CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Zienswijze D (geanonimiseerd)

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 12 september 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Centrumplan Ochten'12.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IHSEKIMEII -1 FEB. 202'1

dirkzwager

1

Dirkzwager N.V. Velperweg 1,6824 BZ Arnhem Postbus 111, 6800 AC Arnhem T: +31 88 242 41 00 E: info@dirkzwager.nl W: www.dirkzwager.nl

legal & tax

AANTEKENEN Het college van burgemeester en wethouders & de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe Postbus 20 4043 ZG OPHEUSDEN

Tevens per e-mail: info(S)nederbetuwe.nl

31 januari 2024 mr. J.P.H. de Bruijn, advocaat / herontwikkeling Dokter M. van Drielplein Ochten 5077063 NL.IMRO.1740.bpOCdrielplein-ontl (026) 365 55 06 debruijn(®dirkzwager.nl

Datum

Van

Inzake Dossiernummer

Uw referentie Telefoonnummer

E-mailadres

- ZIENSWIJZE-

Geacht college, geachte leden van de gemeenteraad,

Namens cliënten:

1. 2.

,

voor wie ik in deze als advocaat en gemachtigde optreed, dien ik bij deze - derhalve tijdig - een zienswijze in tegen

het ontwerpbestemmingsplan

"Dokter M. van

Drielplein Ochten' en

de ontwerp

omgevingsvergunningen voor de bouw van een supermarkt en de bouw van een dorpshuis.

Ontwerpbestemmingsplan en ontwerp omgevingsvergunningen

Het ontwerpbestemmingsplan "Dokter M. van Drielplein Ochten" beoogt de ontwikkeling van een supermarkt en een dorpshuis mogelijk te maken, alsmede de herinrichting van het openbaar gebied (waaronder ook de realisatie van parkeergelegenheid). Tezamen met het ontwerpbestemmingsplan zijn de ontwerp omgevingsvergunningen voor de bouw van de supermarkt en het dorpshuis ter inzage gelegd.

Zienswijze

Op 20 december 2023 heeft uw college bekendgemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan "Dokter M. van

Drielplein

Ochten"

met

de

daarop

betrekking

hebbende

stukken

en

de

ontwerp

omgevingsvergunningen van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage liggen (bijlage 1).

Cliënten (hierna: '

.') kunnen zich niet verenigen met dit ontwerpbestemmingsplan en de

ontwerp omgevingsvergunningen, reden waarom zij een zienswijze indienen.

Dirkzwager is een handelsnaam van Dirkzwager N.V., statutair gevestigd te Arnhem en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 09155757. Alle werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdracht gesloten met Dirkzwager N.V. Daarop zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. U kunt deze algemene voorwaarden nalezen (tekst) op en downloaden (PDF) van onze website: www.dirk2woger.nl/algemene-voorwaarden.

dirkzwager legal & tax

Inleiding

zijn woonachtig aan de Bagijnestraat 8 resp. 10 in Ochten. De beoogde ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met het ontwerpplan en de ontwerp

omgevingsvergunningen bevindt zich direct tegenover hun woningen: w

223

5!

O

S

i i 2 S ■"

6a

» n 9 7

2

i

f?

k'*‘ t,

j

D

»-h

O

5.30° + + +

ra

8

2

10

I

12 ia

'357

«tr «o

8

03 O)

2=

'ft

. is niet zozeer tegen deze ontwikkeling, maar vreest wel dat de beoogde ontwikkeling

onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. In de visie van

. zijn in het

ontwerpplan niet alle ruimtelijke aspecten deugdelijk onderzocht en ontbreken er de nodige waarborgen

om te verzekeren dat de beoogde activiteiten in overeenstemming zijn met het criterium van een goede

ruimtelijke ordening. Deze zienswijze is als volgt opgebouwd:

BIz. 1.

Evenementen

3-7

2.

Jongerenontmoetingsplaats

7-9

3.

Parkeren

10-12

4.

Verkeer

12-14

5.

Geluid

14-21

6.

Privacy

21-22

7.

Gebiedsbescherming

23

8.

Ontwerp omgevingsvergunningen

23-27

9.

Maatwerkvoorschrift en exploitatievergunning

27-29

10. Conclusie en verzoek

29

Bovenstaande onderdelen van deze zienswijze zullen hierna worden toegelicht.

Pagina 2 van 29

dirkzwager legal & tax

1.

Evenementen

1.1

Op grond van de artikelen 4.1.1 aanhef en onder h en 5.1.1 aanhef en onder f zijn de voor

"Maatschappelijk" en de voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden bestemd voor evenementen conform het bepaalde in artikel 9.4:

Artikel 4 Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: (■■■)

h.

evenementen conform het bepaalde in 9.4:

(...) Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: (■■■)

ƒ.

1.2

evenementen conform het bepaalde in artikel 9.4:

In artikel 9.4 van de planregels zijn er aan dit gebruik een aantal regels gesteld onder welke voorwaarden evenementen zijn toegestaan:

9.4 Evenementen Voor het gebruik van gronden binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'

voor evenementen gelden de volgende regels:

o.

evenementen zijn uitsluitend in de vorm van medegebruik toegestaan.

b.

er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/

c.

het evenement duurt maximaal 7 (aaneengesloten) dagen, met dien verstande dat hiervan met een

verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak. omgevingsvergunning kan worden afgeweken zoals bepaald in 11.1.

1.3

Evenementen op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak zijn in de vorm van medegebruik toegestaan. Er is geen beperking gesteld aan het aantal evenementen, slechts aan de duur van elk evenement. Elk evenement duurt maximaal 7 (aaneengesloten) dagen, maar het is mogelijk om met een binnenplanse omgevingsvergunning een langere duur van het evenement

toe te staan. Dit is bepaald in artikel 11.1 van de planregels:

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Afwijking evenementen

Pagina 3 van 29

dirkzwager legal & tax

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.4 om het tijdelijk gebruik van gronden voor langduriger evenementen toe te kunnen staan. Hierbij dient te worden voldaan aan het volgende voorwaarden: a. er dienen voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein beschikbaar te zijn; b. de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.

1.4

Het ontwerpbestemmingsplan staat het planologisch dus rechtstreeks toe om de gronden met de bestemmingen "Maatschappelijk" en "Verkeer - Verblijfsgebied" gedurende het jaar voor

meerdere evenementen van ieder maximaal 7 dagen te gebruiken. Het is dus mogelijk dat er het gehele jaar door evenementen plaatsvinden, zij het dat er nog wel sprake moet zijn van Aan die voorwaarde kan echter gemakkelijk worden voldaan. constateert dat er in ieder geval sprake is van medegebruik indien de gronden 50% voor

evenementen worden gebruikt en 50% voor de overige bestemmingsdoeleinden. Dat kan niet

meer als korte en incidentele evenementen worden beschouwd.

1.5

Er wordt dus een onbepaald aantal evenementen van onbepaalde omvang rechtstreeks

toegelaten op grond van het bestemmingsplan, zonder dat nog een afweging hoeft plaats te vinden of deze evenementen in overeenstemming zijn met het criterium van een goede

ruimtelijke ordening. Dat is in strijd met artikel 3:2 en 3:45 van de Awb. Evenementenregeling ten onrechte niet onderzocht en afgewogen

1.6

Het is vaste rechtspraak dat het op de weg van de planwetgever ligt om een beoordeling en

afweging te maken of een bestemming die een evenement op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijke oogpunt is aangewezen. Daarbij is een beoordeling nodig op basis van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Dit heeft de Afdeling

bestuursrechtspraak van de Raad van State ('ABRvS') onder andere overwogen in een uitspraak van 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1593,

"Voorts overweegt de Afdeling, met verwijzing naar de uitspraak van 20 Juni 2012, ECU:NL:RVS:2015:2644, dat het op de weg van de planwetgever ligt om een beoordeling en afweging te maken of een bestemming die een evenement op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt is aangewezen. Daarbij is een beoordeling nodig op basis van de maximale mogelijkheden die het plan biedt."

