CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Bijlage bij de toelichting - Quickscan natuurtoets

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Hoek Dalwagenseweg en Tolsestraat, Opheusden’6.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurtoets

Herontwikkeling Dalwagenseweg - Tolsestraat Opheusden

Dhr. van Zetten

Projectnummer: 3666.01 Datum: 28-03-2022

Quickscan natuurtoets Herontwikkeling Dalwagenseweg - Tolsestraat Opheusden

Opdrachtgever:

Dhr. van Zetten

Projectnummer:

3666.01

Datum:

28-03-2022

Projectleider en rapporteur:

Jur Metselaar

Autorisatie:

Jesse van Dijk

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING .............................................................................................................................................. 3

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 5 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5

3

WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6

4

BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8

5

RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 10 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 17

6

CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 18 6.1 Conclusies gebieds- en soortbescherming ............................................................................ 18 6.2 Nader onderzoek ................................................................................................................... 19

7

LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 21 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 21 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 22 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 22

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

2

3666.01

Quickscan natuurtoets

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van dhr. van Zetten is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd op de hoek van de Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden. Het betreft in de huidige situatie de bebouwing van een vrijstaande woning, twee schuren, een bijgebouw, een kleine overkapping, een parkeerplaats en de bijbehorende tuingrond. De ontwikkeling voorziet in de verwijdering van de parkeerplaats, de sloop van twee schuren en de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek.

In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

3

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied ligt in het zuidoosten van de kern van Opheusden op de hoek van de Dalwagenseweg en de Tolsestraat. De locatie betreft een vrijstaande woning, twee schuren, een bijgebouw, een kleine overkapping, een parkeerplaats en de bijbehorende tuingrond. De omgeving van het projectgebied bestaat uit een woonmilieu met enkele kleine bedrijven en een benzinestation. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1. Luchtfoto van het projectgebied op de hoek van de Dalwagenseweg en de Tolsestraat (rood kader).

De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied opnieuw in te richten en daarbij de parkeerplaats te laten verdwijnen en drie woningen mogelijk te maken, waarvan één woning reeds bestaand is. De twee grootste schuren zullen gesloopt moeten worden zodat twee nieuwe vrijstaande woningen gebouwd kunnen worden.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

4

3666.01

Quickscan natuurtoets

2.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Algemene constateringen Het projectgebied bestaat uit een verharde parkeerplaats en een met grind, kale grond en gras bedekte tuin rondom de al bestaande woning. In de tuin wordt kleinschalig groente verbouwd. Verder is het terrein omring door een lage haagbeukenhaag en zijn er een aantal tuinsoorten aangeplant. Er bevinden zich geen aquatische elementen of bebouwing op het terrein. Figuur 2 geeft een sfeerimpressie van het projectgebied.

Figuur 2. Percelen met kale grond langs de oprijlaann van de bestaande woning (linksboven), zuidoostelijk tuingedeelte met gras en overkapping (rechtsboven), de grote schuur die centraal naast de parkeerplaats staat (linksonder), de kleine schuur aan de oostelijke rand van het projectgebied (rechtsonder).

2.3

Geplande werkzaamheden Het plan voorziet in de sloop van twee schuren en de bouw van twee vrijstaande woningen. De bestaande woning, bijgebouw, kleine overkapping en omringende tuingedeeltes blijven in de huidige staat.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

5

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

3

WERKWIJZE

3.1

Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).

3.2

Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 18 maart 2022 en vond plaats van 10:00 tot 10:40. Tijdens het veldbezoek was het zonnig, stond er een zwakke wind (W1) en was het circa 10 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde plant- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.

3.3

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

6

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

4

BELEIDSKADER

4.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.

4.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.

Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022).

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

7

3666.01

Quickscan natuurtoets

4.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodspalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.

4.4

Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan twintig bomen als houtopstand gerekend. Er zijn een aantal uitzonderingen op de meld- en herbeplantingsplicht (Wnb §4.1).

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

8

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

5

RESULTATEN

5.1

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied betreft de ‘Rijntakken’ dat op een afstand van circa 770 meter ten noorden van het projectgebied ligt. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand zijn de Veluwe (ca. 5,2 km) en Binnenveld (ca. 8,8 km). Op de navolgende kaart is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden weergegeven.

