CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Beleidsplan aanpak mensenhandel

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 8 mei 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Beleidsplan aanpak mensenhandel8.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan aanpak mensenhandel Gemeente Neder-Betuwe

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 2 1.1 Achtergrond en aanleiding ............................................................................................................................ 2 1.2 Mensenhandel en de verschillende verschijningsvormen ............................................................................ 2 1.3 Gemeentelijke rol in de aanpak mensenhandel............................................................................................ 4 1.4 Beleidsplan aanpak mensenhandel gemeente Neder-Betuwe ..................................................................... 4 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 4 2. Kaders.................................................................................................................................................................. 5 2.1 Internationale en nationale wet- en regelgeving .......................................................................................... 5 2.4 Doelstellingen................................................................................................................................................

5 3. Aanpak mensenhandel ........................................................................................................................................ 6 3.1 Aandachtfunctionaris mensenhandel ........................................................................................................... 6 3.2 Pijlers sluitende aanpak mensenhandel ........................................................................................................ 6 4. Implementatie ................................................................................................................................................... 15 Bijlage 1 Wettelijk Kader ....................................................................................................................................... 16 Bijlage 2 Rollen van de gemeente volgens de Nationaal Rapporteur ................................................................... 18 Bijlage 3 Kader voor de aanpak mensenhandel volgens de VNG .......................................................................... 19 Bijlage 4 Stappenplan Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2013 en het Besluit verplichte meldcode ................................................................................................................................................ 20

1

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

1. Inleiding 1.1 Achtergrond en aanleiding Mensenhandel staat benoemd in het regeerprogramma van het kabinet-Schoof en is daarmee een zeer belangrijk onderwerp. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de aanpak hiervan. Zo ook onze gemeente. Om mensenhandel adequaat aan te kunnen pakken is integrale samenwerking van groot belang. Daarom hebben alle gemeenten uit de regio Gelderland-Zuid samen het beleidsstuk ‘Kader aanpak mensenhandel GelderlandZuid’ opgesteld. De lokale uitwerking hiervan is nader uitgewerkt in het voorliggende ‘Beleidsplan aanpak mensenhandel gemeente Neder-Betuwe’. Mensenhandel maakt een enorme inbreuk op de individuele vrijheid van de mens en is daarmee een van de ernstigste en meest complexe vormen van ondermijning.1

1.2 Mensenhandel en de verschillende verschijningsvormen Mensenhandel is ‘het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang en met het doel die persoon uit te buiten’. Deze definitie beschrijft mensenhandel zoals die strafbaar is gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij de dwang die hierbij wordt gebruikt verschillende vormen kan hebben zoals (dreigen met) fysiek geweld, fraude, chantage, misleiding of misbruik van een kwetsbare positie. Minderjarigen zijn per definitie kwetsbaar; bij minderjarigen hoeft bij activiteiten die vallen onder mensenhandel de dwang niet aangetoond te worden om te spreken van mensenhandel. Mensenhandel komt overal en in alle lagen van onze samenleving voor en kent de volgende categorieën: Seksuele uitbuiting De meest in de cijfers terugkerende verschijningsvorm van mensenhandel is seksuele uitbuiting. Hiervan is sprake als iemand gedwongen wordt om seksuele handelingen te verrichten tegen betaling van geld, kleding of eten en dat vervolgens moet afdragen aan de uitbuiter. Dit komt met name voor in de illegale prostitutie. Arbeidsuitbuiting Als iemand werkt en de inkomsten (gedeeltelijk) moet afdragen en/of in mensonterende omstandigheden moet werken, is er sprake van arbeidsuitbuiting.

Uitbuiting komt in allerlei sectoren voor, maar voornamelijk in de agrarische sector, de bouw, horeca, slachterijen en schoonmaak. Uit de praktijk blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking, migranten en vluchtelingen een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden. Dit heeft te maken met de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden. Criminele uitbuiting Criminele uitbuiting uit zichzelf wanneer iemand gedwongen wordt om criminele feiten te plegen of om te bedelen. Denk hierbij aan drugshandel, het misbruik van iemands bankrekening, het gebruik van iemands woning voor drugsproductie of illegale prostitutie, winkeldiefstal of andere vormen van criminaliteit. Criminele uitbuiting wordt vaak niet gesignaleerd omdat het slachtoffer in de veronderstelling kan zijn dat hij/zij strafrechtelijk vervolgbaar is. Uit angst voor represailles melden slachtoffers zichzelf vaak (ook) niet. Wanneer duidelijk is dat iemand onder dwang strafbare feiten heeft gepleegd, spelen de beginselen van nonprosecution en non-punishment2 een rol. Gedwongen orgaanverwijdering Hierbij wordt iemand gedwongen om zijn of haar organen af te staan (denk hierbij ook aan gedwongen draagmoederschap). Uit cijfers blijkt deze vorm van mensenhandel nauwelijks te traceren waardoor het erg lastig na te gaan is hoe vaak deze vorm van mensenhandel in Nederland voorkomt.

Er wordt wel geprobeerd hier meer zicht op te krijgen, maar voor dit document wordt deze vorm van mensenhandel buiten beschouwing gelaten. Mensenhandel is géén mensensmokkel Mensenhandel moet niet worden verward met mensensmokkel. Bij mensensmokkel is in beginsel sprake van een vrijwillige relatie (overeenkomst) tussen de smokkelaar en de persoon die het land wil verlaten.

Samen tegen mensenhandel. Een integrale programma-aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting. www.rijksoverheid.nl November 2018, publicatie-nr. 116759. 2 Volgens deze principes, voorzien staten in de mogelijkheid om slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten die een rechtstreeks gevolg zijn van hun slachtofferpositie. 1

2

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Haaldelict Mensenhandel is een zo genoemd ‘haaldelict’, dat zich vaak onder de radar afspeelt. Slachtoffers kunnen of durven zelf geen aangifte te doen en opsporingsinstanties zoals de politie moeten zelf actief op zoek naar de slachtoffers. De opsporingsdiensten zijn daarbij afhankelijk van verschillende professionals uit allerlei domeinen die signalen van mensenhandel kunnen oppikken en ook bereidwillig zijn om dit te doen. Juist ook omdat slachtoffers zichzelf vaak niet zien als slachtoffer of ontkennen - door angst of schaamte - dat er sprake is van uitbuiting. De angst van slachtoffers, de lage aangiftebereidheid, de beperkte pakkans van de daders, het gebrek aan kennis over signalen bij de professionals in allerlei domeinen zorgen er allemaal voor dat er nauwelijks zicht is op de werkelijke omvang van deze ernstige vorm van criminaliteit. Bij dit soort delicten geldt vaak ‘Hoe meer je gaat zoeken, hoe meer je zult vinden’. Een pakkend en vaak aangehaald citaat van Johan Cruijff treft het doel: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt!”. Mensenhandel in beeld De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (hierna: Nationaal Rapporteur) onderzoekt de aard en omvang van mensenhandel. Daarnaast onderzoekt de rapporteur of de aanpak van mensenhandel in Nederland goed werkt.

