CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bij de toelichting - Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan1.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke Onderbouwing

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen Uitbreiding bedrijventerrein Bonegraaf Gemeente Doetinchem

Gemeente Neder-Betuwe

Projectnummer: 3449.01 Datum: 31 augustus 2022

Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................... 3 Toetsing ................................................................................................................. 4 2.1

Algemeen ................................................................................................................................................... 4

2.2

De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4

2.3

De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5

2.4

De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 6

Conclusie ................................................................................................................ 9 Bijlage 1 Ecologisch onderzoek Bijlage 2 Stikstofberekening

2

Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.

3

Toetsing 2.1

Algemeen De ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van een bedrijventerrein met bijbehorende ontsluiting, bedrijfsgebouwen en parkeerplaatsen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De uitbreiding van het bedrijventerrein met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.

2.2

De kenmerken van het project De gemeente Neder-Betuwe is voornemens om het huidige bedrijventerrein Bonegraaf in Dodewaard verder uit te breiden. De uitbreiding Bonegraaf-Oost heeft een bruto omvang van circa 6,3 hectare netto en zal vooral ruimte bieden aan reguliere lokale bedrijvigheid (industrie, bouw, handel en productie) in de categorie 2 tot 3.2. Deze doelgroep sluit aan bij de huidige bedrijvigheid op Bonegraaf. Bedrijven aan de noordrand dienen bovendien een hoogwaardige uitstraling te hebben omdat dit zichtlocaties vanaf de snelweg A15 zijn.

4

Ten behoeve van de ontwikkeling van Bonegraaf Oost, heeft de gemeente Neder Betuwe in juli 2020 de structuurschets Bonegraaf–Oost vastgesteld. De structuurschets gaat uit van een gefaseerde herstructurering van het gebied, gebruik makend van de al aanwezige structuren en kwaliteiten. Het nieuwe bedrijventerrein zal aan de A15 een nieuwe bijdrage moeten leveren aan het visitekaartje van het economisch profiel van de gemeente.

2.3

De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern Dodewaard. De omgeving rondom het plangebied is zeer divers. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de snelweg A15. Aan de overzijde van de snelweg loopt de goederenspoorlijn de Betuweroute. De oostzijde van het plangebied grenst aan agrarische percelen. De agrarische percelen zijn in de huidige situatie in gebruik als bomenkwekerij. De agrarische percelen en het plangebied worden gescheiden door een kleine watergang. Ten zuiden van het plangebied ligt een woonwijk behorend bij het dorp Dodewaard. Deze woonwijk wordt gedeeltelijk omringd door een geluidwal, waardoor het plangebied en de woonwijk gescheiden

Figuur I Begrenzing plangebied

zijn. Tot slot grenst de westzijde aan gronden die onderdeel uitmaken van het bedrijventerrein Bonegraaf. Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer afstand en betreft de ‘Rijntakken’. Een ander Natura 2000-gebied op minder dan 10 kilometer afstand is de ‘Veluwe’ (ca. 6 kilometer).

5

2.4

De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van het bedrijventerrein, met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen meerdere milieueffecten hebben, waarbij in potentie de volgende maatgevende milieueffecten kunnen worden aangemerkt: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.

2.4.1

Luchtkwaliteit De ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van een bedrijventerrein met bijbehorende ontsluiting, bedrijfsgebouwen en parkeerplaatsen. Ten opzichte van de situatie in het verleden zal het aantal verkeersbewegingen sterk toenemen. Verkeer zorgt voor uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof. Ten aanzien van de aantallen verkeersbewegingen is aangesloten bij de publicatie CROW 381 “Toekomstbestendig parkeren; van parkeercijfers naar parkeernormen”. Uitgaande van een gemengd terrein gaat Goudappel Coffeng in haar notitie uit van een verkeersgeneratie van 158 ritten per etmaal per uitgegeven hectare. Deze ritten zijn opgedeeld in de categorieën lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen. Het bedrijventerrein heeft een netto oppervlakte van 5,2 hectare. Het aantal extar verkeersbewegingen bedraagt daarmee 820 per werkdag. Onderzoek luchtkwaliteit Uit het luchtkwaliteitsonderzoek van SPA WNP Ingenieurs blijkt dat Op alle receptorpunten de bijdrage van het project aan de jaargemiddelde concentraties minder dan 3% van de grenswaarde (i.c. 1,2 μg/m3), voor zowel stikstofdioxide als fijnstof. De emissies vanwege het project zijn daarmee niet in betekende mate (NIBM). Een verdere toetsing aan de grenswaarden daarom kan achterwege blijven. NSL-monitoringstool Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de huidige luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.

Hiervoor zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (A15) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald.

