CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Reactienota op aanvullende vragen ODR T

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Definitieve VVGB zonne-eiland Gouverneurspolder4.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota ONDERWERP Aanvullende vragen Omgevingsvergunning Zonnewaal Ochten DATUM 5 maart 2024

PROJECTNUMMER 230201 CONTACT info@solinoor.com

VAN Solinoor (afd. Ontwikkeling) AAN Gemeente Neder-Betuwe (Omgevingsloket)

Inleiding Solinoor is voornemens een zonne-eiland te realiseren in de Gouverneurpolder in Ochten. Hiertoe is op 8 november 2023 een vergunningsaanvraag op grond van de Omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag betreft het realiseren en gedurende 25 jaar behouden van een drijvend zonne-eiland aan de rechteroever van de Waal nabij kmr 905.000 in de gemeente Neder-Betuwe. Op 9 februari 2024 heeft de Omgevingsdienst Rivierenland aanvullende vragen gesteld in de ‘Adviesnotitie integraal advies aanleggen drijvend zonnepark in gemeente Neder-Betuwe’. In de notitie zijn de milieuaspecten uit de ruimtelijke motivering ruimtelijk beoordeeld. Al uw adviezen zijn in de aanvraag verwerkt. In onderliggende memo wordt toegelicht hoe de adviezen verwerkt zijn.

1.1 Paragrafen akkoord De volgende paragrafen zijn akkoord bevonden: - paragraaf luchtkwaliteit - paragraaf bodem - paragraaf mer - paragraaf lichthinder - paragraaf milieuzonering - paragraaf elektrische straling - paragraaf geluid

2.1 Archeologie De paragraaf moet worden aangevuld met een uitsnede van de archeologische beleidskaart met een legenda.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

Reactie: de volgende kaart met legenda is toegevoegd aan de Ruimtelijke Onderbouwing.

3 Explosieven 3.1 Uit het gemeente brede vooronderzoek van Neder-Betuwe blijkt dat vrijwel de gehele gemeente Neder-Betuwe verdacht is op het voorkomen ontplofbare oorlogsresten. In de paragraaf Explosieven is aangegeven dat voor het drijvend zonne-eiland geen grondroerende werkzaamheden nodig zijn. Echter, het eiland wordt wel degelijk verankerd in de waterbodem, dus de waterbodem wordt geroerd. Reactie: de ankers worden inderdaad op of in de waterbodem van de zandwinplas geplaatst. Dat is op een diepte van ca 8 m en dieper. De zandwinplas is na de oorlog in de jaren 70 ontstaan (zie onderstaande afbeeldingen van Topotijdreis.nl).

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

Hierbij is het zand tot ca 20 m ontgonnen. Niet gesprongen explosieven ter plaatse van de ankerlocaties van 8 meter en dieper zijn tegen deze achtergrond uitgesloten. Dit is toegevoegd aan de Ruimtelijke Onderbouwing. Verder worden in deze paragraaf de transportkabels voor energie genoemd, waarvoor ook grondroerende werkzaamheden nodig zijn. Reactie: de transportkabels vallen buiten de scope van deze aanvraag. De kabel wordt aangelegd door een gespecialiseerde aannemer die eigen onderzoeken uitvoert vergunningen aanvraagt. Dit is toegevoegd aan de Ruimtelijke Onderbouwing. Tijdens de werkzaamheden voor het aanleggen van het zonne-eiland kan een belasting van de bodem optreden door het gewicht of de trillingen van materieel. Anderzijds kan door bijvoorbeeld eerder explosievenonderzoek, of door na-oorlogse roering van de grond, de verdenking op explosieven voor één of meer delen van de projectlocatie verdwenen zijn. Door het uitvoeren van een risico-analyse wordt in beeld gebracht bij welke werkzaamheden wel of geen risico’s optreden ten gevolge van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. 3.2 Er moet rekening mee worden gehouden dat de risico-analyse in het algemeen tot de conclusie leidt dat voor (delen van) de locatie een detectieonderzoek nodig is. Geadviseerd wordt daarom om het uitvoeren van de risico-analyse op korte termijn op te starten.