Figuur 3. Ligging projectgebied (rode stip met pijl) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (groen gearceerde vlakken).

Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat drie Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van deze Natura 2000-gebieden. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft echter geen betrekking op de gebruiksfase. Aangezien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen vindt er in de gebruiksfase een toename van stikstofemissie plaats. Om de effecten van de stikstofuitstoot op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken wordt geadviseerd om een AERIUSberekening uit te laten voeren.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

9

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 770 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 745 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO) (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Figuur 4. Ligging projectgebied (rode stip met pijl) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Houtopstanden De bomen in het projectgebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Het projectgebied valt namelijk binnen de begrenzing van de bebouwde kom. Indien het noodzakelijk is om bomen te kappen moet echter rekening worden gehouden met een gemeentelijke kapvergunning. 5.2

Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en watervleermuis voorkomen. Alle vleermuissoorten zijn op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb).

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

10

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Ook zijn er soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. De schuren werden geïnspecteerd op de aanwezigheid van openingen, nissen en spleetvormige ruimtes. De oostelijke schuur heeft een enkellaagse muren en blikken pannen als dakbedekking. Geen van deze elementen voorziet gebouwbewonende vleermuizen in een verblijfplaats. Daarnaast zijn er geen spleten en kieren waar vleermuizen in kunnen kruipen. De centrale schuur is wel geschikt voor vleermuizen. Dit gebouw heeft ruimte onder de nokvorst die bereikbaar is voor vleermuizen. Via deze weg zou eveneens de ruimte tussen de dakbedekking aan de binnenkant en golfplaten aan de buitenkant van de schuur bereikbaar kunnen zijn. Negatieve effecten of gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom niet uitgesloten worden. De aanwezige bomen hebben geen holen of andere openingen en zijn daarom niet geschikt als verblijfplaats voor boombewonende soorten. Negatieve effecten op boombewonende vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten.

Figuur 5: Openingen bij de nokvorst aan de oostelijk zijde van de centrale schuur.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

11

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Met de bouw van twee nieuwe woningen worden echter geen kwetsbare verbindingen aangetast. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen zijn daarom uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken, bosranden en houtwallen), maar ook in bosgebieden, open plekken in bossen of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Met de bouw van twee nieuwe woningen gaan echter geen essentiële foerageergebieden verloren. De woningen wordt namelijk gebouwd op de verharde grond van de parkeerplaats. Hierdoor kunnen negatieve effecten op essentiële foerageergebieden van vleermuizen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Verschillende algemene grondgebonden zoogdieren, zoals de egel en de huismuis, kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied.

Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren (nog) in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de bever, das, boommarter, bunzing, hermelijn, wezel, wild zwijn en eekhoorn in de omgeving van het projectgebied voorkomen. Al deze soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). Negatieve effecten op de bever, das, boommarter en wild zwijn kunnen op voorhand worden uitgesloten gezien de ligging van het projectgebied binnen de bebouwde kom. De bunzing, hermelijn en wezel zijn kleine marterachtigen die in kleinschalige cultuurlandschappen voorkomen (Bouwens, 2017). Alle kleine marters zoeken graag dekking in houtwallen, houtstapels of heggen. Ze nestelen vaak in holen van andere diersoorten. Zo wordt de bunzing vaak aangetroffen in de holen van konijnen, mollen, vossen en dassen, maar bijvoorbeeld ook andere beschutte ruimtes zoals onder boomwortels of takkenrillen.

