Bijlage - Kadernota 2022-2025
Tekst van het document
Kadernota 2022-2025 VOORWOORD VAN HET COLLEGE .......................................................................................... 3 LEESWIJZER ....................................................................................................................... 5 FINANCIËLE POSITIE EN VERWACHT TOEKOMSTIG PERSPECTIEF.............................................. 6 Financiële uitgangspositie ................................................................................................. 6 Ontwikkelingen sindsdien .................................................................................................. 6 Financiële positie tot heden ............................................................................................... 7 Verwacht toekomstig perspectief ....................................................................................... 8 Conclusie: het financieel perspectief van deze Kadernota ..................................................... 10 Inzet algemene reserve ................................................................................................... 10 Weerstandscapaciteit en weerstandsratio ........................................................................... 11 NIEUWE ONTWIKKELINGEN, VOORNEMENS EN AMBITIES .......................................................
12 Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met incidentele financiële effecten ............... 12 Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met structurele financiële effecten ............... 13 Hoe om te gaan met andere (nieuwe) ontwikkelingen en ambities? ....................................... 15 VOORGESTELD PAKKET HEROVERWEGINGEN ........................................................................ 16 Heroverweging op bestuurlijke samenwerking .................................................................... 16 Heroverweging op de ambtelijke organisatie ...................................................................... 17 Heroverwegingen in de openbare ruimte ............................................................................ 17 Heroverwegingen op vastgoed .......................................................................................... 18 Heroverwegingen op het lokale en regionale beleid voor economie ........................................ 18 Heroverwegingen op sport, cultuur en welzijn..................................................................... 19 Heroverwegingen op dienstverlening en communicatie ........................................................ 20 Heroverwegingen op veiligheid, toezicht en handhaving .......................................................
20 Heroverwegingen om realistischer te ramen in de gemeentelijke begroting ............................ 21 VERVOLGPROCES NA DEZE KADERNOTA ............................................................................... 22 Verwerking in de Programmabegroting 2022 en meer-jarenraming 2023-2025 ....................... 22 Frictiekosten .................................................................................................................. 22 Participatieproces............................................................................................................ 22 Implementatie en monitoring van de heroverwegingen ........................................................ 23 BIJLAGE 1 – DE MEICIRCULAIRE 2021 .................................................................................. 24 BIJLAGE 2 - PROCES HEROVERWEGINGSOPERATIE ................................................................ 29 BIJLAGE 3 - HEROVERWEGINGSCATALOGUS ......................................................................... 31
Kadernota 2022-2025
2
VOORWOORD VAN HET COLLEGE Aan de raad van de gemeente Neder-Betuwe, Hierbij bieden wij u de Kadernota 2022-2025 aan. Dit is het startdocument voor de planning en controlcyclus van 2022 en een belangrijk strategisch kaderstellend document voor uw raad. De keuzes en kaders die u in deze kadernota vaststelt, werken we uit in de Begroting 2022 en de meerjarenraming voor 2023-2025. Die begroting en meerjarenraming leggen wij u in november 2021 ter vaststelling voor.
Keuzes voor de komende jaren Deze laatste kadernota van de huidige raadsperiode bevat keuzes om de gemeentelijke financiële positie voor de komende jaren weer duurzaam gezond te kunnen presenteren. Dat was nodig omdat vorig jaar bleek dat de financiële vooruitzichten minder rooskleurig waren dan in de jaren daarvoor. Fluctuerende uitkeringen van het Rijk, tegenvallers in het sociaal domein en nieuwe ontwikkelingen in het ruimtelijk domein zorgden ervoor dat er opnieuw een balans gevonden moest worden tussen de ambities en de financiële middelen. In deze kadernota bieden wij u wat ons betreft een goede mix aan maatregelen om die balans te bereiken in de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2025. Allereerst zijn we kritisch geweest op de ambities en nieuwe ontwikkelingen die we in deze kadernota hebben voorzien van een raming. Daarnaast bevat deze kadernota ons voorkeurspakket aan heroverwegingen waarmee de dekking gevonden wordt voor de nieuwe ambities en de begrotingstekorten die vorig jaar ontstonden. Het keuzeproces was niet gemakkelijk.
Al met al kunnen we stellen dat deze kadernota recht doet aan de motie die vorig jaar raadsbreed is aangenomen: de ombuigingen op Wmo en Jeugd worden efficiënt voortgezet, er wordt niet bezuinigd op de kwaliteit van de openbare ruimte, realistisch ramen staat voorop om overschotten te voorkomen en er is geen uitname uit de reserve precario nodig. Het doet ons verder goed dat we u deze kadernota kunnen presenteren zonder bezuinigingen op minimabeleid, bezuinigingen op preventie of verdere verhoging van de onroerendezaakbelasting. Anderzijds realiseren wij ons terdege dat we wel hebben gekozen voor heroverwegingen die inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties (kunnen) raken. Voor ons was het een belangrijk uitgangspunt bij de afweging om de impact op de samenleving zo laag mogelijk te houden.
Wat treft u aan in deze kadernota? Deze kadernota ziet er anders uit dan u en wij gewend zijn: niet de begrotingsprogramma’s, maar de opgave om duurzaam financieel evenwicht te bereiken staat centraal in dit document. In het hoofdstuk Financiële positie en verwacht toekomstig perspectief nemen wij u stap voor stap mee in de ontwikkeling van onze financiën sinds de Begroting 2021. Belangrijk om te vermelden, is dat wij hierin ook de meest recente Meicirculaire van het Gemeentefonds integraal hebben verwerkt. Het effect hiervan – een daling van het accres voor de komende jaren – is dus verwerkt in het financiële perspectief voor de komende begroting en meerjarenraming. In het hoofdstuk Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities hebben we alleen die zaken opgenomen, die onontkoombaar en onuitstelbaar zijn en waarvan de dekking niet binnen bestaande budgetten gevonden kon worden. Andere nieuwe ambities worden pas in de begroting opgenomen wanneer die goed zijn uitgewerkt qua plan, realistische raming én bijpassende dekking. In het hoofdstuk met het Voorgesteld pakket heroverwegingen stellen wij u een mix aan maatregelen voor, bestaande uit:
inkomstenoptimalisaties; maatregelen om onze budgetten effectiever en efficiënter in te zetten; bezuinigingen op bestaande uitgaven door efficiënter te werken of zaken te schrappen.
De heroverwegingen – die in 2022 bij elkaar opgeteld ruim € 400.000 bedragen, oplopend naar ruim € 1.000.000 in 2025 – zijn in het afgelopen jaar geïnventariseerd in de heroverwegingsoperatie. Daarover hebben we u regelmatig bijgepraat in beeldvormende avonden.
Kadernota 2022-2025
3
In bijlage 3 bij deze kadernota is de heroverwegingscatalogus opgenomen, waarin alle heroverwegingen zijn opgenomen die zijn geïnventariseerd – ook de opties die wij niet in ons voorkeurspakket hebben opgenomen. Op deze manier kunt u ook zelf uw afwegingen maken bij de behandeling van deze kadernota. Overigens zijn heroverwegingen niet de enige dekkingsmiddelen die wij voorstellen om in te zetten in de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2025. In overleg met de provinciaal financieel toezichthouder anticiperen we ook op recent aangekondigde middelen voor Jeugdzorg en voor een deel ook op de herverdeling van het Gemeentefonds per 2023, die voor onze gemeente waarschijnlijk positief uitpakt. Ten slotte stellen we voor reserves in te zetten voor de dekking van nieuwe ambities met een incidenteel financieel effect en voor het sluitend kunnen presenteren van de jaarschijf 2023.
