.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 17

en hielden rekening met historische landschapselementen. Uit het onderzoek naar de landschapsplannen voor ruilverkavelingen in het centrale rivierenlandschap blijkt dat in de ontwikkeling van het landschapsontwerp-concept voor de het rivierenlandschap vier fasen zijn te onderscheiden. Het grootste verschil zit in de aanpak van de kommen. In de eerste periode zijn de kades van de oude dorpspolders sturend, in de tweede periode wordt de kom zo veel mogelijk als één grote open ruimte behandeld. In de derde fase wordt de kom geleed door lange bomenrijen die veelal de richting van de rivieren benadrukken. In de laatste fase wordt een serie bosjes in de kom aangebracht, vaak als baken in de openheid, soms als maatregel om het landschap niet te laten verstoren door infrastucturele ingrepen of dorpsuitbreidingen. De drie ruilverkavelingen die in Neder-Betuwe liggen stammen uit de eerste fase, maar doordat de inpassingsplannen voor de aanleg van de A15 aanvullend op de ruilverkaveling werden gemaakt, is ook de reeks bosjes in de kom, karakteristiek voor de vierde periode, te herkennen. In alle fasen is de bodemkaart en de geomorfologische opbouw van het gebied sturend geweest. In alle plannen is onderscheid te herkennen tussen de ontwerpvoorstellen langs de dijken in de dijkdorpen en uiterwaarden, op de oeverwallen en stroomruggen en door de kommen.

Het blijkt dat er heel wat elementen terug te vinden is van de landschapsplannen van toen in het huidige landschap. Het zijn bouwstenen voor het landschap die in de latere fasen van de ontwikkeling van het ontwerp-concept zijn kunnen wellicht ook van pas komen.

Het Linge-plan Voor de ruilverkavelingen in de Betuwe was het Linge-plan belangrijk. Om de kommen te ontwateren werd de Linge meer dan voorheen de belangrijkste wetering. Al het water kon echter niet bij Gorinchem in de Merwede worden gepompt, omdat het gemaal te Steenenhoek daarvoor onvoldoende capaciteit had. Daarom werden - synchroon met de ruilverkavelingen - tussen Randwijk en Opheusden een aftakking met gemaal aangelegd richting de Rijn en vanuit de Mauriksche Wetering naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Daarnaast werden allerlei andere maatregelen genomen zodat de Linge de komgrondgebieden optimaal zou kunnen ontwateren. Stuwen werden geplaatst en waar de Linge tot die tijd bestond uit twee waterlopen met ieder een eigen peil (de Grote en de Kleine Wetering) werd die vervangen door één brede waterloop waardoor ten het noorden en ten zuiden ervan hetzelfde grondwaterpeil heerste. Op de landschapsplannen van Kesteren-Opheusden en Ochten-Dodewaard staan de beide weteringen evenwel nog beide op het landschapsplan. Het Linge-plan kwam hier vlak achter de ruilverkaveling aan. Wie weet kan het voor plannen in deze tijd weer inspiratie bieden.

Kaart uit Het Gelders rivierengebied uit zijn isolement (Bruin, H.P. de, 1988). De geïnundeerde Betuwe, december 1944. De 2 pijlen geven de doorbraak van de dijk bij Elden aan. Bron: ‘Het Manneneiland”.

18 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

De A15 Het tracé van deze snelweg staat op alle landschapsplannen aangegeven, hoewel de weg pas in de zestiger jaren echt werd gerealiseerd. Lange tijd heeft midden in de Betuwe een langgerekt zandcunet een breed zandpad van oost naar west gevormd. Door de aanleg van de A15 zijn veel noord-zuidwegen die historisch de verbinding vormden tussen de dorpen op de oeverwal langs de Nederrijn en die langs de Waal verbroken. Het aantal op en afritten is in de loop der tijd nog uitgebreid en er is en verzorgingsplaats aan de snelweg aangelegd. Deze is met de auto alleen van de snelweg bereikbaar en vormt daardoor een soort ‘eiland’ in de kom.

