Bijlage - Jaarstukken 2021 (ontwerp)
Tekst van het document
Toelichting Dit iDit is witte tekst voor een goede uitlijning in een tabel. Dit is witte tekst voor een goede uitlijning in ee
Ontwikkelingen? Er zijn geen actuele ontwikkelingen.
Jaarstukken
68
Wat heeft het gekost? Programma: P5 WMO, Jeugdzorg en Participatiewet Begroting 2021 Bedragen x € 1.000,-
Rekening
Verschil
Voor wijziging
Na wijziging
2021
Lasten
22.668
24.045
22.431
Begr. na wijz. / Rekening -1.613
Baten
-4.161
-4.717
-4.767
-50
Exploitatieresultaat
18.507
19.328
17.664
-1.663
+= nadeel - = voordeel Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening (verschillen groter dan € 25.000 en afgerond op € 1.000) Onderstaand worden de werkelijke cijfers van 2021 vergeleken met de cijfers in de begroting na de verwerking van de bestuursrapportage najaar 2021. Op basis van de werkelijke cijfers van 2021 is er sprake van een voordeel van € 1.663.000 ten opzichte van de begroting. Dit is 8,6% ten opzichte van de begroting. Op de Wmo is een voordeel van € 429.000 Dit is 6,6% ten opzichte van de begroting. Op Jeugd is een voordeel van € 361.000. Dit is 3,7% ten opzichte van de begroting. Op de Participatiewet is een voordeel van € 873.000. Dit is 28,1% ten opzichte van de begroting. Onderstaande tabel geeft het overzicht van de geraamde en werkelijke uitgaven over 2021, gevolgd door een nadere toelichting op de grootste afwijkingen op Wmo, Jeugd en Participatiewet. Budget drie decentralisaties 2021 V = voordeel en N = nadeel t.o.v. de begroting Wet maatschappelijke ondersteuning
begroting
werkelijk
saldo
N/V
Wmo zorg
2.515
2.291
224
V
Wmo voorzieningen
2.745
2.540
205
V
Toerekening salariskosten
1.244
1.244
Saldo Wmo-budgetten Jeugd
6.504
6.075
begroting
werkelijk
429
V
saldo
N/V
Jeugdwet
7.906
7.607
299
V
Bestaande jeugdbudgetten
1.349
1.287
62
V
361
V
Toerekening salariskosten Saldo Jeugdbudgetten Participatiewet Bijstandsverlening Sociale Werkvoorziening
460
460
9.715
9.354
begroting 173
werkelijk -/-
saldo
N/V
51
224
V
1.301
1.154
147
V
Participatiebudget
544
241
303
V
Minimaregelingen
731
532
198
V
873
V
Toerekening salariskosten Saldo Participatiewet Totalen
360
360
3.109
2.236
begroting
werkelijk
saldo
N/V
Wet maatschappelijke ondersteuning
6.504
6.075
429
V
Jeugdwet
9.715
9.354
361
V
Participatiewet
3.109
2.236
873
V
Totaal
19.328
17.664
1.663
V
Jaarstukken
69
Wet maatschappelijke ondersteuning (€ 489.000 incidenteel voordeel, € 60.000 structureel nadeel) Op 20 oktober 2021 bent u in een raadsinformatiebrief (RIB-68) geïnformeerd over een herijking van de budgetten Wmo. Wij hebben een inschatting gemaakt welke budgetten voor 2021 en volgende jaren nodig zijn. Op basis daarvan zijn in de bestuursrapportage najaar 2021 de budgetten Wmo (meerjarig) herijkt. Ten opzichte van de begroting na verwerking van de bestuursrapportage najaar 2021 is onder aan de streep sprake van een voordeel van € 429.000. Er is sprake van één structureel nadeel van € 60.000. De overige afwijkingen zijn incidenteel. In onderstaande tabel en toelichting worden de afwijkingen nader verklaard. Bedrag x 1.000; V = voordeel en N = nadeel t.o.v. de begroting Regeling/voorziening
begroting
werkelijk
saldo
V/N
Noodopvang vluchtelingen COA
50
32
18
V
Preventiebudget
502
440
62
V
Cliëntondersteuning en vroeghulp Zorg in natura Zorg in natura PGB Huishoudelijke ondersteuning Wmo-voorzieningen Inkomsten uit eigen bijdragen Beschermd wonen
-/-
53
34
19
V
1.438
1.335
103
V
140
126
14
V
1.623
1.553
70
V
610
534
76
V
50
60
N
15
105
V
22
V
429
V
110 120
-/-
Overige verschillen Totaal
6.504
6.075
Noodopvang vluchtelingen COA (€ 18.000 incidenteel voordeel) Van het budget van € 50.000 dat de raad beschikbaar heeft gesteld voor de extra kosten die we als gemeente hebben gemaakt voor het traject COA noodopvang, is circa € 32.000 gebruikt. De gemaakte kosten zijn inclusief extra inhuur van externe expertise. De ambtelijke uren zijn hierin niet meegerekend. Bij het COA is het verzoek gedaan om een financiële tegemoetkoming voor de gemaakte kosten. Op dit moment is nog niet bekend of het COA ons tegemoet komt. Preventiebudget (€ 62.000 incidenteel voordeel) Op het preventiebudget is een incidenteel voordeel van € 62.000. Het voordeel is ontstaan doordat wij in de begroting voor het hele jaar rekening hebben gehouden met een praktijkondersteuner (POH) Jeugd. Uiteindelijk is de POH in het najaar daadwerkelijk gestart. Het voordeel in 2021 is dan ook incidenteel. Cliëntondersteuning en vroeghulp (€ 19.000 incidenteel voordeel) De kosten voor cliëntondersteuning worden onder andere bepaald door de vraag naar onafhankelijke cliëntondersteuning. Wanneer meer inwoners gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning stijgen de kosten ook. Onafhankelijke cliëntondersteuning is een wettelijke verplichting en heeft daarmee een open einde karakter. In 2021 is met name in het begin van het jaar (mogelijke vanwege corona) minder gebruik gemaakt van deze dienstverlening.
Zorg in natura (€ 103.000 incidenteel voordeel) en Zorg in natura PGB (€ 14.000 incidenteel voordeel) De stijging van de lasten van Zorg in natura is minder hard doorgezet dan in oktober werd verwacht. Op dit moment zien wij dit als incidenteel, omdat wij een toename zien in de aanvragen voor dagbesteding voor ouderen. Niet alleen neemt het aantal cliënten toe, maar ook het aantal cliënten dat meer dagen gebruik wil maken van dagbesteding. Ook is er een toename van de duurdere specialistische begeleiding en een toename in de problematiek rondom de GGZ-doelgroep. Dit is een landelijke trend.
Jaarstukken
70
Huishoudelijke ondersteuning (€ 70.000 incidenteel voordeel) Sinds 2019 is sprake van een toename van het aantal cliënten. Het aantal ouderen stijgt en inwoners met verschillende ondersteuningsbehoeften blijven langer zelfstandig (thuis) wonen, waarbij er een toenemend beroep op huishoudelijke ondersteuning wordt gedaan. Met de invoering van het abonnementstarief is er geen financiële drempel om huishoudelijke ondersteuning aan te vragen. Ook de druk op mantelzorgers speelt een rol in de toename van de ondersteuningsvraag. De toename in de complexiteit van de hulpvragen heeft tot gevolg dat de basis huishoudelijke ondersteuning niet voldoende is en er meer uren nodig zijn. Ten opzichte van onze meerjarenverwachting is er sprake van een voordeel. Echter, het aantal cliënten zien wij niet afnemen. Mogelijk is het voordeel een effect van de maatregelen (zoals een nieuwe Beleidsregel huishoudelijke ondersteuning en nieuwe contracten inclusief normenkader). Wanneer het voordeel een structureel karakter heeft, zal dat in 2022 duidelijk(er) worden en zal dit worden verwerkt in de tweede bestuursrapportage 2022. Wmo-voorzieningen (€ 76.000 incidenteel voordeel) Voorzieningen zijn vervoersvoorzieningen zoals een scootmobiel, woningaanpassingen zoals een traplift en rolstoelvoorzieningen.
