CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 45 - Bijlage 7 bij aanvulling MER (Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder fase 1

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan met bijlagen28.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 371959 Referentienummer: SWNL0268310a Datum: 28-05-2021

(Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder

Definitief

Opdrachtgever: Dekker Groep

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Jos Reijerink Senior adviseur bodem M +31 6 22 40 95 24

Verantwoording Titel

(Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS)

Subtitel

Willemspolder

Projectnummer

371959

Referentienummer

SWNL0268310a

Revisie

D1

Datum

28-05-2021

Auteur

Jos Reijerink

E-mailadres

jos.reijerink@sweco.nl

Gecontroleerd door

Dimitri van de Vis

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd

Patrick Driessen

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

2

Randvoorwaarden ................................................................................................. 6

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

2.2

Definitie van beheergebied ...................................................................................... 6

2.3

Dieptetraject ............................................................................................................. 7

2.4

Te beschouwen stoffen ........................................................................................... 7

2.5

Uit te sluiten gebieden ............................................................................................. 7

3

Bepaling waterbodemkwaliteit (stoffen C1-pakket) ........................................... 8

3.1

Algemeen ................................................................................................................. 8

3.2

Stap 1: Indeling in homogene deelgebieden ........................................................... 8

3.3

Stap 2: Gegevensverzameling en -bewerking ......................................................... 9

3.3.1

Gegevensverzameling ..........................................................................................................9

3.3.2

Gegevensvoorbehandeling .................................................................................................10

3.3.3

Uitbijteranalyse ...................................................................................................................10

3.4

Stap 3: Evaluatie gebiedsindeling ......................................................................... 11

3.4.1

Aantal waarnemingen .........................................................................................................11

3.4.2

Beoordeling puntenkaart .....................................................................................................12

3.5

Stap 4: Karakterisering van de bodemkwaliteit ..................................................... 13

3.5.1

Algemeen ............................................................................................................................13

3.5.2

Gemiddelde gehalten en klassebepalende parameters ......................................................13

3.5.3

95-percentiel .......................................................................................................................15

4

Bepaling waterbodemkwaliteit (PFAS) .............................................................. 16

4.1

Inleiding ................................................................................................................. 16

4.2

Te beschouwen stoffen ......................................................................................... 16

4.3

Verdachte locaties ................................................................................................. 16

4.4

Indeling plangebied in homogene deelgebieden ................................................... 16

4.5

Verzamelen informatie ........................................................................................... 17

4.5.1

Veld- en laboratoriumonderzoek .........................................................................................17

4.5.2

Gegevensverzameling en -bewerking .................................................................................17

4.5.3

Uitbijteranalyse ...................................................................................................................17

4.6

Evaluatie gebiedsindeling ...................................................................................... 17

4.6.1

Aantal waarnemingen .........................................................................................................17

4.6.2

Beoordeling puntenkaart .....................................................................................................18

4.7

Karakterisering waterbodemkwaliteit PFAS .......................................................... 18

4.7.1

Toetsingskader ...................................................................................................................18

4.7.2

Statistische parameters per deelgebied ..............................................................................19

5

(Water)bodemkwaliteitskaart .............................................................................. 21

5.1

Inleiding ................................................................................................................. 21

5.2

(Water)bodemkwaliteitskaart ................................................................................. 21

5.3

Voorstel PFAS-beleid bij het voorgenomen grondverzet ...................................... 22

5.4

Toekomstige bijstellng van de PFAS-normen ....................................................... 22

5.5

Gebruik van de (water)bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring .... 22

5.6

Vaststellen (water)bodemkwaliteitskaart ............................................................... 22

Bijlage 1

Topografische ligging plangebied

Bijlage 2

Bodemzoneringskaart Rijkswaterstaat

Bijlage 3

Boorprofielen

Bijlage 4

Analysecertificaten, toetsingsresultaten en overzichtstabellen

Bijlage 5

Boringen per deelgebied

Bijlage 6

Klasse-indeling per boring (kaart)

Bijlage 7

Statistische parameters (C1-pakket)

Bijlage 8

Advieslijst PFAS

Bijlage 9

Grafieken PFAS

Bijlage 10

Kaart met waarnemingen (PFAS-analyses)

Bijlage 11

Kaart met resultaten toetsing (PFAS-analyses)

Bijlage 12

Statistische parameters PFAS

Bijlage 13

(Water)bodemkwaliteitskaart (C1-pakket)

Bijlage 14

Kwaliteitsborging

1

Inleiding

In opdracht van de Dekker Groep heeft Sweco Nederland B.V. een (water)bodemkwaliteitskaart voor het plangebied Willemspolder opgesteld. De (water)bodemkwaliteitskaart gaat gebruikt worden als milieuhygienische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) voor het hergebruik van de vrijkomende grond binnen het plangebied. De topografische ligging van het plangebied is weergegeven in bijlage 1. De verdachte terreindelen binnen het plangebied die geen deel uitmaken van de waterbodemkwaliteitskaart, zijn separaat conform de NEN5720 onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het conceptrapport ’Verkennend waterbodemonderzoek Willemspolder’ (Sweco Nederland B.V., augustus 2020). In dit rapport zijn ook de resultaten van het ’Vooronderzoek (conform de NEN5717)’ opgenomen. Voor achtergrondinformatie en de voorgenomen herinrichting van het plangebied wordt naar dit rapport verwezen. Omdat binnen het plangebied zowel sprake is van een waterbodem als van een landbodem, wordt de bodemkwaliteitskaart in dit rapport aangeduid met (water)bodemkwaliteitskaart. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.2.

2

Randvoorwaarden

2.1 Algemeen Voor het opstellen van een (water)bodemkwaliteitskaart is in de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten (VROM en V&W, d.d. 3 september 2007) en het Wijzigingsblad (d.d. 1 januari 2019) bij de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten een aantal randvoorwaarden opgenomen waaraan de kaart moet voldoen. Aspecten waarover de bodemkwaliteitskaart minimaal duidelijkheid moet verschaffen, worden in de Richtlijn vermeld. Deze zijn: 1. het (deel van het) beheergebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld; 2. de diepte en het aantal te onderscheiden dieptetrajecten waarover de uiteindelijke bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet; 3. de stoffen die in de bodemkwaliteitskaart zijn opgenomen; 4. het deel van het beheergebied (onder andere de verdachte locaties) waarvoor de bodemkwaliteitskaart niet geldig is (indien van toepassing); 5. de lintvormige diffuus belaste deelgebieden die worden onderscheiden (indien van toepassing); 6. de onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd; 7. de kwaliteitseisen waaraan een bodemkwaliteitszone moet voldoen om te kunnen worden vastgesteld; 8. de statistische kengetallen op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gekarakteriseerd. De eerste vijf aspecten worden in dit hoofdstuk besproken, de overige aspecten komen in de volgende hoofdstukken aan de orde.

2.2 Definitie van beheergebied Het beheergebied waarvoor de (water)bodemkwaliteitskaart is opgesteld, betreft het plangebied Willemspolder. In de opgenomen bijlagen is telkens de plangrens weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat een deel van het plangebied (gedeelte ten oosten van de invaart) als landbodem dient te worden beschouwd, omdat dit deel als droger oevergebied op de kaart van de Waterregeling is aangegeven (oranje ingekleurd in figuur 2.1).