Reactie: de aan -en afvoer van materiaal en materieel vindt plaats via polderweg waar sinds jaar en dag landbouwvoertuigen (trekkers) rijden. De opbouwlocatie wordt gesitueerd aan de rand van de plas op landbouwgrond waar hetzelfde voor geldt. Het materiaal wordt gelost door bobcats van ca 4 ton (veel lichter dan landbouwvoertuigen). Tegen deze achtergrond wordt het risico door explosieven vanuit belasting van de bodem minimaal geacht. We hanteren het ‘Protocol toevalstreffer’ (https://kenniscentrum-oo.nl/bibliotheek/downloads/voorbeeldtekst-protocol-toevallige-vondst/) en nemen dit op in het Veiligheids- en Gezondheidsplan. De nadere toelichting is opgenomen in de Ruimtelijke Onderbouwing. Het Protocol toevalstreffer is opgenomen in het Veiligheids- en Gezondheidsplan bijlage 10.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

4 Natuurtoets 4.1 De onderstaande punten zijn onduidelijk en/of onjuist. 

Documenttitel moet niet zijn quickscan, maar natuurtoets

Reactie: de bestandsnaam is aangepast. 

Er mist een verhandeling van overige effecten zoals verontreiniging etc. Er wordt wel genoemd in par. 3.2.2 welke effecten worden verwacht, maar er wordt niet onderbouwd waarom andere effecten dan NIET verwacht worden. Daarmee is er een onvolledige beoordeling van de verschillende mogelijke effecten.

Reactie: verontreiniging door verwering van panelen of andere materialen is niet bekend. De panelen, drijvers en verankering zijn statische objecten die geen emissies hebben naar het water of de lucht. De drijvers zijn bijvoorbeeld ook goedgekeurd voor gebruik op drinkwaterbassins. Dit is toegevoegd aan de Natuurtoets bijlage 3. Ook al gaat er geen leefgebied verloren (tenminste, dat is de verwachting), er is wel sprake van oppervlakteverlies in N2000 waarmee dit initiatief vergunningplichtig is (of straks een Activiteit Natura 2000 is). Reactie: dit punt wordt niet begrepen. Het plangebied is onderdeel van Natura 2000 gebied Rijntakken als vogelrichtlijngebied. Er is uitgesloten dat er activiteiten zijn die mogelijk schade kunnen toebrengen aan het gebied voor zover de instandhoudingsdoelstellingen van habitats en/of soorten daardoor negatief beïnvloed kunnen worden. En er is vastgesteld dat het beoogde plan niet leidt tot verlies of verstoring van het oppervlak beschikbaar of potentieel geschikt broedgebied van, voor het Natura 2000-gebied Rijntakken aangewezen broedvogels. Dit is onderbouwd door het uitvoeren van ecologisch onderzoek door het bureau Sovon.

Sovon beschrijft: “Het belangrijkste rechtsgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat een vergunningsplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied voor zover de instandhoudingsdoelstellingen van habitats en/of soorten daardoor negatief beïnvloed kunnen worden. Dit geldt zowel voor activiteiten binnen het Natura 2000-gebied als voor activiteiten die buiten het gebied plaatsvinden, maar wel invloed hebben op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied (externe werking). … Doordat de zandwinplas geheel binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt, zijn effecten op de natuurlijke kenmerken niet op voorhand uit te sluiten. Het Natura 2000-gebied Rijntakken heeft instandhoudingsdoelstellingen voor 14 (sub)habitattypen, 12 habitatrichtlijnsoorten, 12 broedvogels en 26 niet-broedvogels (Ministerie van LNV, 2022). Het plangebied is alleen begrensd als Vogelrichtlijngebied, de meest nabije Habitatrichtlijnbegrenzing ligt op circa zeven kilometer stroomopwaarts van de Waal bij Winssen of op ruim vier kilometer ten noorden op de noordoever van de Rijn (Blauwe Kamer). In principe dienen de doelen voor de Habitatrichtlijn exclusief binnen de begrenzing van het Habitatrichtlijngebied gerealiseerd te worden.