1.7

Uw raad heeft géén beoordeling en afweging gemaakt of het zonder enige beperking in aantal

en omvang toestaan van evenementen op deze locatie ruimtelijk aanvaardbaar is. In een

uitspraak van 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4244, heeft de ABRvS geoordeeld dat voor de beoordeling of evenementen vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar zijn onder meer het aantal, de aard en de omvang van de voorziene evenementen en de in dat kader te verwachten

parkeer- en verkeersdruk van belang is.

Pagina 4 van 29

UI

dirkzwager legal & tax

"Bij de vaststelling van een bestemmingsplan is een beoordeling nodig op basis van de maximale mogelijkheden die het plan biedt. In dit geval zijn voor die beoordeling onder meer het aantal, de aard en

de omvang van de voorziene evenementen en de in dat kader te verwachten parkeer- en verkeersdruk van belang. De raad heeft naar het oordeel van de voorzitter evenwel niet inzichtelijk gemaakt dat een beoordeling heeft plaatsgevonden van de te verwachten geluidbelasting en de te verwachten parkeer- en verkeersdruk ten gevolge van de toegestane evenementen ter plaatse van het Kerkplein op basis van de

maximale mogelijkheden van het plan. De stelling van de raad dat dit onderzoek achterwege kan blijven,

gelet op het in beperkte mate toestaan van extra evenementen met een incidenteel karakter op de

bestaande locaties, kan niet worden gevolgd. Nu dit plan voor het eerst 153 dagen per Jaar evenementen ter plaatse van het Kerkplein toestaat, doet zich niet de situatie voor van het in beperkte mate toestaan

van extra evenementen met een incidenteel karakter. (...)"

1.8

Uw raad dient dus inzichtelijk te maken dat omwonenden geen onevenredige hinder in de vorm

van parkeeroverlast of verminderde bereikbaarheid (ook voor hulpdiensten) zullen ondervinden van de te houden evenementen (vgl. ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2478, r.o. 14.3). Nu het in dit geval gaat om evenementen die worden toegestaan in een woonomgeving is geluid ook

een aspect dat zal moeten worden beoordeeld en afgewogen. In een akoestisch onderzoek zal dus onder andere het geluid van het evenement, de geluiden van (het komen en gaan van) bezoekers en geluiden die verband houden met opbouwen en afbreken moeten worden

betrokken (vgl. ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:R\/S:2017:1593, r.o. 14.3). Uw raad heeft geen enkel onderzoek verricht naar de ruimtelijke gevolgen van deze (niet kortdurende en niet incidentele) evenementen op deze locatie. Zonder deugdelijk onderzoek kan uw raad niet in redelijkheid dit

bestemmingsplan vaststellen.

1.9

Dat er in de APV van de gemeente Neder-Betuwe voorschriften worden gesteld aan de duur, aard

en omvang van evenementen doet aan het voorgaande niets af. De beoordeling en afweging of een bestemming die evenementen op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt is aangewezen, is een andere dan die op grond waarvan, in een concreet geval, voor een

evenement al dan niet vergunning op grond van de APV wordt verleend. De beoordeling op grond van de APV geschiedt immers met name vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde en waarborgt niet de vereiste planologische zekerheid.

. wijst in dit kader op

een uitspraak van de ABRvS van 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1440:

"6.2. Zoals de Afdeling onder meer heeft overwogen in haar uitspraak van 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7286 ligt het op de weg van de planwetgever om over, onder meer, het toegestane

aantal evenementen per jaar, de soorten en de maximale bezoekersaantallen voorschriften te stellen, indien dat uit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenemententerrein op een

bepaalde locatie van belang is. Het gaat hier om de beoordeling en de afweging of een bestemming die gedurende de planperiode evenementen op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt is

aangewezen. Deze beoordeling en afweging is een andere dan die op grond waarvan, in een concreet

geval, voor een evenement al dan niet vergunning op grond van de APV wordt verleend. Regulering van

evenementen door middel van een vergunningenstelsel in de APV geschiedt immers met name vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde en waarborgt niet de vereiste planologische

rechtszekerheid. Uit het voorgaande volgt dat de omstandigheid dat de APV van de gemeente Barneveld

Pagina 5 van 29

dirkzwager legal & tax

mogelijkheden biedt om het houden van evenementen te reguleren, geen reden kan zijn een planologische regeling van evenementen in het bestemmingsplan achterwege te laten."

1.10

De omstandigheid dat de APV van de gemeente Neder-Betuwe mogelijkheden biedt om het

houden van evenementen te reguleren, kan dan ook geen reden zijn om een beoordeling en

afweging van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de planologische regeling van evenementen in het bestemmingsplan achterwege te laten. Voor een beoordeling of gebruik voor evenementen ter plaatse ruimtelijk aanvaardbaar is, is het bestemmingsplan het aangewezen

kader (vgl. ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:945, r.o. 3.2).

1.11

Conclusie: zonder deugdelijke beoordeling en afweging van de planologische aanvaardbaarheid

van evenementen op deze locatie kan uw raad dit bestemmingsplan niet in redelijkheid vaststellen. Het bestemmingsplan is niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Binnenplanse afwijkingsmogelijkheid niet onderzocht en afgewogen

1.12

In artikel 11.1 van de planregels is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om in

afwijking van artikel 9.4 van de planregels evenementen voor een langere duur toe te staan. Het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid houdt in dat het eventuele gebruik

daarvan in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht. Dit brengt met zich dat uw raad al bij de vaststelling van het bestemmingsplan moet

hebben afgewogen of de situatie die kan ontstaan door de toepassing van deze bevoegdheid planologisch aanvaardbaar is. Dit heeft de ABRvS onder meer overwogen in een uitspraak van 11

juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2338;

"13.3. Met het opnemen van de afwijkingsbevoegdheden in artikel 6, lid 6.1, van de planregels moet het oprichten van zonneparken in de daar genoemde gebieden in beginsel planologisch aanvaardbaar worden geacht. Dit brengt met zich dat de raad al bij de vaststelling van het plan moet hebben afgewogen of de situatie die kan ontstaan door de toepassing van deze bevoegdheid planologisch aanvaardbaar is. De raad moet bij de vaststelling van het plan dus ook al onderzoek hebben verricht naar de planologische aanvaardbaarheid van die situatie. Artikel 7J van het Besluit uitvoering Chw bevat op dit punt geen afwijkende regeling." 1.13

Uw raad had dus ook al moeten beoordelen en afwegen of langdurige evenementen op deze locatie planologisch aanvaardbaar zijn. Ook dat heeft uw raad nagelaten. In zoverre is het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Ten onrechte geen voorschriften

1.14

Het is ook vaste rechtspraak van de ABRvS dat het op de weg van de planwetgever ligt om over, onder meer, het toegestane aantal evenementen per jaar, de soorten en de maximale

bezoekersaantallen voorschriften te stellen (vgl. ABRvS 8 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1440, r.o. 6.2). Uw raad heeft nagelaten om hierover voorschriften te stellen. Weliswaar zijn in de

Pagina 6 van 29

1

dirkzwager legal & tax

planregels wel de soorten evenementen vastgelegd, maar er gelden geen beperkingen ten

aanzien van het toegestane aantal evenementen per jaar en de maximale bezoekersaantallen. Voorschriften met betrekking tot de geluidbelasting van evenementen en de muziek ontbreken evenwel. Dit zijn echter wel ruimtelijk relevante aspecten die bij de beoordeling van de

planologische

aanvaardbaarheid

van

evenementen

op

deze

locatie

moeten

worden

meegenomen. Uw raad heeft dat ten onrechte niet gedaan. Het bestemmingsplan is in zoverre

niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en uw raad kan het bestemmingsplan om die reden niet in redelijkheid vaststellen.