Ieder jaar publiceert de Nationaal Rapporteur de resultaten van het onderzoek in de Slachtoffermonitor en één keer per twee jaar in de Dadermonitor. Volgens de meest recente gegevens uit 2022 van de Nationaal Rapporteur zijn er jaarlijks naar schatting in Nederland:  tussen de 5.000 en 7.500 slachtoffers van mensenhandel;  ongeveer 1.300 minderjarige slachtoffers van binnenlandse seksuele uitbuiting;  1.400 slachtoffers van arbeidsuitbuiting of criminele uitbuiting;  gemiddeld 120-130 daders door de rechter in eerste aanleg veroordeeld voor mensenhandel;  is de gemiddelde duur bij een veroordeling voor mensenhandel één jaar en tien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.3 Het ontbreekt echter aan gegevens die duidelijk maken wat de problematiek en de verschijningsvormen van mensenhandel op lokaal en regionaal niveau zijn. Zonder dit inzicht is het niet mogelijk om effectief beleid te maken. De Nationaal Rapporteur adviseert daarom over het verkrijgen van regionaal zicht en inzicht en stimuleert een gezamenlijke aanpak van mensenhandel op lokaal en regionaal niveau. Het is van belang dat we meldingen regionaal blijven monitoren. Het doen van een omgevingsscan of risicoanalyse kan gemeenten mogelijk inzicht geven in de voor mensenhandel kwetsbare sectoren.

Hiermee worden ook mogelijke risicogroepen (zoals minderjarigen, arbeidsmigranten en kwetsbare mensen in migratiestromen) in beeld gebracht en kan op bepaalde thema’s dieper worden ingezoomd. Elk jaar wordt er een overzicht gemaakt van de cijfers, van zowel politie, Moviera (slachtoffers) en sinds 2024 ook de weeg- en monitortafel mensenhandel. Om zo een wat beter beeld te krijgen van de problematiek, omdat er nauwelijks werd geregistreerd. Dit doen we zodat er meer bewustwording komt en ook meer prioriteit. Een daadwerkelijke omgevingsscan is er (nog) niet gemaakt, maar de verwachting is dat er iets dergelijks wel gaat komen voor De Waarden in lijn met het interventieteam. Urgentie aanpak mensenhandel Mensenhandel draait om uitbuiting. Daders gebruiken slachtoffers voor persoonlijk gewin. Dit doen ze door geweld, intimidatie en/of onder bedreiging. Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten en van de menselijke waardigheid. Slachtoffers kunnen ernstige gevolgen ondervinden. Mensenhandel wordt vaak gepleegd in criminele samenwerkingsverbanden, die misbruik maken van de legale wereld. Daarom is mensenhandel een ernstige vorm van ondermijning. Mensenhandel is één van de zwaarste vormen van criminaliteit.

3

www.nationaalrapporteur.nl/over-ons/publicaties/brochures/2020/05/19/brochure-nationaal-rapporteur

3

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

1.3 Gemeentelijke rol in de aanpak mensenhandel Onze gemeente heeft bij de aanpak van mensenhandel een rol op het gebied van preventie, signalering, toezicht & handhaving en hulpverlening. Wij dragen bij aan het opwerpen van barrières tegen mensenhandel.4 Een gemeente voldoet aan het basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel als de gemeente:  werkt aan actieve signalering van mensenhandel;  een functionaris heeft die optreedt als contactpersoon binnen de gemeente, bekend is met de bestuurlijke mogelijkheden om op te treden tegen mensenhandel en bekend is met de instanties waar slachtoffers mensenhandel terecht kunnen; en  gemeentelijk beleid en lokale regelgeving heeft dat de aanpak van mensenhandel ondersteunt (een voorbeeld hiervan is prostitutiebeleid). De bovenstaande onderdelen worden in hoofdstuk 2 nader uitgewerkt.

1.4 Beleidsplan aanpak mensenhandel gemeente Neder-Betuwe Alle gemeenten moeten een sluitende aanpak mensenhandel hebben, zo ook de gemeente Neder-Betuwe. Hiervoor is dit voorliggende ‘Beleidsplan aanpak mensenhandel gemeente Neder-Betuwe’ (hierna: het beleidsplan) opgesteld. In het beleidsplan zijn ook de regionale aspecten meegenomen. In dit plan is bij elkaar gebracht wat er al gebeurt en is tegelijkertijd onderzocht waar de aanpak mensenhandel nog verder geoptimaliseerd kan worden. Dit met als doel om in ieder geval aan het basisniveau te voldoen. Doelstellingen Om overzichtelijker te maken waar we als gemeente naartoe willen werken, zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. Wij willen zoveel mogelijk slachtoffers uit hun situatie halen door het signaleren van mensenhandel en het bieden van de juiste hulp en opvang. 2. Wij willen, door in te zetten op preventie, dat minder mensen slachtoffer worden van mensenhandel. 3. We willen onze gemeente zo onaantrekkelijk mogelijk maken voor daders door deze aan te pakken en te frustreren. Waar mogelijk willen we het bovenstaande gezamenlijk aanpakken met de gemeenten binnen de Gezagsdriehoek De Waarden, de regio Gelderland-Zuid en onze partners uit (onder andere) het zorg- en veiligheidsdomein.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de inleiding beschreven. In hoofdstuk 2 worden de landelijke-, regionale- en lokale kaders voor de aanpak mensenhandel uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt de huidige aanpak mensenhandel beschreven en hoe de gewenste situatie eruitziet. Als laatste wordt in hoofdstuk 4 het vervolg van de aanpak mensenhandel beschreven.

Staatssecretaris Justitie en Veiligheid (2017). Antwoord op vragen van de leden Segers en Kuik over het bericht '95 procent van gemeenten heeft geen beleid voor aanpak mensenhandel'. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20172018-573.html 4

4

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

2. Kaders 2.1 Internationale en nationale wet- en regelgeving Er bestaat internationale (protocollen, verdragen, richtlijnen) en nationale wetgeving op basis waarvan gemeenten een taak hebben in de aanpak van mensenhandel. In ‘Bijlage 1 Wettelijk kader’ is een overzicht hiervan opgenomen.

2.4 Doelstellingen Lokaal De aard en omvang van mensenhandel in gemeenten verschilt, net als de stappen die gemeenten al hebben gezet in de aanpak van mensenhandel. Mensenhandel raakt alle facetten van de samenleving en daarmee ook verschillende beleidsterreinen. Om de raakvlakken inzichtelijk te krijgen dient verbinding te worden gezocht met bestaand beleid: zorgbeleid, jeugdbeleid, huiselijk geweld en kindermishandeling, veiligheidsbeleid, prostitutiebeleid, economisch beleid, huisvestingbeleid, inkoopbeleid. Het ‘Kader aanpak mensenhandel Gelderland-Zuid’ is richtinggevend voor álle gemeenten in de regio, zo ook gemeente Neder-Betuwe en identificeert daarom verschillende plateaus en bouwstenen. Hiermee kunnen gemeenten steeds verder blijven werken aan een aanpak voor mensenhandel. Regionaal Het doel van het regionale ‘Kader aanpak mensenhandel Gelderland-Zuid’ is dat iedere gemeente binnen Gelderland-Zuid een aanpak opstelt. Dit betekent concreet dat er moet worden gewerkt aan actieve signalering, het hebben van vastgesteld beleid en het in huis hebben van een toegewijde aandachtfunctionaris mensenhandel. De aandachtfunctionaris mensenhandel fungeert als aanspreekpunt, dossierhouder en regievoerder. Dit betekent ook dat er, naast de samenwerking op het niveau van Oost-Nederland en het district Gelderland-Zuid, lokale invulling moet worden gegeven aan de implementatie.

