Bijlage 4j - Stikstofonderzoek stikstofdepositie verbouw supermarkt naar detailhandel - 27-08-2024
Tekst van het document
Onderzoek stikstofdepositie Verbouw supermarkt naar detailhandel – Dr. M. van Drielplein 1 te Ochten
Patrick van Manen| MBH Consult B.V. 27 augustus 2024
Onderzoek stikstofdepositie
Onderzoek stikstofdepositie Dr. M. van Drielplein 1 te Ochten
Opdrachtgever
Mees Ruimte & Milieu
Opsteller
P. van Manen, BEc MBH Consult B.V. Ottostraat 11 6716 BG Ede 0318-202045 patrick@mbhconsult.nl
1
Onderzoek stikstofdepositie
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.
Toetsingskader ................................................................................................................................ 5
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................... 6
3.
2.1
Projectgegevens ...................................................................................................................... 6
2.2
Bouwfase ................................................................................................................................. 8
2.3
Beoogde gebruiksfase ........................................................................................................... 10
Berekeningsresultaten .................................................................................................................. 12 3.1
Bouwfase + beoogd gebruik .................................................................................................. 12
3.2
Conclusie ............................................................................................................................... 12
2
Onderzoek stikstofdepositie
Inleiding Mees Ruimte & Milieu heeft MBH Consult B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van het realiseren van de verbouwing van een supermarkt naar detailhandel aan het Dokter M. van Drielplein 1 te Ochten. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.
Figuur 1.1
Situering plangebied
3
Onderzoek stikstofdepositie De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden(WNB-rekenpunten). Het meest nabij gelegen(stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied de AERIUS Calculator is: -
Rijntakken (ca. 0.2 km)
Voorgaand is zichtbaar in figuur 1.2
Figuur 1.2
Omliggende Natura 2000-gebieden
4
Onderzoek stikstofdepositie
1. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Een project dat significante gevolgen kan hebben, heeft een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Ter beoordeling daarvan is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de AERIUS Calculator, zoals voorgeschreven in de Omgevingswet. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig.
5
Onderzoek stikstofdepositie
2. Uitgangspunten 2.1 Projectgegevens Met het project wordt de verbouwing van het Dokter M. van Drielplein 1 te Ochten mogelijk gemaakt. Het plan is als volgt: 1. Sluiting bestaande supermarkt 2. Interne verbouwing 3. Opening detailhandel Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De gegevens worden verworden door een analyse van de uit te voeren bouwactiviteiten, door gebruik te maken van onderzoeken naar vergelijkbare panden uitgevoerd door MBH Consult en door een check bij een bouwkundig aannemer. (MBH Consult is een zusteronderneming van een bouwkundig aannemer) Gebruiksfase Worst case wordt voor de gebruiksfase van het Dokter M. van Drielplein 1 gerekend met voortzetting van een fossiel energieconcept. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de gebruiksfase vinden tevens plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersbewegingen worden ontleend aan een verkeers-onderzoek van Goudappel(Goudappel 016139.20231214.R1.05), d.d. 14-12-2023. Aanvullend zijn opdrachtgever en CROW geraadpleegd voor zware verkeersbewegingen.
6
Onderzoek stikstofdepositie Ontsluiting verkeer Op basis van de ‘Checklist indieningsvereiste Wet Natuurbescherming’ van de provincie Gelderland is er een nieuw inzicht ontstaan m.b.t. de te hanteren ontsluiting van verkeer. Dit document verstrekt de volgende vuistregel: • •
Binnen de bebouwde kom: 50 meter voor personenauto’s en 150 meter voor vrachtverkeer Buiten de bebouwde kom: 80 meter voor personenauto’s en 250 meter voor vrachtverkeer
Op basis van de projectlocatie wordt geconcludeerd dat de vuistregel voor ontsluiting buiten de bebouwde kom gehanteerd dient te worden voor dit onderzoek. Conform de notitie van Goudappel wordt het verkeer als volgt afgewikkeld: 1. 25% op de Arnoldus Jacobsstraat 2. 37,5% op de Bagijnestraat in Westelijke richting 3. 37,5% op de Bagijnestraat in Oostelijke richting, waarna het verkeer voor 75% linksaf slaat en 25% rechtsaf slaat Het vrachtverkeer voor de bouwfase en gebruiksfase wordt volledig afgewikkeld in de richting van de Waalbandijk in verband met een inrijverbod voor vrachtverkeer op de Bagijnestraat. Rekenjaar De bouwactiviteiten nemen ca. 2 maanden in beslag. De beoogde gebruiksfase vindt derhalve binnen 12 aaneengesloten maanden plaats. Derhalve worden zowel de bouwfase als de volledige beoogde gebruiksfase samengenomen in één projectberekening met rekenjaar 2025. Dit is het eerst mogelijke jaar waarin het project mogelijk uitgevoerd kan worden. AERIUS 2023 Onderhavig onderzoek is uitgevoerd met de meest recente versie van de AERIUS Calculator.
