Bijlage 5 - Bijlage 1 bij de toelichting
Tekst van het document
RAPPORT:
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren
PROJECTNUMMER: B22.8653 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren
PROJECTNUMMER: B22.8653 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Gemeente Neder-Betuwe
DATUM: 16 september 2022
Auteur:
Autorisatie:
Ing. G.S.T.M. van Oers Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B22.8653/R8653-01/GO
De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Gemeente Neder-Betuwe heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend en aanvullend bodemonderzoek (inclusief teeltlaagonderzoek) en een onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren (zuidelijke deel), ten behoeve van de uitbreiding van de Pantarijn (middelbare school). De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie, herontwikkeling en resultaten van voorgaand onderzoek van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en teeltlaag op bestrijdingsmiddelen) op de onderzoekslocatie, teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Hierbij dient tevens te worden vastgesteld of de grondverontreiniging met minerale olie, afkomstig van HBOtank ten noorden van de locatie, niet is verspreid tot de uitbreidingslocatie en dient zowel zintuiglijk als analytisch de aanwezigheid en milieuhygiënische kwaliteit van de grond met puin en kooldeeltjes in beeld te worden gebracht. Verhoeven Milieutechniek B.V.
(certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de reeds beschikbare informatie is gebleken dat de locatie onderdeel uitmaakte van een recent uitgevoerd bodemonderzoek voor het gehele perceel aan de Hoofdstraat 70/70a te Kesteren. Hierbij werd een sterke olieverontreiniging aangetroffen in de grond ter plaatse van een ondergrondse HBO-tank, net buiten voorliggende onderzoekslocatie. Ons inziens is de exacte omvang van de verontreiniging niet voldoende vastgelegd en dient hier wel rekening gehouden te worden met een geval van ernstige bodemverontreiniging, zoals gesteld tijdens een eerder onderzoek in 2017. Het kan vooralsnog niet worden uitgesloten dat de verontreiniging ook binnen de onderzoekslocatie aanwezig is. Derhalve dient een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen dat binnen de onderzoekslocatie geen sprake is van een grondverontreiniging met minerale olie, afkomstig van de ondergrondse HBO-tank ten noorden van de locatie.
Aangezien tijdens voorgaand onderzoek voor de algemene bodemkwaliteit, het teeltlaagonderzoek en het asbestonderzoek onvoldoende aandacht is besteed aan de afwijkende bodemlagen, wordt geadviseerd op voorliggende onderzoekslocatie een volledig verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren, waarbij tevens de teeltlaag nogmaals aanvullend onderzocht dient te worden op bestrijdingsmiddelen (OCB). De onderzoeken dienen uitgevoerd te worden conform de NEN 5740 en de NEN 5707. Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennend en aanvullend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de (voormalige) ondergrondse tank en verontreiniging met minerale olie ten noorden van de locatie, bodemvreemde bijmengingen en de teeltlaag op de gehele locatie (OCB) aandachtspunten vormden.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
3 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien in de bovengrond (met bodemvreemde bijmengingen) en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Vanaf 0,5 à 1,0 m-mv zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen (puin, kooldeeltjes of andersoortig verdachte bodemvreemde bijmengingen) aangetroffen. In de teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden hebben derhalve niet geleid tot een bodemverontreinigingen met OCB in de teeltlaag. De verhoogde gehalten betreffen (marginale) overschrijdingen van de betreffende streef- en achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Tevens zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de (voormalige) ondergrondse tank en grondverontreiniging met minerale olie ten noorden van de locatie.
Hierbij kan worden geconcludeerd dat de grondverontreiniging met minerale olie, afkomstig van de ondergrondse tank ten noorden van de locatie, niet is verspreid tot de uitbreidingslocatie. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen asbestverontreiniging is aangetoond. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetaties op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is een indicatie verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en voorgenomen herontwikkeling (uitbreiding van het naastgelegen scholencomplex). Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan derhalve geen belemmeringen tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en voorgenomen hertontwikkeling van de locatie. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van voorliggende en voorgaande onderzoeken. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Aanvullend wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige vegetaties, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone voor wat betreft asbest.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK CONFORM NEN 5725...................................................... 6
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................. 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 13 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 13 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 15 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 15 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 20 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK ......................................................... 20 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 20 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 21
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingen Bbk Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest (incl. foto’s) Relevante gegevens historisch onderzoek
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
5 1.