Het Kader van de VNG biedt ons de basis waar we ons regionaal op dienen te focussen. We kunnen ons daarbij richten op een vijftal pijlers die in hoofdstuk 3 ieder afzonderlijk vanuit regionaal perspectief verder worden uitgewerkt: Pijler 1: Bewustwording Pijler 2: Signalering Pijler 3: Integrale aanpak (preventief, repressief, dader en slachtoffer) Pijler 4: Zorg en opvang Pijler 5: Verbinding zorg en veiligheid In het plan van aanpak ondermijning Gelderland-Zuid van 18 maart 2020 is ‘mensenhandel’ benoemd als één van de thema’s/prioriteiten. In dit plan is opgenomen dat er geen dubbel werk wordt gedaan, maar waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van al opgedane kennis over en manieren van de aanpak van mensenhandel. Gelderland-Zuid is aangesloten bij de expertgroep mensenhandel Oost-Nederland, waarin de ‘best practices’ van de districten vallend onder de regionale eenheid met elkaar worden gedeeld. Landelijk De afspraken van het Interbestuurlijk Programma (IBP) zijn opgenomen in het ‘Programma Samen tegen Mensenhandel’ waarin één actielijn toeziet op het versterken van de gemeentelijke aanpak van mensenhandel.

Dit betekent dat iedere gemeente volgens het landelijke streven vanaf 2022 ten minste moet voldoen aan: • het werken aan een actieve signalering van mensenhandel; • het hebben van een aandachtfunctionaris mensenhandel en • het hebben van beleid op de aanpak van mensenhandel met daarbij passende regionale opvang, ondersteuning en nazorg en het creëren van een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatoren voor slachtoffers van mensenhandel.

5

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

3. Aanpak mensenhandel In dit hoofdstuk wordt de huidige en gewenste aanpak mensenhandel beschreven in de gemeente NederBetuwe en de regio Gelderland-Zuid. Eerst wordt de functie van aandachtfunctionaris mensenhandel toegelicht en vervolgens wordt de gewenste aanpak mensenhandel beschreven via de volgende pijlers:  Pijler 1 --> Bewustwording  Pijler 2 --> Signalering  Pijler 3 --> Integrale aanpak (preventief, repressief, dader en slachtoffer)  Pijler 4 --> Zorg en opvang  Pijler 5 --> Verbinding zorg en veiligheid

3.1 Aandachtfunctionaris mensenhandel Om te voldoen aan het basisniveau van bestuurlijke aanpak mensenhandel moeten gemeenten een aandachtfunctionaris mensenhandel aanwijzen. Verschillende afdelingen van de gemeente zijn betrokken bij de aanpak van mensenhandel. Om alles te coördineren en om als aanjager te fungeren dient er binnen iedere gemeente ten minste één gemeentelijke aandachtfunctionaris mensenhandel (hierna: aandachtfunctionaris) te worden aangesteld. Bij de gemeente Neder-Betuwe wordt de aandachtfunctionaris binnen team Veiligheid gepositioneerd. Er is vanuit dit team een structurele verbinding met het sociaal domein. Wanneer er dusdanig veel meldingen binnenkomen waardoor de eerste aandachtfunctionaris het niet meer binnen de gestelde capaciteit kan oppakken, moet onderzocht worden of er binnen het sociaal domein iemand als tweede aandachtfunctionaris moet worden aangewezen. De aandachtfunctionaris heeft de volgende taken:  Zet binnen de gemeente aan tot bewustwording en voorlichting van zowel zijn/haar collega’s, als andere professionals in de gemeente die mogelijk met slachtoffers in contact komen.  Is het aanspreekpunt voor collega’s die mogelijke signalen van mensenhandel hebben waargenomen en is daarbij onderdeel van de interne meldroute.  Denkt mee over signalen, verrijkt deze zo mogelijk en zet de signalen door naar de juiste ketenpartner(s).

Houdt tevens de signalen/casussen bij, om zo (in samenwerking met de ketenpartners) meer zicht te krijgen op de lokale verschijningsvormen van mensenhandel.  Is bekend met de bestuurlijke mogelijkheden om barrières tegen mensenhandel op te werpen.  De aandachtfunctionaris staat in nauw contact met de zorgcoördinatoren mensenhandel.  Is op de hoogte van de regionale en landelijke ontwikkelingen op het gebied van mensenhandel en deelt de gemeentelijke ‘good practices’ met de regio.  Houdt het beleid up-to-date, onderhoudt de verbinding met de partners vanuit zowel de zorg- als de veiligheidshoek en maakt hier samenwerkingsafspraken mee. Als er een ketenregisseur mensenhandel wordt aangesteld zal dit op regionaal gebied onder de taak van de ketenregisseur vallen.

3.2 Pijlers sluitende aanpak mensenhandel Pijler 1: Bewustwording De eerste stap in de aanpak van mensenhandel is bewustwording en het vergroten van kennis bij inwoners, ondernemers en professionals. Bewustwording en kennis bevorderen de meldings- en aangiftebereidheid. Bestuurders en ambtenaren, maar ook professionals, inwoners en ondernemers kunnen actief worden voorgelicht over de verschillende vormen van mensenhandel om zo de ‘awareness’ (bewustwording) te vergroten.5 Via (regionaal) terugkerende trainingen, georganiseerd voor verschillende disciplines, kan de bewustwording onder de professionals worden vergroot. Een concreet voorbeeld is de regionale training : ‘Herken jij signalen van mensenhandel in jouw werk’ voor gemeentelijke toezichthouders en handhavers.

Denk aan klantmanagers, buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), servicebaliemedewerkers, toezichthouders, leerplichtambtenaren en Sociaal Wijkteamleden, maar ook aan professionals bij Veilig Thuis, Bureau Jeugdzorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), huisartsen en hulpverleners bij andere jeugd- en zorginstellingen. Ook specialistische organisaties die sekswerkers of andere voor uitbuiting kwetsbare groepen zoals statushouders en arbeidsmigranten ondersteunen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, zoals migrantenorganisaties en religieuze instellingen. 5

6

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Om de bewustwording onder de aandacht te krijgen bij inwoners en ondernemers kan de gemeente inzetten op (laagdrempelige) bewustwordingsacties zoals het onder de aandacht brengen van (publieke) bewustwordingscampagnes via de lokale of sociale media. Inwoners en ondernemers kunnen daarmee worden aangespoord om signalen van mensenhandel te melden bij Meld Misdaad Anoniem of door direct contact op te nemen met de Politie, Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), of CoMensha. Dit vraagt de volgende acties: Lokaal:  Inzetten op actieve voorlichting en het vergroten van bewustzijn en de meldingsbereid.  Verbinding zoeken met reeds bestaande voorlichtingscampagnes en bestaand materiaal. Pijler 2: Signalering Signalen van mensenhandel worden vaak niet herkend. Dit komt onder andere door een gebrek aan kennis om deze signalen op te merken. Ook worden slachtoffers van mensenhandel niet altijd als zodanig herkend, met als gevolg dat ze mogelijk blijvend worden uitgebuit en de bescherming mislopen waar ze recht op hebben. Daarbij komt ook dat de slachtoffers zichzelf niet altijd als slachtoffer zien. Naast bewustwording van de problematiek, is het belangrijk om medewerkers en andere professionals te trainen op het leren herkennen van signalen mensenhandel.