De hermelijn nestelt meestal in de holen van mollen en konijnen en de wezel vooral in holen van muizen, ratten en konijnen (Veldman & Troost, 2019). Zowel de rust- en verblijfplaatsen als de functionele leefomgeving van de kleine marters zijn beschermd. In het projectgebied zijn geen holen van zoogdieren aangetroffen en er zijn geen bosschages of ander vormen van vegetatieve dekking die geschikt zijn als rust- en verblijfplaats. Negatieve effecten op de bunzing, hermelijn en wezel kunnen daarom worden uitgesloten.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

12

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Eekhoorns bouwen bolvormige nesten in bomen. Deze hebben een doorsnede van 30 tot 50 cm en zijn vooral ‘s winters goed waarneembaar. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden aan de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2022). In het projectgebied werden geen boomholtes, nestkasten en potentiële nesten aangetroffen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de eekhoorn worden uitgesloten. Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Tijdens de quickscan werd van deze soorten de winterkoning waargenomen. Conform de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb) is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van in het wild levende vogelsoorten te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze vogels weg te nemen. Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli (indicatief broedseizoen) loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Dichter bij het indicatieve broedseizoen is de kans op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten groter.

Op het moment dat sprake is van een nest dat in gebruik is, zijn werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of verstoring hiervan verboden. Hierop is geen uitzondering en er is ook geen ontheffing mogelijk. Er wordt daarom geadviseerd om werkzaamheden waarbij nesten in struiken en bomen op de naastgelegen terreinen verstoord kunnen worden, (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen uit te voeren. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Binnen de bebouwde kom van Opheusden kunnen dit de huismus, gierzwaluw, sperwer, steenuil en roek zijn. De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en komt voornamelijk voor in dorpen en steden (BIJ12, 2017b). De huismus is tijdens het veldbezoek waargenomen in het projectgebied en de ruimte onder de nokvorsten van de centrale schuur zou als nestplaats kunnen dienen voor deze soort. Tevens vertoonde waargenomen huismussen nestindicerend gedrag in vorm van het verplaatsen van nestmateriaal naar ruimtes langs het kozijn en onder de dakpannen van het vrijstaande woonhuis. Daarnaast kunnen de haagbeuken- en taxushagen rondom het projectgebied behoren tot het functioneel leefgebied van de huismuis. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen daarom niet worden uitgesloten.

De gierzwaluw is een soort die voorkomt in dorpen en steden waar hij broedt in donkere holtes, spleten en onder dakpannen van gebouwen op minimaal drie meter hoogte (BIJ12, 2017a). Bij de nokvorst en aan de dakranden van de grote schuur werden op de gepaste hoogte spleten waargenomen. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen daarom niet worden uitgesloten. De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte bossen en halfopen landschappen met houtsingels en houtwallen, maar kan ook in tuinen en parken broeden. De bomen waar in wordt gebroed moeten voldoende dekking bieden. Hierdoor worden vaak naaldbomen zoals de fijnspar gebruikt als nestlocatie (Vogelbescherming Nederland, 2022). In het projectgebied zijn echter geen geschikte nestlocaties aanwezig

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

13

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

en in de omliggende bomen werden geen potentiële nesten aangetroffen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de sperwer worden uitgesloten. De steenuil is een soort die voorkomt in kleinschalige cultuurlandschappen. Steenuilen broeden meestal in boomholten, nestkasten of ruimtes in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot. De steenuil is een zeer honkvaste soort die jaarrond gebruikt maakt van het nest (BIJ12, 2017 e). In het projectgebied zijn geen boomholtes of nestkasten aanwezig die door steenuilen kunnen worden gebruikt als rusten nestplaats. Daarnaast werden er geen braakballen of andere sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de steenuil. De schuren zijn niet geschikt als potentiële broedlocatie door dat de beschikbare ruimtes te nauw zijn en hier werden eveneens geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nest- en rustplaatsen van de steenuil kunnen daarom worden uitgesloten. Gezien de ligging in de bebouwde kom en de afwezigheid van elementen als een boomgaard kan het projectgebied geen deel uitmaken van een territorium en daarmee de essentiële functionele leefomgeving van in de omgeving broedende steenuilen. Negatieve effecten op de steenuil kunnen daarom worden uitgesloten. De roek is een koloniebroeder die van oorsprong voorkomt in vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande boomgroepen.

