CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Zienswijzennota

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan Herenland West12.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als blijkt dat voor de A-watergang een grotere breedte nodig is dan 8 m op de insteek, moet binnen het plan rekening worden gehouden met de ruimtelijke consequenties zoals hierboven beschreven. Overwegingen n.a.v. zienswijze De demping van de zuidelijk plas valt niet onder de ontwikkeling Herenland-West. De gevolgen en mogelijke problemen worden binnen het project van de Randweg opgelost (waarbij wij uiteraard een integrale benadering zullen hanteren. De gevolgen hoeven niet in de voorliggende bestemmingsregels te worden geborgd. 6. Biodiversiteit en waterkwaliteit. De hierboven benoemde plas is in eigendom van Waterschap Rivierenland. De plas is specifiek ingericht om een zo hoog mogelijke bijdrage te leveren aan de biodiversiteit en de waterkwaliteitsdoelstellingen. Het beheer is op deze doelstellingen afgestemd. In de plannen is niet in beeld gebracht welk effect de voorgenomen ontwikkelingen hebben en hoe deze negatieve effecten kunnen worden gecompenseerd of gemitigeerd. Gevraagd wordt om hier alsnog onderzoek naar te doen en aan te geven waar maatregelen kunnen worden genomen. Ons uitgangspunt daarbij is dat in het A-watersysteem minimaal een gelijkwaardige lengte natuurvriendelijke oever wordt teruggebracht met eenzelfde taludverhouding. Overwegingen n.a.v. zienswijze Bij de nadere uitwerking zullen de inrichtingseisen voor de watergangen worden gerespecteerd.

Binnen de verschillende bestemmingen is de aanleg van natuurvriendelijke oevers uitvoerbaar. Ambtshalve aanpassingen naar aanleiding van de Zienswijze: - Opnemen bestemming “Water” ter hoogte van de nog aan te leggen A-watergang ten noorden en westen van het perceel Hamsestraat 75. - Een voorwaardelijke verplichting opnemen voor i.v.m. de borging van voldoende watercompensatie Procedurele afspraak: Verschillende onderdelen van deze zienswijze hebben betrekking op de verder specificatie en uitwerking van het stedenbouwkundige plan. In het kader van een goede voortzetting en borging van het beleid van het waterschap wordt de procesafspraak gemaakt dat het waterschap de nader uit te werken waterhuishouding in de inrichtingsplannen voor Herenland mede kan vorm geven, en beoordelen. (met betrekking tot hydrologische toets, maatvoering watergangen, definitieve watercompensatie opgave, integrale afweging randweg en de ontwikkeling Herenland-West).

20

I.

Indiener zienswijze 9

1. Door de ontsluiting neemt de verkeersdrukte enorm toe door notabene een kindvriendelijke wijk/straat. Bij de aankoop van de woning van indiener zienswijze werd hen verteld dat de woonwijk Herenland een kindvriendelijke woonwijk is en dat dit karakter zo zou blijven. Dit wordt in de praktijk bevestigd. Ontzettend veel spelende kinderen op straat, zoals het hoort in een kindvriendelijke woonwijk. Wat gaat er gebeuren als daar een rondweg op wordt ontsloten? Het is toch juist de bedoeling kinderen meer aan het spelen te krijgen in de buitenlucht? Verzocht wordt om het besluit te heroverwegen en tot een ander besluit te komen. Indiener zienswijze gaat er vanuit dat er ook andere manieren zijn om de rondweg te ontsluiten en het kindvriendelijke karakter van Herenland, en de Viergeverstraat in het bijzonder, te behouden. Overwegingen n.a.v. zienswijze Deze zienswijze ziet eigenlijk op het bestemmingsplan Randweg Opheusden. In het bestemmingsplan Randweg Opheusden is een rechtstreekse ontsluiting van de wijk Herenland en Herenland west op de randweg opgenomen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen om eerst na participatie met de wijk Herenland een besluit te nemen over het wel/niet aansluiten van Herenland (west) op de nieuw te realiseren randweg Opheusden.