Het verzoek

1.15

verzoekt uw raad primair om evenementen op deze locatie niet toe te staan en dus uit te sluiten in het bestemmingsplan.

1.16

Subsidiair verzoekt

uw raad om deugdelijk te onderzoeken en af te wegen of

evenementen op deze locatie wel planologisch aanvaardbaar zijn. In het geval uw raad op basis

van dit onderzoek zou oordelen dat evenementen op deze locatie vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar zijn, dan verzoekt

uw raad om in het nog vast te stellen

bestemmingsplan voorschriften te verbinden aan de evenementenregeling. In ieder geval dienen

voorschriften te worden opgenomen ten aanzien van het toegestane aantal evenementen per jaar, de maximale bezoekersaantallen en de geluidbelasting van de evenementen en de muziek.

1.17

zou in dat geval graag de gelegenheid krijgen om vooruitlopend op het vaststellen

van het bestemmingsplan dit onderzoek en de eventueel vast te stellen voorschriften te bestuderen en daar een aanvullende zienswijze op te geven.

heeft op voorhand

bezwaren tegen een evenementenregeling in het bestemmingsplan waarbij evenementen voor een onbeperkt aantal, zonder maximale bezoekersaantallen en zonder geluidsbeperkingen worden toegestaan. 2.

Jongerenontmoetingsplaats

2.1

In artikel 11.3 van de planregels is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om

binnen de bestemmingen "Maatschappelijk" en "Verkeer - Verblijfsgebied" de bouw van een bouwwerk ten behoeve van een jongerenontmoetingsplaats (JOP) toe te staan. Een voorbeeld

van een JOP is een kjoep. Ten onrechte niet onderzocht en afgewogen 2.2

Ook hier geldt dat het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid inhoudt dat het eventuele gebruik daarvan in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening

moet worden geacht. Dit brengt met zich dat uw raad al bij de vaststelling van het bestemmingsplan moet hebben afgewogen of de situatie die kan ontstaan door de toepassing

Pagina 7 van 29

dirkzwager

1

legal & tax

van deze bevoegdheid planologisch aanvaardbaar is. Dit heeft uw raad ten onrechte niet gedaan.

Er is geen onderzoek gedaan en afweging gemaakt of een JOP op deze locatie in

overeenstemming is met het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Zonder deugdelijk

onderzoek kan uw raad dit bestemmingsplan niet in redelijkheid vaststellen. Niet ruimtelijk aanvaardbaar

stelt zich op het standpunt dat een JOP op deze locatie niet ruimtelijk aanvaardbaar

2.3

is.

vreest dat de JOP op deze locatie onaanvaardbare gevolgen heeft voor het

woon- en leefklimaat. De JOP is speciaal als een hangplek voor jongeren bedoeld. Het staat vast

dat een JOP in meer of mindere mate hinder veroorzaakt voor de omgeving. Dat is dus een gegeven waar uw raad rekening mee dient te houden bij het beoordelen en afwegen van de

planologische aanvaardbaarheid. Dit heeft de rechtbank Midden-Nederland overwogen in een uitspraak van 17 oktober 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4146:

"18. De rechtbank vindt bovendien dat de overlast die de kjoep veroorzaakt, betrokken kan worden in de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid, omdat de kjoep als jongerenontmoetingsplaats naar zijn aard gepaard zal gaan met overlast in meer of mindere mate. Enige vorm van overlast hoort nu eenmaal bij een dergelijke ontmoetingsplaats en moet daarom door de bestuursrechter beoordeeld kunnen worden bij de toetsing van een omgevingsvergunning. Het gaat hier dan ook niet om de vrees voor overlast, maar om de overlast die bij een kjoep hoort. Het ruimtelijk toestaan van een kjoep verschilt in zoverre van toestemmingen voor andere ruimtelijke activiteiten waarbij overlast niet zonder meer een gegeven is. Voor die gevallen geldt de vaste lijn in de rechtspraak waar het college op heeft gewezen, die erop neerkomt dat overlast een kwestie van handhaving is. Die lijn volgt de rechtbank dus niet voor de kjoep." 2.4

In een uitspraak van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1475, overwoog de ABRvS dat de

geluidhinder verbonden aan een JOP vergelijkbaar is met die van een veldsportcomplex met verlichting. Op grond van de VNG-brochure wordt voor een sportveld met verlichting een

richtafstand van 50 meter tot de gevel van een woning aanvaardbaar geacht. De afstand tussen

de locaties waar de JOP planologisch mogelijk wordt gemaakt en een gevoelige functie

(woningen) bedraagt circa 10 meter (zie paragraaf 4.4.2 van de toelichting). Deze afstand is onvoldoende om te voorkomen dat de JOP onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. 2.5

Daarbij komt dat - omdat een JOP niet wordt genoemd als functie in de VNG-brochure - een

nadere

motivering

vereist

is

(vgl.

Rechtbank

Midden-Nederland

17

oktober

2022,

ECLI:NL;RBMNE:2022:4146, r.o. 14). Uw raad moet dus echt beoordelen en onderzoeken of een JOP op deze locatie ruimtelijk aanvaardbaar is. Bij deze overlast gaat het niet alleen om geluidshinder, maar ook om feitelijke overlast zoals het intimideren van omstanders en het

dealen van drugs.

. stelt zich op voorhand op het standpunt dat een JOP op deze

locatie niet ruimtelijk aanvaardbaar is.

Pagina 8 van 29

dirkzwager legal & tax

Ten onrechte geen beperkingen

2.6

Daarnaast staat vast dat het bestemmingsplan geen beperkingen stelt aan het aantal JOPS dat

kan worden gerealiseerd. Evenmin is in het bestemmingsplan vastgelegd op welke locatie JOPS

precies kunnen worden opgericht. Binnen de gehele bestemming "Maatschappelijk" en "Verkeer- Verblijfsgebied" kunnen namelijk JOPS worden opgericht. Uw raad heeft niet

onderkend dat dit uit ruimtelijk oogpunt wel noodzakelijk is gelet op de aard van een JOP en de

gevolgen die een JOP kan hebben. Dit heeft de ABRvS overwogen in een uitspraak van 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012;BV3248: "2.20.3. Het oprichten van jongerenontmoetingsplaatsen binnen de bestemming "Groen" acht de Afdeling

op zichzelf niet onaanvaardbaar. Vaststaat echter dat het plan geen beperkingen stelt aan het aantal van deze voorzieningen dat kan worden gerealiseerd. Evenmin is in het plan vastgelegd op welke locaties Jongerenontmoetingsplaatsen kunnen worden opgericht. Gezien de aard van deze voorzieningen,

eventuele gevolgen die het gebruik van gronden als iongerenontmoetingsplaats kan hebben, de geringe

afstand vgn woningen tot gronden waar deze kunnen worden gerealiseerd en de ruimtelijke relevantie

van genoemde aspecten - aantal en locatie -, is de Afdeling van oordeel dat de raad niet heeft kunnen nalaten in het plan vast te leggen op welke locaties longerenontmoetingsplaatsen kunnen worden

gerealiseerd dan wel op welke gronden deze voorziening juist niet kan worden gerealiseerd. Het plan verdraagt

zich

wat

betreft

het

gebruik

van

gronden

met

de

bestemming

"Groen"

als jongerenontmoetingsplaats niet met het beginsel der rechtszekerheid. Gelet op het voorgaande heeft

de raad de belangen van [appellant sub 1] bij het stellen van beperkingen aan het aantalen het vastleggen van de locaties onvoldoende onderkend, zodat het plan in zoverre is vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid."

2.7

Door het geen beperkingen stellen aan JOPS in het bestemmingsplan heeft uw raad het

bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Het verzoek

2.8

Verweert e.a. verzoekt uw raad primair om JOPS op deze locatie niet toe te staan en dus uit te sluiten in het bestemmingsplan.

