CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Zienswijze C (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Centrumplan Ochten'6.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

IHSEKOIEH -1 FEB. 2024

c<h

------

------ 100 JAAR

advocaten Gemeente Neder-Betuwe T.a.v. het college van burgemeester en wethouders

Postbus 20

4043 ZG OPHEUSDEN

ZIENSWIJZE ONTWERPBESTEMMINCSPLAN OCHTEN, DOKTER M. VAN DRIELPLEIN

Alkmaar, 30 januari 2024

Mijn ref. Uw ref. Inzake Advocaat e-mail

02037509-FT 539213 / Gemeente Neder-Betuwe mr. F.C.M. Tamis tam i s@ckh -ad vocaten. n I

Geacht college,

Tot mij wendden zich cliënten,

, met het verzoek

hun belangen in bovengenoemde zaak te behartigen. Naar aanleiding daarvan bericht ik u als volgt. Cliënten hebben kennisgenomen van het ontwerpbestemmingsplan ‘Ochten, Dokter M.

van Drielplein’ met zaaknummer 53921 3. Het bestemmingsplan is op 21 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan door

eenieder een zienswijze worden ingediend. Van deze gelegenheid wensen cliënten gebruik te maken.

Feiten en omstandigheden

Cliënten zijn woonachtig aan de

te (4051 AL) Ochten, direct grenzend

aan het Dokter M. Van Drielplein. Tegenover de woning van cliënten staat het oude

dorpshuis. Gelet op de staat van dit dorpshuis komen er niet veel bezoekers naar het

dorpshuis en ervaren cliënten momenteel ook weinig tot geen overlast. Links van de woning van cliënten ligt supermarkt Aldi. Voor een impressie van de situatie ter plaatse wordt een

afbeelding toegevoegd dat het uitzicht van cliënten weergeeft wanneer zij voor hun woning staan. De rode pijl wijst naar de Aldi (links van de woning) en de blauwe pijl wijst naar het

huidige dorpshuis (recht voor de woning).

CKH Advocaten

Toermalijnstraat 9A 1812 RL Alkmaar

t +31 (0) 72 511 40 32 f +31 (0) 72 511 53 37

www.ckh-advocaten.nl

c<h

-2 -

-------

------- lOOJAAR

advocaten

•IBi»

I I Uit het ontwerpbestemmingsplan volgt dat de gemeente voornemens is om het huidige

dorpshuis te slopen en hiervoor in de plaats een nieuw dorpshuis te realiseren. De huidige

MCD supermarkt aan het Dokter M. van Drielplein 1 komt te vervalen. Naast het nieuwe

dorpshuis zal vervolgens een nieuwe supermarkt worden gerealiseerd.

Cliënten kunnen zich met dit plan niet geheel verenigen, nu zijn menen dat zij hierdoor in hun belangen worden geschaad. Cliënten ervaren momenteel al veel overlast van het feit

dat er onvoldoende parkeergelegenheid is. Cliënten vrezen dat deze overlast alleen maar

erger zal worden, nu op het parkeerterrein onvoldoende parkeerplekken worden gerealiseerd en bezoekers hun auto in de straten van de buurt dienen te parkeren.

Daarnaast stellen cliënten dat het akoestisch onderzoek niet op de juiste wijze tot stand is gekomen, nu er verkeerde verwachtingen worden geschetst voor wat betreft het aantal

personen dat op het dorpshuis af zullen komen. Ook komt de ontsluitingsweg straks

tegenover de woning van cliënten te liggen. De koplampen van de auto’s die het parkeerterrein afrijden zullen daardoor direct in de woonkamer van cliënten schijnen. Hetgeen veel hinder zal veroorzaken. Tot slot willen cliënten benadrukken dat zij in een

kwelgebied wonen en dat het niet duidelijk is of en in hoeverre de gemeente daar rekening mee heeft gehouden bij het vaststellen van dit bestemmingsplan. Ter nadere toelichting geldt het navolgende.

Parkeergelegenheid

Het bestemmingsplan verandert de verkeers- en parkeerbehoefte op en rondom het Dokter

M. Van Drielplein. Op het huidige parkeerterrein is een capaciteit van 90 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie zullen er 108 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit betreft een

toename van 18 parkeerplaatsen. Uit het verkeersonderzoek dat door Goudappel is

uitgevoerd, volgt dat op een willekeurige zaterdagmiddag circa 1 66 parkeerplaatsen nodig zijn. Dit zou betekenen dat er een tekort aan parkeerplaatsen zal zijn. Uit het verkeersonderzoek dat is uitgevoerd, volgt echter ook dat er een parkeerdrukmeting

is uitgevoerd om te beoordelen hoe de parkeersituatie in de huidige situatie functioneert en

www.ckh-advocaten.nl

c<h

-3-

-------

------- 100JAAR

advocaten of er mogelijk sprake is van restcapaciteit. Daarbij is gekeken naar de daadwerkelijke bezetting van de parkeercapaciteit op het parkeerterrein en in de omgeving. In totaal is

vastgesteld dat er een parkeercapaciteit van 235 parkeerplaatsen is. Vastgesteld is dat in de huidige situatie de drukste bezetting op zaterdagochtend plaats zal vinden. Op basis van

dit onderzoek zou een restcapaciteit van 42 parkeerplaatsen beschikbaar zijn, maar dat

betekent wel dat men de auto’s in de straten van de buurtbewoners dienen te parkeren. Op het parkeerterrein zelf is wel onvoldoende ruimte.

Cliënten stellen dat het niet wenselijk is dat in de omliggende straten wordt geparkeerd. De parkeerplaatsen in de buurt en in de straten zijn namelijk in beginsel niet bedoeld voor de bezoekers van de supermarkt, maar juist voor de bewoners, dan wel de visite van de

bewoners. Zij kunnen hierdoor straks hun auto niet meer kwijt. Daar komt bij dat in de

buurt ook nog een consultatiebureau, een zorgcentrum en orthopedagogenpraktijk

gevestigd zijn. Bezoekers van deze praktijken dienen ook de auto kwijt te kunnen op de daarvoor aangewezen parkeerplekken. Cliënten verwachten veel overlast met de komst van

de nieuwe supermarkt en het vernieuwde dorpshuis en het feit dat op het parkeerterrein onvoldoende parkeerplekken worden gerealiseerd. Aan cliënten is aangegeven dat het

dorpshuis een capaciteit van 385 personen bedraagt. Op het moment dat deze personen

ook allemaal de auto dienen te parkeren, zal er sprake zijn van een parkeertekort. Cliënten stellen dan ook vast dat onvoldoende rekening is gehouden met de toekomstige situatie en

dat het onderzoek derhalve niet deugdelijk is uitgevoerd.