Mocht uit verdere besluitvorming blijken dat een aansluiting op de randweg niet wenselijk is, dan kan Herenland West via de bestaande structuur van Herenland ontsluiten. Indien er een aansluiting van het plan Herenland West op de randweg wordt gerealiseerd, zal een deel van de bewoners van het bestaande plan Herenland en de nieuwe bewoners van Herenland West, een aansluiting krijgen op de randweg. Omdat dit over een beperkte verkeersintensiteit zal gaan, leidt dit naar onze verwachting niet tot verkeerskundige problemen. Deze aansluiting vinden wij dan ook aanvaardbaar.

J. Van der Feltz Advocaten namens Vabo ontwikkeling b.v. Van der Feltz Advocaten heeft namens Vabo Ontwikkeling B.V. (hierna: Vabo) een zienswijze ingediend naar aanleiding van ontwerp bestemmingsplan ‘Herenland West’. 1. Gebruik- en bouwmogelijkheden gronden Vabo Vabo constateert dat haar gronden, naar aanleiding van haar inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan, alsnog in het ontwerp bestemmingsplan zijn opgenomen. Echter, anders dan waar Vabo om heeft verzocht, is bij de gebruiks- en bouwmogelijkheden van deze gronden niet aangesloten bij (primair) de vergunning van rechtswege die naar mening van Vabo is ontstaan en waarover thans nog in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak wordt geprocedeerd. Het alsnog aansluiten bij de gestelde vergunning van rechtswege zou een oplossing bieden voor de hoger beroepsprocedure. Bovendien sluit het gestelde van rechtswege vergunde bouwplan van Vabo naadloos aan op de ontwikkelingen waarin het ontwerp bestemmingsplan voorziet. Subsidiair verzoekt Vabo om aan te sluiten bij de gebruiks- en bouwmogelijkheden overeenkomstig het gewijzigde stedenbouwkundige plan, waarover Vabo en de gemeente eerder overeenstemming hebben bereikt. Overwegingen n.a.v.

zienswijze Appartementencomplex Vabo doelt op haar aanvraag van 1 juli 2019 om omgevingsvergunning voor de bouw van een appartementencomplex met 11 appartementen met bijbehorende parkeerplaats en voor het aanleggen van een uitweg aan de Nannenbergstraat in Opheusden. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze aanvraag, na het doorlopen van de uitgebreide procedure en nadat de gemeenteraad heeft geweigerd een verklaring van geen bedenkingen af te geven, bij besluit van 20 augustus 2020 geweigerd.

21

Vabo heeft bij de rechtbank beroep ingesteld vanwege het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning en uiteindelijk ook tegen de weigering van de omgevingsvergunning. De rechtbank heeft in de uitspraak van 16 mei 2022 de beroepen van Vabo ongegrond verklaard. Tegen de uitspraak is thans nog een hoger beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aanhangig. Zoals hiervoor al genoemd, heeft het college van burgemeester en wethouders de door Vabo aangehaalde aanvraag om omgevingsvergunning voor een appartementencomplex aan de Nannenbergstraat in Opheusden geweigerd. Het college van burgemeester en wethouders stelt zich daarnaast op het standpunt dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is verleend, omdat – kort samengevat – de aanvraag in strijd is met het destijds geldende planologische regime bestemmingsplan ‘Kern Opheusden’, dat daarom terecht de uitgebreide procedure is doorlopen en dat dus geen vergunning van rechtswege is ontstaan (omdat dit alleen mogelijk was indien de reguliere procedure van toepassing was). De rechtbank heeft dit onderkend. Wij zien, gelet daarop, geen aanleiding om desondanks te voorzien in een positieve planologische regeling voor de bouw en het gebruik van het appartementengebouw.

Zoals de raad namelijk destijds ook al als motivering ten grondslag heeft gelegd aan de weigering om een verklaring van geen bedenkingen af te geven (zie het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 20 augustus 2020, waarbij de aanvraag is geweigerd en waarbij op dit punt is verwezen naar de weigering van de raad om een verklaring van geen bedenkingen af te geven), achten wij het door Vabo aangevraagde bouwplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In lijn daarmee is de raad thans nog altijd van oordeel dat het positief bestemmen van het door Vabo aangevraagde appartementencomplex in strijd is met het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Derhalve zien wij geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit punt gewijzigd vast te stellen in die zin dat de bouw en het gebruik van een appartementencomplex wordt toegestaan.