De Prins Willem-Alexanderbrug Op particulier initiatief is deze brug aangelegd, waarmee men anticipeerde op de verwachte aanleg door het Rijk van een snelweg van Tiel naar Eindhoven. Die is er nooit gekomen. Het betekende wel het einde van veerverbindingen over de Waal.

De eenentwintigste eeuw Sinds de ruilverkavelingen heeft de maatschappij en dus ook het landschap nieuwe ontwikkelingen doorgemaakt. Er heeft weer een enorme schaalvergroting plaatsgevonden en een intensivering van het grondgebruik. In heel het land is het landgebruik grootschaliger en intensiever geworden sinds 2008. Op het platteland vragen landbouwhervorming, klimaatadaptatie, energietransitie en ecologie aandacht. Hoe om te gaan met nieuwe ruimteclaims voor uitbreiding van woningbouw, voor industrie- en bedrijfsvestigingen, voor de aanleg van wegen, voor recreatieve functies. Het bestaande landschap vraagt om revisie en onderhoud. De wegen van de ruilverkaveling en zijn te smal voor het huidige gebruik. De oude dorpskernen, bijvoorbeeld, maar ook het patroon van plattelandswegen. Dat is overbelast. Bermen worden kapotgereden. Burgers, boeren en buitenlui vragen om veilige én mooie plattelandswegen.

De dorpsuitbreidingen en bedrijven De dorpen zijn in de loop der jaren uitgebreid met woonwijken en voorzieningen als scholen. Ook zijn bedrijventerreinen aangelegd. Deze waren niet voorzien in het landschapsplan voor de ruilverkaveling, waardoor deze nu ‘koud’ in het landschap liggen. Opvallend is dat de laatste jaren ook op ‘geen-gezicht-locaties’ langs de A15 bedrijfsgebouwen zijn aangelegd.

De dijkverzwaring Bij de dijkverzwaring zijn de dijklichamen allemaal vrij van beplantingen. Daardoor zijn beplantingen van de landschapsplannen soms verdwenen. Opvallend daarbij zijn enkele afwegen van de dijk de dorpen in.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 19

De komgronden

Uiterwaarden

In de kommen vinden we de lange wegbeplantingen met populieren en essen langs de oost-west lopende wegen op een onderlinge afstand van 800, 1600 of 3000 meter. Dwars daarop om de 3 -6 kilometer ook wegen met beplanting van populieren en essen. Deze beplantingen zijn vaak nog intact en beeldbepalend, maar op sommige plaatsen al gekapt, omdat de populieren na 70 jaar aan het eind van hun leven als wegbeplanting zijn en omdat veel van de essen lijden aan essentakziekte en andere aantastingen door plagen. Midden in de kom (en langs grotere wegen) vinden we nog oude grienden, eendenkooien en ruilverkavelingsbosjes (uit de jaren zeventig) die stedelijke ontwikkelingen visueel afschermen. Omgaan met de schaalvergroting door een upgrade van het wegen- en waterlopenpatroon is een uitdaging. De nieuwe grote stallen knallen uit hun toenmalig ontworpen erfbeplanting. Het wegenpatroon in de kommen is sinds de ruilverkavelingen niet gewijzigd.

Meestal werden de uiterwaarden buiten de ruilverkavelingen gehouden, maar de dijken kregen extra aandacht, zeker de oudere dijken die cultuurhistorisch belangrijk zijn. Juist daar kun je de sporen van de vele dijkdoorbraken en overstromingen nog duidelijk ervaren. In de ruilverkavelingen zijn langs de dijk vele wielen gespaard en voorzien van een beplanting. Vaak zijn ook de dorpen subtiel beplant. Dorpsentrees vanaf de dijk of de oeverwal met notenbomen, meerdere rijen populieren, stoere essen, of soms zelfs fruitbomen. Langs de wegen aan de achterkant van de dorpen staan vaak nog de knotwilgen van de landschapsplannen. Die beplantingen zijn in veel van dorpen en dorpsranden nog terug te vinden. Ze dragen bij aan het authentieke karakter van de rivierdorpen.