Geluidsoverlast

Cliënten wonen voorts in een vooroorlogse woning. Zij vrezen dat zij veel geluidsoverlast zullen ervaren door de komst van het vernieuwde dorpshuis en supermarkt. Zoals onder feiten en omstandigheden al kort is aangestipt, is het huidige dorpshuis in verval geraakt.

Er komen op dit moment dan ook niet veel personen naar het dorpshuis. Cliënten ervaren

op dit moment dan ook geen overlast. Op het moment dat het nieuwe dorpshuis zal

worden gerealiseerd, heeft te gelden dat deze meer naar voren zal worden geplaatst en derhalve dichter op het perceel van cliënten komt te staan. Ook verwachten cliënten dat

meer mensen het dorpshuis zullen bezoeken, gelet op het feit dat deze geheel vernieuwd wordt. Het dorpshuis heeft straks namelijk een capaciteit van 385 personen. Dat in het

akoestisch onderzoek aangegeven wordt dat het dorpshuis overdag 40 bezoekers verwacht en in de avond niet meer dan 20 bezoekers, lijkt cliënten dan ook geen reëel uitgangspunt.

In het onderzoek wordt ook niet vermeld op basis waarvan deze schatting is gemaakt.

Cliënten verzoeken de gemeente dan ook om opnieuw een onderzoek uit te voeren waarbij

www.ckh-advocaten.nl

c<h

-4-

-------

------- lOOJAAR

advocaten een reële inschatting wordt gemaakt van het aantal bezoekers, zodat op basis daarvan kan worden beoordeeld of en in hoeverre er geluidsoverlast zal ontstaan. Uit het akoestisch onderzoek volgt wel de aanbeveling om aangepaste beglazing en een

verzwaarde constructie van het dak toe te passen. Uit het bestemmingsplan volgt echter

niet dat de gemeente dit ook daadwerkelijk zal toepassen. Voor cliënten is dit echter wel

een wenselijke oplossing en zij verzoeken de gemeente dan ook om deze constructie toe te passen.

Ook zullen er voor het dorpshuis bankjes worden gerealiseerd. Cliënten vrezen dat dit

overlast zal veroorzaken door hangjongeren die zich overdag, maar ook in de nacht bij deze bankjes zullen bevinden. Cliënten achten het derhalve niet wenselijk dat de bankjes

voor het vernieuwde dorpshuis, en daarmee ook voor de woningen zullen worden geplaatst. Lichthinder

cliënten vrezen verder dat zij veel overlast zullen ervaren van de koplampen van de auto’s die recht op hun woning afrijden en waardoor veel licht in de woonkamer zal schijnen. De ontsluitingsweg zoals deze nu in het bestemmingsplan gepresenteerd wordt, is direct

tegenover de woning van cliënten gelegen. De rode pijl op onderstaande afbeelding wijst de woning van cliënten aan.

O •;v

•

.

O

o 0*“

iiaBtBEiBItgaw

www.ckh-advocaten.nl

c<h

-5-

-------

------- lOOJAAR

advocaten Uit het bestemmingsplan volgt niet dat de gemeente bereid is om overlastbeperkende

maatregelen ten aanzien van de lichthinder te treffen, dan wel dat zij onderzoek heeft

gedaan naar de mogelijke lichthinder die cliënten zullen ervaren als gevolg van in hun huis schijnende koplampen. Zoals uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak

van de Raad van State volgt, dient de gemeente dergelijke hinder afkomstig van koplampen van auto’s tegen te gaan.' Cliënten verzoeken de gemeente dan ook uitdrukkelijk om deze hinder tegen te gaan, dan wel om een alternatieve ontsluitingsweg te realiseren.

Daar komt bij dat het voor cliënten ook onduidelijk of de supermarkt voor lichthinder zal zorgen. Cliënten verzoeken de gemeente dit te onderzoeken.

Kwelgebied

Tot slot willen cliënten benadrukken dat zij in een kwelgebied wonen en dat hun woning lager ligt dan de woningen in de rest van de omgeving. Toen destijds de Aldi werd

gebouwd, ondervonden cliënten veel overlast van de bebouwing op korte afstand. Als Bijlage 1 worden foto’s van de schade overgelegd. Aangezien nu op nog kortere afstand zal worden gebouwd, vrezen cliënten dat er wederom aanzienlijke schade c.q. overlast zal

ontstaan als gevolg van het slopen van de gebouwen en het wederopbouwen van het

dorpshuis en de supermarkt. In 201 6 is door het Waterschap onderzoek gedaan naar het

kwelgebied. Daarin is aangegeven dat het aan te bevelen is dat wederom een onderzoek uitgevoerd wordt. Als Bijlage 2 wordt het onderzoek van Wareco bijgevoegd. Cliënten

verzoeken de gemeente nader onderzoek naar het kwelgebied uit te voeren, zodat kan worden onderzocht of het plan van de gemeente het kwelwaterprobleem zal verergeren.

Conclusie Gelet op het vorenstaande verzoeken cliënten uw gemeente om het ontwerpbestemmingsplan te heroverwegen waarbij vorenstaande punten in acht worden

genomen. Cliënten zijn bereid om hun zienswijze mondeling toe te lichten.

;t vriendelijke groet,

Gemachtigde

' ABRvS 1/januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:144.

www.ckh-advocaten.nl

Bijlage 1

Sb

Li-

Ê.»:^^tt..

i

£'

1

pfeï ■

■fct \ï-

L

’•

1^

- J 4

SI^W -^' *A

IL

''wH

B'g’

r^0

X '•j

f ?w

fe;.

lt _

-«

''<?' - "li - »»«i

L

f

-óv'OI

HHl !^-

■

w>'

9

^’^ISBIH

■L-L 3I t

'

HL

'ƒ

fefe-

:4

.jfl

l

■K_»BR *' "

' ,-L

lir

r^ ;È

'

W >w

a.

