CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Nota parkeernormen 2017

Raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Oranjelaan 1, Dodewaard'13.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In een loods van 2.000 m2 vindt een compleet robotgestuurd productieproces plaats. Zes medewerkers zijn dagelijks aanwezig om dit proces te begeleiden. Op grond van de norm voor een werkplaats zijn 52 parkeerplaatsen nodig. Feitelijk gezien gaat het om 6 parkerende medewerkers. Uiteindelijk wordt een parkeereis van 10 parkeerplaatsen opgelegd. In de omgevingsvergunning is geborgd dat de volledige parkeernorm opgelegd kan worden op het moment dat de situatie verandert en er een grotere parkeerbehoefte ontstaat.

5.3. Bepaal de parkeercapaciteit De parkeercapaciteit betreft het aantal parkeerplaatsen dat er feitelijk beschikbaar is voor een bepaalde functie in een bepaald gebied. Deze parkeerbehoefte wordt eveneens bepaald aan de hand van een aantal deelstappen: 1. Bepaal het gebied waarbinnen de parkeercapaciteit gezocht kan worden 2. Tel alle parkeerplaatsen in het plan. 3. Kwalificeer de getelde parkeerplaatsen en pas de parkeercapaciteit hierop aan: - er is een onderscheid tussen privéparkeerplaatsen en openbare parkeerplaatsen. - bij bepaalde typen parkeerplaatsen (opritten, garages e.d.) gelden afwijkende normen. 4. Laat alle informele parkeerruimte (d.w.z. ruimte waar een auto zou kunnen staan, maar die niet als parkeerplaats bedoeld c.q. aangegeven is) buiten beschouwing.  Bepaal het gebied waarbinnen de parkeercapaciteit gezocht kan worden Parkeerplaatsen dienen op een acceptabele loopafstand van een bepaalde voorziening te liggen. Het is een kenmerk van automobilisten dat zij in het algemeen zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming willen parkeren. Hoe verder beschikbare parkeerplaatsen van deze eindbestemming afliggen, hoe groter de kans dat er fout geparkeerd wordt en er parkeeroverlast ontstaat.

De acceptatie van een loopafstand wordt onder meer bepaald door de motieven om te parkeren, de aantrekkelijkheid van de looproute, de parkeerordening (en prijsstelling) en de concurrentiekracht van alternatieven. Dit levert vuistregels op voor acceptabele (maximale) loopafstanden, zoals opgenomen in tabel 5.2. hoofdfunctie wonen winkelen werken

acceptabele loopafstanden 100 meter 200 meter 200 – 500 meter

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

21

ontspanning 100 meter gezondheidszorg 100 meter onderwijs 100 meter religie (kerken) 200 meter Tabel 5.2. acceptabele loopafstanden Het exact bepalen van de loopafstand is maatwerk. Op basis van verkeerskundige studies (veelal CROWpublicaties) en de (verkeers)situatie ter plaatse zal gemotiveerd een acceptabele loopafstand aangegeven worden. Ook bij het ontwikkelen van nieuwe wijken is het van belang om logische deelgebieden (bijvoorbeeld per straat) te onderscheiden. Dit is nodig om te voorkomen dat de totale parkeerbalans van een complete wijk kloppend is, maar op straatniveau er sprake kan zijn van een forse onbalans.  Tellen parkeerplaatsen Binnen het gebied kan het aantal beschikbare parkeerplaatsen geteld worden. Deze moeten voldoen aan een aantal (minimale) voorwaarden qua afmetingen. De waardering die aan een parkeerplaats gegeven wordt, hangt ook af van het type parkeerplaatsen.  Maatvoering parkeervakken Of een parkeerplaats daadwerkelijk ook gebruikt gaat worden, hangt ook af van de mate waarin deze goed in – en uit te rijden en te bereiken is. Vandaar dat de parkeerplaatsen die in een parkeerbalans geteld worden, moeten voldoen aan de gangbare afmetingen (parkeerplaats en parkeerweg), zoals die ook in het ASVV 2012 benoemd worden. Dit geldt ook voor parkeerplaatsen op eigen terrein.