De maatvoering van de wegprofielen is gebaseerd op de classificaties die in die tijd functioneel waren, als erftoegangsweg voor landbouwverkeer. Sindsdien is de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven echter flink veranderd en meer gedifferentieerd, met bijvoorbeeld veel grotere en bredere landbouwvoertuigen. Daarnaast zijn de wegen eigenlijk niet berekend op de vele personenauto’s die er tegenwoordig met hoge snelheid over rijden. Dat maakt deze wegen ook minder aantrekkelijk - en minder veilig - voor recreanten. De afvoer van het water in de kom is goed geregeld, maar bij droge zomers hebben boeren water te kort. Ook de beplantingen en bomen hebben last van de droogte.

20 | Gemeente Neder-Betuwe

Terwijl de laatste ruilverkavelingen in het rivierengebied nog in uitvoering waren werd de nieuwe landinrichtingswet aangenomen. De landbouw was niet meer in principe de voornaamste grondgebruiker. Dat leidde tot nieuwe strategieën voor het combineren van bijvoorbeeld landbouw en natuur. Vanaf het verschijnen van Plan Ooievaar in 1985 nam de natuurontwikkeling een grote vlucht. Binnen enkele jaren vond een omslag plaats in het beleid aangaande de uiterwaarden. Was het tot die tijd gericht op behoud van de kwaliteiten van het extensieve weidelandschap van de uiterwaarden, vanaf Ooievaar sloeg dat om naar de aansturing van zelfregulerende ecologische processen. Die bleken goed te combineren met een nieuw rivierbeheer. Ondertussen willen steeds meer mensen genieten van het landschap in die uiterwaarden en op de zomer- en winterdijken.

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

Oeverwallen

Actuele situatie beplantingen

De rijke bodems op de oeverwallen (en de stroomruggen) zijn vanouds het meest intensief in gebruik. De ruilverkavelingen hebben een verdere modernisering van de akkerbouw, fruit- en boomteelt mogelijk gemaakt. Bij voorkeur werd er niet veel kostbare vruchtbare grond aan de beplanting van wegbermen besteed. Toch zijn in het kader van de ruilverkavelingen voor de wegen op de oeverwallen pleksgewijs wel beplantingen ontworpen. Die zijn vaak gekoppeld aan de erven aan die wegen of de entrees van dorpen. Zo sluiten ze veelal aan op de historische beplantingen langs de oudere wegen over de oeverwallen. Vaak zijn dat bomen die geknot, gesnoeid of geleid worden om hun ruimtebeslag en schaduwwerking te beheersen. Ook langs kwelkades achter de dijk werden vaak knotwilgen en knotessen geplant. Deze bijzondere historische ontwikkeling wordt nader beschreven in het rapport ‘Over veilige oorden bij hoog water’.

Op de volgende pagina is op het onderste kaartbeeld te zien in hoeverre de landschapsplannen van de ruilverkavelingen in Neder-Betuwe heden ten dage terug te vinden zijn. Het blijkt dat delen terug te vinden zijn, maar ook dat beplantingen verdwenen of vervangen zijn en het ontwerpconcept daardoor moeilijker afleesbaar is:

Op de oeverwallen zijn de dorpen uitgebreid en er zijn veel mensen die van het landschap willen genieten. Juist hier is de behoefte aan ommetjes vanuit het dorp het grootst. Dorpelingen willen wandelen, met of zonder hond, tussen de akkers en boomgaarden door. Dit biedt ook kansen om cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke elementen te ontsluiten en de zorg ervoor te versterken. Uitdaging is om die dooradering met ommetjes over kavelranden en wegbermen mogelijk te maken. En wel op manieren die voor de boeren niet alleen geen last, maar zelfs profijt oplevert. Daar zijn voorbeelden genoeg van.

