Bijlage 7 bij de toelichting - Verkennend bodemonderzoek deelgebied 1
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Bonegraaf Oost te Dodewaard (deelgebied 1)
Gemeente Neder‐Betuwe
Projectnummer: 3449.01 Datum: 4 november 2021 Versie: definitief
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Bonegraaf Oost te Dodewaard (deelgebied 1)
Gemeente Neder‐Betuwe
Opdrachtgever:
GMB Onroerend Goed B.V.
Projectnummer:
3449.01
Datum:
4 november 2021
Versie:
definitief
Projectleider en rapporteur:
Ing. M. Teusink
Autorisatie:
Ing. R. Schreuder
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING ................................................................................................................................ 3
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................................... 5 2.1 Algemeen ................................................................................................................... 5 2.2 Locatie gegevens ........................................................................................................ 5 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie .................................. 6 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ...................................................... 9 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie ......................................... 11 2.6 Onderzoeksopzet ..................................................................................................... 12
3
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ........................................................................................ 14 3.1 Veldwerkzaamheden ................................................................................................ 14 3.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ......................... 15 3.3 Laboratoriumonderzoek........................................................................................... 17 3.4 Toetsingskader ......................................................................................................... 18 3.5 Analyseresultaten..................................................................................................... 19 3.6 Interpretatie ............................................................................................................. 22
4
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 24 4.1 Samenvatting............................................................................................................ 24 4.2 Conclusies en Aanbevelingen ................................................................................... 25 4.3 Opmerkingen ............................................................................................................ 26
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4.
5.
6.
Situatietekeningen 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatietekening met boorpunten Boorprofielen en legenda Analysecertificaten Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Wet bodembescherming (Wbb) 4.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Toetsingskader 5.1 Wet bodembescherming (Wbb) 5.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Inspectierapport en berekeningen verkennend onderzoek asbest in bodem
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
2
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van GMB Onroerend Goed B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van een deel van het toekomstige bedrijventerrein Bonegraaf Oost te Dodewaard (gemeente Neder‐Be‐ tuwe). De aanleiding tot de uitvoering van de werkzaamheden is de voorgenomen uitbreiding van indu‐ strieterrein Bonegraaf in oostelijke richting. Het te ontwikkelen gebied bestaat uit 3 delen, te weten: 1. Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel; 2. Deelgebied 2, bosperceel; 3. Deelgebied 3, agrarisch perceel ten oosten van het bosperceel; Onderhavig onderzoek heeft zich gericht op het volgende deelgebied: Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel, gemeente Dodewaard, sectie D, nrs. 2169, 21870, 1669, 1932, 1931 en 1410. Doel van het verkennend bodemonderzoek is een indicatie te krijgen van de huidige milieuhygi‐ enische kwaliteit van de bodem. Het doel van het verkennend onderzoek asbest in bodem is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het verkrijgen van een indi‐ catie van de milieuhygiënische kwaliteit, hergebruiksmogelijkheden en de verspreidbaarheid van de waterbodem. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2: 2017 (Bodem‐ Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Uitvoering van een vooronderzoek conform NEN 5725:2017 (Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) maakt deel uit van het onderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en de daarop gebaseerde onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2), de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde verkennend onderzoek (hoofdstuk 3) en de samenvatting, conclusies en aanbevelin‐ gen (hoofdstuk 4) beschreven.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
3
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Buro Ontwerp & Omgeving verklaart dat zij geen financieel of zakelijk belang heeft bij het resul‐ taat van het onderzoek. Het onderzoek is in dat opzicht onafhankelijk van de opdrachtgever uit‐ gevoerd.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
4
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
2
Buro Ontwerp & Omgeving
VOORONDERZOEK
2.1 Algemeen Ten behoeve van het verkennend onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de norm NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie verzameld over de volgende onder‐ zoeksaspecten: - Locatie gegevens; - Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval; - Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit; - Bodemopbouw en geohydrologie. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Verstrekte informatie door de opdrachtgever; - Verstrekte informatie door de gemeente Neder‐Betuwe; - Verstrekte informatie door mevrouw N. Berends van de Omgevingsdienst Rivierenland; - Verstrekte informatie door mevrouw Ypma‐Holtslag van de Omgevingsdienst Rivierenland - www.kadaster.nl; - www.dinoloket.nl; - www.bodemloket.nl; - diverse kaarten van de website van de Provincie Gelderland; - www.topotijdreis.nl. 2.2 Locatie gegevens Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek Ten noorden van de kern Dodewaard is industrieterrein Bonegraaf gesitueerd. Het industrieter‐ rein wordt in oostelijke richting uitgebreid (Bonegraaf‐Oost). Bonegraaf‐Oost is gelegen tussen het bestaande bedrijventerrein (westkant), de kern Dodewaard (zuidkant), de A15 (noordkant) en agrarisch gebied (oostkant). Het te ontwikkelen gebied bestaat uit 3 delen, te weten: 1. Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel; 2.
Deelgebied 2, bosperceel; 3. Deelgebied 3, agrarisch perceel ten oosten van het bosperceel; Onderhavig onderzoek heeft zich gericht op het volgende deelgebied: Deelgebied 3, agrarisch perceel Oost, als gemeente Dodewaard, sectie D, nrs. 2169, 21870, 1669, 1932, 1931 en 1410 en heeft een oppervlakte van circa 2,5 ha.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
5
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Voor de regionale ligging van de locatie en de kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1.1 en voor een situatietekening naar bijlage 1.2. Huidig gebruik onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is in gebruik als agrarisch perceel en thans begroeid met gras. Langs het perceel zijn watergangen aanwezig. Aan de zuidkant is een inrit (dammetje) naar de percelen aanwezig. Terreinverkenning Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreinverkenning uitgevoerd. De inspectie is onder andere gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen lei‐ den tot een bodemverontreiniging en de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Tijdens de terreinverkenning is waargenomen aan de zuidkant een dammetje aanwezig. Tijdens de terreinverkenning zijn verder geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Toekomstig gebruik 1 Het plan is om diverse bedrijfskavels op de locatie te realiseren. De exacte inrichting is nog onbe‐ kend. 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie Historisch kaartmateriaal/luchtfoto’s Op historisch kaartmateriaal is zichtbaar dat in de jaren ’70 op het zuidoostelijk deel van de locatie een boomgaard aanwezig was Hiervoor is in de jaren ’60 op het noordelijk terreindeel een boom‐ gaard aanwezig.
