Bijlage 7 - Bijlagen bij de toelichting - Bijlage 3 - Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 2 van 20
RPS advies- en ingenieursbureau bv in Leerdam RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens: •
NEN-EN-ISO 9001:2008 en ISO 14001:2004
•
VGM Checklist Aannemers (VCA**)
•
BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001)
•
BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij
•
BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie
milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018) (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003) RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2008, ISO 14001:2004, RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).
2001 + 2002
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ........................................................................................................................... 4 1.2 Aanleiding en doelstelling .................................................................................................. 4 1.3 Toegepaste normen ........................................................................................................... 4 1.4 Opbouw rapportage ........................................................................................................... 4
2
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1 Ligging locatie en algemene gegevens ............................................................................. 5 2.2 Historische gegevens ........................................................................................................ 5 2.3 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ........................................................................... 6 2.4 Achtergrondwaarden ......................................................................................................... 6 2.5 Geologie en geohydrologie ................................................................................................ 7 2.6 Conclusie vooronderzoek .................................................................................................. 7
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................................... 8 3.1 Hypothese .......................................................................................................................... 8 3.2 Onderzoeksopzet veldwerk ............................................................................................... 8 3.3 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ................................................. 8
4
RESULTATEN VELDWERK .........................................................................................................10 4.1 Veldwerk ..........................................................................................................................10 4.2 Lokale bodemopbouw ......................................................................................................10 4.3 Zintuiglijke waarnemingen ...............................................................................................10 4.4 Meetresultaten grondwatermonsters ...............................................................................10
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ...................................................................................11 5.1 Samenstelling analysemonsters ......................................................................................11 5.2 Toetsing analyseresultaten ..............................................................................................11 5.2.1 Toetsingswaarden............................................................................................................11 5.2.2 Toetsingsresultaten grondmonsters ................................................................................13 5.2.3 Toetsingsresultaten grondwatermonsters .......................................................................13 5.3 Interpretatie ......................................................................................................................13
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................................14 6.1 Conclusies .......................................................................................................................14 6.2 Toetsing hypothesen .......................................................................................................14 6.3 Aanbevelingen .................................................................................................................14 6.4 Hergebruiksmogelijkheden grond ....................................................................................14 6.5 Slotwoord .........................................................................................................................15
BIJLAGEN: 1. A Regionale ligging van de onderzoekslocatie 1. B Kadastrale kaart 1. C Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen 2. Boorprofielen 3. Toetsingskader 4. Analysecertificaten 5. Getoetste analyseresultaten 6. Foto’s van de onderzoekslocatie
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 4 van 15
1.
INLEIDING
1.1
Algemeen
Dit rapport behandelt het verkennend bodemonderzoek dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van Rabo Eigen Steen Holding BV. Het onderzoek is uitgevoerd aan de Hoofdstraat 6-10 en Torenstraat 5 in Kesteren (gemeente Neder-Betuwe) en staat bij RPS geregistreerd onder nummer NC14181600.
1.2
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding voor dit bodemonderzoek is de mogelijke eigendomsoverdracht van het perceel. Het doel van het verkennend onderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater, in gehalten boven de streefwaarde of het geldende achtergrondgehalte.
1.3
Toegepaste normen
Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek', januari 2009). Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie wordt gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740 (Nederlandse Norm: ‘Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, januari 2009). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001 en 2002.
1.4
Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 wordt een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik worden hierbij toegelicht. Tevens wordt in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt welke bodembelastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. Hierin wordt de hypothese gesteld en een toelichting gegeven op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen worden in dit hoofdstuk behandeld. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van het laboratoriumonderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk wordt tevens een interpretatie van deze resultaten gegeven. In hoofdstuk 6 worden vervolgens conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en worden aanbevelingen gedaan.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 5 van 15