1. De speciale beplantingen op plekken langs de dijk, met name de wielen en de oude dorpskernen, zijn er vaak nog, hoewel in de dorpen ook delen gesneuveld zijn. De beplantingen op en een aan de dijken zijn vrijwel allemaal bij de dijkverzwaring verwijderd. De weidse uitzichten over de uiterwaarden zijn vaak gebleven. 2. Kavelgrensbeplantingen tussen de akkers, gaarden en boomkwekerijen zijn nog steeds te vinden, maar veel zijn verdwenen, ook de in het landschapsplan voorgestelde. De wegen die ongeveer oost-west midden over de oeverwal lopen zijn voor grote delen nog met noot beplant, maar op grote delen ook vervangen door eik of esdoorn. 3. De randen van de kommen zijn tegenwoordig niet altijd met lange schermen beplant. De wilgen zijn al lang weg en de essentakziekte en de hoge leeftijd van de populieren zorgen hier voor gaten in de randen van de kom. De lange schermen door de kom zijn vrijwel verdwenen, waardoor de snelweg, Betuweroute en de uitbreidingen van de dorpen koud in het landschap liggen. De accenten van knotwilgen midden in de polder zijn er niet meer. Op enkele plaatsen wel rijen knotwilgen. Langs de Linge is een deel van de pluksgewijze beplantingen nog aanwezig, maar door allerlei ontwikkelingen verrommeld. Langs de Linie was op het landschapsplan een stevige strook van struikbeplantingen ontworpen, maar die is er niet meer, of nooit gekomen.

De linie is in de kom zelfs uit de verkaveling verdwenen.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 21

De elementen van de landschapsplannen van NederBetuwse ruilverkavelingen in één kaartbeeld. 1. Speciale beplantingen op plekken langs de dijk, met name de wielen en de oude dorpskernen. Verder weidse uitzichten over de uiterwaarden. 2. Behoud van de kavelgrensbeplantingen tussen de akkers, gaarden en boomkwekerijen, versterking met enkele beplantingen van knotwilg, noot of iep langs wegen dwars op de oeverwal. 3. De randen-en oost-westwegen midden door de kom zijn met lange schermen van essen, wilg of populieren beplant, soms met struikbeplanting eronder. Langs de Linge is een lint van pluksgewijze beplantingen ontworpen. Langs de Spees Linie een stevige strook van struikbeplantingen.

22 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

In oranje de oeverwallen en in geel de wegen die daarover lopen. In blauw de uiterwaarden en in groen de komkleigebieden. Gearceerd zijn de delen van het landschap, veelal op de randen van de oeverwallen en kommen waar de economische dynamiek ook voor grote dynamiek in het landschapsbeeld zorgt. Tussen Ochten, Kesteren en Opheusden langs de A15 .

Dynamische zones De ontwerpers van de landschapsplannen van de ruilverkavelingen keken met hun plannen tientallen jaren vooruit, maar ze hebben niet (kunnen) voorzien dat de schaal en intensiteit van de bedrijventerreinen en woonwijken - aan de rand van de dorpen (op de overgang tussen oeverwal en kom) en bij de afslagen van de snelwegen - zo’n grote vlucht zouden nemen. Eigenlijk zijn die zones langs de dorpen en bij snelwegafslagen een nieuwe landschapseenheid gaan vormen naast de uiterwaarden, oeverwallen en kommen. Die nieuwe landschapseenheid heeft een eigen karakteristiek en grote dynamiek. In het laatste deel van de ruilverkavelingsperiode hebben de ontwerpers wel getracht om de oude indeling van landschapseenheden in stand te houden. De grootschalige vernieuwing wilde men uit het zicht houden. Men plaatste in het landschapsplan stevige singels dwars op de oeverwallen en langs dorpsranden en bedrijvigheid. En langs nieuwe wegen werden op visueel strategische plekken bossen opgenomen. Deze aanpak heeft in de decennia na de ruilverkavelingen echter niet veel vervolg gekregen. De nieuwe landschapseenheid van de dynamische zones ontbeert een eigen groen maatpak.