Tot slot We zijn de heroverwegingsoperatie gestart met de doelstelling om een solide, duurzaam gezonde financiële positie te bereiken. Dat bleek geen sinecure, maar niet alleen omdat het maken van keuzes in ambities en heroverwegingen lastig is. Minstens zo vervelend was het dat het Rijk eind mei meldde dat gemeenten in hun Algemene Uitkering nog een tijdje samen met hen ‘de trap af’1 gaan, om een paar dagen later wel een fors bedrag voor 2022 toe te zeggen voor Jeugdzorg. We gaan ervan uit dat er financieel betere tijden zullen aanbreken. Na de coronacrisis en de kabinetsvorming verwachten we dat de Algemene Uitkering op een gegeven moment ook weer ‘de trap op’ zal gaan. Maar wanneer dat is en met welk bedrag, is nu nog niet te zeggen. Daarom zetten wij in deze kadernota serieuze stappen om te komen tot evenwicht tussen inkomsten en uitgaven, in de hoop en de verwachting dat nog binnen deze vierjaarsperiode het financiële perspectief ten goede zal veranderen. Met deze kadernota is de heroverwegingsoperatie nog niet voorbij. Na de zomer volgen nog gesprekken met maatschappelijke organisaties over de invulling van de heroverwegingen. En met de implementatie van de maatregelen begint het proces eigenlijk pas. Wij zien uit naar een goede samenwerking met uw raad, gericht op een duurzaam gezonde financiële toekomst.
De secretaris, Gerrit Stam
De burgemeester, Jan Kottelenberg
1 De Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds is gekoppeld aan bepaalde rijksuitgaven. Geeft het
Rijk minder uit, dan gaan gemeenten mee ‘de trap af’. Geeft het Rijk meer uit, gaan beide samen weer ‘de trap op’.
Kadernota 2022-2025
4
LEESWIJZER Deze kadernota start met een uitgebreide uiteenzetting van het financiële perspectief, met:
allereerst een overzicht van de financiële uitgangssituatie van de begroting 2021; vervolgens een samenvatting van de ontwikkelingen sindsdien; en daarna een toelichting op het effect van de meicirculaire van het Gemeentefonds .
Die drie zaken tellen op tot een financiële positie ‘per heden’. Vervolgens is in datzelfde hoofdstuk het verwacht toekomstig perspectief weergegeven op basis van:
een samenvatting van het nieuw beleid, de nieuwe ontwikkelingen en ambities die worden voorgesteld in deze kadernota; een samenvatting van de heroverwegingen die worden voorgesteld in deze kadernota.
Het hoofdstuk sluit af met de conclusie: het financieel perspectief van deze kadernota. Hierna is de opzet anders dan dat u gewend bent. De kadernota is verder niet ingedeeld op basis van begrotingsprogramma’s. Uiteraard zal de uitwerking in de begroting dat wel zijn. Na het financieel perspectief volgt een hoofdstuk met een toelichting op de nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities. Daarin is een splitsing gemaakt tussen zaken met een structureel of een incidenteel financieel effect. Vervolgens is een hoofdstuk opgenomen waarin het voorgestelde pakket aan heroverwegingen is uitgewerkt. Deze zijn geclusterd naar beleidsterreinen en soorten heroverwegingen. De kadernota sluit af met een uiteenzetting van het vervolgproces: hoe wordt deze kadernota verwerkt in de programmabegroting, hoe zal het participatieproces over de heroverwegingen gaan verlopen, hoe vindt monitoring plaats en hoe gaan we om met frictiekosten? Bij de kadernota horen drie bijlagen.
Bijlage 1 gaat uitgebreid in op het effect van de Meicirculaire van het Gemeentefonds; Bijlage 2 vat het proces van de heroverwegingsoperatie samen; Bijlage 3 bevat de heroverwegingscatalogus: alle heroverwegingsopties die zijn meegewogen in de aanloop naar deze kadernota (dus ook de opties waarvoor het college niet kiest in het voorkeurspakket).
Kadernota 2022-2025
5
FINANCIËLE POSITIE EN VERWACHT TOEKOMSTIG PERSPECTIEF In dit hoofdstuk geven wij inzicht in de financiële positie van de gemeente Neder-Betuwe: waar staan we nu en wat wordt het toekomstig perspectief?
Financiële uitgangspositie De financiële positie bij deze Kadernota start waar de begroting 2021 en de meerjarenraming 20222024 in november vorig jaar geëindigd is. De geprognosticeerde jaarlijkse resultaten van deze begroting zijn het uitgangspunt en vertrekpunt voor onze financiële positie. De financiële positie start dus met een overschot van € 61.000 voor 2021, een tekort van € 1.027.000 voor 2022, een tekort van € 648.000 voor 2023 en voor de jaren 2024 en 2025 een overschot van € 90.000. Een aantal financiële ontwikkelingen, vooral in het sociaal domein, zorgden de afgelopen twee jaar voor een forse verstoring van het evenwicht in onze financiële positie. Een weg van heroverwegen werd ingeslagen. Bij de Begroting 2021 en Meerjarenraming 2022-2024 zijn de eerste stappen van deze operatie gezet. Taakstellingen werden doorgevoerd en budgetten werden naar beneden bijgesteld met financiële effecten van € 250.000 in 2021 oplopend naar € 1.350.000 in 2024. Daarnaast zijn eenmalig reserves aangesproken om met name de jaren 2020 en 2021 sluitend te maken.
Ontwikkelingen sindsdien Aan de financiële uitgangspositie van de begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 hebben wij de financiële gevolgen toegevoegd van besluiten die sindsdien zijn genomen. Dat gebeurt aan de hand van de begrotingswijzigingen die daarbij zijn vastgesteld. Voor 2021 heeft uw raad er vijftien vastgesteld die deels invloed hebben op onze financiële positie. De financiële effecten van deze nieuwe besluiten tellen op tot een totaal financieel voordeel van € 401.000 voor 2021. Voor 2022 brengen ze een nadeel met zich mee van € 63.000, voor 2023 een nadeel van € 91.000 en voor 2024 en 2025 een nadeel van € 57.000. Daarnaast hebben ook de jaarstukken 2020, de begrotingen 2022 en de meerjarenramingen 20232025 van de verbonden partijen een effect op onze financiële positie gehad. De financiële effecten van deze vastgestelde nieuwe besluiten, die een wijziging van de begroting tot gevolg hebben tellen op tot een totaal financieel voordeel van € 76.000 voor 2021. Voor 2022 brengen ze een nadeel met zich mee van € 15.000, voor 2023, 2024 en 2025 een nadeel van € 7.300. Samengevat geeft dit het volgende beeld. Doorwerking financiële effecten begrotingswijzigingen:
Datum
Begroting
Raadsbesluit
2021
Meerjarenraming 2022
2023
2024
2025
Rapportage besteding budgetten december 2020
BGW 41
10-12-2020
-393.061
69.808
97.703
64.141
64.141
Belastingverordeningen 2021
BGW 1
10-12-2020
-8.906
-8.906
-8.906
-8.906
-8.906
Verhogen Investeringsbudget Planvorming MFA Dodewaard met € 50.000
BGW 2
11-02-2021
500
1.738
1.725
1.713
1.713
Jaarstukken 2020 Neder-Betuw e (inclusief bestemmingen)
BGW 13
08-07-2021
728.507
0
0
0
0
Resultaat 2020 N-B (inclusief bestemmingen)
BGW 13
08-07-2021
-728.507
0
0
0
0
-401.467
62.640
90.522
56.948
56.948
Totaal: Jaarstukken Omgeviingsdienst Rivierenland 2020
BGW 3
10-06-2021
-105.329
0
0
0
0
Begroting 2022 Omgevingsdienst Rivierenland (tlv stelpost prijsstijging 2022)
BGW 4
10-06-2021
0
0
0
0
0
Jaarstukken Regionaal Archief Rivierenland 2020
BGW 5
10-06-2021
-4.291
0
0
0
0
Begroting 2022 Regionaal Archief Rivierenland (tlv stelpost prijsstijging 2022)
BGW 6
10-06-2021
0
0
0
0
0
Jaarstukken VeiligheidsRegio Gelderland Zuid 2020
BGW 7
10-06-2021
-56.157
0
0
0
0
Begroting VeiligheidsRegio Gelderland Zuid 2022
BGW 8
10-06-2021
0
4.130
4.130
4.130
4.130
Jaarstukken Avri afval 2020
BGW 9
10-06-2021
120.194
0
0
0
0
Begroting Avri afval 2022
BGW 10
10-06-2021
0
-21.268
-21.268
-21.268
-21.268
Jaarstukken Regio Rivierenland 2020
BGW 11
10-06-2021
-30.000
0
0
0
0
Begroting Regio Rivierenland 2022
BGW 12
10-06-2021
0
0
0
0
0
Begroting GGD 2022
BGW 15
10-06-2021
0
32.100
24.437
24.437
24.437
-75.583
14.962
7.299
7.299
7.299
-477.050
77.602
97.821
64.247
64.247
Totaal: Totaal doorwerking financiële effecten concept begrotingswijzigingen (BW):
Kadernota 2022-2025
6
De effecten van de Budgetrapportage mei 2021 (‘Meibrief 2021’) Daarna hebben wij de financiële effecten in beeld gebracht van ontwikkelingen die zich dit voorjaar hebben voorgedaan door middel van het uitbrengen van het eerste verantwoordingsdocument: de Budgetrapportage mei 2021 (‘Meibrief’). Het totaal van de financiële effecten van deze ontwikkelingen in bestaand beleid bedragen voor 2021 een nadeel van € 227.000, voor 2022 een nadeel van € 75.000, voor 2023 een nadeel van € 128.000, voor 2024 en 2025 een nadeel van € 177.000. Voor een onderbouwing van deze ontwikkelingen verwijzen wij u naar het verantwoordingsdocument Budgetrapportage mei 2021.
