CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bijlagenboek

Raadsvergadering 15 juni 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Cuneraweg 15-17 Ochten’5.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Cuneraweg te Ochten Gemeente Neder-Betuwe Bijlagenboek

Bestemmingsplan Cuneraweg 15-17 te Ochten Gemeente Neder-Betuwe Bijlagenboek

Rapportnummer:

P03495

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.1740.bpOCCuneraweg6-ont1

Datum:

22 juni 2021

Opdrachtgever:

J.C. van Kessel Architectuur B.V.

Projectteam BRO:

CVe, JvdA en JEr

Bron foto kaft:

BRO 17

Beknopte inhoud:

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

4

Bijlage 2

Wateraspect

2

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)



9

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

3

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

4

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

Adviesnotitie Archeologie Aanleg tunnel(s)/luchtbrug(gen) en bouw portiersloge Cuneraweg 9-11 te Ochten Gemeente Neder-betuwe

Colofon Versie Auteur Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : :

1.1 E. van der Klooster (senior KNA Prospector) KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

E. van der Klooster (senior KNA Prospector) 10 mei 2021

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen.

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

KSP Archeologie

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Provincie Gemeente Toponiem

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

: : : : : : : :

20842 BRO, contactpersoon: C. Verberne KSP Archeologie, E. van der Klooster (senior KNA Prospector) Gemeente Neder-betuwe H.J. van Oort Regioarcheoloog Rivierenland Gelderland Neder-betuwe Cuneraweg

In opdracht van BRO heeft KSP Archeologie een archeologische quickscan uitgevoerd in januari 2021 voor de locatie tussen de Cuneraweg 9 en 11 in Ochten (gemeente Nederbetuwe). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging en daaruit volgende omgevingsvergunning voor de bouw van tunnel(s), luchtbrug(gen) en een portiersloge. 1.2

Afbakening plangebied

Het plangebied is ca. 0,6 ha groot en omvat de Cuneraweg en bermen tussen de Cuneraweg 11 en de ten oosten daarvan geplande nieuwbouw aan de noordzijde en de Cuneraweg 9 aan de zuidzijde in Ochten (gemeente Nederbetuwe) (Figuur 1 Het plangebied omvat delen van de kadastrale percelen C720, C721, C1287 en G366 van de kadastrale gemeente Kesteren. Het plangebied is veelal verhard met asfalt en deels in gebruik als groenstrook. Binnen het plangebied zijn tevens een weegbrug (wb, Figuur 2) en een waterbufferkelder (wbk, Figuur 2) aanwezig. 1.3

Toekomstige situatie

In een nieuw bestemmingsplan wil de initiatiefnemer het mogelijk maken om luchtbrug(gen) en tunnel(s) aan te leggen tussen de panden aan de Cuneraweg 9 en de bestaande panden en nieuwbouw ten noord(oost)en van Cuneraweg 9. Voor nu is een ca. 7 m brede en maximaal 5 m diepe tunnel gepland tussen Cuneraweg 9a en Cuneraweg 11a/b en de ten oosten daarvan gelegen geplande nieuwbouw. De exacte ligging van de tunnel of luchtbrug moet nog bepaald worden. Ook is het plan om een portiersloge te bouwen met een maximale omvang van 75 m² en een maximale bouwhoogte van 4,5 m (Figuur 2).

KSP Archeologie

Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

Figuur 2: concept plankaart voor het plangebied (BRO 24-02-2021)

KSP Archeologie

2

Quickscan

Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Naar aanleiding hiervan houden gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan Parapluregeling Archeologie (2018) van de gemeente Neder-Betuwe geldt ter hoogte van het plangebied geen archeologische dubbelbestemming. Dit bestemmingsplan is opgesteld nadat in 2016 het gemeentelijke archeologiebeleid is herzien. Op de herziene archeologische beleidskaart uit 2016 (BurodeBrug 2016) zijn geen archeologische waarden, archeologische verwachtingen of cultuurhistorische waarden opgenomen ter hoogte van het plangebied. Op de door RAAP opgestelde archeologische beleidskaart uit 2008 was het plangebied een archeologische waardevol gebied 5, vanwege de ligging binnen een zone met oude woongronden. Binnen deze zone werd binnen het plangebied tevens een lijnvormig element verwacht, vermoedelijk een restgeul van een fossiele rivierloop. Hier gold een lage archeologische verwachting, met een verhoogde kans op archeologische off-site resten die mogelijk goed geconserveerd waren. Buiten het plangebied, maar binnen de zone met een oude woongrond waren reeds in 2008 diverse archeologische waarnemingen aanwezig.

