CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bijlage 1 bij de toelichting - Bodemonderzoek

Raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Dodewaard, Margrietlaan 13’3.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 Dodewaard 22-2034-R01AvH

COLOFON

Opdrachtgever

Verweij Vastgoed B.V. Industrieweg 4 4181 CB Waardenburg

Locatie

Margrietlaan 13 te Dodewaard

Type onderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

Rapportnummer

22-2034-R01AvH

Datum rapport

24 februari 2022

Auteur

Dhr. A.J. van Houwelingen Projectleider Bodem

Kwaliteitscontrole

Mevr. M. Penders Projectleider Bodem

Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING .......................................................................................................................... 1

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2 2.3

3.

OPZET, UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 .......... 5 3.1 3.2 3.3

4.

Algemeen ....................................................................................................................... 2 Verzamelde informatie vooronderzoek ............................................................................... 2 Hypothese ...................................................................................................................... 3

Onderzoeksopzet ............................................................................................................ 5 Uitvoering veldwerk ......................................................................................................... 5 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ......................................................................... 7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................... 9

BIJLAGEN 1.

2. 3. 4. 5. 6.

Weergave onderzoekslocatie 1.1 Omgevingskaart en kadastrale gegevens 1.2 Situatietekening(en) 1.3 Foto’s Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Resultaten vooronderzoek Kwaliteitsaspecten van het onderzoek

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

1. INLEIDING

In opdracht van Verweij Vastgoed B.V. heeft Inventerra in februari 2022 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 verricht op de locatie aan de Margrietlaan 13 te Dodewaard. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de (voorgenomen) bestemmingswijziging en aanvraag van een Omgevingsvergunning vanwege de geplande nieuwbouw van woningen. Het doel van het uitvoeren van dit bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd conform de werkwijze volgens de NEN 5725:2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Kwaliteit Inventerra is door Normec Certification gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer ECSIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001.

De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever. Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: ☒ 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van ☒

grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters.

☐

2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.

De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 1 van 9

2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725

2.1

Algemeen

Om inzicht te krijgen over de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek. De aanleiding voor het navolgend beschreven vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725:2017). Ten behoeve hiervan dient in ieder geval informatie te worden verzameld over: • Bodemopbouw en geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem; • Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en of mogelijk sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, asbest, activiteiten en/of ongewone voorvallen, op basis van het voormalige en huidige gebruik.

Voor het verzamelen van de benodigde informatie kunnen meerdere informatiebronnen worden geraadpleegd, zoals: • Informatie/interview(s) eigenaar en/of opdrachtgever • Archieven gemeente, omgevingsdienst en/of provincie • Online bronnen zoals bodemloket.nl en topotijdreis.nl • Bodemkwaliteitskaarten • Topografische kaarten • Geohydrologische kaarten Verder dient een terreinverkenning te worden uitgevoerd. Deze kan eventueel meteen voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk worden uitgevoerd. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek wordt beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens, alsmede de bij de terreininspectie(s) ter plaatse van de onderzoekslocatie geconstateerde situatie. 2.2

Verzamelde informatie vooronderzoek

In de navolgende tabel is de tijdens het vooronderzoek verzamelde relevante informatie weergegeven. Tabel 1

Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek

Gegevens onderzoekslocatie Adres

Margrietlaan 13 te Dodewaard

Kadaster

Dodewaard, sectie D, nr. 945

XY-coördinaten

X: 173.731

Begrenzing onderzoekslocatie

De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 1.820 m².

Huidig gebruik

Voormalige kerk / buurthuis met rondom tegels, tuin en gazon

Toekomstig gebruik

Gepland is de nieuwbouw van woningen.

Omgeving

De locatie wordt omringd door openbare wegen, woningen met tuin en een school. Zuidelijk bevindt zich de Margrietlaan.

Y: 435.988

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 2 van 9

Vervolg tabel 1

Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek

Overige informatie vooronderzoek Informatie eigenaar / opdrachtgever

Geen bijzonderheden

Terreinverkenning

•

•

Op de locatie is sprake van een leegstaand pand met rondom tegels en gras. Aan de zuidzijde van het pand is een verhoogd gedeelte aanwezig. In de zuidwestelijke hoek van het terrein is een harde laag in de bodem aanwezig op 60 cm. Bij de terreininspectie is aandacht besteed aan het voorkomen van verdachte punten, zoals brandplaatsen, terreinophogingen of verzakkingen, aanwezigheid van puin op de bodem en de aanwezigheid van asbestverdachte bouw- en/of verhardingsmaterialen. Voornoemde aspecten zijn niet waargenomen.