, ■

.

.9

•;■£:•■■ ■

g'l ' .■3

-■ ?V<j:

’'3^ Sig^MH

‘^£-i - '‘"'-^n^^l

'WH

■"W* -fli

Hl^®'''

r"* h’ ' ; ■gCTW

H

hte^3

w

‘>

b Èle^

ï:

01 ÜLW'^

w

IkB.

'

ï.’;

i

>' -H SS r-3

iï^l

■ki

i

-'iXl

b;^

;^e

^■?<-^l?wajte

iB^fcR? "Sa

jl " '- - ^

^wl

^0*''

P53i,

i-i'u

!C3^ ' ■'^'

r

ife^- ,; ■’ ,

WW-

1

'• '«l

::?< '

’

■*■’’

»#■ ."'J

OwxJ

*

;> f *,.

■■

/..::^»£rfl^.^y- - ■'j_,..-

'

ttWW

'i";

a

. ■ -1 R

i i■

BÉ f,

,;J" «

ir^

■'. 1 ^Si

1“-^'

/

■

'<TT

& 5;

<

K -^ ■

*'■’

'

1

-

' -;^;%. ï 4

- ïc

>■

«

■

'

M' J >>

-C’

i1 rW'iS

/ ^ffr..iSÏ .

'

■

■*

to W?' s

>

* ■’■.»

,

'V f

'”^•7

'f

b-:''is«'<

'’'

3

-'1®' ''Ï',V-.’-' 'A'?■■ ■ -bss,;.

• :i&’. -

\

M'-

''

ttiFS

■-

fc, ri^:-

BSi«

^M' a^s

i>

E

<«iÈ

..

Ma

>'W^ («' ' ’Ws.

B-;

/^wiw«W' -■SiWsSF SWfSifeBl

■ï"W^O&ïZ>--

'’lfe

■^b;<

' : t?

BBW -

■

llll-i

I

i'

.''!® E^yjS»g^\^4. \' . •

S'

«fcS'sla J',''' B-'^

g

i ï

|ï<;

J ' . .ï

■ffi S

*

'1 r'jiss

r I

' » '* A

1 '

1

’l

4

■ ; -■?

s*h'’

1

I.

J

^/fla “-.«O

iv’i*.

Ö

W“;> I'

'.

K*'

J

.■

'■

.'"'l

il

__

IF''

fc/ IW? -

>/

;v:-'^: -’C’

P'

■.?=i ■Hflp J

■

r

: '< ;•

i.

‘004>"

^'1

.. • -< .:: ,

ÖS

SIM 'fj'-.

Bijlage 2

wareco INGENIEURS

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

definitief

BODEM

WATER

FUNDERINGEN

■■■

Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funde­ ringen. Onze kracht is de integratie en combinatie van onze specialisaties. We doen onder­ zoek en geven advies. We maken plannen en begeleiden de uitvoering. Enthousiast, per­ soonlijk en innovatief. Al meer dan 35 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit onze vestigingen in Deventer en Amstelveen bedienen we met circa 60 profes­ sionals overheden, bedrijfsleven en particulieren.

We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aan­ dragen van duurzame oplossingen.

Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

wareco= INGENIEURS

Vestiging Amstelveen Postbus 6 1180 AA Amstelveen t 020 750 46 00 f 020 750 46 99

Vestiging Deventer

Zutphenseweg 51 7418 AH Deventer t 0570 66 09 10 f0570 66 09 19 info@wareco.nl www.wareco.nl

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

definitief

Uitgebracht aan: Gemeente Neder-Betuwe T.a.v. de heer R. Bos Postbus 20 4043 ZG OPHEUSDEN

Auteur

ir. W. Noome

Kenmerk

BX91 RAP20161221

Vrijgave

ir. J.H. Bouma

Datum

29-12-2016

Status

definitief

BODEM

WATER

FUNDERINGEN

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

warecoc INGENIEURS

Inhoudsopgave

Tekst

1.

pagina

1

Inleiding

1.1.

Algemeen

1

1.2.

Ervaren overlast

2

1.3.

Gebruikte gegevens en uitgevoerde werkzaamheden

2

2.

Beschrijving van het onderzoeksgebied

3

3.

Bodem en geohydrologie

5

4.

3.1.

Bodemopbouw

3.2.

Neerslag en verdamping

5

3.3.

Grondwaterstanden.......

6

3.4.

Rivierstanden

8

3.5.

Ontwatering

9

3.6.

Conclusie grondwaterstanden

10

.

5

Verantwoordelijkheden

11

4.1.

Perceeleigenaar/burger

11

4.2.

Gemeente

11

4.3.

Waterschap

12

5.

Oplossingsrichtingen

13

6.

Conclusies en aanbevelingen

14

6.1.

Conclusie.

14

6.2.

Aanbevelingen

14

Bijlagen

1. 2.

Overzicht onderzoeksgebied en peilbuislocaties Boorbeschrijvingen

BX91 RAP20161221

29-12-16

warecoc

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

1.

Inleiding

1.1.

Algemeen

INGENIEURS

De bewoners van de Bagijnestraat 4 en 6 (zie figuur 1 voor een overzichtskaart) hebben last van water in de kruipruimte. Dit water staat tot bijna aan de begane grondvloer. De bewoners hebben in het verleden ook bij hoge rivierstanden last gehad van water in de kruipruimte, maar dit was nooit meer dan circa 20 cm (nu is het meer dan 60 cm). De bewoners geven aan dat zij verwachten dat het komt doordat de grondwateronttrekking onder het oude gemeentehuis (thans gesloopt) is gestopt.

&

is!

a

«aan

I r

I

1 onderzoeksgebied ■ ;

w o

■

;ï7 C

' “-«S'S

I

Oud gemeentehuis'

■W'’ £ia Figuur 1: Overzicht onderzoekslocatie Het doel van dit onderzoek is het in beeld brengen van de huidige grondwatersituatie in en rondom de Bagijnestraat en of veranderingen in de grondwaterstand zijn opgetreden. Met behulp van deze resultaten kan de gemeente het gesprek aangaan met de particulieren in de Bagijnestraat.