In de periode tussen de in 2008 en 2016 is in de omgeving van het plangebied archeologisch onderzoek aangemeld (archis.cultureelerfgoed.nl). Rondom de rotonde ten oosten van het plangebied zijn nog zones aangeduid met bekende archeologische waarden/vindplaatsen op de beleidskaart uit 2016. Deze zijn beschermd met een archeologische dubbelbestemming in het meest recente bestemmingsplan. In het plangebied worden geen archeologische waarden/vindplaatsen meer verwacht op basis van de herziene archeologische beleidskaart uit 2016.

3

Conclusie en advies

Uit de quickscan is gebleken dat in het plangebied geen archeologische verwachting of waarden aanwezig zijn op de recente herziene archeologische beleidskaart uit 2016. KSP Archeologie ziet daarom geen aanleiding om een archeologisch onderzoek uit te voeren of om een archeologische dubbelbestemming op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

Literatuur Archeologische Monumentenkaart (2014), Onderzoeksmeldingen en waarnemingen (actueel). Geraadpleegd via https://archis.cultureelerfgoed.nl. Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl BurodeBrug (2016). Archeologische Monumentenzorg in de gemeente Neder-Betuwe. Herziene archeologische beleidskaart 2016. RAAP (2008). Archeologische Monumentenzorg in de gemeente Neder-Betuwe. Archeologische beleidskaart. Bijlage bij RAAP-rapport 1665 Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster.

KSP Archeologie

Bijlage 2 Wateraspect

Bestemmingsplan "Cuneraweg 15-17 te Ochten" (ontwerp)

9

Onderbouwing wateraspect Cuneraweg te Ochten

Onderbouwing wateraspect Cuneraweg te Ochten

Aeres Milieu Projectnummer

: AM20531

Status rapport

: Definitief (versie 1)

Datum

: 10 mei 2021

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel

Opgesteld door

: L. De Graaff, MSc.

Paraaf

:

Gecontroleerd door

: dhr. M. Vrolix bc.

Paraaf

:

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Pagina | 2

AM20531

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM ..............................................................................................................................................................8 2.1.

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................8

2.2.

Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................8 Grondwater ................................................................................................................................................ 8 Oppervlaktewater ....................................................................................................................................... 9 Hemelwater .............................................................................................................................................. 10

2.3. 3.

Samenvatting ............................................................................................................................................................................................... 11

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 12

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart ............................................................................................................................................................... 13 Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen .............................................................................................................................................................. Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur en Watertoets .................................................................................................................................................

Pagina | 3

AM20531

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een onderbouwing van het wateraspect opgesteld voor de uitbreiding van een bestaand bedrijf, sapproducent Fruity Line aan de Cuneraweg te Ochten. Ter plaatse wil men een luchtbrug en/of een tunnel realiseren tussen een bestaand pand en een nieuwbouwpand. Tevens wordt er een portiersloge gerealiseerd. Momenteel is de locatie reeds geheel verhard. De ligging van de locatie is globaal weergegeven op afbeelding 1.

Adres onderzoekslocatie

: Cuneraweg te Ochten

Gemeente

: Neder-Betuwe

Waterschap

: Rivierenland

Kadastrale registratie

: Kesteren, Sectie C, Nummers 719 (ged.), 720 (ged.) en 721 (ged.)

Peil maaiveld

: 6,2 m +NAP

Peil grondwater

: 5,05 m +NAP

Afbeelding 1.: Globale begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd) en kadastrale situatie. Bron luchtfoto: PDOKViewer

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze onderbouwing is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel en de verplichting om aan te geven hoe omgegaan wordt met de toekomstige (afval)waterstromen en toekomstige wateroverlast vermeden wordt. Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2.