Verder is van belang dat aantoonbaar is dat de parkeervakken ook goed te bereiken zijn. Uiteindelijk geldt altijd een verkeerskundige beoordeling door de gemeente of een bepaald parkeervak verantwoord is met het oog op onder meer de bruikbaarheid en de verkeersveiligheid. Voor langsparkeren gelden de CROW-richtlijnen, waarbij de parkeerweg minimaal 3 meter breed moet zijn. Het is mogelijk om een parkeerweg in gezamenlijkheid met buren te hebben, of hiervoor het terrein van buren te gebruiken. Dit is alleen mogelijk als dit juridisch voldoende gewaarborgd is in een overeenkomst, dan wel in een notariële akte (zoals bij een erfdienstbaarheid).  Mogelijkheden parkeren eigen terrein Het is van belang om bij de bepaling van het parkeeraanbod rekening te houden met de mogelijkheden voor ‘parkeren op eigen terrein’. Dit heeft mede te maken met de mogelijkheden voor gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein, hoe minder mogelijkheden voor gecombineerd gebruik. Het CROW geeft aan dat de mate waarin het parkeren op eigen terrein wordt mee berekend in het benodigde parkeeraanbod een beleidsmatige keuze is. ‘Parkeren op eigen terrein’ kan slecht beperkt mee worden genomen in het benodigde parkeeraanbod, omdat vaak niet juridisch is vastgelegd (bestemd) dat mensen die ruimte ook daadwerkelijk als parkeerruimte moeten gebruiken.

Vaak hebben zij juridisch nog de mogelijkheid om bijvoorbeeld de oprit bij de tuin te betrekken. Ervaring leert dat ‘parkeren op eigen terrein’ in de bestaande woongebieden niet altijd als zodanig (maximaal) wordt gebruikt. Tabel 5.3. dient hierbij als leidraad. Een garage bij een grondgebonden woning met een oprit telt per definitie niet mee als volwaardige parkeerplaats. In de praktijk blijkt deze ruimte zeer beperkt gebruikt te worden voor het stallen van de auto. Opritten worden vaak ook slechts door 1 auto gebruikt als het niet mogelijk is om twee auto’s onafhankelijk van elkaar op de oprit te stallen (dus als de ene auto kan worden verplaatst zonder de andere te moeten verplaatsen).

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

22

parkeerruimte

theoretisch te rekenen opmerking aantal aantal oprit min. 5,0 meter diep en 2,5 enkele oprit zonder garage 1 0,8 meter breed oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 lange oprit zonder garage of carport 2 1 meter breed dubbele oprit zonder garage of carport 2 1,7 oprit minimaal 4,5 meter breed garage min. 5,0 meter diep en garage zonder oprit (bij woning) 1 0,2 2,5 meter breed garage min. 5,0 meter diep en garagebox (niet bij woning) 1 0,5 2,5 meter breed garage met enkele oprit, 2 1 oprit minimaal 5 meter diep oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 garage met lange oprit 3 1,3 meter breed garage met dubbele oprit 3 1,8 oprit minimaal 4,5 meter breed Tabel 5.3. Te rekenen aantallen parkeren op eigen terrein Andere theoretische aantallen worden via bovenstaande tabel berekend. Dus een garage met een lange dubbele oprit is theoretisch 5 en effectief 2,3 (gerekend als lange oprit zonder garage en garage met lange oprit). De parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen alleen meegenomen worden als blijkt dat er een inrit aanwezig is of voor de realisatie van de inrit een omgevingsvergunning 6 zal worden verleend door de gemeente. De bovengenoemde tabel is uitsluitend van toepassing voor het parkeren t.b.v. de functie wonen, mits bij de andere functies alle parkeerplaatsen zonder verplaatsen van andere auto’s e.d. te gebruiken zijn (m.u.v.

fileparkeren bij kerken) en praktisch gezien ook goed door bezoekers gebruikt kunnen worden..  Openbaar toegankelijk of niet Bij het berekenen van de parkeercapaciteit in een gebied moet onderscheid gemaakt worden tussen openbaar toegankelijke parkeerplaatsen en privéparkeerplaatsen. Het aandeel bezoekersparkeerplaatsen bij woningen moet in principe altijd op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen gefaciliteerd worden. Dit betekent dus, dat bij een woonwijk met dure woningen er altijd ca. 0,3 parkeerplaats per woning in openbaar gebied gevonden moet worden. Dit geldt niet voor een beperkte inbreiding van ca. 1 – 3 woningen (bijv. in bestaande wijk). Dan kunnen alle parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Hetzelfde geldt voor parkeerterreinen bij appartementencomplexen, als hier de volledige parkeervraag gerealiseerd kan worden (incl. bezoekers).  Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen Bij publieke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld bibliotheek en gemeentehuis moet minimaal 5% van de parkeerplaatsen een algemene gehandicaptenparkeerplaats zijn. Deze moeten zo dicht mogelijk bij het gebouw liggen, indien mogelijk binnen 50 meter en anders maximaal op 100 meter. Voorts dient op een openbaar parkeerterrein 1 algemene gehandicaptenparkeerplaats per 50 openbare parkeerplaatsen aanwezig te zijn.

Gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bij voorkeur ten minste 3,5 meter breed om de gebruiker in staat te stellen een rolstoel naast de auto te kunnen gebruiken.  File-opstelling Bij kerken), is het mogelijk om te parkeren in file-opstelling. Hier wordt immers gelijktijdig aangekomen en vertrokken Dit vergroot de parkeercapaciteit per m2 en voorkomt daarmee ook ongewenste verstening. Minimale maten per parkeervak in file-opstelling zijn dan 2,50 m (breedte) en 5,50 meter (lengte).

6 Dit betreft een omgevingsvergunning voor aanleggen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo. Dit is – net als een

omgevingsvergunning voor bouwen – een uitvoeringsbesluit.

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

23

Voor de berekening van het aantal parkeervakken geldt altijd dat andere wet- en regelgeving de betreffende parkeerplaatsen ook moeten toestaan. Zo kan het zijn dat de brandweer eisen stelt aan vluchtwegen, zodat niet alle beschikbare ruimte gebruikt kan worden als parkeerplaats. Ook moet uiteraard rekening gehouden worden met de planologische mogelijkheden.  Verdwijnen bestaande parkeerplaatsen Op het moment dat nieuwe parkeerplaatsen (op eigen terrein of in de openbare ruimte) ten koste gaan van de bestaande parkeermogelijkheden, moeten deze parkeerplaatsen gecompenseerd worden. Dit dienen openbare parkeerplaatsen te zijn als deze parkeerplaatsen zich in de openbare ruimte bevonden. Als aangetoond kan worden dat de betreffende parkeerplaatsen altijd al voor de betreffende voorziening gebruikt werden, kan dit ook op eigen terrein gecompenseerd worden. Als geborgd wordt dat parkeerplaatsen op particulier terrein openbaar toegankelijk zijn, is het ook toegestaan openbare parkeerplaatsen op particulier terrein te realiseren.. Voorbeeld Een bedrijf gaat uitbreiden en realiseert voor deze uitbreiding een parkeerplaats (10 auto’s) op eigen terrein. Om dit terrein te ontsluiten is een uitrit op de openbare weg nodig. Dit gaat ten koste van 2 openbare parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen dienen in de openbare ruimte gecompenseerd te worden.

Normaliter parkeert alleen het personeel van het bedrijf op deze parkeerplaatsen op de openbare weg. Dit wordt op aannemelijke wijze (eenvoudig parkeeronderzoek) aangetoond. De 2 vervallen parkeerplaatsen kunnen dan op eigen terrein gerealiseerd worden: er komen nu 12 parkeerplaatsen.  Overige beoordeling parkeerplaatsen De parkeerplaatsen worden getoetst op verkeersveiligheid. Parkeerplaatsen die zorgen voor onveilige verkeerssituaties kunnen niet meegerekend worden. Ook wordt getoetst of andere regelgeving de realisatie van de parkeerplaatsen niet verhinderd. (Bijv. of er een omgevingsvergunning verstrekt kan worden voor een uitrit die de parkeerplaatsen moet ontsluiten. Bij nieuwe bedrijfspanden op nieuwe locaties is het niet toegestaan om per parkeervak direct op de openbare weg te ontsluiten. Dit moet door 1 of meerdere uitritten plaatsvinden. Als parkeerplaatsen op eigen terrein aangebracht worden en de parkeerbehoefte op eigen terrein precies gehaald wordt, is het noodzakelijk om de parkeervakken duidelijk aan te geven (bijv. d.m.v. belijning). Bij een overcapaciteit is dit niet nodig. 5.4. Bepalen onbalans Als laatste stap wordt de parkeerbehoefte geconfronteerd met de parkeercapaciteit. Er kunnen zich dan 3 situaties voordoen: 1. de parkeerbehoefte is kleiner dan de parkeercapaciteit; 2. de parkeerbehoefte is gelijk aan de parkeercapaciteit; 3.

de parkeerbehoefte is groter dan de parkeercapaciteit. De (on)balans en de wijze hoe daar mee omgegaan moet worden, komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.  Parkeren in balans Er is sprake van een balans in parkeren als de parkeerbehoefte gelijk is aan de parkeercapaciteit. Dit is qua parkeren een prima situatie. Naar verwachting kan het plan de komende tijd voorzien in de noodzakelijke parkeervraag. Relatief kleine afwijkingen (kleiner of gelijk dan 0,05% van de benodigde parkeerplaatsen) zijn toegestaan. Er is dan nog steeds sprake van een balans.  Parkeerbehoefte kleiner dan parkeercapaciteit Wat het parkeren betreft is sprake van een acceptabele situatie. Er zijn meer parkeerplaatsen beschikbaar dan er in de drukste periode nodig zijn. Bij een onverhoopte stijging van de parkeerbehoefte is er zelfs ruimte om deze extra vraag op te vangen. Het is wel noodzakelijk om te onderzoeken of de extra parkeerplaatsen voor de omliggende infrastructuur geen problemen oplevert. Meer parkeerplaatsen kan immers verkeerskundig gezien een hogere