2.9

Subsidiair verzoekt Verweert e.a. uw raad om deugdelijk te onderzoeken en af te wegen of JOPS

op deze locatie wel planologisch aanvaardbaar zijn. In het geval uw raad op basis van dit onderzoek zou oordelen dat JOPS op deze locatie vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar zijn, dan verzoekt Verweert e.a. uw raad om in het nog vast te stellen bestemmingsplan beperkingen

te verbinden aan het aantal en de precieze locatie van de JOPS.

2.10

Verweert e.a. zou in dat geval graag de gelegenheid krijgen om vooruitlopend op het vaststellen van het bestemmingsplan dit onderzoek en de eventuele vast te stellen beperkingen te bestuderen en daar een aanvullende zienswijze op te geven.

Pagina 9 van 29

1 dirkzwager legal & tax

3.

Parkeren

3.1

Ter onderbouwing van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de gevolgen van de beoogde

ontwikkeling voor de parkeersituatie is er door Goudappel een onderzoek verkeer en parkeren uitgevoerd (bijlage 2).

stelt zich op het standpunt dat dit parkeeronderzoek

gebrekkig is omdat niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en een worst-

case scenario. Ook ontbreekt er in de planregels een verplichting om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid bij een functiewijziging.

Niet uitgegaan van worst-case scenario 3.2

In het onderzoek is ten onrechte niet uitgegaan van een worst-case scenario. Voor het berekenen

van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling van de supermarkt en het dorpshuis is uitgegaan van 915 m^ bvo voor het dorpshuis en 1.524 m^ bvo voor de supermarkt. stelt zich op het standpunt dat daarmee niet uit is gegaan van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt (het worst-case scenario).

3.3

De bouwregels bij het bestemmingsplan stellen namelijk geen beperkingen aan het aantal m^ bvo dat binnen het bouwvlak gerealiseerd mag worden. De bouwregels maken binnen het

bouwvlak een groter gebouw mogelijk dan slechts 915 m^ bvo respectievelijk 1.524 m^ bvo. Dat

blijkt ook wel uit de aangevraagde omgevingsvergunningen voor de supermarkt en het dorpshuis. Aangevraagd is namelijk 1.675 m^ bvo voor de supermarkt en 932 m^ bvo voor het

dorpshuis:

Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

1675

Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

932

Aanvraag dorpshuis

Aanvraag supermarkt Geen aanvaardbare parkeersituatie 3.4

Deze cijfers brengen

tot de conclusie dat er géén aanvaardbare situatie kan worden

gegarandeerd bij de beoogde ontwikkeling. De volgende rekensom toont dat aan.

Supermarkt: 6,8 parkeerplaatsen per 100 m^ bvo = 113,9 parkeerplaatsen. Dorpshuis: 3,5 parkeerplaatsen per 100 m’ bvo = 32,6 parkeerplaatsen. Detailhandel: 3,5 parkeerplaatsen per 100 m^ bvo = 36,4 parkeerplaatsen. Totale parkeerbehoefte: 182,9 parkeerplaatsen. 3.5

Als rekening wordt gehouden met de aanwezigheidspercentages op het maatgevende moment

(zaterdagmiddag) dan komt men uit op een parkeervraag van 175,4 parkeerplaatsen. In de

Pagina 10 van 29

dirkzwager legal & tax

huidige situatie (supermarkt + dorpshuis) bedraagt de parkeervraag 110,2 parkeerplaatsen. De toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de beoogde ontwikkeling die met dit bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt, bedraagt aldus 66,2 parkeerplaatsen. In

de beoogde situatie worden er slechts 18 extra parkeerplaatsen gerealiseerd, waardoor er een

tekort is van 48,2 parkeerplaatsen.

3.6

De restcapaciteit in de omgeving bedraagt 42 parkeerplaatsen (p. 14 van het onderzoek). Dit betekent dat er een tekort bestaat van 6,2 parkeerplaatsen. Dit is in het onderzoek van

Goudappel niet onderkend. Sterker nog, in dat onderzoek wordt ervan uitgegaan dat er in de beoogde situatie juist een overschot is aan parkeerplaatsen. Die conclusie is evident onjuist.

3.7

de visie van

heeft uw raad geen deugdelijk onderzoek verricht naar het aspect

parkeren. Er is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en van een worstcase scenario. Uw raad kan het bestemmingsplan daarom niet in redelijkheid vaststellen. Geen rekening gehouden met evenementen

3.8

Daarnaast stelt Verweert e.a. zich op het standpunt dat bij het bepalen van de parkeerbehoefte ten onrechte geen rekening is gehouden met de evenementen die planologisch worden

toegestaan in het bestemmingsplan. Voor een toelichting op dit standpunt wordt verwezen naar

hetgeen hierover in §1 van deze zienswijze is opgemerkt. In zoverre is het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Ontbreken planregel bij functiewijziging

3.9

Op grond van artikel 9.5 van de planregels wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen

slechts verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende

parkeergelegenheid en veilig gesteld is dat deze parkeergelegenheid in stand wordt gehouden: 9.5 Parkeren

a. een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen de bestemming wordt slechts verleend, indien bij de

aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid en veilig gesteld is dat

deze parkeergelegenheid in stand wordt gehouden. b. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2017

of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen.

3.10

Er is echter in de planregels niet geborgd dat bij het wijzigen van een functie van een bestaand

bouwwerk, zowel bij een functiewijziging die passend is binnen de gebruiksmogelijkheden die

het bestemmingsplan biedt, als bij een functiewijziging waarvoor een omgevingsvergunning nodig is om af te wijken van het bestemmingsplan, óók moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Dat is vanuit ruimtelijk oogpunt wel noodzakelijk om te borgen dat bij een

Pagina 11 van 29

dirkzwager legal & tax

eventueel ander toekomstig gebruik van de panden er wel wordt voorzien in voldoende

parkeergelegenheid. verzoekt uw raad dan ook om in het nog vast te stellen bestemmingsplan een

3.11

voorwaardelijke verplichting of specifieke gebruiksregel op te nemen waarmee is verzekerd dat

bij een wijziging van het gebruik ook moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, welke parkeergelegenheid vervolgens ook in stand moet worden gehouden. 4.

Verkeer

4.1

Ter onderbouwing van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de verkeerseffecten is door

Goudappel een onderzoek verkeer en parkeren uitgevoerd (bijlage 2).

stelt zich op

het standpunt dat dit verkeersonderzoek gebrekkig is, omdat niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en een worst-case scenario. Ook is het aspect verkeersveiligheid niet deugdelijk onderzocht.

Verkeersgeneratie 4.2

In het onderzoek is de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling gebaseerd op het uitgangspunt dat de oppervlakte van het dorpshuis 915 m’ bvo en de oppervlakte van de supermarkt 1.524 m^ bvo bedraagt. Dat is een onjuist uitgangspunt. De bouwregels bij het

bestemmingsplan stellen namelijk geen beperkingen aan het aantal m^ bvo dat binnen het bouwvlak gerealiseerd mag worden. De bouwregels maken binnen het bouwvlak een groter gebouw mogelijk dan slechts 915 m^ bvo respectievelijk 1.524 m^ bvo. Dat blijkt ook wel uit de

aangevraagde omgevingsvergunningen voor de supermarkt en het dorpshuis. Aangevraagd is

namelijk 1.675 m^ bvo voor de supermarkt en 932 m^ bvo voor het dorpshuis.

4.3

Omdat bij het bepalen van de verkeersgeneratie niet is uitgegaan van de maximale planologische

mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en een worst-case scenario, is het onderzoek zodanig gebrekkig dat uw raad zich hierop niet heeft mogen baseren. Het bestemmingsplan is daarom niet met vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Verkeersveiligheid

4.4

vreest dat de beoogde ontwikkeling tot een verkeersonveilige situatie leidt. Een verkeerskundig onderzoek ontbreekt echter. Dit terwijl daar bij het realiseren van een

supermarkt vanwege de bevoorrading door vrachtwagens wel aanleiding toe bestaat. Uw raad

heeft in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel géén deugdelijk onderzoek laten verrichten naar de verkeersveiligheid van het door zware vrachtwagens laten bevoorraden van de supermarkt.