Het effect van de Meicirculaire van het Gemeentefonds Eind mei 2021 ontvingen wij van het Rijk de Meicirculaire 2021. Zowel de financiële als de beleidsmatige zaken hebben wij in beeld gebracht. De financiële effecten van de meicirculaire 2021 voor de jaarschijf 2021 verwerken wij in het volgende verantwoordingsdocument over het jaar 2021. De financiële effecten voor de jaarschijven 2022 tot en met 2025 hebben wij in deze kadernota 20222025 opgenomen en verwerkt. Hiermee heeft u een compleet actueel beeld een kadernota 20222025 inclusief de effecten van de meicirculaire 2021. Voor een verdere onderbouwing van de inhoud van de meicirculaire 2021 verwijzen wij u naar de informatie die in bijlage 1 bij deze kadernota 20222025 is opgenomen.
Financiële positie tot heden Wanneer wij de tekst hiervoor in een tabel samenvatten, geeft dat het volgende beeld van de financiële positie van november 2020 tot heden voor de periode 2021-2025.
Financiële Positie 2021-2025 (-/- = overschot +/+ = tekort)
Meerjarenraming
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Financiele positie 2021 - 2025 Op basis Begroting 2021 en mjr 2022-2024
-61.338
1.026.541
648.254
-89.830
-89.830
Doorw erking financiële effecten vastgestelde begrotingsw ijzigingen
-401.467
62.640
90.522
56.948
56.948
Doorw erking financiële effecten Verbonden Partijen
-75.583
14.962
7.299
7.299
7.299
Totaal doorwerking financiële effecten vastgestelde begrotingswijzigingen
-477.050
77.602
97.821
64.247
64.247
Financiele positie 2021 - 2025 Op basis Begroting 2021 en mjr 2022-2024 en inclusief vastgestelde begrotingswijzigingen
-538.388
1.104.143
746.075
-25.583
-25.583
Doorw erking financiële effecten Budgetrapportage mei 2021
226.856
74.514
128.394
176.758
176.758
Financiele effecten Meicirculaire 2021 (Jaarschijf 2021)
-962.084
0
0
0
0
-735.228
74.514
128.394
176.758
176.758
-1.273.616
1.178.657
874.469
151.175
151.175
Totaal doorwerking financiële effecten Verbonden Partijen, Budgetrapportage Mei 2021 en de Meicirculaire 2021 Financiele positie 2021 - 2025 Per heden Op basis Begroting 2021 en mjr 2022-2024 en inclusief vastgestelde begrotingswijzigingen en de Budgetrapportage Mei 2021
Deze tabel laat zien dat er maatregelen nodig zijn. De provincie vraagt als financieel toezichthouder immers van ons dat wij de begroting structureel sluitend presenteren met reële voorstellen. In opmaat naar de Kadernota 2022-2025 zijn wij daarom verder gegaan met de heroverwegingsoperatie, gericht op een duurzaam gezonde financiële positie.
Kadernota 2022-2025
7
Verwacht toekomstig perspectief In de heroverwegingsoperatie zijn we gestart met het verder aanvullen van de financiële positie met de financiële gevolgen van nieuwe beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities. Daarna zijn ombuigings-, bezuinigings-, heroverwegings- en andere dekkingsmogelijkheden in beeld gebracht.
Nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities Allereerst hebben wij de financiële positie ‘per heden’ dus aangevuld met nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen die zich aftekenen en ambities die wij voor de komende jaren hebben. Dat zijn deels ontwikkelingen die structureel beslag leggen op financiële middelen en deels ontwikkelingen die een incidenteel effect hebben op onze begroting. Het nieuwe beleid en de nieuwe ontwikkelingen en ambities zijn uitgebreid toegelicht in het volgende hoofdstuk van deze kadernota. De structurele financiële effecten daarvan tellen voor 2022 op tot een bedrag van € 323.000 en voor 2023, 2024 en 2025 een bedrag van € 473.000. De incidentele financiële effecten vormen een totaalbedrag van € 1.307.000 (voor 2022 een bedrag van € 1.280.000 en voor 2023 een bedrag van € 27.000).
Voorgesteld pakket aan heroverwegingen De heroverwegingsoperatie was gestart om maatregelen te vinden om de begroting weer structureel sluitend te kunnen presenteren en de financiële positie duurzaam gezond te maken. Over het heroverwegingsproces is meer opgenomen in bijlage 2 bij deze kadernota. Tussentijds bent u hierover geïnformeerd tijdens beeldvormende avonden. In deze kadernota doen wij u voorstellen om een aantal heroverwegingen in te zetten. Daarbij hebben wij een weloverwogen keuze gemaakt uit alle mogelijkheden die in de heroverwegingsoperatie naar voren zijn gekomen. In bijlage 3 van de Kadernota vindt u de heroverwegingscatalogus met alle opties die zijn geïnventariseerd. In het hoofdstuk ná de ambities werken wij de heroverwegingsvoorstellen voor u uit. Samengevat gaat het om de volgende voorstellen. Heroverwegingen
Overdragen stedenband aan samenleving Taakstelling op de ambtelijke organisatie Efficientere inzet Avri in het beheer openbare ruimte Niet meer meedoen aan boomfeestdag Halveren bijdrage aan opvang van (zwerf)dieren Verminderen (financiele) ondersteuning burgerinitiatieven openbaar groen Vertragen verledden van lichtmasten Exploitatie gebouw de Notenbalk Halveren bijdrage aan Laanboompact Versoberen subsidieregeling Lokaal Investeringsfonds (LIF) Verminderen bijdrage aan Regionaal Investeringsfonds (RIF) Verhogen inkomsten toeristenbelasting Taakstelling op subsidies sport, cultuur en welzijn Budgetneutraal opstellen Neder-Betuwe magazine Verder digitaliseren van dienstverleningsprocessen Versoberen toezicht en handhaving Versoberen bestuurlijke trainigen rampenbesrijdingen Realistisch(er) ramen in de exploitatiebegroting Uitstellen en faseren revitaliserings- en verkeerprojecten Verhogen uurtarief voor de afhandeling van ontwikkelingen (mandje 3) Subtotaal heroverwegingen
Kadernota 2022-2025
2021
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2022
2023
2024
2025
0 -50.000 0 -3.000 0 -19.000 0 0 -5.000 -10.000 -29.000 0 0 0 0 -15.000 0 -100.000 -146.000 -37.000 -414.000
-4.000 -50.000 -100.000 -3.000 -15.000 -19.000 -5.000 -9.000 -10.000 -30.000 -29.000 -50.000 -100.000 -10.000 -24.000 -15.000 -3.000 -100.000 -182.000 -75.000 -833.000
-4.000 -50.000 -200.000 -3.000 -15.000 -19.000 -5.000 -9.000 -10.000 -30.000 -29.000 -50.000 -150.000 -10.000 -24.000 -15.000 0 -100.000 -147.000 -75.000 -945.000
-4.000 -50.000 -300.000 -3.000 -15.000 -19.000 -5.000 -9.000 -10.000 -30.000 -29.000 -50.000 -150.000 -10.000 -24.000 -15.000 -3.000 -100.000 -106.000 -75.000 -1.007.000
8
Andere dekkingsmiddelen Naast heroverwegingsvoorstellen vindt u nog vier dekkingsvoorstellen in deze kadernota: 1. Dekking uit reserves voor incidentele financiële ruimte die nodig is voor nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities. Wij stellen voor nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities met een incidenteel karakter te dekken met incidentele middelen. Er wordt voorgesteld om in totaal voor de komende twee jaar een bedrag van € 1.307.000 te onttrekken uit de algemene reserve. € 1.000.000 hiervan is voor de implementatie van de Omgevingswet, in het bijzonder de transitie naar het Omgevingsplan. 2. Anticiperen op de verwachte toename van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds op basis van herverdeeleffecten. We stellen voor om 50% van het verwachte voordelig herverdeeleffect van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds op te nemen. Dit vormt een toename van de algemene uitkering uit het gemeentefonds van € 250.000 vanaf het jaar 2023. We hebben hierover overlegd met de provincie, en dit past binnen de kaders van het financieel toezicht. 3. Anticiperen op de verwachte toename van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds op basis van kabinetstoezeggingen over het dekken van tekorten voor Jeugdzorg bij gemeenten.