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

24

intensiteit betekenen en leiden tot een hogere (subjectieve) verkeersonveiligheid of een verminderde bereikbaarheid. Hierbij moet een verkeerskundige afweging gemaakt worden. Daarnaast is het een ruimtelijke afweging of het wenselijk is dat er een surplus aan parkeerplaatsen is. Indien een surplus ruimtelijk gezien, of om andere redenen, niet wenselijk is (bijv. i.v.m. omliggende infrastructuur), kan dit vanuit deze Nota Parkeernormen nader gemotiveerd worden. Deze ruimtelijke afweging dient plaats te vinden bij de totstandkoming van het bestemmingsplan, de (project)omgevingsvergunning of ander planologisch besluit. Als een overschot verkeerskundig acceptabel is, andere wet- en regelgeving geen belemmering geven en ruimtelijk ook geen bezwaren zijn, wordt een overschot aan parkeerplaatsen gezien als passend binnen het beleid van de gemeente. Dit wordt dus niet beschouwd als een afwijking van de Nota Parkeernormen.  Parkeerbehoefte is groter dan de parkeercapaciteit. Er is sprake van een probleemsituatie. Het plan is niet in balans. Dit betekent dat er in de praktijk parkeerproblemen en parkeeroverlast verwacht kan worden als er geen oplossing voor het tekort gevonden wordt. Daarbij is de voorkeursvolgorde:  Is extra parkeerruimte op eigen terrein toe te voegen? Het is mogelijk om bij een tekort aan parkeerplaatsen, nog eens kritisch naar het bouwplan te kijken.

Wellicht kunnen er toch nog extra parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden, bijvoorbeeld door een andere terreinindeling of door ander creatief gebruik van de ruimte. Uiteraard moet deze oplossing passen binnen de randvoorwaarden van deze nota en ook ruimtelijk gezien aanvaardbaar te zijn.  Zijn de ambities van het plan naar beneden bij te stellen? Een tekort aan parkeerplaatsen kan uiteraard ook altijd opgelost worden als de ontwikkelende partij zijn ambitie bijstelt en aanpast aan de beschikbare parkeerruimte.  Zijn er andere (parkeer)mogelijkheden? Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie door meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, is de inschatting van de financiële consequenties daarvan in veel gevallen het grote knelpunt. Indien hier twijfel over bestaat, dient de initiatiefnemer aan te tonen dat het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein onevenredige kosten met zich meebrengt. Het is dan mogelijk dat het college – onder strikte voorwaarden – af kan wijken van de parkeernorm. Dit komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

25

Hoofdstuk 6 Voorwaarden voor afwijken parkeren op eigen terrein 6.1. Mogelijkheden afwijken Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan het college op een gemotiveerd verzoek daartoe van de initiatiefnemer, in de volgende gevallen afwijken van het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen7: a) realisatie in openbare ruimte De initiatiefnemer realiseert in de openbare ruimte extra parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen de loopafstand die verkeerskundig gezien passend is bij de functie). De kosten voor onder meer het ontwerp en de aanleg van deze parkeerplaatsen zijn voor rekening van de initiatiefnemer (zie hoofdstuk 7). De parkeerplaatsen worden uiteindelijk in opdracht of onder toezicht van de gemeente aangelegd, volgens de normen die gemeente hiervoor hanteert. Uiteraard moet de aanleg van de parkeerplaatsen ook in overeenstemming zijn met het gemeentelijk verkeersbeleid, verkeerskundig acceptabel zijn en ook passen in het bestemmingsplan.

b) capaciteit op acceptabele loopafstand De initiatiefnemer beschikt over voldoende parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen de loopafstand die verkeerskundig gezien passend is bij de functie):  parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid op particulier terrein realiseert;  parkeerplaatsen van derden die worden gehuurd en/of gebruikt, waarbij de initiatiefnemer dient aan te tonen (door middel van contracten) dat deze parkeerplaatsen tenminste voor onbepaalde tijd onbeperkt, zonder wederopzegging, voor zijn functie beschikbaar zijn. Indien deze contracten onverhoopt wordt beëindigd, dan ontstaat een nieuwe situatie waardoor niet langer aan de parkeernormen is voldaan; in geval parkeerplaatsen worden gerealiseerd op grond die in eigendom is van een ander, zal de gemeente met de initiatiefnemer een aanvullende afspraak maken inhoudende dat gemeente en initiatiefnemer met elkaar in gesprek gaan over de als dan ontstane situatie en over een oplossing. Een oplossing kan bestaan uit het elders alsnog realiseren van de verloren gegane parkeerplaatsen of uit het alsnog doen van een bijdrage aan het parkeerfonds. Om dit te borgen is het noodzakelijk dat de gemeente de contracten meeondertekent en dient in het contract te worden vermeld dat bij beëindiging van het contract, mededeling van de beëindiging aan de gemeente vereist is.