Het incidentele voordeel heeft grotendeels betrekking op rolstoelvoorzieningen (€ 50.000) en kan worden verklaard doordat er minder (elektrische) rolstoelen zijn verstrekt dan verwacht. Ook zien we dat er steeds meer tweedehands rolstoelen (vanuit het depot) worden verstrekt. Dit betekent dat er geen aanschafkosten zijn. Wij achten het prematuur om het voordeel ten opzichte van de begroting aan te merken als structureel, omdat het niet te voorspellen is welke hulpvraag en daarmee welke kosten er in 2022 op ons afkomen. Deze onzekerheid speelt met name op woningaanpassingen en rolstoelvoorzieningen, waarbij een specifieke hulpvraag van een enkele cliënt tot grote afwijkingen kan leiden. In 2022 zullen wij de uitgaven op Wmo-voorzieningen monitoren en, indien nodig/mogelijk, in de tweede bestuursrapportage 2022 bijstellen. Inkomsten uit eigen bijdragen (€ 60.000 structureel nadeel) Met ingang van 1 januari 2020 is het abonnementstarief ingevoerd en tevens het minimabeleid, waarin is vastgesteld dat inwoners met een laag inkomen geen eigen bijdrage betalen. Omdat wij niet over inkomensgegevens (mogen) beschikken was moeilijk in te schatten wat de financiële gevolgen van het abonnementstarief en het minimabeleid zouden zijn. Ook in 2020 kregen wij hiervan nog geen goed beeld.
Onder meer doordat er bij de invoering van dit systeem het nodige is misgegaan, wat vertraging heeft gegeven op het incasseren van de eigen bijdragen door het CAK. Op basis van de informatie, die in september 2021 bij ons bekend was, hebben wij in de bestuursrapportage najaar 2021 het bedrag in de begroting reeds naar beneden laten bijstellen. Inmiddels hebben wij een (nog) beter beeld van de daadwerkelijke inkomsten die wij per jaar uit eigen bijdragen kunnen verwachten. Het nadeel bij de Jaarstukken wordt dan ook structureel geacht. Landelijk wordt er gesproken over de afschaffing van het abonnementstarief. Hierover is nog besluitvorming nodig. Financiële effecten verwachten wij daarom op zijn vroegst in 2023. Beschermd wonen (€ 105.000 incidenteel voordeel) Bij de Jaarstukken 2020 hebben wij reeds verantwoord dat wij van de gemeente Nijmegen (als centrumgemeente) middelen hebben ontvangen in aanloop naar de nieuwe financiële herverdeling van het landelijk budget in 2023. De middelen zijn bedoeld om de komende jaren te besteden aan beschermd wonen, sluitende aanpak (wijkGGZ) dak- en thuislozenprojecten, het versterken van lokale zorg- en welzijnsprojecten, schuldhulpverlening en ons lokale project 'tussenvoorziening'. Daarnaast zal er regionaal (met een bijdrage van alle gemeenten) geïnvesteerd moeten worden in voorzieningen en extra capaciteit (projectleider(s)).
Daarom zijn de middelen bij de Jaarstukken 2020 bestemd voor 2021. Om de middelen ook voor 2022 en volgende jaren beschikbaar te houden, is bij de bestuursrapportage najaar 2021 reeds een deel van het verwachte voordeel bestemd voor 2022 en wordt voorgesteld om ook het resterende voordeel van € 105.000 te bestemmen voor 2022. Het woonplaatsbeginsel én het financieel verdeelmodel is - wederom - uitgesteld tot 1 januari 2024. Hiermee valt er een gat in de (financiële) afspraken met de gemeente Nijmegen. Als centrumgemeente ontvangt Nijmegen een jaar langer het totale budget voor beschermd wonen. Als regiogemeenten zijn we in overleg met de gemeente Nijmegen hoe we in 2023 omgaan met overschotten maar ook extra kosten die de regiogemeenten maken in voorbereiding op en implementatie van de transitie. Wij verwachten u hierover in de tweede helft van 2022 meer duidelijkheid te kunnen geven.
Jaarstukken
71
Overige kleine verschillen (€ 22.000 voordeel) Behoeven geen toelichting. Jeugd (€ 320.000 incidenteel voordeel, € 115.000 structureel voordeel, € 74.000 incidenteel nadeel) Op 20 oktober 2021 bent u in een raadsinformatiebrief (RIB-68) geïnformeerd over een herijking van de budgetten Jeugd. Wij hebben een inschatting gemaakt welke budgetten voor 2021 en volgende jaren nodig zijn. Op basis daarvan zijn in de bestuursrapportage najaar 2021 de budgetten Jeugd (meerjarig) herijkt. In de brief is toegelicht dat het moeilijk is in te schatten hoe de lasten zich meerjarig zullen ontwikkelen, met name vanwege de complexiteit en de veelheid aan factoren die hierin meespelen. Ten opzichte van de begroting na verwerking van de bestuursrapportage najaar 2021 is onder aan de streep sprake van een voordeel van € 361.000 (waarvan € 115.000 wordt aangemerkt als structureel). Er is sprake van één incidenteel nadeel van € 74.000. In onderstaande tabel en toelichting worden de afwijkingen nader verklaard. Bedrag x 1.000; V = voordeel en N = nadeel t.o.v. de begroting Regeling/voorziening Zorg in natura
begroting
werkelijk
saldo
V/N
6.144
5.913
231
V
Zorg in natura PGB
150
224
74
N
Jeugdbescherming
1.152
1.035
118
V
Regionale inkoop Wmo en Jeugd
27
8
19
V
Algemene preventie
98
69
29
V
Bevorderen overige gezondheidszorg
361
331
30
V
8
V
361
V
Overige verschillen Totaal
9.715
9.354
Zorg in natura (€ 231.000 voordeel, waarvan € 115.000 structureel) en Zorg in natura PBG (€ 74.000 incidenteel nadeel) In de bestuursrapportage najaar 2021 is het budget voor zorg in natura naar beneden bijgesteld. Ten opzichte van de bestuursrapportage is wederom sprake van een voordeel op Zorg in natura. Een verklaring voor het voordeel in het najaar van 2021 is dat een aantal cliënten met kostbare jeugdzorg is uitgestroomd. In onze gemeente hadden wij een gezinshuis. Dat is gestopt. Dit heeft eind 2021 geleid tot een daling van de kosten. Vanwege het structurele karakter van de uitstroom eind 2021 merken wij de helft van het voordeel (€ 115.000) aan als structureel. Uiteraard kunnen wij nieuwe instroom van dure jeugdzorg in 2022 – en daarmee een mogelijke toename in de kosten voor zorg in natura - niet uitsluiten. We hebben diverse maatregelen doorgevoerd zoals nieuwe nadere regels, pilots jeugdhulp in de school en een praktijkondersteuner (POH) Jeugd. Met de start van de POH Jeugd in het najaar was 2021 het eerste jaar waarin alle maatregelen van kracht waren. Op dit moment is het nog te vroeg om uitspraken te doen over het (financiële) effect van de maatregelen. Bovendien zien we dat het aantal en de complexiteit van de hulpvragen (onder meer complexe gezinssituaties) toeneemt.
Het voordeel dat we nu aanmerken als structureel (€ 115.000) wordt verwerkt in de eerste bestuursrapportage 2022. In de tweede bestuursrapportage 2022 zullen wij u wederom informeren over de (financiële) effecten die wij zien. Zorg in natura PGB heeft over de jaren heen een sterk wisselend karakter. In 2021 is sprake van een nadeel ten opzichte van eerdere jaren en ten opzichte van onze meerjarenverwachting. In 2021 was sprake van kostbare jeugdzorg, die eind 2021 is uitgestroomd naar de Wet langdurige zorg (Wlz), waarvan het rijk de lasten draagt. Het nadeel merken wij daarom aan als incidenteel. Jeugdbescherming (€ 118.000 incidenteel voordeel) Uit dit budget worden de uitvoeringskosten van de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering betaald. Ook de kosten van het sociaal team en andere Jaarstukken
72
instellingen worden hieruit gefinancierd. Het voordeel is deels veroorzaakt door het opheffen van het gezinshuis (zie zorg in natura). Omdat deze kinderen uit de jeugdzorg van de GI zijn uitgestroomd, zijn hiervoor ook geen uitvoeringskosten meer in rekening gebracht. Daarnaast is het voordeel veroorzaakt door een personeelstekort binnen het sociaal team. Vacatures, die zijn ontstaan door uitstroom van personeel, zijn in 2021 niet meer ingevuld. Algemene preventie (€ 29.000 incidenteel voordeel) Als gevolg van de coronamaatregelen zijn verschillende werkzaamheden en activiteiten deels of niet doorgegaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inloop bij peuterspeelzalen, GezininFit en huisbezoeken bij kwetsbare gezinnen. Daarnaast is een deel van dit budget in 2021 en eerdere jaren onbenut gebleven. Dit is structureel afgeraamd in de heroverwegingsoperatie. Bevorderen overige gezondheidszorg (€ 30.000 incidenteel voordeel) Het incidentele voordeel wordt onder meer veroorzaakt doordat er minder AED’s dan begroot nodig bleken om te komen tot een dekkend AED-netwerk. Daarnaast is de subsidie die beschikbaar was voor de aanschaf van een AED en/of AED-buitenkast door inwoners/particulieren niet volledig benut.