In de delen van het Natura 2000-gebied die alleen begrensd zijn als Vogelrichtlijngebied, is toetsing aan de Habitatrichtlijndoelen dan ook niet aan de orde. … Negatieve effecten op de doelen van de Habitatrichtlijn zijn gezien de afstand en het beoogde plan op voorhand uit te sluiten. … Omdat de ontwikkeling binnen de begrenzing van Natura 2000-gebieden plaatsvindt, kan sprake zijn van directe negatieve effecten. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen de aanleg- en de gebruiksfase. Op basis van het planontwerp (Solinoor, 2023a), worden de volgende effecten onderscheiden:

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

    

Oppervlakteverlies en versnippering (aanlegfase en gebruiksfase); Verzuring en vermesting (aanlegfase); Verstoring door geluid, licht en trillingen (aanlegfase); Optische verstoring (aanlegfase en gebruiksfase); Mechanische effecten (aanlegfase en gebruiksfase).

Samengevat wordt gesteld dat het beoogde plan niet leidt tot verlies of verstoring van het oppervlak beschikbaar of potentieel geschikt broedgebied van, voor het Natura 2000-gebied Rijntakken aangewezen broedvogels. De draagkracht van het gebied neemt niet af. Wanneer de realisatie plaatsvindt buiten het broedseizoen, is ook van tijdelijke effecten geen sprake en is een nadere beoordeling niet aan de orde. Wanneer wel in het broedseizoen gewerkt wordt, is een meer kwantitatieve beoordeling nodig van de verwachte mate van verstoring. … Uit de eerste analyse van de gevolgen van het plan op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Rijntakken, blijkt dat op de meeste waarden geen negatieve effecten verwacht worden. Het beoogde zonne-eiland komt op een open, voormalige zandwinplas te liggen welke voor slechts enkele aangewezen soorten potentieel leefgebied vormt. Volgens het ontwerp worden de oeverzones niet bebouwd of anderzijds aangepast. Omdat vanuit het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming werken in het vogelbroedseizoen niet mogelijk is, is van verstoring of aantasting van broedgebied geen sprake. De draagkracht van het Natura 2000-gebied Rijntakken als broedgebied wordt niet aangetast.

Ook leidt het beoogde plan niet tot verlies of verstoring van het oppervlak beschikbaar of potentieel geschikt foerageer- of rustgebied van de meeste voor het Natura 2000-gebied Rijntakken aangewezen niet-broedvogels. De draagkracht beschikbaar foerageergebied voor ganzen neemt mogelijk tijdelijk af, maar gezien de beschikbare totale draagkracht en de korte doorlooptijd zal dit niet leiden tot een aantasting van de draagkracht en de instandhoudingsdoelstellingen van de niet-broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Zeker wanneer de uitvoering plaatsvindt buiten de maanden waarin de meeste overwinterende vogels aanwezig zijn (van november tot maart zijn de hoogste dichtheden aanwezig). Met betrekking tot de functie als slaapplaats voor met name ganzensoorten, zijn geen volledig gekwantificeerde telgegevens beschikbaar. Op basis van de beschikbare gegevens lijkt de functie als slaapplaats beperkt te zijn. Tevens wordt in het Natura 2000-beheerplan Rijntakken gesteld dat de potentiële omvang en kwaliteit van beschikbare rust- en slaapplaatsen niet als beperkende factor wordt gezien (Provincie Gelderland, 2018). Dat leidt tot de conclusie dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Rijntakken niet worden aangetast.

Aanvullende monitoring kan wel een nuttig middel zijn om de gevolgen van een drijvend zonnepark en de effecten van de onderwatermaatregelen met biohutten te volgen. Tot slot is gekeken naar andere ontwikkelingen in en rond het Natura 2000-gebied die tot vergelijkbare effecten kunnen leiden (zogenaamde cumulatie). Wanneer op meer plekken slaapplaatsfuncties kleiner worden, kan dat in gezamenlijkheid mogelijk wel leiden tot een effect op de draagkracht van het Natura 2000-gebied. Ook ontwikkelingen die bijdragen aan een vergroting van het potentiële areaal vallen daar onder. Er zijn geen plannen of projecten bekend die leiden tot een cumulatief negatief effect. Wel is de komende jaren een vergroting van het wateroppervlak aan de orde door de (natuur)ontwikkeling in de aangrenzende Willemspolder. Samengevat wordt dat ook in cumulatie geen sprake is van mogelijk negatieve effecten. ” Concluderend door Sovon, er is geen sprake van oppervlakteverlies, de zonnepanelen komen ‘boven’ het water te liggen, maar de begrenzing van het Vogelrichtlijngebied veranderd niet. Tevens gaat het om een niet irreversibel / tijdelijk plan, na afloop kunnen de panelen verwijderd worden zonder dat de begrenzing gewijzigd is, dan is het weer open water.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

In dat licht ook benieuwd wat de provincie van het rapport vindt. Kan dat meegestuurd worden? Uit de stukken blijkt namelijk dat de provincie in mei 2023 ook gevraagd is om een beoordeling van het rapport. Het is niet de bedoeling dat we hele uiteenlopende beoordelingen geven, en ook dubbel werk is niet handig.