In deze notitie beschrijven we de volgende onderdelen: ■ huidige grondwaterstand: deze is bepaald op basis van veldmetingen; ■ vergelijking van de huidige grondwaterstand met historische metingen: dit is gedaan op basis van de meetpunten van het gemeentelijke meetnet; ■ regelgeving en beleid: hierin is beschreven welke verantwoordelijkheden bij de ge­ meente en bij de particulieren liggen; ■ advies vervolgstappen.

1 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

1.2.

wareco^ INGENIEURS

Ervaren overlast De bewoners van Bagijnestraat 4 en 6 hebben in juni 2016 contact opgenomen met de gemeente omdat zij last hadden van vochtoverlast in de verdiepte provisiekast. Bij het openen van het kruipruimteluik stond het water tot enkele centimeters onder de begane grondvloer. Hoewel de bewoners aangaven vaker water in de kruipruimte te hebben, is dit niet eerder zo hoog geweest als in juni 2016. Op circa 50 m ten zuidoosten van de woningen heeft tot begin 2016 een parkeerkelder gestaan met daarin een pomp om de kelder droog te houden. De kelder (en pomp) zijn ondertussen verwijderd. Uit navraag bij de gemeente over deze pomp blijkt dat geen in­ zicht is in het debiet van de pomp of de verpompte hoeveelheden.

1.3.

Gebruikte gegevens en uitgevoerde werkzaamheden In het archief van Wareco zijn gegevens verzameld met betrekking tot de bodemopbouw, de (grond-)waterstanden en de meteorologie.

Er is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: 1. De algemene hoogtekaart van Nederland (AHN2). 2. Dinoloket van TNO en REGIS (Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem). 3. KNMI neerslag en verdampingdata van www.knmi.nl. 4. Mondelinge informatie gemeente Neder-Betuwe.

De in de tekst vermelde cijfers tussen [ ] verwijzen naar bovenstaande gegevens. In aanvulling op bovengenoemde gegevens zijn de volgende veldwerkzaamheden uitge­ voerd: ■ In het gebied is een terreininspectie uitgevoerd. ■ In aanvulling op de reeds aanwezige peilbuizen zijn vijf boringen en vier peilbuizen geplaatst. De grondwaterstand is van 1 juli tot 1 december 2016 gemeten. ■ De peilbuizen zijn Ingemeten ten opzichte van NAP. Tevens zijn dorpelniveaus van de bebouwing ingemeten ten opzichte van NAP.

2

definitief

BX91 RAP20161221

29-12-15

warecoi

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

2.

INGENIEURS

Beschrijving van het onderzoeksgebied In dit hoofdstuk wordt het onderzoeksgebied beschreven op basis van archief- en veldon­ derzoek. Een overzicht van het onderzoeksgebied is weergegeven in bijlage 1.

Maaiveldhoogten en dorpelhoogten De maaiveldhoogte in het openbare terrein is circa NAP +6,8 m. Het maaiveldniveau ter hoogte van de woningen 4 en 6 is circa NAP +6,3 m. In Figuur 2 is een indicatie van de maaiveldhoogte in het onderzoeksgebied weergegeven. [1]

Het niveau van de dorpels van beide woningen is ingemeten, de dorpelhoogte bedraagt NAP +6,5 m.

I*

o 7S9

I

Figuur 2; Maaiveldhoogte Bagijnestraat Oppervlaktewater Achter de percelen van beide woningen bevindt zich een greppel. Tijdens het veldbezoek stond hier geen water in. De greppel is eigendom van de gemeente. De locatie van de greppel is opgenomen in bijlage 1.

Bebouwing Op basis van de BAG is de leeftijd van de woningen bepaald. De woningen zijn gebouwd in 1933/1934. Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat de begane grondvloeren van beide woningen van hout zijn. Ook hebben beide woningen een kruipruimte. Gezien de leeftijd van de woningen zijn deze woningen gevoeliger voor hoge grondwater­ standen.

J definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

warecoj INGENIEURS

Drainage In het onderzoeksgebied bevindt zich in de achtertuin van nr. 4 drainage. Deze watert af op de greppel achter de percelen. De locatie van de particuliere drainage is opgenomen in bijlage 1.

3

4

definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

s

warecoi

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

INGENIEURS

3.

Bodem en geohydrologie

3.1.

Bodemopbouw De bodem is beschreven op basis van de gegevens uit Dinoloket, REGIS en de in het kader van het dit onderzoek door Wareco geplaatste boringen en peilbuizen, zie billaoe 1 voor de locaties van de boringen en peilbuizen. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 2. De kern Ochten ligt in het rivierengebied, dit houdt in dat regionaal gezien de bovenste paar meters bestaat uit kleilagen. Onder dit kleipakket bevindt zich een zandpakket tot grotere diepte. De boorbeschrijvingen bevestigen dit beeld. Uit de boringen blijkt dat de lokale ondergrond rondom de woningen ook vanaf maaiveld bestaat uit een kleilaag van circa 2 a 2,5 m dik. Onder deze kleilaag bevindt zich een zandpakket van (matig) grof zand. De boorbeschrijvingen in het openbare gebied tonen veelal een zandige toplaag. Hier gaat het om een vergraven kleilaag bij onder andere het wegcunet en mogelijk bij de funderin­ gen van de woningen.

3.2.

Neerslag en verdamping De in de periode van 1 juli tot 1 december gemeten grondwaterstand is gerelateerd aan de neerslag. In Figuur 3 is de neerslag en verdamping van het meteostation Tiel voor de periode weergegeven. Uit deze figuur blijkt dat de neerslag vooral in de maanden juni en augustus is gevallen. De neerslaghoeveelheden in de maanden september en oktober zijn lager.