Na het uitkomen van de Meicirculaire 2021 deed het kabinet de toezegging om de gemeenten te compenseren voor de tekorten die er zijn bij de uitvoering van de Jeugdzorg. Het Rijk komt met extra middelen over de brug voor de Jeugdzorg. Er wordt gesproken over compensatie met bedragen van afgerond € 1,3 miljard. In de septembercirculaire 2021 zal deze compensatie worden verwerkt. Deze compensatie heeft vooralsnog een incidenteel karakter, al is de verwachting dat het nog te vormen nieuwe kabinet deze compensatie structureel gaat bijstellen. We hebben over dit onderwerp overlegd met de provincie en het past binnen de kaders van het financieel toezicht om voor het jaar 2022 éénmalig een compensatie van de uitvoering van de Jeugdzorg op te nemen van 1,2 miljoen. Wij zullen bij de behandeling van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 proberen gelijktijdig inzicht te geven in de financiële effecten van de septembercirculaire 2021, zodat u op basis van totale informatie weloverwogen keuzes en afwegingen kunt maken. 4. Dekking uit reserves voor het incidenteel sluitend maken van de jaarschijf 2023. Ook doen wij in deze kadernota een voorstel om de jaarschijf 2023 sluitend te maken door middel van incidentele inzet van de algemene reserve. We hebben hierover overlegd met de provincie, het past binnen de kaders van het financieel toezicht.
We stellen voor om voor 2023 € 500.000 te onttrekken aan de algemene reserve.
Kadernota 2022-2025
9
Conclusie: het financieel perspectief van deze Kadernota Wanneer wij het nieuwe beleid, de nieuwe ontwikkelingen en ambities in één overzicht zetten met de voorgestelde ombuigingen, bezuinigingen, heroverwegingen en dekkingsvoorstellen, komen wij uit op de volgende financiële positie voor de Kadernota 2022-2025.
Financiële Positie 2021-2025 en verwacht toekomstig persepectief (-/- = overschot +/+ = tekort)
Begroting
Meerjarenraming 2023 2024
2025
2021
2022
-1.273.616
1.178.657
874.469
151.175
151.175
Structurele financiele ruimte die nodig is voor Nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en Ambities
0
323.000
473.000
473.000
473.000
Incidentele financiele ruimte die nodig is voor Nieuw beleid, Nieuwe ontwikkelingen en Ambities
0
1.280.000
27.000
0
0
Meicirculaire 2021 (vanaf 2022 en verder)
0
56.038
219.212
369.834
-49.690
Totaal doorwerking financiële effecten Nieuw Beleid, nieuwe ontwikkelingen en Ambities
0
1.659.038
719.212
842.834
423.310
-1.273.616
2.837.695
1.593.681
994.009
574.485
Dekkingsvoorstellen die wij overnemen uit de operatie heroverwegingen
0
-414.000
-833.000
-945.000
-1.007.000
Dekking uit reserves voor incidentele financiele ruimte die nodig is voor Nieuw beleid, Nieuwe ontwikkelingen en Ambities
0
-1.280.000
-27.000
0
0
Verwachte toename algemene uitkering gemeentefonds op basis van herverdeeleffecten
0
0
-250.000
-250.000
-250.000
Verwachte toename algemene uitkering gemeentefonds op basis van toezeggingen over aanwezige tekorten Jeugdzorg bij gemeenten
0
-1.200.000
0
0
0
Dekking uit de algemene reserve voor het incidenteel sluitend maken van de jaarschijf 2023
0
0
-500.000
0
0
Totaal financiële dekking (heroverwegingen en reserves)
0
-2.894.000
-1.610.000
-1.195.000
-1.257.000
-1.273.616
-56.305
-16.319
-200.991
-682.515
Financiele positie 2021 - 2025 Per heden Nieuw beleid, Nieuwe ontwikkelingen en Ambities
Financiele positie 2021 - 2025 Inclusief Nieuw beleid, Nieuwe ontwikkelingen en Ambities Heroverwegingen en andere dekkingsmiddelen
Financiele positie 2021 - 2025 Inclusief Nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en Ambities en Inclusief Heroverwegingen en andere dekkingsmiddelen
Uit dit overzicht concluderen wij dat wij in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 gaan voldoen aan de minimale grenzen die gesteld zijn door het provinciale toezicht kader. In de begrotingjaren 2022 en 2023 wordt de algemene reserve incidenteel ingezet. Daarnaast sluiten de laatste jaren van de meerjarenraming met structurele overschotten. 2024 met een overschot van € 201.000 en 2025 met een overschot van € 683.000.
Inzet algemene reserve De algemene reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit van een gemeente. De positie van de algemene reserve is in de periode tussen begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 verbeterd door het toevoegen van het resultaat van de jaarstukken 2020 van € 1.055.000. In deze kadernota 2022-2025 doen wij u voorstellen om incidenteel de algemene reserve als dekkingsmiddel in te zetten. Wij stellen aan u voor om € 1.307.000 aan de algemene reserve te onttrekken ter dekking van nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities met een incidenteel karakter. Daarnaast stellen wij aan u voor om de jaarschijf 2023 sluitend te maken door incidenteel € 500.000 te onttrekken aan de algemene reserve.
Kadernota 2022-2025
10
Hieronder een overzicht van de standen en het verloop van de algemene reserve waarin bovenstaande beschreven effecten zijn verwerkt.
Overzicht verloop algemene reserve
Begroting
Begroting
2020
2021
Meerjarenraming 2022
2023
2024
2025
Stand algemene reseves -/- = verminderingen +/+ = vermeerderingen
-10.735.000 -11.206.238 -9.581.984 -7.386.984 -6.740.984 -6.621.984
Claims op algemene reserve voor incidentele dekking en sluitend maken begroting
1.415.900
196.000
796.000
0
0
0
Doorschuiven budgetten van 2019 naar 2020 derde bestuursrapportage 2019
183.200
0
0
0
0
0
Resultaat Jaarstukken 2019
-907.695
0
0
0
0
0
Resultaatbestemming Jaarstukken 2019
559.496
0
0
0
0
0
Doorschuiven budgetten van 2020 naar 2021
-55.000
55.000
0
0
0
0
Budget vooor uitvoeringsprogramma energietransitie
237.098
0
0
0
0
0
Toevoeging i.v.m. Jaarlijkse dekking Beheerplan Neder-Betuws Verkeer en Vervoer
-714.000
0
0
0
0
0
Verlaging i.v.m. Jaarlijkse dekking Beheerplan Neder-Betuws Verkeer en Vervoer
119.000
119.000
119.000
119.000
119.000
119.000
Verlaging i.v.m. dekking tekort begrotingjaar 2021
0
1.000.000
0
0
0
0
-1.309.237
1.309.237
0
0
0
0
Resultaat Jaarstukken 2020
0
-1.054.983
0
0
0
0
Claims voor incidentele dekking nieuw beleid en nieuwe ontwikkelingen
0
0
1.280.000
27.000
0
0
Claims voor het incidenteel sluitend maken jaarschijf 2023
0
0
0
500.000
0
0
-471.238
1.624.254
2.195.000
646.000
119.000
119.000
Voorgestelde overheveling budgetten van 2020 naar 2021
Doorwerking financiele effecten op algemene reserve Stand algemene reserve na verwerking financiele effecten -/- = overschot +/+ = tekort
-11.206.238
-9.581.984 -7.386.984 -6.740.984 -6.621.984 -6.502.984
Weerstandscapaciteit en weerstandsratio Bij de begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 was de classificatie van de weerstandsratio op basis van het berekende risicoprofiel in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2021 'Uitstekend'. Door de onttrekkingen aan de algemene reserve daalde de weerstandscapaciteit, en daarmee de weerstandsratio. Eind 2024 was de weerstandsratio 1,4 en kwalificeerde deze als 'Voldoende'. De weerstandcapaciteit is in de periode van begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2025 tot aan deze kadernota 2022-2025 gewijzigd en verbeterd. De weerstandscapaciteit neemt toe met € 1.055.000 door toevoeging van het resultaat van de Jaarstukken 2020 en de weerstandscapaciteit neemt ook fors toe door de verbeterde geprognosticeerde jaarlijkse resultaten van deze kadernota (resultaten per jaarschijf 2021 tot en met 2025). De effecten van de heroverwegingsoperatie en het verbeteren van de financiële positie gericht op een duurzaam gezonde financiële positie worden bij de weerstandscapaciteit en de weerstandsratio zichtbaar. De actualisatie van de risico’s zal nog plaatsvinden, dat gebeurt bij de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
Hieronder heeft u in één oogopslag zicht op de weerstandscapaciteit en de weerstandsratio per heden gebaseerd op het risicoprofiel begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2025.