Het budget voor het voorkomen van eenzaamheid is niet volledig benut, doordat activiteiten geen doorgang konden vinden vanwege de coronamaatregelen en er minder subsidie voor initiatieven tegen eenzaamheid is aangevraagd door inwoners en organisaties dan beschikbaar was gesteld. Regionale inkoop Wmo en Jeugd (€ 19.000 incidenteel voordeel) In de raadsinformatiebrief van oktober 2021 bent u geïnformeerd over de regionale inkoopstrategie Wmo en Jeugd die in 2021 is opgesteld. In de bestuursrapportage najaar 2021 zijn de geschatte kosten opgenomen voor het jaar 2021, 2022 en 2023. In 2021 is een incidenteel voordeel ontstaan doordat er, door een verschuiving in de planning, in 2021 minder is ingehuurd dan verwacht. Wij verwachten dat daardoor het proces in 2022 een versnelling nodig heeft en daarmee extra inhuur. Daarom wordt voorgesteld om dit incidentele voordeel van € 19.000 te bestemmen voor 2022. Overige kleine verschillen (€ 8.000 voordeel) Behoeven geen toelichting. Participatiewet (€ 873.000 incidenteel voordeel) Op de Participatiewet is sprake van een voordeel van € 873.000. Net als 2020 was 2021 een uitzonderlijk jaar dat werd gekenmerkt door de coronacrisis, waarvan het (financieel) effect niet te voorspellen was. Niet door het rijk, van wie wij de middelen ontvangen, en ook niet door ons.
Dit maakt het lastiger om eventuele structurele effecten/componenten te herkennen. Het voordeel dat in 2021 is ontstaan merken wij daarom vooralsnog aan als incidenteel. Wij blijven de financiële ontwikkelingen op de Participatiewet volgen. Waar het kan, zullen wij budgetten in de tweede bestuursrapportage 2022 laten bijstellen. In onderstaande tabel en toelichting worden de afwijkingen nader verklaard. Bedrag x 1.000; V = voordeel en N = nadeel t.o.v. de begroting Regeling/voorziening Inkomensvoorziening, Bijstandverlening (Bbz) en TOZO WSW
begroting 120
werkelijk -/-
saldo
V/N
98
218
V
1.301
1.154
147
V
Re-integratie- en participatievoorzieningen
416
223
193
V
Inburgering
128
17
111
V
Bijzondere Bijstand
640
454
186
V
18
V
873
V
Overige verschillen Totaal
Jaarstukken
3.109
2.236
73
Inkomensvoorziening, Bijstandverlening en TOZO (€ 218.000 incidenteel voordeel) In 2020 en 2021 heeft het rijk het macrobudget BUIG verhoogd, omdat in verband met de coronacrisis een toename werd verwacht in het aantal bijstandsgerechtigden. Deze verwachting kwam echter niet uit. Sterker nog, door de krappe arbeidsmarkt was het relatief makkelijker om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te bemiddelen. Het aantal bijstandsgerechtigden is gedaald van 247 naar 220. Het hogere BUIG-budget is daarmee in 2021 niet nodig geweest. In 2021 was daarnaast de aanspraak op de Bijstandverlening (Bbz) erg laag, doordat in de eerste drie kwartalen de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig ondernemers (TOZO) als onderdeel van het steunpakket in verband met de coronamaatregelen nog bestond. Deze TOZO kent lichtere eisen dan de gebruikelijke Bbz-regeling. Net als in 2020 viel ook de toestroom in de TOZO mee ten opzichte van landelijke verwachtingen vooraf. Overigens valt niet uit te sluiten dat er als gevolg van de coronacrisis een vertraagd nadelig effect optreedt op de arbeidsmarkt, nadat het landelijke steunpakket vervalt. Er is daarom geen zekerheid om het voordeel dat in 2021 is ontstaan, aan te merken als structureel. Daarnaast maakt de systematiek van de BUIG (t-2) dat de rijksbijdrage altijd achterloopt op de uitgaven en dat inkomsten tezijnertijd gaan dalen.
Dit maakt bijsturen op deze begrotingspost lastig. WSW (€ 147.000 incidenteel voordeel) Er is sprake van een voordeel ten aanzien van de Sociale Werkvoorziening, dat wordt verklaard door beperkte salariskosten in relatie tot de rijksbijdrage, een lager omzetverlies door corona dan werd verwacht en een nieuwe verdeelsystematiek binnen de GR Werkzaak. Een kleiner aandeel in de kosten biedt geen garantie dat de kosten in absolute zin de komende jaren gaan dalen. Dat is afhankelijk van het gelijk opgaan van natuurlijke uitstroom in Neder-Betuwe met de landelijke verwachting en het stabiel blijven van de bedrijfsvoeringskosten binnen de GR Werkzaak. In 2022 zullen wij de kosten monitoren en, indien nodig, via de tweede bestuursrapportage 2022 voorstellen om een bijstelling van het budget (Zie voor een uitgebreidere toelichting onder “Werkzaak Rivierenland”). Re-integratie- en participatievoorzieningen (€ 193.000 incidenteel voordeel) Het beschikbare re-integratiebudget is voor € 193.000 onbenut gebleven, met name door de coronacrisis. Enerzijds was de rijksbijdrage verhoogd om bijstandsgerechtigden en ondernemers te begeleiden naar ander werk, maar hiervan is nauwelijks gebruik gemaakt, omdat er vanwege het landelijke steunpakket voor ondernemers minder banen verloren gingen.
Anderzijds geeft uitvoerder gemeente Buren aan dat inzet van re-integratie-instrumenten ernstig bemoeilijkt werd door de coronamaatregelen. Bijvoorbeeld doordat groepsbijeenkomsten niet of nauwelijks mogelijk waren, maar ook doordat (vaak kwetsbare) klanten natuurlijk ook de RIVM-richtlijnen moesten volgen en zich daardoor vaker afmeldden. Inburgering (€ 111.000 incidenteel voordeel) De inwerkingtreding van de Wet Inburgering 2021 is opnieuw uitgesteld en is ingegaan op 1 januari 2022. Hierdoor zijn de activiteiten in het kader van implementatie uitgesteld en zijn de middelen die in 2021 met dit doel ontvangen zijn, niet benut. Daarnaast zijn vanwege coronamaatregelen diverse projecten ten behoeve van de “ondertussengroep” vertraagd. De uitvoering van de Wet Inburgering is per 1 januari 2022 overgeheveld naar Regio Rivierenland door middel van het aangaan van een DVO. Regio Rivierenland voert deze werkzaamheden in 2022 voor ons uit. Vluchtelingenwerk zal in de eerste drie maanden van 2022 taken afronden en overdragen op basis van de contractafspraken 2021. Voor de werkzaamheden van Regio Rivierenland en Vluchtelingenwerk is € 62.000 nodig, die kan worden gedekt door middelen van 2021 te bestemmen voor 2022. U wordt voorgesteld om € 62.000 te bestemmen voor 2022, zodat deze groep de geplande ondersteuning kan blijven ontvangen.
Bijzondere bijstand (€ 186.000 incidenteel voordeel) In 2021 is in totaal € 173.632 (niet geoormerkte) extra rijksbijdrage ontvangen in verband met de coronacrisis. Het rijk verwachtte extra aanspraak op bijzondere bijstand (coronacompensatie € 6.684) en de tijdelijke regeling TONK (€ 166.948). De landelijke verdeling lijkt gebaseerd op inwoneraantallen en niet op daadwerkelijke economische omstandigheden in de regio. In de praktijk bleek het aantal aanvragen naar aanleiding van de coronamaatregelen in Neder-Betuwe zeer beperkt. Er zijn enkele Jaarstukken
74
schrijnende casussen gesignaleerd, maar het door het rijk toegekende bedrag is bij lange na niet nodig geweest. Wij rekenen erop dat eventuele nadelige effecten op de arbeidsmarkt (zoals baanverlies en faillissementen) zich met vertraging zullen voordoen. En daarmee verwachten we een eventuele toename in aanvragen Bijzondere bijstand ook pas in 2022 en verder. Om deze toename in 2022 te kunnen opvangen, wordt u voorgesteld om € 10.000 te bestemmen voor 2022. Overige kleine verschillen (€ 18.000 voordeel) Behoeven geen toelichting.