INLEIDING Gemeente Neder-Betuwe heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend en aanvullend bodemonderzoek (inclusief teeltlaagonderzoek) en een onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren (zuidelijke deel), ten behoeve van de uitbreiding van de Pantarijn (middelbare school). De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie, herontwikkeling en resultaten van voorgaand onderzoek van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. G.S.T.M. van Oers, de heer ing. H.M.W. van der Donk en de heer M. Schimmel MSc.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en teeltlaag op bestrijdingsmiddelen) op de onderzoekslocatie, teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Hierbij dient tevens te worden vastgesteld of de grondverontreiniging met minerale olie, afkomstig van HBOtank ten noorden van de locatie, niet is verspreid tot de uitbreidingslocatie en dient zowel zintuiglijk als analytisch de aanwezigheid en milieuhygiënische kwaliteit van de grond met puin en kooldeeltjes in beeld te worden gebracht.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren en betreft een braakliggend stuk grasland, behorend bij het bouwbedrijf op het perceel. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Kesteren, sectie C, nummer 29 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 2.500 m². Het voornemen bestaat om de onderzoekslocatie over te nemen voor de uitbreiding van het naastgelegen scholencomplex. De verkopende partij heeft recent een bodemonderzoek uit laten voeren, waarbij een sterke grondverontreiniging met minerale olie is aangetoond in de ondergrond (gerelateerd aan een ondergrondse HBO-tank, direct ten noorden buiten de onderzoekslocatie) en waarbij over het gehele terrein diverse bodemvreemde bijmengingen (puin en/of kolen) zijn aangetroffen in de bodem. Aangezien het recent uitgevoerde onderzoek onvolledig is voor diverse zaken en er geen rekening is gehouden met de uitbreidingslocatie, is door de gemeente gevraagd een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uit te voeren, gericht op de uitbreidingslocatie. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
6 3.2.
Historisch onderzoek en locatiebezoek conform NEN 5725
Voorafgaand aan het verkennend en aanvullend bodemonderzoek dient een aanvullend historisch vooronderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5725:2017. Door de opdrachtgever (gemeente Neder-Betuwe) zijn voorgaande onderzoeken van de locatie aangeleverd ter beoordeling. Aanvullend zijn door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) de relevante gegevens van de websites van de provincie Gelderland, Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), www.topotijdreis.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Tevens is een omgevingsrapportage en beschikbare informatie van de provincie Gelderland gedownload en bestudeerd. De meest relevante informatie is opgenomen in bijlage 7. Beschikbare (bodem)onderzoeken gemeente Van de locatie aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren zijn bij de gemeente twee voorgaande onderzoeken aangeleverd. Deze worden hieronder kort samengevat en beoordeeld. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren (SMA, kenmerk 23200143, d.d. 27 november 2020). In verband met de bestemmingsplanwijziging heeft een verkennend en nader bodemonderzoek plaatsgevonden op bovengenoemde locatie. Hieruit is gebleken dat nabij de woning een, inwendig gereinigde, ondergrondse HBO-tank aanwezig is. In de ondergrond (zowel klei als zand) rondom de tank is zowel zintuiglijk als analytisch olie aangetroffen vanaf circa 1,0 m-mv tot maximaal 3,0 m-mv.