2
VOORONDERZOEK
2.1
Ligging locatie en algemene gegevens
De onderzoekslocatie aan de Hoofdstraat 6-10 en Torenstraat 5 ligt in de dorpskern van Kesteren (Neder-Betuwe). De locatie wordt in het noorden begrensd door een parkeerplaats en kantoorpand, in het oosten door de Hoofdstraat, in het zuiden door de Torenstraat en in het westen door een kantoorpand. Op de locatie zelf bevindt zich momenteel een kantoorpand. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens
informatiebron
adres
Hoofdstraat 6-10 en Torenstraat 5
opdrachtgever
postcode en plaats
4041 GA Kesteren
opdrachtgever
(gemeente)
(Neder-Betuwe)
huidige eigenaar
Coöperatieve Rabobank Rijnlingewaal Ba
opdrachtgever
huidige gebruiker
Coöperatieve Rabobank Rijnlingewaal Ba
opdrachtgever
kadastrale aanduiding
Kesteren, sectie E , perceel 207
Kadaster
X-,Y-coördinaten
X: 167806, Y: 438455
Kadaster
(totale) oppervlakte locatie
810 m²
opdrachtgever
huidig gebruik
kantoorpand en woningen
opdrachtgever
bestemming
kantoorpand en woningen
opdrachtgever
bebouwing op het terrein
350 m2
opdrachtgever/
terreinverharding
tegels en klinkers
veldinspectie
veldinspectie
In de bijlagen zijn de volgende tekeningen en kaarten opgenomen: Bijlage 1a - regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 1b - kadastrale kaart Bijlage 1c - gedetailleerde tekening van het perceel met de boorlocaties
2.2
Historische gegevens
Bij de gemeente Neder-Betuwe is navraag gedaan naar beschikbare gegevens over de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de naastgelegen percelen. Daarnaast is het bodemloket van het gezamenlijk bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) geraadpleegd via www.bodemloket.nl. (Bodembedreigende) activiteiten op de locatie Voor zover bekend bij de gemeente Neder-Betuwe bevinden zich op de locatie geen (ondergrondse) brandstoftanks. De gemeente geeft aan dat er geen informatie bekend is over bodembedreigende activiteiten op de locatie.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 6 van 15
Historische informatie uit eerdere onderzoeken Op de locatie is recentelijk een historisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 2.3). Uit dit onderzoek (RPS, Historisch bodemonderzoek Hoofdstraat 6,8,8A, 10 & Torenstraat 5, R478/NC14180412-03, Leerdam, 18 september 2014) is de volgende informatie te herleiden: Ten noorden van de onderzoekslocatie heeft van 1978 tot 1981 een garagebedrijf met tankstation gestaan. Direct ten noorden van de onderzoeklocaties hebben drie brandstoftanks en één olietank gestaan. Alleen omtrent de olietank is meer informatie beschikbaar. Er is sprake geweest van een 3.000 liter tank waarvan de onderzijde van de tank op 1,8 m-mv heeft gelegen. Deze tank is in 1993 gesaneerd, waarbij tevens de bodem rondom de tank (tot 2,0 m-mv) is afgegraven. De door De Bruin geadviseerde monitoringspeilbuis is voor zover bekend nooit geplaatst. Luchtfoto’s en ander kaartmateriaal Op basis van de beschikbare oude luchtfoto’s en kaartmateriaal (via: www.watwaswaar.nl) heeft de onderzoekslocatie altijd een bebouwde bestemming gehad. Op de meest recente luchtfoto zijn geen verdachte deellocaties aan te merken. Locatie-inspectie Op 20 oktober 2014 heeft een medewerker van RPS L. Roozen een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens deze locatie-inspectie zijn geen bodembedreigende situaties geconstateerd. Op de onderzoekslocatie zijn geen verdachte deellocaties zichtbaar.
In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.
2.3
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de onderzoekslocatie is, voor zover bekend bij de gemeente Neder-Betuwe en de opdrachtgever, nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving zijn wel bodemonderzoeken uitgevoerd. Op het perceel direct ten noorden van de onderzoekslocatie is door Milieutechnisch adviesbureau De Bruin in 2001 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat een deel van de bodemlaag (van 2,0 – 3,6 m-mv) sterk verontreinigd was met minerale olie. Aansluitend is een sanering uitgevoerd waarbij een bronnering (2 dagen) is aangebracht en 25 ton grond is afgegraven en afgevoerd. In het rapport staat niet beschreven of de olietank al dan niet is verwijderd. De saneringsput is direct aangevuld met schoon zand. Ten slotte zijn ter controle nog enkele boringen geplaatst waaruit bleek dat er aan de zuidzijde van het perceel (op de huidige onderzoeklocatie) zowel zintuiglijk als analytisch in beperkte mate nog sprake is van een olieverontreiniging (laag 2,9 – 3,5 m-mv). Aan de Hoofdstraat 5 (ten westen van de onderzoeklocatie) is door Envita in 2013 een nader bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen sanering. Uit het onderzoek is 3 gebleken dat de ondergrond ter plaatse matig verontreinigd is (6 m ).
In de rapportage wordt geconcludeerd dat de verontreiniging ter plaatse sterk is afgenomen waardoor er geen sprake (meer) is van een geval van ernstige verontreiniging.
2.4
Achtergrondwaarden
Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt, is een ontgravingskaart opgesteld (zowel boven- als ondergrond). Hierin zijn gemiddelde en achtergrondwaarden opgenomen die in het gebied voorkomen. De bovengrond van de locatie valt in zone ‘Wonen’ en de ondergrond eveneens in de zone ‘Wonen‘.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 7 van 15
2.5
Geologie en geohydrologie
Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie is gebruikgemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO). Lokale bodemopbouw Voor de lokale bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Geohydrologie Het uitgebreide geohydrologische profiel is in tabel 2.2 weergegeven. Tabel 2.2: geohydrologisch profiel onderzoekslocatie
Bodem en bodemopbouw
Informatiebron Bodemkaart van NL van het Staringcentrum Grondwaterkaart van NL van NITG-TNO Geologische kaart van NL van NITG-TNO Andere bodemonderzoeken
Bodemopbouw: Dikte van de slecht doorlatende deklaag is nul tot enkele meters dik en bestaat uit klei (stroomwallen) Maaiveld bevindt zich op circa NAP +5 m Dikte van het 1ste watervoerende pakket is circa 24 meter (formatie van Kreftenheije, Urk en Sterksel) kD waarde 1ste watervoerend pakket is circa 1450 m2/dag Stromingsrichting grondwater 1ste watervoeren pakket is westelijk De scheidende laag (formatie van Kedichem) is circa 20 meter dik en loopt tot circa 50 meter minus maaiveld de het 2 watervoerend pakket loopt van circa 50 tot 70 m-mv (formaties van Kedichem en Harderwijk) Diepte freatisch grondwater: RPS tijdens veldwerkzaamheden 2,5 m-mv
Grondwater De regionale grondwaterstroming is waarschijnlijk westelijk gericht. Zeer lokaal kan de grondwaterstroming afwijken door verschillen in bodemopbouw of door humane bodemverstorende activiteiten. Op basis van de beschikbare grondwatergegevens kan geen uitspraak worden gedaan of er kwel of inzijging optreedt op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ook vindt er in de directe nabijheid geen grondwateronttrekking plaats.