60

Gesommeerde 9-daagse bruto neerslag en dagelijkse bruto neerslag Tiel (bron: KNMI)

PT

'

Isok

P

O»

18

16

14 Ê E

12 f

I

10 I

S 30 S ’ ID ? Cl 20 p

S 8 2

1 t 6

4

(U l/l

Q

10 2 0

17 jun 16

OSjul 16

29 iul 16

19 aug 16

09 sep 16

30 sep 16

21 okt 16

0

Figuur 3: Neerslag in meteostation Tiel [3]

■■

5

definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

wareco^

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

INGENIEURS

Dit blijkt ook uit Figuur 4. Deze figuur toont de neerslaghoeveelheden per maand en de langjarige gemiddelde (afgelopen 25 jaar)[3]. Uit deze figuur blijkt dat de maanden juni en augustus natter zijn dan gemiddeld. De laatste twee maanden, september en oktober, zijn duidelijk droger dan gemiddeld. In september is circa 25% van de normale hoeveelheid gevallen. De neerslag in november was landelijk gezien vergelijkbaar met het langjarige gemiddel­ de, 77 mm tegen 82 mm normaal (deze data zijn nog niet beschikbaar voor meteostation Tiel). 90

Actuele en normale neerslag voor KNMi-station Tiel \/\/3f ’6CO’ ------ ---

Actueel Normaal •

80

70

leo

p I 40 I 30

I 20 10

0

3.3.

sep-16

okt-15 Bron: KNMI

Grondwaterstanden In Figuur 5 zijn de gemeten grondwaterstanden opgenomen van peilbuizen pbl.01 pbl.04. De periode tussen eind augustus en halverwege november zonder lijn, is een pe­ riode waarin de grondwaterstand is gezakt tot onder het niveau van de meetapparatuur.

eö 10. oM

2*oM

zl»

■ PS1A4

Figuur 5: Meetreeksen pbl.01, pbl.02, pbl.03, pbl.04

6 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

wareco^

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

INGENIEURS

In de groene lijn (pbl.04, peilbuis naast woning) zijn enkele pieken te zien, die niet over­ eenkomen met neerslagmomenten. Het is onduidelijk waar dit water vandaan komt.

Uit de figuur blijkt dat de grondwaterstand sinds 1 juli in alle peilbuizen meer dan één meter zakt. Vanaf 1 september is de grondwaterstand zo laag dat de meetapparatuur deze niet meer registreert, pas vanaf 15 november komt de grondwaterstand boven de appara­ tuur uit en wordt deze weer getoond. Het wegzakken van de grondwaterstand tot onder de meetapparatuur komt overeen met de droge neerslagperiode september en oktober. Figuur 5 toont dat de grondwaterstanden in alle peilbuizen met gelijke snelheid zakken. In peilbuis pbl.04 is rond 18 juli 2015 een verlaging en verhoging in het waterpeil te zien. Dit heeft te maken met het leegpompen van de kruipruimten van beide woningen.

Meetperiode ten opzichte van langjarig gemiddelde Peilbuis pb 1.03 staat op circa 60 m van de woningen. Nabij deze peilbuis is de gemeente­ lijke peilbuis 39G gesitueerd. In Figuur 6 zijn de grondwaterstanden van zowel peilbuis pbl.03 als 39G weergegeven. Hieruit blijkt dat beide peilbuizen eenzelfde grondwaterstand meten, ondanks dat peilbuis 39G op circa 4 m -mv is gerealiseerd (in de onderliggende zandlaag).

1. I----2s:iui

SW ■ PBt,O3

W»

Xqtó

31 OU

■ 3M-2SfflM1

Figuur 6: Peilbuizen 39G en pbl.03 Met behulp van de langjarige meetreeks van peilbuis 39G kan bepaald w/orden of de grondwaterstand nabij de woningen in juni 2016 hoger was dan in andere jaren. De lang­ jarige meetreeks van peilbuis 39G is opgenomen in Figuur 7.

Uit deze figuur blijkt dat de grondwaterstand van juni 2016 vaker voorkomt. De hulplijn (grijze lijn) geeft de hoogste grondwaterstand van juni 2016 weer, circa NAP +6,2 m. Deze waarde wordt de afgelopen vijfjaar meerdere malen overschreden.

7 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

warecQa

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

INGENIEURS

Ma<«wBheoglB

e.e

ï ■ £ Si

WR12

(Rft'ia

Itdis

Mp U

tin'14

IMl'M

«p 14

prf’6

(Kai 1S

S»p IS

pis'ia

IM) >8

*p'«

laafi-sMiMi

Figuur 7: Langjarige meetreeks Bagijnestraat, peilbuis 39G Op basis van deze gegevens wordt geconcludeerd dat de grondwaterstanden in juni 2016 niet hoger geweest zijn dan de hoge grondwaterstanden in andere jaren.

3.4.

Rivierstanden De rivierstanden zijn gemeten bij Dodewaard. Door een technische storing aan de meet­ apparatuur van Rijkswaterstaat zijn de Waalstanden in november niet opvraagbaar. In Figuur 8 zijn de rivierstanden van de afgelopen vier jaar weergegeven. Ook de gemeten grondwaterstanden in peilbuis 39G zijn weergegeven.

Uit deze figuur blijkt dat de rivierstanden in juni 2016 veelal hoger waren dan in andere jaren in de maand juni. Alleen in juni 2013 stond de Waal hoger dan in 2016. Hoewel de Waalstand voor juni op een hoog niveau stond, worden dergelijke hoge water­ standen vaker in de Waal gemeten. In alle wintermaanden sinds 2012 zijn Waalstanden gelijk of hoger dan afgelopen juni gemeten.

10 m

I £

.1

2m

Jul '12

Jan *13

jul'13

Jan'14 ■ WMbtHid

|un4

lan '15

lul'is

|an '16

Jut'16

-I

'17

■ 39G-2551001

Figuur 8: Waalstanden in vergelijking met de grondwaterstand in peilbuis 39G

8 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

warecol

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

INGENIEURS

Uit Figuur 8 blijkt tevens dat de grondwaterstanden gemeten in peilbuis 39G-2551001 een vergelijkbaar patroon volgen als de rivier. Wanneer de rivier hoog staat is ook de grond­ waterstand hoog. Hoewel de hoge rivierstanden fluctueren tussen de NAP 4-8,5 en 4-10 m, komt de grondwaterstand niet boven de NAP 4-6,2 m uit (de hulplijn in de figuur). Daar­ naast worden de grondwaterstand en rivierstand (deels) beïnvloed door de weersomstan­ digheden. De grondwaterstand reageert sneller op neerslag dan de rivier. Er is derhalve geen één op één relatie tussen de rivierstand en de gemeten grondwaterstand.