Pagina | 4

AM20531

Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling (bron: opdrachtgever)

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame herontwikkeling kort beschreven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het

Pagina | 5

AM20531

noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem, zie ook bijlage 3. Het waterbeleid van de provincie Gelderland staat omschreven in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie wil zorgen voor voldoende schoon water én droge voeten. Evenals in de eerste planperiode is het omgevingsbeleid van de provincie het uitgangspunt. Dit betekent dat doelen en maatregelen voor de tweede planperiode (2016-2021) zijn afgestemd op de huidige functies als wonen, landbouw, en natuur.

In zeer beperkte mate en onder strikte voorwaarden voorgeschreven door de KRW is actualisatie van de doelen mogelijk. Dit heeft geleid tot een enkele aanpassing van de doelen en in de begrenzingen van de oppervlaktewaterlichamen. Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het Waterschap Rivierenland het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met o.a. het schone hemelwater. Het bestuur van Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerprogramma 2016-2021: Koers houden, kansen benutten vastgesteld. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn.

De werkzaamheden worden getoetst aan de daarvoor geldende beleidsregels. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Voor grote planontwikkelingen vanaf 500 m2 in stedelijk gebied of in een hydrologisch gevoelige gebied dient teves het waterschap betrokken te worden middels een vooroverleg. De gemeente Neder-Betuwe heeft een verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023, waarin het beleid ten aanzien van vuil- en regenwater is vastgelegd overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Hierbij heeft de gemeente de ambitie samengevat als ‘solide en integraal richting duurzaam en toekomstbestendig’. Een van de belangrijkste uitdagingen die de komende jaren een grotere rol gaat spelen is de klimaatverandering, hierbij is het belangrijk om een robuust rioleringssysteem te hebben.

Pagina | 6

AM20531

Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt kort het waterhuishoudkundige systeem beschreven en de effecten van het planvoornemen. Tot slot wordt er in hoofdstuk 3 nog enkele algemene aandachtspunten en randvoorwaarden beschreven.

Pagina | 7

AM20531

2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1.

Inleiding

Het plangebied ligt het noorden van Ochten op het bedrijventerrein van Fruity Line. Ten noorden ligt de A15 en in het zuiden stroomt te Linge. Het plangebied zelf grenst in het noorden en oosten aan een watergang en de Walenhoekseweg en ten zuiden en westen liggen de huidige bedrijfspanden. Het gebied is momenteel verhard en heeft deels bestemming verkeer en deels bedrijventerrein. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Voor de nieuwbouw is voldoende ontwateringsdiepte benodigd om wateroverlast in de toekomst te vermijden. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Het plangebied ligt gemiddeld op een hoogte van circa 6,2 m +NAP. De ontsluitingswegen binnen het bedrijventerrein liggen op circa 6,1 m +NAP en de hoogte neemt toe richting de rotonde in het oosten (circa 6,8 m +NAP). Zuidwestelijk is een laadkade aanwezig op ca. 5 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen weer.

Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)

2.2.

Watersystemen

De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven.

Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een minimale ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 meter voor het maaiveld, 1,0 meter voor het straatpeil en 1,3 meter voor bebouwing. Van de onderzoekslocatie is diverse informatie beschikbaar bij het Dinoloket, waterschap Rivierenland, provincie Gelderland, bodemdata Nederland en ons eigen archief. De onderzoekslocatie ligt in het rivierengebied in de omgeving van de Linge. De stromingen, het meanderen en het overstromen van rivieren hebben de geomorfologie van dit gebied bepaald. Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op een stroomrug. Door de ligging langs de Linge is er ter plaatse van het plangebied een Terp ontwikkeld om bij hoogwater een droge plek te creëren. Hierdoor kan de lokale bodemopbouw enigszins afwijken van de omgeving. Pagina | 8

AM20531

De verwachte bodemopbouw is vastgesteld op basis van gegevens van bekende boorprofielen uit de omgeving en de ondergrondmodellen uit het DINOloket. Hieruit blijkt de toplaag te bestaan uit een opgebrachte toplaag op een kleilaag, die wordt afgewisseld door een zandlaag en een nieuwe kleilaag. Deze lagen behoren tot de Formatie van Echteld en behoren tot de fluviatiel afzetting. Deze formatie wordt opgevolgd door de Formatie van Kreftenheye met een kleine kleilaag boven de grovere zandlaag. Tabel 1 geeft de bodemopbouw van het plangebied schematisch weer. Diepte [m-mv.]