Weerstandscapaciteit/Ratio Algemene reserve Onvoorzien Resultaat Kadernota 2022-2025 Totaal beschikbaar weerstandscapaciteit Ingeschatte risico's op basis begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 Weerstandsratio
Kadernota 2022-2025
Begroting
Begroting
2020
2021
-11.206.238 0 0
-9.581.984 -32.000 -1.273.616
Meerjarenraming 2022
2023
2024
2025
-7.386.984 -50.000 -56.305
-6.740.984 -50.000 -16.319
-6.621.984 -50.000 -200.991
-6.502.984 -50.000 -682.515
-11.206.238 -10.887.600 -7.493.289 -6.807.303 -6.872.975 -7.235.499 0
3.920.000 2,8 Uitstekend
3.920.000
3.920.000
3.920.000
3.920.000
1,9 Ruim voldoende
1,7 Ruim voldoende
1,8 Ruim voldoende
1,8 Ruim voldoende
11
NIEUWE ONTWIKKELINGEN, AMBITIES
VOORNEMENS
EN
In deze kadernota stellen we voor een beperkt aantal nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities op te nemen. Een deel daarvan heeft incidentele financiële consequenties, in één of twee jaren. Een ander deel heeft voor de gehele begrotingsperiode (en daarna) structurele financiële consequenties.
Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met incidentele financiële effecten In deze kadernota stellen wij voor drie ontwikkelingen incidenteel een raming voor. Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met incidentele financiële effecten
Invoering Omgevingswet: transitie naar Omgevingsplan Ontvangstplicht baggerslib na baggeren A-watergangen Uitvoering visie op strategische communicatie Subtotaal nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met incidentele financiële effecten
2021
2022
0 0 0 0
1.000.000 230.000 50.000 1.280.000
2023
0 0 27.000 27.000
2024
2025
0 0 0 0
0 0 0 0
Hierna lichten wij deze toe. Invoering Omgevingswet: transitie naar Omgevingsplan (€ 1.000.000 incidenteel in 2022) Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, worden bestemmingsplannen van rechtswege omgezet in een Tijdelijk Omgevingsplan (TOP). We hebben tot met 1 januari 2030 de tijd om het TOP en enkele gemeentelijke verordeningen om te zetten naar een Permanent Omgevingsplan (POP). In het Plan van Aanpak transitieperiode (behandeld in de raad op 30 juni 2021) hebben we beschreven hoe we willen komen tot een Permanent Omgevingsplan. Er is gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak. Dat wil zeggen dat we het Permanente Omgevingsplan aan de hand van drie deelgebieden gaan opbouwen, te weten kernen, buitengebied en bedrijventerreinen. De gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat worden op ‘natuurlijke’ momenten meegenomen. Het omzetten van de bouwstenen naar het POP is een proces dat vele jaren in beslag gaat nemen en is vergelijkbaar met de opgave van de Wet ruimtelijke ordening, het actualiseren en digitaliseren van alle bestemmingsplannen. Deze actualisatieopgave heeft gespeeld van 2008 tot en met 2014 en heeft € 650.000 gekost. In vergelijking met deze ‘actualisatieopgave’ geldt voor de transitieopgave om te komen tot een Permanent Omgevingsplan dat:
het instrument omgevingsplan nieuw is en dat kennis en ervaring met inhoud, techniek en proces moeten worden opgebouwd; naast de bestemmingsplannen ook verordeningen en de ‘bruidsschat’ met regels vanuit het Rijk moeten verhuizen naar het Permanente Omgevingsplan; de digitale standaarden voor het omgevingsplan het opstellen van een omgevingsplan arbeidsintensiever maken dan het opstellen van een bestemmingsplan of gewone gemeentelijke verordening. de Omgevingswet naast de wettelijke voorbereidingsprocedure (ter inzage legging van een ontwerp) een participatieplicht kent.
De kosten voor het opstellen van een Permanent Omgevingsplan voor het gehele grondgebied voor het hele grondgebied van de gemeente voor de periode 20222 tot en met 2029 wordt geraamd op een bedrag van € 1.000.000. Wij stellen voor dit bedrag in 2022 toe te voegen aan de bestemmingsreserve Omgevingswet. Vanwege de omvang van de opgave, de fasering over acht jaren en het nieuw en onbekend zijn van het instrument Omgevingsplan, zal jaarlijks geëvalueerd worden of de geraamde bedragen voldoende zijn om het Permanente Omgevingsplan op te stellen. Ontvangstplicht baggerslib na baggeren A-watergangen (€ 230.000 incidenteel in 2022) Waterschap Rivierenland heeft aangekondigd in de periode van eind 2021 tot eind maart 2022 een deel van haar A-watergangen te gaan baggeren. Binnen het te baggeren gebied bevinden zich ook A-watergangen gelegen aan eigendommen (bermen/wegen) van de gemeente Neder-Betuwe.
Kadernota 2022-2025
12
Voor de hierbij vrijkomende baggerspecie geldt dat de aanliggend perceeleigenaar de baggerspecie moet ontvangen. Deze regeling is bekend als de zogenaamde ontvangstplicht en komt voort uit de Waterwet (artikel 5.23 lid 2). Dit houdt in dat de gemeente de kosten moet dragen voor het afvoeren en storten van de baggerspecie uit de betreffende watergangen. De kosten van de ontvangstplicht voor deze baggerronde zijn door het Waterschap berekend op basis van metingen en onderzoek. Tijdens de start van de baggerwerkzaamheden zullen de hoeveelheden definitief worden vastgesteld. Dit betekent dat de kosten zowel positief als negatief nog kunnen afwijken. Mocht dat het geval zijn, doet het college een voorstel aan de raad via de reguliere bestuursrapportages in 2022. Uitvoering visie op strategische communicatie (€ 50.000 incidenteel in 2022 en € 27.000 incidenteel in 2023) In de Kadernota 2021 was al het voornemen opgenomen via communicatie en participatie beter bij te dragen aan de gemeentelijke ambities en de wettelijke vereisten die bijvoorbeeld de Omgevingswet met zich meebrengen. In deze kadernota ramen wij hiervoor een incidenteel budget.
We ontwikkelen in 2021 een geactualiseerde visie op communicatie en participatie en actualiseren dit jaar de participatieverordening in afstemming met de visie en wettelijke verplichtingen en lokale ambities die uit de invoering van de Omgevingswet vloeien. Uitgangspunten van de nieuwe visie en werkwijze zijn:
doelgroepgerichte communicatie; de communicatief en participatief vaardige organisatie; vanzelfsprekende participatie; profilering van Neder-Betuwe.