Reactie: er is overleg gevoerd met provincie Gelderland (Henk Kloen, John Lenssen) over de natuurtoets en de versterkingsmaatregelen in het kader van de Groene Ontwikkelzone. We sturen de relevante mailwisseling mee. We willen voorstellen dat de ODR in het kader van de behandeling van de vergunningaanvraag (ook) rechtstreeks om advies aan de provincie vraagt over de Natuurtoets en het Versterkingsplan Groene Ontwikkelzone. 

Vormt aanleg kabelverbinding onder de Waal door onderdeel van deze aanvraag? Want de natuurtoets laat daar een open eind zodat dit nog niet vergund kan worden zolang aard en omvang en locatie niet duidelijk zijn.

Reactie: nee, dat is geen onderdeel van deze aanvraag. De kabel wordt ontworpen en aangelegd door een gespecialiseerd bederijf die ook de benodigde onderzoeken en vergunningen realiseert. 

Voor bever is nader onderzoek en EWP noodzakelijk, en concrete planning van de werkzaamheden. In het rapport staat namelijk dat in bepaalde situaties een ontheffing mogelijk noodzakelijk is, en dus is er allereerst onderzoek nodig om de burchten in kaart te brengen en het gebiedsgebruik.

Reactie: Sovon beschrijft in dit verband: “Samengevat wordt gesteld dat wanneer:  het drijvende zonne-eiland op minimaal 25 tot 30 meter uit de oever blijft,  de werkzaamheden plaatsvinden na september tot uiterlijk april en;  alleen overdag gewerkt wordt, geen negatieve effecten op het duurzaam voorbestaan van Bever verwacht worden. Geadviseerd wordt om wanneer de uitvoeringsplanning meer concreet is, een gericht veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van Bevers en met name burchten in en rond de zandwinplas. Daarmee wordt in meer detail gegevens verzameld over de ligging van (nieuwe) burchten en kan bepaald worden of voldoende afstand gehouden kan worden.” Wanneer de vergunning binnen de gestelde termijn wordt verleend wordt het park in de periode vanaf september gerealiseerd. Vanuit het voorzorgsprincipe zal er op dat moment een gericht veldonderzoek uit worden gevoerd naar de aanwezigheid van bevers en met name burchten in en rond de zandwinplas. De door Sovon gestelde voorwaarden voor het uitsluiten van negatieve effecten op het duurzaam voortbestaan van de Bever lijken op voorhand werkbaar te zijn. Indien daartoe een noodzaak blijkt wordt er aan de hand van het onderzoek een ecologisch werkprotocol opgesteld.

Mocht blijken dat significant negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden, wordt er een procedure gestart voor een ontheffing / vergunning NB-wet. 

Bij vissen (pag. 19 van 25) worden geen resultaten van het literatuuronderzoek benoemt. Welke soorten komen dan in de Waal voor, wat is hun beschermingsstatus en dan zijn er wel of geen effecten. Dit blijft nu wel vaag en algemeen.

Reactie: de zandwinplas staat in open verbinding met de Waal, waardoor in principe veel vissoorten voor kunnen komen. De meeste vissoorten zijn echter niet beschermd en slechts enkele beschermde vissoorten zijn bekend uit de grote rivieren (Europese Steur, Noordzeehouting en Kwabaal) (Ravon,

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

2024). Van geen van deze soorten is de zandwinplas geschikt leef- of voortplantingsgebied. Verder geldt dat de relatief meer geschikte oeverzones niet bebouwd of bedekt worden. Door schaduwwerking door het drijvende zonne-eiland kan zonlicht mogelijk minder diep in het water doordringen, echter bieden de drijvers ook aanknopingspunten voor verbetering van leefgebied door beschutting. Negatieve effecten op vissoorten zijn niet te verwachten en of vervolgstappen niet aan de orde. Dit is toegevoegd aan de Natuurtoets bijlage 3. 

