Bijlage 8 - Vervolgadvies provincie Gelderland op Memo Versterkingsplan GO
Tekst van het document
Ecologisch advies drijvend zonnepark Ochten Provincie Gelderland, 27 februari 2024
Inleiding op het plan De provincie hee� na eerder overleg en reac�e per mail in 2023 op concepten op 6 februari 2024 een uitgewerkt versterkingsplan ontvangen voor de aanleg van een drijvend zonnepark van 7 hectare. Dit zonnepark is voorzien op een al bestaande plas in de Gouverneurspolder, in de uiterwaarden van de Waal bij Ochten, die ontstaan is bij een eerdere ontgronding. Om het ini�a�ef mogelijk maken is een (�jdelijke) omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan noodzakelijk. Relevant is dat de Gouverneurspolder binnen het Midden-Waal gebied is gelegen. Dit gebied wordt komend decennium op basis van de Visie Midden-Waal ontwikkeld door de Dekker Groep. Het bedrijf Dekker werkt in samenwerking met rijk, provincie, waterschap, gemeente en stakeholders stap voor stap aan de realisa�e van de visie Midden-Waal. Hierin worden de Willemspolder (tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en IJzendoorn) en de Gouverneurspolder (Ochten) omgevormd van grotendeels agrarische uiterwaarden naar een gebied waarin water, natuur, recrea�e en duurzame energie en bedrijvigheid een plek krijgen. Dat betekent dat het zonnepark maar ok de natuurversterking als �jdelijke ontwikkelingen moeten worden gezien in afwach�ng van een defini�eve inrich�ng van het gebied. Het zonnepark zelf ligt in de Groene ontwikkelingszone.
Er zijn natuurversterkingsmaatregelen voorzien die deels in Gelder Natuur netwerk liggen. Dit advies gaat alleen in op toetsing van het plan aan de regels in de Omgevingsverordening voor de Groene ontwikkelingszone.
Toetsing in rela�e tot de Groene ontwikkelingszone. We constateren dat er een versterkingsplan ligt afgestemd op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen voor dit gebied, en dat de rekenregels voor GO zijn toegepast. Onze opmerkingen bij eerdere concepten zijn in deels verwerkt in het versterkingsplan, maar we zien ook dat een aantal details die in het overleg ter sprake zijn geweest onvoldoende zijn opgevolgd. Om deze punten te verduidelijken zijn ze hieronder uitgewerkt. Desalnietemin ligt er op hoofdlijnen een goed versterkingsplan en verwachten we dat het plan met een goede verwerking van deze punten onze goedkeuring kan krijgen. We zien deze verwerking graag tegemoet.
1. IMPACTBEREKENING De verliesfactor.
We kunnen instemmen dat geen verlies aan natuurelementen optreedt als gevolg van deze ontwikkeling De impactfactor De impac�actor is op zich op de juist wijze berekend, echter over de verlaging van de impactpunten per hectare hebben we de volgende opmerkingen. Het versterkingsplan gee� een onderbouwing dat de impact van het drijvend zonnepark op 50% kan worden gesteld van een zonnepark op land. In een eerder overleg is al gesproken over een lager aantal impactpunten dan de standaard 600 punten per hectare voor een zonnepark. Op p.22 van het Versterkingsplan staat als onderbouwing dat maatwerk nodig is: “Een drijvend zonnepark is als ontwikkeling niet opgenomen in de GO-rekenmethodiek.”” Dat is niet juist, de GO-rekenmethodiek geldt in principe voor zowel zonneparken op land als op water. Wel kunnen we ermee instemmen dat op deze loca�e specifieke omstandigheden zijn die maatwerk rechtvaardigen voor een lager aantal impactpunten dan standaard. Dat leggen we hieronder nader uit. Specifiek voor deze loca�e kan worden onderbouwd dat: onder het zonnepark toch nog enige natuurwaarde (onderwaterleven) kan ontwikkelen; daarbij dient dan wel hard te worden gemaakt dat er voldoende licht en lucht doordringt onder het zonneveld zelf; 2. de plas zelf weinig geschikt is om de ontwikkelingsdoelen die voor dit voor dit gebied gelden te behalen 1.