3.5.

Ontwatering De ontwatering is de afstand tussen het maaiveldniveau en het peil van het grondwater, zie Figuur 9. neerslag verdamping

afetroming

maaiveld

netto neerslag = grondwateraanvulltng) )

) j

ontwateringsdiepte

grondwaterpeil

drooglegging

grond

opbolling

afwatering

water

9

Figuur 9: Schematisatie van enkele hydrologische begrippen Op basis van de korte meetreeksen in de peilbuizen rondom de woning kunnen geen uit­ spraken gedaan worden over de representatieve hoge (RHG) en lage grondwaterstanden (RLG) rondom de woning. Met behulp van de langjarige reeks is bepaald dat de gemeten grondwaterstand op 6 juli 2016 het best overeenkomt met de RHG-situatie. Op basis van de hoogst gemeten grondwaterstand kan de ontwatering rondom de woning bepaald wor­ den. In Tabel 1 zijn de ontwateringsdiepten in de peilbuizen weergegeven. Tabel 1: ontwateringsdiepte Peilbuis Maaiveld (m t.o.v. NAP) Pbl.Ol 6,85 Pbl.02 6,12 Pbl.03 6,95 Pbl.04 6,40 6,95 39G

9 definitief

Waterstand op 6-7-2016 (m t.o.v. NAP) 6,06 5,65 6,00 5,96 5,99

Ontwateringsdiepte (m-mv) 0,79 0,47 0,95 0,45 0,96

■■ BX91 RAP20161221

29-12-16

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

warecoc INGENIEURS

Uit de tabel blijkt dat in de peilbuizen op openbaar terrein (peilbuizen pb 1.01, 1.03 en 39G) de ontwatering op 6 juli 2016 minimaal 0,79 m -mv is. De gemeente Neder-Betuwe heeft geen minimale ontwatering opgenomen. De landelijk gebruikelijke streefwaarde voor ontwatering is 0,7 m -mv. De ontwatering bij peilbuizen pbl.02 en pbl.04 is minder dan de landelijk gebruikelijke streefwaarde. Deze peilbuizen staan op particulier terrein (zie ook bijlage 1). Het maaiveld op particulier terrein is circa 0,5 m lager dan op het openbare terrein. Dit verklaart het verschil in ontwatering.

3.6.

Conclusie grondwaterstanden Op basis van de meetgegevens wordt geconcludeerd dat de grondwaterstand in de Bagij­ nestraat in juni niet hoger geweest is dan andere jaren. De langjarige reeks van peilbuis 39G laat zien dat de grondwaterstand in de wintermaanden veelal gelijk of hoger is dan de gemeten waarde in juni 2016. Dit geldt voor de grondwaterstand op openbaar terrein. Door de droge herfst in 2016 hebben de peilbuizen op particulier terrein geen hoge grondwaterstanden gemeten. De meetreeksen van de peilbuizen op particulier terrein tonen eenzelfde grondwaterstand als de peilbuizen op gemeentegrond.

Op basis van deze gegevens wordt verwacht dat de grondwaterstand in juni 2016 niet meer dan enkele centimeters hoger is geweest dan in de wintermaanden.

De ontwatering bij een hoge grondwaterstand op gemeentegrond komt overeen met de landelijk gebruikelijke streefwaarde.

Mogelijk dat een externe oorzaak de grondwaterstand heeft beïnvloed. Mogelijk heeft dit geresulteerd in enkele centimeters grondwaterstijging, waardoor de overlast nu zichtbaar is bij de woningen 4 en 6. De (externe) oorzaak is niet vast te stellen op basis van de hui­ dige meetgegevens.

ac ■ ■

10 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

warecoj

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

4.

INGENIEURS

Verantwoordelijkheden Meerdere partijen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid en taken voor het grondwa­ ter: de perceeleigenaar, de gemeente en het waterschap. Deze taken zijn vastgelegd in de Waterwet. In Figuur 10 is schematisch weergegeven welke partij welke rol heeft. In dit hoofdstuk zijn de verantwoordelijkheden toegelicht. Waterschap beheer van watergangen, bevoegd gezag voor bronneringen en lozingen op vijvers en watergangen

Gemeente beheer openbare ruime.

klachten, afvoer overtc grond- en hemelwater

\

Burger onderhoud eigen terrein, ook t.a.v, water

CfO

Figuur 10: Verantwoordelijkheden binnen het waterbeheer

4.1.

Perceeleigenaar/burger De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor het droog houden van de grond waarop zijn huis staat. De eigenaar is verantwoordelijk voor de bouwkundige staat en het onderhoud van het huis. Volgens bouwvoorschriften dienen kelders en de onderkant van het huis waterdicht te zijn. De eigenaar is ook verantwoordelijk voor het op hoogte houden van tuinen en de kruipruimtebodem. Hij is verantwoordelijk voor het oplossen van grondwateroverlast op eigen terrein, tenzij de overlast aantoonbaar wordt veroorzaakt door een ander.

4.2.

Gemeente De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor grondwater binnen het bebouwde gebied. Particulieren en bedrijven kunnen bij de gemeente terecht voor vragen, meldingen en klachten over grondwater. Zo nodig stelt de gemeente een onderzoek in. De gemeente is waar doelmatig verantwoordelijk voor de ontwatering op openbaar terrein en biedt parti­ culieren en bedrijven de mogelijkheid om overtollig regen- en grondwater af te voeren (dit volgens het gemeentelijke grondwaterbeleid).