Door actief te zoeken naar signalen is de kans groter dat signalen boven tafel komen. Via bewustwordingsbijeenkomsten en -campagnes proberen wij de bewustwording en meldingsbereidheid van inwoners en ondernemers ook te vergroten. Bij het actief zoeken naar signalen van seksuele uitbuiting of arbeidsuitbuiting kan men bijvoorbeeld denken aan enerzijds de reguliere bestuurlijke controles bij illegale/onvergunde prostitutiebedrijven (zoals seksbedrijven/seksinrichtingen/escortbedrijven), bij vergunningplichtige bouwactiviteiten en de huisvesting van arbeidsmigranten. Anderzijds kan gedacht worden aan informatie gestuurde controles op risicolocaties, bijvoorbeeld bij massagesalons, onvergunde/illegale prostitutie en in de horeca of (land)bouw.6 CoMensha7, FairWork, het CCV, de VNG, maar ook het RIEC Oost-Nederland en de Stichting voor Integrale aanpak Mensenhandel verzorgen verschillende trainingen op het gebied van ondermijning en mensenhandel specifiek gericht op gemeentelijke teams (zoals veiligheid/toezicht en handhaving, balie en sociaal domein).8 Tijdens de trainingen wordt onder andere aandacht besteed aan de beantwoording in relatie tot de volgende vragen: • Hoe herken je mensenhandel? • Wie zijn mogelijke slachtoffers van mensenhandel in onze gemeente/regio? • Wanneer kunnen zij in aanraking komen met gemeenten of andere professionals? • Wat vraagt dit van betrokken

professionals/organisaties? • Hoe kan de expertise van betrokken ambtenaren of ketenpartners verbeterd worden? Slachtoffers van mensenhandel hebben unieke kennis die waardevol kan zijn bij het zorgen voor bewustwording enerzijds en het goed kunnen signaleren van vormen van mensenhandel anderzijds. Het is waardevol om deze ervaringsdeskundigen in te zetten bij trainingen over mensenhandel. Ervaringsdeskundigen weten waar zij als slachtoffer behoefte aan hebben (of hadden) en kunnen meedenken over mogelijke oplossingen. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: meldcode) is ook van toepassing op signalen van mensenhandel. De meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Deze meldcode geldt bijvoorbeeld ook voor leraren, huisartsen en andere hulpverleners. Aan de hand van vijf stappen kunnen professionals bepalen of zij hun vermoedens van huiselijk geweld, kindermishandeling of mensenhandel moeten melden bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet.

https://hetccv.nl/onderwerpen/mensenhandel/actieve-signalering CoMensha heeft op haar website het opleidingsaanbod verzameld van verschillende organisaties en voor verschillende doelgroepen. https://www.comensha.nl/mensenhandel-academy 8 https://www.comensha.nl/mensenhandel-academy/gemeenten/integraal-trainingsaanbod/ 6 7

7

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Zie voor de stappen en nadere uitwerking ‘Bijlage 4 Stappenplan Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2013 en het Besluit verplichte meldcode’. Van sommige professionals die onder de meldcode vallen, zoals de jeugdpartners, is de gemeente opdrachtgever. Gemeente Neder-Betuwe heeft een intern protocol meldcode opgesteld.9 In de kaders voor o.a. jongerenwerk zal de meldcode expliciet benoemd worden. Meldroute Omdat het van belang is dat signalen van mensenhandel laagdrempelig kunnen worden gemeld, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de al bestaande meldroutes. Medewerkers die onder de meldcode vallen, moeten beslissen of zij een melding doen bij Veilig Thuis als er een vermoedelijk slachtoffer in beeld is. In situaties waarin geen specifiek slachtoffer te herkennen is, alsmede voor overige signalen van mensenhandel die niet onder de meldcode vallen, kan gebruik worden gemaakt van de meldroute voor signalen ondermijning. Gemeenten kunnen daarnaast hun gemeentelijke webpagina inrichten met een meldpunt voor inwoners en ondernemers waarin wordt verwezen naar de politie, NLA, Meld Misdaad Anoniem (hierna: MMA) of CoMensha. Signalenroute Onderstaand volgt een signalenroutekaart, waarin is opgenomen waar signalen over mensenhandel (veilig) gemeld kunnen worden.

Deze kaart is opgenomen in het Kader Aanpak Mensenhandel Gelderland-Zuid. Het is de bedoeling dat alle signalen van mensenhandel binnen de gemeente (via een centraal meldpunt) terecht komen bij de gemeentelijke aandachtfunctionaris mensenhandel. De betreffende aandachtfunctionaris verrijkt het signaal zo mogelijk en zet het signaal door naar de juiste ketenpartner(s).

9

\\DATA01GEMNB\Data\Project\HGKM\Meldcodeprotocol

8

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Bron: Kader aanpak mensenhandel Gelderland-Zuid

De bovenstaande signalenroutekaart laat de volgende vervolgstappen zien: Iedere gemeente wijst ten minste één aandachtfunctionaris mensenhandel aan bij wie vermoedens van mensenhandel kunnen worden gebundeld (1. Bundelt). In de gemeente Neder-Betuwe is op dit moment gekozen voor één aandachtfunctionaris. Zoals eerder benoemd, zal intern nog besproken worden of er binnen het sociaal domein ook een aandachtfunctionaris wordt aangesteld. De aandachtfunctionaris verrijkt (2. Verrijkt) meldingen met aanvullende informatie (adresgegevens, eventuele eerdere interventies en overige informatie). Wanneer na verrijking van de melding de vermoedens van mensenhandel zijn versterkt, zet de aandachtfunctionaris acute meldingen door (3. Zet door) naar de politie/AVIM, NLA en de zorgcoördinatoren mensenhandel, voor zover dat nog niet is gebeurd. Niet acute meldingen brengt de aandachtfunctionaris in bij het lokale signaal- /casusoverleg of lokaal ondermijningsoverleg. Beide overlegstructuren moeten nog opgezet worden. Daarnaast brengt de aandachtfunctionaris de melding onder de aandacht van de nog te benoemen ketenregisseur, die op regionaal niveau de meldingen van mensenhandel verzamelt. Binnen de Waarden kan het signaal van mensenhandel worden besproken tijdens de ondermijningsoverleggen/casusbesprekingen van het RIEC Oost-Nederland of het Interventieteam de Waarden (IDW).