Pagina 12 van 29

dirkzwager legal & tax

4.5

Uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf 4.5.2) volgt dat de supermarkt ieder dag wordt bevoorraad door een klein busje en vier keer per week door een vrachtwagen.

De bevoorrading vindt inpandig plaats, via de bevoorradingssluis gesitueerd tussen het dorpshuis

en de supermarkt (weergegeven met rode punt):

H UnAmtwIwi

Bannestraai

Bwtus van de WatstraM

4.6

'**““'"“****

hebben begrepen dat de vrachtwagens de sluis inrijden via de Bagijnestraat en de Lindenhoflaan en uitrijden via de Bagijnestraat richting Molendam. Uw raad heeft echter geen

onderzoek gedaan naar de draaicirkels die gemaakt moeten worden om deze bevoorradingssluis

in- en uit te rijden (rijcurvesimulaties). Er is geen onderzoek gedaan of het indraaien van de

vrachtwagens vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid op een verantwoorde wijze mogelijk is. wijst in dit kader op een uitspraak van de ABRvS van 2 maart 2011,

ECLI:NL:RVS;2011:BP6377:

.) De raad heeft ter zitting aangegeven dat het voor de inpandige bevoorrading van de supermarkt

noodzakeiijk is dat de vrachtwagens achteruit de inpandige laad- en loslocatie indraaien. Volgens de raad volgt uit onderzoek dat, gelet op de breedte van de weg en de voorziene naar achter verspringende gevel

van de bebouwing ter plaatse, vrachtwagens deze draaicirkel kunnen maken. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting is echter niet gebleken dat bij dit onderzoek rekening is gehouden met

medeweggebruikers en in het bijzonder met fietsers. De Afdeling is dan ook van oordeel dat onvoldoende onderzoek is gedaan of het indraaien van vrachtwagens in de laad- en loslocatie vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid op een verantwoorde wijze mogelijk is. Voorts acht de Afdeling de enkele stelling ter

zitting van de raad dat er evenmin geluidoverlast zal zijn door het indraaien van deze vrachtwagens in de

laad- en loslocatie omdat, gelet op de bestaande verkeersdrukte, deze geluiden zullen opgaan in het omgevingsgeluid, onvoldoende onderbouwd."

4.7

Gelet op het ontbreken van deugdelijk onderzoek kan uw raad niet in redelijkheid het bestemmingsplan vaststellen.

Pagina 13 van 29

1I

dirkzwager legal & tax

4.8

uw raad en uw college in overweging te nemen

Tot slot verzoekt

eenrichtingsverkeer in de Bagijnestraat in te voeren (vanaf de Cuneraweg), zodat men vanaf het

parkeerterrein bij de supermarkt niet meer linksaf kan slaan naar de Bagijnestraat (west), met een gedeeltelijke ontheffing voor vrachtverkeer voor het bevoorraden van de supermarkt. Dit deel van de Bagijnestraat is namelijk zeer smal: 5,3 meter (zie p. 19 van het onderzoek van

Goudappel). Door een toename van het aantal verkeersbewegingen kunnen er gevaarlijke

situaties ontstaan. Er zal dan tot aan de Lindenhoflaan een ontheffing van dit eenrichtingsverkeer moeten komen voor de bevoorrading van de supermarkt.

4.9

Overigens is dit deel van de Bagijnestraat op dit moment verboden voor vrachtwagens om in te rijden. Dat heeft te maken met de trillingen die dit vrachtverkeer veroorzaakt en de gevolgen

daarvan voor de straat en omliggende bebouwing.

vraagt zich af hoe de

bevoorrading van de supermarkt zich verhoudt tot dit verbod.

constateert in ieder

geval dat uw raad géén onderzoek heeft verricht naar de eventuele gevolgen van het gebruik van

de Bagijnestraat door zware vrachtwagens.

4.10

Met het oog op een verkeersveilig gebruik van de Bagijnestraat verzoekt

uw raad

en uw college daarnaast in overweging te nemen om een parkeerverbod in te voeren voor beide zijden aan de Bagijnestraat. Daarmee wordt voorkomen dat er op de toch al krappe straat wordt

geparkeerd. Dit is in de visie van

uit oogpunt van verkeersveiligheid gewenst.

5.

Geluid

5.1

In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is ten aanzien van het aspect geluid de

volgende conclusie getrokken (paragraaf 4.3.3):

"Uit het onderzoek blijkt dat de supermarkt aan de standaardgrenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het Activiteitenbesluit voldoet. In de nachtperiode is er vanwege een vrachtwagen een geluidspiek geconstateerd waardoor de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt overschreden. Dit betreft één vrachtwagen die in de ochtend (06.30-07.00) naar de supermarkt rijdt. In de toekomst zal de bevoorrading later dan 07.00 uur plaatsvinden, waardoor er geen overschrijding van de grenswaarden meer zal optreden. Ook het dorpshuis voldoet aan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat in de nieuwe situatie met realisatie van een nieuw dorpshuis geen sprake is van een slecht of verminderd woon- en leefklimaat."

5.2

Deze conclusie is gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd naar de gevolgen van de

beoogde ontwikkeling voor het aspect geluid (bijlage 4). Uit het akoestisch onderzoek volgt dat

het dorpshuis en de supermarkt (afzonderlijk van elkaar) tot een hoge geluidsbelasting leiden. Hoewel in het onderzoek aanbevelingen worden gedaan om overschrijdingen van de maximale grenswaarden te voorkomen, heeft uw raad nagelaten deze aanbevelingen in acht te nemen. Dat

is in de visie van

onzorgvuldig.

Pagina 14 van 29

dirkzwager legal & tax

stelt zich daarnaast op het standpunt dat het onderzoek gebrekkig is. Er is ten

5.3

onrechte geen onderzoek gedaan naar de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en een worst-case scenario. Uw raad kan zich daarom niet in redelijkheid

bij het vaststellen van het bestemmingsplan baseren op de uitkomsten van dit onderzoek.

a.

Supermarkt

Laden en lossen

5.4

In het akoestisch onderzoek is de representatieve bedrijfssituatie van de supermarkt beschreven.

Het akoestisch onderzoek is gebaseerd op deze representatieve bedrijfssituatie. Een van de uitgangspunten waar vanuit wordt gegaan is dat er inpandig en met gesloten deuren wordt geladen en gelost, zodat de geluiden die gepaard gaan met laden en lossen akoestisch niet relevant zijn. Deze akoestische uitgangspunten zijn echter niet in het bestemmingsplan

vastgelegd. Zonder planologische borging in de planregels kan niet worden verzekerd dat het laden en lossen ook daadwerkelijk inpandig en zonder (voor de omgeving relevante) geluidseffecten plaatsvindt.

5.5

In artikel 3.3.2 van de planregels lijkt uw raad te hebben beoogd om de locatie van het laden en

lossen vast te leggen. Dit artikel luidt:

3.3.2 Laad- en losplaats Voor zover binnen het bestemmingsvlak de aanduiding 'laad- en losplaats' is opgenomen, is laden en lossen uitsluitend toegestaan ter plaatse van deze aanduiding. 5.6

De aanduiding 'laad- en losplaats' ontbreekt echter op de verbeelding.

verzoekt

uw raad daarom om de beoogde bevoorradingssluis gesitueerd tussen het dorpshuis en de

supermarkt (zie de afbeelding bij randnummer 4.5 van deze zienswijze) op de verbeelding aan te

wijzen met de aanduiding 'laad- en losplaats. 5.7

verzoekt uw raad daarnaast om in de planregels op te nemen dat het laden en lossen inpandig dient te geschieden met gesloten deuren. Dat is ook gebruikelijk om in een bestemmingsplan te regelen, omdat het een ruimtelijk relevant aspect is (geluid).

doet daarvoor het volgende voorstel:

"Het gebruik van de gronden en/of opstallen voor een supermarkt is uitsluitend toegestaan indien het laden en lossen ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats' inpandig en met gesloten deuren plaatsvindt."