11 definitief

■■ BX91 RAP20151221

29-12-16

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

wareco^ INGENIEURS

De gemeentelijke zorgplicht treedt in werking als er sprake is van structurele grondwateroverlast op openbaar terrein. Dan worden er maatregelen getroffen, alleen openbaar ge­ bied, zoals de aanleg van drainage. De maatregelen moeten daarbij wel doelmatig zijn. Maatregelen zijn doelmatig als: ■ De maatregel effectief is. Met de maatregelen worden de problemen voorkomen of beperkt. ■ De kosten van de maatregelen in verhouding staan tot de nadelige gevolgen. • De maatregelen, indien mogelijk, in samenloop met andere werken worden uitge­ voerd. In het gemeentelijke rioleringsplan dient de gemeente hieraan invulling te geven voor de lokale situatie.

4.3.

Waterschap Het waterschap heeft de rol van waterbeheerder van watergangen. Buiten de kernen heeft het waterschap ook invloed op het grondwater. Naast de beherende rol is het waterschap ook het bevoegd gezag voor bronneringen en lozingen.

12 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

5.

warecoi INGENIEURS

Oplossingsrichtingen Voor het tegengaan van wateroverlast zijn meerdere oplossingen mogelijk. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen waterhuishoudkundige en bouwkundige oplossingen.

Bij bouwtechnische oplossingen wordt ervoor gezorgd dat hoge grondwaterstanden binnen de woning niet tot overlast leiden, de woning wordt hierbij aangepast. Bij bouwtechnische oplossingen kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het dampdicht maken van een begane grondvloer, of het behandelen van funderingsmuren tegen optrekkend vocht. Voordeel hiervan is dat ook bij extreme grondwaterstanden geen overlast in de woning optreedt. Bij waterhuishoudkundige oplossingen wordt de waterstand onder en rondom de woning aangepast. Hierdoor wordt voorkomen dat de grondwaterstand hoog staat en voor over­ last zorgt. Bij waterhuishoudkundige oplossingen valt te denken aan het aanbrengen van een pomp in de kruipruimte, de aanleg van drainage rondom de woning of het doorsteken van de kleilagen. Nadeel van deze oplossingen is dat het grondwater afgevoerd dient te worden, de gemeente zal dit water moeten ontvangen. Ook kan het voorkomen dat in extreme situaties toch wateroverlast in de woning optreedt.

Om een onderbouwd advies te kunnen geven over welke oplossingsrichting bij de wonin­ gen Bagijnestraat 4 en 6 het best toepasbaar is, is meer informatie nodig over de bouw­ kundige staat van de woningen. Tijdens dit vervolgonderzoek zal gekeken worden naar de vorm van wateroverlast. Hierbij wordt onder andere gekeken of de woningen enkel last hebben van de hoge grondwaterstand, of dat optrekkend vocht door de muren ook een rol speelt.

Aanvulling Op 16 december 2015 is een overleg geweest tussen de bewoners en de gemeente over de oplossingsrichtingen. Tijdens dit overleg is onder andere gesproken over de aanleg van drainage waarbij het water afgevoerd wordt naar openbaar gebied. In januari 2017 vindt een vervolggesprek plaats tussen de bewoners en de gemeente om te bepalen welke oplossing het meest geschikt is voor de woningen aan de Bagijnestraat 4 en 6.

13 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

Grondwateronderzoek Bagijnestraat, Ochten

6.

Conclusies en aanbevelingen

6.1.

Conclusie

warecoj INGENIEURS

Op basis van dit onderzoek concluderen wij het volgende: « Het maaiveld rondom de woningen nr. 4 en 6 is circa 0,5 m lager dan het openbare terrein. ■ Op basis van de langjarige meetreeks van de gemeentelijke peilbuis is geconcludeerd dat de grondwaterstand in juni 2016 op openbaar terrein niet hoger heeft gestaan dan tijdens andere perioden. Ook de Waalstand was niet uitzonderlijk hoog. ■ De ontwateringsdiepte is tijdens de meetperiode op openbaar terrein niet geringer geweest dan de landelijke streefwaarde van 0,7 m beneden maaiveld. Door de lage ligging van de woningen nr. 4 en 6 is de ontwatering hier wel geringer. ■ Volgens de huidige wetgeving zijn eigenaren van een woning zelf verantwoordelijk voor de ontwatering op eigen terrein.

6.2.

Aanbevelingen Wij adviseren om de grondwaterstand tijdens de komende winter in enkele peilbuize te blijven monitoren. De grondwaterstand staat over het algemeen het hoogst in de winter. Door de komende maanden de waterstand te blijven monitoren kan beter bepaald worden of het grondwater in natte perioden hoger staat dan voor het slopen van de parkeerkelder.

Daarnaast adviseren wij om een bouwtechnisch adviseur de woningen te laten inspecteren om te bepalen welke gevolgen de hoge grondwaterstanden voorde woningen hebben. Op basis van dit onderzoek kan beter bepaald worden welke oplossingsrichtingen het meest geschikt zijn voor beide woningen. Tevens stelt de gemeente op deze manier de bewoners in staat om de verantwoordelijkheid, die de woningeigenaar heeft, te nemen.

14 definitief

BX91 RAP20161221

29-12-16

warecoINGENIEURS

BIJLAGEN

1003

1004

rio

■w

lOM

'o '. 974

joas

iPbL^

.pbl.03

e

1 O

B5

667

5

c 456

777

i.

-ff/ 3JO

3J?

Legenda Bijlage 1; overzicht onderzoeksgebied en peilbuislocaties

drainage

Greppel

f

Duiker

/

O

boring

r>

peilbuis

706

Project: BX91

106$

o

10

Datum: 21-12-2016

20 m

Controle: MKU

warecos INGENIEURS

warecoï INGENIEURS

BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen

■■

warecQ

Boorbeschrijving Legenda (conform NEN 5104)