benaderde men een dorp of stad over de dijk. Bij deze dorpen is dat niet meer het geval. Die hebben een entree aan de andere kant van de oeverwal gekregen als deel van de dynamische zone. Het is een uitdaging om van die entree een voorkant met allure te maken. De uitdaging gaat echter veel verder. Juist in de dorpen en de zones direct eromheen zit veel dynamiek en liggen enkele urgente opgaven. Hier is veel versteend oppervlak en daardoor zijn de pieken in de aanvoer van regenwater hier het snelst voelbaar. In plaats van dat water zo snel mogelijk af te voeren - en daarmee het regionale watersysteem te belasten - kan in deze zones waterberging niet alleen een last, maar ook een kans bieden. Juist de dynamische zone biedt kansen voor het gecombineerd aanpakken van klimaatadaptatie, energietransitie en nieuwe ruimteclaims voor uitbreiding van woningbouw, voor industrie- en bedrijfsvestigingen, voor de aanleg van wegen, voor recreatieve functies, voor natuurbeleving en biodiversiteit. In het volgende deel van dit LOP gaan we daar nader op in.

Tot ver in de twintigste eeuw viel het eigenlijk wel mee met de dorpsuitbreidingen, maar zeker de jaren negentig zijn vrijwel alle dorpen sterk uitgebreid. Opvallend is dat in iedere waard steeds de dorpen op één van de twee oeverwallen zeer sterk zijn gegroeid. Zo ook in de Tielerwaard. Aan de oeverwal langs de Waal is ook de nieuwe provinciale weg komen te liggen. Die wegen zijn samen met de snelwegen de hoofdaders van nieuwe dynamische zones. Historisch

LOP Neder-Betuwe 2022 | 23

een rijke erfenis ... en wat er sindsdien gebeurde

Nog tot na de tweede wereldoorlog was het rivierenlandschap duidelijk onder te verdelen in drie landschapseenheden: * de rivier met zijn uiterwaarden, die extensief voor weidebouw en kleiwinning gebruikt werd; * de oeverwal met zavelige vruchtbare gronden die zeer geschikt is voor akkerbouw, boomteelt en fruitteelt; * de komkleigebieden met zware klei, die vaak moerassig waren en zeer extensief in gebruik waren, voor weidebouw, griendteelt en eendenkooien.

Op de overgang tussen de uiterwaarden en de oeverwal lag de winterdijk. De dorpen lagen veilig achter en tegen de dijk. Tijdens de ruilverkaveling werden de dorpen achter de dijk opgeknapt en boerderijen in de dorpskern werden vervangen door nieuwe boerderijen net buiten de dorpen op de oeverwal. Dat was een zegen voor de leefomstandigheden in de dorpen, maar ook op de moderne boerderijen. De grote moerassige komgronden werden met nieuwe verharde wegen, een rationele verkaveling en een efficiënte ontwatering ontgonnen. Hier ontstond zo minstens even veel moderne landbouwgrond als in de Flevopolders.

Aan het eind van de vijftiger jaren durfde men het aan om ook nieuwe boerderijen in de ontgonnen komkleigebieden te bouwen. Vooral jonge boeren betrokken - vaak aarzelend die nieuwe erven, die direct aan de bedrijfskavels stonden.

24 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

In de zestiger jaren begonnen de dorpen uit te breiden met kleine nieuwbouwwijken. Eeuwenlang waren de dorpen vooral over de dijk bereikbaar geweest. In de ruilverkaveling werd ook een nieuwe verharde weg op de rand van de oeverwal en de kom aangelegd. Dit verbeterde de bereikbaarheid van de dorpen aanzienlijk. Die weg was een stimulans voor de vestiging van nieuwe bedrijvigheid tussen die weg en het dorp.