Communicatie wordt verankerd in het beleid zodat we in de hele aanpak doelgroepgericht handelen en we communicatie ‘lean and mean’ kunnen inzetten. De communicatiemiddelenmix wordt gestandaardiseerd en zoveel mogelijk digitaal gemaakt. Daarnaast zorgen we ervoor dat iedereen laagdrempelig mee kan doen, door te investeren in online participatiemogelijkheden. Hierbij houden we oog voor onze inwoners en ondernemers die digitaal minder vaardig zijn of waar de beoogde doelen vragen om maatwerk. Communicatie draagt ook bij aan het samen bouwen aan Neder-Betuwe als zelfstandige en dynamische ondernemende groeigemeente met een duidelijke identiteit. Er is een beperkt gemeentelijk budget voor reguliere projecten en (algemene) communicatie voor bestuur en organisatie. Inzet van dit budget gaat vooral naar sociale media en website, publicatiemateriaal (inclusief vier keer Neder-Betuwe Magazine en de wekelijkse pagina en Gemeentenieuws) en incidentele inhuur voor communicatieproducten. Communicatie en participatie rondom specifieke projecten of beleidstrajecten moeten gedekt worden uit project- of andere budgetten.
Op basis van de visie op communicatie en participatie investeren we vooral in online participatiemogelijkheden en een kwaliteitsslag in digitale communicatiemiddelen en online monitoring van wat er speelt in de samenleving, om de communicatie adequaat en effectief in te kunnen zetten. De extra kosten bedragen € 50.000 in 2022 en € 27.000 in 2023.
Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met structurele financiële effecten In deze kadernota stellen wij voor drie ontwikkelingen structureel een raming voor. Nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met structurele financiële effecten
Structureel borgen van niet-vergunninggebonden toezicht en handhaving Wabo en Omgevingswet Invoeren rechtmatigheidsverklaring Uitvoering informatiebeleidsplan Subtotaal nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities met structurele financiële effecten
2021
0 0 0 0
2022
2023
2024
2025
0 43.000 280.000 323.000
150.000 43.000 280.000 473.000
150.000 43.000 280.000 473.000
150.000 43.000 280.000 473.000
Hierna lichten wij deze toe.
Kadernota 2022-2025
13
Structureel borgen van niet-vergunninggebonden toezicht en handhaving Wabo en Omgevingswet (€ 150.000 structureel vanaf 2023) Sinds 2019 voeren we een uitvoeringsprogramma uit voor het zogenaamde vrijeveldtoezicht. Daarbij gaat het om alle taken op het gebied van illegale bouw, sloop en aanlegactiviteiten en illegale gebruiksactiviteiten (strijdig gebruik met de regels van het bestemmingsplan. Uw raad heeft hiervoor voor de periode tot en met 2022 de middelen beschikbaar gesteld. Voor het structureel borgen van deze wettelijke taak wordt voorgesteld vanaf 2023 structureel € 150.000 per jaar in de programmabegroting hiervoor op te nemen. Met de invoering van de Omgevingswet wordt de ingezette lijn van deregulering en toezicht en handhaving achteraf verder doorgezet. Wij zien daarom de noodzaak van het goed organiseren van het toezicht en de handhaving. Invoeren rechtmatigheidsverklaring (€ 42.500 structureel vanaf 2022) Over de jaarrekening van 2021 stelt niet de accountant, maar het college de rechtmatigheid vast en geeft daarmee een rechtmatigheidsverantwoording af. In deze kadernota ramen we een structureel budget hiervoor, zodat we dit kunnen inrichten en aan de wettelijke eisen voldoen. Er is een plan van aanpak opgesteld om de rechtmatigheidsverantwoording vanaf 2021 op te stellen. De belangrijkste onderdelen die nog plaats moeten vinden, zijn:
Opnemen van ambities van college en raad in de interne regelgeving Processen aan de voorkant goed organiseren, zodat minder controlewerkzaamheden achteraf nodig zijn. Dit is een groeimodel. Omdat de processen nog niet voldoende op orde zijn, moeten over 2021 en 2022 nog controlewerkzaamheden achteraf plaatsvinden. Inrichten van 3 lines of defence. Om te realiseren dat het college op basis van goede rechtmatigheidscontroles een oordeel over de rechtmatigheid kan geven moet de onafhankelijke derdelijnscontrole met externe hulp plaatsvinden.
De procesverbeteringen, de verbetering van de interne beheersing van onze processen en de inrichting en uitvoering van de onafhankelijke controle t.b.v. het rechtmatigheidsoordeel vergt een raming voor de aankomende jaren van € 42.500 per jaar. Uitvoering informatiebeleidsplan (€ 280.000 structureel vanaf 2022) Informatie wordt steeds belangrijker, ook voor onze gemeente. Ons college wil tijdig gebruik maken van technologische ontwikkelingen, om zo onze dienstverlening aan inwoners en bedrijven blijvend op een goed niveau te houden. Door slimmer en efficiënter inrichten van onze systemen vergroten we de mogelijkheid van selfservice door de inwoners en bedrijven. De schaalgrootte van onze gemeente vraagt om duidelijke keuzes: waarop willen we excelleren? Ten aanzien van de ontwikkelingen en investeringen zetten wij – in volgorde van prioriteit – in op het volgende. 1.
2. 3. 4.
We bieden een veilige omgeving. Inwoners, ondernemers en medewerkers mogen er op vertrouwen dat hun gegevens veilig zijn en niet kunnen worden benaderd door onbevoegden. We kunnen risico’s nooit helemaal uitsluiten. De cybercriminaliteit wordt steeds professioneler en dat vraagt gedegen ontwikkeling in onze basisvoorzieningen en de kennis / bewustzijn bij onze medewerkers. We bieden continuïteit. In het geval van calamiteiten bieden wij de noodzakelijke ondersteuning om de essentiële informatievoorziening binnen 48 uur beschikbaar te krijgen. Dit biedt garanties voor het functioneren van ‘de veiligheidsdriehoek’ en de kritische registraties van de gemeente. We voldoen aan wet- en regelgeving. Het betreft hier onder meer de wet- en regelgeving gericht op archief, privacy, security en de uitvoering van de wettelijke informatietaken. We bieden de ambtelijke organisatie hoogwaardige informatievoorzieningen die hen in staat stelt om effectief en efficiënt invulling te geven aan de toegewezen taken.
Een informatiebeleidsplan is opgesteld om richting te geven aan de noodzakelijke- en gewenste richting van de organisatie voor de komende drie jaar. Voor de uitvoering van het informatiebeleidsplan ramen wij vanaf 2022 een structureel bedrag van € 280.000. Om deze ontwikkeling invulling te geven werken we een uitwerking op basis van zes ‘sporen’. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De (technische) basis op orde Informatie en organisatie in verbinding Datagedreven gemeente Sociaal domein : benutten kansen van informatie Ruimtelijk domein : Invulling geven aan de omgevingswet (DSO) Bedrijfsvoering : Samen efficiënt, klant centraal
Kadernota 2022-2025
14
Hoe om te gaan met andere (nieuwe) ontwikkelingen en ambities? Wij voorzien voor de komende vier jaren meer ontwikkelingen dan hierboven opgenomen. (Overige) financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet Op 27 mei jl. heeft de minister aangegeven dat de Omgevingswet met 6 maanden wordt uitgesteld. De nieuwe invoeringsdatum staat daarmee op 1 juli 2022. We zijn nog bezig met het verkrijgen van inzicht in de effecten van het uitstel en de structurele financiële effecten van de Omgevingswet. Het is daarom nu nog niet mogelijk in deze kadernota al concrete cijfers te noemen. Zoals wij ook op 29 april jl. met de raad hebben gedeeld, treedt er globaal gezien enerzijds een verschuiving op van vergunningverlening door de gemeente naar de private markt (bouwkundige toets). Anderzijds treedt er binnen de gemeente een verschuiving op van vergunningverlening naar meer toezicht en handhaving (= geen leges). Ook zijn er mogelijkheden om leges te heffen voor milieuactiviteiten (= meer leges). De optelsom van de verschillende effecten bepaalt het totale financiële effect. De vraag of wij meer activiteiten vergunningvrij willen maken en wat de financiële effecten daarvan zijn wordt - conform het plan van aanpak Omgevingsplan- meegenomen bij het opstellen van het Omgevingsplan.
