Bijlage 4 - Zienswijzennota
Tekst van het document
ZIENSWIJZENNOTA Ontwerpbestemmingsplan “Tielsestraat ong., Kesteren” 20 juni 2024
1
Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan ‘Tielsestraat ong., Kesteren’ 1. Inleiding Het bestemmingsplan ‘Tielsestraat ong., Kesteren’ is voorbereid om bedrijfsbebouwing en een bijbehorende bedrijfswoning te bouwen. 2. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Tielsestraat ong., Kesteren’ heeft ingevolge het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van 21 december 2023 t/m 31 januari 2024 ter inzage gelegen bij het Omgevingsloket in het gemeentehuis en was tegelijkertijd raadpleegbaar via de gemeentelijke website en via www.ruimtelijkeplannen.nl. De ter inzage legging is bekend gemaakt in Hét Gemeentenieuws en de Staatscourant van woensdag 15 november, en op de gemeentelijke website, waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk zijn/haar zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan binnen de termijn kenbaar te maken. 3. Zienswijzen Van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een schriftelijke zienswijze is gebruik gemaakt door: A. Indiener 1. B. Indiener 2 C. Indiener 3 De onderhavige zienswijzenota is geanonimiseerd. De zienswijzennota die ter kennisneming en vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden is niet geanonimiseerd, aangezien het voor een goede belangenafweging noodzakelijk is om kennis te hebben van de adressen van appellanten. Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. 4.
Inhoudelijke behandeling van de zienswijzen Hieronder zijn per zienswijze de gronden weergegeven en beantwoord. Indiener 1 en 3: Omdat de zienswijze van indiener 1 en indiener 3 voor een groot gedeelte overeenkomt is gekozen om deze gezamenlijk te beantwoorden. Samengevat weergegeven bevat de zienswijze, de volgende gronden. a. Aangegeven wordt de voorgenomen ontwikkeling strijdig is met het huidige beleid voor een open, landelijk karakter van het perceel in het buitengebied. Er zou een verslechtering zijn van het leefgebied. Voorliggende ontwikkeling is passend binnen de beleidskaders ‘Criteria nieuwe agrarische bouwpercelen’. Daarbij is het plan integraal beoordeeld en stedenbouwkundig akkoord bevonden. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en voldoet aan relevante milieuaspecten. Er is geen sprake van een onevenredige aantasting van de kwaliteit van het leefgebied. b. Aangegeven wordt dat er onvoldoende aangetoond is dat er sprake is van noodzaak voor een doelmatige en toekomstgerichte agrarische bedrijfsvoering van dit bedrijf. Specifiek is de noodzaak voor een bedrijfswoning in het plan onvoldoende aangetoond. Conform beleid is er bij S/A/A/B (Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen) een onafhankelijk advies opgevraagd.
Hierin wordt antwoord gegeven op de vraag of in onderhavige situatie sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf en de noodzaak van een bedrijfswoning. Er wordt geconcludeerd dat er sprake is van een toekomstbestendig en volwaardig agrarisch bedrijf. Ook wordt de noodzaak van een bedrijfswoning hierin onderbouwd en bevestigd. c.
Aangegeven wordt dat er meermaals over een transportbedrijf wordt gesproken, maar dit een opslagbedrijf betreft. Het klopt dat er op het perceel Tielsestraat 81 een opslagbedrijf is toegestaan. Planologisch is hier geen sprake van een transportbedrijf. Dit is in het plan verwerkt. d. Aangegeven wordt dat details omtrent het pottenveld ontbreken (omvang, locatie, mate van ‘dichtleggen’ met beton’ etc.) Binnen de regels van voorliggend bestemmingsplan is een pottenveld enkel toegestaan binnen het bouwvlak. Hiermee zijn de maximale afmetingen en de locatie van het pottenveld aangegeven. De afmeting
van het bouwvlak sluit aan bij agrarische bedrijfspercelen in de omgeving. In het plan wordt het aantal m2 verharding toegevoegd. Ook de gevolgen met betrekking tot de waterhuishouding worden hierin toegelicht. e. Aangegeven wordt dat berekeningen met betrekking tot water ontbreken, Hierbij kan gedacht worden aan waterafvoering als gevolg van de betonplaten. In overleg met het Waterschap zijn berekeningen uitgevoerd en is het plan aangepast met betrekking tot watercompensatie en -verwerking. Deze aanpassingen zijn door het Waterschap akkoord bevonden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan een goede waterhuishouding. f. Aangegeven wordt dat er waardevermindering van percelen rondom dit plangebied optreedt. Met voorliggende ontwikkeling wordt geen aanzienlijke waardevermindering van omliggende percelen verwacht. Wanneer door belanghebbenden waardevermindering wordt verwacht kan er een verzoek tot planschade worden ingediend. Dit verzoek wordt door een onafhankelijk externe partij beoordeeld en kan tot compensatie leiden. Indiener 2 a. Aangegeven wordt dat het proces van de watertoets niet is doorlopen, wat geleid heeft tot een aantal inhoudelijke gebreken. De watertoets is inmiddels doorlopen en aan het plan toegevoegd. b.
Aangegeven wordt dat aanvullende terreinverharding en de toename verharding vanwege de pottenteelt in plaats van vollegrondteelt niet in beeld is gebracht. Gevraagd wordt duidelijk in beeld te brengen wat de toename van verharding is. De toename van verharding, anders dan de verharding van de beoogde bebouwing, is omschreven en toegevoegd aan het plan. c.
Aangegeven wordt dat binnen het plangebied verschillende watergangen liggen. Gevraagd wordt duidelijk in beeld te brengen of de bestaande watergangen worden behouden met behoud van de huidige functionaliteit en om eventuele maatregelen weer te geven. Binnen het plangebied wordt één C-watergang gedempt. Hiervoor is een vergunning ‘dempen C-watergang en 1:1 compenseren daarvan’ aangevraagd in overleg met het Waterschap. De compensatie vindt plaats op de zuidzijde van het plangebied. d. Aangegeven wordt dat compenserende berging nodig is voor de toename van verhard oppervlak en eventueel vanwege de demping van de watergang. Dit is in het huidige plan niet in beeld gebracht. Aan de noordzijde ligt een watersysteem met beperkte capaciteit. Aan de zuidkant ligt een Awatergang. De berekeningen met betrekking tot verhard oppervlakte en bijbehorende watercompensatie zijn opgenomen in de toelichting van voorliggend plan en de waterberging is opgenomen in de landschappelijke inpassing. Hiermee is juridisch geborgd dat er watercompensatie plaatsvindt. In overleg met het Waterschap is een vergunning ‘graven extra water door toename verhard oppervlak (inclusief pottenteelt) en dakvlak’ aangevraagd. De waterberging is gesitueerd aan de zuidzijde van het perceel. e.
Verzocht wordt in overleg met het waterschap aanvullend onderzoek te laten doen waarna bepaald kan worden of het bestemmingsplan gewijzigd moet worden. Naar aanleiding van overleg met het Waterschap zijn er aanpassingen aan het plan doorgevoerd en vergunningen aangevraagd. Aan het verzoek is gehoor gegeven. 5. Aanpassing aan het bestemmingsplan Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de zienswijze aangepast. 6. Conclusie Naar aanleiding van bovengenoemde overwegingen hebben wij besloten om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Bijlagen 1. Zienswijzen