Een groot deel van de Nederlandse populatie broedt tegenwoordig binnen de bebouwde kom. De nesten worden gebouwd in hoog opgaande bomen (BIJ12, 2017c). In het projectgebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig en in de omliggende bomen werden geen potentiële nesten aangetroffen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de roek worden uitgesloten. Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen, zoals de tijdens de quickscan waargenomen koolmees en pimpelmees. Het projectgebied biedt nestgelegenheid voor enkele soorten uit deze categorie. In de directe omgeving zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden waardoor de lokale staat van instandhouding niet in gevaar komt. Er zijn daarom geen ecologisch zwaarwegende redenen om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieën te verwachten in de omgeving van het projectgebied. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming.

Verder geldt wel de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de hazelworm, kamsalamander, heikikker poelkikker en rugstreeppad in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Deze soorten worden op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb).

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

14

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De hazelworm verblijft vaak onder vegetatie en dood hout en komt voornamelijk voor in open bossen, bosranden, heideterreinen, houtwallen en bermen op zand- en lössgronden (RAVON, 2022b). In het projectgebied zijn deze elementen niet aanwezig, waardoor negatieve effecten op de soort kunnen worden uitgesloten. De kamsalamander komt voor in voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde oevervegetatie. Vaak zijn deze gelegen in kleinschalige landschappen met elementen als struweel en houtwallen. In het rivierengebied komt de soort ook voor in strangen, kleiputten en kolken (RAVON, 2022a). Het projectgebied voldoet echter niet aan de eisen die de kamsalamander stelt aan zijn leefomgeving. Negatieve effecten op de soort zijn daarom uitgesloten. De heikikker komt voornamelijk voor in vennen van heidegebieden, hoogvenen, laagvenen, halfnatuurlijke graslanden en moerasbossen. De voortplantingsbiotoop bestaat uit ondiepe, stilstaande wateren met oevervegetatie (RAVON, 2022c). De poelkikker heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden. De soort komt ook voor in de uiterwaarden en in poelen, vennen en watergangen in hoogveengebieden (RAVON, 2022d). Het projectgebied voldoet echter niet aan de eisen die deze soorten stellen aan de leefomgeving en er zijn geen voortplantingsplaatsen aanwezig.

Negatieve effecten op de soorten zijn daarom uitgesloten. De rugstreeppad is een hoofdzakelijk nachtactieve soort die voorkomt in heidevennen, sloten in akker- en graslandgebieden, braakliggende terreinen, zandafgravingen, duinen en uiterwaarden. Voorwaarde is de aanwezigheid van goed vergraafbaar zand of muizenholen waar ze zich overdag schuil kunnen houden (BIJ12, 2017d). Het projectgebied voldoet echter niet aan de eisen die de rugstreeppad stelt aan zijn leefomgeving en er zijn geen voortplantingsplaatsen aanwezig. Er zijn namelijk geen poelen, zandige plekken en muizenholen aanwezig. Negatieve effecten op de soort zijn daarom uitgesloten. Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de strikt beschermde teunisbloempijlstaart, grote weerschijnvlinder en grote vos voorkomen in de omgeving van het projectgebied. Van deze soorten wordt de teunisbloempijlstaart op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en zijn de overige soorten nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). De teunisbloempijlstaart gebruikt vooral de (middelste) teunisbloem als waardplant, maar ook het (harig) wilgenroosje, basterdwederik en grote kattenstaart worden gebruikt om eitjes op af te zetten. De soort komt daarom voor in vochtige bossen, bosranden en warme open plekken (Van Deijk, 2018). De soort overwintert als pop in de strooisellaag (NDFF, 2022).

Gezien het terrein grotendeels verhard en goed onderhouden is, zijn waardplanten van de teunisbloempijlstaart niet aanwezig in het projectgebied. Negatieve effecten op de teunisbloempijlstaart kunnen daarom worden uitgesloten. De grote weerschijnvlinder gebruikt de boswilg en grauwe wilg als waardplant en komt voornamelijk voor rond oude, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of bossen langs beekdalen (De Vlinderstichting, 2022). Het projectgebied vormt geen geschikte voortplantingsbiotoop door het ontbreken van waardplanten. Negatieve effecten op de grote weerschijnvlinder zijn uitgesloten.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