Investeringen Programma: 5 WMO. Jeugd en Participatiewet Startjaar
Investerings Uitgaven tot Restant per bedrag x € 1000
Voortgang Beleidsmatig
Financieel
31-12-2021 31-12-2021
Geen
Jaarstukken
75
Programma 6 Onderwijs, sport en welzijn Missie Iedereen moet zich kunnen ontplooien en welbevinden De wijze waarop jonge inwoners zich ontplooien is voor ieder kind en iedere jongere verschillend. Onze ambitie is om voor deze jonge inwoners randvoorwaarden te creëren, waarbinnen zij zich optimaal kunnen ontwikkelen op hun weg naar volwassenheid. Opleiding, vrijetijdsbesteding, talentontwikkeling, zorg en ondersteuning zijn daarbij van groot belang. De kernen blijven levende gemeenschappen, waar mensen elkaar op allerlei manieren ontmoeten en bijstaan. Investeren in onderwijs, sport en cultuur draagt bij aan de sociale cohesie binnen de dorpen. Dit leidt ertoe dat de inwoners zich thuis (blijven) voelen in de (kernen van de) gemeente.
Actuele kaderstellende beleidsnota's Algemeen • Raadsvisie 2030 (2019) • Coalitieprogramma 2018–2022: ‘Samen bouwen aan ruimte voor de samenleving’ (2018) • Visie Lokaal Sociaal Beleid 2012-2020 (2012) • Beleidsnota Welzijn in Neder-Betuwe (2017) • Integrale Beleidsnota Sociaal Domein "Samen verder op de ingeslagen weg" 2021 - 2024 (2021) • Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe (2019) • Nadere regel subsidies voor vrijwilligersorganisaties (2019) • Nadere regel gebouwsubsidie voor dorpshuizen 2020 - 2022 (2020) • Strategische visie accommodatiebeleid (2010) Onderwijs/leesbevordering • Verordening Voorziening huisvesting onderwijs (2015) • Verordening leerlingenvervoer (2015), • Beleidsregels leerlingenvervoer (2020) • Subsidieregeling Kindgebonden financiering voorschoolse educatie Neder-Betuwe (2020) • Nadere regel subsidie voorschoolse educatie Neder-Betuwe (2019) • Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2019-2022 Neder-Betuwe (2019) • Beleidsregels handhaving kinderopvang Neder-Betuwe (2018) • Beleidskader toezicht en handhaving kinderopvang Neder-Betuwe 2018 (2018) • Integraal Huisvestingsplan onderwijs (2019) • Uitvoeringsplan IHP financieel (2021) • Convenant uitvoering bibliotheekwerk 2019 t/m 2022 "Samen maken we de bieb" (2018) • Subsidieverordening Basisbibliotheek Neder-Betuwe (2007) • Statuten "Stichting Fluvium Openbaar Onderwijs" (2018) • Nadere
regel subsidie kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie Neder-Betuwe (2019) Sport • • • • •
Project combinatiefuncties/buurtsportcoaches (2012) en uitvoeringskader buurtsportcoaches/cultuurcoaches (2016) Sport en Beweeg visie Neder-Betuwe 2019-2030 (2019) Monitor Neder-Betuwe Bloeit! 2019-2024 (2020) Nadere regel projectsubsidie sportstimulering 2019-2022 (2019) Beheerplan onderhoud sportvelden 2016-2025 (2019), Beheerplan duurzaam meerjarenonderhoud gemeentelijke gebouwen 2018-2021 (2017)
Thema's Jaarstukken
76
6.1 Leefbaarheid Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Een doelmatig accommodatiebeleid dat aansluit op de behoeften van inwoners en maatschappelijke partijen. Accommodaties moeten zelfvoorzienend zijn • De dorpshuizen in overleg met hun besturen toekomstbestendig houden door: het vervolgen van de jaarlijkse bijeenkomst met de dorpshuizen; - ondersteuning van de besturen bij hun exploitatie met advies, kennisuitwisseling en onderlinge samenwerking; - een subsidieregeling voor onderhoud en verbetering voor dorpshuizen. Besturen kunnen een bijdrage krijgen voor onderhoud, • duurzaamheidsmaatregelen en het verbeteren van de toegankelijkheid als zij daarvoor zelf geen dekking hebben. De regeling is tijdelijk tot aan 2022. • Een plan van aanpak integraal accommodatiebeleid per kern opstellen. We starten met een tweetal kernen voor een verbetering van de leefbaarheid en burgerparticipatie. De briefkaartenopbrengst van de omgevingsvisie geeft hiervoor richting. • Het accommodatiebeleid Dodewaard/herontwikkeling De Eng krijgt steeds meer vorm: een werkgroep van bewoners en de gemeente stelt een plan voor een nieuwe dorpshuisfunctie/MFC op. In 2021 wordt een voorstel aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming. Met de werkgroep is afgesproken dat in fase A wordt gewerkt aan een inhoudelijk plan inclusief 0exploitatie.
In fase B wordt dit plan concreet uitgewerkt in een te realiseren bouwplan. Resultaat/tijd Middelen
Toelichting Het traject ‘accommodatiebeleid in relatie tot leefbaarheid’ kon in 2021 niet worden uitgevoerd, vanwege de coronamaatregelen. De start en de uitvoering vragen om fysieke aanwezigheid. Ten opzichte van de begroting is er sprake van financiële afwijkingen op het taakveld Culturele presentatie, -productie en –participatie, die nader worden verklaard onder 'Wat heeft het gekost?'.
Ontwikkelingen? Dorpshuisfunctie / MFA Dodewaard Bij de realisatie van de multifunctionele accommodatie (MFA) zijn in 2021 beide basisscholen aangesloten. De gemeente heeft bij de uitwerking van dit project in fase B een regisserende rol. Fase B levert een plan en een Programma van Eisen op die in 2022 aan de raad worden aangeboden.
6.2 Huisvestingsplan scholen
Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Adequaat aanbod van onderwijs zo dicht mogelijk bij onze kinderen • Mogelijkheden verkennen voor (integrale) kindcentra. • Uitwerken duurzaamheids- en gezondheidsmaatregelen schoolgebouwen inclusief mogelijkheden voor financiering en subsidie. • Conform raadsbesluit september 2020 worden de voorgestelde huisvestingsscenario’s uitgewerkt in het uitvoeringsplan IHP en vervolgens voortvarend opgepakt. Het betreft de volgende scenario’s: renovatie Hervormde School, nieuwbouw VCOG-school in Kesteren, vervangende nieuwbouw/renovatie De Hien en De Bellefleur, uitbreiding Pantarijn en De Wegwijzer en meewerken aan het huisvesten van een VCOG-school in Dodewaard. • Resultaat/tijd Middelen Toelichting Er is sprake van financiele afwijkingen, die voornamelijk worden veroorzaakt door incidentele uitgaven om het schoolgebouw aan de Tollenhof 1 weer - tijdelijk - geschikt te maken voor het onderwijs in Kesteren. Verder wordt verwezen naar de verklaring onder "Wat heeft het gekost?".
Jaarstukken
77
Ontwikkelingen? Dorpshuisfunctie / MFA Dodewaard Zie thema 6.1 Leefbaarheid.
6.3 Subsidies
Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Kernactiviteiten van verenigingen en maatschappelijke organisaties moeten zelfvoorzienend zijn • Flexibiliteit bij het subsidie-instrument: uitvoering van bestaand beleid met meer inzet op resultaten. Vrijwilligersorganisaties krijgen een bijdrage voor de activiteitenkosten. Resultaat/tijd Middelen
Toelichting Zie voor toelichting onderdeel "wat heeft het gekost" programma 6 Taakveld 5.3 Culturele presentatie, -productie en –participatie
Ontwikkelingen? Er zijn geen actuele ontwikkelingen.
6.4 Sport en beweeg voorzieningen
Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Afname Sociaal-economische Gezondheidsverschillen en bevorderen sociale omgang • Uitrollen van de pilot Vitaal sportpark Dodewaard conform startnotitie. We beogen een vitaal sportpark door samenwerking van sportverenigingen zodat er op sportpark De Eng meer gebruik en meer variëteit in activiteiten komt. Langetermijnvisie ontwikkelen met betrekking tot sport en bewegen • Begeleiding sportclubs bij subsidieaanvragen uit bovenregionale fondsen in samenwerking met de sportkoepel in het kader van Open Sportclub of Vitaal Sportpark. • Continueren van de inzet van buurtsportcoaches. • Ondersteuning accommodaties sportclubs door garant te staan voor leningen en door het verstrekken van SVn duurzaamheidsleningen. • Afronden plan van aanpak langetermijnvisie sport- en beweegvoorzieningen, die inzicht geeft in de grenzen aan de verantwoordelijkheid van de gemeente op het gebied van bewegen en sport (accommodaties). Daarbij worden het landelijke sportakkoord en de harmonisatie van de huurtarieven/onderhoudsbijdrage (nieuwe subsidiesystematiek) betrokken. • De rijksoverheid wil sport en bewegen stimuleren door de samenwerking van alle betrokken partijen (lokaal en regionaal) te bevorderen. Ook Neder-Betuwe heeft daartoe een intentieverklaring (voor een lokaal Sportakkoord) getekend.