Amfibieën: in de strangen en ondiepe plassen kan langs de Waal de poelkikker voorkomen. Gezien deze ook een langdurige landfase heeft, moet deze soort wel meegenomen worden in de effectanalyse. De assemblage locatie op land kan een effect hebben op deze soort. Bij de N2000 beoordeling worden soms scenario's gemaakt (als dan wordt gewerkt zijn er wel effecten, als dan wordt gewerkt dan niet). Dit neigt naar mitigerende maatregelen, waardoor een Passende Beoordeling en vergunningaanvraag nodig is. Overwegen om dit anders te formuleren, door bijvoorbeeld uitgangspunten te nemen zoals werken buiten het broedseizoen.

Reactie: de realisatie van het drijvende zonne-eiland vindt op hoofdlijnen als volgt plaats. De benodigde materialen (zoals drijvers, ankers, zonnepanelen, bekabeling, bouwmachines) worden met vrachtwagens naar de locatie gebracht. Afhankelijk van het gewicht van het materiaal en materieel wordt er op de Waalbandijk of op de landbouwweg die vanaf de Waalbandijk langs de zandwinplas loopt gelost. Het lossen vindt plaats met heftrucks/bobcats. Er wordt aan de oever van de zandwinplas een werkterrein ingericht. Mogelijke locaties hiervoor zijn in de noordoost of in de noordwesthoek. De afstand tussen de landbouwweg en het werkterrein bedraagt ongeveer 35 meter. Hier worden de materialen opgeslagen, is een bouwkeet aanwezig en is ruimte om de drijvers met de zonnepanelen te assembleren. Zie onderstaand opgenomen kaart.

De ankers worden in / op de bodem van de plas geplaatst. De verankering vindt plaats met een kraan op een drijvend ponton. Aan de ankers worden de ankerlijnen bevestigd. De deelsystemen van drijvers met de zonnepanelen worden via een schans te water gelaten en per boot naar de gewenste locatie versleept en aan de verankering verbonden. Op het water worden de verschillende deelsystemen aan elkaar verbonden.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

Referentie bouwterrein en werkzaamheden Zaltbommel

De totale bouwtijd is beperkt en wordt ingeschat op circa 3 maanden. Op geen moment wordt er in of nabij de strangen en ondiepe plassen gewerkt. Dit is toegevoegd aan de Natuurtoets bijlage 3. 

Er zal in de winter gewerkt moeten worden omdat het broedseizoen geen optie is. Uit het rapport blijkt dat er te weinig bekend is over het gebruik van de plas als slaap en foerageergebied door ganzen en eenden en dat werk in de winter mogelijk wel verstorend is. Volgens mij moeten er dus aanvullende wintertellingen gedaan worden. Is bekend of dit in gang is gezet?

Reactie: de conclusie dat er in de winter gewerkt zal moeten worden wordt niet gedeeld. Vanuit de uitgevoerde Natuurtoets blijkt: “Op basis van de voorgenomen ontwikkeling wordt verwacht dat alleen sprake kan zijn van verstoring van Bever of vogelsoorten met jaarrond beschermde rustplaatsen. Daarbij is het uitgangspunt dat de werkzaamheden uitgevoerd worden buiten het broedseizoen en dat de oeverzones niet aangetast worden, waarbij minimaal een strook van circa 25 tot 30 meter open water blijft vanaf de oever tot aan het zonneeiland om passage van Bevers mogelijk te houden.” Om verstoring van de bever te voorkomen is de aanbeveling om niet in de periode mei tot en met augustus te werken. Het broedseizoen van vogels loopt globaal van half maart tot en met half juli. Dit laat werkbare periodes toe van september tot en met half maart. Daarbij geldt: “Wanneer buiten het broedseizoen het leefgebied dusdanig is aangepast dat het niet meer geschikt is om in te gaan broeden, kan op die locatie gedurende het broedseizoen wel gewerkt worden (voor niet-jaarrond beschermde soorten)”. Dit kan het geval zijn bij aaneengesloten werkzaamheden die voor de start van het broedseizoen zijn begonnen. Dus de werkzaamheden zouden mogelijk tot en met april door kunnen lopen.