Figuur 2.1

Locatie landbodem (oranje = drogere oevergebied) ( : indicatieve begrenzing beheergebied)

2.3 Dieptetraject De (water)bodemkwaliteitskaart heeft betrekking op de volgende dieptetrajecten: · bovengrond: traject 0,0- 0,5 m –mv; · ondergrond: ° traject 0,5-1,5 m -mv (klei-ondergrond); ° traject > 1,5 m -mv (zand ondergrond). 2.4 Te beschouwen stoffen Voor de (water)bodemkwaliteitskaart wordt uitgegaan van het basispakket uit de NEN 5720 (november 2009), ’Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie’. Het betreft de stoffen uit het zogenaamde C1-pakket (standaardpakket voor waterbodem en baggerspecie uit zoet Rijksoppervlaktewater, blijvend binnen zoet Rijksoppervlaktewater). Dit pakket is gekozen, omdat de vrijkomende, niet vermarktbare grondstromen binnen het plangebied worden hergebruikt. Pakket C1 bestaat uit de volgende stoffen: · metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink); · PAK’s (10 van VROM); · chloorbenzenen; · chloorfenolen; · organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s); · minerale olie; · polychloorbifenylen (PCB’s). Daarnaast zijn PFAS in het stoffenpakket opgenomen. 2.5 Uit te sluiten gebieden De (water)bodemkwaliteitskaart moet een representatief beeld geven van de diffuse bodemkwaliteit van het plangebied. In het kader van het verkennend waterbodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN5717 uitgevoerd.

Het vooronderzoek geeft uitsluitsel of er sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit danwel een verdachte locatie. In dat geval kan de (water)bodemkwaliteitskaart niet gebruikt worden als milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Uit het vooronderzoek komen de volgende deellocaties naar voren waar een afwijkende bodemkwaliteit wordt verwacht: · poldersloten; · huidige wegen (asfalt- en klinkerweg); · zomerkade langs de Waal en kades rond de plassen; · voormalige (puin)weggetje/smalspoortje; · voormalige woning/boerderij; · hooggelegen gedeelte ten westen van de invaart; · stortplaatsen. Bovengenoemde deellocaties zijn in het verkennend waterbodemonderzoek (Sweco Nederland bv, augustus 2020) conform de NEN5720 onderzocht. In de ondergrond zijn er vanuit het vooronderzoek geen aanwijzingen dat sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit. Dit betekent dat de (water)bodemkwaliteitskaart van de ondergrond voor het gehele plangebied van toepassing is.

3

Bepaling waterbodemkwaliteit (stoffen C1-pakket)

3.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de uitgevoerde werkzaamheden beschreven voor het opstellen van de (water)bodemkwaliteitskaart voor de stoffen uit het C1-pakket. Zoals vermeld in hoofdstuk 1, is ook een (water)bodemkwaliteitskaart voor PFAS opgesteld. Deze wordt besproken in hoofdstuk 4. De gevolgde procedure bij het maken van de (water)bodemkwaliteitskaart is conform hoofdstuk 2 (Opstellen van bodemkwaliteitskaarten voor de bodem onder oppervlaktewater) van de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten (VROM en V&W, 2007) en het Wijzigingsblad d.d. 1 januari 2019. 1. het indelen van het gebied in homogene deelgebieden; 2. gegevensverzameling en gegevensbewerking; 3. evaluatie gebiedsindeling en vaststellen bodemkwaliteitszones; 4. karakterisering van de bodemkwaliteit; 5. het maken van de (water)bodemkwaliteitskaarten. Onderstaand worden per stap de uitgevoerde werkzaamheden beschreven. De vervaardigde (water)bodemkwaliteitskaarten komen in hoofdstuk 5 aan de orde. 3.2 Stap 1: Indeling in homogene deelgebieden Op de bodemzoneringskaart van RWS (2010) komen binnen het plangebied vier bovengrondzones voor: oeverzone en de zones 1 tot en met 3 (zie bijlage 2). Door verschillen in zone-indeling kan sprake zijn van verschillen in bodemkwaliteit tussen deze zones. Verder is er geen informatie bekend op basis waarvan verschillen in bodemkwaliteit worden verwacht.

Het drogere oevergebied (= landbodem), het gedeelte van het plangebied dat ten oosten van de invaart ligt, wordt als apart deelgebied onderscheiden. De kwaliteit van de bovengrond (wordt niet overstroomd door de Waal) kan afwijken van de kwaliteit van de bovengrond in de overige delen van het plangebied (wordt periodiek overstroomd door de Waal). Op basis van bovenstaande wordt de volgende homogene deelgebieden onderscheiden: · bovengrondzones: ° deelgebied kleibovengrond (0,0-0,5 m -mv), oeverzone, verwachte kwaliteitsklasse A-B); ° deelgebied kleibovengrond (0,0-0,5 m -mv), zone 1, verwachte kwaliteitsklasse A-B); ° deelgebied kleibovengrond (0,0-0,5 m -mv), zone 2, verwachte kwaliteitsklasse B; ° deelgebied kleibovengrond landbodem (0,0 - zandspiegel), zone 3, verwachte kwaliteitsklasse B; · ondergrondzones: ° deelgebied klei-ondergrond (0,5-2,5 m -mv; verwachte kwaliteitsklasse A/AW); ° deelgebied zandondergrond (> 2,5 m -mv; verwachte kwaliteitsklasse AW).

Voor het landbodemgedeelte is gemeente Nederbetuwe Bbk-bevoegd gezag. Op de bodemkwaliteitskaart1 van de gemeente staat dit gebied als ’niet-gezoneerd’ aangegeven. Opgemerkt wordt dat dit deelgebied oorspronkelijk als verdachte locatie is onderzocht conform de strategie NEN-5740 (VED-HE). Om te voorzien in een milieuhygienische verklaring voor de toepassing van vrijkomende grond in de zandwinplas, is besloten dit gebied op te nemen in voorliggende (water)bodemkwaliteitskaart. Uit het onderzoek blijkt dat de mengmonsters worden ingedeeld in de klassen A en B. Uit de boorprofielen van de boringen blijkt dat de kleibovengrond tot op maximaal 2 m -mv is geroerd en dat, verspreid over de locatie, baksteen wordt aangetroffen. De klasse-indeling van de baksteenhoudende monsters wijkt niet af van de klasse-indeling van de zintuiglijk schone monsters. Uit deze bevindingen wordt geconcludeerd dat de geroerde kleibovengrond (tot op de zandspiegel) als één deelgebied kan worden beschouwd. In bovengenoemd onderzoek is een aantal boringen gestuit op een harde laag, hetgeen mogelijk wijst op het voorkomen van grotere hoeveelheden baksteen. Bij hoeveelheden baksteen groter dan 20% is hergebruik onder de regels van het Besluit bodemkwaliteit niet mogelijk. In dat geval is het noodzakelijk het baksteenhoudende materiaal af te zeven, voorafgaande aan de toepassing van de bodemfractie.