Analytisch zijn sterk verhoogde gehalten voor minerale olie aangetoond in het traject van circa 1,5-2,0 m-mv en in het grondwater (op circa 1,5 m-mv). De lichte tot sterke grondverontreiniging met minerale olie is geschat op 200 m3, waarvan minder dat 25 m3 de interventiewaarde overschrijdt. Voor de grondwaterverontreiniging worden geen hoeveelheden gegeven en een exacte omvang van de sterke verontreiniging (> interventiewaarde) is niet aangegeven. Bij de afperking zijn, in verband met het voornamelijk aantreffen van zwakke olie-waterreacties in de zandlaag van 1,7-2,5 m-mv, de kleilagen tussen 1,0 en 2,0 m-mv slechts deels analytisch onderzocht op minerale olie. Tevens zijn diverse afperkende boringen geheel buiten beschouwing gelaten voor het analytisch onderzoek naar minerale olie. Verder zijn ter plaatse van het overige terrein, waaronder ter plaatse van voorliggende onderzoekslocatie, diverse bodemvreemde bijmengingen met puin, baksteen, metaal, beton, glas, kooldeeltjes, hout en/of houtskool aangetroffen in de (boven)grond. Analytisch zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte NEN-parameters. Hierbij zijn ons inziens niet alle verdachte lagen met bodemvreemde bijmengingen onderzocht. Daarnaast is de teeltlaag (0,0-0,3 m-mv, klei) onderzocht op OCB, waarbij geen verhoogde gehalten zijn aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Wel dient hierbij opgemerkt te worden dat geen rekening is gehouden met de diverse bijmengingen in een mengmonster, waardoor schone lagen zijn opgemengd met een matig puinhoudende grondlaag. Aangezien OCB-parameters niet puin gerelateerd zijn, wordt deze afwijking ons inziens niet als kritisch beschouwd. Tevens heeft een verkennend onderzoek naar asbest plaatsgevonden, waarbij de volledige puinlaag en de grond met bijmengingen zijn onderzocht op asbest. Hierbij is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat één mengmonster is opgemengd uit zowel zand- als kleilagen met verschillende bijmengingen en één mengmonster is opgemengd uit klei met verschillende bijmengingen. Hierdoor zijn twee van de drie grondmengmonsters ons inziens niet representatief voor het onderzoek naar asbest conform de NEN 5707.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
7 Verkennend en nader bodemonderzoek op het terrein aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren, Hunneman Milieu Advies, kenmerk 170249/am/dh, d.d. 13 juni 2017 In verband met de aan-/verkoop is een verkennend nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank. De HBO-tank op het voormalige hoveniersbedrijf (tot 1994 gevestigd) is in 1993 inwendig gereinigd. Het KIWA-certificaat is eveneens aangeleverd door de gemeente. Tijdens het verkennend en nader onderzoek werd zintuiglijk olie waargenomen vanaf 1,0 m-mv tot maximaal 2,5 m-mv. Analytisch werden matig tot sterk verhoogde gehalten voor minerale olie aangetoond tussen 1,2 en 2,1 m-mv. Vluchtige aromaten werden niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het grondwater bevatte slechts licht verhoogde gehalten voor minerale olie en naftaleen. Geconcludeerd is dat de HBO-tank heeft geleid tot een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie. De omvang van de sterke verontreiniging werd namelijk geschat op circa 50 m3. Met de risicobepaling middels Sanscrit is bepaald dat er geen humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s zijn, waardoor de locatie niet met spoed behoefde te worden gesaneerd. Omgevingsrapportage Volgens de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland zijn van de locatie zelf geen voorgaande onderzoeksgegevens en/of bodembedreigende activiteiten bekend.
Wel zijn van de directe omgeving diverse onderzoeken en/of sanering bekend. Deze worden hieronder kort beschreven. Hoofdstraat 103a Verkennend onderzoek tankstation aan de Hoofdstraat 103a (Tauw, kenmerk R3228819.F01/HVM, d.d. juli 1992); Afperkend onderzoek Fina tankstation aan de Hoofdstraat 103a (Tauw, kenmerk R3241564.F01/HVM, d.d. november 1992); Globaal Saneringsplan Fina tankstation aan de Hoofdstraat 103a (Tauw, kenmerk R3241564.F02/HVM, d.d. november 1992); Milieukundig onderzoek Hoofdstraat 103a te Kesteren (CSO, kenmerk KES.B01.10, d.d. 21 december 1995); Saneringsplan Hoofdstraat 103a te Kesteren, SUBAT (CSO, kenmerk 95.434, d.d. 21 december 1995); Onderzoek naar rioolslib afkomstig uit duiker aan de Hoofdstraat 103 te Kesteren (CSO, kenmerk 98.161/mm, d.d. 12 mei 1998); Evaluatierapport Amovering/bodemsanering 103 te Kesteren (CSO, kenmerk KES.01.60/98.491, d.d. 6 januari 1999); Briefrapport afsluiting SUB-projecten, d.d. 20-03-2013. Bovengenoemden onderzoeken en saneringen zijn uitgevoerd ten oosten van voorliggende locatie, tussen de hoofdweg en het huidige restaurant aan de Hoofdstraat 103a, waar in het verleden een tankstation aanwezig is geweest (in 1998/1999 geamoveerd). Tijdens de onderzoeken is een verontreiniging met minerale olie en aromaten in de grond en het grondwater aangetroffen.
