Bijlage 6 - Onderzoek luchtkwaliteit
Tekst van het document
Onderzoek luchtkwaliteit
Randweg Opheusden
Gemeente Neder-Betuwe
Datum: 20-9-2021 Projectnummer: 200462 Versie: 1.1
SAB
2
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Ligging plangebied Doel van het onderzoek
3 3 4
2
Wettelijk kader
5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Wettelijk kader Immissie-eisen Wet milieubeheer Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL) Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Besluit gevoelige bestemmingen
5 5 6 7 8
3
Opzet luchtkwaliteitstoets
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Algemeen Bronnen Achtergrondconcentraties Zeezoutcorrecties Terreinruwheid Immissiepunten Terminologie
9 9 9 9 10 10 12
4
Berekening luchtkwaliteit
13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Monitoringstool Verkeer Rekenpunten Resultaten Conclusie
13 13 14 15 15
Bijlage 1 resultaten Randweg Bijlage 2 overzichtstekening rekenpunten
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In de gemeente Neder-Betuwe bestaat het voornemen een randweg te realiseren tussen Kesteren en de zuidwestelijke zijde van Opheusden ten einde het doorgaande verkeer in Opheusden te verminderen. Om aanleg van de weg mogelijk te maken is een herziening van het vigerende bestemmingsplan vereist. Om de haalbaarheid van deze bestemmingsplanwijziging aan te tonen dient onder meer getoetst te worden aan luchtkwaliteit. Onderhavig rapport is een uitwerking van dit onderzoek naar luchtkwaliteit.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich in de provincie Gelderland, in de gemeente NederBetuwe. Het plangebied is langgerekt en ligt in het landelijk gebied tussen de kernen Opheusden en Kesteren. De westzijde van het plangebied bevindt zich nabij het bedrijventerrein ’t Panhuis bij Kesteren en de oostzijde ligt ten zuiden van de kern van Opheusden nabij de Dodewaardsestraat. Het westelijk deel van het plangebied loopt evenwijdig aan een bestaande spoorlijn. Het oostelijk deel van het plangebied, nabij Opheusden, buigt af naar het zuiden en loopt dan door landelijk gebied nabij de A15 en de Betuwelijn. Onderstaande afbeeldingen geven de globale ligging van het plangebied weer.
Figuur 1
Topografische kaart met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd).Bron: PDOK Bewerking: SAB.
3
Figuur 2
1.3
Stedenbouwkundig ontwerp
Doel van het onderzoek Binnen het bestaande bestemmingsplan is de aanleg van een weg niet mogelijk. Om de realisatie planologisch mogelijk te maken wordt daarom het bestaande bestemmingsplan herzien. Bij een verandering aan het wegennetwerk dient toetsing plaats te vinden aan hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. In het geval van de realisatie van een nieuwe weg wordt een mogelijke verslechtering van de luchtkwaliteit veroorzaakt door de mogelijke toename van verkeersbewegingen over de weg en de hierop aansluitende verkeersaders. Alle relevante bronnen die aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied zijn in de berekening, dan wel in de achtergrondconcentratie meegenomen. De luchtkwaliteit wordt bepaald door de emissiebijdrage van de transportbewegingen en de lokale achtergrondconcentraties. Voor de bijdrage van het verkeer aan de luchtkwaliteit zijn de emissies van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) bepalend. Middels voorliggende rapportage wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek.
4
2
Wettelijk kader
2.1
Wettelijk kader Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit vormt met ingang van 15 november 2007 de Wet milieubeheer de basis voor besluitvorming in het kader van onder andere de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Op basis van de Wet milieubeheer gelden milieukwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn middels grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigende componenten zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, lood, koolmonoxide, benzeen en zwevende deeltjes (PM10). De grenswaarden gelden overal in de buitenlucht. De grenswaarden gelden niet op arbeidsplaatsen als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Bij wijziging van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 met ingang van 19 december 2008 gelden de grenswaarden ook niet meer op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor het publiek en waar geen vaste bewoning is, evenals op de rijbaan van wegen of voor voetgangers niet toegankelijke middenbermen (toepasbaarheidsbeginsel). In het licht van een goede ruimtelijke ordening kan voor wat betreft luchtkwaliteit verder worden gekeken dan de juridische verplichtingen op basis van de Wet milieubeheer. De handreiking bij de Wet milieubeheer geeft bijvoorbeeld aan dat het “Besluit gevoelige bestemmingen” nadere regels stelt die verplicht nageleefd moeten worden en geen vervanging is van het principe 'goede ruimtelijke ordening'.
Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zal afgewogen moeten worden of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het project zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
2.2
Immissie-eisen Wet milieubeheer Algemene eisen De eisen waaraan de luchtkwaliteit moet voldoen, zijn opgenomen in hoofdstuk 5.2 (“luchtkwaliteitseisen”) van de Wet milieubeheer. Hierin is opgenomen dat een project doorgang kan vinden indien aan minimaal één van de volgende eisen wordt voldaan: Het project resulteert niet in een overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Saldering moet plaatsvinden in een gebied dat een functionele of geografische relatie heeft met het plangebied. Het gaat daarbij ook om plannen die de luchtkwaliteit ter plekke iets kunnen verslechteren, maar in een groter gebied per saldo verbeteren. Meer informatie over projectsaldering is te vinden in de Handreiking ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Het project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is sinds 1 augustus 2009 in werking. In het NSL is het begrip NIBM gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit)’ zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die be5
trekking hebben op het begrip NIBM. Een project past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen.
De onder de eerste bullit genoemde grenswaarden in de Wet milieubeheer geven een niveau van de buitenluchtkwaliteit dat op een aangegeven tijdstip moet zijn bereikt. Te beschouwen stoffen Conform de Wet milieubeheer dient rekening te worden gehouden met de emissies van: zwaveldioxide; stikstofdioxide; stikstofoxiden; fijn stof; lood; koolmonoxide; benzeen; ozon; arseen; cadmium; nikkel; en benzo(a)pyreen. De achtergrondconcentraties in Nederland van zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen, ozon, arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen zijn dusdanig laag dat geen overschrijding van de luchtkwaliteit voor deze stoffen is te verwachten. De concentraties van stikstofdioxide en (zeer)fijn stof zijn in Nederland het meest kritisch. Als zodanig worden deze stoffen beschouwd. De grenswaarden voor de luchtkwaliteiteisen voor PM10, PM2,5 en NO2 zoals opgenomen in de Wet milieubeheer zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1.
Grenswaarden fijnstof en stikstofdioxide
Component
Grenswaarden
Norm
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde
40 µg/m
24-Uurgemiddelde
50 µg/m
3 3
(jaarlijks maximaal 35 overschrijdingen) Zeer fijn stof (PM2,5)
Jaargemiddelde
25 µg/m3
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde
40 µg/m
Uurgemiddelde
200 µg/m
3 3
(jaarlijks maximaal 18 overschrijdingen)
2.3
Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL) Omdat Nederland niet op tijd aan de Europese luchtkwaliteitsnormen kan voldoen is een nationaal programma opgesteld. Met ingang van 1 augustus 2009 is het “Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit” (NSL) van kracht. Het NSL was van
6
1
kracht voor 5 jaar, van 2009 tot 2014. Bij Besluit is het NSL verlengd tot 31 december 2016. In dit NSL zijn alle ‘grote’ projecten en te nemen maatregelen opgenomen die een significante invloed hebben op de luchtkwaliteit. Alle ontwikkelingen die buiten de omvang van het NSL vallen, hoeven niet meer individueel getoetst te worden aan de normering voor luchtkwaliteit. Dit houdt in dat voor 95% van de bouwprojecten geen beoordeling op het gebied van luchtkwaliteit meer hoeft te worden opgenomen in ruimtelijke onderbouwingen. Hiertoe is het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de hierbij horende Regeling vastgesteld (zie paragraaf 2.4). De grotere projecten, de zogenaamde IB of IBM (In Betekenende Mate) projecten, zijn de voornaamste bronnen van verslechtering van luchtkwaliteit. Hier tegenover worden verscheidene maatregelen op Rijks, Provinciaal en Gemeentelijk niveau vastgesteld. Op deze wijze wordt een balans opgesteld tussen projecten met slechte invloed aan de ene zijde, en maatregelen met positieve invloed aan de andere zijde. Hierbij wordt jaarlijks door middel van een Monitoringsrapportage in de gaten gehouden dat de positieve zijde groter is dan de negatieve zijde en worden de plannen zo nodig bijgesteld om het beoogde effect te behalen. Nederland heeft door dit programma uitstel gekregen van Europa om aan de immissie-eisen te voldoen.