Per deelgebied dienen minimaal twintig analyses beschikbaar te zijn om de bodemkwaliteit binnen de homogene deelgebieden betrouwbaar te kunnen vaststellen. 3.3

Stap 2: Gegevensverzameling en -bewerking

3.3.1 Gegevensverzameling Om te komen tot het in de Leidraad voorgeschreven minimum aantal van 20 waarnemingen per deelgebied, zijn boringen en analyses uitgevoerd. De boorprofielen zijn in bijlage 3 opgenomen. De locatie van de boringen is per deelgebied op kaart aangegeven in bijlage 5. De analysecertificaten, inclusief toetsing aan de waterbodemnormen van het Besluit bodemkwaliteit, zijn in bijlage 4 opgenomen. In deze bijlage zijn de analyseresultaten ook in overzichtstabellen samengevat. Deze tabellen vormen de basis van de statistische berekeningen. Het veldwerk is uitgevoerd door VCMI in de periode mei tot en met augustus 2020. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2003 (zie bijlage 14). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de namen vermeld zijn bij de boorprofielen in bijlage 3. De monsters zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn.

Op de analysecertificaten in bijlage 4 staan bij een aantal monsters voetnoten vermeld. Deze betreffen: · Het resultaat voor PCB28 is mogelijk vals positief verhoogd door de aanwezigheid van PCB31. · Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

1

Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland, documentcode: 16M1223.RAP001. LievenseCSO, juli 2019.

· ·

·

De conserveringstermijn van het monster is overschreden. Dit heeft mogelijk de representativiteit van het monster beïnvloed. Het resultaat is gewijzigd naar aanleiding van nader laboratoriumonderzoek. Er is een nieuw analysecertificaat aangeleverd. Het oorspronkelijke analysecertificaat is hiermee komen te vervallen. In de dataset zijn de analyseresultaten van het nieuwe certificaat opgenomen. Er zijn componenten na C40 aangetroffen. Deze zijn niet van invloed op het gerapporteerde resultaat.

Omdat de betreffende monsters geen afwijkende beeld van de bodemkwaliteit laten zien, kan ervan uit worden gegaan dat bovengenoemde voetnoten niet van invloed zijn op de klasse-indeling op de waterbodemkwaliteitskaart. 3.3.2 Gegevensvoorbehandeling Voor elke parameter zijn gehalten onder de rapportagegrens vervangen door rekengehalten. De rapportagegrenzen zijn, zoals voorgeschreven in de Regeling bodemkwaliteit, vermenigvuldigd met de factor ‘0,7’. Hiermee ontstaat een reëel positief getal dat statistisch gezien de meest waarschijnlijke waarde tussen nul en de rapportagegrens weergeeft. Conform de Regeling bodemkwaliteit gelden de volgende rekenregels: · per deelgebied wordt het gemiddelde berekend van de gehalten van alle boringen; · indien alle gehalten beneden rapportagegrens liggen, mag er, conform de Regeling bodemkwaliteit, van uitgegaan worden dat geen sprake is van overschrijding van de toetsingswaarden; · indien niet alle gehalten beneden de rapportagegrens liggen, dient het gemiddelde als volgt worden berekend: ° de gehalten beneden rapportagegrens dienen te worden vermenigvuldigd met 0,7; ° de gehalten van monsters boven rapportagegrens blijven ongewijzigd. 3.3.3 Uitbijteranalyse De uitbijteranalyse is via de volgende stappen uitgevoerd. Per deelgebied zijn de gehalten van de klassebepalende parameters bekeken.

Vervolgens is van de monsters met de hoogste gehalten bekeken welke gehalten van invloed zijn op de klasse-indeling. Van deze monsters is bepaald of er argumenten zijn om het betreffende monster uit de dataset te verwijderen. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de klassebepalende uitbijters. Tabel 3.1

Klassebepalende uitbijters

Deelgebied

Boring

Stof

Gehalte (mg/kg d.s.) 4)

Overschrijding toetsingswaarde

Klei-ondergrond Zandondergrond

BKKOG02 2) BKKOG02 3)

HCH aldrin

0,0036 0,0011

> max. waarde klasse A > max. waarde klasse A

Klasse-indeling met uitbijter

Klasse-indeling zonder uitbijter

B B

A AW

2) kleilaagmonster op 1,0-1,3 m -mv 3) zandmonster 1,3-1,5 m -mv 4) gestandaardiseerd gehalte

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de uitbijters in de klei- en zandondergrond betrekking hebben op één boring (BKKOG02). Bij alle overig geanalyseerde ondergrondmonsters zijn geen HCH- en/of aldringehalten boven de rapportagegrens aangetroffen. Er zijn geen puntbronnen bekend die de oorzaak kunnen zijn van de hoge gehalten.

Om dit te verifiëren, is een extra monster van de betreffende boring op HCH/aldrin geanalyseerd. In dit monster zijn geen verhoogde HCH- en/of aldringehalten gemeten. Bovenvermelde waarnemingen worden daarom als uitbijters beschouwd en zijn niet in de dataset meegenomen. 3.4 Stap 3: Evaluatie gebiedsindeling In deze stap wordt nagegaan of de indeling in deelgebieden (zie stap 2) juist is. Hierbij wordt onder meer bekeken of geen ruimtelijke structuur (voldoende ruimtelijke spreiding) in de gehalten of variabiliteit voorkomt. 3.4.1 Aantal waarnemingen Er is per bodemkwaliteitszone geëvalueerd of het aantal meetgegevens toereikend is om de bodemkwaliteit voldoende nauwkeurig te kunnen vaststellen. In paragraaf 2.2.2 van de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten (VROM en V&W, d.d. 3 september 2007) is aangegeven, dat per bodemkwaliteitszone minimaal 20 meetgegevens verzameld moeten worden. Bij niet aaneengesloten deelgebieden zijn meer meetgegevens noodzakelijk (ten minste 3 per nietaaneengesloten deel). Met betrekking tot de spreiding van de waarnemingen, geldt dat de waarnemingen ruimtelijk voldoende verspreid over het deelgebied moeten liggen: · voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in ten minste 10 vakken één of meer waarnemingen gedaan; · voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 waarnemingen beschikbaar.

Uit tabel 3.2 blijkt dat in deelgebied ’kleibovengrond – oeverzone’ minder dan 20 waarnemingen beschikbaar zijn. Bij dit deelgebied is dit toegestaan, omdat voldaan wordt aan de voorwaarde, zoals vermeld in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten: Indien het oppervlak van het deelgebied zo klein is dat er volgens de reguliere meetprotocollen, zoals genoemd in artikel 4.4.3 en 4.4.4 van de regeling, met minder dan 20 waarnemingen een milieuhygiënische verklaring kan worden verkregen, er volstaan kan worden met de bij dat protocol horende meetinspanning. In de overige deelgebieden zijn meer dan 20 waarnemingen beschikbaar. Deelgebied ’kleibovengrond – oeverzone’ heeft een oppervlakte van 3,8 ha. Volgens de reguliere meetprotocollen (c.q.de NEN5720 - strategie OZ) zijn dan 9 waarnemingen nodig.2 Tabel 3.2

Aantal waarnemingen per deelgebied

Deelgebied kleibovengrond - oeverzone

stoffen uit het C1-pakket 9 + 61)

kleibovengrond zone 1

23

kleibovengrond zone 2

22

kleibovengrond landbodem

26

klei-ondergrond

23

zand-ondergrond

22

1) betreft 6 extra analyses op metalen afkomstig van de uitsplitsing van 2 mengmonsters (zie

onderstaande tekst)

2

Voor het deelgebied ‘kleibovengrond – zone 2’ (1,2 ha) zou conform de NEN5720 ook kunnen worden volstaan met minder waarnemingen. Dit is per abuis niet toegepast.

