Bijlage - Aanpassingennotitie ontwerp-bestemmingsplan
Tekst van het document
Aanpassingennotitie Bestemmingsplan “Randweg Opheusden”
December 2021
Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan “Randweg Opheusden” 1. Aanpassingen n.a.v. zienswijze Verbeelding t.h.v. Hamsestraat 90 De woonbestemming ter hoogte van Hamsestraat 90 Opheusden wordt uit het bestemmingsplan gehaald. Dit betreft het gele vlakje in de rode driehoek.
2. Ambtshalve aanpassingen Toelichting -
In paragraaf 2.2.4.3 ‘Inrichting randweg’ wordt de tekst ‘Bij de kruising van het tracé met het spoor Arnhem - Tiel wordt een nieuwe spoorwegovergang gerealiseerd. Een nadere analyse van deze spoorwegovergang wordt met ProRail momenteel nader uitgewerkt en uitgevoerd. Daarbij wordt ingezet op een gelijkvloerse overweg, maar een eventuele ongelijkvloerse kruising met het spoor wordt niet geheel uitgesloten. Daar wordt in het voorliggende plan al wel op geanticipeerd door een ruimtereservering op te nemen hiervoor.’, wordt vervangen door de tekst: ‘Bij de kruising van het tracé met het spoor Arnhem-Tiel wordt een nieuwe spoorwegovergang gerealiseerd. Met ProRail wordt nu nader onderzocht op welke wijze er 2
compenserende maatregelen nodig en gewenst zijn om de gelijkvloerse overweg mogelijk te maken. Ingezet wordt op een gelijkvloerse overweg waarbij een maatregelenpakket wordt uitgewerkt om de gewenste compensatie ook daadwerkelijk mogelijk te maken voor een gelijkvloerse overweg. Daarmee wordt nu in het voorliggende bestemmingsplan ruimte gereserveerd voor een gelijkvloerse overweg.’. -
Paragraaf 4.3.3 conclusie wordt in zijn geheel vervangen door: ‘Ter plaatse van het plangebied is het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk in de vorm van verkennend (water)bodemonderzoek. In dit plan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat dit onderzoek uitgevoerd moet worden voordat gesloopt of gebouwd kan worden of dat werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan’.
-
De tekst in paragraaf ‘4.10.2 Toetsing’, onder het kopje “Nader natuuronderzoek’ wordt in zijn geheel vervangen. De tabel ‘Overzicht stand van zaken van het lopende aanvullende natuuronderzoek’ en het kaartje ‘Essentieel leefgebied’ blijft ongewijzigd. De vervangende tekst is:
‘Uit de quick scan natuur blijkt dat de aanwezigheid van verschillende beschermde diersoorten niet kan worden uitgesloten en dat aanvullend onderzoek nodig is. Het gaat om onderzoek naar de ringslang, de poelkikker, rugstreeppad, de teunisbloempijlstaart, de grote modderkruiper, marters, vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Het aanvullende natuuronderzoek is inmiddels gedeeltelijk uitgevoerd. Hieruit volgt dat leefgebied voor de rugstreeppad, poelkikker, huismus, ringslang en teunisbloempijlstaart niet aanwezig is binnen het plangebied. Uit het onderzoek blijkt wel dat bij de woning aan de Hamsestraat 90 één broedplaats van gierzwaluwen aanwezig is. Verder blijkt in het centrale deel van het plangebied leefgebied aanwezig van de steenmarter en de wezel. Ook blijkt de Linge, waarvan een deel binnen het plangebied ligt, essentieel foerageergebied te zijn voor gewone dwergvleermuizen en meervleermuizen. Tot slot blijken slootjes binnen het zuidelijk deel van het plangebied leefgebied te zijn van de grote modderkruiper. Navolgende afbeelding geeft het leefgebied van deze beschermde soorten weer. Met de geplande ontwikkeling zal het waarschijnlijk noodzakelijk zijn de woning aan de Hamsestraat 90 te slopen. Daarbij zal de nestplaats van de gierzwaluw verloren gaan. Ook bestaat dan de kans dat gierzwaluwen worden verwond of gedood.
Ook zal met de ontwikkeling waarschijnlijk een deel van het leefgebied van de steenmarter en wezel verloren gaan. Daarbij worden met de wegaanleg mogelijk verblijfplaatsen voor deze soorten vernietigd en bestaat de kans dat marters worden gedood. Bij de aanleg van de brug over de Linge bestaat verder de kans dat het aanwezige foerageergebied van gewone dwergvleermuizen enmeervleermuizen wordt doorsneden, waardoor het als foerageergebied ongeschikt of onbereikbaar wordt. Tot slot bestaat de kans dat bij de werkzaamheden grote modderkruipers worden gedood. Ook zal met de aanleg van de weg leefgebied van deze soort verloren gaan, wanneer bij de werkzaamheden sloten worden gedempt. In al deze bovenstaande gevallen is sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig in combinatie met het treffen van mitigerende maatregelen. Nog benodigd nader natuuronderzoek Bij het gierzwaluwonderzoek konden in de periode half-juni tot half juli geen bezoeken worden gebracht aan de woning bij de Hamsestraat 90. Om het gierzwaluwonderzoek bij deze woning af te ronden, dienen hier aanvullend nog twee veldbezoeken te worden uitgevoerd. Daarnaast is voor de ruimtelijke ontwikkeling zelf, ook nog ander aanvullend onderzoek nodig, zoals volgt uit de eerder opgestelde quick scan.