Nederland moet sinds juni 2011 aan de norm voor fijn stof (PM10) voldoen en op 1 januari 2015 aan de norm voor stikstofdioxide (NO2). De aanleg van de Randweg is niet opgenomen als één van de projecten uit het NSL.
2.4
Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Op basis van artikel 5.16, eerste lid, onder c van de Wet milieubeheer is het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” van kracht. In dit besluit wordt geregeld welke nieuwe ontwikkelingen van een dermate beperkte omvang zijn dat de invloed van deze plannen op de lokale luchtkwaliteit niet meer individueel getoetst hoeft te worden. Als norm is hierbij aangehouden dat plannen waarvan de invloed op de lokale luchtkwaliteit minder is dan 3% van de grenswaarde voor PM10 en NO2 als niet significant worden aangemerkt. Dergelijke plannen worden niet relevant geacht voor de lokale luchtkwaliteit. Op basis van artikel 4 van het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” is een ministeriële regeling van kracht geworden (“Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”). In deze regeling worden een aantal ontwikkelingen genoemd die in elk geval als “niet in betekenende mate” kunnen worden aangemerkt. Voor de in de regeling benoemde ontwikkelingen hoeft ten behoeve van een planrealisatie van bijvoorbeeld woningen geen luchtkwaliteitberekening meer te hoeven worden uitgevoerd. De realisatie van een weg komt niet overeen met een van de aangewezen projecten in de Regeling en is dus niet zonder meer “niet in betekenende mate”. Dit betekent dat
1
Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 3 juni 2014, nr. IENM/BSK2014/117255 tot wijziging van de periode waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit betrekking heeft (besluit verlenging NSL) 7
ten behoeve van de planvorming alsnog een toetsing aan de wettelijke luchtkwaliteitscriteria dient plaats te vinden. Deze toetsing kan op twee manieren plaatsvinden. Er dient aangetoond te worden dat na realisatie van het plan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer gerespecteerd worden of er dient inzichtelijk gemaakt worden dat de bijdrage aan de verontreiniging van de lokale luchtkwaliteit minder dan 3% van de grenswaarde bedraagt.
2.5
Besluit gevoelige bestemmingen Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Onderzoekzones Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De zones worden vanaf de rand van de weg gemeten. Ze zijn aan weerszijde 300 meter breed bij rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. Op zo'n plek mag bijvoorbeeld een school zich niet vestigen. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen mag het totale aantal blootgestelden eenmalig maximaal 10% toenemen. Er is steeds een koppeling met de grenswaarden voor PM10 en NO2. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Wel moet de gemeente in die situaties de locatiekeuze goed motiveren; dat gebeurt in de context van de goede ruimtelijke ordening.
Gevoelige bestemmingen De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat daarbij om functies waar minderjarige kinderen verblijven of functies waar kwetsbare groepen langdurig verblijven bijvoorbeeld omdat ze wonen zoals in een verzorgingshuis of verpleeghuis. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord. Maar om alle vergelijkbare functies. Daarbij maakt het niet uit of de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten staat. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.
8
3 3.1
Opzet luchtkwaliteitstoets Algemeen Hoe een luchtkwaliteittoets dient te worden uitgevoerd is uitgewerkt in de Handreiking 2 Meten en rekenen luchtkwaliteit en de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl) met bijbehorende wijzigingen. De werkwijze in dit rapport sluit dan ook aan bij deze beide documenten. Enkele belangrijke aspecten voor de luchtkwaliteittoets worden in navolgende paragrafen besproken.
3.2
Bronnen Allereerst wordt een inventarisatie gemaakt van de voor luchtkwaliteit relevante bronnen binnen het plan. Niet alleen de bronnen binnen het plan kunnen van belang zijn bij berekening en toetsing van de immissieconcentraties, ook bronnen buiten het plan dienen beschouwd te worden. Wanneer in de directe omgeving ook bronnen gelegen zijn, die (nog) niet in de achtergrondconcentraties zijn meegenomen (bijvoorbeeld nog niet gerealiseerde ontwikkelingen), dienen ook deze bronnen bij de berekeningen te worden betrokken.
3.3
Achtergrondconcentraties Bij de toetsing aan de Wet milieubeheer dient rekening te worden gehouden met de in het onderzochte gebied aanwezige achtergrondconcentraties. In onderhavig onderzoek is gebruik gemaakt van de achtergrondconcentraties zoals die in opdracht van 3 de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu door het RIVM worden aangeleverd .