5.8

Tot slot wordt in het akoestisch onderzoek geadviseerd om het laden en lossen uitsluitend in de

dagperiode (tussen 07:00 en 19:00 uur) te laten plaatsvinden.

verzoekt uw raad

om in de planregels de laad- en lostijden op te nemen. Dat is ook zeer gebruikelijk. Verwoert e.a.

Pagina 15 van 29

1

dirkzwager

WF

legal & tax

wijst daarbij op een uitspraak van de ABRvS van 26 september 2018, ECLI;NL:RVS:2018:3103,

waarin de ABRvS zelf in de zaak voorziend een planregel heeft vastgesteld waarin de laad- en lostijden van de supermarkt zijn vastgelegd: "5.6. Gelet op het overwogene onder 5.5 ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het herstelbesluit is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb, voor zover in artikel 3, lid 3.4, onder c, van de planregels niet is opgenomen dat het laden en lossen tussen 07:00 en 19:00 uur en achter gesloten deuren dient te geschieden. Het beroep tegen het herstelbesluit is gegrond, zodat het herstelbesluit in zoverre dient te worden vernietigd.

6. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb op de hierna te melden wijze zelf in de zaak te voorzien door artikel 3, lid 3.4, van de planregels aan te vullen met de voorwaarden dat het laden en lossen inpandig en achter gesloten deuren en tussen 07:00 en 19:00 uur dient te geschieden. Voorts zal de Afdeling bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het herstelbesluit." Rubber wielen en kunststof winkelwagens

5.9

In het akoestisch onderzoek wordt tevens geadviseerd om gebruik te maken van stille(re)

winkelwagens, waarbij de wielen van rubber zijn in plaats van staal en de wagen van kunststof is

in plaats van staal. Daarmee zouden volgens dit onderzoek overschrijdingen van de geluidsgrenswaarden kunnen worden voorkomen.

5.10

Uw raad heeft echter nagelaten om planologisch te waarborgen dat de winkelwagens ook daadwerkelijk op deze wijze worden uitgevoerd. Dat is onzorgvuldig, zeker nu op een aantal woningen de wettelijke geluidsniveaus worden overschreden. Voor de woningen van

geldt dat de geluidsbelasting dusdanig hoog is dat de maximale geluidsniveaus nét niet worden overschreden. Het ligt daarom op de weg van uw raad om ter bescherming van het

woon- en leefklimaat ter plaatse zoveel mogelijk waarborgen te bieden. Uw raad kan zich niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met een

goede ruimtelijke ordening indien en voor zover dit niet is geborgd in de planregels. e.a. verzoekt uw raad daarom om dit in het bestemmingsplan op te nemen en doet daarbij het volgende voorstel:

"Ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' mogen de gronden uitsluitend ten behoeve van een supermarkt worden gebruikt, indien gebruik wordt gemaakt van kunststof winkelwagens met rubber wielen." Winkelwagenopstelplaats, dichtslaande portieren en stemgeluid

5.11

constateert dat in het akoestisch onderzoek de geluiden die gepaard gaan met het

stallen van winkelwagens in een winkelwagenopstelplaats niet zijn beschouwd. Dit terwijl direct

voor de voorgevel van de supermarkt wel een opstelplaats voor winkelwagentjes is beoogd (zie

Pagina 16 van 29

dirkzwager legal & tax

paragraaf 2.2 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan). Nu het een feit van algemene

bekendheid is dat het stallen van deze winkelwagens relevante geluidseffecten met zich meebrengt, is het onderzoek in zoverre gebrekkig.

5.12

Datzelfde geldt voor de geluidbelasting vanwege het parkeerterrein als gevolg van geluidpieken door dichtslaande portieren en stemgeluid. Ook deze geluidsbronnen zijn ten onrechte niet

meegenomen in het akoestisch onderzoek, terwijl zij weldegelijk behoren tot de representatieve bedrijfssituatie en akoestisch relevant zijn. Uw raad kan zich daarom niet in redelijkheid baseren

op de uitkomsten van dit onderzoek bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Het stallen van winkelwagens in de winkelwagenopstelplaats, het dichtslaan van autoportieren en het

stemgeluid op het parkeerterrein dienen akoestisch onderzocht te worden.

b.

5.13

Dorpshuis

Het beoogde dorpshuis bevindt zich op zeer korte afstand van de woningen van

De richtafstand uit de VNG-brochure, welke 30 meter bedraagt, wordt niet gehaald (p. 6 van het

akoestisch onderzoek): Stap 1 Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden kan verdere toetsing voor het aspect getuid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. De richtafstand voor geluid bedraagt voor supermarkten 10 meter. Voor een dorpshuis is de richtafstand vergelijkbaar met een buurthuis of theater (cat.2} met een richtafstand voor geluid van 30 meter. De meest nabijgelegen woningen bevinden zich op: ■ 20 meter afstand tot het dorpsh uis ■ 16 meter afstand tot de supermarkt Gezien de afstanden is getoetst aan stap 2.

5.14

Het akoestisch onderzoek voor wat betreft het dorpshuis is gebaseerd op het uitgangspunt dat er minder dan 4 uur per week sprake is van onversterkte muziek en er slechts in incidentele

gevallen (4 a 5 keer per jaar) sprake is van versterkte muziek. Zowel de geluidbelasting die uitgaat van onversterkte muziek als versterkte muziek is om die reden niet meegenomen in het

akoestisch onderzoek bij de representatieve bedrijfssituatie. Ook is in de representatieve

bedrijfssituatie geen rekening gehouden met stemgeluid van arriverende en vertrekkende

bezoekers. Uitsluitend warmtepompen worden beschouwd als akoestisch relevante geluidsbron bij het gebruik van het dorpshuis.

. stelt zich op het standpunt dat het akoestisch

onderzoek in zoverre gebrekkig is. Onversterkte muziek

5.15

In het akoestisch onderzoek wordt ervan uitgegaan dat er minder dan 4 uur per week sprake is van onversterkte muziek, namelijk op dinsdagavond door de harmonie.

. kunnen

niet verifiëren of dit klopt. Vaststaat dat er 35 tot 40 verenigingen gebruik willen maken van het

Pagina 17 van 29

) dirkzwager legal & tax

dorpshuis. Het is daarom niet ondenkbaar dat er meer dan 4 uur per week sprake is van

onversterkte muziek.

verzoekt uw raad daarom om (de exploitant van het

dorpshuis) hier inzicht over te (laten) verschaffen. Evenementen

5.16

Ten aanzien van versterkt muziekgeluid wordt in het akoestisch onderzoek geoordeeld dat dit

slechts in incidentele gevallen, circa 4a 5 keer per jaar, plaatsvindt. Ook dat is evident onjuist.

Het bestemmingsplan staat een onbeperkt aantal evenementen met een maximale duur van 7 dagen - welke duur overigens verlengd kan worden - toe. Dat kan niet meer worden beschouwd

als "incidenteel". Voor een nadere

verwijst

naar hetgeen hierover

in §1 is opgenomen. Omdat deze evenementen niet incidenteel, maar op regelmatige basis

kunnen plaatsvinden, dienen deze evenementen tot de representatieve bedrijfssituatie te worden gerekend. In het onderzoek is daar ten onrechte niet vanuit gegaan.