Sportverenigingen beschikken over voldoende velden, zodat leden kunnen trainen c.q. bewegen en kunnen deelnemen aan de voetbal- en/of korfbalcompetitie • De uitdaging om op sportpark De Leede in Kesteren een extra sportveld te realiseren, is uitgewerkt in verschillende ontwerpen. Er zijn scenario's uitgewerkt, die een derde voetbalveld mogelijk kunnen maken, inclusief een stappenplan voor de herinrichting. In 2021 wordt een voorstel aangeboden aan de raad. Vanaf 2022 is gereserveerd budget ook beschikbaar voor de uitvoering.
Jaarstukken
78
Resultaat/tijd Middelen
Toelichting In de Bestuursrapportage najaar 2021 is reeds gemeld dat de activiteiten op het Vitaal sportpark onder leiding van de sportparkbegeleider en verenigingsondersteuner een boost hebben gekregen na de zomervakantie. Er zijn sindsdien allerlei activiteiten georganiseerd in samenwerking met lokale partners, waarmee het Vitaal Sportpark meer en meer vorm krijgt. Begeleiding van sportclubs bij subsidieaanvragen uit bovenregionale fondsen is niet aan de orde geweest in 2021. In 2021 waren geen verzoeken van verenigingen voor een SVn Duurzaamheidslening. Het plan van aanpak langetermijnvisie was in 2021 ondergeschikt aan corona-ondersteuning en actuele vragen en taken vanuit de dagelijkse praktijk. De herinrichting van sportpark De Leede vordert: een ontwerp voor de herinrichting is gereed. Een raming wordt voorbereid, waarbij rekening wordt gehouden met vervuilde ondergronden en huidige eisen voor aanleg. Ten opzichte van de begroting is er sprake van een financiële afwijking, onder meer op bevordering sportdeelname en op de sportaccommodaties. Zie voor een nadere verklaring 'Wat heeft het gekost?'.
Ontwikkelingen? Het lokale Sportakkoord is onder de naam Lokaal Akkoord Neder-Betuwe Bloeit! uitgebreid met lokale doelstellingen en ambities uit het Nationaal Preventieakkoord. Dit heeft geleid tot een Breed Leefstijlakkoord: een samenvoeging van het lokale Sportakkoord en het lokale Preventieakkoord van Neder-Betuwe. Hiermee wordt uiting gegeven aan onze visie dat sport, bewegen, preventie en een gezonde leefstijl nauw met elkaar verbonden zijn. Sinds april 2021 werken de buurtsportcoaches onder de naam ‘Samen in beweging!’.
6.5 Laaggeletterdheid
Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Terugdringen laaggeletterdheid • Bespreekbaar maken van laaggeletterdheid door voorlichting te geven en er aandacht aan te besteden via bijvoorbeeld de gemeentelijke communicatiekanalen. • De dienstverlening van de Bibliotheek Rivierenland gebruiken om kinderen en volwassenen te bereiken en zo de kans op laaggeletterdheid te verkleinen. • In de Week van Lezen en Schrijven (voorheen Week van de Alfabetisering) extra aandacht besteden aan laaggeletterdheid en de aanpak ervan. • Promoten van de locaties waar mensen terecht kunnen om hun taal-, reken- en/of computervaardigheid te verbeteren. Meer samenhang creëren en wellicht meer locaties/activiteiten realiseren. Resultaat/tijd Middelen
Toelichting l. Dit is witte tekst voor een goede uitlijning in een tabel.
Ontwikkelingen? Lokaal uitvoering geven aan de regionale vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024 Het bereiken van meer deelnemers en daarvan ook meer uit de NT1-doelgroep (inwoners met Nederlands als moedertaal) is een doel uit de regionale vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024. Het regionale jaarplan laaggeletterdheid, waarin het thema geld centraal stond, is vertaald naar een lokaal plan van aanpak. Eén van de doelen, die hierin stond, is het openen van een tweede leerpunt in Neder-Betuwe, met specifieke aandacht voor het bereiken van de NT1-doelgroep. Eind 2021 zijn de voorbereiding getroffen om in 2022 te kunnen starten met dit leerpunt. Verder is in de Bestuursrapportage najaar 2021 reeds gemeld dat wij deelnemen aan het Taalakkoord Rivierenland 2021-2024. Jaarstukken
79
6.6 Onderwijs Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Vormgeven aan lokaal onderwijs- en jeugdbeleid via de Lokale Educatieve Agenda (LEA) • Met het onderwijs en de kinderopvang in de LEA samenwerken aan gezamenlijke thema’s zoals het bestrijden van onderwijsachterstanden, passend onderwijs, leerplicht en voortijdig schoolverlaten, voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en aansluiting van jeugdhulp op onderwijs. Resultaat/tijd Middelen
Toelichting Dit is witte tekst voor een goede uitlijning in een tabel. Dit is witte tekst . tlijning in een tabel. Dit is witte e tekst voor een goede uitlijning in een tabel.
Ontwikkelingen? Nationaal Programma Onderwijs In de Bestuursrapportage najaar 2021 bent u reeds geïnformeerd over het Nationaal Programma Onderwijs, waarin gemeenten en het onderwijs middelen vanuit het rijk ontvangen om mogelijke onderwijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie. Meer informatie staat onder thema 5.6 Jeugdzorg. Pilots jeugdhulp in de school Deze ontwikkeling wordt nader toegelicht onder thema 5.6 Jeugdzorg.
6.7 Voor- en vroegschoolse Educatie
Wat wilden we bereiken en wat zouden we daarvoor doen? Alle peuters hebben toegang tot voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en zijn voorbereid op het basisonderwijs • Afspraken maken met de kindercentra en de basisscholen over de resultaten van VVE, overdracht van peuteropvang naar basisschool, doorgaande leerlijnen en ouderbetrokkenheid. • Met voorschoolse educatie de ontwikkeling van peuters stimuleren op meerdere gebieden zoals taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. • Ouders stimuleren om gebruik te maken van het aanbod van voorschoolse educatie voor hun kind door informatieverstrekking en advisering vanuit het consultatiebureau en door het organiseren van themagerichte voorlichtingsbijeenkomsten door de kinderopvangaanbieders. Resultaat/tijd Middelen
Toelichting Ten opzichte van de begroting is er sprake van een incidenteel voordeel dat nader wordt verklaard onder 'Wat heeft het gekost?'. Dit budget wordt gedeeltelijk bekostigd vanuit rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en gedeeltelijk vanuit algemene middelen. In 2021 hebben wij alle kosten kunnen dekken vanuit de OAB-middelen, waardoor de algemene middelen vrijvallen.
Ontwikkelingen? In de Bestuursrapportage najaar 2021 is reeds gemeld dat Bibliotheek Rivierenland in het kader van taalontwikkeling en leesbevordering in Neder-Betuwe is gestart met het project ‘Gezinsaanpak’. Ook is in de bestuursrapportage gemeld dat er enkele projecten in ontwikkeling zijn voor een nauwere samenwerking tussen de kinderopvang en het basisonderwijs.
Overige ontwikkelingen
Er zijn verder geen actuele ontwikkelingen binnen dit programma.