3.4
Zeezoutcorrecties Concentraties die zich van nature in de buitenlucht bevinden en die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens, worden bij het beoordelen van de luchtkwaliteit voor zwevende deeltjes (PM10) buiten beschouwing gelaten. In bijlage 5 van de Rbl wordt hieraan concreet invulling gegeven voor wat betreft het in de achtergrondconcentraties aanwezige zeezout. Per locatie in Nederland wordt aangegeven met welke getalswaarde de achtergrondconcentratie mag worden gecorrigeerd. Voor de onderhavige locatie (gemeente Neder-Betuwe) zijn dit de volgende waarden: 3 jaargemiddeld: aftrek van 2 µg/m (gemeente Neder-Betuwe), 24-uurgemiddeld: aftrek van 2 overschrijdingsdagen (gemeenten in Gelderland).
2
“Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007”, Ministerie van VROM, nr. LMV 2007.109578
3
“Kennisgeving inzake generieke gegevens”, Staatscourant 13 maart 2015, nr.6883 9
3.5
Terreinruwheid De terreinruwheid, symbool z0 [m], is een effectieve maat voor de hoeveelheid en hoogte van obstakels ten opzichte van de grond. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer: een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind aan de grond, waardoor een zekere mate van (mechanische) turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Andere benamingen voor ruwheidslengte zijn ruwheid, terreinruwheid, ruwheidshoogte en oppervlakteruwheid. De terreinruwheid z0 [m] is ontleend aan de ruwheidskaart zoals deze beschikbaar is gesteld in de PreSRM-tool. De ruwheid wordt automatisch door het gehanteerde rekenprogramma bepaald.
3.6
Immissiepunten Toetsing van de grenswaarden vindt plaats vanaf de inrichtings/-plangrenzen, waardoor de immissiepunten worden bepaald vanaf de grens van het terrein. De totale immissieconcentratie op de immissiepunten wordt berekend door de lokale bijdrage van de verschillende bronnen ten gevolge van de inrichting, de heersende achtergrondconcentratie en de lokale bijdrage door eventueel nabijgelegen bronnen op te tellen. 4
In artikel 5.19 Wm is uitwerking gegeven aan de Europese Richtlijn luchtkwaliteit , waarin onder andere is uitgewerkt op welke locaties buiten de inrichting de luchtkwaliteit dient te worden beoordeeld. Daarbij geldt: geen beoordeling van de luchtkwaliteit op plaatsen waar het publiek geen toegang heeft en waar geen bewoning is; geen beoordeling van de luchtkwaliteit op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen (hier gelden de Arbo regels). Dit omvat mede de (eigen) bedrijfswoning. Uitzondering: publiek toegankelijke plaatsen; deze worden wel beoordeeld (hierbij speelt het zogenaamde blootstellingcriterium een rol); geen beoordeling van de luchtkwaliteit op de rijbaan en middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang hebben tot de middenberm. Voor het bepalen van de rekenpunten dient rekening gehouden te worden met het ‘blootstellingcriterium’. Dit criterium houdt in dat de luchtkwaliteit alleen wordt beoordeeld op plaatsen waar een significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Het gaat dan om een blootstellingperiode, die in vergelijking met de middelingtijd van de grenswaarde (jaar, etmaal, uur) significant is. In onderstaande tabel is de uitwerking overgenomen van dit blootstellingcriterium.
4
Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa 10
Tabel 2. overzicht uitwerking blootstellingcriterium Middelingtijd
Jaar
op de volgende locaties dient te
op de volgende locaties dient over
worden getoetst aan de grens-
het algemeen niet te worden ge-
waarden
toetst aan de grenswaarden
alle locaties waar leden van het
alle trottoirs (in tegenstelling tot lo-
publiek regelmatig kunnen worden
caties bij de gevel) en elke andere
blootgesteld
locatie waar blootstelling van het
bij de gevel van woningen en andere gebouwen bestemd voor wonen, scholen, ziekenhuizen, bibliotheken, etc.