5.17

Indien en voor zover uw raad zich op het standpunt stelt dat evenementen tot de incidentele bedrijfssituatie zouden behoren - hetgeen

uitdrukkelijk betwist -, dan geldt dat er

in het akoestisch onderzoek ten onrechte slechts is uitgegaan van de geluidsbelasting van een muziekavond van 19:00 tot 01:00 uur. Dat is niet op één lijn te stellen met een evenement in de zin van de planregels. Het is aannemelijk dat van een evenement een aanzienlijk grotere en

langdurigere geluidsbelasting gepaard gaat dan van een muziekavond. Het akoestisch onderzoek

is in zoverre gebrekkig. Stemgeluid

5.18

In het akoestisch onderzoek zijn ten aanzien van de representatieve bedrijfssituatie van het

dorpshuis berekeningen gemaakt met enkel de warmtepompen als relevante geluidsbron. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het stemgeluid echter ook een aspect dat

moet worden beoordeeld. Dit heeft de ABRvS overwogen in een uitspraak van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2534:

"Hoewel geluidhinder die wordt veroorzaakt door stemaeluid niet wette lijk is genormeerd, moet dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan wel in de beoordeling worden betrokken, nu in het kader van een goede ruimtelijke ordening een bredere beoordeling nodig is dan op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer dient te worden verricht. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat gezien de in het plan toegelaten bedrijvigheid in de milieucategorieën 2 en 3.1, die hoofdzakelijk inpandig plaatsvindt en waarbij bedrijven met een grote verkeers- en publieksaantrekkende werking zijn uitgesloten, er uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen aanleiding bestaat om het stemgeluid nader te onderzoeken."

5.19

Het akoestisch onderzoek lijkt wel bedoeld te hebben om rekening te houden met het stemgeluid van arriverende en vertrekkende bezoekers (p. 10 van het onderzoek), maar berekeningen

Pagina 18 van 29

1

dirkzwager legal & tax

waarbij deze geluidsbron is meegenomen in de representatieve bedrijfssituatie ontbreken echter. Uw raad kan zich daarom niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat het

bestemmingsplan voor wat betreft het aspect geluid in overeenstemming is met een goede

ruimtelijke ordening. 5.20

Ten aanzien van het stemgeluid geldt het volgende.

heeft begrepen dat er 35 tot

wel 40 verenigingen gebruik willen maken van het dorpshuis. De omgevingsvergunning voor het

dorpshuis is aangevraagd voor het (gelijktijdig) gebruik door 385 personen. Het is daarom

aannemelijk dat er gedurende de openingstijden van het dorpshuis veel bezoekers arriveren en vraagt zich gelet op deze aantallen af of het juist is dat er bij het

vertrekken.

stemgeluid slechts rekening worden gehouden met gemiddeld 5 personen die voor de deur staan die de helft van de tijd spreken (p. 10 van het onderzoek).

5.21

Bovendien is aan de westzijde van het dorpshuis een buitenterras (horeca) beoogd. Dit is door

de heer Bos en Van Deursen bevestigd in een informeel overleg (bijlage 2). In het kader van een

goede ruimtelijke ordening dient beoordeeld te worden wat de geluidseffecten zijn van het gebruik van dit buitenterras. Daarbij gaat het niet alleen om stemgeluid van bezoekers die

langdurig praten en/of roepen, maar ook om (on)versterkte muziek die zal worden afgespeeld op het terras. Het ten gehore brengen of laten brengen van versterkte en onversterkte muziek is

immers niet uitgesloten in het bestemmingsplan.

wijst in dit kader op een uitspraak

van de ABRvS van 2 december 2020, ECLI:NL:RVS;2020:2847:

"De Afdeling overweegt echter dat het plan, naar de raad ter zitting ook niet heeft weersproken, ook het gebruik van het deel van de tuin waaraan in het plan de functieaanduiding "centrum" is toegekend geheel als terras toestaat. De gevolgen daarvan voor de geluidniveaus voor de omgeving zijn in het geluidrapport niet onderzocht. Niet is uitgesloten dat daarvan een grotere geluid- en andere belasting voor de omgeving zal uitgaan. De raad heeft ten onrechte nagelaten dit te onderzoeken." 5.22

Uw raad kan zich gelet op het voorgaande niet in redelijkheid baseren op de uitkomsten van dit

onderzoek bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is in zoverre niet zorgvuldig voorbereid. Het akoestisch onderzoek dient in de visie van worden

verricht,

waarbij

bovenstaande

uitgangspunten

worden

opnieuw te meegenomen

in

de

representatieve bedrijfssituatie. verzoekt uw raad tot om de geluidsnormen in het bestemmingsplan op te nemen.

5.23

Als die geluidsnormen worden overschreden, dan kan uw college daartegen handhavend

optreden. Zo kan de vrees van weggenomen.

voor onaanvaardbare geluidsoverlast deels worden

verwijst ter illustratie naar artikel 11.3 van het bestemmingsplan

"Bierbrouwerij Oijen - 2020" van de raad van de gemeente Oss. De ABRvS heeft in een uitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS;2023:3462, over dit bestemmingsplan overwogen:

Pagina 19 van 29

*) dirkzwager legal & tax

"De Afdeling begrijpt dat [appellant sub IA] en anderen geluidsoverlast vrezen van de in het

bestemmingsplan mogelijk gemaakte uitbreiding van de inrichting. In het bestemmingsplan zijn echter, anders dan in het vorige bestemmingsplan, in artikel 11.3 geluidsnormen opgenomen en die zijn gebaseerd

op de door Ulehake op basis van de maximale representatieve bedrijfssituatie berekende geluidsbelasting. Op grond van deze bepaling mag de geluidbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer

bedragen dan 45 dB(A) etmaalwaarde (inclusief stemgeluid). Ook is bepaald dat het maximale geluidniveau op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer mag bedragen dan 65 dB(A) (inclusief

stemgeluid) in de dagperiode en 60 dB(A) (inclusief stemgeluid) in de avondperiode. In de nachtperiode mag het maximale geluidniveau niet hoger zijn dan 58 dB(A) (inclusief stemgeluid) op de gevel van de woning gelegen aan de Oijense Bovendijk 59 en 59 dB(A) (inclusief stemgeluid) op de gevel van de Kasteelstraat 4 en 55 dB(A) (inclusief stemgeluid) op de gevel van andere geluidgevoelige gebouwen. De

raad heeft toegelicht dat uit de VNG-brochure volgt dat bij deze geluidniveaus in het omgevingstype "rustige woonwijk en rustig buitengebied" sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook

indien er meer dan 275 bezoekers op het terras zijn wegens een grootschalige activiteit of er meer bezoekers elders op het terrein aanwezig zijn dan waarmee in het akoestisch onderzoek rekening is

gehouden, moet de totale geluidsbelasting van de inrichting, inclusief stemgeluid, voldoen aan voornoemde geluidsnormen. Als die normen worden overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders daartegen handhavend optreden."

c.

5.24

Indirecte hinder (verkeer)

In het akoestisch onderzoek is de geluidbelasting gerekend ten gevolge van het verkeer van en

naar de supermarkt en het dorpshuis. De indirecte hinder is echter gebaseerd op onjuiste

uitgangspunten. Het aantal verkeersbewegingen is veel te laag ingeschat. Goudappel heeft een verkeersonderzoek verricht en komt daarbij uit op andere aantallen:

functie

om vang

verkeersgeneratie

weexdag

werkdag

190

130

dorpshuis

91Sm’

detailhandel

1.039,3m'

830

990

supermarkt

1.524m’

2.370

2.840 3.960

totaal

3.390

Tabel 42: Verkeersgeneratie toekomstige functies in motorvoertuigbesvegingen per etmaal

5.25

Ten aanzien van de supermarkt geldt dat er volgens het akoestisch onderzoek in totaal 550 klanten op een drukke weekenddag worden verwacht die met de auto komen. Dat komt neer op

1100 verkeersbewegingen. Dat is onjuist. Goudappel heeft een verkeersonderzoek verricht en komt daarbij uit op 2.370 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag en 2.840 verkeersbewegingen op een gemiddelde werkdag (wat overigens ook te laag is ingeschat, zie §4

van deze zienswijze).