Stedenbouwkundig plan Ten aanzien van het betoog van Vabo dat aansluiting moet worden gezocht bij de gebruiks- en bouwmogelijkheden overeenkomstig het gewijzigde stedenbouwkundig plan, wordt het volgende opgemerkt. In 2006 heeft de gemeente een ontwikkelovereenkomst met Vabo gesloten. Het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan overlapt deels met het exploitatiegebied waarop de ontwikkelovereen-komst ziet. Ten aanzien van de zienswijze van Vabo is relevant dat zij op enig moment een verkavelingsplan heeft opgesteld. Dit verkavelingsplan wordt hierna weergegeven

22

Dit verkavelingsplan is in de crisisperiode ten grondslag gelegd aan een aanvraag om een (provinciale) impulssubsidie. Het verkavelingsplan is nooit als (onderdeel van) het gemeentelijke ruimtelijke beleid vastgesteld en heeft (daarom) geen status. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. 1 Voor zover Vabo betoogt dat rekening had moeten worden gehouden met het verkavelingsplan, wordt het volgende opgemerkt. Het verkavelingsplan kwalificeert niet als een concreet initiatief dat beoordeeld kan worden. Dat het verkavelingsplan aan een subsidieaanvraag te grondslag is gelegd, maakt dat niet anders. Vabo heeft namelijk nooit een verzoek ingediend om de woningbouw volgens het verkavelingsplan mogelijk te maken. Zie in dit verband de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2018: “Hetzelfde geldt voor het beroep van [appellant] op het bouwinitiatief dat hij onder de aandacht heeft gebracht.

Niet alleen ziet de Afdeling geen gehoudenheid van de raad om in het kader van besluitvorming over het bestemmingsplan over het bouwinitiatief van [bedrijf] het bouwinitiatief van [appellant] te betrekken, maar bovendien moet worden vastgesteld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een voldoende concreet initiatief. De door hem overgelegde stukken bevatten slechts twee ongedetailleerde schetsen waarop op zijn percelen respectievelijk twee en acht woningen zijn ingetekend.”. 2 Verder heeft Vabo in een eerder stadium zelf een bouwaanvraag ingediend voor een ander deel van het gebied waarop het verkavelingsplan betrekking heeft, die niet past in het verkavelingsplan. De raad kan dat niet rijmen met de stelling van Vabo dat zij tot verwezenlijking van het verkavelingsplan wenst te komen. Bovendien is Vabo geen eigenaar van de gronden in het plangebied. Voor zover al een concreet initiatief aan de orde zou zijn (waarvan in dit geval geen sprake is), volgt uit de rechtspraak van de Afdeling niet dat de raad een dergelijk initiatief moet beoordelen, terwijl duidelijk is dat het initiatief nooit gerealiseerd kan worden omdat de initiatiefnemer geen eigenaar is van de gronden. De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 2.

Eén integraal plan Voorts persisteert Vabo in haar standpunt dat het onderhavige (ontwerp) bestemmingsplan zou moeten worden samengevoegd met het bestemmingsplan Randweg Opheusden. Het voorliggende ontwerp bestemmingsplan onderstreept het belang daarvan, nu in dit plan ook wordt voorzien in een appartementencomplex aan de zuidkant van de toekomstige randweg. Daarbij wijst Vabo op enkele passages uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Overwegingen n.a.v. zienswijze Vabo wijst er terecht op dat het plangebied grenst aan het plangebied voor de randweg Opheusden. De door Vabo bedoelde woningen liggen niet aan de zuidkant van de randweg, maar wel aan de zuidkant van de aansluiting op de randweg. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de raad beleidsruimte toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze 1 AbRS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4280, r.o. 7.2. 2 AbRS 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:414, r.o. 3.1