publiek naar verwachting van korte duur is bij de gevel van gebouwen van inrichtingen waar Arbo voorzieningen van toepassing zijn en waar leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben
24 uur (etmaal)
alle locaties, als voorgaand, alsmede
trottoirs (in tegenstelling tot locaties bij de gevel) en elke andere
tuinen bij woningen en andere ge-
locatie waar blootstelling van het
bouwen bestemd voor wonen
publiek naar verwachting van korte duur is
Uur
alle locaties, als voorgaand, alsmede
trottoirs waar het publiek naar mag worden aangenomen geen regulie-
trottoirs (bijvoorbeeld in drukke winkelstraten)
re toegang heeft, zoals de middenberm van wegen
die gedeelten van parkeerterreinen, stations voor openbaar vervoer e.d. dieniet volledig zijn afgesloten en waar de wind vrije toegang heeft en waar het publiek naar redelijke verwachting een uur of langer verblijft elke in de buitenlucht gelegen locatie waar het publiek naar redelijke verwachting een uur of langer verblijft
In de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 wordt voorgeschreven dat de luchtkwaliteit op plaatsen langs wegen representatief moet zijn berekend voor een wegsegment van tenminste 100 meter. Daarnaast schrijft de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 voor dat de concentraties van NO2 en PM10 op een maximale afstand van 10 m vanaf de rand van de weg berekend moeten worden. De concentraties van de emissies veroorzaakt door het verkeer zijn direct aan de bron het hoogst. Door de diffuse verspreiding van de emissies nemen de concentraties verder af naarmate de afstand tot de bron groter wordt.
11
3.7
Terminologie Immissie van stikstofdioxide wordt veroorzaakt door emissies van zowel stikstofmonoxide (NO) als stikstofdioxide (NO2), samen stikstofoxiden (NO x) genoemd. In de atmosfeer vinden chemische reacties plaats waardoor een deel van het NO wordt omgezet in NO2. Op emissieniveau zal daarom van stikstofoxiden worden gesproken, op immissieniveau van stikstofdioxide. Zwevende deeltjes (PM10) zijn gedefinieerd als in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aerodynamische diameter van 10 µm. Een andere benaming hiervoor is ‘fijn stof’. Zwevende deeltjes (PM2,5) betreffen een deel van de PM10 fractie. Stofdeeltjes PM2,5 hebben een aerodynamische diameter van 2,5 µm. Stofdeeltjes PM2,5 worden eveneens aangeduid als ‘fijn stof’.
12
4 4.1
Berekening luchtkwaliteit Monitoringstool Het uitgangspunt van het (NSL) is dat overal tijdig de grenswaarden worden gehaald. Dit uitgangspunt is nodig om het NSL te kunnen gebruiken als onderbouwing van projecten. Het monitoren van de luchtkwaliteit is een wezenlijk onderdeel van het NSL en essentieel voor het bereiken van de doelstellingen. De monitoringstool is gebouwd om de ontwikkeling in luchtkwaliteit te kunnen volgen. Het is enerzijds een administratief hulpmiddel waarmee de overheden zichtbaar maken wat de voortgang is van de uitvoering van de IBM-projecten en de maatregelen. Ze doen dit met de voortgangsformulieren. De monitoringstool is ook een rekeninstrument dat de luchtkwaliteit in Nederland berekent. De resultaten leveren een belangrijke bijdrage in de jaarlijkse monitoring en rapportage van de luchtkwaliteit. De monitoringstool berekent de concentraties van het gepasseerd jaar 2020 en het toekomstige jaar 2030. Deze informatie vormt samen met de gegevens uit het meetnet, de toetsing of de prognoses een correcte voorspelling hebben gegeven van de luchtkwaliteit. Het jaar 2030 geeft een doorkijk naar de toekomst en stellen zeker dat de verkregen verbeteringen ook behouden blijven. De wegvakken en de toetspunten zijn geëxporteerd via de exportselectie.
4.2
Verkeer De gegevens van de Randweg zijn in dit onderzoek opgesplitst in een zestal wegvakken. Deze zijn in onderstaande figuur weergeven. In tabel 3 zijn de wegvakken en haar gegevens weergegeven.
Figuur 3
Randweg opgedeeld in wegvakken
13
Tabel 3
Wegvakken en gegevens
Weg(vak)
Etmaalintensiteit
Wegverharding
Snelheid
Dichtasfaltbeton
60 km/uur
Dichtasfaltbeton
60 km/uur
Dichtasfaltbeton
50 km/uur
Dichtasfaltbeton
50 km/uur
Dichtasfaltbeton
50 km/uur
Dichtasfaltbeton
30 km/uur
2030 [mvt/etm]
5429 licht 1
626 middelzwaar 211 zwaar 5199 licht
2
604 middelzwaar 161 zwaar 3611 licht
3
329 middelzwaar 116 zwaar 2755 licht
4
300 middelzwaar 84 zwaar 2742 licht
5
292 middelzwaar 81 zwaar
6 (aftakking richting sportvelden)
4.3
3290 licht 194 middelzwaar 58 zwaar
Rekenpunten In de directe omgeving zijn geen rekenpunten gelegen. Derhalve zijn punten gegenereerd. In figuur 4 zijn de rekenpunten die ontleend zijn aan het NSL-monitoringstool.