2.6
Conclusie vooronderzoek
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de de strook langs de noordelijke perceelsgrens mogelijk is verontreinigd met olie gerelateerde producten. Deze locatie kan als ‘verdacht’ voor bodemverontreiniging worden beschouwd. Het overige deel van het perceel kan als ‘onverdacht’ worden beschouwd.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 8 van 15
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1
Hypothese
Uit het vooronderzoek zijn aanwijzingen naar voren gekomen dat de strook langs de noordelijke perceelsgrens mogelijk met olie gerelateerde producten verontreinigd is. De onderzoekshypothese voor deze deellocatie luidt derhalve ‘verdacht’. Voor het overige deel van de onderzoekslocatie luidt de onderzoekshypothese ‘onverdacht’ (ONV).
3.2
Onderzoeksopzet veldwerk
De conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001 en 2002. Tabel 3.1: overzicht veldwerkzaamheden (deel)locatie
oppervlakte
boringen
boringen
peilbuizen
boringen
(m2)
tot 0,5 m-mv
tot gws1)
tot 1,5 m-gws2)
totaal
gehele perceel
810
4
1
1
6
strook langs noordelijke
± 70
-
4
2
6
perceelsgrens gws: grondwaterstand (min. 1,0 m-mv) 1) Indien de grondwaterstand zich ondieper bevindt dan 1,0 m-mv geldt een boordiepte van 1,0 m-mv. Bevindt de grondwaterstand zich dieper dan 2,0 m-mv dan geldt een boordiepte van 2,0 m-mv. 2) Indien de grondwaterstand zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, wordt er geen peilbuis geplaatst.
In tabel 3.1 is de diepte van de boringen aangegeven in meters beneden het maaiveld (m-mv). De einddiepte van de peilbuizen is circa 1,5 m onder de heersende grondwaterspiegel. De peilbuizen worden na plaatsing afgepompt. Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd, zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. De peilbuizen worden een week na plaatsing nogmaals afgepompt en bemonsterd en in het veld onderzocht op pH (zuurgraad) en elektrische geleiding (EC).
3.3
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
Het conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.2. De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn. Voor analyses op grond en grondwater geldt het AS3000 (Accreditatieschema 3000). AS3000 beschrijft alle kwaliteitseisen vanaf het moment van monsteroverdracht aan het laboratorium tot en met de analyse en rapportage van het laboratorium.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 9 van 15
Tabel 3.2: laboratoriumonderzoek locatie
bovengrond
ondergrond
(0,0-0,5 m-mv) gehele perceel
grondwater
(0,5-2,0 m-mv)
aantal
analyse
aantal
analyse
aantal
analyse
1
standaardpakket
1
standaardpakket
1
standaardpakket
bodem*
bodem*
grondwater**
noordelijke perceelsgrens 3 Minerale olie 2 Olie en aromaten*** *) droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), PAK (10 VROM), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB’s - som 7). **) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC). ***) vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS)).
Van alle grond(meng)monsters wordt afzonderlijk het gehalte van organisch stof en lutum bepaald.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 10 van 15
4 4.1
RESULTATEN VELDWERK Veldwerk
De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op 20 oktober 2014 door L. Roozen overeenkomstig tabel 3.1 en onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562/07). In verband met het uit te voeren bodemonderzoek op de locatie is bij het Kadaster Klic een graafmelding uitgevoerd.
4.2
Lokale bodemopbouw
De lokale bodemopbouw kan als volgt worden gekarakteriseerd: De bodem van 0,0 m-mv tot circa 2,5 m-mv bestaat uit matig zandige, zwak humeuze, klei. De bodem van circa 2,5 m-mv tot minimaal 3,0 m-mv bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand. Het freatisch grondwater is aangetroffen op een diepte van gemiddeld 1,50 m-mv. In bijlage 2 zijn de profielbeschrijvingen als boorstaten opgenomen.
4.3
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkingen aan de grond en het grondwater geconstateerd. Op basis hiervan zijn geen directe aanwijzingen gevonden die duiden op eventuele bodemverontreinigingen op de locatie. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn geen asbest en/of asbestgelijkende materialen in de bodem of op het maaiveld waargenomen. Omdat ook uit de bodeminformatie van de gemeente/omgevingsdienst geen verontreiniging met asbest naar voren is gekomen gaan wij ervan uit dat de locatie als niet asbestverdacht kan worden aangemerkt.