Aan de overzijde van de weg, aan de kant van voorliggende locatie, was zintuiglijk eveneens olie waargenomen. Analytisch was hier enkel een licht verhoogd gehalte voor aromaten aangetoond in het grondwater. De verontreiniging is gesaneerd middels volledige ontgraving in combinatie met grondwateronttrekking. Na afloop is onder de weg een (lichte) restverontreiniging achtergebleven. Aanvullende saneringsmaatregelen en/of nazorg werd niet noodzakelijk geacht.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
8 Ommestraat 4 (vml Hoofdstraat 103a) - Verkennend bodemonderzoek t.b.v. uitbreiding restaurant “Castra” aan de Ommestraat 4 te Kesteren (Van Dijk techniek b.v., kernmerk 5118.94, d.d. 09-08-1994). Bovengenoemd onderzoek is uitgevoerd ten oosten van voorliggende locatie, ter plaatse van het terras van het restaurant. Tijdens het onderzoek werden in de grond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters. Historisch kaartmateriaal / BAG-viewer Uit het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl is gebleken dat de locatie in verleden in gebruik is geweest als boomgaard. Verder zijn geen bijzonderheden als (voormalige) bebouwing en/of voormalige watergangen zichtbaar op het historisch kaartmateriaal. De bebouwing ten noorden van de locatie (woning) dateert van 1964. Asbest Tijdens voorgaand onderzoek zijn in de bovengrond ter plaatse van voorliggende onderzoekslocatie matige bijmengingen met puin aangetroffen. Ondanks dat tijdens voorgaand onderzoek zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetroffen, dient ons inziens de locatie nog steeds als verdacht te worden beschouwd, aangezien tijdens voorgaand onderzoek zand met klei is gemengd en de puinhoudende grond met enkel kool- of baksteenhoudende grond.
Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op de locatie zelf zijn, voor zover bekend, geen overige bodembedreigende activiteiten, zoals boven- en ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Direct ten noorden van de locatie (ten oosten van de woning) is een ondergrondse HBO-tank aanwezig, welke heeft geleid tot een grondverontreiniging met minerale olie. PFAS Voor zover als bekend zijn op en/of nabij de locatie geen PFAS-bronnen aanwezig. Tijdens voorgaand onderzoek is de kleiige bovengrond reeds onderzocht op PFAS waarbij geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” zijn aangetoond. De grond voldoet derhalve aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. Bodemkwaliteitskaart (grondverzetviewer ODR) Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de ODR is de locatie gelegen in de zone ‘buitengebied (functie wonen)’. De ontgravingsklasse voor zowel de boven- als ondergrond betreft ‘Achtergrondwaarde’. Verder valt de locatie geheel binnen een fruitteeltgebied (boomgaard 19401970). Ter plaatse van voormalige boomgaarden is mogelijke sprake van sterke heterogeniteit voor de parameters DDT, DDE en/of DDD.
Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is gebleken dat het maaiveld bedekt is met hoogstaande vegetatie. Daarnaast is ten zuiden van de Hoofdstraat 70 een opgehoogd terras met klinkerverhardingen waargenomen. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen tijdens het locatiebezoek.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
9 Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de reeds beschikbare informatie is gebleken dat de locatie onderdeel uitmaakte van een recent uitgevoerd bodemonderzoek voor het gehele perceel aan de Hoofdstraat 70/70a te Kesteren. Hierbij werd een sterke olieverontreiniging aangetroffen in de grond ter plaatse van een ondergrondse HBO-tank, net buiten voorliggende onderzoekslocatie. Ons inziens is de exacte omvang van de verontreiniging niet voldoende vastgelegd en dient hier wel rekening gehouden te worden met een geval van ernstige bodemverontreiniging, zoals gesteld tijdens een eerder onderzoek in 2017. Het kan vooralsnog niet worden uitgesloten dat de verontreiniging ook binnen de onderzoekslocatie aanwezig is. Derhalve dient een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen dat binnen de onderzoekslocatie geen sprake is van een grondverontreiniging met minerale olie, afkomstig van de ondergrondse HBO-tank ten noorden van de locatie. Aangezien tijdens voorgaand onderzoek voor de algemene bodemkwaliteit, het teeltlaagonderzoek en het asbestonderzoek onvoldoende aandacht is besteed aan de afwijkende bodemlagen, wordt geadviseerd op voorliggende onderzoekslocatie een volledig verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren, waarbij tevens de teeltlaag nogmaals aanvullend onderzocht dient te worden op bestrijdingsmiddelen (OCB).