23

ruimte strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:951, 4.2). Er is geen enkele aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat de planbegrenzing in het ontwerp bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het ontwerp bestemmingsplan Herenland West heeft betrekking op een specifieke woningbouwontwikkeling in het woningbouwgebied Herenland. Het klopt dat de ontwikkeling een verkeersaansluiting op de toekomstige randweg krijgt. Maar overigens is er geen directe functionele relatie met de aangrenzende gronden waarop de randweg is geprojecteerd. De samenhang tussen de woningbouwontwikkeling Herenland West en de randweg Opheusden is althans niet zodanig, dat de raad beide ontwikkelingen uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in één en dezelfde planologische regeling had moeten vastleggen. De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen

K. Indiener zienswijze 11 1. Door deze ontsluiting van de wijk (via de Van Maanenstraat) neemt de verkeersdrukte toe met ruim 3000 voertuigen per dag door een kindvriendelijke wijk /straat. Tevens ontstaan er gevaarlijke situaties van overstekende kinderen die vanuit geparkeerde auto's naar het sportcomplex willen. Bij aankoop van de woning van indiener zienswijze was dit een doodlopende weg van het sportcomplex. Deze ontwikkeling heeft negatieve invloed op het woonplezier. Verzocht wordt om het besluit te heroverwegen. Overwegingen n.a.v. zienswijze Deze zienswijze ziet eigenlijk op het plan Randweg Opheusden. In het bestemmingsplan Randweg Opheusden is een rechtstreekse ontsluiting van de wijk Herenland en Herenland west op de randweg opgenomen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen om eerst na participatie met de wijk Herenland een besluit te nemen over het wel/niet aansluiten van Herenland (west) op de nieuw te realiseren randweg Opheusden. Mocht uit verdere besluitvorming blijken dat een aansluiting op de randweg niet wenselijk is, dan kan Herenland West via de bestaande structuur van Herenland ontsluiten.

Indien er een aansluiting van het plan Herenland West op de randweg wordt gerealiseerd, zal een deel van de bewoners van het bestaande plan Herenland en de nieuwe bewoners van Herenland West, een aansluiting krijgen op de randweg. Omdat dit over een beperkte verkeersintensiteit zal gaan, leidt dit naar onze verwachting niet tot verkeerskundige problemen. Deze aansluiting vinden wij dan ook aanvaardbaar.

L. Indiener zienswijze 12 1. Samenhang met bestemmingsplan Randweg. Voor het bestemmingsplan Randweg Opheusden liggen op dit momenten verschillende alternatieven voor of de randweg wordt aangesloten op de wijk Herenland en op welke manier deze aansluiting zal plaatsvinden. Op dit moment is echter nog niet duidelijk hoe dit zal gebeuren en hoe de verkeersveiligheid en de leefbaarheid van de wijk Herenland in de verschillende scenario’s zal worden gewaarborgd. Hierbij is ook nog niet bekend welke impact de verschillende mogelijke scenario’s op leefbaarheid en verkeersveiligheid in de wijk Herenland hebben. Door het bestemmingsplan Herenland West op de voorliggende manier vast te stellen vallen een aantal alternatieven voor mogelijke aansluiting van de randweg op de wijk Herenland af. Daarnaast is in het ontwerpbestemmingsplan Herenland West een aansluiting op de Randweg voorzien waarbij wordt uitgegaan van een doorgetrokken aansluiting tussen de van Maanenstraat en de Randweg. Deze wordt in het bestemmingsplan als een vaststaand feit gepresenteerd waarbij ook wordt aangegeven dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Door de rijsnelheid te verlagen van 50 Km/h naar 30 km/h en een wegdek dat bestaat uit steenmastiekasfalt toe te passen wordt onder de voorkeursgrenswaarde gebleven en 24