4.4
Meetresultaten grondwatermonsters
Tijdens de bemonstering van de peilbuizen op 27 oktober 2014 is het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door L. Roozen van RPS onder Kwalibo-erkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of milli-Siemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.1 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. Tabel 4.1: gegevens grondwatermonsters nummer
filterstelling
peilbuis
(m-mv)
pH
EC
troebelheid
gws tijdens
gws tijdens
(µS/cm)
(NTU)
plaatsing (m-mv)
bemonstering(m-mv)
3
2,00 – 3,00
6.98
711
262
1,50
1,61
9
2,00 – 3,00
6.98
900
170
1,50
1,81
11
2,00 – 3,00
6.98
482
368
1,50
1,81
De pH en EC kunnen voor de onderzoekslocatie als normale waarden worden beschouwd. Met betrekking tot troebelheid dient te worden gesteld dat wanneer de waarde hoger ligt dan 10 NTU, eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), deze mede veroorzaakt kunnen zijn door gronddeeltjes.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 11 van 15
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
5.1
Samenstelling analysemonsters
De laboratoriumwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de onderzoeksopzet, weergegeven in tabel 3.2. Daarnaast is één extra mengmonster van de bovengrond geanalyseerd in verband met het aantreffen van verschillende bodemlagen. De samenstelling van de mengmonsters van de boven- en ondergrond heeft plaatsgevonden in het laboratorium van Eurofins Analytico in Barneveld. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. In tabel 5.1 en 5.2 zijn respectievelijk de specificaties voor de grond- en grondwatermonsters aangegeven. Tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters nummer
nummer
diepte
analysepakket
(meng)monster
boring
(m-mv)
incl. AS3000
1,3,4,5,7,8
0 - 0,50
standaardpakket
MM01
onderzoeksdoel bepalen kwaliteit bovengrond (klei)
bodem MM02
2,6
0 - 0,50
standaardpakket
MM03
1,3,8
0,5 -1.50
standaardpakket
bepalen kwaliteit bovengrond (zand)
bodem bepalen kwaliteit ondergrond (klei)
bodem MM04 MM05
MM06
8
2,50 – 3,00
9
3,00 – 3,50
7, 9
1,00 – 2,00
8
1,50 – 2,00
10
1,00 – 1,50
10, 12
2,50 – 3,00
11
2,00 – 3,50
minerale olie
bepalen aanwezigheid olie in ondergrond langs perceelsgrens (zand)
minerale olie
bepalen kwaliteit ondergrond (klei)
minerale olie
bepalen kwaliteit ondergrond (klei)
Tabel 5.2: overzicht grondwatermonsters nummer
nummer
filterstelling
analysepakket
watermonster
boring
(m-mv)
incl. AS3000
3
2,0 - 3,0
WM.03
standaardpakket
onderzoeksdoel bepalen kwaliteit grondwater
grondwater WM.09
9
2,0 - 3,0
olie en aromaten
WM.11
11
2,0 - 3,0
olie en aromaten
Bepalen aanwezigheid olie(gerelateerde) producten in grondwater Bepalen aanwezigheid olie(gerelateerde) producten in grondwater
5.2
Toetsing analyseresultaten
5.2.1 Toetsingswaarden Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 27 juni 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675), zie ook ‘Toelichting op het wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst middels BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW).
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 12 van 15
Grond In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (tussenwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½ ). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 T I
= = =
achtergrondwaarde tussenwaarde interventiewaarde
Dit leidt tot de volgende indeling: gehalte < AW2000 - niet verontreinigd gehalte > AW2000 en < T - licht verontreinigd (*) gehalte > T en < I - matig verontreinigd (**) gehalte > I - sterk verontreinigd (***) De AW2000-, T- en I-waarden voor grond voor de verschillende stofparameters worden gedifferentieerd naar de grondsoort en berekend aan de hand van de in het laboratorium bepaalde gehalten organisch stof en lutum in de grond. Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Grondwater In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen streef- en interventiewaarden. Als actiewaarde voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de streefwaarde ((S+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: S T I
= = =
streefwaarde tussenwaarde voor nader onderzoek (S+I)/2 interventiewaarde
Dit leidt tot de volgende indeling: gehalte < S - niet verontreinigd gehalte > S en < T - licht verontreinigd (*) gehalte > T en < I - matig verontreinigd (**) gehalte > I - sterk verontreinigd (***) De toetsingswaarden voor grondwater zijn landelijk vastgesteld. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn alle analyseresultaten van de monsters weergegeven die getoetst zijn aan de geldende achtergrond-/streef-, tussen- en interventiewaarden.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 13 van 15
5.2.2 Toetsingsresultaten grondmonsters In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn lichte overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In tabel 5.3 zijn de monsters waarin overschrijdingen zijn aangetoond weergegeven en de verhoogde parameters aangegeven. Als voor een parameter geen verhoging is aangetoond, is deze niet in de tabel opgenomen. Voor de omgerekende toetsingswaarden wordt verwezen naar bijlage 5. Tabel 5.3: overzicht gemeten overschrijdingen in de grond(meng)monsters nummer (meng)monster MM01
kritische parameter(s) cadmium, lood, zink, PAK (10)
overschrijding* > AW2000-waarde
MM02 PAK (10) > AW2000-waarde *) De toetsingsnormen voor grond zijn afhankelijk van het lutum- en humusgehalte en zijn per mengmonster bepaald. De toetsingsnormen zijn als bijlage opgenomen.
5.2.3 Toetsingsresultaten grondwatermonsters In de geanalyseerde grondwatermonsters zijn geen overschrijdingen van de toetsingswaarden van de Wbb aangetoond.