Dit gebeurt op het niveau van het basisteam of de gezagsdriehoek. Vanuit het lokale signaal-of casusoverleg of lokaal overleg ondermijning wordt bepaald of voor het signaal: 9

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel • • •

alleen een zorgtraject noodzakelijk is (toeleiding naar zorgcoördinatoren). een aanmelding voor het triage, voorbeschouwing casusoverleg, een zorg én strafrechtelijk traject noodzakelijk is (de zorgcoördinatoren nemen de zorg voor hun rekening, algehele procesregie op de casus ligt in beginsel bij het Zorg- en Veiligheidshuis); Er sprake is van ondermijnende criminaliteit (in dat geval wordt de casus doorgeleid naar het Informatieplein van het RIEC Oost-Nederland).

In het geval van doorgeleiding van het signaal naar het Zorg- en Veiligheidshuis valt het signaal onder het Veiligheidshuisconvenant. In geval van doorgeleiding van het signaal naar het Informatieplein Gelderland-Zuid, dan is het RIEC-convenant leidend. Eén overlegstructuur in Gelderland-Zuid Vanuit een integrale Gelderland-Zuid brede aanpak van mensenhandel bestaat de wens om één overlegstructuur op te tuigen en hier de signalen van mensenhandel te bespreken. Eén overlegstructuur kan mogelijke juridische belemmeringen hebben. Desondanks is het raadzaam om de ontwikkelingen binnen andere districten over dit onderwerp te volgen. Voor het einde van 2025 moet nagegaan worden of het haalbaar is om één overlegstructuur binnen Gelderland-Zuid vorm te geven en om ook voor het einde van dat jaar het overleg opgetuigd te hebben. Ketenregisseur (nog te benoemen) Voor het bevorderen van de regionale samenwerking en het voeren van de regie, is het wenselijk dat gemeenten samen één ketenregisseur aanstellen. Hierover zijn tot op heden nog geen concrete afspraken gemaakt. De ketenregisseur vormt een belangrijke sleutelfiguur in de toekomstige regionale ketensamenwerking en heeft een aanjagende functie. De ketenregisseur is de verbindende schakel en het regionale aanspreekpunt.

Deze regisseur zorgt voor de afstemming, legt problemen op tafel en ondersteunt de gemeentelijke aandachtfunctionarissen. Daarnaast werkt de ketenregisseur nauw samen met de zorgcoördinatoren. De ketenregisseur heeft de volgende taken: • zoeken naar overeenstemming op de gedeelde belangen van diverse (keten)partners; • onderkennen en benoemen van de verschillende taken, belangen en mogelijkheden van de diverse partners; • opstellen van een samenwerkingsconvenant (indien nodig); • afstemmen van beleid en uitvoering tussen de partners; • sturen op het nakomen van afspraken; • adviseren over welke casussen worden ingebracht in het casusoverleg; • voorzitterschap van het casusoverleg; • borgen van acties en interventies; • stroomlijnen van informatievoorziening en communicatie; • initiatief nemen voor de evaluatie en de monitoring van de beleidsvorming en -uitvoering in de keten.

10

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Dit vraagt de volgende acties: Lokaal: • Inzetten op actieve signalering via het aanbieden van trainingen. • Instellen van een centraal meldpunt waar signalen mensenhandel (intern) gemeld kunnen worden. • Inwoners en ondernemers die signalen mensenhandel willen melden via de gemeentelijke webpagina doorgeleiden naar MMA (extern). • Het aanstellen van één (of meerdere) gemeentelijke aandachtfunctionaris(sen) mensenhandel. • Een duidelijke lokale overlegstructuur voor zowel signaal- als casuïstiekbespreking, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de al bestaande tafels. Regionaal: • Samen met de regionale ketenpartners een regionale signalenroute(kaart) vaststellen. • Inzetten op één regionale overlegstructuur, wanneer blijkt dat de samenwerkingsverbanden en mensenhandel tafels van het Zorg- en Veiligheidshuis en RIEC niet voldoende zijn. • De mogelijkheid en noodzakelijkheid verkennen voor het aanstellen en borgen van een regionaal opererende ketenregisseur. Pijler 3: Integrale aanpak (preventief, repressief, dader en slachtoffer) Bij het voorkomen, signaleren, stoppen en hulp bieden bij mensenhandel zijn verschillende partijen betrokken. Die betrokken partijen moeten samenwerken om tot een integrale en sluitende aanpak van mensenhandel te komen.

Een integrale aanpak van mensenhandel ziet zowel op de slachtoffergerichte - als op de dadergerichte aanpak. Het dient enerzijds een preventief doel en anderzijds een reactief doel. De Nationaal Rapporteur geeft dit in het volgende beeld schematisch weer.

11

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Bron: Nationaal Rapporteur

Privacy Als een (verrijkt) signaal vanuit zorg, dan wel vanuit veiligheid, aanleiding geeft om een casus te starten, wordt privacygevoelige informatie gedeeld. Deze informatiedeling moet (juridisch) geborgd zijn. Zorgpartners (het overgrote deel van deze partners) kunnen hun signalen delen onder het Zorgconvenant van het Zorg- en Veiligheidshuis. Signalen gericht op de dadergerichte aanpak van mensenhandelaren, facilitators en dergelijke worden door de partners gedeeld onder het RIEC-Convenant. Dadergerichte aanpak De dadergerichte aanpak ziet enerzijds op het voorkomen van daderschap (preventief). Anderzijds op het signaleren en stoppen van bestaand daderschap en het handhaven/bestraffen van daders (beiden reactief). Een uniform regionaal toezicht- en handhavingskader mensenhandel Gelderland-Zuid – op dit moment nog niet ontwikkeld – moet voldoende aandacht besteden aan het inzetten van de bestuurlijke instrumenten en het opwerpen van barrières.10 10

Het CCV heeft op hun website verschillende barrièremodellen staan waar gebruik van gemaakt kan worden.

12

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Op beleidsmatig niveau kan de daderaanpak worden versterkt door het opwerpen van barrières tegen daders en faciliteerders en het versterken van proactief toezicht. Daarnaast kan met het hanteren van een uniform regionaal toezicht- en handhavingskader een waterbedeffect binnen de regio worden voorkomen. Het ‘regionaal toezichts- en handhavingsprotocol seksbranche’ kan hierbij als voorbeeld gebruikt worden. Om bestaand daderschap te stoppen en daders te straffen, kunnen bestuurlijke instrumenten worden ingezet. Dit kan complementair lopen aan een eventuele strafrechtelijke aanpak in het kader van opsporing en/of vervolging. Slachtoffergerichte aanpak De slachtoffergerichte aanpak kan worden versterkt door een regionale inzet van de zorgcoördinatoren mensenhandel. Het voorkomen van herhaald dader- en slachtofferschap vraagt om aandacht voor resocialisatie. Om dit te bevorderen, kan onder bepaalde condities bij verdenking (of vermoedens) van mensenhandel, zowel aan de voorkant (tijdens de behandeling van de strafzaak bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM)) als aan de achterkant (in het kader van vervroegde invrijheidsstelling of bij gedragsbeperkende maatregel) reclasseringsadvies worden ingewonnen. Daarnaast kan het opleggen van een locatieverbod en/of contactverbod worden overwogen.

Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving zijn belangrijke sporen in de aanpak van mensenhandel. Proactief toezicht houden bij risicobranches en risicogroepen met bestuurlijke en strafrechtelijke opvolging bij misstanden zijn hier voorbeelden van. Bestuursrecht en Strafrecht zijn aanvullend aan elkaar en de samenwerking is onmisbaar in een effectieve en sluitende aanpak. De politie heeft een toezichthoudende taak op grond van de vreemdelingenwetgeving en een opsporingstaak ter handhaving van de rechtsorde in de bestrijding van uitbuiting en mensenhandel. Daarnaast zijn zij (naast de boa’s) in de gemeente Neder-Betuwe ook aangewezen als toezichthouder van de APV. Bestuursrechtelijke instrumenten kunnen (in tegenstelling tot strafrechtelijke instrumenten) vaak al eerder worden ingezet en barrières opwerpen. Een coöperatieve samenwerking tussen de gemeente, politie en justitie is hierbij van grote betekenis. Daarnaast is in de regio ook een regionaal bestuurlijk toezichtteam actief voor arbeidsmigranten. Dit vraagt de volgende acties: Regionaal: • Convenant RIEC Oost-Nederland en Zorgconvenant ZVH Gelderland-Zuid (waar nodig) controleren en actualiseren. • Ontwikkelen van een regionaal toezichts- en handhavingskader mensenhandel Gelderland-Zuid. Pijler 4: Zorg en opvang Zorgbeleid Slachtoffers hebben recht op zorg, opvang, begeleiding en ondersteuning.

Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: de Wmo) en de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het opvang- en zorgaanbod voor specifieke groepen, waaronder de slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten moeten zorgen voor passende opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van mensenhandel in de gemeente. Gemeenten, zo ook gemeente Neder-Betuwe, hebben een verantwoordelijkheid voor slachtoffers, die ingeschreven staan in de gemeente. Slachtoffers die niet ingeschreven staan, worden in principe ingeschreven in de gemeente waar ze zijn aangetroffen. Ook in internationale verdragen is vastgelegd dat slachtoffers van geweld in afhankelijkheid altijd hulp en opvang krijgen, ongeacht een eventuele verblijfstitel. Met het bieden van opvang wordt gerealiseerd, dat de acuut onveilige situatie voor het slachtoffer wordt opgeheven. Slachtoffers krijgen de ruimte om tot rust te komen, voordat vervolgstappen gezet worden. Opvang Slachtoffers aangetroffen in de gemeente die rechtmatig in Nederland zijn en/of een tijdelijke verblijfstatus hebben, kunnen aanspraak maken op begeleiding en/of een opvangplek in de reguliere vrouwen- of mannenopvang. Deze opvang is in elke veiligheidsregio gerealiseerd. Zo ook in de Veiligheidsregio GelderlandZuid.

Daarbij geldt wel de voorwaarde dat geen sprake is van ernstige verslaving, heftige psychiatrische problematiek, een verstandelijke beperking of een combinatie van deze aspecten. 13

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Voor slachtoffers van mensenhandel die ook kampen met multiproblematiek kan een gespecialiseerde opvang/behandelsetting meer geschikt zijn. Daarom hebben de gezamenlijke centrumgemeenten (voor onze gemeente: gemeente Nijmegen) de opvang voor slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek ingesteld. Er zijn 36 plaatsen beschikbaar voor slachtoffers van mensenhandel in deze categorie. Denk bijvoorbeeld aan slachtoffers met een verstandelijke beperking, geestelijke gezondheidszorg (GGZ) problematiek, verslavingsachtergrond en/of met ernstige problemen op meerdere levensterreinen. Meerderjarige, niet-Nederlandse slachtoffers in de B8/3-bedenktijd11, hebben recht op opvang in de landelijke categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM). Er bestaan ook enkele crisisopvangplekken, specifiek voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting. Minderjarige slachtoffers van mensenhandel worden vooral geholpen binnen het kader van de Jeugdwet. Via instellingen van jeugdzorg, van waaruit ook opvangplekken voor minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting (voorheen ‘loverboys’) beschikbaar zijn. Zorgcoördinator Ter ondersteuning van gemeenten wordt de zorgcoördinatie voor de gehele regio Gelderland-Zuid ingekocht bij Moviera.

Moviera heeft in de regio de expertise op de zorg voor slachtoffers van mensenhandel, behartigt de belangen van slachtoffers en coördineert de zorg vanuit het slachtoffer. Dit betreft maatwerk. Moviera werkt landelijk samen met CoMensha en de zorgcoördinatoren uit andere regio’s. Een regionaal opererende zorgcoördinator mensenhandel (hierna zorgcoördinator) speelt een belangrijke rol bij de belangenbehartiging en het organiseren van een samenhangend hulp– en ondersteuningsaanbod aan slachtoffers van mensenhandel die in de eigen regio verblijven en de toeleiding van slachtoffers naar de juiste organisatie. De regio Gelderland-Zuid heeft twee zorgcoördinatoren. Zij werken nauw samen met de gemeentelijke aandachtfunctionaris(sen), het lokale zorgdomein en de politie. Als er een regionale ketenregisseur komt, zullen ze ook daar nauw mee samenwerken. De zorgcoördinatoren mensenhandel zijn bekend met de instanties waar slachtoffers van mensenhandel terecht kunnen en zijn aanspreekpunt voor deze instanties. Samen met de aandachtfunctionaris zorgen zij ervoor dat de bestuurlijke aanpak van mensenhandel en de zorg- en hulpverlening van slachtoffers regionaal en lokaal goed worden vormgegeven.

De zorgcoördinatoren hebben daarin de volgende taken: • onderzoeken samen met het slachtoffer, waar hij/zij behoefte aan heeft; • zet de hulpvragen uit naar de meest passende zorgorganisaties; • het optimaliseren van het zorg- en ondersteuningsaanbod in de regio; • monitoring van de trajecten; • het verstrekken van advies en informatie aan professionals passend bij de casuïstiek; • informatievoorziening aan de cliënten; • rapportage en terugkoppeling aan CoMensha. Dit vraagt de volgende actie: Lokaal: • De zorgcoördinatoren onder de aandacht brengen door deze (incidenteel) te laten aansluiten/ kennismaken bij lokale overleggen. Pijler 5: Verbinding zorg en veiligheid De gemeentelijke aandachtfunctionaris speelt een cruciale rol in de verbinding tussen zorg en veiligheid. In de uitoefening van de functie wordt verwacht dat dit de verbindende schakel is tussen zorg en veiligheid en dat deze waar nodig worden samengebracht. De aandachtfunctionaris staat zeer nauw in contact met de zorgcoördinatoren.

De term B8/3 verwijst naar hoofdstuk B8/3 van de Vreemdelingencirculaire 2000. In dit hoofdstuk wordt de procedure beschreven voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel. Het doel ervan is buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in staat te stellen aangifte te doen door de dreiging van onmiddellijke uitzetting weg te nemen. De politie moet slachtoffers van mensenhandel daarom altijd op het recht van aangifte en B8/3 wijzen. Het slachtoffer heeft dan drie maanden bedenktijd om in alle rust te besluiten of hij aangifte wil doen. 11

14

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Dit vraagt de volgende actie: Lokaal: • Contact onderhouden met zorgcoördinatoren.