Lithostratigrafie

Lithologie

0-0,5

Antropogene afzetting

Zand, zeer fijn tot zeer grof; klei, siltig tot zandig, humeus; huisafval; puin

0,5-1,5

Formatie van Echteld

Klei, lokaal zandig, lokaal humeus; zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig

1,5-3,5

Formatie

van

Echteld

Zand, matig fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig

(geulafzettingen generatie D) 3,5-4,0

Formatie van Echteld

Klei, lokaal zandig, lokaal humeus; zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig

4,0-4,5

Formatie

van

Kreftenheye,

Klei, siltig tot zandig, lokaal humeus

Laag van Wijchen 4,5-33,0

Formatie van Kreftenheye en

Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig;

Formatie

grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig,

van

Boxtel,

Laagpakket van Delwijnen

lokaal humeus

Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het oppervlaktewaterniveau wordt beheerd door het Waterschap Rivierenland en staan beschreven in de vastgestelde peilbesluiten. Het plangebied valt in het peilbesluit Neder-Betuwe dat is vastgesteld op 14 juni 2012. Binnen dit peilbesluit valt het plangebied in het peilvlak NDB112 met een winterpeil van 4,85 m +NAP en een zomerpeil van 5,05 m +NAP. Het grondwater volgt min of meer dit peilbesluit. Voor nieuwe projecten adviseert het waterschap een minimale drooglegging van 1,0 meter voor het straatpeil en 1,3 meter voor bebouwing. Geadviseerd wordt om nieuwe bebouwing net als bestaand op ca. 6,3 m +NAP of hoger te realiseren. Voor de bouw van de tunnel is het noodzakelijk dat deze geheel waterdicht wordt gebouwd zodat grondwaterschade of overlast kan worden vermeden. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Bij eventuele bemaling en lozing ten behoeve van de nieuwbouw wordt aangeraden de kwaliteit van het onttrokken water vast te stellen/te monitoren en dient tevens een melding gedaan te worden. Door het planvoornemen (bouw tunnel op industrieterrein) is geen toekomstige (grond)waterverontreiniging te verwachten.

Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt een A-watergang onder beheer van het waterschap Rivierenland. Deze watergang heeft een beschermingszone van 5 meter waarbinnen geen obstakels geplaatst mogen worden. Voor zover bekend vinden er door het planvoornemen binnen deze beschermingszone geen wijzigingen plaats.

Pagina | 9

AM20531

Aan de noordzijde van de Walenhoekseweg stroomt een B-watergang en ten zuiden van het industrieterrein stroomt de Linge (A-watergang). Afbeelding 4 geeft alle aanwezige watergangen weer die een status hebben gekregen van het waterschap. Het planvoornemen heeft geen overlappingen met de beschermingszones van de watergangen. Er is derhalve geen direct (nadelig) effect te verwachten door het planvoornemen op het bestaande oppervlaktewatersysteem.

Hemel- en afvalwater Het plangebied is reeds geheel verhard en heeft binnen het terrein een eigen hemelwaterstelsel waarin het hemelwater opgevangen en verwerkt wordt. Ter plaatse wordt tevens een portiersloge gebouwd met een toiletruimte. Het afvalwater van dit pand wordt op het DWA-stelsel aangesloten. Deze lichte toename kan door het bestaande stelsel verwerkt worden. Voor de wijziging aan de rioolaansluiting dient te zijner tijd een aanvraag bij de gemeente ingediend te worden. Wegens het intensief gebruik (industrieterrein) kan en wordt het bestaand hemelwater niet rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater. Op het perceel is een hemelwaterstelsel aanwezig. Door de bouw van de (lucht)tunnel zal het verhard oppervlak ongewijzigd blijven en dient er derhalve ook geen compensatie te worden gerealiseerd. Het planvoornemen heeft geen nadelig effect op de hemelwaterverwerking van de onderzoekslocatie en er is ook geen wateroverlast te verwachten door de ontwikkeling.