In die tijd bevond zich van oost naar west over het midden van de onderzoeks‐ locatie een watergang. De percelen hebben altijd een agrarisch gebruik gekend. Op de westelijk gelegen percelen is eind jaren ’90 voor het eerst bebouwing aanwezig aan de noordkant. Eind 2000 is ook de meer zuidelijk gelegen bebouwing gerealiseerd. Recent zijn de percelen 2102 en 2103 (inham in onderhavige onderzoekslocatie) in gebruik geno‐ men als opslaglocatie. Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
6
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Tanks Voor zover bekend, heeft er op of direct nabij de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehou‐ dende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Bouwvergunningen Op de locatie is geen bebouwing aanwezig (geweest). Historisch bodemgebruik Uit het Bodemloket en de provincie Gelderland blijkt dat er geen HBB‐(historisch bodemge‐ bruik) locaties ter plaatse van de onderzoekslocatie aanwezig zijn. In de directe omgeving ko‐ men de in Tabel 1 weergegeven HBB‐locaties voor. Tabel 1
HBB‐locaties
Locatie
GE‐code
Bis‐code
Activiteit
start
eind
Status
Dalwagen 98 (betreft ons in‐ ziens ook Ein‐ steinstraat 2)
GE174001064
AA174001084
autoreparatiebedrijf (501044)
2000
onbekend
autoplaatwerkerij annex ‐spui‐ terij (502042)
2000
onbekend
benzine‐service‐station (5050)
2000
onbekend
autowasserij (502053)
1995
onbekend
Voldoende onderzocht. Gezien startdatum, situering (het tankstation bevindt zich circa 70 meter van de on‐ derzoekslocatie) en stro‐ mingsrichting wordt geen negatieve invloed verwacht.
Er is bij de Omgevingsdienst een melding over tijdelijke opslag van 1.000 m3 grond op het per‐ ceel D2170 bekend. De melding staat bekend onder meldingsnummer 539605. De tijdelijke op‐ slag heeft plaatsgevonden van 10 augustus 2020 tot en met 1 februari 2021. De grond is vrijge‐ komen bij rioleringswerkzaamheden aan De Vlasman in Dodewaard. De grond is op de opslaglo‐ catie AP04 gekeurd waarna deze is afgevoerd. Er is aangegeven dat zonodig op de ondergrond scheidingsdoek wordt aangebracht. Het betreft grond welke door UDM (actualiserend milieukundig onderzoek, kenmerk 10040124, d.d. 23 maart 2011) is onderzocht toen de locatie nog agrarisch gebied betrof. Deze locatie stond destijds bekend als Matensestraat 64‐66 te Dodewaard. De in 2005 aangetoonde veront‐ reinigingen op de locatie zijn gesaneerd. In de grond zijn licht verhoogde gehalten aan onder‐ zochte stoffen zijn gemeten. De grond van één deellocatie in het onderzoek van UDM bevat een matig verhoogd gehalte aan minerale olie. Er wordt vanuit gegaan dat de grond met het matig verhoogde gehalte minerale olie niet opgemengd is met de schone grond en niet in depot is ge‐ zet op perceel D2170. Door de Omgevingsdienst is aangegeven dat er verder geen meldingen zijn over het toepassen van grond/baggerslib op de onderzoekslocatie.
Het zuidelijk deel van het naastgelegen bosgebied in gebruik is door de gemeente als gemeente‐ lijk opslag terrein. Hier vindt opslag van klinkers en partijen grond plaats. Door de gemeente is aangegeven dat er op deze locatie niet gesprongen explosieven tot ontploffing zijn gebracht. Er
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
7
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
is aangegeven dat dit niet op één plek, maar over het gehele gebied gebeurde. Zowel de ge‐ meente als de Omgevingsdienst kon niet meer gegevens leveren over dit deel van de locatie.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
8
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoek uitgevoerd. In Tabel 2 is een overzicht weergegeven van de bodemonderzoeken welke nabij de onderzoekslocatie zijn uitgevoerd. Uit de onderzoeken komen geen bijzonderheden naar voren welke een negatieve invloed kunnen hebben op de bodemkwaliteit van onderhavige locatie. Uit de onderzoeken blijkt dat de Einsteinstraat 2 in het verleden ook als adres Dalwagen 98 had. Tabel 2
Uitgevoerde bodemonderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Einsteinstraat 1, NIPA Milieutechniek BV, 05.8035, d.d. 18‐10‐2005 Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een bouwvergunning en de aanvraag van een Wet milieubeheerver‐ gunning. Op de locatie wordt een bedrijf gevestigd dat polyester spoilers en andere polyester onderdelen voor auto's en vracht‐ auto's verkoopt en repareert. Het voornemen bestaat om ter plaatse nieuwbouw te realiseren van een bedrijfsruimte met een showroom, magazijn en werkplaats. Het hele pand wordt voorzien van betonnen vloeren en ter plaatse van de toekomstige spui‐ terij met verfopslag wordt een vloeistofdichte vloer aangelegd. Bovendien wordt een PGS‐kluis gerealiseerd. Het perceel kende een agrarisch gebruik. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die op een mo‐ gelijke bodemverontreiniging duiden. De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 1,5 m‐mv. In de toplaag van de vaste bodem zijn licht verhoogde gehaltes aan PAK en nikkel gemeten. De ondergrond bevat geen ver‐ hoogde gehalten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties arseen gemeten. Nul‐ of eindsituatieonderzoek Einsteinstraat 2, Hunneman Milieu‐advies, 160417/jk/sh, d.d. 31‐05‐2016 Op de rapportage staat Dalwagen 98.
De locatie bevindt zich ten westen van het noordelijk deel van onderhavige onderzoekslo‐ catie. Het doel van het nulsituatie bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit op brandstof gerelateerde parameters. Op de onderzoekslocatie is een “Amigo” tankstation gesitueerd. De pomp/tankinstallatie bestaat uit de volgende onderdelen: • ondergrondse 60 m3 compartimententank (20 m3 diesel en 10 m3 + 30 m3 benzine); • ontluchtingspunten; • vloeistofdichte vloer met vulpunten; • vloeistofdichte vloer met pompeilanden en afleverzuilen; • olie‐/benzineafscheider (OBAS). Het grondwater bevond zich overwegend op 0,6 m‐mv. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen oliecomponenten waargenomen. Analytisch zijn in de vaste bodem en in het grondwater geen gehalten aan oliecomponenten en/of, MtBE en/of EtBE aangetoond. Op de locatie is in mei ‐ november 2001 door NBM Petrol Stations & Industry (kenmerk 059503‐R‐1/tbr) een verkennend bodem‐ onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de vaste bodem geen verhoogde gehalten aan oliecomponenten aangetoond. In het grond‐ water zijn licht verhoogde gehalten aan tolueen, ethylbenzeen en xyleen aangetoond. In september 2015 is een periodieke grondwatermonitoring uitgevoerd (E.C.O. inspections, kenmerk 6669 ML_96_2015‐09‐22). Hierbij is in het grondwater geen ver‐ hoogd gehalte aan oliecomponenten aangetoond.