c) bestaande parkeerplaatsen openbare ruimte Het kan ook voorkomen dat de gemeente reeds beschikt over parkeerplaatsen binnen een acceptabele loopafstand van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die – vanwege de lage parkeerdruk – de parkeerbehoefte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling kunnen opvangen, zonder dat dit leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk in de omgeving van die parkeerplaatsen. In dat geval kunnen ook die parkeerplaatsen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling op te vangen, als daarom door de initiatiefnemer wordt verzocht. De initiatiefnemer zal hieraan financieel moeten bijdragen. Dit wordt geregeld in een (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. (Zie hierover hoofdstuk 7). d) toekomstige parkeerplaatsen openbare ruimte De gemeente heeft binnen een acceptabele loopafstand concrete voornemens om (extra) parkeerplaatsen te realiseren. De initiatiefnemer zal hieraan financieel moeten bijdragen. Dit wordt geregeld in een (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. (Zie hierover hoofdstuk 7). 6.2. Aanvraag om toepassing door initiatiefnemer Een beoordeling of gebruik gemaakt kan worden van de afwijking wordt alleen gemaakt als de initiatiefnemer hier zelf om vraagt. Een aanvraag moet schriftelijk worden gedaan.

De aanvraag moet op grond van de Regeling omgevingsrecht (‘Mor’) en artikel 4:2 van de Awb de gegevens bevatten die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn. In dit kader wordt van de initiatiefnemer gevergd dat hij ter 7 In paragraaf 5.2. is de afwijking van de parkeernormen, bij het berekenen van de parkeerbehoefte aan de orde gesteld..

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

26

onderbouwing van zijn aanvraag, feitelijke informatie en berekeningen (van een deskundige) overlegt waaruit blijkt dat kan worden voldaan aan de voorwaarden voor afwijking. De uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor de toepassing van de afwijkmogelijkheid berust bij de gemeente. De gemeente onderzoekt zelf of de gegevens voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan volgens de parkeernota van de daarin opgenomen bepalingen – zoals de eis van parkeren op eigen terrein – kan worden afgeweken. De initiatiefnemer dient eventueel aan de gemeente te vragen om eigen onderzoek te doen, als toepassing wordt overwogen van de variant, zoals opgenomen onder d (toekomstige parkeerplaatsen).

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

27

Hoofdstuk 7 Organisatie beleid parkeernormen 7.1. Integrale afstemming Bij het toepassen van de parkeernormen zullen de relevante afdelingen binnen de gemeente nauw moeten samenwerken. Uitgangspunt is een uniforme en effectieve toepassing van de normen zodat de gemeente richting initiatiefnemers een eenduidig en helder kader naar voren kan brengen. Het toepassen van de parkeernormen vraagt dan ook om een integrale benadering. Elke vakafdeling toetst het initiatief op het relevante gemeentelijke beleid en regelgeving. Het grote voordeel van deze manier van werken is de onderlinge afstemming en informatie –uitwisseling tussen de verschillende afdelingen op alle relevante thema’s. Bovenal wordt door deze werkwijze een uniforme toetsing gewaarborgd. 7.2. Evaluatie en periodieke herziening van de normen en beleidsregels De uitgangspunten van deze nota dienen iedere vijf jaar onderzocht te worden. Het gaat dan met name om de ontwikkelingen in het autobezit, die de hoogte van de parkeernormen voor woningen grotendeels bepalen. Zolang de parkeernormen blijven aansluiten bij de werkelijke situatie, is er geen herziening noodzakelijk. Een landelijke herziening van de CROW-parkeerkencijfers kan aanleiding zijn de normen te actualiseren. Nieuwe inzichten bij het gebruik van de parkeernormen kunnen via een aanpassing van de Beleidsregels geregeld worden.

Jaarlijks zal door het college worden bezien of de beleidsregels aangepast of aangevuld moeten worden. Twee jaar na de vaststelling van de nota worden de wijzigingen in het beleid geëvalueerd, en dan met name op de beleidsregels en de effecten die deze regels hebben in de dagelijkse praktijk. 7.3. Financiële consequenties De financiële consequenties voor het oplossen van de parkeereis liggen primair bij de initiatiefnemer; deze moet immers de parkeerbehoefte van de geïnitieerde ruimtelijke ontwikkeling eis op eigen terrein zien op te lossen. Daarnaast is te stellen dat de financiële haalbaarheid van projecten afhankelijk is van meerdere aspecten, waaronder de kosten van het parkeren en allerlei andere kwalitatieve en functionele aspecten. In het verleden is gebleken dat bij een aantal projecten de discussie zich met name toespitste op de op te lossen parkeerbehoefte. Het uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte zoveel mogelijk overeenkomt met de te verwachten parkeerdruk. Dit om te voorkomen dat een toekomstig parkeerprobleem veroorzaakt door een te lage parkeereis een probleem van de gemeente wordt, doordat de parkeerbehoefte wordt opgelost in de openbare ruimte. Deze insteek zal de (financiële) haalbaarheid van projecten uiteraard verder kunnen bemoeilijken.