De onderzoeken dienen uitgevoerd te worden conform de NEN 5740 en de NEN 5707. 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een complexe eenheid van Holocene afzettingen, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei, veen en weinig grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 38 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden tot grof zand, met weinig zandige klei behorend tot de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre. Onder het eerste watervoerend pakket is een scheidende laag aanwezig van circa 1 meter dik die voornamelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich tot circa 56 m-mv het tweede watervoerend pakket. 4.2.
Geohydrologie
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal zuidelijk gericht, in de richting van de rivier de Linge. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Voor de algemene bodemkwaliteit wordt uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging, waarbij de (voormalige) ondergrondse tank en de grondverontreiniging met minerale olie ten noorden van de locatie, en de teeltlaag op de gehele locatie (OCB) aandachtspunten vormen.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
10 6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit is de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij voor de bovengrond wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL) voor een locatie van 2.000-3.000 m². Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL, 2.000-3.000 m²). Alle boringen worden doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv om zintuiglijk de grond met bijmengingen verticaal in beeld te brengen. Bij de situering van de boringen en de peilbuis wordt rekening gehouden met de bijzonderheden. Teeltlaagonderzoek Voor de onderzoeksopzet van het teeltlaagonderzoek wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VEDHE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Hierbij wordt de teeltlaag afzonderlijk bemonsterd en geanalyseerd op OCB.
Aanvullend onderzoek naar minerale olie noordelijke onderzoeksgrens Aanvullend wordt, conform een maatwerkstrategie, aanvullend grondonderzoek uitgevoerd ten noorden van de locatie, waarbij middels 5 diepe boringen (tot circa 2,0 m-mv) de ondergrond zintuiglijk wordt beoordeeld op het voorkomen van olie-waterreacties. Tevens zijn 4 grondanalyses op minerale olie opgenomen voor het analytisch vaststellen of aan de noordzijde van de locatie, nabij de woning met ondergrondse HBO-tank en bekende grondverontreiniging met minerale olie, de ondergrond verontreinigd is geraakt met minerale olie afkomstig van de ondergrondse HBO-tank ten noorden van de locatie. Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging gehanteerd conform de NEN 5707, waarbij wordt uitgegaan van een oppervlakte van 2.000-3.000 m². Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. De meest verdachte grondlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm).
De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
11 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en, afgezien van een efficiënte maaiveldinspectie, protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde en opgegraven grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker(s)
Protocol BRL SIKB
31 augustus 2022
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer J.B. Koppelman
12 september 2022
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer J.B. Koppelman
2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Ten behoeve van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek zijn in totaal 21 boringen (B01 t/m B15 en B101 t/m B106) geplaatst. Alle boringen zijn doorgezet tot minimaal 0,5 meter onder de geroerde grond met bodemvreemde bijmengingen. Ten behoeve van het grondwateronderzoek is de boring PB103, stroomafwaarts nabij de bekende bodemverontreiniging met minerale olie, dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. De boring B09 is doorgezet tot 2,0 m-mv in verband met een volledige laag met organisch afval (0,0-1,0 m-mv). De boringen B101 t/m B106 zijn gesitueerd tegen de perceelsgrens nabij de (voormalige) ondergrondse tank en grondverontreiniging met minerale olie. De overige boringen zijn verspreid over het overige braakliggende terrein geplaatst. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuis Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv Algemene kwaliteit B01 t/m B08, B10, B11, B13 t/m B15 B09, B12 Grondverontreiniging met minerale olie ten noorden van de onderzoeksgrens B101, B102, B104 t/m B106 * Gecombineerd met de algemene bodemkwaliteit.
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB103 (2,20-3,20)*
Grondwater Het grondwater uit de peilbuis PB103 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 12 september 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
12 Asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie geheel bedekt is met vegetatie (100 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie (> 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 18 proefgaten (B101, PB103, B105, B01 t/m B05) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. De proefgaten zijn verdeeld over de locatie. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met de boringen). Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het veld zijn in totaal 5 grondmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm).
Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de onderzoekslocatie, geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
13 7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
14 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [4] tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd. In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020 met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
15 8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat vanaf het maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,2 m-mv afwisselend uit zwak tot sterk zandige- en zwak tot uiterst siltige klei, waarbij plaatselijk in de bovengrond zwak humeus. Tevens zijn plaatselijk in de boven- en/of diepe ondergrond zeer tot matig fijn, zwak tot matig siltige zandlagen aangetroffen. Daarnaast is in de bovengrond, tot maximaal 1,0 m-mv, van enkele boringen bijmengingen met grind, stenen en/of hout aangetroffen. Daarnaast is ter plaatse van boring B09 een laag van volledig hout/organisch afval aangetroffen tot 1,0 m-mv (vermoedelijk gevuld gat na rooien boom). Tevens zijn ter plaatse van de noordelijke perceelsgrens (boringen B101 t/m B106), nabij de (voormalige) ondergrondse tank en grondverontreiniging met minerale olie, geen olie-/waterreacties waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring / proefgat B03 B04 B13 B14 B101 B102 PB103
Proefgat Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja
Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00 1,00 1,00 2,00 2,00 3,20
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,20 0,00 - 1,00 0,00 - 0,50
B104 Nee 2,00 B105 Ja 2,50 B106 Nee 2,00 Toelichting bij de tabel: Sporen < 1 % bodemvreemd materiaal; Zwak ≥ 1 < 5 % bodemvreemd materiaal; Sterk ≥ 10 < 20 % bodemvreemd materiaal; Uiterst ≥ 20 < 50 % bodemvreemd materiaal.
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Klei Klei Klei Zand Klei Klei Klei Klei Zand Klei Klei
zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak betonhoudend, sporen baksteen sporen baksteen uiterst puinhoudend sporen baksteen sporen beton sporen beton, sporen baksteen sporen baksteen sterk puinhoudend sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grondlagen geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de grondresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Een overzicht van de indicatieve toetsings- en analyseresultaten voor de grond aan het Bbk is opgenomen als bijlage 6. In tabel 8.2 op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
16 Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13728597
PAK
(Meng)monster
Parameter
Opmerking
Toelichting
MM02
Individuele PAK
Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Aangezien de som parameter voor PAK de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen.
Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de onderstaande grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met de diverse bodemvreemde bijmengingen en afwijkende bodemlagen (zand en klei) zijn er twee extra (meng)monsters samengesteld voor analyse op een standaard NEN-pakket. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen/zwak betonhoudend, sporen/zwak baksteenhoudend MM02 Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
NEN
-
-
NEN
-
-
NEN
-
-
NEN
Co, Ni
-
NEN
-
-
MO
-
-
MO
-
-
MO
-
-
MO
-
-
OCB
DDE
-
OCB
-
-
OCB
DDE
-
B01 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,10 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) MM03 Bovengrond, klei B10 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: B11 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) MM04 Bovengrond, klei B101 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton B102 (0,00 - 0,50) B105 (0,00 - 0,50) PB103 (0,00 - 0,50) MM05 Bovengrond, zand B104 (0,00 - 0,20) Zintuiglijk: sterk/uiterst puinhoudend B14 (0,00 - 0,30) MM06 Ondergrond, klei B01 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B03 (0,50 - 1,00) B05 (0,50 - 1,00) B09 (1,00 - 1,50) B09 (1,50 - 2,00) B12 (1,00 - 1,30) B12 (1,30 - 1,70) B14 (0,50 - 1,00) Aanvullend onderzoek naar minerale olie noordelijke onderzoeksgrens M07 Ondergrond, leem B101 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: M08 Ondergrond, klei B102 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: M09 Ondergrond, klei PB103 (1,50 - 1,75) Zintuiglijk: M10 Ondergrond, klei B104 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: Teeltlaagonderzoek MMOCB01 Teeltlaag, klei B03 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: sporen/zwak baksteenhoudend, B04 (0,00 - 0,30) sporen/zwak betonhoudend MMOCB02 Teeltlaag, klei B02 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: B06 (0,10 - 0,40) B07 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) MMOCB03 Teeltlaag, klei B11 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: sporen baksteen B12 (0,00 - 0,30) B13 (0,00 - 0,30) B15 (0,00 - 0,30)
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
17 Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); MO Minerale olie, inclusief organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); DDE Dichloordifenyldichloorethyleen; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.
Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
GWS (m -mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
Resultaten >S<I >I Ba, naftaleen -
PB103 2,20 - 3,20 1,52 7,1 896 114 NEN Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond / niet geanalyseerd.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB103 is een hogere troebelheid dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn 5 grondmonsters samengesteld, waarvan conform onderzoeksopzet de drie meest verdachte grondmonsters zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 weergegeven.