Uit de analyseresultaten in de overzichtstabel in bijlage 4 blijkt dat in deelgebied ’kleibovengrond – oeverzone’ bij twee mengmonsters metalengehalten in klasse NT zijn aangetroffen. Analyse van de deelmonsters (in totaal 6 stuks) heeft geresulteerd in klasse B. De analyseresultaten van de deelmonsters zijn ook opgenomen in de dataset. In bijlage 5 zijn per deelgebied de waarnemingen op kaart aangegeven. Uit de bijlage blijkt dat de waarnemingen voldoende ruimtelijk verspreid over de deelgebieden voorkomen. In de zandondergrond ter plaatse van de landbodem zijn geen gegevens beschikbaar. Omdat hier een beperkte oppervlakte betreft, wordt voor de zandondergrond wel voldaan aan de minimale eisen van spreiding (één of meer waarnemingen in tenminste 10 vakken). Er wordt van uitgegaan dat de kwaliteit overeenkomt met de zandondergrond in het overige gedeelte van het plangebied. 3.4.2 Beoordeling puntenkaart Om te kunnen beoordelen of sprake is van ruimtelijke clustering van punten met dezelfde kwaliteitsklasse, zijn kaarten vervaardigd waarop per boring de klasse-indeling is aangegeven. De aanwezigheid van clustering van punten kan aanleiding zijn om extra deelgebieden te onderscheiden. In bijlage 6 is de klasse-indeling van de waarnemingspunten per deelgebied weergegeven.

Uit de bijlage blijkt dat de waarnemingspunten in de deelgebieden kleibovengrond (Oeverzone, Landbodem, Zone 1 en zone 2) hoofdzakelijk worden ingedeeld in de klasse B. Verspreid over zone 1 komen enkele waarnemingen met klasse A voor. Er is geen sprake van duidelijke clusters van klasse A- en/of klasse B-monsters, waardoor dit deelgebied zou moeten worden opgesplitst. Dit betekent dat de drie deelgebieden als één bodemkwaliteitszone (kleibovengrond) kunnen worden beschouwd. Met betrekking tot deelgebied ’kleibovengrond – landbodem’ wordt opgemerkt dat bij de boringen waar twee klassen (A/B) staan vermeld, deze klassen betrekking hebben op verschillende geanalyseerde dieptetrajecten (zie ook de overzichtstabel in bijlage 4). De waarnemingen in dit deelgebied worden hoofdzakelijk in klasse B ingedeeld. Uit de boorprofielen in bijlage 3 blijkt dat in het westelijk deel van deelgebied ’Kleibovengrond zone 2’ laagjes kolengruis in de bovengrond zijn waargenomen (boringen BBKTZ01 tot en met BBKTZ12). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geen kolengruis verwacht. Mogelijk dat het kolengruis afkomstig is van kampvuurtjes van recreanten.

Uit de toetsingsresultaten van de betreffende analysemonsters (zie overzichtstabel in bijlage 4) blijkt dat de klasse-indeling van deze monsters niet afwijkt van de klasseindeling van de monsters in het oostelijk deel waar geen kolengruis is aangetroffen. Afgezien van één monster (klasse A), worden alle monsters in dit deelgebied ingedeeld in klasse B. PAK (bij kolengruis worden verhoogde PAK-gehalten verwacht) is hierbij niet de klassebepalende parameter. Uit bijlage 4 (tabellen met toetingsresultaten) blijkt dat de PAKgehalten van deze monsters overwegend in klasse A worden ingedeeld. Er is dan ook geen aanleiding het westelijk deel als een apart deelgebied te beschouwen.

3.5

Stap 4: Karakterisering van de bodemkwaliteit

3.5.1 Algemeen In deze stap worden de gegevens die over de bodemkwaliteitszones zijn verzameld, in samenhang geïnterpreteerd om een uitspraak te doen over de bodemkwaliteit. Per bodemkwaliteitszone wordt per stof een tabel opgesteld met het gemiddelde, het betrouwbaarheidsinterval rondom het gemiddelde, P80, P90 en P95 en het gemiddelde lutum- en organisch stofgehalte. Daarnaast worden de analyseresultaten getoetst aan de (generieke) normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Ook vindt er een P95-toets plaats. Indien de 95-percentielwaarde (P95) boven de interventiewaarde ligt, bestaat er de kans dat in de bodemkwaliteitszone grond voorkomt die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium. Voor dergelijke zones dient de P95waarde ingevoerd te worden in de risicotoolbox. 3.5.2 Gemiddelde gehalten en klassebepalende parameters Na samenvoeging (zie paragraaf 3.4.2) zijn in het plangebied de volgende bodemkwaliteitszones te onderscheiden: · kleibovengrond (0,0-0,5 m -mv); · kleibovengrond landbodem (0,0 - zandspiegel); · klei-ondergrond (0,5-1,5 m -mv); · zandondergrond (> 1,5 m -mv). In bijlage 7 zijn per bodemkwaliteitszone, per parameter de gemiddelde gehalten, percentielwaarden (P80, P90 en P95) en enkele andere statistische kengetallen opgenomen. Tevens is in deze bijlage de klasse-indeling op parameterniveau vermeld, berekend op basis van de gemiddelde gehalten.

De volgende kleurcodering is gehanteerd: Tabel 3.3

Kleurcodering statistische kengetallen aantal waarnemingen < 20 stuks gehalte betreft rapportagegrens klasse A (waterbodem), klasse Wonen (landbodem1)) klasse B (waterbodem), klasse Industrie (landbodem1)) klasse NT

1) betreft deelgebied kleibovengrond landbodem

Tabel 3.4 geeft per deelgebied de gemiddelde gehalten.