5.3
Interpretatie
Verontreinigingssituatie grond In de bovengrond is een lichte verontreiniging met cadmium, lood, zink en PAK (10) aangetoond. Tijdens dit onderzoek is langs de noordelijke perceelsgrens geen verontreiniging met olie aangetroffen. Het lijkt daarmee niet waarschijnlijk dat er op het huidige perceel bodemverontreiniging is ontstaan door activiteiten op het noordelijk gelegen perceel (Hoofdstraat 4). Opgemerkt dient te worden dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster. Het is echter niet uit te sluiten dat er kleine verontreinigingskernen van een heterogeen verdeelde verontreiniging aanwezig zijn. Aanvullend onderzoek is niet nodig en de voorgenomen uitbreiding, bouwplan of transactie kan meestal zonder belemmeringen doorgang vinden. Verontreinigingssituatie grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat geen van de geanalyseerde parameters de streefwaarde overschrijdt en derhalve kan het grondwater als schoon worden gekwalificeerd.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 14 van 15
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In dit hoofdstuk vindt de integratie plaats van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek. Op basis hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beschreven. Vervolgens vindt de toetsing plaats van de vooraf opgestelde hypothese.
6.1
Conclusies
Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem aan de Hoofdstraat 6-10 en Torenstraat 5 in Kesteren slechts in beperkte mate is verontreinigd. Er is geen relatie aangetoond met de verontreiniging op het perceel ten noorden van de onderzoeklocatie. De resultaten van dit bodemonderzoek hoeven geen belemmering te vormen bij de voorgenomen eigendomsoverdracht. Uit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen bezwaren met het oog op een eventuele ontwikkeling van de locatie.
6.2
Toetsing hypothesen
De onderzoekshypothesen, zoals opgesteld in paragraaf 3.1, zijn vergeleken met de resultaten van dit bodemonderzoek. Een overzicht van de toetsing van de hypothesen is in tabel 6.1 opgenomen. Tabel 6.1: toetsing onderzoekshypothese per deellocatie (deel)locatie
hypothese
conclusie
hele perceel
onverdacht van bodemverontreiniging
hypothese verworpen
strook langs noordelijke
verdacht op bodemverontreiniging met
hypothese verworpen
perceelsgrens
minerale olie
6.3
Aanbevelingen
Aanbevolen wordt dit rapport bij de koopakte te voegen.
6.4
Hergebruiksmogelijkheden grond
Bij eventuele bouwwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aangetroffen verontreinigingen in de bodem. Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met schone(re) grond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de toepasser een partijkeuring (AP04) geëist. Werkzaamheden met grond dienen conform het CROW-publicatieblad 132 “Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water” worden uitgevoerd.
Ref: R612/NC14181600 Datum: 12 november 2014 Pagina: 15 van 15
6.5
Slotwoord
RPS heeft geen enkele relatie met de opdrachtgever en is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. Dit onderzoek is geheel uitgevoerd volgens de NEN 5740. Onderzoek naar een mogelijke verontreiniging met asbest maakt echter geen deel uit van dit protocol. Dit onderzoek doet derhalve geen uitspraak over de aanwezigheid van asbest ter plaatse.
B I J L AG E 1. A Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Omgevingskaart
Klantreferentie: NC14180412
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object KESTEREN E 207 Hoofdstraat 6, 4041 AD KESTEREN CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
B I J L AG E 1. B Kadastrale kaart
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: NC14180412
1274 2a
2b
1374
1412
2
1355 1375 4
1413
1356
1411 1090
207
6
10 5
3 8
1a
1093
211
aat Torenstr
1042 1040
12a
12
12 t/m 18
10 8
1043 14
6
1062
16
1063 1044 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 13 augustus 2014 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
5m
25 m
Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
KESTEREN E 207
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
B I J L AG E 1. C Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen
§ H !
A
7
A
H 10 !
9
H !
11
12
6 !
H8 ! 6
3 5
Hoofdstr
aat
!5
10
!4
8
A H 1 !
!
2
3
at Torenstra
OVERZICHTSKAART MET BOORLOCATIES
Legenda Bebouwing
VO Rabobank in Kesteren
Kadastrale ondergrond !
Opdrachtgever:
vml. brandstoftank
Ondiepe boring
H !
Diepe boring
A
Boring met peilbuis
Cartografie:
Onderzoekslocatie 0
2,5
Rabobank
Datum:
20-10-14 Gec.: FSE
Cartograaf:
E. Kamperdijk
Projectnummer:
NC14181600
Veldwerker: Status:
Bestand:
10 Meters
Definitief
Q:\GGI\150-NC14181600\GIS\kaart.mxd
Formaat:
5
L. Roozen
Schaal:
Kaartnummer:
A4
1:250
1
B I J L AG E 2. Boorprofielen
Boring:
01
Boring:
X:
02
X:
Y:
Y:
Datum:
20-10-2014
Datum:
GWS:
150
GWS:
GHG:
20-10-2014
GHG:
GLG:
GLG:
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak: 0
0
tegel
maaiveld 0
0
-5
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
1
1
-50
50
tegel
-5
Klei, matig zandig, lichtbruin, Edelmanboor
50
-50
2
-100
100
Klei, sterk zandig, laagjes zand, lichtbruin, Edelmanboor 3
150
-150
Projectcode: NC14181600
Opdrachtgever: Rabobank
Datum: 20-10-2014
Boring:
03
Boring:
X:
04
X:
Y:
Y:
Datum:
20-10-2014
Datum:
20-10-2014
GWS:
150
GWS:
150
GHG:
GHG:
GLG:
GLG:
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak: 0
0
tegel
maaiveld 0
0
-5
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
1
-50
50
klinker
-10
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor
50
-50
2
-100
100
Klei, sterk zandig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor 3
-150
150
Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 4
-200
200
Klei, matig zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 5
-250
250
Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 6
300
-300
Projectcode: NC14181600
Opdrachtgever: Rabobank
Datum: 20-10-2014
Boring:
05
Boring:
X:
06
X:
Y:
Y:
Datum:
20-10-2014
Datum:
GWS:
GWS:
GHG:
GHG:
GLG:
20-10-2014
GLG:
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak: 0
0
tuin Klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruin, Edelmanboor
0
Zand, matig grof, zwak siltig, steen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
-50
Projectcode: NC14181600
tegel
-10
1
50
maaiveld
0
50
Opdrachtgever: Rabobank
-50
Datum: 20-10-2014
Boring:
07
Boring:
X:
08
X:
Y:
Y:
Datum:
20-10-2014
Datum:
20-10-2014
GWS:
150
GWS:
150
GHG:
GHG:
GLG:
GLG:
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak: 0