Tabel 8.5: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode
Proefgat(en)
Zintuiglijke waarnemingen
MMASB01
B03, B04
Sporen/zwak baksteenhoudend, sporen/zwak betonhoudend -
MMASB02
Traject Soort Analysepakket (m -mv) 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1
B10 t/m B13, 0,00 - 0,50 B15 MMASB03 B01, B05 t/m 0,00 - 0,50 B08 MMASB04 B14 Uiterst puinhoudend 0,00 - 0,30 MMASB05 B101 t/m Sporen baksteen, sporen beton 0,00 - 0,50 PB103, B105 Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm; Niets waargenomen.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
Grond Niet geanalyseerd Grond Niet geanalyseerd Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1
18 De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
MMASB01 MMASB04 MMASB05 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden -
Type -
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de sporen tot zwak baksteenhoudende- en/of sporen tot zwak betonhoudende bovengrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NENparameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de mengmonsters MM02, MM03 en MM06 van de zintuiglijk schone boven- en/of ondergrond (klei), alsmede in het mengmonster MM04 van de sporen baksteen- en/of sporen betonhoudende bovengrond (klei), zijn eveneens geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NENparameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM05 van de sterk tot uiterst puinhoudende bovengrond (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet zowel de lichte verontreinigde grond uit mengmonster MM05, als de grond uit de overige onderzochte mengmonsters indicatief aan de klasse ‘altijd toepasbaar’. Aanvullend onderzoek naar minerale olie noordelijke onderzoeksgrens In de monsters M07 t/m M10 van de zintuiglijk schone ondergrond (1,5-2,0 m-mv; leem/klei), nabij de (voormalige) ondergrondse tank en grondverontreiniging met minerale olie, zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Teeltlaag In het mengmonster MMOCB01 van de sporen tot zwak baksteenhoudende- en/of sporen tot zwak betonhoudende (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) is een licht verhoogd gehalte voor DDE aangetoond. Voor de overige onderzochte OCB-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonsters MMOCB02 van de zintuiglijk schone (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster MMOCB03 van de sporen baksteenhoudende (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) is een licht verhoogd gehalte voor DDE aangetoond. Voor de overige onderzochte OCBparameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de (oorspronkelijke) teeltlaag indicatief maximaal aan de klasse ‘industrie’ op basis van het gehalte voor DDE in mengmonster MMOCB03. Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
19 Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB103, stroomafwaarts van de (voormalige) ondergrondse tank en grondverontreiniging met minerale olie, zijn licht verhoogde gehalten voor barium en naftaleen aangetoond. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijk (fractie > 20 mm) zowel op het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. In grondmonster MMASB01 van de sporen tot zwak baksteenhoudende- en/of sporen tot zwak betonhoudende bovengrond uit proefgaten B03 en B04 (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). In grondmonster MMASB04 van de uiterst puinhoudende bovengrond uit proefgat B14 (0,0-0,3 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). In grondmonster MMASB05 van de sporen baksteen- en/of sporen betonhoudende bovengrond uit proefgaten PB03 en B04 (0,0-0,5 m-mv) is analytisch eveneens geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022
20 9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Conclusies verkennend en aanvullend bodemonderzoek
Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de (voormalige) ondergrondse tank en verontreiniging met minerale olie ten noorden van de locatie, bodemvreemde bijmengingen en de teeltlaag op de gehele locatie (OCB) aandachtspunten vormden. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien in de bovengrond (met bodemvreemde bijmengingen) en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Vanaf 0,5 à 1,0 m-mv zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen (puin, kooldeeltjes of andersoortig verdachte bodemvreemde bijmengingen) aangetroffen. In de teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden hebben derhalve niet geleid tot een bodemverontreinigingen met OCB in de teeltlaag. De verhoogde gehalten betreffen (marginale) overschrijdingen van de betreffende streef- en achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk.
Tevens zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de (voormalige) ondergrondse tank en grondverontreiniging met minerale olie ten noorden van de locatie. Hierbij kan worden geconcludeerd dat de grondverontreiniging met minerale olie, afkomstig van de ondergrondse tank ten noorden van de locatie, niet is verspreid tot de uitbreidingslocatie. 9.2.
Conclusies verkennend onderzoek naar asbest
Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen asbestverontreiniging is aangetoond. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetaties op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Diverse verkennende- en aanvullende (bodem)onderzoeken, Hoofdstraat 70 te Kesteren Rapportnr.: B22.8653 versie: 01 datum: 16 september 2022