Figuur 4. Ligging rekenpunten NSL-monitoringstool
In figuur 5 zijn de wegvakken en de rekenpunten welke in tabel 7 zijn opgenomen weergegeven.
14
Figuur 5
4.4
Ligging bestemmingsplan (blauw) wegvakken (rood) en rekenpunten (uit tabel 7)
Resultaten In tabel 4 zijn de resultaten ten gevolge van de Randweg te Opheusden voor de jaren 2021 en 2030. Tabel 4.
Resultaten toekomstige situatie Randweg (in µg/m3 en overschrijdingsdagen) 2030 2021 rekenpunt NO2 PM10 PM10_pd PM2,5 NO2 PM10 PM10_pd PM2,5 17254 9,191 14,961 6,0 8,227 16,839 18,095 6,35 10,781 17270 9,034 14,882 6,0 8,207 17,228 18,069 6,33 10,759 17280 8,574 14,783 6,0 8,178 16,453 17,964 6,29 10,720 17288 8,405 14,747 6,0 8,167 16,218 17,932 6,28 10,709 17290 8,823 14,812 6,0 8,277 16,916 18,013 6,31 10,833 17322 8,855 14,940 6,0 8,217 16,727 18,119 6,36 10,764 3
NO2
concentratie NO2, stikstofdioxide, in µg/m
PM10
concentratie PM10, fijnstof, in µg/m
3
PM10_pd overschrijdingsdagen PM10, fijnstof, in dagen per jaar PM2,5
3
concentratie PM2,5, (ultra) fijnstof, in µg/m
Uit de berekeningen blijkt dat door de Randweg de luchtkwaliteit niet zal leiden tot een overschrijding of de nadering van een overschrijding van de grenswaarden. Het volledige overzicht van alle rekenpunten zijn in bijlage 1 weergegeven.
4.5
Conclusie Door de aanleg van de Randweg zal de luchtkwaliteit niet leiden tot een overschrijding of de nadering van een overschrijding van de grenswaarden.
15
Bijlage 1
Resultaten Randweg
16
wegvak 1
2
3
4 5
rekenpunt 17254 17255 17256 17257 17258 17259 17260 17261 17262 17263 17264 17265 17266 17267 17268 17269 17270 17271 17272 17273 17274 17275 17276 17277 17278 17279 17280 17281 17282 17283 17284 17285 17286 17287 17288 17289 17290 17291 17292 17293 17294 17295 17296 17297 17298 17299 17300 17301 17302 17303 17304 17305 17306 17307 17308 17309 17310 17311 17312 17313 17314 17315 17316 17317 17318 17319 17320 17321
2030 NO2 9,191 9,191 9,193 9,193 9,181 9,181 9,180 9,180 9,177 9,177 9,186 9,186 9,180 9,180 9,169 9,169 9,034 9,034 9,034 9,034 9,032 9,032 8,993 8,993 8,992 8,992 8,574 8,574 8,575 8,575 8,574 8,574 8,596 8,596 8,405 8,882 8,823 8,823 8,803 8,803 8,860 8,860 8,853 8,853 8,864 8,864 8,763 8,763 8,606 8,606 8,554 8,554 8,549 8,561 8,552 8,552 8,551 8,551 8,551 8,551 8,551 8,551 8,552 8,552 8,557 8,557 8,555 8,555
PM10 14,961 14,961 14,962 14,962 14,959 14,959 14,959 14,959 14,958 14,958 14,960 14,960 14,959 14,959 14,957 14,957 14,882 14,882 14,882 14,882 14,882 14,882 15,203 15,203 15,202 15,202 14,783 14,783 14,783 14,783 14,783 14,783 14,788 14,788 14,747 14,824 14,812 14,812 14,808 14,808 14,820 14,820 14,819 14,819 14,821 14,821 14,799 14,799 14,765 14,765 14,754 14,754 14,752 14,755 14,753 14,753 14,753 14,753 14,753 14,753 14,753 14,753 14,753 14,753 14,754 14,754 14,754 14,754
PM10_pd 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0