Kaartmateriaal

• •

BAG-viewer: Het pand dateert uit 1960. Topotijdreis: Vanaf 1966 is bebouwing op de locatie zichtbaar. Voor die tijd was sprake van weiland, boomgaard en was er een sloot gelegen ter plaatse van de locatie. De ligging hiervan is aangegeven op de situatietekening in bijlage 1.

Omgevingsdienst Rivierenland en Provincie Gelderland

•

Bodeminformatie onderzoekslocatie: Er is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van (voormalige) ondergrondse tanks. Ook is er geen informatie over eerder uitgevoerde bodemonderzoeken of de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Wel is aangegeven dat er sprake is van voormalig boomgaarden gebied. Bodeminformatie aangrenzende percelen: Op aangrenzende terreinen zijn in 2001 en 2006 diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn geen tot ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond.

•

Bodemloket.nl

Geen aanvullende informatie

Bodemkwaliteitskaart

Voor de locatie geldt dat zowel de bovengrond als ondergrond is geclassificeerd als “Achtergrondwaarde”.

Geohydrologie (DinoLoket en Grondwaterkaarten TNO)

Holocene deklaag, bestaande uit zandige, kleiige en/of venige afzettingen: tot ca. 6 mmv Watervoerend pakket, bestaande uit zandige afzettingen van de Formatie van Kreftenheye: dikte ca. 8 meter Stromingsrichting van het freatisch grondwater (<10 m): beïnvloed door lokale factoren Stromingsrichting grondwater in eerste watervoerend pakket: westelijk

In bijlage 1 zijn de kadastrale informatie, foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening bijgevoegd. In bijlage 5 zijn relevante gegevens van het vooronderzoek opgenomen.

2.3

Hypothese

Ten behoeve van het opstellen van de onderzoekshypothese(s) dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie? De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Is sprake van bodemvreemde lagen en waar bevinden deze zich? Er is op grond van het vooronderzoek geen aanleiding om te verwachten dat sprake is van bodemvreemde lagen, behoudens mogelijk dempingsmateriaal ter plaatse van de voormalige sloot. Is de bodem asbestverdacht? Omdat op grond van het vooronderzoek geen bodemvreemde lagen worden verwacht, is de bodem vooralsnog onverdacht voor asbest. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te onderscheiden? Voor de locatie geldt dat zowel de bovengrond als ondergrond is geclassificeerd als “Achtergrondwaarde”.

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 3 van 9

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Er wordt niet verwacht dat eventuele activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Er is op de locatie nog geen bodemonderzoek uitgevoerd; derhalve is de uitvoering van bodemonderzoek nodig. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Op grond van de verzamelde informatie wordt vooralsnog niet verwacht dat sprake is van een (ernstige) bodemverontreiniging op de locatie. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? De volgende potentiële bronnen van bodemverontreiniging zijn geïdentificeerd: • voormalige boomgaarden, verdachte parameters: organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) • gedempte sloot, verdachte parameters: diverse Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek? Het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen vanwege de voormalige boomgaarden wordt uitgevoerd volgens de strategie voor een ‘verdachte, niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE-NL).

Te verwachten stoffen zijn organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Voor het onderzoek naar de demping wordt een maatwerkstrategie gehanteerd. Voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit wordt er vanuit gegaan dat sprake is van een onverdachte locatie en is de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL, NEN 5740) van toepassing.

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 4 van 9

3. OPZET, UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740

3.1

Onderzoeksopzet

Op basis van de in het vorige hoofdstuk geformuleerde hypothese(s) en onderzoeksstrategie(ën) is de minimaal benodigde onderzoeksinspanning bepaald. In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses volgens de NEN 5740 worden verricht. Tabel 2

Veldwerkzaamheden en analyses

Locatie

Strategie

Veldwerk boringen

Analyses

peilbuizen

bg/vd

og/vd

gw

1x NENG

1x NENW

2x NENG

-

Opp. 1.820 m

VED-HE-NL en ONV-NL

10x 0,5 m-vd 2x 2,0 m-mv

1x

3x OCB 2x NENG

demping

maatwerk

ca. 5x 2,0 m-mv in 2 raaien*

-

-

2

Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld

bg: bovengrond

vd: verdachte laag

og: ondergrond

gw: grondwater

*: boringen in een raai, dwars op de dempingen OCB: organochloorbestrijdingsmiddelen en organische stof NENG: standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) NENW: standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie)

Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in en op de bodem beperkt zich tot het doen van waarnemingen tijdens de terreininspectie en tijdens het boren. Dit asbestonderzoek is indicatief. Specifiek onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond en/of puin, conform de NEN 5707/5897, maakt geen onderdeel uit van dit bodemonderzoek. 3.2

Uitvoering veldwerk

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden in het kader van protocol 2001 en 2002 zijn uitbesteed aan Bodem Expert B.V. te Huissen. De uitvoerend veldmedewerkers van Bodem Expert B.V. dhr. C. Beunk (protocol 2001) en dhr. A. Beunk (protocol 2002), zijn in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. K97733/03. Op 10 februari 2022 zijn in totaal in totaal 24 boringen geplaatst, in diepte variërend van 1,0 – 2,5 m-mv. De boringen 101 t/m 112 zijn verricht ten behoeve van het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit. De boringen 201 (a t/m g) en 202 (a t/m e) zijn uitgevoerd als dwarsraaien om zo mogelijk de ligging van het tracé van de slootdemping te bepalen. Boring 112 is inpandig uitgevoerd ter plaatse van een kruipluik. Boring 201-f, ter plaatse van de demping, is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De situering van de boringen en de peilbuis en enkele overzichtsfoto’s zijn weergegeven in bijlage 1.2 en 1.3. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd.

Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen.

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 5 van 9

De bodem op de locatie bestaat uit klei tot de maximale boordiepte, met plaatselijk een zandige toplaag/ophooglaag. Ter plaatse van de voormalige sloot is bij enkele boringen zandig dempingsmateriaal aangetroffen. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte van 1,0 à 1,5 m-mv. In de navolgende tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden tijdens het plaatsen van de boringen weergegeven. Tabel 3

Visuele waarnemingen tijdens plaatsing boringen

Boring

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

108

1,00

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

112

1,50

0,70 - 1,00

Zand

resten baksteen

201-f

2,50

1,50 - 2,00

Klei

matig slibhoudend

In en op de bodem is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen; onder asbestverdacht (plaat)materiaal wordt materiaal verstaan dat op basis van voorkennis en/of een visuele beoordeling een hoeveelheid asbest zou kunnen bevatten. Het grondwater uit de geplaatste peilbuis 201-f is op 17 februari 2022 door dhr. A. Beunk van Bodem Expert B.V. zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4

Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

EGV (µS/cm)

Troebelheid (NTU)*

Bijzonderheden

201-f

1,50 - 2,50

0,92

6,8

1450

76

-

Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden.

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 6 van 9

3.3

Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. Tabel 5

Overzicht grond- en grondwatermonsters

Grond

Boring met traject (m-mv)

Analyse

Toelichting

MM1

101 (0,20 - 0,50) 103 (0,20 - 0,50) 104 (0,20 - 0,50)

OCB

Teeltlaag, klei, onder zandige ophooglaag

MM2

106 (0,00 - 0,30) 108 (0,00 - 0,30) 109 (0,00 - 0,30)

OCB

Teeltlaag, klei

MM3

102 (0,20 - 0,50) 110 (0,00 - 0,30) 111 (0,00 - 0,30)

OCB

Teeltlaag, klei

MM4

102 (0,03 - 0,20) 103 (0,03 - 0,20) 105 (0,03 - 0,53) 107 (0,00 - 0,50) 112 (0,70 - 1,00)

NENG

Zandige bovengrond

MM5

102 (0,20 - 0,70) 106 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,50)

NENG

Kleiige bovengrond

MM6

101 (1,00 - 1,50) 109 (1,00 - 1,50) 202-c (1,00 - 1,50)

NENG

Kleiige ondergrond

MM7

201-f (0,50 - 1,00) 201-f (1,00 - 1,50)

NENG

Dempingsmateriaal zand

201-f-4

201-f (1,50 - 2,00)

NENG

Matig slibhoudende klei, oorspronkelijke slootbodem

Grondwater

Filterstelling (m-mv)

Analyse

Toelichting

201-f-1-1

1,50 - 2,50

NENW

Ter plaatse van demping

Verklaring tabel: OCB: organochloorbestrijdingsmiddelen en organische stof NENG: standaard pakket grond (9 zware metalen, PAK, PCB en minerale olie), organische stof en lutum NENW: standaard pakket grondwater (9 zware metalen, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie)

In navolgende tabel is de interpretatie van de toetsing van de analyseresultaten van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd.