Tabel 3.4

Gemiddelde gehalten per deelgebied

Parameter

Deelgebied Kleibovengrond

Klei-ondergrond

Zandondergrond

Kleibovengrond landbodem Industrie

Klasse

B

A

AW

Lutum

19

19

4,3

12

Humus

6,3

2,8

1,5

2,6

Arseen

37

17

5,0

16

Cadmium

3,4

0,85

0,19

0,85

Chroom

106

45

14

39

Koper

75

30

6,4

26

Kwik

1,7

0,35

0,052

0,38

Lood

173

69

12

59

Nikkel

37

33

13

26

Zink

576

211

38

182

Pak-totaal (10 van VROM)

7,2

1,3

0,22

1,7

Pentachloorbenzeen (QCB)

0,0090

0,0018

0,00070

0,0021

Pentachloorfenol (PCP)

0,0022

0,0021

0,0021

0,0021

PCB 28

0,0080

0,0018

0,00070

0,0021

PCB 52

0,0098

0,0015

0,00070

0,0021

PCB 101

0,024

0,0023

0,00070

0,0040

PCB 118

0,016

0,0015

0,00070

0,0028

PCB 138

0,041

0,0023

0,00070

0,0071

PCB 153

0,041

0,0026

0,00070

0,0068

PCB 180

0,024

0,0019

0,00070

0,0041

PCB (som 7)

0,16

0,014

0,0049

0,029

Aldrin

0,0015

0,00070

0,00070

0,00070

Dieldrin

0,0013

0,00070

0,00070

0,00070

Endrin

0,0011

0,00070

0,00070

0,00070

Isodrin

0,0011

0,00070

0,00070

0,00070

Telodrin

0,0011

0,00070

0,00070

0,00070

Aldrin,dieldrin,endrin (som)

0,0037

0,0021

0,0021

0,0021

DDT,DDE,DDD (som)

0,025

0,0048

0,0042

0,0063

alfa-Endosulfan

0,0026

0,00070

0,00070

0,00070

alfa-HCH

0,0010

0,00070

0,00070

0,00070

beta-HCH

0,0021

0,00070

0,00070

0,00078

gamma-HCH

0,0011

0,00070

0,00070

0,00070

HCH (som)

0,0059

0,0028

0,0028

0,0029

Heptachloor

0,00100

0,00070

0,00070

0,00070

Heptachloorepoxide (som)

0,0020

0,0014

0,0014

0,0014

Chloordaan (som)

0,0020

0,0014

0,0014

0,0014

Hexachloorbutadieen

0,0023

0,00083

0,00070

0,00081

Minerale olie

57

50

25

26

Hexachloorbenzeen (HCB)

0,036

0,0028

0,00070

0,0069

OCB (som)

0,047

0,017

0,016

0,018

3.5.3 95-percentiel Als de 95-percentielwaarde van de zone van herkomst groter is dan de Interventiewaarde (= maximale waarde klasse B bij waterbodems) moet via invoer van de 95-percentielwaarde in de Risicotoolbox zijn vastgesteld dat op de locatie van toepassing bij die 95-percentielwaarde geen overschrijding van het saneringscriterium plaatsvindt. De berekende P95-percentielwaarden zijn opgenomen in bijlage 7. Uit de bijlage blijkt dat in geen van de deelgebieden sprake is van een overschrijding van de maximale waarde klasse B.

4

Bepaling waterbodemkwaliteit (PFAS)

4.1 Inleiding Omdat PFAS als diffuse verontreiniging in de Nederlandse bodem wordt aangetroffen, schrijft het ‘Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (THK) voor dat grond en baggerspecie op PFAS dienen te worden onderzocht alvorens hergebruik plaatsvindt. Dit betekent dat behalve de ‘reguliere’ stoffen (C1-pakket), ook PFAS in de (water)bodemkwaliteitskaart moeten worden opgenomen. 4.2 Te beschouwen stoffen Voor deze PFAS-(water)bodemkwaliteitskaart is uitgegaan van de Advieslijst te meten PFAS van 12 juli 2019, die als bijlage is opgenomen in het Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (zie bijlage 8). 4.3 Verdachte locaties Er zijn binnen het plangebied geen PFAS-verdachte locaties bekend. 4.4 Indeling plangebied in homogene deelgebieden Voor het bepalen van het benodigde veld- en laboratoriumonderzoek dient vastgesteld te worden hoeveel deelgebieden (op basis van te verwachten verschillen in PFAS-gehalten) dienen te worden onderscheiden. Verspreiding van PFAS heeft plaatsgevonden via atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes en stoffen uit de atmosfeer) en via de Waal door afzetting van PFAS-verontreinigd slib in hoogwatersituaties. Dit betekent dat de hoogste PFAS-gehalten in de bovengrond worden verwacht.

Van de locaties die in het verkennend waterbodemonderzoek zijn onderzocht, is een aantal mengmonsters geselecteerd die zijn onderzocht op PFAS. Dit betreft de deellocaties · kleidepot (=hooggelegen gedeelte, H); · kades: ° kade tussen de plassen (KTP); ° zomerkade langs de Waal (KW); ° kade bij de fabriek (KF); ° kade rondom de plassen (KP). De PFAS-analyses hadden tot doel na te gaan of sprake is van afwijkende gehalten ten opzichte van de gehalten in de de overige delen van het plangebied. Uit de analyseresultaten blijkt dat de PFAS-gehalten zowel in de bovengrond als in de ondergrond van deze locaties in dezelfde range liggen als de gehalten in de boven- en ondergrond in de overige delen van het plangebied (zie bijlage 9). Omdat van deze locaties niet alle mengmonsters op PFAS zijn onderzocht, kan het verkennend waterbodemonderzoek niet als milieuhygienische verklaring voor PFAS worden gebruikt. Met het oog hierop is besloten deze locaties op te nemen in de PFAS-bodemkwaliteitskaart. Op basis van bovenstaande zijn de volgende homogene deelgebieden onderscheiden: · kleibovengrond (0,0-0,5 m -mv), verdacht op PFAS; · kleibovengrond – landbodem, verdacht op PFAS; · ondergrond (klei- en zandondergrond) niet verdacht op PFAS.

4.5

Verzamelen informatie

4.5.1 Veld- en laboratoriumonderzoek De analysecertificaten met PFAS-analyses zijn opgenomen in bijlagen 4. In deze bijlage bevindt zich ook een overzichtstabel met de PFAS-gehalten. 4.5.2 Gegevensverzameling en -bewerking Voor elke parameter zijn gehalten onder de rapportagegrens vervangen door rekengehalten. De rapportagegrenzen zijn, zoals voorgeschreven in de Regeling bodemkwaliteit, vermenigvuldigd met de factor ‘0,7’. Hiermee ontstaat een reëel positief getal dat statistisch gezien de meest waarschijnlijke waarde tussen nul en de rapportagegrens weergeeft. Bij de verbindingen PFOS en PFAS is sprake van lineaire en vertakte isomeren. Deze twee verbindingen zijn conform de FAQ van Bodemplus als volgt gesommeerd3: Voor het toetsen van PFOS en PFOA gebruik je de sommatie van de gerapporteerde verbindingen (lineair + vertakt). Voor de overige PFAS gebruik je bij het toetsen de individuele meetwaarden. Toelichting toetsing som PFOS en PFOA De laboratoria rapporteren de vertakte verbindingen als som, de lineaire verbindingen worden apart gerapporteerd. Bij het toetsen aan de toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader moet de totale som (vertakt plus lineair) worden getoetst aan de normwaarde.

Bij die sommatie, die plaatsvindt volgens bijlage G onderdeel IV van de Regeling bodemkwaliteit worden gehalten die zijn gerapporteerd als kleiner dan de bepalingsgrens meegenomen als getal door de bepalingsgrens met 0,7 te vermenigvuldigen. Bij het toetsen van PFOS en PFOA aan de norm van de bepalingsgrens (0,1 ug/kg) hoeven allleen de individuele meetwaarden (dus lineair en vertakt afzonderlijk) getoetst te worden. Voor deze toets hoeft dus niet de opgetelde som getoetst te worden.