7
Onderzoek stikstofdepositie
2.2 Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De gegevens worden verworden door een analyse van de uit te voeren bouwactiviteiten, door gebruik te maken van onderzoeken naar vergelijkbare panden uitgevoerd door MBH Consult en door een check bij een bouwkundig aannemer. De werktuigen worden als vlakbron ingegeven op de projectlocatie, omdat deze geen vast emissiepunt hebben maar over het gehele terrein zullen bewegen. De ingegeven uren betreffen uren van de totale inzet inclusief stationaire draai. Aggregaten zijn niet aan de orde, omdat gebruik gemaakt kan worden van de bestaande stroomaansluiting. Het verbruik is bepaald o.b.v. TNO Rapport R110861 . Het betreft de volgende tabel:
Tabel 1.1
Brandstofverbruik mobiele werktuigen volgens TNO
Voorgenoemd leidt tot het volgende overzicht:
Tabel 1.2
-
Inzet mobiele werktuigen
Conform de AERIUS invoerinstructie is er bij Stage IV motoren sprake van 6% AdBlue verbruik t.o.v. het dieselverbruik
1
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/06/18/eindrapp ort-data-onderzoek-mobiele-machines-innederland/eindrapport+data+onderzoek+mobiele+machines+in+nederland.pdf
8
Onderzoek stikstofdepositie Vervoersbewegingen Gebaseerd op de omvang van de werkzaamheden en de verwachte tijdsduur zijn de volgende retourbewegingen aan de orde:
Tabel 1.3
• • •
Retourbewegingen bouwfase
Licht verkeer is berekend op basis van 8 werkbare werkweken, 5 werkdagen per week en 10 retourbewegingen per werkdag Zwaar verkeer is genomen als 19% van de totale verkeersgeneratie (afgerond naar boven. Uit de praktijk blijkt dat 19% van alle verkeersbewegingen op de bouw, zwaar verkeer betreft Vervoer van bestelbusjes tot en met 1-assige vrachtwagens vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer
Stationair draaien In de aanlegfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een opgave door de opdrachtgever en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzicht:
Tabel 1.4
•
Emissies stationair vrachtverkeer
Het aantal jaarlijkse bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen zijn. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden
9
Onderzoek stikstofdepositie
2.3 Beoogde gebruiksfase Gebouwemissies Detailhandel Het huidige gasverbruik bedraagt conform opgave opdrachtgever 8.700 m3 per jaar. Het is onzeker welke invulling het nieuwe plan zal krijgen. Voor de beoogde situatie wordt uitgegaan van een gelijkblijvend gasverbruik. Op basis van artikel 3.10b Activiteitenbesluit milieubeheer en de rekenformule ‘Berekening van gestandaardiseerd debiet op basis van het brandstofverbruik’2 kan dit verbruik worden omgerekend naar een jaarlijkse NOx uitstoot 3. Allereerst dient het standaarddebiet voor rookgas van aardas te worden bepaald. Infomil geeft hiervoor de volgende formule: Fs = Fbr x Vst x (21/21-Os) Fs: standaard debiet (m3 /u) van droog rookgas bij een standaard zuurstofconcentratie Fbr: brandstofverbruik (m3 /u) Os: de zuurstofconcentratie betrokken op droog rookgas (3%) 21: zuurstofconcentratie in droge lucht Vst: stoichiometrisch droog rookgasvolume (m3 /m3 ) Het stoichiometrisch rookgasvolume voor de verbranding van aardgas bedraagt bij benadering: Vst = 0,199 + 0,234 x stookwaarde van aardgas (MJ/m3 ). De stookwaarde van aardgas is 31,65 MJ/m34 . Hieruit volgt een stoichiometrisch rookgasvolume van 0,199 + 0,234 x 31,65 = 7,6051 m3 rookgas/m3 aardgas. Het debiet van droog rookgas vanwege de verbranding van 1 m3 aardgas bedraagt 8,8726 m3 (1 m3 x 7,6051 x (21/21-3%)).
Oftewel bij de verbranding van 1 m3 aardgas komt 8,8726 m3 droog rookgas vrij. Voorgenoemd leidt tot de volgende berekende emissies:
Tabel 2.1
Gebouwemissies
De emissie wordt ingegeven op het specifieke emissiepunt met een uitstoothoogte van 8 meter.
2
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/meten-en-rapporteren/meten-luchtemissies/l40handleiding/5-herleiding/ 3 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2022-06-01 4 https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/verbrandingswaarde
10
Onderzoek stikstofdepositie Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van de beoogd situatie conform het verkeersonderzoek van Goudappel bedraagt 3.390 mv/etm. Dit is als volgt verdeeld:
Tabel 2.2
Verkeersgeneratie licht verkeer beoogde situatie
Het onderzoek van Goudappel gaat niet in op vrachtverkeer. De verkeersgeneratie vrachtverkeer van de MCD-supermarkt bedraagt:
Tabel 2.3
Verkeersgeneratie zwaar verkeer beoogde situatie
*de invulling van de detailhandel is onzeker. Het is wel te verwachten dat dit minder intensief zal zijn dan dat van een supermarkt. Derhalve wordt 1 retourbeweging per etmaal aangehouden Emissies stationair draaien In de gebruiksfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een schatting van de stationaire draaiuren en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzichten: detailhandel
Tabel 2.4
•
Emissie verkeersbewegingen stationair gebruiksfase
Het aantal bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen betreft. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden. Laden en lossen geschiedt emissieloos
11
Onderzoek stikstofdepositie
3. Berekeningsresultaten 3.1 Bouwfase + beoogd gebruik De berekening van het projecteffect is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. De rekenbestanden worden als separate bijlagen bij de vergunningsaanvraag gevoegd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000-gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000gebieden.
3.2 Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
Aanvullend wordt opgemerkt dat een wijziging op in te zetten materieel kan leiden tot gewijzigde uitkomsten van de berekening.
12