Jaarstukken
80
Beleidsindicatoren Naam Indicator:
Eenheid:
Absoluut verzuim (leerlingen 5 - 18 jaar)
aantal per Ingrado 1.000 leerlingen
Relatief verzuim (leerlingen 5 - 18 jaar)
Bron:
aantal per Ingrado 1.000 leerlingen
Voortijdig percentage schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers) Niet sporters (vanaf 19 jaar)
percentage RIVM
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
NB
0,00
4,10
2,50
2,30
3,00
3,70
L
0,00
1,80
1,80
1,90
2,40
2,70
NB
23,00
20,00
12,00
11,00
7,00
L
29,00
27,00
27,00
23,00
26,00
NB
1,70
1,20
1,40
1,10
1,40
0,80
L
1,70
1,70
1,80
1,90
2,00
1,70
NB
63,00
62,80
L
48,70
49,30
NB = Neder-Betuwe L = Landelijk
Jaarstukken
81
Wat heeft het gekost? Programma: P6 Onderwijs, Sport en Welzijn Begroting 2021 Bedragen x € 1.000,-
Rekening
Verschil
Voor wijziging
Na wijziging
2021
Lasten
5.757
7.149
6.624
Begr. na wijz. / Rekening -525
Baten
-1.472
-2.779
-2.303
475
Exploitatieresultaat
4.285
4.370
4.321
-49
+= nadeel - = voordeel Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening (verschillen groter dan € 25.000 en afgerond op € 1.000) Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting (incidenteel nadeel € 38.000) Binnen dit taakveld is sprake van diverse budgetafwijkingen die onder aan de streep resulteren in een incidenteel nadeel van € 38.000 dat onderstaand wordt toegelicht. Er is een incidenteel voordeel van € 26.000 op gemeentelijke belastingen en waterschapslasten. Deze lasten lagen ruim 18,5% lager dan begroot. In 2022 zal de raming worden aangepast aan het verwachte benodigde bedrag. Er is een incidenteel nadeel van ruim € 85.000 op het oude schoolgebouw aan de Tollenhof in Kesteren. Met ingang van 2021 heeft dit gebouw een functie gekregen als tijdelijk schoolgebouw om een tekort aan onderwijsruimten weg te nemen voor drie scholen (basisschool De Wegwijzer, basisschool Seba school en VO instelling Pantarijn). In tegenstelling tot de verwachting dat de drie scholen pas in het schooljaar 2022/2023 alle schoollokalen zouden claimen, vond dit door een lokalentekort al in het schooljaar 2021/2022 plaats. Dit vroeg om versnelde en onvoorziene maatregelen om het inmiddels afgeschreven gebouw weer geschikt te maken voor gebruik conform de huidige maatstaven voor gebruik en veiligheid. In een raadsinformatiebrief van 23 augustus 2021 (RIB50) bent u hierover geïnformeerd.
Volgens het principe sober en doelmatig zijn meerjarig beperkte budgetten beschikbaar. Wij hadden de verwachting dat de budgetten krap maar mogelijk toereikend zouden zijn. Helaas hebben onvoorziene maatregelen (onder meer in de nazorg) zowel op projectmatige zaken als de reguliere exploitatie en stijgende prijzen van diensten en materialen geleid tot dit incidenteel nadeel. Er is een incidenteel voordeel van € 23.000, ook op het oude schoolgebouw aan de Tollenhof, waardoor bovengenoemd incidenteel nadeel deels wordt gedrukt. Het incidentele voordeel betreft verhoogde inkomsten uit de versnelde verhuur van lokalen en het gebruik van de gymzaal. Tot slot tellen overige kleine verschillen op dit taakveld op tot een incidenteel nadeel van € 2.000. Deze behoeven geen toelichting. Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken (incidenteel voordeel € 69.000) Binnen dit taakveld is sprake van een incidenteel voordeel van € 69.000 als resultaat van een incidenteel voordeel op Peuteropvang en VVE en een incidenteel nadeel op overige kleine verschillen. Op Peuteropvang en VVE is een incidenteel voordeel van € 84.000. Dit budget wordt gedeeltelijk bekostigd vanuit rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en gedeeltelijk vanuit algemene middelen.
In 2021 hebben wij alle kosten (€ 465.359) kunnen dekken vanuit de OABmiddelen (€ 740.531 in 2021), waardoor de algemene middelen vrijvallen. De OAB-middelen die in een jaar overblijven (€ 275.171), worden op de balans gereserveerd in derdengelden, voor uitgaven in 2022 of terugbetaling aan het rijk . Overige kleine verschillen op dit taakveld tellen op tot een incidenteel nadeel van € 15.000 en behoeven geen toelichting.
Jaarstukken
82
Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering (incidenteel voordeel € 15.000) Binnen dit taakveld is sprake van diverse budgetafwijkingen die onder aan de streep resulteren in een incidenteel voordeel van € 15.000 dat onderstaand wordt toegelicht. Er is een incidenteel voordeel van € 10.000 op Bevordering sportdeelname en een incidenteel voordeel van € 26.000 op Combinatiefuncties. Deze voordelen zijn met name ontstaan doordat een aantal activiteiten en events en projecten onder uitvoering van de buurtsportcoaches geen doorgang konden vinden als gevolg van de coronamaatregelen en doordat er dit jaar geen scholing en/of cursussen zijn bekostigd voor de buurtsportcoaches. Er is een incidenteel nadeel van € 21.000 op de subsidieregeling Specifieke uitkering stimulering sport. Onze aanvraag voor 2021 is niet volledig toegekend. Op basis van de beschikking ontvangen gemeenten voor 2021 een compensatie van 76,94% in plaats van 100% die is aangevraagd (nadeel € 11.491). Daarnaast is er in werkelijkheid in 2021 minder uitgegeven dan bij de aanvraag gedacht. Dit geeft een nadeel aan de batenkant op de compensatie (€ 9.713). Naast bovengenoemde budgetafwijkingen is er een budgetafwijking met een budgettair neutrale uitwerking. Op Bevordering sportdeelname is een overschot van € 65.000 op de besteding van de ontvangen Specifieke uitkering Sportakkoord.
De specifieke uitkering bedroeg in 2021 € 85.142,30, waarvan € 19.946,67 in 2021 is benut. Vanuit het ministerie is de mogelijkheid geboden om het onbenutte deel van deze specifieke uitkering in 2022 te besteden aan het sportakkoord en gezonde leefstijlinterventies als specifieke doelen. Dit bedrag wordt op de balans gereserveerd in derdengelden. Taakveld 5.2 Sportaccommodaties (incidenteel nadeel € 45.000) Binnen dit taakveld is sprake van diverse budgetafwijkingen die onder aan de streep resulteren in een incidenteel nadeel van € 45.000 dat onderstaand wordt toegelicht. Er is een incidenteel nadeel van € 80.000 op de inkomsten van verhuur gemeentelijke gebouwen en bijdrage energielasten, binnen- en buitensportvoorzieningen. Dit zijn de gederfde inkomsten als gevolg van verminderd gebruik en/of sluiting vanwege coronamaatregelen. Er is een incidenteel voordeel van € 38.000, waarmee bovenstaand nadeel deels wordt opgevangen. Voor de derving van de vaste verhuur hebben wij aanspraak kunnen doen op de regeling Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties (TVS) 2021. Er is een incidenteel nadeel van € 8.000 op de subsidieregeling Specifieke uitkering stimulering sport. Onze aanvraag voor 2021 is niet volledig toegekend. Op basis van de beschikking ontvangen gemeenten voor 2021 een compensatie van 76,94% in plaats van 100% die is aangevraagd (€ 6.381 nadeel).
Daarnaast is er in werkelijkheid in 2021 minder uitgegeven dan bij de aanvraag gedacht. Dit geeft een nadeel aan de batenkant op de compensatie (€ 20.059). Tot slot hebben wij de definitieve beschikking over 2020 ontvangen, waarbij er alsnog een toekenning van 100% compensatie over 2020 heeft plaatsgevonden (€ 18.785 voordeel). Tot slot tellen overige kleine verschillen op dit taakveld op tot een incidenteel voordeel van € 5.000. Deze behoeven geen toelichting. Taakveld 5.3 Culturele presentatie, -productie en –participatie (incidenteel voordeel € 49.000 in 2021 en incidenteel voordeel € 26.000 in 2022) Binnen dit taakveld is sprake van diverse budgetafwijkingen die onder aan de streep resulteren in een incidenteel voordeel van € 49.000 in 2021 en een incidenteel voordeel in 2022. Er is een incidenteel voordeel van circa € 99.000 op Overige subsidies sociaal domein. In het algemeen geldt dat er in 2021 minder aanvragen voor activiteitensubsidie zijn gedaan. Daarnaast bestaat dit incidentele voordeel op subsidies hoofdzakelijk uit extra middelen compensatie corona die wij in de septembercirculaire 2021 hebben ontvangen voor lokale cultuur corona steun en Jaarstukken
83
buurt- en dorpshuizen corona steun. Voor de instandhouding van onze culturele infrastructuur wordt op dit moment een nadere regel opgesteld, waarvoor de uitgaven in 2022 zullen plaatsvinden. In de bestuursrapportage najaar 2021 hebben wij hiervoor reeds middelen laten bestemmen, die wij hebben ontvangen in de decembercirculaire 2020. Vanuit de extra middelen die wij in de septembercirculaire 2021 hebben ontvangen, willen wij aanvullend een bedrag laten bestemmen, zodat wij ook onze dorpshuizen de financiële steun kunnen geven die zij nodig hebben. Daarom wordt voorgesteld om een bedrag van € 9.474 te bestemmen voor 2022. In de decembercirculaire 2021 hebben wij nog eens € 43.097 ontvangen, waarover de raad is geïnformeerd in RIB-10 over de decembercirculaire 2021. Deze middelen staan verantwoord onder programma Algemene Dekkingsmiddelen taakveld 0-7 algemene uitkering gemeentefonds. Mocht er in de loop van 2022 wederom behoefte ontstaan aan coronacompensatie voor de culturele infrastructuur of dorpshuizen, dan zullen wij hiervoor opnieuw een nadere regel opstellen en hiervoor de benodigde middelen aanvragen. Er is een incidenteel nadeel van € 26.000 op inhuur personeel derden. Uit voorzorg zijn in de bestuursrapportage najaar 2021 middelen naar 2022 doorgeschoven ten behoeve van fase B van het project MFA in Dodewaard.