Overige ambities en (grote) ontwikkelingen Eerder hebben wij nieuw beleid aangekondigd (of al met uw raad gedeeld) rondom klimaat, duurzaamheid, warmte, laaggeletterdheid, enzovoort. Ook bereiden we de Randweg Opheusden voor en een aantal maatschappelijke voorzieningen, zoals schoolgebouwen uit het Integraal Huisvestingsplan voor scholen (IHP) en de multifunctionele accommodatie (MFA) in Dodewaard. Voor deze laatste besloot uw raad eerder om in deze kadernota onder andere een investeringskrediet op te nemen voor de herinrichting van de openbare buitenruimte en middelen voor duurzaamheidsinvesteringen in verenigingshal De Eng. Wij stellen u echter in deze kadernota voor om voor deze ontwikkelingen geen ramingen op te nemen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Dat heeft ermee te maken dat de planvorming voor deze ontwikkelingen op dit moment nog niet ver genoeg ontwikkeld is om een realistische raming te kunnen verwerken, maar slechts een inschatting. Als we het nu op basis van die inschatting zouden verwerken in de kadernota, zouden we daar tegenover ook nu al extra heroverwegingen moeten zetten, zonder duidelijkheid of dit nodig en zo ja, of dit voldoende is of niet. Met deze kadernota slaan we graag met uw raad de weg in naar een solide, duurzaam gezonde financiële positie.
Dat betekent niet dat er nooit meer geld is voor nieuwe ambities, maar wel dat we nieuwe ontwikkelingen vóór de besluitvorming goed zullen moeten uitwerken in plannen, realistische ramingen én voorzien van bijpassende dekking. Die dekking is dan niet automatisch uit ‘de algemene middelen’, maar kan ook gevonden (moeten) worden in extra rijksmiddelen, bijdragen van betrokkenen, oud-voor-nieuw of heroverwegingen die de uitgaven beperken of inkomsten verhogen. Deze ambities en ontwikkelingen worden dus – voorzien van een solide kostenplaatje en dekkingsplan – apart aan u voorgelegd.
Kadernota 2022-2025
15
VOORGESTELD PAKKET HEROVERWEGINGEN De financiële positie leidt er in combinatie met de nieuwe ontwikkelingen, voornemens en ambities toe dat het nodig is heroverwegingen voor te stellen om de (meerjaren)begroting straks sluitend te kunnen presenteren. Wij stellen in deze kadernota voor om een mix van heroverwegingen in te zetten. U vindt hierna dus niet alleen bezuinigingen op bestaande uitgaven door efficiënter te werken of zaken te schrappen. We stellen ook optimalisaties van inkomsten voor en financieel-technische maatregelen als realistischer ramen. We stellen voor het volgende pakket aan heroverwegingen te verwerken in de (meerjaren) begroting2. Heroverwegingen
Overdragen stedenband aan samenleving Taakstelling op de ambtelijke organisatie Efficientere inzet Avri in het beheer openbare ruimte Niet meer meedoen aan boomfeestdag Halveren bijdrage aan opvang van (zwerf)dieren Verminderen (financiele) ondersteuning burgerinitiatieven openbaar groen Vertragen verledden van lichtmasten Exploitatie gebouw de Notenbalk Halveren bijdrage aan Laanboompact Versoberen subsidieregeling Lokaal Investeringsfonds (LIF) Verminderen bijdrage aan Regionaal Investeringsfonds (RIF) Verhogen inkomsten toeristenbelasting Taakstelling op subsidies sport, cultuur en welzijn Budgetneutraal opstellen Neder-Betuwe magazine Verder digitaliseren van dienstverleningsprocessen Versoberen toezicht en handhaving Versoberen bestuurlijke trainigen rampenbesrijdingen Realistisch(er) ramen in de exploitatiebegroting Uitstellen en faseren revitaliserings- en verkeerprojecten Verhogen uurtarief voor de afhandeling van ontwikkelingen (mandje 3) Subtotaal heroverwegingen
2021
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2022
2023
2024
2025
0 -50.000 0 -3.000 0 -19.000 0 0 -5.000 -10.000 -29.000 0 0 0 0 -15.000 0 -100.000 -146.000 -37.000 -414.000
-4.000 -50.000 -100.000 -3.000 -15.000 -19.000 -5.000 -9.000 -10.000 -30.000 -29.000 -50.000 -100.000 -10.000 -24.000 -15.000 -3.000 -100.000 -182.000 -75.000 -833.000
-4.000 -50.000 -200.000 -3.000 -15.000 -19.000 -5.000 -9.000 -10.000 -30.000 -29.000 -50.000 -150.000 -10.000 -24.000 -15.000 0 -100.000 -147.000 -75.000 -945.000
-4.000 -50.000 -300.000 -3.000 -15.000 -19.000 -5.000 -9.000 -10.000 -30.000 -29.000 -50.000 -150.000 -10.000 -24.000 -15.000 -3.000 -100.000 -106.000 -75.000 -1.007.000
Hierna lichten we deze heroverwegingen toe.
Heroverweging op bestuurlijke samenwerking Overdragen stedenband aan samenleving (structurele besparing van € 4.000 vanaf 2023) Neder-Betuwe heeft een stedenband met het Poolse Pępowo. Voorgesteld wordt de instandhouding van die stedenband volledig over te dragen aan de stichting en de gemeenschap van Neder-Betuwe. De daarbij behorende raming voor kosten van bezoeken over en weer wordt geschrapt uit de gemeentebegroting. De realisatie van deze heroverweging gebeurt in overleg met de stichting en het lokale bedrijfsleven.
De heroverwegingen die wel zijn geïnventariseerd, maar die wij niet in ons pakket voor deze kadernota hebben opgenomen, vindt u beknopt uitgewerkt in de heroverwegingscatalogus in bijlage 3. 2
Kadernota 2022-2025
16
Heroverweging op de ambtelijke organisatie Verdere besparingen op de ambtelijke organisatie (structurele besparing van € 50.000 vanaf 2022) In de Begroting 2021-2024 heeft uw raad besloten tot een taakstelling op de ambtelijke organisatie van € 100.000. Deze is per 2021 geëffectueerd. In deze kadernota stellen we u voor om vanaf 2022 een aanvullende besparing op de ambtelijke organisatie op te leggen, structureel met ingang van 2023. Daarbij denken we voor de realisatie van deze besparing voor het grootste deel aan het verminderen van het budget voor de personele vervanging van leden van de Ondernemingsraad en het budget voor reiskosten. De resterende besparing kan worden behaald door meer efficiëntie in inkoopprocessen en het gebruik van ICT-applicaties, het nóg kritischer omgaan met abonnementen, het verminderen van de reiskostenvergoeding voor medewerkers en het grootschaliger aanbesteden van telecommunicatiemiddelen en printapparatuur.
Heroverwegingen in de openbare ruimte Efficiëntere inzet Avri in het beheer van de openbare ruimte (besparing van € 100.000 in 2023, oplopend naar € 200.000 in 2024 en structureel € 300.000 vanaf 2025) Avri beheert vanaf 2014 het grootste deel van de openbare ruimte. Uitgangspunt om het beheer en onderhoud aan Avri te gunnen was destijds dat door volumevoordeel het beheer en onderhoud efficiënter met gelijkblijvende kwaliteit kan worden uitgevoerd. Neder-Betuwe stelt al langer vast dat verschillende componenten duurder worden uitgevoerd dan door de markt. Voorgesteld wordt Avri een taakstelling op te leggen die niet het verlagen van kwaliteit betreft, maar het efficiënter inrichten van beheer- en onderhoudstaken en inzet van personeel. Avri is reeds begonnen met het uitwerken van deze taakstelling. Avri realiseert deze door het verder doorzetten van al ingezette ontwikkelingen als datagestuurd werken, evaluatie van aanbestedingen, optimaliseren van de inzet van medewerkers en aannemers en het slimmer in de markt zetten van beheer en onderhoud. Niet meer meedoen aan Boomfeestdag (structurele besparing van € 3.000 vanaf 2022) Het doel van de boomfeestdag is om kinderen van groep 6 (9 en 10 jaar) meer inzicht, kennis en begrip voor bomen bij te brengen.