15

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De grote vos is een zeldzame, migrerende vlinder die haar eitjes legt rond de bovenste takken van hoogopgaande bomen. In Nederland voorzien iepen in 96% van de gevallen in de voortplantingsplaatsen van grote vossen. Sommige wilgensoorten, de pruim en de zoete kers vullen de overige 4% op (Nederlands Soortenregister, 2022). Het projectgebied vormt geen geschikte voortplantingsbiotoop door het ontbreken van waardplanten. Negatieve effecten op de grote vos zijn uitgesloten. Overige beschermde diersoorten Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde kevers rondom het projectgebied. Van de strikt beschermde libellen, vissen en weekdieren komen respectievelijk de rivierrombout, grote modderkruiper en platte schijfhoren in de omgeving voor. In het projectgebied zijn echter geen aquatische elementen aanwezig waardoor negatieve effecten op deze soorten zijn uitgesloten. Vaatplanten Op basis van openbare verspreidingsgegevens zijn de strikt beschermde grote leeuwenklauw en stijve wolfsmelk in de omgeving van het projectgebied te verwachten. Deze soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb) (NDFF & FLORON, 2022a&b). Het grootste deel van het projectgebied bestaat uit verharde grond binnen de bebouwde kom en regelmatig onderhouden tuingrond . Negatieve effecten op de deze soorten kunnen daarom worden uitgesloten.

Tijdens de quickscan werden alleen algemene plantensoorten waargenomen in de tuinperken en rondom het projectgebied. Dit waren lavendel, hortensia, kronkelhazelaar, stermagnolia, taxus, haagbeuk en klimop. Voor deze soorten geldt geen ontheffingsplicht.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

16

3666.01

Quickscan natuurtoets

5.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen

Opmerkingen Nader onderzoek nodig

Nee

Mogelijk effect Verstoren en verdwijnen verblijfplaatsen Nee

Nee

Nee

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

Grondgebonden zoogdiersoorten

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Nee

-

Mogelijk

Nee*

-

Vogels

Huismus en gierzwaluw

Mogelijk

Nader onderzoek nodig

Algemene soorten

Mogelijk

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Verstoren en verdwijnen verblijfplaatsen en leefgebied Verstoring nestplaatsen Nee

Mogelijk

Nee*

-

Strikt soorten Strikt soorten Strikt soorten

beschermde

Nee

Nee

-

beschermde

Nee

Nee

-

beschermde

Nee

Nee

-

Reptielen en amfibieën

Vlinders Overige diersoorten Vaatplanten

Soort(en) Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten Foerageergebieden

Aanwezigheid Mogelijk

-

Werken buiten het vogelbroedseizoen -

*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

17

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

6

CONCLUSIE

6.1

Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en de effecten van het project op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten (Wnb). Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 770 meter afstand. Gezien het type werkzaamheden zijn negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten uitgesloten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft geen betrekking op de gebruiksfase. Aangezien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen vindt er in de gebruiksfase een toename van stikstofemissie plaats. Om de effecten van de stikstofuitstoot op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken wordt geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te laten voeren.

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 770 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 745 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden De bomen in het projectgebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Het projectgebied valt namelijk binnen de begrenzing van de bebouwde kom. Indien het noodzakelijk is om bomen te kappen moet echter rekening worden gehouden met een gemeentelijke kapvergunning. Soortbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden. Gebouwbewonende vleermuizen Tijdens het veldbezoek werden diverse invliegopeningen aangetroffen die als rust- of verblijfplaats van vleermuizen kunnen dienen. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn en zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming.

Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.5 lid 1 Wnb), opzettelijk te verstoren (artikel 3.5 lid 2 Wnb) of de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen (artikel 3.5 lid 4 Wnb). De sloop van de centrale schuur zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeert. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

18

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Gierzwaluw Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen aangetroffen die als nest- of rustplaats kunnen dienen. De gierzwaluw is beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nestlocaties, rustplaatsen en eieren opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soort opzettelijk te storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De sloop van de centrale schuur zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats fungeert voor de gierzwaluw. De aanwezigheid van gierzwaluwen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht. Huismus Het projectgebied vormt een geschikte leefomgeving voor de huismus. De voorste rij dakpannen en diverse andere ruimtes in het dak kunnen dienen als broedplaats voor de soort. De huismus wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wnb. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nestlocaties, rustplaatsen en eieren opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soort opzettelijk te storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De sloop van de centrale schuur zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats of tot de functionele leefomgeving behoort.