Verkennend onderzoek Einsteinstraat 2, Bodeminzicht Bodemadviesbureau, B2075, d.d. 26‐04‐2018 Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het bedrijfspand op de onderzoekslocatie. Tot de jaren negentig was sprake van agrarisch gebruik (landbouwgrond en mogelijk fruitboomgaard). Eind jaren negentig is de naastgelegen bedrijfsloods gerealiseerd. Ten westen van het bestaande bedrijfspand is een tankstation aanwezig (AmiGo) met ondergrondse brandstoftanks en afleverzuilen. In 1998 heeft Arns Milieutechniek oost BV een verkennend bodemonderzoek verricht voor de oprichting van de huidige bedrijfshal (Dalwagen 98 te Dodewaard, 78090509, d.d. 12 oktober 1998), verderop in deze tabel beschreven. Het grondwater bevond zich tijdens bemonstering op 1,09 m‐mv. Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie ba‐ rium. In het geanalyseerde mengmonster mm1 van de puinverhardingslaag is asbest aangetroffen. De concentratie aan chrysotiel en crocidoliet is vastgesteld op een gewogen gehalte van 6 mg/kg ds. Het gehalte vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. Indicatief onderzoek Dalwagen 98, Geofox, 29680/VH/pg, 1992 Aanleiding tot het onderzoek is de vaststelling van de nulsituatie. De locatie bevindt zich ten westen van het noordelijk deel van onderhavige onderzoekslocatie. De locatie was in gebruik als boomkwekerij.
In de grond zijn geen verhoogde concentraties aangetoond, het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie tolueen.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
9
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Verkennend onderzoek Dalwagen 98, Willems, 0704.003/A01, 1995 Aanleiding voor het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt gevormd door het feit dat voor de aanvraag van een bouwver‐ gunning inzicht in de bodemkwaliteit noodzakelijk is. Het doel van dit onderzoek is dan ook om na te gaan of op de onderzoekslo‐ catie sprake is van bodemverontreiniging en of er milieuhygiënische bezwaren zijn tegen de bouw van een garage/autobedrijf op de locatie. Ten behoeve van de nieuwbouw is een oppervlakte van ongeveer 5.000 m2 onderzocht. De locatie bevindt zich ten westen van het noordelijk deel van onderhavige onderzoekslocatie. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie altijd in gebruik geweest ten behoeve van agrarische doeleinden (weiland c.q. boomkwekerij). Voor zover bekend zijn geen activiteiten verricht welke hebben kunnen leiden tot een bodemverontreiniging. Het grondwater bevindt zich tijdens bemonstering op 0,15 m‐mv. In de bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten nikkel, PAK en minerale olie gemeten. Het grondwater bevat een zeer licht verhoogde concentratie naftaleen. Verkennend onderzoek Dalwagen 98, Verhoeve Milieu, 96/76182, 1996 Aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een bedrijfshal van een garagebe‐ drijf. Het onderzoeksterrein betreft een braakliggend terrein.
De locatie bevindt zich ten westen van het noordelijk deel van on‐ derhavige onderzoekslocatie. Het grondwater bevond zich tijdens de bemonstering op 0,96 m‐mv. De bovengrond (0,0‐0,5 m‐mv) bevat deels een licht verhoogde gehalten aan PAK. De chemische analyses van de ondergrond (0,5‐2,0 m.‐mv) geven geen gehal‐ ten aan die de streefwaarde van de desbetreffende stoffen overschrijden. Het grondwater bevat een licht verhoogde concentra‐ tie aan het zware metaal cadmium en aan de vluchtige aromatische koolwaterstoffen tolueen en xyleen. Verkennend onderzoek Dalwagen 98, Arns, 78090509, 1998 De locatie bevindt zich aan de westkant van het noordelijk deel van onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding tot het verken‐ nend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een bedrijfshal op de onderzoekslocatie. Op het perceel bevindt zich een autogaragebedrijf. Het autogaragebedrijf bestaat uit een showroom, een werkplaats waar auto's worden gerepareerd, een was‐ plaats c.q. wasstraat en een parkeerplaats. Het autogaragebedrijf is omstreeks 1993 op het perceel gevestigd. Voor 1993 werd het perceel gebruikt voor agrarische doeleinden. De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel en bevindt zich op de zuidzijde van het perceel. Voor zover bekend is, heeft de onderzoekslocatie altijd braak gelegen.
Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond (0‐50 cm ‐mv) ter plaatse van de onderzoekslocatie licht verontreinigd is met minerale olie en deels met PAK. In de bovengrond is tevens de EOX‐index licht verhoogd aangetroffen. De ondergrond (50‐200 cm ‐mv) van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met minerale olie en de EOX‐index is licht verhoogd aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom. Het grondwater bevond zich op 1,5 m‐mv tijdens de monstername. In het rapport is aangegeven dat het weiland welke zich oostelijk van het perceel en de onderzoekslocatie bevindt (dit moet een deel van onderhavige onderzoekslocatie zijn) in september 1997 door Ams Milieutechniek Oost bv (projectnummer 31379001, d.d. 19 september 1997) is onderzocht. Het betrof een verkennend bodemonderzoek welke werd uitgevoerd in het kader van aan‐ en verkoop van het perceel. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de grond licht verontreinigd is met nikkel en de EOX‐ index is licht verhoogd aangetroffen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met zware metalen en tolueen. Verkennend onderzoek Dalwagen 98, NBM, 059503‐R‐1/tbr, 2001 Op de locatie is in mei ‐ november 2001 door NBM Petrol Stations & Industry (kenmerk 059503‐R‐1/tbr) een verkennend bodem‐ onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de vaste bodem geen verhoogde gehalten aan oliecomponenten aangetoond.
In het grond‐ water zijn licht verhoogde gehalten aan tolueen, ethylbenzeen en xyleen aangetoond In‐situ partijkeuring Dalwagen Dodewaard, Verhoeve Milieu, 156026, d.d. 29‐03‐2006 Het onderzoek betreft een in‐situ partijkeuring waarvan ‘vak b’ ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie is gesitueerd. Geen van de onderzochte parameters overschrijden de samenstellingswaarde voor schone grond. Inpijn‐blokpoel, erkennend onderzoek Willem de Zwijgerlaan ong. Dodewaard, Inpijn‐blokpoel, kenmerk: MB‐0622, d.d.09‐05‐ 1994 De onderzoekslocatie betreft het westelijk deel van de woonwijk (tijdens het onderzoek weiland) ten zuidoosten van onderha‐ vige onderzoekslocatie. Zintuiglijke waarnemingen: geen, Bovengrond: EOX, MO >S, Ondergrond: EOX>S, Grondwater: fenolindex, aromaten>S, ZN>T B03). De gemeten tussenwaarde overschrijding bevindt zich meer dan 100 meter ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie. Verkennend onderzoek Dalwagen Dodewaard, GAIM, kenmerk: RvV/98086, d.d. 1998 Dit onderzoek is niet bij de omgevingsdienst aanwezig. In het digitale systeem staat het volgende vermeld: Vervolg: geen vervolg noodzakelijk Conclusie rapport: Concl: zw: licht puin en kooltjes bg: ‐ og: ‐ gw: niet onderzocht Indicatief onderzoek Dalwagen/Matensestraat Dodewaard, BOOT, 963021.01, d.d.