Dit betreft aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van leefgebied van de steenuil, naar verblijfplaatsen van vleermuizen bij de woningen Hamsestraat 90 en 92 en naar verblijfplaatsen van de huismus en vleermuizen bij de woning aan de 3
Tielsestraat 99. In de quick scan werd nog geen aanvullend onderzoek geadviseerd naar de gierzwaluw bij de bebouwing. Dit omdat het hier lintbebouwing in landelijk gebied betreft die relatief laag is. Bij dergelijke bebouwing is de kans op aanwezigheid van gierzwaluwen niet groot (BIJ12, 217b). Echter, in de loop van het aanvullend onderzoek bleek in de woning van de Hamsestraat 90 toch een gierzwaluwverblijfplaats aanwezig. Daarom wordt nu ook bij de woning aan de Tielsestraat 99 geadviseerd om gierzwaluwonderzoek uit te voeren. Haalbaarheid ontheffing Uit het ‘Nader onderzoek Wet natuurbescherming’ blijkt dat in alle redelijkheid te verwachten is dat een ontheffing van de Wet natuurbescherming, bij het doorlopen van de juiste procedure, voor deze ontwikkeling verleend zal worden. Aan de voorwaarden voor een ontheffing Wet natuurbescherming kan worden voldaan voor de aanleg van de randweg. Er heeft een alternatievenafweging plaatsgevonden waaruit blijkt dat er voor de ontwikkeling geen andere bevredigende oplossing is. Ook is er sprake van een groot openbaar belang van deze ontwikkeling. Er is daarnaast voldoende tijd, budget en ruimte om voldoende mitigerende maatregelen te treffen wanneer dat nodig mocht zijn, zodat in alle redelijkheid te verwachten is dat in deze situatie voldaan kan worden aan alle voorwaarden die gesteld worden.
In het verleden zijn in vergelijkbare situaties hiervoor ook ontheffingen verstrekt - De test in paragraaf 4.10.3 conclusie wordt in zijn geheel vervangen door: ‘ Voordat uitvoering wordt gegeven aan het voorliggende plan dient het benodigde nader natuuronderzoek te worden afgerond. Voor de beschermde soorten waarvan inmiddels bekend is dat ze in het plangebied voorkomen en eventuele andere soorten die volgen uit het nog uit te voeren onderzoek, dient een ontheffing Wet Natuurbescherming bij de provincie Gelderland te worden aangevraagd. Omdat significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Voor de stikstofberekening en de ecologische voortoets is echter wel gebruik gemaakt van de salderingsmethode (verschilberekening). Dit zorgt wel voor een vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Deze vergunning dient aangevraagd te worden. Met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting is juridisch-planologisch in dit bestemmingsplan vastgelegd dat niet eerder gesloopt of gebouwd mag worden en/of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd, dan nadat aangetoond is dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Met inachtneming van het voorgaande geldt dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
eerder gesloopt of gebouwd mag worden en/of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd, dan nadat aangetoond is dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Met inachtneming van het voorgaande geldt dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. -
In paragraaf 5.1 komt het kopje ‘Wonen’ in zijn geheel te vervallen.
-
De tekst in paragraaf 6.4 wordt geactualiseerd.
4
Regels -
Artikel 7 komt in zijn geheel te vervallen i.v.m. verwijderen van de woonbestemming ter hoogte van Hamsestraat 90 Kesteren.
-
Artikel 8 wordt in zijn geheel vervangen door het volgende artikel:
Artikel 8
Leiding-Gas
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding -Gas’ aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 8.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze bestemming samenvalt. 8.3 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in 8.1. bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 8.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 8.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.
het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 8.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.6.1
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Leiding – Gas’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
5
d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 8.6.2
Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
8.6.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 8.6.4 Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 8.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen. -
Aan het bestemmingsplan wordt een artikel ‘Overige regels’ toegevoegd:
Artikel X Overige regels X.1 Voorwaardelijke verplichting Wet natuurbescherming en Wet bodembescherming Ten aanzien van het slopen, bouwen en/of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden binnen het plangebied geldt dat: a. dit uitsluitend is toegestaan indien uit onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van strijdigheid ten aanzien van de Wet natuurbescherming en de Wet bodembescherming; b. het in lid a bedoelde onderzoek dient voorafgaand aan het slopen, bouwen en/of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Bijlagen Aan het bestemmingsplan worden twee bijlagen toegevoegd: - ‘Nader onderzoek Wet natuurbescherming, Opgesteld door SAB, d.d. 28 december 2021 (projectnummer 200462) - Memo ‘Maatregelenafweging akoestiek Randweg Opheusden’. Opgesteld door SAB, d.d. 23 maart 2021 (kenmerk 200462).
6