De aanwezigheid van huismussen moet daarom nader worden onderzocht. Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het projectgebied voorkomen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten. 6.2

Nader onderzoek Gelet op de geschiktheid van het projectgebied voor gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluw en huismus is nader onderzoek noodzakelijk om de daadwerkelijke functie van het projectgebied voor deze soorten te kunnen bepalen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn Vleermuizen Het nader onderzoek dient uitgevoerd te worden conform het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). Voor gebouwbewonende soorten worden de onderzoeksmethoden van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aangehouden, waarbij ook andere vleermuissoorten kunnen worden aangetoond. Dit houdt in dat de volgende onderzoeken uitgevoerd dienen te worden in de periode 15 mei t/m 30 september: Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarvan minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in juni;

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

19

3666.01

Quickscan natuurtoets

-

-

Buro Ontwerp & Omgeving

Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij één onderzoeksronde gecombineerd kan worden uitgevoerd met een onderzoek naar kraamverblijven; Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug - 30 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarvan minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden rond middernacht.

Gierzwaluw Het nader onderzoek naar de gierzwaluw moet worden uitgevoerd tussen 15 mei en 15 juli, wanneer gierzwaluwen gebruik maken van de nestlocaties. In deze periode moeten er drie veldbezoeken worden afgelegd met een tussenperiode van tenminste tien dagen. Hiervan moet minimaal één van de veldbezoeken plaatsvinden tussen 20 juni en 7 juli. Dat is de periode dat er jongen aanwezig zijn. De inventarisaties beginnen twee uur voordat de zon ondergaat en duren tot aan zonsondergang (BIJ12, 2017 a). Huismus Het nader onderzoek naar de huismus moet worden uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei conform het Kennisdocument van BIJ12 (BIJ12, 2017b). In deze periode moeten twee veldbezoeken worden afgelegd met een tussenliggende periode van minimaal tien dagen. Gedurende één uur moet worden gekeken of er zingende mannetjes aanwezig zijn en of er gebruik wordt gemaakt van invlieg

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

20

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

7

LITERATUURLIJST

7.1

Referenties Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant BIJ12 (2017 a). Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017 b). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017e). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12 De Vlinderstichting (2022. Grote weerschijnvlinder, Apatura iris. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder Nationale Databank Flora en Fauna [NDFF] (2022). Teunisbloempijlstaart. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/I0721# Nationale Databank Flora en Fauna [NDFF] & FLORON (2022a). Grote leeuwenklauw, Aphanes arvensis L.. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0074# Nationale Databank Flora en Fauna [NDFF] & FLORON (2022b). Stijve wolfsmelk, Euphorbia stricta L.

Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0501 Nederlands Soortenregister (2022). Grote vos, Nymphalis polychloros. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id= 168189&cat=152 Provincie Gelderland (2018). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. RAVON (2022a). Kamsalamander, Triturus cristatus. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/kamsalamander RAVON (2022b) Hazelworm, Anguis fragilis. Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/hazelworm

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

21

op

23

maart

2022

via

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

RAVON (2022c). Heikikker, Rana arvalis. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/heikkiker RAVON (2022d). Poelkikker, Pelophylax lessonae. Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/poelkikker

op

23

maart

2022

via

Rijksoverheid (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). ’s-Gravenhage, Nederland: Rijksoverheid. Van Deijk, J. (2018). Een nieuwe standvlinder: De teunisbloempijlstaart. Geraadpleegd op 22 maart 2022 via https://edepot.wur.nl/464086 Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Vogelbescherming Nederland (2022). Sperwer. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer Zoogdiervereniging (2022). Eekhoorn. Geraadpleegd op 23 maart 2022 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn 7.2

Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

7.3

Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londern, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

22

3666.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.

Dalwagenseweg en Tolsestraat te Opheusden

23

3666.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13433406/1