6

In onderstaande afbeelding zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2020. Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

De ontwikkeling zorgt voor worst case een toevoeging van 1,20 µg/m3 NO2 en 0,22 µg/m3 PM10. Hiermee komt de totale concentratie NO2 op 21,45 µg/m3. De concentraties NO2 blijven hiermee onder de grenswaarde van 40 µg/m3. Daarnaast komt de totale concentratie PM10 op 20,145 µg/m3. De concentraties PM10 blijven hiermee onder de grenswaarde van 40 µg/m3. 2.4.2

Beschermde natuurgebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer afstand en betreft de ‘Rijntakken’. Een ander Natura 2000-gebied op minder dan 10 kilometer afstand is de ‘Veluwe’ (ca. 6 kilometer). Uit ecologisch onderzoek van NLadviseurs uit juni 2019 is gebleken dat de uitbreiding van het bedrijventerrein Bonegraaf niet zal leiden tot negatieve effecten op de genoemde Natura 2000gebieden. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. In het onderzoek werd niet ingegaan op de effecten van mogelijke stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied als gevolg van de ontwikkeling. Om die reden is door Tauw Milieu in juni 2022 een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Fase aanleg De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is per 1 juli 2021 in werking getreden. Als gevolg daarvan is de aanlegfase (alle tijdelijke bouw- en sloopwerkzaamheden) vrijgesteld van natuurvergunningsplicht voor het aspect stikstofdepositie.

Wanneer het bestemmingplan tot uitvoering wordt gebracht – de projectfase – en het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, dan wordt voor dit onderdeel van het plan verwezen naar het feit dat de wetgever de effecten van stikstofdepositie in de bouw-/aanlegfase daarmee reeds heeft beschouwd, waardoor de noodzaak tot toetsing van stikstofdepositie in de bouw-/aanlegfase afwezig is.

7

Fase gebruik AERIUS Calculator berekent voor de beoogde situatie een maximale stikstofdepositiebijdrage op omliggende Natura 2000-gebieden van 0,12 mol/ha/jaar. In het onderzoek zijn zowel de beoogde situatie als de referentiesituatie meegenomen. Ten opzichte van de referentiesituatie (interne saldering) is er in de beoogde situatie op geen enkel relevant hexagoon sprake van een toename in stikstofdepositie. Tijdens de gebruiksfase is geen sprake van toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De depositie die optreedt wordt volledig te niet gedaan door de interne saldering. De nieuwe situatie leidt zelfs tot minder depositie dan in huidige situatie. Dit betekent dat in het kader van de Wnb door het toekomstig bedrijventerrein er geen negatief effect optreedt ten aanzien van stikstof. Op dit aspect geldt dus geen verplichting tot een vergunning Wnb. 2.4.3

Beschermde soorten en leefgebied In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door NLadviseurs in juni 2019 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Uit het onderzoek komt naar voren dat nader onderzoek moet worden uitgevoerd naar een aantal soorten. Dit nader onderzoek dis inmiddels afgerond en op basis van het nader onderzoek is een activiteitenplan in combinatie met een ontheffingsvraag noodzakelijk voor de soorten vleermuizen (bomen en holtes), steenmarter, buizerd en sperwer.

2.4.4

Bomenanalyse In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Van Voorthuizen in oktober 2021 een boom effect analyse uitgevoerd. Het bestaande bosperceel is opgedeeld in vijf vakken. Een aantal bomen zijn matig tot slecht en zullen worden gekapt. De watergang wordt duidelijk zichtbaar gemaakt en er worden nieuwe bomen aangeplant. Initiatiefnemer streeft daarbij naar een duurzame instandhouding van het bosperceel. Omvorming van een monotoon bomenbestand maakt hier ook onderdeel van uit. Ook in de rest van het plangebied zullen bomen worden aangeplant om zo aan de herbeplantingsplicht te voldoen. Hiertoe wordt een beplantingsplan opgesteld.

2.4.5

Overige milieuaspecten Naast voorgenoemde aspecten zijn er in het kader van de ontwikkeling verschillende onderzoeken uitgevoerd naar aspecten die in potentie nadelige milieueffecten kunnen hebben. Dit betreffen de volgende onderzoeken: • Bodemonderzoek • Akoestisch onderzoek • Bedrijven en milieuzonering • Geur • Spuitzone onderzoek Deze onderzoeken zijn allen bijgevoegd aan het bestemmingsplan ‘Bonegraaf Oost te Dodewaard’, welke via www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen is. Uit alle onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling niet zorgt voor nadelige milieueffecten.

8

Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Voor de ontwikkeling dient geen Milieueffectrapportage te worden opgesteld. Hiermee hoeft er ook geen MER-procedure te worden doorlopen.

9

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek (zie bijlage 17 van toelichting bestemmingsplan)

10

Bijlage 2 Stikstofberekening (zie bijlage 19 van toelichting bestemmingsplan)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12537855/2