De stelling dat er te weinig bekend is over het gebruik van de plas als slaap en foerageergebied door ganzen en eenden en dat werk in de winter mogelijk wel verstorend is wordt niet gedeeld. Sovon overweegt hierover: “Hoewel concrete telgegevens van de plas in de Gouverneurspolder ontbreken, wordt op basis van de bovenstaande analyse voor ganzen het volgende geconcludeerd. Gezien de trends in het Natura 2000-gebied gelijk opgaat met de landelijke en internationale lijn, het oppervlak foerageergebied niet aangetast wordt en beschikbaar rustgebied niet beperkend is, lijkt de recente afname van met name Kolgans, niet veroorzaakt te worden door lokale omstandigheden. Het is daarmee aannemelijk dat het beoogde plan niet leidt tot een dusdanige afname van de omvang en kwaliteit van de rust- en slaapfuncties binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken voor foeragerende en rustende ganzen, dat er geen voldoende draagkracht meer is om de instandhoudingsdoelstellingen te halen.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

… Afhankelijk van de startdatum, weersomstandigheden en de doorlooptijd is het aannemelijk dat deze tijdelijke verstoring niet zal leiden tot een dusdanige aantasting dat dit leidt tot een negatief effect op de trend en daarmee de instandhoudingsdoelstellingen van de ganzensoorten. Tevens zijn de meeste ganzen pas vanaf november met een hoog aantal aanwezig. Daarbij vinden het transport en de werkzaamheden grotendeels plaats vanaf de openbare polderweg, waardoor het uitgangspunt al enige mate van verstoring is. Wanneer de werkzaamheden grotendeels voor november uitgevoerd worden, zijn er nog ruim voldoende uitwijkmogelijkheden om de tijdelijk verstoring van beschikbaar foerageeroppervlak op te vangen. … De zandwinplas van de Gouverneurspolder wordt voor zover bekend in beperktere mate gebruikt, maar omdat de plas niet regulier geteld wordt, kan dat niet met zekerheid gesteld worden. Het is echter niet aannemelijk dat grote groepen slapende ganzen gemist worden bij slaapplaatstellingen, daarvoor zijn grote groepen te opvallend, zeker omdat in de nabijheid wel geteld wordt (Kaliwaal). De nabijheid van een grote slaapplaats aan de zuidzijde van de Waal (Kaliwaal/Drutensche Waarden) maakt de noodzaak voor een alternatieve locatie wellicht minder. Waarom juist wel daar en niet in de Gouverneurpolder gerust wordt is onduidelijk.

Vanuit de Kaliwaal vindt echter wel uitwisseling plaats met naburige plassen (Van Els et al, 2018). Mogelijk functioneert de zandwinplas als overloopgebied, bijvoorbeeld bij verstoring van de kernslaapplaats. Het gebruik is dan incidenteel en alleen zichtbaar op specifieke momenten. De mate van belang is daardoor ook niet direct goed meetbaar en een groot deel van het open water blijft ook na realisatie beschikbaar. Tot slot staat in het Natura 2000-beheerplan Rijntakken dat de potentiële omvang en kwaliteit van beschikbare rust- en slaapplaatsen niet als beperkende factor wordt gezien (Provincie Gelderland, 2018). Hoewel concrete telgegevens van de plas in de Gouverneurspolder ontbreken, wordt op basis van de bovenstaande analyse voor ganzen het volgende geconcludeerd. Gezien de trends in het Natura 2000-gebied gelijk opgaat met de landelijke en internationale lijn, het oppervlak foerageergebied niet aangetast wordt en beschikbaar rustgebied niet beperkend is, lijkt de recente afname van met name Kolgans, niet veroorzaakt te worden door lokale omstandigheden.