01‐04‐1996 Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanleg van een nieuw rioolstelsel langs/onder de Dalwagen en de Matsensestraat op ruim 100 meter ten westen van onderhavige onderzoekslocatie. Zintuiglijk zijn puin, asfaltresten en/of een rottende geur waar‐ genomen. In de bovengrond is, naast licht verhoogde gehalten, een sterk verhoogd gehalte PAK waargenomen. De ondergrond bevat licht verhoogde gehalten metalen en minerale olie. Aanvullend onderzoek Dalwagen/Matensestraat Dodewaard, BOOT, 96303101/mvdt, d.d. 26‐04‐1996 De aanleiding tot het onderzoek s de aanleg van riool en het feit dat tijdens indicatief onderzoek in de bovengrond, naast licht verhoogde gehalten, een sterk verhoogd gehalte PAK is aangetoond. In de bovengrond van de boringen 4, 10 en 11 is een matig verhoogd gehalte PAK aangetoond en in de bovengrond van de borin‐ gen 6 en 9 is een sterk verhoogd gehalte PAK gemeten. De overige bovengrond en het mengmonster van de ondergrond bevat
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
10
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
een licht verhoogd gehalte PAK. Het onderzoek beperkt zich tot de wegen Dalwagen en Matensestraat en de verontreiniging be‐ vindt zich meer dan 100 meter ten westen van de onderzoekslocatie. Er wordt dan ook geen negatieve invloed verwacht. Verkennend bodemonderzoek Dalwagen te Dodewaard D108, Verhoeve Milieu, 151192, d.d. 18‐04‐2002 De onderzoekslocatie betreft de Dalwagen op meer dan 100 meter ten westen van de onderzoekslocatie. In de bodem zijn licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie gemeten waarvoor geen vervolg onderzoek noodzakelijk is. In één van de mengmon‐ sters (bijmenging met puin en asfaltdelen) is een sterk verhoogd gehalte PAK gemeten. Het grondwater bevat een licht ver‐ hoogde concentratie chroom. Dalwagen Dodewaard, GAIM, kenmerk: RvV/98071, d.d. 29‐10‐1998 De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door een partij grond, welke vrij gaat komen bij werkzaamheden op een per‐ ceel aan de Dalwagen te Dodewaard. Ter plaatse zal een insteekweg worden gerealiseerd met aan weerszijden daarvan een riole‐ ring. Het lijkt hierbij de huidige Einsteinstraat te betreffen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de boven‐ en ondergrond bijmengingen met puin (weinig tot matig) en/of kooltjes (weinig) waargenomen.
Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in geen van de onderzochte mengmonsters de streefwaarden van de onderzochte parameters wordt overschreden.
Publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van artikel 55 Wet bodembescherming Ten aanzien van de onderzoekslocatie zijn geen publiekrechtelijke beperkingen opgenomen ten aanzien van het artikel 55 uit de Wet bodembescherming, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen geval van ernstige bodemverontreiniging is geregistreerd. Asbest Op en nabij de onderzoekslocatie is geen bebouwing aanwezig (geweest). De watergangen heb‐ ben geen beschoeiingen. Wel is op de locatie een dammetjes aanwezig waar mogelijk asbesthoudend puin is verwerkt. Tijdens het uitvoeren van het vooronderzoek zijn, op de dammetjes na, derhalve geen aanwijzin‐ gen verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen op of in de bo‐ dem van de onderzoekslocatie. PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onder‐ zoekslocatie. Door de Omgevingsdienst is ook aangegeven dat de locatie volgens hun gegevens geen PFAS verdachte (punt)bron betreft. Bodemkwaliteit Op de ‘Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland’ valt de locatie in de bodemfunctieklasse Indu‐ strie en in de bodemkwaliteitszone B6/O6 ‘Buitengebied’. Op de Ontgravingkaart en de Toepassingskaart valt de locatie in Landbouw/natuur 2.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie Uit een uitgevoerde inmeting blijkt dat het noordwestelijk deel van het weiland een maaiveld‐ hoogte heeft van circa 6,1 m+NAP en aan de noordoostkant een hoogte van circa 6,2 m+NAP. De hoogte van het zuidwestelijk deel van het weiland is circa 6,7 m+NAP en ter plaatse van het zuid‐ oostelijk deel circa 6,6 m+NAP. Op de hoogtekaart Algemene Hoogtekaart Nederland zijn een
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
11
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
tweetal ontwateringsgreppels zichtbaar. Deze zijn in het veld, mogelijk vanwege het hoge gras, niet waargenomen. Volgens de Bodemkaart van Nederland betreft de bodem van het plangebied een ‘Kalkloze pol‐ dervaaggrond’, die is opgebouwd uit zavel en lichte klei. Tabel 3 geeft de hydrologische bodemopbouw op basis van gegevens afkomstig van het DINOlo‐ ket. Tabel 3
Geohydrologische bodemopbouw (Dinoloket)
m‐mv 0 – 4,7
Formatie Holocene afzettingen, complexe eenheid
4,7 – 8,2
Formatie van Kreftenheye, tweede zandige eenheid
8,2 – 14,7
Formatie van Kreftenheye, derde zandige eenheid
14,7 – 21,0
Formatie van Waalre, eerste kleiige eenheid
21,0 – 49,2
Formatie van Peize en Formatie van Waalre, tweede zandige eenheid
Beschrijving Formatie Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Het grondwater bevindt zich naar verwachting op circa 5,5 á 6 m +NAP (circa 0,8 m‐mv). Op basis van de isohypsen stroom het grondwater in westelijke richting. Onder invloed van de aanwezige sloten kan de stromingsrichting op de onderzoekslocatie enigszins afwijken. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings‐ en/of grondwaterwingebied. De onderzoekslocatie is gele‐ gen in een intrekgebied. 2.6 Onderzoeksopzet Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbo‐ dem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de mili‐ euhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het gehele terrein wordt onderzocht conform de strategie voor een grootschalig onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV‐GR‐NL). Het onderzoek richt zich hierbij op de grond tot maximaal 2 m‐mv en op het grondwater. Aanvullend op deze strategie zal één van de boringen (boring 312) in het verlengde van de Einsteinstraat (ten oosten van de watergang) geplaatst worden. Deze boring zal worden doorgezet tot 2 m‐mv. Dit omdat
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
12
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
in tijdens het in 1998 (GAIM, kenmerk: RvV/98071, d.d. 29‐10‐1998) uitgevoerde onderzoek in zowel de boven‐ als de ondergrond puin‐ en kooltjes zijn waargenomen. De gedempte sloot op perceel D 1669 wordt onderzocht middels het plaatsen van 1 raaien á 3 boringen tot 2 m‐mv. De aanwezige dam in de zuidwestelijke hoek wordt onderzocht conform de strategie voor een verdachte locatie met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Aanvullend wordt een verken‐ nend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van de dammen. Het verkennend onder‐ zoek asbest in bodem wordt uitgevoerd conform de NEN 5707:2015 (Bodem‐ Inspectie en mon‐ sterneming van asbest in bodem en partijen grond). De boringen worden in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd. Zintuiglijk afwijkende grond‐ slagen worden separaat bemonsterd. Bij elke boring wordt een beschrijving conform de NEN 5104 gemaakt. Het grondwater wordt na een wachttijd van minimaal 1 week bemonsterd, waarbij te‐ vens het grondwaterniveau ten opzichte van het maaiveld wordt gemeten. De monsters worden ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN‐EN‐ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulabora‐ torium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieu‐ analyses in het kader van AS3000 en AP04.