Pagina | 10

AM20531

2.3.

Samenvatting

Voor de uitbreiding van sapproducent Fruity Line wil men een luchtbrug en/of tunnel realiseren om twee bedrijfspanden met elkaar te verbinden. Het plangebied ligt gemiddeld op circa 6,2 m +NAP en valt in het peilbesluit van Neder-Betuwe met een winterpeil van 4,85 m +NAP en een zomerpeil van 5,05 m +NAP. Ter plaatse is er voldoende drooglegging aanwezig. Voor de nieuwe portiersloge dient aangesloten te worden op de bestaande bouwpeilen of minimaal 6,3 m +NAP. De tunnel dient waterdicht geconstrueerd te worden zodat (grond)waterschade en overlast vermeden wordt. De bodemopbouw bestaat hoofzakelijk uit de afwisseling van klei en fijne zandlagen, waardoor de doorlatendheid van de toplaag van de bodem naar verwachting slecht is. Op 1,5-3,5 m-mv is een zandlaag te verwachten op een kleilaag die vanaf circa 4,5 meter onder maaiveld overgaat in een goed doorlatende formatie met midden tot grof zand. Hiermee dient voorafgaand aan de constructie rekening mee gehouden te worden. Bij aanleg van een ondergrondse constructie dient rekening gehouden te worden met de effecten op de grondwaterstromen. Eventueel dienen compenserende maatregelen genomen te worden. Dit wordt onderzocht middels een bemalingsadvies behorend bij een funderingsonderzoek/advies.

Gezien de dikte van dit zandpakket en het niet zo diep eronder gelegen grof zandig pakket is er vooralsnog geen grote opstuwing of invloed op de bestaande grondwaterstroming te verwachten. Doordat ter plaatse of direct aansluitend geen watergangen aanwezig zijn heeft het planvoornemen geen direct effect op het oppervlaktewater of een beschermingszone. Door de bestaande verharding (oprit/verkeer) blijft het verhard oppervlak van het plangebied ongewijzigd en is voor het planvoornemen geen hemelwatercompensatie noodzakelijk. Bij de nieuwbouw dient gebruik gemaakt te worden van duurzame niet-uitlogende materialen, zie ook hoofdstuk 3. Hierdoor wordt eventuele verontreiniging door uitloging vermeden. Het hemel- en afvalwater wordt net als bestaand opgevangen en verwerkt door het bestaande stelsel. Voor een wijziging ten behoeve van de portiersloge dient te zijner tijd een aansluiting bij de gemeente aangevraagd te worden. Over het algemeen wordt er door het huidige planvoornemen hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is er geen wateroverlast binnen en buiten het plangebied te verwachten. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar de bestaande stelsels en niet naar bestaande panden. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.

Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in (de buurt van) een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden middels het Omgevingsloket.

Pagina | 11

AM20531

3. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •

Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal.

•

Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen.

•

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat.

•

Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.

Pagina | 12

AM20531

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart

Pagina | 13

AM20531

Pagina | 14

AM20531

Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen

Pagina | 15

AM20531

LEGENDA Plangebied Plangebied

Enkelbestemmingen BT

Bedrijventerrein

V-VB

Verkeer - Verblijfsgebied

Functieaanduidingen bedrijf

(b)

(b≤3.2)

BT

[sba-tl]

(sb-wb)

[sba-wbk]

(b≤3.2)

bedrijf tot en met categorie 3.2

(sb-wb)

specifieke vorm van bedrijf - weegbrug

Bouwaanduidingen [sba-pl]

specifieke bouwaanduiding - portiersloge

[sba-tlu]

specifieke bouwaanduiding - toegang luchtbrug

[sba-tl]

specifieke bouwaanduiding - tunnel en luchtbrug

[sba-wbk]

specifieke bouwaanduiding - waterbufferkelder

(b)