Omdat geen organische stofgehalten boven 10% zijn gemeten, heeft geen bodemtypecorrectie plaatsgevonden. 4.5.3 Uitbijteranalyse In bijlage 9 zijn de PFAS-gehalten van de geanalyseerde monsters in grafieken uitgezet om te bepalen of sprake is van uitbijters. Uit de bijlage blijkt dat geen uitbijters zijn aangetroffen. 4.6

Evaluatie gebiedsindeling

4.6.1 Aantal waarnemingen Er is per bodemkwaliteitszone geëvalueerd of het aantal meetgegevens toereikend is om de PFAS-bodemkwaliteit voldoende nauwkeurig te kunnen vaststellen. In paragraaf 2.2.2 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven, dat per bodemkwaliteitszone minimaal 20 meetgegevens verzameld moeten worden. Bovendien dienen de gegevens ruimtelijk voldoende, gelijkmatig over de deelgebieden te zijn verdeeld. Tabel 4.1 geeft een overzicht van het aantal waarnemingen per deelgebied. Uit de tabel blijkt dat in elk deelgebied wordt voldaan aan de minimumeis.

3

(bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerkanalyse-toetsing/faq/omgegaan-sommatie-gerapporteerde-gehalten-lineaire/, d.d. 27-11-2019)

Tabel 4.1

Aantal waarnemingen per deelgebied

Deelgebied Kleibovengrond Kleibovengrond landbodem Ondergrond

Aantal PFAS-analyses 38 3 31

Uit tabel 4.1 blijkt dat voor het deelgebied ’kleibovengrond – landbodem’ niet wordt voldaan aan het minimum aantal waarnemingen van 20 stuks. Uit informatie van Bodem+ blijkt dat voor de PFAS-bodemkwaliteitskaart gebruik gemaakt kan worden van de systematiek die in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is uitgewerkt voor kobalt, molybdeen en PCB. Met deze systematiek kan onder voorwaarden (waaronder het uitsluiten van puntbronnen en mits niet teveel ruimtelijke variatie) volstaan worden met 30 meetgegevens per bodemlaag in het gehele beheergebied in plaats van het minimale aantal meetgegevens dat normaal gesproken per bodemkwaliteitszone (20) en per niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone (3) geldt. Uit bijlage 9 blijkt dat de gehalten van de monsters uit deelgebied ’kleibovengrond landbodem’ in dezelfde range liggen als de gehalten van de bovengrondmonsters in het overige gedeelte van het plangebied. Daarom worden voor de PFAS-verbindingen de deelgebieden ’kleibovengrond landbodem’ en ’kleibovengrond’ (overig gedeelte plangebied) samengevoegd waardoor één deelgebied PFAS-bovengrond ontstaat. Over het gehele plangebied beschouwd, zijn er zowel voor de bovengrond als voor de ondergrond meer dan 30 waarnemingen beschikbaar.

Uit bijlage 10 waarin de PFAS-waarnemingen per deelgebied op kaart zijn weergegeven, blijkt dat de waarnemingen voldoende ruimtelijk verspreid over de deelgebieden liggen. 4.6.2 Beoordeling puntenkaart Om te kunnen beoordelen of sprake is van ruimtelijke clustering van gehalten boven en onder de normen voor het toepassen in diepe plassen (zie paragraaf 4.7.1), zijn kaarten vervaardigd waarop per boring het toetsingsresultaat is aangegeven (zie bijlage 11). Uit de bijlage blijkt dat de gehalten in deelgebied bovengrond vrijwel allemaal boven de toepassingsnormen van diepe plassen liggen. In de ondergrond voldoen de gehalten wel aan de toepassingsnormen. Er geen sprake van clustering van gehalten, waardoor extra deelgebieden moeten worden onderscheiden. 4.7

Karakterisering waterbodemkwaliteit PFAS

4.7.1 Toetsingskader In het document ‘Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020)’ zijn de in tabel 4.2 vermelde toepassingssituaties voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie op de waterbodem (’in oppervlaktewater’) vermeld. Uit de tabel blijkt dat voor de toepassing van PFAS-houdende baggerspecie op de waterbodem binnen hetzelfde oppervlaktewaterlichaam geen PFAS-toepassingswaarden gelden. Bij deze toepassingssituatie kan er namelijk geen verslechtering optreden, omdat de baggerspecie alleen wordt verplaatst.

Wel moet gemeten en getoetst worden op uitschieters om te controleren of er geen sprake is van onverwacht hoge waarden van PFAS in de baggerspecie die kunnen duiden op een niet-representatieve verontreiniging, in het bijzonder als gevolg van een puntbron. Uit de PFAS-data blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat binnen het plangebied PFAS-gehalten voorkomen die kunnen worden gerelateerd aan een puntbron. Voor het verondiepen van zandwinplassen (c.q. de zandwinplas) zijn wel PFAStoepassingswaarden vastgesteld om te voorkomen dat door uitloging van PFAS de grondwaterkwaliteit negatief wordt beïnvloed. Deze waarden komen overeen met het herverontreinigingsniveau (HVN). Het herverontreinigingsniveau (HVN) van een stof geeft aan met welke waarde de waterbodems in de Nederlandse rivieren gemiddeld zijn belast door de instroom vanuit het buitenland. Tabel 4.2

Relevante toepassingscategorieën PFAS-houdende grond en baggerspecie voor toepassing op de waterbodem

Categorie

Toepassingssituatie

Toepassingswaarde (µg/kg d.s.)

4.8.1

Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk

Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters. Meetverplichting om inzicht in verspreiding te krijgen)

4.9.1

Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater, voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarde: in de nabijheid van de diepe plas is geen kwetsbaar object gelegen, als bedoeld op p. 26 van de ‘Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen’

PFAS = 0,8 ug/kg d.s. PFOS = 3,7 ug/kg d.s.

4.9.2

Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9. voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarde: in de nabijheid van de diepe plas is geen kwetsbaar object gelegen, als bedoeld op p. 26 van de ‘Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen’ 1)

PFAS = 0,8 PFOS = 1,1

1)

Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast.

Aanvullende voorwaarde is dat in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Dit zal ten behoeve van het nog op te stellen inrichtingsplan nader worden onderzocht. 4.7.2 Statistische parameters per deelgebied In bijlage 12 zijn per deelgebied per PFAS-verbinding de statistische parameters vermeld: · aantal waarnemingen; · gemiddelde gehalten; · minimale en maximale gehalten; · percentielwaarden (P80, P90 en P95).