De monstervoorbehandeling door het laboratorium wordt conform de AS3000 uitgevoerd. De analyseresultaten worden getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013). Teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse te verkrijgen worden de analyseresultaten tevens indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem (Regeling bodemkwaliteit). Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Be‐ oordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonder‐ zoek en de bijbehorende protocollen 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen), 2002 (Het nemen van grond‐ watermonsters) en 2018 (Locatie‐inspectie en monsterneming van asbest in bodem).
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
13
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
3
Buro Ontwerp & Omgeving
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
3.1 Veldwerkzaamheden Het terrein is verdacht voor Niet Gesprongen Explosieven. De locatie van de boorpunten is met de firma ECG afgestemd op basis van het door hen uitgevoerde detectie‐onderzoek. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en het verkennend onderzoek asbest in bodem zijn op 18 oktober 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerkers, de heer M. Scholten en de heer C. Beunk van Bodem Expert te Huissen waarbij zij zijn geassisteerd door de heer M. Dahles en de heer G. v/d Pol. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 4 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 4
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
Terreindeel
Opper‐ vlakte/lengte
Strategie
Agrarisch gebied west
24.871 m2
NEN 5740 ONV‐GR‐NL
Gedempte sloot (D 1669)
Circa 46 m1
Dam zuid
0‐100 m2
Aantal boringen (m –mv)
Boornummer
20x 0,5 4x 2,0 4x peilbuis
301 t/m 328
1x raai 3 boringen tot 1,5
329 t/m 331
NEN‐5740 VEP
3x 1,5
332 t/m 334
NEN‐5707 VEP
2 boringen voorgraven (0,3x0,3x0,5) en doorbo‐ ren tot ondergrond
NEN 5740 maatwerk
Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen en de inspectiegaten is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2. In de boringen 333 en 334 (ter plaatse van de dam) is een bijmenging met bodemvreemde mate‐ rialen aangetroffen. Hierop zijn deze boorpunten handmatig gegraven tot een diepte van maxi‐ maal 0,5 m ‐mv en hebben een lengte en breedte van circa 0,3 meter. Beide gaten zijn met een edelmanboor met een grotere diameter (12 cm) doorgezet tot een diepte van 1,5 m –mv.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
14
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Het grondwater is bemonsterd op 28 oktober 2021 door de heer J.L. Brouwer. Tabel 5 geeft een overzicht van de tijdens de monstername van het grondwater gemeten grondwaterstand, zuur‐ graad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC). Tevens is in de tabel de troebelheid van het grondwater aangegeven (in NTU). Tabel 5
Grondwaterstanden, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU)
Peilbuis
Hoogte boven‐ kant peilbuis (m +NAP)
Filterstelling (m ‐mv)
Grondwaterstand (m ‐mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidbaarheid (EC: μs/cm)
Troebelheid (NTU)
308
6.881
1,50 ‐ 2,50
1,08
6,3
970
26,67
310
7.128
1,50 – 2,50
1,09
7,0
840
62
317
6.902
1,50 ‐ 2,50
0,87
6,2
760
28,22
325
7.408
1,50 ‐ 2,50
1,10
6,3
830
36,05
De waarden voor de zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) kunnen als nor‐ maal/niet afwijkend worden beschouwd. Voor de troebelheid (NTU) zijn waarden gemeten tussen de circa 26 en 62. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk. De verhoogde troebelheid kan worden veroorzaakt door het in suspensie zijn van (grond)deeltjes. Deze deeltjes kunnen invloed hebben op het analyseresultaat. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk. Tijdens de interpretatie van de grondwateresultaten kan worden beoordeeld of de troebelheid een van invloed is geweest op de resultaten. Opgemerkt wordt dat ten behoeve van de analyse van het grondwater op zware metalen (anorganische stof‐ fen) de watermonsters in het veld worden gefiltreerd, waardoor de troebelheid niet van invloed is op concentraties van zware metalen. Uit de analyseresultaten (zie paragraaf 3.5) blijkt dat in het grondwater alleen licht verhoogde concentraties barium zijn gemeten. De verhoogd gemeten troebelheid heeft derhalve geen in‐ vloed gehad op de grondwaterresultaten.
3.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld ter plaatse van de dam conform de NEN‐5707 ge‐ inspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Het overige maaiveld is indica‐ tief geïnspecteerd. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het uitgegraven materiaal is per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Hierbij is in de bodemlaag van 0 tot 0,5 m‐mv van gat 334 een stukje asbestverdacht materiaal waargenomen. In de overige grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Alle inspectiegaten zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond/puin. In bijlage 6 zijn de in‐ spectierapporten opgenomen. Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
15
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
De bovengrond bestaat voornamelijk uit matig siltige klei met sporen plantenresten. Plaatselijk is de klei zwak humeus of zwak tot matig zandig. Ter plaatse van één van de boringen bestaat de bovengrond uit matig grof, zwak siltig, zwak humeus zand met sporen plantenresten en sporen grind. De ondergrond bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltige klei met plantenresten welke plaat‐ selijk roesthoudend is (spikkels). Plaatselijk is de bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m‐mv zwak humeus en zandig. In één boring is van 1,3 tot 1,5 m‐mv een laag met matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand aangetroffen, welke sporen plantenresten, laagjes roest en laagjes klei bevat. Over het al‐ gemeen is vanaf 1 á 1,5 m‐mv sterk kleiige veen aanwezig met plaatselijk plantenresten welke plaatselijk klei (laagjes, sporen, sterk) bevat. Voor de opdrachtgever is het van belang te weten wat de rijpingsgraad van de aanwezige klei is. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn vijf rijpingsgraden onderscheiden welke zijn bepaald middels een veldtest: 1. gerijpt: met knijpen niet door de vingers te krijgen 2. bijna gerijpt: met stevig knijpen nog juist tussen de vingers door te krijgen 3. half gerijpt: loopt bij knijpen nog goed tussen de vingers door 4. bijna ongerijpt: loopt bij knijpen zeer gemakkelijk tussen de vingers door 5. geheel ongerijpt: loopt tussen de vingers door.