Deze punten sluiten aan op de op p.24 genoemde aspecten 1 en 2 om de impact te bepalen. Argument 2 is daarin voldoende onderbouwd. Argument 1 wordt wel onderbouwd met de studies van Stowa en Deltares, maar de onderbouwing focust erop dat de plas maximaal 35% met zonnepanelen wordt bedekt. Dat is een goede basis voor de plas globaal, maar hier is toelich�ng nodig of niet alleen naast maar ook onder het zonneveld kansen zijn voor natuurkwaliteit. Daarvoor is van belang of er ook tussenruimtes tussen de panelen zijn die licht en lucht brengen direct onder de zonnepanelen. Als die ruimte 100% dicht is zou het onderwaterbiotoop geheel a�ankelijk zijn van stroming /uitwisseling met het water buiten het zonneveld. Graag zien we aanvullende onderbouwing hoe een opstelling van de panelen en drijvers wordt gekozen die ruimte biedt voor lucht en licht onder het zonneveld. Op p.25 van het Versterkingsplan staat de volgende conclusie over de impact van het drijvende zonnepark: “”In het licht van bovenstaande dient de impactfactor van een drijvend zonnepark te worden bepaald. Zoals bovenstaand onderbouwd wordt er geconcludeerd dat er niet tot nauwelijks impact is op actuele natuur- en landschapswaarden. De impact van een drijvend zonnepark op potentiële natuur- en landschapswaarden is zeer beperkt.
Om tot een inschaling te komen kan worden gekeken naar de toegekende impactfactor van een zonnepark op land. Deze is ingeschaald op 600 punten per ha functioneel zonneveld. De impact van een zonnepark op land is potentieel veel hoger, er is hierbij sneller sprake van impact op actuele én potentiële natuur- en landschapswaarden. Zonneparken op land worden vaak gesitueerd op agrarische percelen, waardoor natuur- en landschapswaarden veel eerder in het geding zullen komen.
Dit pleit ervoor om een drijvend zonnepark van een (veel) lagere impact te voorzien dan een zonnepark op land. Het hanteren van 300 basispunten wordt redelijk geacht. Hiermee komt het aantal impactpunten op 7,1 ha maal 300 basispunten per ha maal 1,5 (toeslagfactor EVZ) = 3.195”” De huidige tekst suggereert dat een zonnepark op water vooral afwijkt van een zonnepark op land en daarom een aangepaste impactberekening kan worden toegepast. De uitspraken over effecten van zonnepark op land kloppen niet helemaal en zijn ook niet nodig voor onderbouwing van een verlaging van de standaard impact. We vragen deze conclusie toe te spitsen op de bovengenoemde twee argumenten. Als de onderbouwing van argument 1 voldoende is, achten wij een verlaging van 600 naar 300 punten per hectare denkbaar.
2. VERSTERKINGSMAATREGELEN De versterkingsmaatregel plaatsing van biohuten is voldoende uitgewerkt. Enige opmerking daarbij is dat we vragen op te nemen dat de biohutten na het opruimen van de het zonneveld blijven behouden op een geschikte plek in de Gouverneurspolder. Over de maatregel kruiden- en faunarijk grasland vermeldt het Versterkingsplan op p. 26: “”Te nemen versterkingsmaatregelen Met de grondeigenaar van het onderstaand gebied heeft Solinoor besproken dat het onderstaand gebied kan worden versterkt (zie figuur 3). Het gebied is 3,2 ha groot (inclusief water). De poel is circa 0,5 hectare. Het gebied wordt op het moment regulier agrarisch gebruikt (grasland). Er is/wordt geen SNL-subsidie aangevraagd voor dit gebied. Dit terrein kan worden beheerd als kruiden & faunarijk grasland. Dit terrein ligt binnen het Gelders Natuur Netwerk en de ontwikkeling sluit aan op de GO-doelen van het deelgebied. Met de grondeigenaar is een overeenkomst te sluiten waarin de afspraken over het beheer als kruiden & faunarijk grasland kan worden vastgelegd. Indien in de toekomst omvorming van het gebied in het kader van de integrale gebiedsontwikkeling van de Gouverneurpolder aan de orde zou zijn, dan wordt de natuurversterking hierin op- / overgenomen.”” We hebben hierbij de volgende opmerkingen en vragen deze punten te verwerken in het versterkingsplan.
Er is niet onderbouwd of en welke natuurwaarden nu aanwezig zijn. Productiegraslanden in uiterwaarden zijn regelmatig al rijker aan structuur en kruiden dan een gemiddeld productiegrasland. We willen meer duidelijkheid over de actuele waarde, met name in hoeverre nu al sprake is van kruidenrijk grasland. Hiervoor kan de kwaliteitsbepaling van SNL voor Kruiden- en faunarijk grasland worden gebruikt (zie N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland - BIJ12). Als er sprake is van nu al redelijke kwaliteit moet duidelijk worden hoe inrichting en beheer daadwerkelijk leiden tot versterking van de natuurkwaliteit. Ook zien we graag een afzonderlijke kaart waarop duidelijk staat aangegeven dat binnen het totaalplan hier de vereiste oppervlakte natuurversterking wordt gerealiseerd. Om het versterkingsplan compleet te maken dient inrichting en beheer van het kruiden- en faunarijk grasland te worden uitgewerkt
3. BORGING In de vergunning dienen het versterkingsplan en de instandhouding van de natuurversterking als voorwaarde te worden opgenomen.