4. Implementatie Nadat de raad het ‘Beleidsplan aanpak mensenhandel gemeente Neder-Betuwe’ heeft vastgesteld, wordt het plan in werking gezet. De aandachtfunctionaris mensenhandel zal de acties gaan uitzetten. De regionale zorgcoördinatie is onderdeel van de subsidie die gemeente Nijmegen als centrumgemeente aan Moviera verstrekt. De gemeente Nijmegen betaalt dit als centrumgemeente volledig uit de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO). De aandachtfunctionaris zal daarnaast veel aandacht besteden aan het onderwerp bewustwording door verschillende bewustwordingsacties.

15

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Bijlage 1 Wettelijk Kader Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel De huidige stand van zaken rond de wetgeving over mensenhandel in Nederland richt zich op de modernisering en uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel. Staatssecretaris Van der Burg heeft een nader rapport over het wetsvoorstel naar de Koning en de Tweede Kamer gestuurd. De modernisering omvat onder andere de introductie van zelfstandige strafbaarstellingen voor ernstige benadeling en voordeeltrekking. Huidige wetgeving Artikel 273f Wetboek van Strafrecht 1. Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft: 10. degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen; 2°.

degene die een ander werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 3°. degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling; 4°. degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt; 5°.

degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of zijn organen tegen betaling beschikbaar te stellen dan wel ten aanzien van een ander enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen of zijn organen tegen betaling beschikbaar stelt, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 6°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander; 7°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de verwijdering van organen van een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat diens organen onder de onder 1° bedoelde omstandigheden zijn verwijderd; 8°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling of de verwijdering van diens organen tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 9°. degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde of van de verwijdering van diens organen.

16

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel 2.

Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van bedelarij, slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken, dienstbaarheid en uitbuiting van strafbare activiteiten.

3.

De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien: 1°. de feiten, omschreven in het eerste lid, worden gepleegd door twee of meer verenigde personen; 2°. degene ten aanzien van wie de in het eerste lid omschreven feiten worden gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel een ander persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt; 3°. de feiten, omschreven in het eerste lid, zijn voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld.

4.

Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gevangenisstraf van ten hoogste achttien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

5.

Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten de dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

6.

Onder kwetsbare positie wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.

7.

Artikel 251 is van overeenkomstige toepassing.

Internationaal  Het Palermo Protocol, een VN-protocol inzake preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel uit 2000;  De Europese richtlijn, een richtlijn uit 2011 van het Europees parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers;  Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel uit 2005;  Het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM);  Het Istanboel Protocol, over effectief onderzoek en documentatie van marteling en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straf, is de eerste verzameling internationale richtlijnen voor de documentatie van marteling en de gevolgen daarvan. Nationaal  In artikel 19 van de Grondwet staat dat elke Nederlander een vrije keuze heeft in arbeid. Ook wordt er benoemd welke regels er bestaan ter bescherming van mensen tijdens hun werk.  Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de zorg en opvang van hun burgers en dus ook voor slachtoffers van mensenhandel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.  Gemeenten hebben een wettelijke bevoegdheid in het reguleren van exploitatie van bedrijfsmatige prostitutie.  Andere wetgeving die kaders bieden voor de aanpak van mensenhandel door de gemeenten vloeien voort uit de Huisvestingswet en Wet werk- en inkomen.

17

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Bijlage 2 Rollen van de gemeente volgens de Nationaal Rapporteur De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen onderscheidt in zijn tiende rapportage vier gemeentelijke rollen. Deze worden nog eens nader toegelicht in het VNG Kompas. De vier gemeentelijke rollen zijn: 1. De gemeente als signaleerder. Gemeenten zijn door het dagelijks contact met burgers de oren en ogen in de samenleving waarbij signalen van mensenhandel kunnen worden opgevangen. Het is van belang dat gemeenten in staat zijn mensenhandel signalen te herkennen. Als gemeenten weten waar zij op moeten letten, kan mensenhandel effectief worden herkend, kunnen slachtoffers worden beschermd en de signalen worden doorgezet naar ketenpartners. 2. De gemeente als beleidsmaker. Gemeenten zijn als beleidsmakers verantwoordelijk voor het opstellen van een plan voor een sluitende aanpak mensenhandel, waarin alle gemeentelijke taken worden opgenomen (preventie, signalering, handhaving en zorg). Dit draagt bij aan een sluitende aanpak. Huisvesting, werklocaties, daders en slachtoffers kunnen echter over meerdere gemeenten zijn verspreid. Door een stevige samenwerking in de regio en met alle betrokken ketenpartners kunnen waterbedeffecten worden voorkomen. 3. De gemeente als deel van de integrale aanpak.

De complexiteit van mensenhandel vraagt om zowel een bestuurlijke als strafrechtelijke aanpak en intensieve samenwerking tussen de verschillende domeinen. Gemeenten zijn met al hun taken en verantwoordelijkheden de aangewezen partij om de regie in handen te nemen en partijen bij elkaar te brengen. Een belangrijke rol komt in dit verband ook toe aan de sinds 2007 bestaande RIEC’s (Regionale Informatie- en Expertise Centra). De gemeente is in ieder geval een onmisbare partner in de integrale aanpak van mensenhandel. 4. De gemeente als verantwoordelijk voor de zorg en opvang van slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten zijn financieel en organisatorisch verantwoordelijk voor de zorg voor en opvang van slachtoffers van mensenhandel. Dit is een wettelijk verankerde verplichting, die primair voortvloeit uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet. De taken en verantwoordelijkheden van gemeenten ten aanzien van de bescherming van slachtoffers zijn uitgebreid beschreven in een rapport van de VNG uit 2015 (commissie Lenferink).12

12

VNG, Commissie Lenferink. (2015). Gemeenten en de opvang van en zorg voor slachtoffers van mensenhandel.

18

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Bijlage 3 Kader voor de aanpak mensenhandel volgens de VNG

Bron: kader-voor-de-aanpak-van-mensenhandel_20210312.pdf (vng.nl)

19

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel

Bijlage 4 Stappenplan Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2013 en het Besluit verplichte meldcode

Bron: https://www.veiligthuisnoordoostgelderland.nl/wp-content/uploads/2018/07/stappenpan-verbeterde-meldcode-3.jpg

20

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Hoe te handelen bij (mogelijke) signalen van mensenhandel Bij acuut gevaar Schakel de politie in. Bij voorkeur in overleg met het slachtoffer. Als er geen overleg mogelijk is, schakel dan toch de politie in. Meld dat het vermoedelijk om mensenhandel gaat en vraag naar de rechercheur Mensenhandel bij de afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Dit kan binnen kantoortijden met de Front-Office AVIM: 088-965 77 00. Buiten kantoortijden en bij spoed kan er gebeld worden met de meldkamer 112. Zij kunnen doorverbinden met de piket van mensenhandel. Indien nodig volgen er crisisinterventies gericht op bescherming van het slachtoffer, het beëindigen van de uitbuitingssituatie, het regelen van (tijdelijke) opvang of contact met Veilig Thuis en de zorgcoördinatoren. Bij Veilig Thuis13 kan iedereen, altijd, en indien gewenst ook anoniem advies vragen of melding maken (een professional kan niet anoniem een melding maken) over zaken waarbij sprake is van een redelijk vermoeden van huiselijk geweld, kindermishandeling, mensenhandel en machtsmisbruik. Bij Veilig Thuis werken ervaren maatschappelijk werkers die de situatie goed kunnen inschatten. Ze geven informatie en advies en kunnen contact leggen met de ketenpartners in de regio die de beste begeleiding en ondersteuning kunnen bieden.