De mate van rijping is weergegeven in de boorprofielen in bijlage 2. Hieruit blijkt dat de klei in de bovengrond beoordeeld is als ‘gerijpt’. De ondergrond, boven de tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen grondwaterstand, is over het algemeen beoordeeld als ‘bijna gerijpt’ tot ‘half ge‐ rijpt’ en de diepere ondergrond is over het algemeen beoordeeld ‘half gerijpt’ tot ‘niet gerijpt’. Tabel 6 geeft een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden welke mogelijk kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tabel 6
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m –mv)
Zintuiglijke waarneming
333
0,00 ‐ 0,50
brokken baksteen, brokken puin
334
0,00 ‐ 0,50
brokken puin, brokken baksteen, resten asbestverdacht materiaal
312
0,00 ‐ 0,50
brokken baksteen
319
0,00 ‐ 0,50
sporen baksteen
321
0,00 ‐ 0,50
sporen baksteen
326
0,00 ‐ 0,50
sporen baksteen
Dam zuid
Overig terrein
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
16
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
3.3 Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuig‐ lijke waarnemingen. Tabel 7 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepak‐ ketten. De asbestmonsters zijn op locatie samengesteld van het uitgezeefde materiaal (fractie < 20 mm). Gezien de roestwaarnemingen zijn alle grondmonsters tevens geanalyseerd op arseen. Tabel 7
Analyseprogramma
Monstercode
Boring/gat/monster (m ‐mv)
Textuur en zint. waarne‐ mingen
Analyses
Grond agrarisch perceel oost incl. gedempte sloot GRN M312.1
312 (0,00 ‐ 0,50)
Zand, bovengrond, brokken baksteen
Standaardanalysepakket grond incl. arseen en OCB
GRN MM301
301 (0,00 ‐ 0,50), 302 (0,00 ‐ 0,50), 303 (0,00 ‐ 0,50), 304 (0,00 ‐ 0,30), 304 (0,30 ‐ 0,50), 305 (0,00 ‐ 0,50), 306 (0,00 ‐ 0,50), 307 (0,00 ‐ 0,50), 308 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, zintuiglijk schoon, noord
Standaardanalysepakket grond incl. arseen en OCB
GRN MM302
309 (0,00 ‐ 0,50), 310 (0,00 ‐ 0,50), 311 (0,00 ‐ 0,50), 313 (0,00 ‐ 0,50), 314 (0,00 ‐ 0,50), 315 (0,00 ‐ 0,50), 316 (0,00 ‐ 0,50), 330 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, zintuiglijk schoon, midden
Standaardanalysepakket grond incl. arseen en OCB
GRN MM303
317 (0,00 ‐ 0,50), 318 (0,00 ‐ 0,50), 320 (0,00 ‐ 0,50), 322 (0,00 ‐ 0,50), 323 (0,00 ‐ 0,50), 324 (0,00 ‐ 0,50), 325 (0,00 ‐ 0,50), 327 (0,00 ‐ 0,50), 328 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, zintuiglijk schoon, zuid
Standaardanalysepakket grond incl. arseen en OCB
GRN MM304
319 (0,00 ‐ 0,50), 321 (0,00 ‐ 0,50), 326 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, sporen baksteen
Standaardanalysepakket grond incl. arseen en OCB
GRN MM305
305 (0,50 ‐ 1,00), 305 (1,00 ‐ 1,50) 308 (0,50 ‐ 1,00), 310 (0,50 ‐ 1,00) 310 (1,00 ‐ 1,30), 312 (1,00 ‐ 1,30) 312 (1,50 ‐ 2,00), 317 (0,50 ‐ 1,00)
Klei, ondergrond, zintuiglijk schoon, noord
Standaardanalysepakket grond incl. arseen
GRN MM306
322 (0,50 ‐ 1,00), 322 (1,00 ‐ 1,20), 322 (1,70 ‐ 2,00), 324 (0,50 ‐ 1,00), 324 (1,00 ‐ 1,50), 325 (0,50 ‐ 1,00), 325 (1,00 ‐ 1,20), 325 (1,20 ‐ 1,70), 330 (0,50 ‐ 1,00), 330 (1,00 ‐ 1,50)
Klei, ondergrond, zintuiglijk schoon, zuid
Standaardanalysepakket grond incl. arseen
GRN MM307
305 (1,50 ‐ 2,00), 308 (1,00 ‐ 1,50), 310 (1,30 ‐ 1,80), 310 (1,80 ‐ 2,00), 317 (1,00 ‐ 1,50), 317 (1,50 ‐ 2,00), 322 (1,20 ‐ 1,70), 324 (1,50 ‐ 2,00), 325 (1,70 ‐ 2,20), 330 (1,50 ‐ 2,00)
Veen, ondergrond, zintuig‐ lijk schoon
Standaardanalysepakket grond incl. arseen
GRN MM308
333 (0,00 ‐ 0,50), 334 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, brokken baksteen, brokken puin, plaatselijk asbest
Standaardanalysepakket grond incl. arseen
AVM 334.1
334 (0,00 ‐ 0,50)
Asbestverdacht materiaal
Asbest in materiaal
ASB MM301
333 (0,00 ‐ 0,50), 334 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, brokken baksteen, brokken puin, plaatselijk asbest
Asbest in grond
Hoge troebelheid
Standaardanalysepakket grondwater
Grond dammetje
Grondwater agrarisch perceel oost 308‐1‐1
308 (1,50 ‐ 2,50)
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
17
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Monstercode
Boring/gat/monster (m ‐mv)
Textuur en zint. waarne‐ mingen
Analyses
310‐1‐1
310 (1,50 – 2,50)
Hoge troebelheid
Standaardanalysepakket grondwater
317‐1‐1
317 (1,50 ‐ 2,50)
Hoge troebelheid
Standaardanalysepakket grondwater
325‐1‐1
325 (1,50 ‐ 2,50)
Hoge troebelheid
Standaardanalysepakket grondwater
Standaardanalysepakket grond:
droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, mo‐ lybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie.