Pagina 20 van 29

dirkzwager

‘tl ’

legal & tax

5.26

Datzelfde geldt voor het dorpshuis. In het akoestisch onderzoek is opgenomen dat er in de

dagperiode niet meer dan 40 bezoekers worden verwacht en in de avondperiode niet meer dan 20. Omdat slechts maximaal 20% van de bezoekers met de auto naar het dorpshuis zal komen,

wordt er rekening gehouden met 24 verkeersbewegingen per dag. Het is voor onbegrijpelijk dat wordt gesteld dat maximaal 60 bezoekers per dag worden verwacht. De

verwachting is dat er 35 tot wel 40 verenigingen gebruik willen maken van het dorpshuis. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor een gebruik door 385 personen. Ook het

verkeersonderzoek van Goudappel gaat uit van 190 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag en 130 verkeersbewegingen op een gemiddelde werkdag (wat overigens ook te laag is

ingeschat, zie §4 van deze zienswijze).Niet valt in te zien op basis waarvan in het akoestisch onderzoek tot de conclusie wordt gekomen dat dit slechts 60 personen per dag betreft. Het

akoestisch onderzoek is in zoverre gebrekkig. Uw raad kan zich daarom niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke

ordening. d.

5.27

Cumulatie

Bij de beoordeling of een bestemmingsplan voor wat het aspect geluid in overeenstemming is

met een goede ruimtelijke ordening dient ook rekening te worden gehouden met de cumulatie

van geluid afkomstig van de relevante geluidsbronnen. Dit heeft de ABRvS overwogen in een uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1146:

"17.2. Zoals in 6.3 is overwogen is niet uitgesloten dat het plan leidt tot overschrijdingen van een geluidwaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het plan laat verschillende functies toe en leidt tot een toename van verkeer. Bij de belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met cumulatie van geluid. Die cumulatie is ten onrechte niet onderzocht en afgewogen. Het besluit is in zoverre onzorgvuldig vastgesteld. Het betoog slaagt."

5.28

Er is ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de cumulatie van het geluid van het dorpshuis en de supermarkt. Dit terwijl het bestemmingsplan gewoon toelaat dat deze twee functies

gelijktijdig worden gebruikt. Uw raad heeft niet onderzocht en afgewogen of er gelet op deze

cumulatie van geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het

bestemmingsplan is in zoverre onzorgvuldig voorbereid.

6. 6.1

Privacy

Het huidige dorpshuis is door de groenvoorzieningen rondom het pand goed ingepast in de omgeving. De gevel aan de Bagijnestraat bevat geen ramen vanuit waar direct zicht is op de woningen van

Dat zicht wordt onttrokken door het bestaande groen.

zouden graag zien dat dit groen behouden blijft. Gelet op de situering van het bouwvlak is er

rondom het beoogde gebouw ook voldoende ruimte aanwezig om de bestaande bomen en struiken aan de zijde van de Bagijnestraat te behouden:

Pagina 21 van 29

1

dirkzwager legal & tax

^31::: +1+ > * ♦ ♦ > + +1+ + + + + + +

6.2

hechten veel waarde aan behoud van deze groenvoorzieningen om inbreuk op hun privacy te voorkomen. Dat geldt temeer nu uit de tekeningen behorende bij de ontwerp

omgevingsvergunning voor het dorpshuis blijkt dat er een zeer grote raampartij in de gevel aan de zijde van de Bagijnestraat is voorzien:

DORPSHUIS OCHTEN

DD I h !

A

B

ZIJGEVEL

6.3

De privacy van

:g-

C

RECHTS

wordt hierdoor in onevenredige mate aangetast. Uiteraard is aan

het wonen in een stedelijke omgeving inherent dat er enige inkijk is, maar ten opzichte van de huidige situatie (zonder inkijk) betreft dit in de visie van

een onevenredige

aantasting van hun privacy. Uw raad heeft de belangen van

bij behoud van hun

woon- en leefklimaat niet meegewogen.

verzoekt uw raad dan ook om in het bestemmingsplan een voorwaardelijke

6.4

verplichting op te nemen die ertoe strekt dat het realiseren van gebouwen binnen de

bestemming "Maatschappelijk" alleen is toegestaan, indien deze gebouwen landschappelijk

worden ingepast en deze landschappelijke inpassing in stand gehouden wordt. graag bereid om mee te denken over deze landschappelijke inpassing.

is vindt het

daarbij wenselijk dat de ruimte om het beoogde pand bestaat uit struiken en bomen en

uitdrukkelijk geen gras en bestrating, zodat deze ruimte niet kan worden gebruikt om te verblijven.

Pagina 22 van 29

"Of

dirkzwager legal & tax

7.

Gebiedsbescherming

7.1

Ten aanzien van het aspect gebiedsbescherming (stikstof) is een ecologische quickscan (bijlage

8) en een onderzoek stikstofdepositie (bijlage 10) uitgevoerd. In de eerste plaats wordt in dit

onderzoek voortgeborduurd op de verkeerscijfers uit het Onderzoek parkeren en verkeer van

Goudappel. Zoals gezegd bevat dit onderzoek gebreken en is er niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en een worst-case scenario. Het stikstofonderzoek is reeds daarom op verkeerde uitgangspunten gebaseerd.

7.2

In de tweede plaats zijn de rekenresultaten van de AERIUS berekening niet weergegeven.

Totale emissie

Reken) .jar

CniiijSie HH •

tiTHssicNO.

Rek’reniiesttuauc - Referentie

2024 2024

0.6kg/i Z,4kg/|

29,4 kg/j 113,3 kg/i

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase

gebrutk supermarkt - Beoogd

Resultaten Rsfeietiiiewlualie - Referentie

Bou‘/4a<e + gebruik supermdrkt Beoogd

Gekarteerd oppervlak met toename \ha! Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

Grootste toename Grootsteafnamc

Totale emissie

Rekenjaar

Emiuiie NHj

Emissie NO»

ReferentiesitudikC - Referentre Beoogde si tuatte - Beoogd

2025 2025

0,6kg/j l.Okg/i

28.4 kg/j 33.4 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Referertticsiluatie Referentie

Beoogde srtuatie ■ Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

Grootstetoename

Grootste afname

7.3

De conclusie dat het projecteffect op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar bedraagt kan dan ook niet worden getrokken. In zoverre is dit onderzoek gebrekkig.

stelt

zich op basis van dit onderzoek in samenhang met het feit dat het Natura 2000-gebied

"Rijntakken" zich op slechts 200 meter afstand bevindt op het standpunt dat significant negatieve gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Uw raad kan zich bij het vaststellen van

het bestemmingsplan derhalve niet baseren op de uitkomsten van dit onderzoek. 8.

Ontwerp omgevingsvergunningen

Gebiedsbescherming

8.1

In de ontwerp omgevingsvergunningen voor de bouw van het dorpshuis en de bouw van de

supermarkt is terzake van gebiedsbescherming in de aanleg- en gebruiksfase het volgende

opgenomen:

Pagina 23 van 29

dirkzwager legal & tax

Stikstofdepositie tijdens de aanlegfase Sinds 2 november 2022 is de stikstofvrijsteliing voor de aaniegfase vervallen. Dit betekent dat bij aanlegwerkzaamheden getoetst moet worden of de stikstofemissie die hierbij plaatsvindt, kan leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. De berekening van 1 december 2023 laat zien dat op de afstand tot Natura 2000-gebieden waarbij hier sprake van is, significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Stikstofdepositie tijdens het gebruik Ook bij het gebruik van de nieuwe bebouwing of aangelegde bouwwerk kan er sprake zijn van extra stikstofdepositie vanwege extra verkeersgeneratie, de extra uitstoot door stookinstallaties en de activiteiten die met het gebruik gemoeid zijn. Deze omgevingsvergunning ziet niet toe op het gebruik. De gebruiksfase is daarom, in het kader van de Wet natuurbescherming, uitsluitend ter beoordeling van de provincie. U kunt hierover contact opnemen met de provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14458488/2