Veilig Thuis Gelderland-Zuid heeft tevens een vakgroep aanpak mensenhandel. Hierin wordt expertise ontwikkeld rondom het thema mensenhandel en welke partners daarbij betrokken zijn in de regio. Bij signalen die mogelijk kunnen wijzen op mensenhandel Het uitgangspunt is dat professionals zelf het stappenplan doorlopen, tenzij de organisatie het anders beschrijft (bijvoorbeeld t.a.v. vrijwilligers). De volgorde van het stappenplan is niet dwingend. Wel is het belangrijk dat de professional, op enig moment in het proces, alle stappen heeft doorlopen voor het komen tot een afweging. Toelichting op de stappen Stap 1: Het in kaart brengen van signalen en factoren Acties: • Breng de signalen die een vermoeden bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze zo zorgvuldig en duidelijk mogelijk vast in het dossier of in werkaantekeningen.14 • Maak duidelijk onderscheid tussen feiten, omstandigheden, gebeurtenissen, interpretaties en eigen waarneming. • Bespreek de zaken die opvallen open met de cliënt om een completer beeld te krijgen van de situatie. Stap 2: Overleg met collega’s en eventueel externe deskundigen Acties: • Bespreek de waargenomen signalen, risico- en beschermende factoren met een directe collega of aandachtfunctionaris binnen de organisatie. • De aandachtfunctionaris kan een externe deskundige(n) consulteren.

Afhankelijk van de doelgroep en situatie kan dit Veilig Thuis of de zorgcoördinatoren zijn. • Bespreek de waargenomen signalen, de risico- en beschermende factoren. • Registreer (start dossiervorming) in het eigen systeem met feitelijke informatie (wie, wat, wanneer). • Analyseren van de inhoud en op basis hiervan vervolgafspraken maken. Stap 3: Bespreek de signalen en factoren met de betrokkene(n) Acties: • Het opnieuw bespreken van de signalen die zijn waargenomen inclusief het benoemen van de zorgen met de betrokkene(n). • Nodig de betrokkene(n) uit om een reactie te geven. • Voer het gesprek bij voorkeur samen met een gespecialiseerde collega. • Verken met betrokkene(n) en relevante anderen de risico- en beschermende factoren binnen het netwerk. • Bespreek eventuele vervolgstappen en afspraken (probeer de toestemming te krijgen van betrokkene(n) om derden te betrekken en/of een melding te doen). • Leg de uitkomsten van deze stap vast in het dossier. Op dit moment wordt ook al begonnen met zogenaamde proeftuinen waarin gemeenten, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen (GI’s), Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) intensiever gaan samenwerken. Gevolg daarvan is dat het geen geschakelde samenwerking, maar een integrale samenwerking is. 14 Volg altijd de richtlijnen rond dossiervorming en privacy van de AVG en van de eigen organisatie. 13

21

Gemeente Neder-Betuwe | Beleidsplan aanpak mensenhandel Stap 4: Weeg de verzamelde informatie Acties: • Weeg op basis van de signalen, het ingewonnen advies en het gesprek met de betrokkene(n) de aard en de ernst van de situatie af. Is er sprake van (vermoedelijk) slachtofferschap, wat zijn de risico’s op slachtofferschap en welke beschermende factoren bieden aanknopingspunten voor verdere ondersteuning? • Gebruik hierbij de 5 afwegingsvragen: 1) Heb ik op basis van de stappen 1 t/m 3 een vermoeden van/is er sprake van mensenhandel? 2) Heb ik een vermoeden van/is er sprake van acute of structurele onveiligheid? 3) Ben ik in staat effectieve/passende hulp te bieden of organiseren? 4) Werken betrokkenen mee aan de geboden of georganiseerde hulp? 5) Leidt deze hulp tot duurzame veiligheid? • Bespreek deze weging eventueel opnieuw met een deskundige (intern of extern). • Bespreek de conclusies met betrokkene(n) en leg dit ook vast in dossier. • Maak bij deze weging gebruik van het afwegingskader van uw eigen beroepsgroep. Stap 5: Beslis welke acties nodig zijn • Vermoeden ongegrond Geen vervolgactie noodzakelijk, wel blijven volgen en onderzoeken waar het gedrag vandaan komt. • Twijfels Bepalen hoe de situatie te volgen, eventuele extra informatie te verkrijgen en bepalen wat de vervolgstappen zijn.

• Vermoedens van mensenhandel blijven aan de orde Wanneer zorgen rondom de situatie aan de orde blijven dient u twee beslissingen te nemen: o Als sprake is van acute of structurele onveiligheid dan moet een melding gedaan worden bij Veilig Thuis, dit is met ingang van 1 januari 2019 een professionele norm. Bij structurele onveiligheid is er sprake van herhaling of het voortduren van een onveilige situatie of geweld. Van acute onveiligheid is sprake als een persoon in direct fysiek gevaar verkeert en diens veiligheid de komende dagen niet gegarandeerd is. Hij of zij heeft direct bescherming nodig. Wanneer de cliënt geen toestemming geeft voor het doen van een melding, maar er is sprake van ernstige dreiging kunt u een melding maken op basis van een conflict der plichten.15 o U dient na te gaan of er hulp georganiseerd kan worden. Dit kan, wanneer u zelf in staat bent om effectieve/passende hulp te bieden of te organiseren, de betrokkenen meewerken aan de geboden of georganiseerde hulp en deze hulp leidt tot duurzame veiligheid. Extra aandachtspunten ter afweging zijn opgenomen in het afwegingskader voor onder andere sociaal werkers, onderdeel van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.16 Vrijwilligers hebben geen afwegingskader wat valt onder de meldcode. Indien vrijwilligers zorgen hebben rondom een betrokkene kan er advies ingewonnen worden bij Veilig Thuis.

Veilig Thuis kan dan met diegene onderzoeken hoe aan een eventuele melding, indien hier sprake van zou zijn, invulling gegeven kan worden. Afrondende taak na het doorlopen van het stappenplan Casusevaluatie: • Is het slachtoffer veilig en is de uitbuiting gestopt? • Wat heeft men geleerd van deze casus? Wat moet de volgende keer anders/beter? • Heeft de ketensamenwerking naar behoren gewerkt en waar bevinden zich nog hiaten? • Afstemming met ketenpartners over wie melding maakt bij CoMensha. Resultaat: De tevredenheid van de betrokkenen is getoetst, het slachtoffer is veilig en de uitbuiting is gestopt. Vaststellen of de ketensamenwerking naar verwachting heeft gefunctioneerd. Tijdens deze fase kunnen verbetervoorstellen voor een volgend proces worden vastgelegd en worden besproken met ketenpartners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15242086/1