Tabel 4.3 geeft een samenvatting met de gemiddelde PFOS- en PFOA-gehalten per deelgebied. Tabel 4.3

Gemiddelde PFOS- en PFOA-gehalten per deelgebied (gehalten in µg/kg d.s.) Bovengrond

Ondergrond

PFOS 1)

3,74

0,24

2)

1,26

0,18

0,16

0,07 3)

PFOA

Overige PFAS (hoogste gehalte)

1) betreft de som van PFOS lineair en PFOS vertakt 2) betreft de som van PFOA lineair en PFOA vertakt 3) betreft 0,7*rapportagegrens (zie paragraaf 3.3.2)

5

(Water)bodemkwaliteitskaart

5.1 Inleiding In de laatste stap worden de beschikbare gegevens weergegeven in een (water)bodemkwaliteitskaart. De (water)bodemkwaliteitskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de te ontgraven (water)bodem en kan gebruikt worden als erkende milieuhygienische verklaring bij het toepassen van de (water)bodem onder de regels van het Besluit bodemkwaliteit. 5.2 (Water)bodemkwaliteitskaart Op de (water)bodemkwaliteitskaart is per zone de kwaliteit weergegeven op basis van de klassenindeling van de Regeling bodemkwaliteit (klassen AW4, A en B voor de waterbodem en de klassen AW, Wonen en Industrie voor het landbodemgedeelte). De bodemkwaliteitszones worden onderscheiden met het oog op de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond in het plangebied. De bodemkwaliteitszones van de waterbodem worden als volgt ingedeeld: Vrij toepasbaar

Toepasbaar klasse A

AW2000

Toepasbaar klasse B

HVN Rijntakken P95 (=MwA)

Nooit toepasbaar (NT)

Interventiewaarde waterbodem (=MwB)

De bodemkwaliteitszones van de landbodem worden als volgt ingedeeld: Toepasbaar Wonen

Vrij toepasbaar AW2000

Toepasbaar Industrie

Maximale waarden klasse Wonen (MwW)

Nooit toepasbaar (NT)

Maximale waarden klasse Industrie (MwI)

In tabel 5.1 is de ontgravingsklasse per zone aangegeven. De (water)bodemkwaliteitskaarten zijn opgenomen in bijlage 13. Tabel 5.1

Ontgravingsklasse en toepassingseis per waterbodemkwaliteitszone

(Water)bodemkwaliteitszone

Ontgravingsklasse 1)

Toepassingseis 2)

Toepassingseis diepe plas 3)

Kleibovengrond

B

B

B 4)

Klei-ondergrond

A

A

B 5)

Zandondergrond

AW

AW

Kleibovengrond landbodem

Industrie

n.v.t.

B 5) 6)

Industrie 4)

1) het gemiddelde voor meerdere PFAS-verbindingen ligt boven de bepalingsgrens. Hierdoor gelden

mogelijk aanvullende toepassingseisen. 2) zie paragraaf 5.3 3) geldt voor gebiedseigen baggerspecie en de diepe plas ligt niet in de nabijheid van een binnendijks

kwetsbaar object 4) de PFAS-gehalten in deze kwaliteitszone voldoen niet aan de normen voor toepassing in een diepe

plas (zie 4.9.1. en 4.9.2 in tabel 4.2.) 4

AW: Achtergrondwaarde

5) de PFAS-gehalten in deze kwaliteitszone voldoen aan de normen voor toepassing in een diepe plas

(zie 4.9.1. en 4.9.2 in tabel 4.2.) 6) in dit gedeelte van het plangebied wordt geen grond toegepast

5.3 Voorstel PFAS-beleid bij het voorgenomen grondverzet Met betrekking tot de toepassing van de vrijkomende grond in de zandwinplas wordt voorgesteld aan te sluiten bij de normeringen in de categorieën 4.9.1 of 4.9.2. Het betreft hier toepassing van ’projecteigen’ grond en er wordt geen grond van buiten het plangebied toegepast. Voor het overige grondverzet binnen de plangebiedsgrenzen is categorie 4.8.1 van het Tijdelijk handelingskader van toepassing (zie ook tabel 4.2 in dit rapport). Met het uitgevoerde onderzoek naar PFAS-verbindingen zijn geen uitbijters vastgesteld die duiden op de aanwezigheid van een puntbron. Met deze gegevens kan het voorgenomen grondverzet plaatsvinden. 5.4 Toekomstige bijstellng van de PFAS-normen De PFAS-normen dienen als voorlopige normen te worden beschouwd. In het Tijdelijk handelingskader wordt hierover het volgende vermeld: Er wordt nog onderzoek gedaan naar risicogrenzen voor PFAS-houdende grond en baggerspecie en extra onderzoek naar uitloging naar het grondwater en de relatie met de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water. Deze resultaten kunnen worden betrokken bij verdere besluitvorming. Op basis van deze onderzoeken zal het tijdelijk handelingskader mogelijk nogmaals geactualiseerd worden. Bovenstaande kan resulteren in een aanpassing van de normen.

Als de landelijke toepassingsnormen voor PFAS-houdende grond en/of waterbodem worden gewijzigd, worden de gewijzigde normen geëvalueerd met de in deze rapportage gepresenteerde PFAS-gehalten en statistische parameters. Indien van toepassing, worden de achtergrondwaarden gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld. 5.5

Gebruik van de (water)bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring Het gebruik van de (water)bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring (bewijsmiddel) voor de kwaliteit van de toe te passen grond en baggerspecie is alleen toegestaan, indien de toepassingslocatie en de plaats van herkomst van de grond gelegen zijn binnen het beheergebied waarop de (water)bodemkwaliteitskaart betrekking heeft. Dit is het geval voor de geplande grondstromen: de toe te passen grond waarvoor de waterbodemkwaliteitskaart wordt gebruikt, is afkomstig uit het plangebied en wordt ook binnen het plangebied toegepast. 5.6 Vaststellen (water)bodemkwaliteitskaart De waterbodemkwaliteitskaart dient te worden vastgesteld door:het Bbk-bevoegd gezag (Rijkswaterstaat). De bodemkwaliteitskaart van het landbodemgedeelte (= drogere oevergebied) dient te worden vastgesteld door gemeente Nederbetuwe, omdat voor drogere oevergebieden niet Rijkswaterstaat maar gemeenten Bbk-bevoegd gezag zijn. Omdat de vrijkomende grond van het landbodemgedeelte in de zandwinplas (= beheergebied Rijkswaterstaat) wordt toegepast, dient deze kaart te worden goedgekeurd en geaccepteerd door Rijkwaterstaat.

Bijlage 1

Topografische ligging plangebied

Projectnummer: Status: Definitief Datum: 8-4-2020 Schaal: 1:50.000 Formaat: A4

0

500

1.000

1.500

2.000

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

2.500

3.000 meter

´

Esri Nederland, Community Map Contributors

K:\Algemeen\BDM\Jos Reijerink\TOOLS\GISTOOLS\Topografische ligging v1.mxd 8-4-2020 09:19:52

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Bodemzoneringskaart Rijkswaterstaat

Bodemzoneringskaart Rijntakken

Opheusden

Zone-indeling zone 0 zone 1 zone 2 zone 3 zone 4 zone 5

Oeverzone

Terreindelen

Ochten

weg, kade, talud bebouwing, bedrijventerrein

IJzendoorn

water puntbron herinrichting in uitvoering Stortplaatsen

901

902

903

907

904

905

906

herinrichting voltooid

8 90

gebieden met potentieel van nature verhoogde arseengehaltes

Kaart 6 909

Druten

Beneden-Leeuwen

Boven-Leeuwen

Afferden Beneden-Leeuwen

Project:

Bodemzoneringskaart rijntakken

Opdrachtgever:

Rijkswaterstaat Directie Oost Nederland Projectnr. Datum:

Auteur: Gezien:

0

195

09K206 December 2012 Daniël van Putten Marcel Stienstra

390

Meters 780

´

Bodemzoneringskaart Rijntakken Zone-indeling zone 0 zone 1 zone 2 zone 3 zone 4 Oeverzone