0
klinker
maaiveld 0
0
-10
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
klinker
-10
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 1
-50
50
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor 2
Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
Klei, sterk zandig, sporen roest, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
Klei, matig zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor
-200
200
5
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor 5
-250
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor
-250
250
6
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 6
-300
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor
-300
300
7
350
Klei, sterk zandig, sporen roest, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 4
-200
300
-150
150
4
250
Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 3
-150
200
-100
100
3
150
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor 2
-100
100
-50
50
Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 7
-350
Projectcode: NC14181600
350
Opdrachtgever: Rabobank
-350
Datum: 20-10-2014
Boring:
09
Boring:
X:
10
X:
Y:
Y:
Datum:
20-10-2014
Datum:
20-10-2014
GWS:
150
GWS:
150
GHG:
GHG:
GLG:
GLG:
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak: 0
0
klinker
maaiveld 0
0
-10
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
Klei, matig zandig, zwak humeus, resten grind, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
1
-50
50
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
Klei, sterk zandig, sporen roest, laagjes zand, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, sporen roest, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 4
-200
Klei, matig zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor
-200
200
5
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor 5
-250
Klei, zwak zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor
-250
250
6
Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 6
-300
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
-300
300
7
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 7
-350
350
-150
150
4
300
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 3
-150
250
-100
100
3
200
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 2
-100
150
-50
50
2
100
klinker
-10
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
350
-350
8
400
-400
Projectcode: NC14181600
Opdrachtgever: Rabobank
Datum: 20-10-2014
Boring:
11
Boring:
X:
12
X:
Y:
Y:
Datum:
20-10-2014
Datum:
20-10-2014
GWS:
150
GWS:
150
GHG:
GHG:
GLG:
GLG:
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking: Referentievlak: 0
0
klinker
maaiveld 0
0
-10
Klei, matig zandig, zwak humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
Klei, matig zandig, zwak humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
1
-50
50
Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor
Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor
Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 4
-200
Klei, matig zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
-200
200
5
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 5
-250
Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor
-250
250
6
Klei, zwak zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 6
-300
Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor
-300
300
7
350
-150
150
4
300
Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 3
-150
250
-100
100
3
200
Klei, matig zandig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor 2
-100
150
-50
50
2
100
klinker
-10
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor 7
-350
Projectcode: NC14181600
350
Opdrachtgever: Rabobank
-350
Datum: 20-10-2014
B I J L AG E 3. Toetsingskader
Toelichting WBB (TOETSINGSKADER LANDBODEMS) Voor het bepalen van de kwaliteit van het onderzochte bodemmateriaal worden (de) monsters getoetst aan toetsingswaarden van de Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675 d.d. 27 juni 2013. Wanneer uit onderzoek blijkt dat mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging treedt de Wet bodembescherming (Wbb) in werking. In de hiernavolgende paragrafen wordt nader uitleg gegeven over de toetsingswaarden van de genoemde circulaire en enkele zaken met betrekking tot de Wbb. Toetsingsnormen Bij toetsing van de analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek wordt uitgegaan van een standaard bodem (25% lutum en 10% organische stof). Indien de percentages lutum en organische stof in het onderzochte materiaal hiervan afwijken, worden de in het laboratorium gemeten gehalten van de zware metalen, arseen en organische verbindingen omgerekend naar een standaardbodem. Doorgaans is dit van toepassing op alle onderzochte bodemmonsters. In de circulaire zijn twee waarden gegeven voor de beoordeling van de concentraties van de verschillende stoffen in de bodem en waaraan getoetst wordt: Achtergrondwaarde (AW2000-waarde): deze waarde geeft het kwaliteitsniveau aan waarbij de functionele eigenschappen voor mens, plant en dier zijn veiliggesteld. De AW2000-waarde komt overeen met het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR).
Interventiewaarde (I-waarde): de interventiewaarde geeft de concentratie aan waarboven sprake is van een ernstige of dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van mens, plant en dier. Bij een overschrijding van de interventiewaarde in meer dan 25 m3 bodemmateriaal is sprake van een ernstig geval van (water)bodemverontreiniging en dient sanering plaats te vinden. De urgentie van het geval wordt bepaald door middel van een risico-onderzoek, dat deel uitmaakt van het nader bodemonderzoek. Aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek vormt onder andere een overschrijding van de tussenwaarde, die als volgt kan worden geformuleerd: de tussenwaarde is de helft van de interventiewaarde en geeft de concentratie aan waarboven nader bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Binnen het nader bodemonderzoek wordt de mate en omvang van de verontreiniging bepaald. Daarbij gaat het om het volume grond en/of grondwater met concentraties boven de interventiewaarde. Wet bodembescherming (Wbb) Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en urgentie van sanering wanneer in 3 3 meer dan 25 m grond of in meer dan 100 m grondwater de concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Van een ernstig geval van bodemverontreiniging moet melding worden gemaakt bij het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de provincie.