Het vlot verlopen van het proces in de laatste maanden van 2021 heeft voor uitgaven voor advies en externe expertise in 2021 gezorgd. Omdat de uitgaven nu gedeeltelijk al in 2021 zijn gedaan resulteert dit in een nadeel voor 2021. En omdat deze uitgaven al in 2021 zijn gedaan kan een deel van het doorgeschoven budget 2021 naar 2022 incidenteel vrijvallen (in de eerste bestuursrapportage 2022). Dit resulteert in een incidenteel voordeel voor 2022 van € 26.000. Er is een incidenteel nadeel van € 12.000 op gebouwenbeheer, omdat we een aantal kosten hebben gemaakt, die niet waren begroot, te weten: advies- en inspectiekosten ten behoeve van het Beheerplan duurzaam meerjarig onderhoud gemeentelijke gebouwen 2022-2025, de implementatie van de norm NEN 3140 voor beheer en onderhoud aan elektrische installaties en ventilatieproblematiek in relatie tot Covid-19. Ook is een beperkte investering gedaan in Verenigingshal De Eng in Dodewaard, zodat deze vanaf september kan worden gebruikt door het ‘Huis van Dodewaard’. Er is een incidenteel nadeel van € 21.000 op verhuur gemeentelijke gebouwen. Dit is de gederfde huur als gevolg van verminderd gebruik en/of sluiting vanwege coronamaatregelen. Tot slot tellen overige kleine verschillen op dit taakveld op tot een incidenteel voordeel van € 9.000. Deze behoeven geen toelichting.
Overige taakvelden kleine verschillen € 1.000 nadeel behoeven geen toelichting.
Jaarstukken
84
Investeringen Programma: 6 Onderwijs, Sport en Welzijn Startjaar
Inv zonnepaneel de Eng
2018
Investerings
Uitgaven tot
Restant per
bedrag x € 1000
31-12-2021
31-12-2021
17
Voortgang Beleidsmatig
Financieel
17
In het kader van een nieuw te vormen MFA is in overleg met portefeuillehouder besloten om terughoudend te zijn met grootschalige investeringen, zoals het uitbreiden van het aantal zonnepanelen op de dakvlakken van sporthal De Eng. Derhalve zowel financieel als beleidsmatig nog in afwachting van eventuele vervolgstappen. Inv zonnepaneel sportzaal de Linie 2018 17 17 afsluiten Vanwege gestaakte ambities m.b.t. het plaatsen van een warmtepomp op basis van tegenvallende pilotresultaten bij gymzaal Echteld en sporthal De Leede is vooralsnog afgezien van het plaatsen van aanvullende zonnepanelen, omdat de noodzaak niet direct aanwezig is. Indien in de toekomst het plaatsen van aanvullende zonnepanelen aan de orde komt dan zal tzt er een nieuwe krediet voor aangevraagd worden. INV Lucht/water warmtepomp De Leede
2019
53
50
2
afgesloten 2020
Renovatie de Snellenburg 20182020
20182020
151
123
28
afsluiten
groot onderhoud de Dijkkwetters PV/WP
20182020
88
88
afsluiten
Momenteel wordt het gebouw tijdelijk gebruikt door de bibliotheek totdat deze gehuisvest kan worden in de nieuw te vormen MFA.Daarna zal de vraag beantwoord moeten worden of het gebouw voor herbestemming, afstoting of sloop in aanmerking komt. Dit vormt de aanleiding dat terughoudend wordt omgegaan met grootschalige investeringen. IN 2021 geen uitgaven geweest. Krediet kan worden afgesloten. Accommodatiebeleid Dodewaard / Herontwikkeling De Eng
2019
550
550
De investering voor deze herontwikkeling loopt; verzoek van de raad om deze ontwikkeling te combineren met bouw 2 basisischolen erbij, zorgt voor vertraging van de eerdere planning. Medio 2022 volgt het PVE met budgetvoorstel, volgen in 2023-2024 de eerste investeringen. Resultaat is niet gewijzigd, maar project heeft wel vertraging. Vernieuwbouw/uitbreiding Hervormde school Opheusden
2019
1.145
668
477
Integraal huisvestingsplan met betrekking tot scholen (IHP) 2019 1.255 79 1.176 In 2021 is gestart met het project vervangende nieuwbouw van de basischolen De Hien en De Bellefleur in Dodewaard als onderdeel van de MFA "De Eng". Een externe partij is gestart met het opstellen van de programma's van eisen. Hiervoor zijn in 2021 uitgaven gedaan. Het resternde beschikbare krediet zal als volgt worden ingezet, o.b.v. uitvoeringsplan IHP, vastgesteld door uw gemeenteraad op 24 september 2020: •€ 280.000 als voorbereidingskrediet voor de uitbreiding van het Pantarijn. In de raad van juli 2022 zal het definitieve krediet worden aangevraagd; •€ 437.000 als voorbereidingskrediet voor de vervangende nieuwbouw van De Hien en De Bellefleur. In de raad van juli 2022 zal het definitieve krediet worden aangevraagd; •€ 40.000 voor het laten uitbrengen van maatwerkadviezen in het kader van duurzame schoolgebouwen. Inmiddels is de opdracht verstrekt voor het laten opstellen van deze maatwerkadviezen; •€ 421.000 als voorbereidingskrediet voor de nieuwbouw van de VCOG-school in Kesteren. Naar verwachting zal medio 2023 het definitieve krediet worden aangevraagd. Naar verwachting wordt in mei 2022 goedkeuring ontvangen van het ministerie voor deze nieuwe school; •€ 15.000 voor een verkennend onderzoek naar de herinrichting van een voorzieningencluster in Kesteren.
Dit onderzoek zal medio 2022 plaatsvinden. Stimulering maatschappelijk rendement
2019
500
500
Renovatie sportvelden SVK 2021
2021
60
60
Renovatie sportvelden SVK 2022 Renovatie sportvelden Dodewaard
2022
175
175
2024
60
60
Renovatie sportvelden Echteld
2024
60
60
Renovatie sportvelden SVK 2025 Extra veld Voetbalvereniging Kesteren
2025
10
10
2022
350
2
348
4.490
923
3.567
Toekomstige investeringen:
Totaal investeringsbedragen
Jaarstukken
85
Mutaties in reserves Programma:
Onderwijs, Sport en Welzijn Begroting 2021
Bedragen x € 1.000,-
Reserve
Voor wijziging
Na wijziging
Rekening
Verschil
2021
Begr. na wijz. / Rekening
Huisvesting van Lod. coll
Toevoegingen
0
0
0
0
Onttrekkingen
-196
-196
-196
0
Totaal
-196
-196
-196
0
+= nadeel - = voordeel
Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening (verschillen groter dan € 25.000 en afgerond op € 1.000) Er is in Programma 6 Onderwijs, Sport en Welzijn geen verschil ontstaan in de mutaties in de reserve. Een toelichting is niet nodig.
Jaarstukken
86
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien Algemeen Van het onderdeel algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting (VPB) en onvoorzien wijkt de opbouw af van die van de beleidsprogramma’s. Dit onderdeel telt financieel wel mee voor de begroting en jaarrekening.