De consequentie van het voorgestelde uitgangspunt is mogelijk dat andere beleidsdoelen minder haalbaar worden, dan wel er een extra financiële bijdrage nodig is om projecten te kunnen realiseren.  Financiële bijdrage Voor parkeerplaatsen die gebruikt worden in de openbare ruimte, brengt de gemeente daarom kosten in rekening bij de initiatiefnemer. Dit geldt als er sprake is van: directe realisatie van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte (paragraaf 6.1. onder a.) toekomstige realisatie van parkeerplaatsen in de openbare ruimte (paragraaf 6.1. onder c.) - salderen van parkeerplaatsen in de openbare ruimte als bedoeld in paragraaf 5.2. voor zover er in de bestaande situatie al in de openbare ruimte werd geparkeerd 8.

-

8 Het kan zijn dat in de huidige situatie de exploitant geen bijdrage betaalt. Dit geldt op grond van deze nota wel voor iedere

nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

28

De hoogte van de financiële bijdrage die de initiatiefnemer per parkeerplaats zal moeten betalen aan de gemeente is in ieder van de drie hiervoor genoemde situaties afhankelijk van de reële kosten die gemoeid zijn met het aanleggen, instandhouden en/of onderhouden van de desbetreffende (concrete) parkeervoorzieningen in de openbare ruimte, voor zover die kosten aan de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling kunnen worden toegeschreven. Hiervan zal per geval een concrete kostenberekening worden gemaakt. De afspraken met betrekking tot de financiële bijdrage (incl. de hoogte van deze bijdrage) wordt in een (anterieure) overeenkomst met de initiatiefnemer vastgelegd.

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

29

Bijlage 1 Parkeernormen 1. Algemeen  Uitgangspunten parkeernormen De hoogte van de parkeernormen is afhankelijk van een aantal uitgangspunten die door het CROW in de publicatie ASVV 2012 zijn vastgelegd. Het gaat hierbij om de stedelijkheidsgraad, gebiedskenmerken en dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de loopafstanden die de verschillende doelgroepen acceptabel vinden. Deze uitgangspunten zijn elders in deze nota al aan de orde gekomen.  Norm per functie In het onderstaande overzicht zijn de normen per functie opgenomen. Het gaat hierbij niet om een volledige opsomming van alle mogelijke functies. Voor het totaal van functies wordt verwezen naar de ASVV 2012. Hierbij wordt dan gekozen voor de maximale norm, voor een niet-stedelijke omgeving en rest binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Een verdere omschrijving van de functies is te vinden in CROW-publicatie 272 (verkeersgeneratie voorzieningen).  Overig Het is mogelijk dat bepaalde functies hierboven niet genoemd worden en/of niet inpasbaar zijn binnen bovengenoemde functies. In dat geval zal (juridisch houdbaar) maatwerk geleverd moeten worden. Op het moment dat er na de vaststelling van de nota wel een CROW-kencijfer voor de ontbrekende functie beschikbaar is gekomen, dan wordt het maximum van dit kencijfer gehanteerd. 2. Winkels en boodschappen parkeren per

per

bouwmarkt

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

tuincentrum groencentrum bruin- en witgoedzaken woonwarenhuis (zeer groot) kringloopwinkel woonwarenhuis/ woonwinkel meubelboulevard/ woonboulevard buurtsupermarkt discountsupermarkt fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau) fullservice supermarkten (middelhoog en hoog prijsniveau)

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

binnen de bebouwde kom 2,6

buiten de bebouwde kom 2,7

aandeel bezoekers

2,9

3,1

89%

incl. buitenruimte

2,9

3,1

89%

incl. buitenruimte

8,9

10

92%

5,9

5,9

95%

2,2

2,5

89%

2,2

2,2

91%

2,7

n.v.t.

93%

5,3

n.v.t.

89%

8,8

n.v.t.

96%

7,5

n.v.t.

93%

6,8

n.v.t.