is een besluit hogere waarde niet aan de orde. Vanuit het bestemmingsplan Randweg Opheusden zijn echter meerdere alternatieven beschikbaar waarvan dit er één is. Omdat nog niet duidelijk is of de genoemde optie er komt en op welke manier dit wordt vormgegeven lijkt de conclusie dat een besluit hogere waarde niet aan de orde is ook voorbarig. Overwegingen n.a.v. zienswijze Deze zienswijze ziet eigenlijk op het plan Randweg Opheusden Deze zienswijze ziet eigenlijk op het plan Randweg Opheusden. In het bestemmingsplan Randweg Opheusden is een rechtstreekse ontsluiting van de wijk Herenland en Herenland west op de randweg opgenomen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen om eerst na participatie met de wijk Herenland een besluit te nemen over het wel/niet aansluiten van Herenland (west) op de nieuw te realiseren randweg Opheusden. Mocht uit verdere besluitvorming blijken dat een aansluiting op de randweg niet wenselijk is, dan kan Herenland West via de bestaande structuur van Herenland ontsluiten. Indien er een aansluiting van het plan Herenland West op de randweg wordt gerealiseerd, zal een deel van de bewoners van het bestaande plan Herenland en de nieuwe bewoners van Herenland West, een aansluiting krijgen op de randweg.

Omdat dit over een beperkte verkeersintensiteit zal gaan, leidt dit naar onze verwachting niet tot verkeerskundige problemen. Deze aansluiting vinden wij dan ook aanvaardbaar.

2. Ecologische effecten. In het ontwerp bestemmingsplan is verder in hoofdstuk 4.9.3 opgenomen: 'het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan’. In paragraaf 4.9 Ecologie wordt een weergave gegeven van een Quickscan (bijlage 8) en de stand van zaken van de aanvullende onderzoeken die op basis van de Quickscan worden uitgevoerd. Hierbij wordt ook aangegeven dat deze onderzoeken nog niet zijn afgerond. Daarnaast wordt in de onderzoeken aangegeven dat het verblijf van de steenmarter met grote zekerheid is uit te sluiten terwijl door diverse bewoners van de huidige Herenland wijk overlast wordt ervaren van één of meerdere marters. In de conclusie van paragraaf 4.9.3 staat dat het onderzoek naar natuurwaarden zal worden afgrond en de regels met betrekking tot de omgang met soorten zal worden nageleefd bij de planuitvoering. Hier wordt verder in het plan echter geen nadere duiding aan gegeven en is niet duidelijk welk effect dit zal hebben op het plan. Zolang echter niet vaststaat hoe dit plaats zal vinden en vorm zal krijgen zal ons inziens ook niet worden ingestemd met het ontwerpbestemmingsplan en hiermee zal ook rekening moeten worden gehouden bij de alternatieven voor de Randweg. Op basis van de bovenstaande argumenten heeft indiener zienswijze bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan Herenland West, Opheusden.

Zolang er geen besluit is genomen over de verschillende mogelijkheden voor de Randweg Opheusden en of er een aansluiting op de wijk Herenland in welke vorm dan ook komt waarbij ook alle effecten op de verkeersveiligheid en leefbaarheid van de wijk Herenland in kaart zijn gebracht kan het ontwerp bestemmingsplan Herenland West in de huidige vorm dan ook niet worden vastgesteld. Naar aanleiding van het voorgaande verzoek ik u met inachtneming van mijn zienswijze het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen. Overwegingen n.a.v. zienswijze Op basis van de quickscan van adviesbureau Viridis hebben wij Econsultancy opdracht gegeven tot nader onderzoek. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft Econsultancy tussentijdse resultaten gerapporteerd. Inmiddels is het aanvullende onderzoek afgerond. Wij voegen dit onderzoek aan het bestemmingsplan toe. Uit het nader onderzoek volgt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Voor de poelkikker zullen wij een ecologisch activiteitenplan opstellen en een ontheffing aanvragen bij de provincie. Ook de overige maatregelen uit het nader onderzoek, zoals het vermijden van bouwverlichting op een specifieke

25

boom en in het algemeen het toepassen van de zorgplicht, zullen wij bij de planuitvoering in acht nemen. Binnen dat kader is het bestemmingsplan op het onderdeel ecologie uitvoerbaar. Ten aanzien van de ontsluitingsvarianten van het plan Randweg Opheusden verwijzen wij naar bovenstaande overweging.