Standaardanalysepakket grondwater:
metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Asbest:
serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
3.4 Toetsingskader Verkennend bodemonderzoek De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) ge‐ toetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaar‐ den uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor stan‐ daardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum. De analyseresultaten van het grondwater zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de streefwaarden en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. Tabel 8 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 5.1). Tabel 8
Overzicht toetsingskader Wbb
Gehalte/concentratie
Betekenis
Opmerking
≤ AW‐waarde (of < detectielimiet)
niet verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> AW‐waarde ≤ T‐waarde
licht verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> T‐waarde ≤ I‐waarde
matig verontreinigd
mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk
> I‐waarde
sterk verontreinigd
nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
(*A) Toelichting:
Voor grondwater geldt de streefwaarde. De AW‐waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW‐ en I‐waarden ((AW+I)/2 = T‐waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I‐waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I‐waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodem‐ verontreiniging.
De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de maximale waarden van het Bbk. Dit teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse van de voorkomende bodemla‐ gen te verkrijgen (zie tevens bijlagen 5.2).
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
18
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Asbest in bodemonderzoek De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de Circulaire bodemsanering 2013, be‐ draagt 100 mg/kg d.s. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de con‐ centratie serpentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters van de grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het ver‐ kennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend on‐ derzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, dus kleiner dan 50 mg/kg ds. gewogen, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. 3.5 Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3.
Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond‐ en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk. Verkennend bodemonderzoek Tabel 9 bevat de analyse‐ en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergrond‐ en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodem‐ kwaliteitsklasse weergegeven op basis van het Besluit bodemkwaliteit. Tabel 9 Monster‐ code
Analyse‐ en toetsingsresultaten grond Boring/monster (m –mv)
Textuur en zint. waar‐ nemingen
Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW‐waarde
> T‐waarde
Indicatie Bbk#
> I‐waarde
Grond agrarisch perceel incl. gedempte sloot GRN M312.1
312 (0,00 ‐ 0,50)
Zand, bovengrond, brokken baksteen
<
AW
GRN MM301
301 (0,00 ‐ 0,50), 302 (0,00 ‐ 0,50), 303 (0,00 ‐ 0,50), 304 (0,00 ‐ 0,30), 304 (0,30 ‐ 0,50), 305 (0,00 ‐ 0,50), 306 (0,00 ‐ 0,50),
Klei, bovengrond, zin‐ tuiglijk schoon, noord
Cadmium (1,106) Kobalt (18,18) Nikkel (52,57)
AW
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
19
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Monster‐ code
Boring/monster (m –mv)
Textuur en zint. waar‐ nemingen
Buro Ontwerp & Omgeving
Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW‐waarde
> T‐waarde
Indicatie Bbk#
> I‐waarde
307 (0,00 ‐ 0,50), 308 (0,00 ‐ 0,50) GRN MM302
309 (0,00 ‐ 0,50), 310 (0,00 ‐ 0,50), 311 (0,00 ‐ 0,50), 313 (0,00 ‐ 0,50), 314 (0,00 ‐ 0,50), 315 (0,00 ‐ 0,50), 316 (0,00 ‐ 0,50), 330 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, zin‐ tuiglijk schoon, mid‐ den
<
AW
GRN MM303
317 (0,00 – 0,50), 318 (0,00 – 0,50), 320 (0,00 – 0,50), 322 (0,00 – 0,50), 323 (0,00 – 0,50), 324 (0,00 – 0,50), 325 (0,00 – 0,50), 327 (0,00 – 0,50), 328 (0,00 – 0,50)
Klei, bovengrond, zin‐ tuiglijk schoon, zuid
<
AW
GRN MM304
319 (0,00 ‐ 0,50), 321 (0,00 ‐ 0,50), 326 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, spo‐ ren baksteen
Cadmium (0,612)
AW
GRN MM305
305 (0,50 ‐ 1,00), 305 (1,00 ‐ 1,50) 308 (0,50 ‐ 1,00), 310 (0,50 ‐ 1,00) 310 (1,00 ‐ 1,30), 312 (1,00 ‐ 1,30) 312 (1,50 ‐ 2,00), 317 (0,50 ‐ 1,00)
Klei, ondergrond, zin‐ tuiglijk schoon, noord
Nikkel (43,96)
AW
GRN MM306
322 (0,50 ‐ 1,00), 322 (1,00 ‐ 1,20), 322 (1,70 ‐ 2,00), 324 (0,50 ‐ 1,00), 324 (1,00 ‐ 1,50), 325 (0,50 ‐ 1,00), 325 (1,00 ‐ 1,20), 325 (1,20 ‐ 1,70), 330 (0,50 ‐ 1,00), 330 (1,00 ‐ 1,50)
Klei, ondergrond, zin‐ tuiglijk schoon, zuid
GRN MM307
305 (1,50 ‐ 2,00), 308 (1,00 ‐ 1,50), 310 (1,30 ‐ 1,80), 310 (1,80 ‐ 2,00), 317 (1,00 ‐ 1,50), 317 (1,50 ‐ 2,00), 322 (1,20 ‐ 1,70), 324 (1,50 ‐ 2,00),
Veen, ondergrond, zintuiglijk schoon
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
AW
<
AW
20
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Monster‐ code
Boring/monster (m –mv)
Textuur en zint. waar‐ nemingen
Buro Ontwerp & Omgeving
Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW‐waarde
> T‐waarde
Indicatie Bbk#
> I‐waarde
325 (1,70 ‐ 2,20), 330 (1,50 ‐ 2,00) Grond dammetje GRN MM308
333 (0,00 ‐ 0,50), 334 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, brokken baksteen, brokken puin, plaatse‐ lijk asbest
Minerale olie (260,7)
Industrie
Wbb: <
: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrond‐, tussen‐ en interventiewaarde
>AW‐waarde : aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde >T‐waarde
: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig
>I‐waarde
: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde
Bbk:
De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"
#
: Op basis van de geanalyseerde parameters
AW Wonen Industrie NT
: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar
Tabel 10 bevat de analyse‐ en de toetsingsresultaten voor grondwater bij toetsing aan streef‐ en interventiewaarden. Tabel 10
Analyse‐ en toetsingsresultaten grondwater in µg/l
Monstercode
Traject (m ‐mv)
Gemeten verhoogde parameters (concentraties in µg/l)
308‐1‐1
1,50 ‐ 2,50
Barium (120)
310‐1‐1
1,50 ‐ 2,50
Barium (91)
317‐1‐1
1,50 ‐ 2,50
Barium (91)
325‐1‐1
1,50 ‐ 2,50
Barium (87)
> S‐waarde
> T‐waarde
> I‐waarde
Wbb: <
: aangetroffen gehaltes kleiner dan streef‐, tussen‐ en interventiewaarde
>S‐waarde
: aangetroffen gehalte groter dan streefwaarde
>T‐waarde
: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde
>I‐waarde
: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde
Verkennend onderzoek asbest in bodem De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten van de grond‐ analyses zijn in onderstaande Tabel 11 weergegeven en die van het materiaal zijn in Tabel 12 weergegeven.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
21
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Tabel 11
Analyseresultaten asbest in de grond in mg/kg ds gewogen
Monstercode
Traject (m ‐mv)