93%

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

opmerkingen

87%

kengetallen gebaseerd op vestiging van ca. 25.000 m2 bvo

30

parkeren per

per

grote supermarkt

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 Bvo m1 kraam

groothandel in levensmiddelen buurt- en dorpscentrum wijkcentrum (klein) wijkcentrum (gemiddeld) wijkcentrum (groot) detailhandel (geen supermarkt) weekmarkt (wijkcentra gemiddeld en klein en buurt en dorpscentra)

binnen de bebouwde kom 9,8

buiten de bebouwde kom n.v.t.

aandeel bezoekers

8,4

n.v.t.

80%

5,1

n.v.t.

72%

6,0

n.v.t.

76%

6,6

n.v.t.

79%

7,2

n.v.t.

81%

3,5

3.5

85%

0,279

n.v.t.

85%

binnen de bebouwde kom 5,3

buiten de bebouwde kom 7

aandeel bezoekers

6,8

7,9

90%

3,1

3,7

96%

3,1

3,8

94%

7,2

7,6

97%

8,1

8,6

98%

7,4

7,9

98%

0,6

0,6

87%

2,8

3,3

84%

7,2

7,8

99%

1,4

1,6

97%

1,5 n.v.t.

1,6 0,510

100% 90%

opmerkingen

84%

Eigen norm

3. Sport, cultuur en ontspanning parkeren per

per

fitnessstudio/sportschool

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

fitnesscentrum sporthal sportzaal indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot tennishal squashhal sauna, hammam bibliotheek volkstuin manege (paardenhouderij)

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 10 tuinen box

opmerkingen

87%

Let op bij grotere aantallen bezoekers Let op bij grotere aantallen bezoekers

9 Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge

in acht worden genomen. 1 m1 kraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder) 10 Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

31

parkeren per

per

binnen de bebouwde kom 2711

buiten de bebouwde kom n.v.t.

aandeel bezoekers

sportveld

ha. netto terrein

binnen de bebouwde kom bungalow 1,8

buiten de bebouwde kom 2,2

aandeel bezoekers

n.v.t.

1,3

90%

1,0

1,0

2,6

4,6

77%

4,5

6,5

80%

5,7

7,3

77%

8

9,5

73%

11,8

13,8

65%

813

n.v.t.

90%

1614

n.v.t.

80%

buiten de bebouwde kom 3,5

aandeel bezoekers

2,2

57%

2,4

50%

2,7

55%

2,3

38%

opmerkingen

95%

4. Horeca en (verblijfs)recreatie parkeren per bungalowpark (huisjescomplex) camping (kampeerterrein)

per

standplaats Pensionbedrijf/logeerinricht slaapplaa ing12 ts 1* hotel 10 kamers 2* hotel 10 kamers 3* hotel 10 kamers 4* hotel 10 kamers 5* hotel 10 kamers café/bar/cafetaria 100 m2 bvo restaurant 100 m2 bvo

opmerkingen

91%

n.b.

exclusief 10% voor gasten van bezoekers Eigen norm

5. Gezondheid en (sociale) voorzieningen parkeren per huisartsenpraktijk (centrum) fysiotherapiepraktijk (centrum) consultatiebureau gezondheidscentrum consultatiebureau voor ouderen

per

binnen de bebouwde kom behandel3,5 kamer behandel2,2 kamer behandel2,4 kamer behandel2,7 kamer behandel2,1 kamer

opmerkingen

57%

11 Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge

in acht worden genomen. Parkeernormen zijn exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten. 12 Een logeerinrichting is een inrichting, die bestemd is om daarin tegen betaling tijdelijk nachtverblijf, al dan niet met dagverblijf, te verschaffen aan personen, niet behorende tot het gezin, waarvan de houder, noch tot dat, waarvan de beheerder van die inrichting deel uitmaakt (niet zijnde een hotel) Een pensionbedrijf is een woning of gebouw, al of niet bewoond door een gezin, waarin door het gezinshoofd aan drie of meer personen - niet behorende tot het gezin - tegen betaling kost en inwoning wordt verstrekt (niet zijnde een hotel). 13 Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 14 Idem

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

32

parkeren per tandartsenpraktijk (-centrum) apotheek medische fitness

begraafplaats

per

binnen de bebouwde kom behandel2,8 kamer apotheek 3,6 100 m2 4,015 bvo

religiegebouw verpleeg- en verzorgingstehuis

(deels) gelijktijdige plechtigheid zitplaats wooneen heid

rouwkamer

kamer

buiten de bebouwde kom 2,9

aandeel bezoekers

n.v.t. 6,9

45% 90%

36,6

36,6

97%

0,216 0,7

n.v.t. n.v.t.