INGENIEURS

leem

veen

grind ooooooo ok^ ooooooo ooooooo ot>^

grind, siltig

veen, mineraalarm

leem, zwak zandig

oooooooooh looooooooi oooooooool

grind, zwak zandig

veen, zwak kleiig

leem, sterk zandig

OOOOOOOOIlOOOOOOOOQOOOOQOOI•

grind, matig zandig

veen, sterk kleiig

ooooooo o|.‘. •oooooood. o o o o o o o o}- •

grind, sterk zandig

veen, zwak zandig

zwak humeus

oooooo o( • ■ ooooooo ooooooo< ■ ■

grind, uiterst zandig

veen, sterk zandig

matig humeus

sterk humeus

klei

zond

g

zand, kleiig

klei, zwak siltig

zand, zwak siltig

klei, matig siltig

zand, matig siltig

klei, sterk siltig

zand, sterk siltig

klei, uiterst siltig

zand, uiterst siltig

klei, zwak zandig

textuur afwezig

klei, matig zandig

slib

peilbuis

nl

overige toevoegingen

straatpot

klei, sterk zandig

blinde buis

casing

minimale grondwaterstand

gemiddelde grondwaterstand maximale grondwaterstand

A

matig grindig Oo oI

oo

sterk grindig

overige

geur indicatie 0

notificaties

zwak grindig

zwakke geur

bijzonder bestandsdeel

sterke geur

asbest

uiterste geur

grondwaterstand tijdens boren

monstertraject

olie—water reactie

□

geen olie—water reactie

0

zwakke olie—water reactie

B

sterke olie-woter reactie

15

bentoniet afdichting

geroerd monster filtergrind

ongeroerd monster filter

maten in centimeters

F:\Algemeen\boorbeschrijving\legenda_terra_index.dwg d,d.: 02-02-2015

warecQs

Boorbeschrijving getekend volgens NEN 5104

INGENIEURS

Boring:

PBl.01

Boring:

PBl.02

datum:

28-06-2016

datum:

28-06-2016

opmerking:

4 foto's

X/Y-coördInaat:

0,00

opmerking:

5 foto's

X/Y-coördinaat:

0,00

/

0,00

4-

R

n II II II

o o )o ( o o ) o < o o o o ) o ( o o ) o( oo ) o ( oo ) o < o o )o (

-50

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbruin •100

100'

Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin

Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin

n II II II

11

150'

200-

0,00

tegel

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, neutraal geelbruin 50'

/

maaiveld

maaiveld

oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo

Klei, matig zandig, zwak humeus, lichtbruin

100-

-150

150-

-210

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig. neutraal bruingrijs 250-

-300

300-

Boring:

PBl.03

Boring:

PBl.04

datum:

28-06-2016

datum:

28-06-2016

opmerking:

5 foto's

X/Y-coördinaat:

0,00

/

0,00

opmerking:

5 foto's

X/Y-coördinaat:

0,00

maaiveld

0

groenstrook •20

>o ( oo )o oo >o( oo >o< oo )o I oo > o« oo )o < oo >o( oo ) o« oo > o« __ To o ooo< o ooo

Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin

Volledig puin •50

Klei, uiterst siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, neutraalbruin

iï II II Jl

-110

Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin

/

0,00

maaiveld

.‘n II II II

J1

oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo oo

50-

■

tuin__________________________

Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin -35

Klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruin -70

Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin

100-

150-

-170

Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal geelgrijs

11

200-

250-

300-

Projectcode: BX91

•300

300-

: Grondwateronderzoek te Ochten

•300

01-07-2016

warecoz

Boorbeschrijving getekend volgens NEN 5104

INGENIEURS

Boring:

BI

Boring:

B2

datum:

30-06-2016

datum:

30-06-2016

X/Y-coördinaat:

167227,64

X/Y-coördinaat:

167250,97

/ 435374,22

N.A.P.

O

Mj

teoel

o o

\ Geen olie-water reactie

o

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalcreme

693 klinker '685 ----- \ Geen olie-water reactie 653

647

50' «■

Zand, zeer grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalcreme. Enkel kleilensje

o

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus. sterk wortelhoudend, geen humeus, \ olie-water reactie, lichtbruin Zand, zeergrot, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, licht bruincreme

O

597

100'

/ 435360,53

N.A.P.

593

Zand, zeer grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalcreme

Klei, sterk siltig, zwak humeus, laagjes grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, In de klei zitten wat puin brokken

O

o 150—

533 527

Klei, sterk siltig, zwak humeus, laagjes zand, geen olie-water reactie, donkergrijs

Klei, sterk siltig. zwak hunleus, geen olie-water reactie, neutraalbruin 200“

D O

457

Zand, zeer grof, zwak siltig. geen olie-water reactie, lichtcreme

250- •

250-

O 397

...........................

300

393

Boring:

B3

Boring:

B4

datum;

30-06-2016

datum:

30-06-2016

X/Y-coördinaat:

167288,22

X/Y-coördinaat:

167253,62

/ 435365,62

N.A.P. 686

OA 636

klinker_

o 646

OA 556

466

O 200-

Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraal geelcreme 250-

416

O

Projectcode: BX91

476

Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraal bruingeel

250-

300

Klei, sterk siltig, zwak humeus, resten planten, geen olie-water reactie, neutraal cremegrijs

150- (///

Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraal cremegeel

O

386

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgeel______

100-

536

O

klinker

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, neutraal geelcreme. Kleiiaagjes

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal cremegeel, Kleiiaagjes

o ISO-

686

------ \ Geen olie-water reactie

50-

586

100'

O

Zand, matig grof, zwak siltig, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, neutraal geelcreme Zand, matig grof, zwak siltig, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, neutraal geelcreme. Kleiiaagjes

04

/ 435373,00

N.A.P.

Klei, sterk siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs 300-

: Grondwateronderzoek te Ochten

•D 386

01-07-2016

wareco2

Boorbeschrijving getekend volgens NEN 5104

INGENIEURS

Boring:

B5

datum;

30-06-2016

X/Y-coördinaat: 167229,33

/ 435398,47

N.A.P.

O

mi

O

Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie. 563 _ lichtbruin

0^563

teoel \ Geen olie-water reactie___________

Klei, sterk zandig, zwak humeus. zwak \ puinhoudend, geen olie-water reactie, \ lichtbruin _____________ Klei, sterk siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs

D 463

O 200

Klei, sterk siltig, zwak humeus, laagjes zand, geen olie-water reactie. «3 ----neutraalgrijs_____________________ Zand, zeer grof, zwak srttig, geen olie-water reactie, lichtcreme

O

250-

300

*.................. ‘

Projectcode: BX91

333

: Grondwateronderzoek te Ochten

01-07-2016

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14530231/3