In de laatste decennia van de twintigste eeuw was de periode van de ruilverkavelingen voorbij. Eerst konden de dorpsuitbreidingen nog wel ingepast worden. Bij de uitbreidingen van de dorpen en de toename van bedrijvigheid aan wegen als deze bleek dat moeilijk. Dergelijke wegen werden rond de eeuwwisseling drukke provinciale wegen en steeds meer een barrière tussen oeverwal en kom. De dorpen breiden zich over de hele breedte van de oeverwal uit tot aan de provinciale weg. Die weg was voortaan de hoofdingang van de dorpen en niet langer over de dijk. De dijk werd meer de weg langs de rustige achterkant van het dorp. De voorkant van de dorpen kantelde dus richting de kom.

De ontwerpers van de ruilverkavelingsplannen hielden nog wel rekening met de aanleg of verbreding van de provinciale weg A15. Die pasten ze in de jaren zeventig landschappelijk in met uitgekiende beplantingsplannen. Wat ze niet zagen aankomen was de bedrijvigheid die zich bij de afslagen van de snelwegen zou vestigen. Ook midden in de kom. Bedrijven werden niet langer landschappelijk ingepast. Nee, het omgekeerde gebeurde. Onder het mom van zicht-locaties, ontstonden vele ‘geen-gezicht’-locaties. In Nederbetuwe zelfs vanuit het noorden én het zuiden. Op de oeverwallen groeiden intussen de akkerbouwbedrijven. Boomteelt en fruitteelt intensiveerden. Ook grote glastuinbouwbedrijven vestigden zich op de oeverwallen van een groot deel van het rivierengebied. In de kom veranderden ruilverkavelingsboerderijen in erven met burgerwoningen en andere boeren ging grootschalig door. De schuren van nu zijn vele malen groter dan die uit de tijd van de ruilverkaveling.

LOP Neder-Betuwe 2022 | 25

3. Actuele ontwikkelingen en opgaven in het landschap van Neder-Betuwe

Inleiding In het Regio Deal project zijn de belangrijkste ontwikkelingen en opgaven die in de regio Rivierenland spelen op een rij gezet. Door gezamenlijk deze analyse as uitgangspunt te nemen kunnen de verschillende gemeenten elkaar versterken. Basisvraag is de volgende: “Hoe kunnen we er voor zorgen dat de aarde een mooie gezonde stabiele plek blijft om te leven?” We staan in de wereld voor grote uitdagingen die allemaal samenkomen in de noodzaak om een vernieuwd evenwicht te bewerkstelligen tussen ons handelen en de aarde als levend geheel. Ook wetgeving vraagt daarom. De Urgenda-uitspraak heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. Het landschap biedt daarvoor enerzijds de ruimte, maar anderzijds vraagt het landschap ook om een bedachtzame creatieve verzorging. We willen er op de korte termijn ons brood kunnen verdienen, maar er ook zorg voor dragen dat de natuur (inclusief mensen) op langere termijn kan overleven. We hebben geen reserve-landschap. Het vraagt om een daadkrachtige samenwerking op internationaal niveau én om een verstandig landschapsbeleid - als onderdeel van het integrale omgevingsbeleid - op het niveau van het Rijk, de provincies en de gemeenten. Ook als Neder-Betuwe kunnen we daaraan een bijdrage leveren. De nieuwe Omgevingsvisie zal mede op basis van het LOP worden uitgewerkt in allerlei regelingen, projecten en de begeleiding van initiatieven.

Dit LOP geeft in dit hoofdstuk een analyse van de opgaven en bestaand en aankomend beleid.