Daarnaast zijn er enkele bevoegdgezaggemeenten (zie Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wbb, Stb. 2000, 591 – 21 december 2000) die gelijk worden gesteld met een provincie, waardoor een dergelijk geval binnen de gemeentegrenzen bij de desbetreffende gemeente moet worden gemeld. Veelal wordt als gevolg van een melding in het kader van de Wbb een beschikking afgegeven. In het kader van de Wet bodembescherming is de meldingsplicht van toepassing wanneer handelingen worden verricht met: Een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval indien meer dan 25m3 grond en/of 100 m3 grondwater sterk is verontreinigd. Meer dan 50 m3 licht tot matig verontreinigde grond of 1.000 m3 licht tot matig verontreinigd grondwater wordt verplaatst en er geen samenloop is met andere wettelijke kaders zoals de Woningwet (aanvraag bouwvergunning).
Besluit bodemkwaliteit Per 1 juli 2008 zijn grond en baggerspecie uit het Bouwstoffenbesluit genomen en is het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) inwerking getreden. Het Bbk is gebaseerd op een risicobenadering met als uitgangspunt een directe relatie tussen (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. In de normstelling is gekozen voor een ‘altijd-‘ en een ‘nooit-grens’. De ‘altijd-grens’ bestaat uit de Achtergrondwaarden (AW2000). Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Partijen grond en baggerspecie die voldoen aan de AW2000 zijn altijd vrij toepasbaar. De ‘nooit-grens’ wordt bepaald met behulp van het Saneringscriterium. Dit is geen vaste norm, maar een methodiek om te bepalen of sprake is van een onaanvaardbaar risico. Tussen de ‘altijd-‘ en ‘nooit-grens’ liggen de Maximale Waarden. Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te maken voor de functie die de bodem heeft. Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse Wonen en de Maximale Waarden voor de klasse Industrie.
Om een partij grond of baggerspecie te mogen toepassen moet zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse worden getoetst (dubbele toetsing). Grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit de Maximale Waarden voor de klasse industrie overschrijdt mag in het generiek kader niet worden toegepast. Tabel: toepassen landbodem
kwaliteit functie
AW2000
WONEN
AW
WO
IND
AW
WONEN
X
X
X
X
INDUSTRIE
X
X
X
X
INDUSTRIE
WO
IND
AW
WO
X
X
X
X
partij AW2000
Tabel: toepassen waterbodem bodem
toepassen waterbodem
kwaliteit
AW2000
A
B
partij A B
X
X
X
X
X
X
IND
B I J L AG E 4. Analysecertificaten
RPS advies-en ingenieursbureau T.a.v. F.J.E. Van der Sterre 4140 AB LEERDAM
Analysecertificaat Datum: 27-10-2014
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2014121215/1 NC14181600 Rabo Kesteren 21-10-2014
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 E-mail info-env@eurofins.nl KvK No. 09088623 Site www.eurofins.nl IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
NC14181600 Rabo Kesteren
Monsternemer Monstermatrix
Leon Roozen Grond; Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
76.1
91.8
81.0
73.9
81.2
Eenheid
Analyse
2014121215/1 21-10-2014 27-10-2014/10:39 A,B,C 1/3
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
% (m/m)
S
Organische stof
% (m/m) ds
4.8
0.8
1.8
<0.7
1.7
Q
Gloeirest
% (m/m) ds
94.3
99.0
97.2
99.3
97.6
S
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
13.7
3.6
13.4
<2.0
10.3
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
110
44
100
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.50
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
7.7
3.5
6.6
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
32
6.9
14
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.12
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
21
11
21
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
41
<10
12
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
110
34
59
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
3.7
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
<11
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
7.1
<5.0
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
Monster nr.
1
MM01 01 (5-50) 03 (5-50) 04 (10-50) 05 (0-50) 07 (0-50) 08 (10-50)
20-Oct-2014
8315324
2
MM02 02 (5-50) 06 (5-50)
20-Oct-2014
8315325
3
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 03 (50-100) 03 (100-150) 08 (50-100) 08 (100-150)
20-Oct-2014
8315326
4
MM04 08 (250-300) 09 (300-350)
20-Oct-2014
8315327
5
MM05 07 (100-150) 07 (150-200) 08 (150-200) 09 (100-150) 09 (150-200) 10 (100-150) 10 20-Oct-2014 (150-200)
8315328
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
NC14181600 Rabo Kesteren
Monsternemer Monstermatrix
Leon Roozen Grond; Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
2
3
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
1)
0.0049
2014121215/1 21-10-2014 27-10-2014/10:39 A,B,C 2/3
4
5
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
0.073
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.68
<0.050
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.23
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
1.6
0.15
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.71
0.19
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.76
0.22
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.32
0.15
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.47
0.29
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.41
0.20
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.47
0.20
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
5.8
1.5
0.35
1)
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
Monster nr.