Het is daarmee aannemelijk dat het beoogde plan niet leidt tot een dusdanige afname van de omvang en kwaliteit van de rust- en slaapfuncties binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken voor foeragerende en rustende ganzen, dat er geen voldoende draagkracht meer is om de instandhoudingsdoelstellingen te halen.” Op het moment dat de uitvoeringsplanning bekend is wordt er uiteraard vanuit het voorzorgsprincipe een gericht veldonderzoek uitgevoerd. Indien daartoe een noodzaak blijkt zal er aan de hand van het onderzoek een ecologisch werkprotocol worden opgesteld. Er zijn dus (ook) mogelijkheden om in het najaar of in het vroege voorjaar te werken. Mocht blijken dat significant negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden, wordt er een procedure gestart voor een ontheffing / vergunning NB-wet.

5. AERIUS-berekening 5.1 Er is een AERIUS-berekening opgesteld voor de aanlegfase en tevens een onderbouwing van de ingevoerde gegevens. Met name de verkeersgeneratie is goed onderbouwd. We zien wel een risico in het uitgaan van volledig elektrisch materieel ter plaatse, is dat wel reëel? Dit wordt dan ook beperkende voorwaarde in de vergunning. Reactie: er is een update gemaakt van het memo en de bijbehorende Aerius-berekening. Hierin wordt ingegaan op de verschillende uit te voeren werkzaamheden en bijbehorende invoer waarden voor de nieuwe AERIUS berekeningen, gebaseerd op niet-elektrisch materieel. Verschillende bronnen van

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

mogelijke stikstofemissies zijn meegenomen zoals verankeringsmachines (kraan), bobcats/heftrucks op locatie, inzet van bootjes, civiele werkzaamheden (graafmachine), en een aggregaat voor stroomvoorziening. Daarbij is er uitgegaan van een ‘worst-case’ scenario waarbij verouderd materieel wordt ingezet om zo te allen tijde binnen de wettelijke kaders te blijven. Dit scenario betreft ouder materieel met een lagere/slechtere stageklasse (Stage-3A motoren 2006-2010), geen AdBlue om stikstofuitstoot te verminderen, geen SCR (Selective Catalytic Reduction) systeem, stationaire draaiuren bouwverkeer, etc. Uitgaande van dit scenario past de realisatie en exploitatie van het drijvende zonnepark binnen de norm en worden de emissies en depositie niet overschreden. Dit ‘worst-case’ scenario is indicatief en het is niet aannemelijk dat er in de praktijk de slechte en verouderde apparatuur wordt ingezet bij de verschillende projectfasen. Het streven blijft om waar mogelijk zo veel mogelijk elektrisch, of duurzaam en nieuwer materieel te gebruiken om zo uitstoot te voorkomen. De AERIUS-berekening en rapport zijn aangepast bijlage 4 en 4.1. Overige opmerkingen 

Berekening gebruiksfase ontbreekt. Er zal onderhoud nodig zijn e.d.. Voor de volledigheid moet dit wel berekend worden.

Reactie: voor de exploitatiefase is een aanvullende berekening gedaan waarbij rekening is gehouden met 2 maal per maand bezoek op locatie voor onderhoud, monitoring of locatiebezoeken. Dit betreft transport naar de locatie en het varen met een bootje naar het zonnepark. Ook hierbij is uitgegaan van niet-elektrisch materieel en past ook binnen de wettelijke kaders waarbij de uitstoot niet wordt overschreden. De AERIUS-berekening en rapport zijn aangepast bijlage 4 en 4.1. 

Voor de aanlegfase vragen we ons af of het wel mogelijk is om de verankering te realiseren zonder de inzet van diesel aangedreven werktuigen. Dit geldt ook voor de benodigde gestuurde boring voor een kabel onder de Waal door naar Excluton. Advies om deze onderdelen mee te nemen in de berekening.

Reactie: de boring valt niet binnen de scope van deze vergunningsaanvraag. We streven ernaar om alles elektrisch uit te voeren. We weten ook dat elektrisch materieel niet altijd voorhanden is. Daarom hebben we de ruimte binnen de vergunning opgezocht. Binnen deze kaders lukt het altijd. Ankers worden vanaf een werkponton met een kraan aangelegd. Het ponton wordt verplaatst met een boot. 

Stationair draaien verkeer (laden en lossen) ontbreekt. Graag meenemen conform de Instructie gegevensinvoer van BIJ12.