Zintuiglijk/terreindeel
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
Type asbest
Hechtgebonden
ASB MM301
333 (0,00 ‐ 0,50), 334 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, brokken baksteen, brokken puin, plaatselijk asbest
64
chrysotiel
ja
Tabel 12
Analyseresultaten asbest in materiaal
Dammetje
Monstercode
Traject (m ‐mv)
gewicht
Omschrijving
Type asbest
Hechtgebonden
AVM 334.1
334 (0,00 ‐ 0,50)
4,1 gram
Cement golfplaat
Chrysotiel 10‐15%
ja
In onderstaande Tabel 13 zijn de berekende totale concentraties, op basis van zowel de fractie <20 mm als de fractie > 20 mm weergegeven. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 13
Totale concentraties asbest
Gat en traject (m ‐mv)
Omschrijving
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds
333 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, brokken baksteen, brokken puin
62,40
334 (0,00 ‐ 0,50)
Klei, bovengrond, brokken baksteen, brokken puin, asbest
70,92
3.6 Interpretatie Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld ter plaatse van de dam conform de NEN‐5707 ge‐ inspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Het overige maaiveld is indica‐ tief geïnspecteerd. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ter plaatse van de asbestgaten 333 en 334 is het uitgegraven materiaal per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzon‐ derlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Hierbij is in de bodemlaag van 0 tot 0,5 m‐mv van gat 334 een stukje asbesthoudend materiaal (hechtgebonden chrysotiel) aangetroffen. In de overige grond zijn geen asbestverdachte materi‐ alen waargenomen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond ter plaatse van boring 312 brokken baksteen bevat. In de bovengrond van de boringen 312, 319 en 321 zijn sporen baksteen waargenomen. Verder zijn in de bovengrond van twee gaten ter plaatse van het dammetje (gat 333 en 334) brokken baksteen en brokken puin waargenomen in de bovengrond. Bij de overige boringen zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
22
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Uit de analyseresultaten blijkt dat de klei uit de zintuiglijk schone bovengrond van het noordelijk terreindeel (GRN MM301) licht verhoogde gehalten cadmium, kobalt en nikkel bevat. De klei uit de ondergrond van het noordelijk terreindeel (GRN MM305) bevat een licht verhoogd gehalte nikkel. In de klei met sporen baksteen (GRN MM304) is een licht verhoogd gehalte cadmium ge‐ meten. Ter plaatse van het dammetje is in de klei met brokken baksteen, brokken puin en plaatselijk asbesthoudend materiaal (GRN MM308) is het gehalte minerale olie licht verhoogd. Het asbest‐ verdachte plaatmateriaal bevat 10‐15% chrysotiel asbest en is hechtgebonden (AVM 334.1). In de grond met bijmenging van baksteen en puin is 64 mg/kg ds gewogen aan asbest in de fractie <20 mm aangetoond (ASB MM301). In totaal is, gecorrigeerd op basis van de puinbijmengingen, in de bovengrond van gat 333 circa 62 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig (< 20 mm). In gat 334 is in totaal circa 71 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig (< en > 20mm). In de overige (meng)monsters (GRN M312.1, bovengrond, zand, brokken baksteen, GRN MM302 en 303 bovengrond klei midden en zuid, GRN MM306 ondergrond klei zuid, GRN MM307 onder‐ grond veen) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Het grondwater uit alle peilbuizen bevat licht verhoogde concentraties barium.
Deze concentra‐ ties barium zijn van nature verhoogd aanwezig. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt bijna alle grond in de bodemkwaliteits‐ klasse AW (overal toepasbaar). Alleen de bovengrond ter plaatse van het dammetje valt, op basis van het gemeten gehaltes minerale olie, in de bodemkwaliteitsklasse Industrie.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
23
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
4
Buro Ontwerp & Omgeving
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
4.1 Samenvatting In opdracht van GMB Onroerend Goed B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een verkennend (water) bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van een deel van het toekomstige bedrijventerrein Bonegraaf Oost te Dodewaard (gemeente Ne‐ der‐Betuwe). De aanleiding tot de uitvoering van de werkzaamheden is de voorgenomen uitbreiding van indu‐ strieterrein Bonegraaf in oostelijke richting. Het te ontwikkelen gebied bestaat uit 3 delen, te weten: 1. Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel; 2. Deelgebied 2, bosperceel; 3. Deelgebied 3, agrarisch perceel ten oosten van het bosperceel; Onderhavig onderzoek heeft zich gericht op het volgende deelgebied: Deelgebied 1, agrarisch perceel ten westen van het bosperceel, gemeente Dodewaard, sectie D, nrs. 2169, 21870, 1669, 1932, 1931 en 1410. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het verkennend onderzoek asbest in bodem ter plaatse van de dammetjes is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2: 2017 (Bodem‐ Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond).
Agrarisch perceel west (deelgebied 1) Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld ter plaatse van de dam conform de NEN‐5707 ge‐ inspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Het overige maaiveld is indica‐ tief geïnspecteerd. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ter plaatse van de dam zijn twee inspectiegaten gegraven, waarbij het uitkomende materiaal (per inspectiegat) is gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Hierbij is in de bodemlaag van 0 tot 0,5 m‐mv van gat 334 een stukje as‐ bestverdacht materiaal waargenomen. In de overige grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Bonegraaf Oost te Dodewaard, deelgebied 1
24
3449.01
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond ter plaatse van het weiland plaatselijk baksteen (brokken en sporen) bevat. Ook zijn in de boven‐ grond van twee gaten ter plaatse van het dammetje brokken baksteen en brokken puin waarge‐ nomen in de bovengrond. Verder zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen dui‐ den op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt dat de klei uit de zintuiglijk schone bovengrond van het noordelijk terreindeel licht verhoogde gehalten cadmium, kobalt en nikkel bevat. De klei uit de ondergrond van het noordelijk terreindeel bevat een licht verhoogd gehalte nikkel. In de klei met sporen bak‐ steen zijn licht verhoogd gehalten cadmium gemeten. Ter plaatse van het dammetje is in de klei met brokken baksteen, brokken puin en plaatselijk asbesthoudend materiaal is een licht verhoogd gehalte minerale olie gemeten. Het asbestver‐ dachte plaatmateriaal bevat 10‐15% chrysotiel asbest en is hechtgebonden. In totaal is, gecorri‐ geerd op basis van de puinbijmengingen, in de bovengrond van gat 333 circa 62 mg/kg ds gewo‐ gen aan asbest aanwezig (< 20 mm). In gat 334 is in totaal circa 71 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig (< en > 20mm). De gehalten bevinden zich boven de norm voor nader onderzoek uit de NEN‐5707.