Door middel van het planten van een boom en de daarbij behorende natuureducatie, laten we hen de wondere wereld van bomen beleven, leren kinderen het belang van bomen voor een duurzame leefomgeving en worden ze geïnspireerd zelf hun boompje hieraan bij te dragen. De jaarlijkse kosten voor de gemeente bedragen € 3.000. Door te stoppen met de organisatie bespaart de gemeente op de kosten van de organisatie en de aanschaf van de bomen. Halveren bijdrage aan opvang van (zwerf)dieren (structurele besparing van € 15.000 vanaf 2023) Stichting Dierenhulp Dierenambulance Tiel en Stichting Dierenasiel Tiel ontvangen van de gemeente een bijdrage voor het vervoeren en het opvangen van onbeheerde zwerfdieren. Het voorstel is om de jaarlijkse bijdragen te halveren. Met de organisaties moet nog wel overleg gepleegd worden wat de exacte gevolgen zijn van deze halvering van de jaarlijkse bijdragen. Uitgangspunt is voor ons dat de gemeente kan blijven voldoen aan de wettelijke verplichtingen met betrekking van de opvang van zwerfdieren. De opvang van wilde dieren is wettelijk gezien geen taak van de gemeente. Deze dieren hebben geen (vermoedelijke) eigenaar (gehad) en vallen daarmee niet onder de definitie van zwerfdieren. Tot en met 2022 betaalt de gemeente ook de opvang van de gewonde wilde dieren.
Verminderen (financiële) ondersteuning burgerinitiatieven en -participatie in het beheer van openbaar groen (structurele besparing van € 19.000 vanaf 2022). Opgenomen in het coalitieakkoord 2018-2022 is dat de gemeente inwoners (stakeholders) betrekt bij inrichting, beheer en onderhoud van de leefomgeving. Burgerparticipatie is sinds 2015 een onderdeel geworden van onze werkwijze bij het vormgeven en uitvoeren van het beleid en beheer. Beleid dat de gemeente niet uitvoert voor de samenleving, maar uitvoert mét de samenleving. Voor het initiëren van participatie is een jaarbudget beschikbaar. Voorstel is om dit budget te verminderen met € 19.000. Hiermee wordt het actief initiëren en faciliteren van burgerparticipatie in het overnemen van groenonderhoud grotendeels stopgezet. Een klein deel van het oorspronkelijke budget (€ 6.000) blijft geraamd om reeds geïnitieerde werkzaamheden / participaties te kunnen blijven onderhouden.
Kadernota 2022-2025
17
Vertragen verledden van lichtmasten (structurele besparing van € 5.000 vanaf 2023) In 2019 heeft de raad ervoor gekozen de bestaande lichtmasten over de periode van 2020 tot en met 2027 te vervangen door LED-verlichting. Om hierop geld te besparen, stellen we voor dit proces vanaf 2023 iets te vertragen en dit proces niet te eindigen in 2027, maar in 2031. Daardoor vertraagt ook het terugdringen van het gebruik van energie (50% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2013) en de daarmee gepaard gaande reductie van CO2. We voldoen dan in 2031 aan het landelijk energieakkoord. Deze heroverweging heeft overigens mogelijk iets hogere onderhoudskosten tot gevolg, waardoor de structurele besparing (vooral in de laatste jaren) kan tegenvallen.
Heroverwegingen op vastgoed Exploitatie De Notenbalk verbeteren (structurele besparing van € 9.000 vanaf 2023) Bij welzijnsgebouw De Notenbalk is sprake van een structureel exploitatietekort van ca. € 9.000. Dit komt omdat de Stichting Kunst & Vriendschap geen jaarlijkse huurvergoeding voor dit gebouw betaalt op basis van een oude huurovereenkomst. Inmiddels worden gesprekken gevoerd met de hervormde school uit Opheusden om de bovenverdieping te huren en wordt nagedacht over een reële huurvergoeding voor Kunst & Vriendschap die recht doet aan het toekomstig gebruik van de benedenverdieping. Daarmee kan het structurele exploitatietekort van € 9.000 worden afgewend en kan het gebouw meer multifunctioneel worden gebruikt.
Heroverwegingen op het lokale en regionale beleid voor economie Halveren bijdrage aan Laanboompact en werkbudget voor laanboomsector (structurele besparing van € 5.000 in 2022 oplopend naar € 10.000 vanaf 2023). Jaarlijks betaalt de gemeente een bijdrage van € 10.000. Alle andere partners van het Laanboompact (gemeenten, Rabobank en TCO) betalen € 5.000. Het voorstel is om de bijdrage vanaf 2022 gelijk te trekken met de overige partners van het Laanboompact en dus te halveren. Daarnaast wordt voorgesteld het werkbudget voor de laanboomsector te halveren naar € 5.000. In dit budget zijn geen jaarlijkse vaste kosten opgenomen. Afschaffen subsidieregeling Lokaal Investeringsfonds (LIF) en verminderen werkbudget lokaal economisch beleid (structurele besparing van € 10.000 in 2022 oplopend naar € 30.000 vanaf 2023) De subsidieregeling LIF is in 2018 opgesteld en in 2019 operationeel geworden. Beoogd was een meerjarige/vierjarige subsidieregeling waarvoor een structureel budget beschikbaar is gesteld bij aanvang van de regeling. Per jaar is structureel € 20.000 beschikbaar voor projecten, op basis van minimaal 50% cofinanciering door projectaanvragers/indieners. Een externe beoordelingscommissie adviseert het college over de (indien van toepassing volgorde van) toekenning. Combinatie van een subsidie uit het LIF en het Regionaal Investeringsfonds RIF is mogelijk.
Ons college heeft in januari 2021 besloten om de looptijd van uitvoering van de LIF-regeling te verlengen tot en met het subsidiejaar 2022. In deze kadernota stellen we u voor de LIF-regeling te beëindigen. Daarnaast stellen we u voor het werkbudget voor lokaal economisch beleid (nu geraamd op €25.000 per jaar) met ingang van 2022 te verminderen met € 10.000. Dit budget wordt aan diverse activiteiten besteed rondom ondernemersdienstverlening en wordt niet elk jaar volledig besteed. Verminderen bijdrage aan Regionaal Investeringsfonds (RIF) en laten vervallen werkbudget voor regionaal economisch beleid (structurele besparing van € 29.000 vanaf 2022). We hebben op basis van het Regionaal Economisch Ambitieprogramma 2016-2020 tot en met 2020 elk jaar € 3 per inwoner bijgedragen aan het Regionaal Investeringsfonds (RIF). Dit komt uit op € 72.000, per jaar. Het RIF is een financieel instrument om de doelstellingen uit het Ambitiedocument te kunnen realiseren. In de voorgaande vier jaren ondersteunde het RIF meer dan 100 projecten verspreid over de regio. De jaarlijkse bijdrage aan het RIF van € 72.000 is structureel geraamd in onze begroting. In 2021 viel dit vrij in verband met de evaluatie van het RIF, de totstandkoming van het nieuwe Ambitiedocument 2022-2025 en de dekking van de financiële bijdrage 2021 aan het RIF vanuit Regiodealgelden.
Kadernota 2022-2025
18
Vooruitlopend op besluitvorming over het nieuwe ambitiedocument (in september in de gemeenteraden), is het voorstel van de regio om voor 2022 en verder uit te gaan van een bedrag van € 2 per inwoner voor de opvolger van het RIF, het Regionaal Stimuleringsfonds. Wij stellen uw raad voor de besparing die dat met zich meebrengt (€ 24.000 m.i.v. 2023) in deze kadernota op te nemen. Daarnaast stellen wij u voor het werkbudget voor regionaal economisch beleid (€ 4.614) te laten vervallen. Dit is een structureel jaarlijks werkbudget dat kan worden aangewend voor incidentele regionale projecten en samenwerkingen. Hieraan zitten geen structurele verplichtingen vast. Verhogen inkomsten toeristenbelasting (structureel extra inkomsten vanaf 2023 van € 50.000) Op basis van recente inzichten hebben wij de indruk dat de inning en afdracht van toeristenbelasting aangescherpt kan worden. Daarom onderzoeken wij in 2022 wat ervoor nodig is om dit te realiseren: welke afspraken met toeristische ondernemers moeten worden gemaakt, hoe kan de inning versterkt worden en wat is er nodig aan handhaving, mocht dat aan de orde zijn? Hiermee beogen we de inkomsten uit toeristenbelasting vanaf 2023 te verhogen met een bedrag van € 50.000 per jaar.