PM2,5 8,227 8,227 8,228 8,228 8,227 8,227 8,227 8,227 8,227 8,227 8,227 8,227 8,227 8,227 8,226 8,226 8,207 8,207 8,207 8,207 8,207 8,207 8,237 8,237 8,237 8,237 8,178 8,178 8,178 8,178 8,178 8,178 8,179 8,179 8,167 8,280 8,277 8,277 8,275 8,275 8,279 8,279 8,278 8,278 8,279 8,279 8,273 8,273 8,263 8,263 8,259 8,259 8,259 8,260 8,259 8,259 8,259 8,259 8,259 8,259 8,259 8,259 8,259 8,259 8,260 8,260 8,260 8,260
2021 NO2 16,839 16,841 16,902 16,888 16,895 16,879 16,909 16,893 16,919 16,903 16,943 16,926 16,933 16,915 16,917 16,899 17,228 17,189 17,129 17,096 17,060 17,031 16,934 16,907 16,868 16,845 16,453 16,411 16,461 16,418 16,462 16,420 16,447 16,409 16,218 16,811 16,916 16,859 16,998 17,069 17,392 17,303 17,882 17,745 18,676 18,441 19,124 18,785 19,325 18,888 19,441 18,955 19,017 18,629 18,541 18,218 18,281 17,999 18,118 17,861 17,995 17,755 17,831 17,615 17,559 17,381 17,174 17,041
PM10 18,095 18,095 18,102 18,100 18,101 18,099 18,102 18,101 18,103 18,102 18,107 18,105 18,105 18,103 18,103 18,101 18,069 18,065 18,058 18,054 18,050 18,047 18,413 18,410 18,406 18,403 17,964 17,959 17,965 17,960 17,965 17,960 17,964 17,960 17,932 18,004 18,013 18,007 18,021 18,029 18,067 18,057 18,121 18,106 18,211 18,185 18,258 18,219 18,273 18,223 18,284 18,228 18,235 18,192 18,181 18,145 18,152 18,120 18,134 18,105 18,120 18,093 18,102 18,078 18,072 18,052 18,030 18,015
PM10_pd 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,35 6,33 6,33 6,33 6,33 6,33 6,33 6,50 6,49 6,49 6,49 6,29 6,29 6,29 6,29 6,29 6,29 6,29 6,29 6,28 6,31 6,31 6,31 6,31 6,32 6,33 6,33 6,36 6,35 6,40 6,39 6,42 6,40 6,43 6,40 6,43 6,41 6,41 6,39 6,38 6,37 6,37 6,36 6,36 6,35 6,36 6,35 6,35 6,34 6,34 6,33 6,32 6,31
PM2,5 10,781 10,781 10,783 10,783 10,783 10,782 10,784 10,783 10,784 10,783 10,785 10,784 10,785 10,784 10,784 10,783 10,759 10,757 10,755 10,753 10,752 10,750 10,803 10,802 10,800 10,799 10,720 10,719 10,721 10,719 10,721 10,719 10,720 10,719 10,709 10,829 10,833 10,831 10,836 10,839 10,853 10,849 10,873 10,867 10,906 10,896 10,924 10,909 10,930 10,911 10,934 10,913 10,916 10,900 10,896 10,882 10,885 10,873 10,878 10,868 10,873 10,863 10,867 10,858 10,855 10,848 10,840 10,834
6
17322 17323 17324 17325 17326 17327 17328 17329 17330 17331 17332 17333
8,855 8,855 8,875 8,875 8,803 8,803 8,802 8,802 8,802 8,802 9,178 9,178
14,940 14,940 14,906 14,906 14,884 14,884 14,884 14,884 14,884 14,884 14,999 14,999
6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0
8,217 8,217 8,299 8,299 8,293 8,293 8,293 8,293 8,293 8,293 8,324 8,324
16,727 16,692 16,469 16,436 16,294 16,263 16,184 16,158 16,099 16,077 16,711 16,690
18,119 18,115 18,064 18,060 18,034 18,031 18,022 18,019 18,013 18,011 18,134 18,132
6,36 6,35 6,33 6,33 6,32 6,32 6,32 6,31 6,31 6,31 6,36 6,36
10,764 10,762 10,840 10,839 10,830 10,829 10,826 10,825 10,822 10,821 10,862 10,861
Bijlage 2
Overzichtstekening rekenpunten
17