1
MM01 01 (5-50) 03 (5-50) 04 (10-50) 05 (0-50) 07 (0-50) 08 (10-50)
20-Oct-2014
8315324
2
MM02 02 (5-50) 06 (5-50)
20-Oct-2014
8315325
3
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 03 (50-100) 03 (100-150) 08 (50-100) 08 (100-150)
20-Oct-2014
8315326
4
MM04 08 (250-300) 09 (300-350)
20-Oct-2014
8315327
5
MM05 07 (100-150) 07 (150-200) 08 (150-200) 09 (100-150) 09 (150-200) 10 (100-150) 10 20-Oct-2014 (150-200)
8315328
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
NC14181600 Rabo Kesteren
Monsternemer Monstermatrix
Leon Roozen Grond; Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
Analyse
2014121215/1 21-10-2014 27-10-2014/10:39 A,B,C 3/3
6
Voorbehandeling
Uitgevoerd
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
% (m/m)
75.2
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.4
Q
Gloeirest
% (m/m) ds
96.7
S
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
12.8
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
Minerale olie
S
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
6
20-Oct-2014
MM06 10 (250-300) 11 (200-250) 11 (250-300) 11 (300-350) 12 (250-300)
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Monster nr.
8315329
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2014121215/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
Barcode
8315324
01
1
5
50
1743296AA
8315324
03
1
5
50
1743294AA
8315324
04
1
10
50
0531852194
8315324
05
1
0
50
0531851791
8315324
07
1
0
50
0531851795
8315324
08
1
10
50
0531851786
8315325
02
1
5
50
1743282AA
8315325
06
1
5
50
0531852202
8315326
01
2
50
100
1743292AA
8315326
03
2
50
100
1743291AA
8315326
08
2
50
100
0531851790
8315326
01
3
100
150
1743289AA
8315326
03
3
100
150
1743293AA
8315326
08
3
100
150
0531851787
8315327
08
6
250
300
0531851789
8315327
09
7
300
350
1743218AA
8315328
07
3
100
150
0531851793
8315328
09
3
100
150
1743658AA
8315328
10
3
100
150
1743652AA
8315328
07
4
150
200
0531851797
8315328
08
4
150
200
0531851785
8315328
09
4
150
200
1743202AA
8315328
10
4
150
200
1743691AA
8315329
11
5
200
250
1743669AA
8315329
10
6
250
300
1743726AA
8315329
11
6
250
300
1743683AA
8315329
12
6
250
300
1743699AA
8315329
11
7
300
350
1743689AA
Monsteromschrijving
MM01 01 (5-50) 03 (5-50) 04 (10-50)
MM02 02 (5-50) 06 (5-50)
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 03 (5
MM04 08 (250-300) 09 (300-350)
MM05 07 (100-150) 07 (150-200) 08 (
MM06 10 (250-300) 11 (200-250) 11 (
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2014121215/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2014121215/1
Pagina 1/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Cryogeen malen AS3000
W0106
Voorbehandeling
Cf. AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-ISO 11465
Organische stof (gloeirest)
W0109
Gravimetrie
Cf. pb 3010-3 en cf. NEN 5754
Lutum (fractie < 2 µm)
W0171
Sedimentatie
Cf. pb 3010-4 en cf. NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (GC) (C10 - C40)
W0202
GC-FID
Cf. pb 3010-7 en cf. NEN 6978
PCB (7)
W0271
GC-MS
Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980
PAK (10 VROM)
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
RPS advies-en ingenieursbureau T.a.v. F.J.E. Van der Sterre 4140 AB LEERDAM
Analysecertificaat Datum: 31-10-2014
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2014123947/1 NC14181600 Rabo Kesteren 27-10-2014
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 E-mail info-env@eurofins.nl KvK No. 09088623 Site www.eurofins.nl IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
NC14181600 Rabo Kesteren
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2014123947/1 27-10-2014 31-10-2014/15:49 A,B,C 1/2
Water; Water (AS3000) Eenheid
Analyse
1
2
3
Metalen
S
Barium (Ba)
µg/L
47
S
Cadmium (Cd)
µg/L
<0.20
S
Kobalt (Co)
µg/L
<2.0
S
Koper (Cu)
µg/L
<2.0
S
Kwik (Hg)
µg/L
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
µg/L
<2.0
S
Nikkel (Ni)
µg/L
<3.0
S
Lood (Pb)
µg/L
<2.0
S
Zink (Zn)
µg/L
<10
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
S
Benzeen
µg/L
<0.20
<0.20
<0.20
S
Tolueen
µg/L
<0.20
<0.20
<0.20
S
Ethylbenzeen
µg/L
<0.20
<0.20
<0.20
S
o-Xyleen
µg/L
<0.10
<0.10
<0.10
S
m,p-Xyleen
µg/L
<0.20
<0.20
S
1)
0.21
<0.20 1)
Xylenen (som) factor 0,7
µg/L
0.21
0.21
BTEX (som)
µg/L
<0.90
<0.90
<0.90
S
Naftaleen
µg/L
<0.020
<0.020
<0.020
S
Styreen
µg/L
<0.20
1)
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
S
Dichloormethaan
µg/L
<0.20
S
Trichloormethaan
µg/L
<0.20
S
Tetrachloormethaan
µg/L
<0.10
S
Trichlooretheen
µg/L
<0.20
S
Tetrachlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichloorethaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorethaan
µg/L
<0.20
S
1,1,1-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
1,1,2-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
cis 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
Monster nr.
1
WM.03 03 (200-300)
27-Oct-2014
8324408
2
WM.09 09 (200-300)
27-Oct-2014
8324409
3
WM.11 11 (200-300)
27-Oct-2014
8324410
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).