Terreindelen

910

912

913

Tiel

911

909

zone 5

weg, kade, talud

914

bebouwing, bedrijventerrein water puntbron

91 5

herinrichting voltooid

Beneden-Leeuwen

herinrichting in uitvoering

Wamel

Stortplaatsen

gebieden met potentieel van nature verhoogde arseengehaltes

91 6

Kaart 7

917

918

Project:

Bodemzoneringskaart rijntakken

Opdrachtgever:

Rijkswaterstaat Directie Oost Nederland

919

Dreumel

Projectnr. Datum:

Auteur: Gezien:

0

195

09K206 December 2012 Daniël van Putten Marcel Stienstra

390

Meters 780

´

Bijlage 3

Boorprofielen

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKEZ01

Boring:

BKKEZ02

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

0

0 2 1

20

4 3 50

50

braak

Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0

0

Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

4 3

Boring:

BKKEZ03

Boring:

BKKEZ04

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

0 2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

4 3 50

50

Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Klei, sterk siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

2 1 50

40 50

0

0 2 1

30

4 3 50

akker

50

Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

braak Klei, sterk zandig, sporen baksteen, antropogeen, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor Klei, sterk siltig, laagjes zand, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 1 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKEZ05

Boring:

BKKEZ06

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

0

0

braak

0

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

2 1

2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

4 3 50

50

50

Boring:

BKKEZ07

Boring:

BKKEZ08

Boormeester: Datum:

P. Klok 8-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 9-6-2020

0

0

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, bruinbeige, Edelmanboor

2 1 50

weiland

50

2 1

50

Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

4 3 50

50

Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 2 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKEZ09

Boring:

BKKEZ10

Boormeester: Datum:

P. Klok 8-6-2020

Boormeester: Datum:

P. Klok 8-6-2020

0

0

weiland

2 1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, bruinbeige, Edelmanboor

50

50

BKKEZ11

Boring:

BKKEZ12

Boormeester: Datum:

P. Klok 8-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 5-6-2020

0

50

0

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, bruinbeige, Edelmanboor

2 1 50

weiland

Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor

2 1

Boring:

0

2 1 30

4 3 50

weiland

50

akker Klei, sterk siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor Klei, matig zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 3 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKEZ13

Boring:

BKKEZ14

Boormeester: Datum:

P. Klok 8-6-2020

Boormeester: Datum:

P. Klok 8-6-2020

0

0

weiland

2 1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor

50

50

BKKEZ15

Boring:

BKKEZ16

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 5-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 5-6-2020

0

2 1 30

4 3 50

50

akker

0

Klei, sterk siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor

2 1

Boring:

0

2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 3 50

weiland

50

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 4 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKEZ17

Boring:

BKKEZ18

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 5-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 4-6-2020

0 2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 3 50

50

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0

0 2 1

30

4 3 50

Boring:

BKKEZ19

Boring:

BKKEZ20

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 4-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 4-6-2020

0 2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 3 50

50

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0

1 2 4 3

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

50

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0

weiland

10 20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, sterk siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

6 5 50

weiland

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 5 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKEZ21

Boring:

BKKEZ22

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 4-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 4-6-2020

0 2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, sterk siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

4 3 50

0 2 1

BKKOG01

Boring:

BKKOG02

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 2-6-2020

Boormeester: Datum:

R.W.M. Meister 4-6-2020

0

akker

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

2 1

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 3 50

Boring:

0

0

2 1

50

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, geelbeige, Edelmanboor

4 3 50

50

50 Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor

4 3

6 5 80

8 7 100

100

100

9 5

130

10 150

150 6

Klei, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijscreme, Zuigerboor

12 250

250 8

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, laagjes grind, geen olie-water reactie, grijs, Zuigerboor

13 300

300

Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, grijscreme, Edelmanboor

200 Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor

7

300

Klei, sterk zandig, matig humeus, matig grindig, geen olie-water reactie, bruin, Edelmanboor

150

11 200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

300

Klei, zwak zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor

9 350 10 400 11 450 12 500

500

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 6 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKOG03

Boring:

BKKOG04

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 3-6-2020

Boormeester: Datum:

R.W.M. Meister 4-6-2020

0

0

akker

2 1 50

0

0

Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

2 1 50

50 4 3

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, beigegeel, Edelmanboor

4 3

100

100 5

5 150

150

200

200 7

230

8

Klei, matig siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor

6 200

Klei, sterk siltig, laagjes zand, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor

250

150

150 Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor

6

7

210

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, cremegeel, Edelmanboor

8 250 9

270

9 10 300

300

300

300

Boring:

BKKOG05

Boring:

BKKOG06

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 3-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 3-6-2020

0

0 2 1

30

4 3 50

50

6 5 80

8 7 100

100

9 130

10

weiland

11

Zand, matig fijn, matig siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

2 1

Zand, uiterst grof, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, cremekleurloos, Edelmanboor

0

braak

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 3 50 6 5

Zand, zeer grof, matig siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, River

100

Klei, matig zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

Zand, matig grof, matig siltig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

200

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

Zand, matig grof, matig siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

150

7 150 8 200

12

9

250

250 13

300

weiland

10 300

300

300

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 7 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKOG07

Boring:

BKKOG08

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 3-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 3-6-2020

0 2 1

0

weiland

20

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 3 50

50

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

0 2 1

100

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

50

100

100

Klei, matig siltig, matig roesthoudend, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

7

150

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, brokken klei, matig roesthoudend, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

6 5

7 150 8

170

Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

9 200

8 200

10

9 250

250 11

270

12 300

300 13

350

350

250

250 Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor Klei, sterk siltig, laagjes roest, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

300

300

350

350

BKKOG09

Boring:

BKKOG10

G.H.T Haverdil 3-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 3-6-2020

0

weiland

50

0

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

2 1

Zand, matig grof, matig siltig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

11

Boormeester: Datum:

0

Klei, zwak zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijs, Edelmanboor

10

Boring:

weiland Klei, sterk zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

2 1 50

4 3

4 3 80

6 5 100

100

7

8

200

270

12 300

300

7

Zand, zeer grof, matig siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor Zand, zeer grof, matig siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

8

Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruin, River

13 350

200

200

250

11

100

150

Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor

10 250

6 5 100

170

9 200

80

Zand, zeer grof, matig siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, bruingrijs, River

150

350

weiland

20

4 3 50

Klei, matig siltig, laagjes zand, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

6 5

0

Zand, zeer grof, matig siltig, zwak grindig, brokken klei, sporen baksteen, antropogeen, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

9 250

Klei, sterk zandig, laagjes zand, geen olie-water reactie, grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, laagjes klei, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor Zand, zeer grof, matig siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor

10 300

300

Zand, matig grof, matig siltig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

11 350

350

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 8 van 25

Projectnummer:

371959 WILLEMSPOLDER

Boring:

BKKOG11

Boring:

BKKOG12

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 2-6-2020

Boormeester: Datum:

G.H.T Haverdil 2-6-2020

0

0

weiland

2 1 50

50

50

50

100

weiland Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

2 1

Zand, matig grof, matig siltig, sporen klei, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor

4 3

0

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor

4 3 100

5

5

150

150

150 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11595364/1