Reactie: stationair bouwverkeer is meegenomen in het nieuwe AERIUS rapport en berekening. Ook hierbij is er uitgegaan van een uiterst scenario waarbij iedere verkeersbeweging ook zorgt voor 1 uur stationair de motor laten draaien. In de praktijk zal dit lager uitvallen en wordt er aangestuurd om motoren tijdig uit te schakelen om zo onnodige uitstoot te voorkomen. De AERIUS-berekening en rapport zijn aangepast bijlage 4 en 4.1.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

6. Ruimtelijke motivering 6.1 De ROB verwoord op een goede manier de resultaten en uitkomsten van de AERIUS-berekening en de natuurtoets (en GO toets). Aanpassingen in deze stukken zouden wel kunnen leiden tot aanpassingen in par. 4.4 van de ROB. Reactie: Sovon heeft de toevoegingen in de Natuurtoets verwerkt. De aanpassingen hebben niet geleid tot herziene conclusies en daarmee ook niet tot aanpassingen aan de Ruimtelijke Onderbouwing. De aanpassingen in de Aerius-berekeningen en rapportages hebben eveneens niet tot gewijzigde conclusies en aanpassingen in de Ruimtelijke Onderbouwing geleid. Wel valt èèn ding op, in de conclusie op pag. 22 wordt alleen gesproken over stikstof, dat is niet logisch, daar moet toch het hele aspect natuur worden toegelicht in relatie tot de haalbaarheid van het bestemmingsplan? Reactie: eens, de conclusie van de Ruimtelijke Onderbouwing is aangepast.

7. Cultuurhistorie 7.1 Naast de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie kan de waardenkaart van de omgevingsvisie ook in deze paragraaf benoemd worden met een verwijzing naar bijlage 1. Dijklichamen zijn onderdeel van de cultuurhistorie en daarmee zijn de zichtlijnen over de uiterwaarden aan de ene kant en oeverwal en komgebieden aan de andere kant ook van cultuurhistorisch belang. Daarom is het belangrijk in dit kader ook de waardenkaart van de omgevingsvisie van Neder-Betuwe mee te nemen en bijbehorende karakteristieken van rivieren en uiterwaarden. Reactie: de waardenkaart bij de Omgevingsvisie Neder-Betuwe is benoemd in de Ruimtelijke Onderbouwing. De kaart is toegevoegd.

Afbeelding waardenkaart omgevingsvisie Neder-Betuwe

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

Waardekaart, rivier en rivieruiterwaarden Kanttekeningen 1.1 vanwege het aspect bodem geven wij nog mee dat Rijkswaterstaat het bevoegd gezag is in het kader van de Wet bodembescherming aangezien het hier gaat om een buitendijks gebied. Reactie: gelijktijdig met de Omgevingsvergunning is een Waterwetvergunning aangevraagd bij Rijkswaterstaat. 1.2 De locatie ligt binnen de mogelijke invloedssfeer van een potentiële PFAS-puntbron aan de domeinstraat. Bij eventueel grondverzet moet bij het vooronderzoek hier aandacht aan besteed worden Reactie: dank voor de reminder. Er is in deze aanvraag geen grondverzet voorzien. 6.1 We hebben snel door de notitie Groene Ontwikkelingszone gekeken. Het is wel handig als wij een doorgestuurd bericht krijgen dat de provincie hier mee akkoord is. Reactie: zie de beantwoording van de opmerking op de Natuurtoets. (Er is overleg gevoerd met provincie Gelderland (Henk Kloen, John Lenssen) over de natuurtoets en de versterkingsmaatregelen in het kader van de Groene Ontwikkelzone. We sturen de laatste beoordeling van de Provincie mee. We stellen voor dat de ODR in het kader van de behandeling van de vergunningaanvraag (ook) rechtstreeks om advies aan de provincie vraagt over de Natuurtoets en het Versterkingsplan Groene Ontwikkelzone.).

De notitie Groene Ontwikkelzone is omgevormd tot een Versterkingsplan, die ter vervanging aan de stukken bij de aanvraag wordt toegevoegd, bijlage 2. Uit de laatste mail vanuit Henk Kloen: “Desalniettemin ligt er op hoofdlijnen een goed versterkingsplan en verwachten we dat het plan met een goede verwerking van deze punten onze goedkeuring kan krijgen.” De door hem naar voren gebrachte punten zullen we nog verwerken in het Versterkingsplan.

Innovative Energy Solutions

www.solinoor.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14611145/1