[sba-pl]

[sba-tl]

Verklaringen ondergrond

V-VB

[sba-tlu]

BESTEMMINGSPLAN CUNERAWEG 15-17 TE OCHTEN Gemeente Neder-Betuwe NL.IMRO.xxxx.yyyyyyyyyyyyyyyyyy-zzzz

schaal:

1:1000

voorontwerp:

..-..-.... / tekenaar

projectnr. BRO:

P03495

formaat:

A3

ontwerp:

..-..-.... / tekenaar

projectnr. VWP:

21BROBO018

concept:

24-02-2021 / LF

vastgesteld:

..-..-.... / tekenaar

bestandsnaam:

21BROBO018-004.dwg

Bosscheweg 107

Ruimte omin

te leven

5282 WV Boxtel

www.bro.nl

verbeelding: Viewpoint ©

T 0411 850 400

info@bro.nl

www.viewpoint.nl

Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur en Watertoets Wet- en regelgeving •

Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023, Gemeente Neder-Betuwe;

•

Waterbeheer-programma 2016-2021, Waterschap Rivierenland;

•

Keur, Waterschap Rivierenland;

•

Watervisie, provincie Gelderland, 2016-2021;

•

Landelijke Handreiking Watertoets;

•

Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;

•

Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;

•

Waterwet;

•

Het Nationaal Waterplan, 2016-2021;

•

Kader Richtlijn Water;

•

Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.

Overige literatuur •

Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;

•

Ruimtelijke plannen Nederland;

•

Kaarten Rivierenland.

Internet •

www.dewatertoets.nl

•

www.nederbetuwe.nl

•

www.rivierenland.nl

•

www.gelderland.nl

•

www.dinoloket.nl

•

www.ahn.nl

•

www.pdok.nl

Pagina | 16

AM20531

datum 3-5-2021 dossiercode 20210503-9-26341

Projectomschrijving ter plaatse van het industrieterrein wordt een luchtbrug en tunnel tussen het bestaande pand en de nieuwbouw noordelijk gerealiseerd. Ter plaatse is al verharding aanwezig (toegangsweg). Het opgevangen hemelwater wordt via het bestaande stelsel verwerkt.

Algemene projectgegevens Plannaam: bouw luchtbrug Cuneraweg Ochten Adres: Cuneraweg 9-11, Ochten Gemeente: Neder-Betuwe Het plan is ingediend door: michiel vrolix Aeres Milieu Oppervlakte plangebied: 5947 Geachte lezer, U heeft het waterschap geïnformeerd over het plan bouw luchtbrug Cuneraweg Ochtenaan de Cuneraweg 9-11 in Ochten via de website www.dewatertoets.nl. Uit de toets blijkt dat u de gangbare watertoetsprocedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Het waterschap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u adviseren over de waterhuishoudkundige aspecten van uw plan [ter plaatse van het industrieterrein wordt een luchtbrug en tunnel tussen het bestaande pand en de nieuwbouw noordelijk gerealiseerd. Ter plaatse is al verharding aanwezig (toegangsweg). Het opgevangen hemelwater wordt via het bestaande stelsel verwerkt.]. Het waterschap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is. Deze uitgangspuntennotitie is onderdeel van de watertoetsprocedure. Deze uitgangspuntennotitie vormt de start voor uw overleg met het waterschap. De notitie is automatisch opgesteld op basis van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waterschap Rivierenland geeft in deze uitgangspuntennotitie aan welke wateraspecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan.

De gemeente draagt ook zorg voor aspecten van de waterhuishouding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te stemmen. U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waterschap Rivierenland voor overleg. De contactinformatie vindt u aan het einde van deze uitgangspuntennotitie. Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waterschap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualiseerd. Het plan omvat alle watertaken van het waterschap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, schoon en voldoende water. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening: de Keur. In de Keur staan regels voor de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kunstwerken. In de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waterschap ook wegen buiten de bebouwde kom (geen Rijks- of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepassing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waterschap worden getoetst aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte.