60%

6

6

binnen de bebouwde kom 1,5

buiten de bebouwde kom 1,6

opmerkingen

47%

Eigen norm, overtuigend bewijs nodig dat sprake is van medische fitness i.p.v. reguliere fitness

Ook voor voorziening verstandelijk gehandicapten Eigen norm, feitelijke informatie en berekeningen van initiatiefnemer nodig, waaruit blijkt dat kan worden voldaan aan voldoende parkeergelegenheid

6. Onderwijs parkeren per

per

kinderdagverblijf (crèche)

100 m2 bvo

basisschool

leslokaal

1

1

middelbare school

100 leerlingen

5,9

5,9

aandeel bezoekers 0%

11%

opmerkingen exclusief kiss and ride, berekening hiervoor conform CROW, zie onder 9 exclusief kiss and ride, berekening hiervoor conform CROW, zie onder 9 bezoekers zijn leerlingen

15 Gemiddelde tussen minimale en maximale norm fitness binnen de bebouwde kom i.v.m. lagere parkeerbehoefte t.o. reguliere

fitness 16 Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

33

7. Wonen parkeren per

per woning

binnen de bebouwde kom 2,7

buiten de bebouwde kom 2,8

koop, vrijstaand

aandeel bezoekers

koop, twee-onder-een-kap

woning

2,6

2,6

koop, tussen/hoek

woning

2,4

2,4

huur/koop, etage, eenpersoonshuishouden (max. ca. 50 m2) koop, etage, goedkoop

woning

1,5

1,5

woning

2

2

koop, etage, midden

woning

2,3

2,3

koop, etage, duur

woning

2,5

2,5

huur, etage, midden/goedkoop huur, etage, duur

woning

1,8

1,8

woning

2,3

2,3

huurhuis, sociale huur

woning

2

2

huurhuis, vrije sector

woning

2,4

2,4

kamerverhuur

kamer

0,8

0

kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig aanleunwoning en serviceflat

kamer

0,3

0

woning

1,4

1,4

binnen de bebouwde kom 2,8

buiten de bebouwde kom 2,8

aandeel bezoekers

3,8

3,8

20%

100 m2 bvo

2,6

2,6

5%

exclusief vrachtwagenparkeren

100 m2 bvo

1,3

1,3

5%

exclusief vrachtwagenparkeren

0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning

opmerkingen

eigen differentiatie CROW-kencijfer

0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,2 pp per woning 0,2 pp per woning 0,3 pp per woning

8. Werken parkeren per

per

kantoor (zonder baliefunctie) commerciële dienst-verlening (kantoor met baliefunctie) arbeidsintensief/bezoekers extensief (industrie, laboratorium, werkplaats) arbeidsextensief/bezoekers extensief (loods, opslag, transportbedrijf)

100 m2 bvo 100 m2 bvo

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

opmerkingen

5%

34

parkeren per

per

bedrijfsverzamelgebouw

100 m2 bvo 100 m2

Loods/schuur t.b.v. machines agrarisch bedrijf arbeidsintensief/bezoekers extensief (industrie, laboratorium, werkplaats), arbeidsextensief/bezoekers extensief (loods, opslag, transportbedrijf), groter of gelijk aan 5.000 m2.

maatwerk

binnen de bebouwde kom 2,217

buiten de bebouwde kom 2,2

0

0

maatwerk

maatwerk

aandeel bezoekers

opmerkingen

Mits aantoonbaar voor eigen agrarisch bedrijfsvoering Op basis van

9. Berekening Kiss and Ride (scholen, dagverblijven, crèches e.d.) De parkeerbehoefte voor Kiss and Ride wordt als volgt berekend:  Groep 1 t/m 3: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 +  Groep 4 t/m 8: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 +  Kinderdagverblijf: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 075 = totaal aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen. (In deze formule is een reductiefactor m.b.t. de parkeerduur ingebouwd. Groepen 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten = 0,5, groepen 4 t/m 8 gemiddeld 2,5 minuten in een periode van 10 minuten = 0,25, kinderdagverblijf gemiddeld 15 minuten in de periode van 60 minuten = 0,25). Daarnaast is een reductiefactor ingebouwd m.b.t. het aantal kinderen in één auto: groep 1 t/m 3 30 – 60%, groepen 4 t/m 8 0,85 en kinderdagverblijf 0,75). Het percentage leerlingen dat met auto wordt gebracht en gehaald ligt tussen de 1% en 60%, dit is onder meer afhankelijk van stedelijkheidsgraad, stedelijke zone, (streek)functie van de school en de gemiddelde afstand naar school. Dit zal in overleg met de school bepaald worden, waarbij de school gevraagd zal worden om e.e.a. overtuigend aan te tonen.

Gemiddeld ligt het percentage op: groepen 1 t/m 3: 30 – 60% groepen 4 t/m 8: 5 – 40% kinderdagverblijf: 50 – 80% Bij gescheiden aanvang -en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd.

17 Gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieve en arbeidsintensieve bedrijven

Nota Parkeernormen, versie 30 maart 2017

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13748268/1