Algemene dekkingsmiddelen Van het onderdeel algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting (VPB) en onvoorzien wijkt de opbouw af van die van de beleidsprogramma’s. Het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen, Overhead, VPB en onvoorzien is wel onderdeel van het totale Programmaplan. De omvang van de algemene dekkingsmiddelen en de toelichting daarop worden in dit hoofdstuk gepresenteerd. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen, die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld specifieke uitkeringen vanuit de rijksoverheid of de rioolheffing, waar ontvangsten en uitgaven direct aan elkaar zijn gekoppeld. De volgende algemene dekkingsmiddelen zijn te onderscheiden: • de algemene uitkering uit het Gemeentefonds; • de lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; • beleggingen, deelnemingen en financieringsfunctie; • verhuur en diensten van derden (het beheer van activa, die voor de openbare dienst bestemd zijn). Deze inkomsten zijn vrij besteedbaar en om die reden niet rechtstreeks aan een programma toe te rekenen.
Jaarstukken
87
Het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen Overzicht van Algemene Dekkingsmiddelen 2021 Begroting 2021 Bedragen x € 1.000,-
Rekening
Voor wijziging
Na wijziging
2021
Lasten 0-5
Treasury
146
-46
-75
0-61
OZB woningen
286
287
271
0-62
OZB niet-woningen
57
58
58
0-64
Belastingen overig
77
78
77
0-7
Alg.uitkeringen en ov. uitkeringen GF Overige baten en lasten
200 767
377
332
0-8 Totaal Lasten
Baten Lokale heffingen (waarvan besteding niet gebonden is) 0-61
OZB woningen
-3.424
-3.524
-3.529
0-62
OZB niet-woningen
-1.520
-1.580
-1.603
0-64
Belastingen overig
-1.721
-1.724
-1.725
-6.666
-6.829
-6.857
-33.710
-36.421
-37.259
-33.710
-36.421
-37.259
-51
-51
-46
-729
-729
-51
-779
-775
Totaal Baten
-40.427
-44.030
-44.891
Totaal Lasten en Baten
-39.660
-43.653
-44.559
Totaal Algemene uitkering 0-7
Alg.uitkeringen en ov. uitkeringen GF
Totaal Baten 0-5
Treasury
0-8
Overige baten en lasten
Totaal
Het bedrag van de gerealiseerde kosten van de overhead Veel van onze werkzaamheden zijn gericht op onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. Om dat adequaat en efficiënt te kunnen doen moet de interne dienstverlening en bedrijfsvoering binnen onze ambtelijke organisatie goed op orde zijn. Daar waar nodig nemen we maatregelen om de interne dienstverlening te verbeteren. Een belangrijk kenmerk voor het onderdeel Bedrijfsvoering is haar ondersteunende taak binnen de gemeentelijke organisatie. De definitie van overhead formuleren we als volgt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van de overhead zijn conform de Notitie Overhead verdeeld in elf categorieën. Voor elk van deze categorieën is in het onderstaande schema de raming en realisatie weergegeven. Vervolgens geven we aan waar we de kosten voor de overhead aan toegerekend zijn.
Jaarstukken
88
In totaliteit bedroeg de overhead in 2021 € 7.147.186, dit is € 615.211 minder dan begroot voor 2021. Voor de verantwoording van dit verschil verwijzen wij u naar de analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening onder Algemene Dekkingsmiddelen (taakveld overhead € 654.000 voordeel) en Programma 3 Fysieke leefomgeving (taakveld ruimtelijke ordening en grondexploitatie € 39.000 nadeel), opgenomen onder de 3W-vraag “wat heeft het gekost”.
Het bedrag voor heffing van de vennootschapsbelasting In Nederland zijn overheidsondernemingen sinds 2016 belastingplichtig voor de Nederlandse vennootschapsbelasting. Uit jaarlijkse inventarisaties van de activiteiten binnen de reguliere exploitatie blijken geen VPB-plichtige (clusters van) activiteiten aanwezig te zijn. De inventarisatie wordt gebaseerd op de laatst vastgestelde jaarrekeningen. Daar waar binnen bepaalde clusters van activiteiten overschotten worden behaald, wordt niet voldaan aan de criteria voor toetreding tot VPBondernemerschap. De criteria om als ondernemer te kwalificeren, zijn: - een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; - en deelname aan het economisch verkeer; - en een winstoogmerk/structurele overschotten. Met name vanwege de laatste twee criteria vallen de meeste activiteiten binnen de gemeentelijke exploitatie buiten de VPB-plicht. Uitzondering hierop zijn de bouwgronden in exploitatie (BIE GREXEN). Bij de VPB-vraag of er sprake is van door de gemeente te verrichten ondernemersactiviteiten is het antwoord voor de BIE GREXEN positief. Over de voordelige resultaten van BIE GREXEN is per 1-1-2021, afhankelijk van de hoogte van de jaarlijkse cashflow, een percentage van 16,5% tot een bedrag van € 200.000 verschuldigd als VPB. Daarboven bedraagt dit percentage 25% en wordt berekend over het jaarlijks winstsaldo van de mutaties in dat jaar.
De jaarlijkse cashflow is het verschil tussen gerealiseerde inkomsten en gerealiseerde uitgaven. Hiertoe wordt een fiscale exploitatiebegroting opgesteld, die volledig voldoet aan de wet- en regelgeving van de Wro- en Bro-uitgangspunten, de BBV voorschriften en de VPB wetgeving. Financiële effecten van de door de Belastingdienst in rekening gebrachte VPB komen ten laste van het gerealiseerde resultaat van de grondexploitatiebegroting van de betreffende BIE GREX projecten. In de laatste actualisatie per 1-12022 is rekening gehouden met de te verwachten af te dragen VPB voor zover van toepassing. Afgelopen jaar zijn de aanslagen vennootschapsbelasting van de jaren 2016 t/m 2018 definitief door de Belastingdienst vastgesteld. In het verleden is voor de af te dragen vennootschapsbelasting een Jaarstukken
89
verplichting opgenomen op basis van inschattingen. Nu de aanslagen definitief zijn vastgesteld voor de jaren 2016 t/m 2018 leidt dit tot een vrijval van de verplichting van € 13.928. Daarnaast kan op basis van de carry- back methode (= verrekening verliezen voorgaande jaar) nog een aanvullende teruggave vennootschapsbelasting over jaar 2018 tegemoet worden gezien. Dit gebeurt pas nadat de aanslag over jaar 2019 definitief door de Belastingdienst is vastgesteld. In de jaarstukken 2019 is al rekening gehouden met een bedrag van € 37.784, maar de te verwachten teruggave over jaar 2018 komt nu uit op € 67.410. Hierdoor ontstaat er nog een voordeel van € 29.626. In totaliteit is dus € 43.554 als voordeel te melden in de jaarstukken 2021. Op basis van de cijfers over jaar 2021 is er geen belasting verschuldigd. Dit komt o.a. doordat er nog te verrekenen verliezen zijn uit het verleden.
Het bedrag voor onvoorzien De raming voor onvoorziene uitgaven is een wettelijk verplichte uitgavenpost. Voor 2021 en verder is voor onvoorziene uitgaven een bedrag opgenomen van € 50.000. Zie onderstaande tabel. Het niet benutte deel van € 32.000 van de post onvoorzien 2021 valt vrij in het jaarrekeningresultaat en ziet u terug in de toelichting bij het onderdeel 'Wat heeft het gekost'.
Bestedingen en verloop van het budget onvoorziene uitgaven: Budget onvoorzien 2021
Begroting 2021
Besteed budget
Restant budget
50.000
18.000
32.000
Programma: Begrotingsw. in raadsvergadering d.d.
6
Meibrief 2021
8-7-2021
Totaal:
Bedrag:
Onderwerp:
18.000
Onderzoek klimaatventilatie Lodenstein College
18.000
Overige ontwikkelingen Er zijn geen actuele ontwikkelingen.
Jaarstukken
90
Beleidsindicatoren Naam Indicator:
Eenheid:
Gemeentelijke Euro woonlasten meerpersoonshuishouden Gemiddelde WOZ waarde cijfer
Demografische druk
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonhuishouden
Formatie
Coelo
percentage CBS
Euro
COELO
aantal per Eigen 1.000 gegevens inwoners
Apparaatskosten
Externe inhuur
Overhead
cijfer
cijfer
2015
2016
NB
0,00
0,00
0,00 840,00
855,00 910,00 934,00
L
0,00
0,00
0,00 712,00
726,00 767,00 799,00
215,00 213,00 224,00 232,00
247,00 261,00 283,00
L
206,00 209,00 217,00 230,00
248,00 270,00
NB
79,80
80,80
81,40
82,50
82,20
81,90
81,50
L
67,90
68,50
69,00
69,60
69,80
70,00
70,10
NB
766,00 780,00 796,00 800,00
818,00 867,00 912,00
L
637,00 651,00 644,00 649,00
669,00 700,00 733,00