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 7 van 9

Tabel 6

Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters

Grond

Traject (m-mv)

> AW

>T

>I

MM1

101 (0,20 - 0,50) 103 (0,20 - 0,50) 104 (0,20 - 0,50)

-

-

-

MM2

106 (0,00 - 0,30) 108 (0,00 - 0,30) 109 (0,00 - 0,30)

-

-

-

MM3

102 (0,20 - 0,50) 110 (0,00 - 0,30) 111 (0,00 - 0,30)

-

-

-

MM4

102 (0,03 - 0,20) 103 (0,03 - 0,20) 105 (0,03 - 0,53) 107 (0,00 - 0,50) 112 (0,70 - 1,00)

-

-

-

MM5

102 (0,20 - 0,70) 106 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,50)

PAK (-)

-

-

MM6

101 (1,00 - 1,50) 109 (1,00 - 1,50) 202-c (1,00 - 1,50)

Nikkel (0,02)

-

-

MM7

201-f (0,50 - 1,00) 201-f (1,00 - 1,50)

-

-

-

201-f-4

201-f (1,50 - 2,00)

-

-

-

Grondwater

Filterstelling (m-mv)

>S

>T

>I

201-f-1-1

1,50 - 2,50

Barium (0,28)

-

-

Verklaring tabel: > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) >S : overschrijding streefwaarde(n) >T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 8 van 9

4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van Verweij Vastgoed B.V. heeft Inventerra in februari 2022 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 verricht op de locatie aan de Margrietlaan 13 te Dodewaard. Op de onderzoekslocatie, met een oppervlakte van 1.820 m2, is een voormalige kerk / buurthuis aanwezig. Rondom het gebouw is sprake van tegels, tuin en gazon. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de (voorgenomen) bestemmingswijziging en aanvraag van een Omgevingsvergunning vanwege de geplande nieuwbouw van woningen. Het doel van het uitvoeren van dit bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een bodemverontreiniging met OCB vanwege voormalige boomgaarden en diverse stoffen vanwege de aanwezige demping. Het overige terrein is als onverdacht beschouwd. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: • In de mengmonsters van de (vroegere) teeltlaag (MM1 t/m MM3) zijn geen verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen aangetoond. • In het zandige dempingsmateriaal (MM7) en de slibhoudende klei ter plaatse van de slootdemping (201-f-4) zijn geen verontreinigingen aangetoond.

• De zintuiglijk onverdachte bovengrond op de locatie is niet verontreinigd (MM4) respectievelijk licht verontreinigd met PAK (MM5). • De zintuiglijk onverdachte ondergrond op de locatie (MM6) is licht verontreinigd met nikkel. • In het grondwater op de onderzoekslocatie (peilbuis 201-f) is een licht verhoogde concentratie met barium gemeten. Deze wordt beschouwd als een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek dient de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging met bestrijdingsmiddelen’ verworpen te worden, aangezien geen verontreinigingen met OCB in de (vroegere) teeltlaag zijn gemeten. Dit geldt ook voor de bodem ter plaatse van de gedempte sloot alwaar eveneens geen verontreinigingen zijn aangetoond. De hypothese ‘onverdacht voor overige verontreinigingen’ voor de algemene bodemkwaliteit dient formeel verworpen te worden, wegens de lichte verontreinigingen met PAK in mengmonster MM5 van de bovengrond respectievelijk met nikkel in mengmonster MM6 van de ondergrond. De betreffende gehalten zijn echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen ons inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming.

Dit onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter géén partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van beperkingen in de hergebruiksmogelijkheden en/of van verwerkingskosten. Ook kan door derden, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden en/of een onderzoek naar PFAS. Bij graafwerkzaamheden in de grond dient rekening gehouden te worden met eventueel te treffen veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400. Voor verdere informatie hierover kunt u zich tot Inventerra wenden. Het bodemonderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van 2 tot 5 jaar.

Verkennend bodemonderzoek Margrietlaan 13 te Dodewaard 22-2034-R01AvH

pag. 9 van 9

7

8

5

6 4

1

2

4

3

2a

Emmalaan

13

D 945

Margrietlaan

27

14

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12295462/1