We blijven ernaar streven om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Het waterschap heeft samen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Op de website ( https://nl.urbangreenbluegrids.com/bouwadaptief/) kunt u zich laten inspireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen. Waterveiligheid Om ons te beschermen tegen hoogwater beheert en onderhoudt het waterschap de waterkeringen (zoals bijvoorbeeld dijken) in ons rivierengebied. Nieuwe plannen mogen onze waterveiligheid niet in gevaar brengen. Daarom staan in de Keur beperkingen voor bouwen en andere activiteiten op en langs waterkeringen. Er ligt geen waterstaatswerk of beschermingszone in uw plangebied. De regels uit de Keur over activiteiten op en langs waterkeringen zijn voor u niet van toepassing.

Grondwater (algemeen) Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in sloten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlast door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel. Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We adviseren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Zo voorkomt u overlast door grondwater. We adviseren om onderzoek te doen in gebieden waar overlast door grondwater bekend is of waar hoge grondwaterstanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlast te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte. Infiltreren Het is wenselijk dat uw plan grondwaterneutraal is. Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vast voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaterstanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover adviseren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaatsvinden.

Watercompensatie Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Binnen uw plan neemt de verharding af of blijft gelijk. U hoeft geen watercompensatie te realiseren. Watergangen Werkzaamheden in de watergang hebben invloed op de water aan- en afvoer, de waterberging of het onderhoud. Voor deze werkzaamheden geldt een vergunning- of meldplicht. A- en B-watergangen hebben een beschermingszone. De beschermingszone is in de legger opgenomen. De beschermingszone van een watergang is een obstakelvrije strook. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt en wordt het talud beschermd. Bij A-watergangen is de beschermingszone minimaal 4 meter breed, gemeten uit de insteek. In de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en in het Land van Heusden en Altena is de beschermingszone minimaal 5 meter breed, gemeten uit de insteek. Bij B-watergangen is de beschermingszone minimaal 1 meter breed. C-watergangen hebben geen beschermingszone. Binnen het plangebied ligt geen A-watergang. Binnen het plangebied ligt geen beschermingszone van een A-watergang.

Binnen het plangebied ligt geen B-watergang of een beschermingszone van een B-watergang. Binnen het plangebied ligt geen C-watergang. Waterkwaliteit (algemeen) Hieronder volgt een aantal algemene aandachtspunten die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: ● Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Zo komen deze materialen niet in de sloot terecht. Gebruikt u wel uitlogende

materialen, dan mag het dakwater niet rechtstreeks op de sloten worden geloosd. ● Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaatsing van bomen. ● Neem de ecologische waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologische waarde,

vergroot u deze zonder al te veel moeite. Riolering en zuiveringswerken Het rioolstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. U kunt met uw gemeente contact op nemen voor het aansluiten van (nieuwe) woningen en bedrijven. Bij de herstructurering van bestaande woonwijken of herbouw van woningen is er de mogelijkheid om het rioolsysteem zodanig aan te passen dat hemelwater wordt afgekoppeld. Het uitgangspunt is dat hemelwater gescheiden wordt afgevoerd. Het waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Hemelwater van terreinverhardingen stroomt bij voorkeur niet direct af op het oppervlaktewater. Het stroomt eerst door een berm, wadi of bodempassage om het water te filteren. Bij bedrijventerreinen wordt ernaar gestreefd om het hemelwater gescheiden van vuil water af te voeren. In het algemeen wordt gestreefd naar een verbeterd gescheiden rioleringsstelsel.

In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het waterschap.

Vervolgtraject Het is van belang om de accountmanager van het waterschap te betrekken bij het plan en rekening te houden met de in dit document

aangegeven uitgangspunten en adviezen. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Accountmanager Neder-Betuwe Mark Elzerman telefoon: 0344-649242 e-mailadres: m.elzerman@wsrl.nl © Digitale Watertoets - www.dewatertoets.nl Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//op basis van door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens. Dit digitale advies heeft een geldigheid van 2 jaar.

www.dewatertoets.nl

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

Hoofdstuk 6

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762166/1