M. Indiener zienswijze 13 1. In dit ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat er in het zuiden een ontsluiting mogelijk gemaakt zal worden op de nog aan te leggen randweg rond Opheusden. De manier waarop deze ontsluiting mogelijk gemaakt word, word in dit plan niet verder uitgewerkt. Eventuele gevolgen van de aansluiting, op welke manier dan ook, staan hier niet benoemd. Parallel aan dit plan ligt het plan van de ontsluiting van de randweg op de wijk Herenland. Ook in deze plannen is nog niets uitgewerkt over hoe de aansluitingen eruit gaan zien, waar deze aansluitingen precies plaats gaan vinden en op welke manier dit gevolgen gaat hebben op, voor ons de belangrijkste pijler, de veiligheid in de wijk Herenland. Indieners zienswijzen hebben een aantal jaar geleden hun huis aan de Meester K.M. van Dijkstraat gekocht met het oog op de toekomst, in een zeer kindvriendelijke wijk. De wijk telt dan ook veel jonge gezinnen. De veiligheid van deze kinderen in de wijk moet gewaarborgd worden in de toekomstig plannen. Een van de speerpunten van de omgevingsvisie Neder-Betuwe is dan ook om de inwoners te voorzien van een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken.

Helaas hebben alle tot nu toe bijgewoonde sessies, informatieavonden en gestelde vragen geen duidelijkheid gegeven over hoe de (verkeers)veiligheid in deze plannen vooropgesteld word. Indien het bestemmingsplan definitief wordt, dan worden hiermee al diverse opties voor de aansluiting van de randweg op de wijk Herenland uitgesloten. Naar aanleiding van het voorgaande verzoeken wij u dan ook met inachtneming van onze zienswijze het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen. Overwegingen n.a.v. zienswijze Deze zienswijze ziet eigenlijk op het plan Randweg Opheusden. In het bestemmingsplan Randweg Opheusden is een rechtstreekse ontsluiting van de wijk Herenland en Herenland west op de randweg opgenomen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen om eerst na participatie met de wijk Herenland een besluit te nemen over het wel/niet aansluiten van Herenland (west) op de nieuw te realiseren randweg Opheusden. Mocht uit verdere besluitvorming blijken dat een aansluiting op de randweg niet wenselijk is, dan kan Herenland West via de bestaande structuur van Herenland ontsluiten. Indien er een aansluiting van het plan Herenland West op de randweg wordt gerealiseerd, zal een deel van de bewoners van het bestaande plan Herenland en de nieuwe bewoners van Herenland West, een aansluiting krijgen op de randweg.

Omdat dit over een beperkte verkeersintensiteit zal gaan, leidt dit naar onze verwachting niet tot verkeerskundige problemen. Deze aansluiting vinden wij dan ook aanvaardbaar.

5. Aanpassing aan het bestemmingsplan Naar aanleiding van de zienswijzen worden de volgende wijzigingen voorgesteld: - Op een deel van de gronden ten zuiden het perceel Hamsestraat 81, wordt de bestemming gewijzigd van Wonen naar Groen; - Langs de westzijde van het perceel Hamsestraat 75 wordt ipv de bestemming Groen en Vereer, de bestemming Water vastgelegd; - De bestemmingen Wonen en Groen en Verkeer worden ten westen van Hamsestraat 75 wordt enkele meters naar het westen verschoven; - Er wordt een voorwaardelijke verplichting i.v.m. nader onderzoek naar trillinghinder in de planregels. Hiervoor wordt een nadere aanduiding op de planverbeelding opgenomen. De bestemming Verkeer wordt iets vergroot; 26

-

Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen i.v.m. de realisatie van watercompensatie in de planregels opgenomen. In de Nota van wijzigingen is bovenstaande verder uitgewerkt.

6. Conclusie Naar aanleiding van bovengenoemde overwegingen hebben wij besloten om het bestemmingsplan vast te stellen met inachtneming van de hiervoor benoemde wijzigingen.

7. Bijlagen -

Ingediende zienswijzen; Nota van wijzigingen;

Opheusden, 4 juli 2024

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14615173/3