Belangrijk om op te merken is dat ‘onderscheiden’ niet ‘scheiden’ betekent. De problemen die opgelost moeten worden kennen gemeenschappelijke oorzaken, ze beïnvloeden elkaar onderling en oplossingen kunnen elkaar dwars zitten, maar ook versterken. Het is ook belangrijk om bij elk thema te beseffen dat de opgaven veelal op meerdere schaalniveaus tegelijk spelen en ook op verschillende niveaus oplossingen gevonden kunnen worden. In een nieuw evenwicht tussen menselijk handelen en de natuur is het raadzaam om te streven naar een wereld zonder afvalstoffen - naar een ‘circulaire samenleving’. Daarmee wordt bedoeld dat we duurzaam kringlopen proberen te sluiten in de processen die samenhangen met ons produceren en consumeren. Die kringlopen kunnen worden gesloten op verschillende schaalniveaus: op lokaal niveau, op regionaal niveau (in het geval van Neder-Betuwe het Rivierengebied), of op (inter)nationaal niveau. De gemeente zou kunnen besluiten om bijvoorbeeld al het groenafval vanuit het bermbeheer lokaal te laten composteren zodat die lokaal weer zou kunnen worden ingezet als bodemverbeteraar. Het na gebruik gescheiden plastic kan regionaal worden verzameld en gerecycled. Metalen kunnen beter op landelijk niveau worden bijeengebracht en klaargemaakt voor nieuwe bestemmingen.

Alhoewel keuzes op (inter)nationaal schaalniveau wel degelijk impact hebben op het lokale landschap, zijn dat geen keuzes waarop het LOP direct grote invloed zal hebben. Daarom wordt in dit LOP vooral rekening gehouden met de effecten vanuit internationale oplossingen en worden voorstellen gedaan voor de twee lagere schaalniveaus. Daar kan het LOP wel een directe invloed hebben.

De oplossingsrichtingen die we kiezen zullen van invloed zijn op ons landschap. We onderscheiden voor het LOP de opgaven die van invloed zullen zijn op de ontwikkeling van het landschap aan de hand van vier thema’s: * Biodiversiteit * Klimaatadaptatie * Energie- en materialentransitie * Een leefomgeving om te wonen, recreëren en te werken.

26 | Gemeente Neder-Betuwe

Landschapsontwikkelingsplan

Augustus 2022

De uitdagingen waar we voor staan beïnvloeden elkaar onderling en oplossingen kunnen elkaar dwars zitten, maar ook versterken. Uiteindelijk gebeurt alles binnnen de natuurlijke samenhang op aarde en spiegelt zich in ons landschap.

Thema biodiversiteit Ook biodiversiteit speelt op meerdere niveaus. Op internationale schaal gaat het er om dat de variatie in verschillende natuurlijke systemen blijft. Dan kun je denken aan het verschil tussen de natuur van het hooggebergte zoals de Alpen, de natuur van de middelgebergten en plateaus van midden-Duitsland, overgaand in de Nederlandse glooiende zandlandschappen, doorsneden door riviersystemen van grote stromen als de Rijn en de delta’s zoals die langs de Noordzee. Op Europees niveau wordt ernaar gestreefd om juist de typerende natuur die bij die verschillende natuurlijke eenheden hoort te behouden en ontwikkelen. Op dat niveau is de echt belangrijke natuur in het Rivierengebied uiteraard riviergebonden: de op Europese schaal aangewezen Natura 2000-gebieden liggen of langs de grote rivieren. Met name langs de grote rivieren Waal en Lek zijn de natuurwaarden ook min of meer autonoom aan de rivier gebonden: ze hebben het achterland nauwelijks nodig. Het gaat om vissen, habitattypen als stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden die zich verspreiden via de rivier, en processen als waterdynamiek, erosie en sedimentatie die zich afspelen als gevolg van de rivier en in het winterbed van de rivier. De winterdijk is daarbij een harde grens. In het cultuurland tussen de dijken zijn de op Europese schaal bijzondere natuurwaarden lang niet overal meer aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11841472/1