Bijlage 4 - Beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten
Tekst van het document
in ontwikkeling? • Hebben we de goede kwaliteitscriteria voor deze huisvesting geformuleerd? • Is voor bestaande en nieuwe huisvesting steeds een tijdelijke vergunning verleend? • Is sprake effectieve en efficiënte controle en handhaving met betrekking tot de huisvesting? • Is een sociaal netwerk tot stand gekomen gericht op maatschappelijke ondersteuning en integratie van de (langer verblijvende) arbeidsmigranten? • Is een adequate informatievoorziening tot stand gekomen? • Hebben alle betrokken in voldoende mate bijgedragen aan het realiseren van de geformuleerde doelstellingen? Wat waren hierbij de succes- en faalfactoren? • Zijn het afgesloten convenant en de individuele afspraken met huisvesters effectief gebleken en zijn de afspraken in voldoende mate nageleefd? • Zijn onze inwoners, waaronder de arbeidsmigranten zelf, voldoende betrokken bij de voorbereiding en de uitvoering van het beleid? Zijn zij tevreden over het gevoerde beleid?
8. Overzicht maatregelen beleidsplan
Wat?
Wie?
Wanneer?
Kosten voor de gemeente
gemeente
1e kwartaal 2020
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
Regio Rivierenland
2020
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
gemeente, initiatiefnemers, klankbordgroep
2e helft 2019
• Vastellen bestemmingsplan kernen (gericht op tegengaan nieuwe situaties van kamergewijze verhuur in de dorpen)
gemeente
4e kwartaal 2019
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit) p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
• Inspectie brandveiligheid en vergunningverlening brandveilig gebruik c.q. melding
extern bureau (Interconcept)
2e helft 2019
• Beoordeling bestaande situaties en nieuwe initiatieven huisvesting arbeidsmigranten
gemeente: mandje 2 of 3
permanent
• Indien nodig: beoordeling initiatieven door ODR (milieu- en geluidhinder)
ODR
permanent
• Verlenen (tijdelijke) omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten
gemeente
permanent
• Opstellen digitale kaart locaties waarvoor vergunning is afgegeven en deze bijhouden
gemeente
2e helft 2019 e.v.
gemeente, SWB, provincie
2e helft 2019
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
Gemeente, SWB, huurdersorganisatie De Doelgroep arbeidsmigranten vanuit sociaal perspectief (hoofdstuk 4) Gemeente • Opzetten en bijhouden specifiek gedeelte van gemeentelijke website met informatie ten behoeve van c.q. over arbeidsmigranten
2e helft 2019
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
permanent
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
permanent
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
Huisvesting (hoofdstuk 3) Short stay: • Aanschrijven agrarische bedrijven dat zij vergunning voor huisvesting seizoenswerkers moeten aanvragen en verblijfsbelasting (toeristenbelasting) betalen • Structurele oplossing kwalitatief goede huisvesting seizoenswerkers Mid stay: • Uitwerken scenario’s en plan huisvesting arbeidsmigranten Rijk van Batouwe i.s.m. klankbordgroep
Long stay: • Overleg met SWB en provincie over voorzien in aanvullende behoefte reguliere woningen voor arbeidsmigranten • Aanvullende behoefte sociale huurwoningen vastleggen in prestatieafspraken 2020 e.v.
• Stimuleren en faciliteren van maatschappelijke organisaties en verenigingen t.b.v. activiteiten voor arbeidsmigranten
Gemeente
onderdeel huidige overeenkomst met Interconcept geen (kosten t.l.v. initiatiefnemers) geen (kosten t.l.v. initiatiefnemers) geen (kosten t.l.v. initiatiefnemers) p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
Samenwerking (hoofdstuk 5) • Afsluiten convenant gemeente, werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en maatschappelijke organisaties
betreffende partijen
3e kwartaal 2019
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
• Bilaterale afspraken gemeente en huisvesters voor grotere huisvestingslocaties
gemeente en huisvester
ntb
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
• Instellen Platform beleid arbeidsmigranten en periodiek overleggen
gemeente en deelnemers
medio 2019 e.v.
€ 10.000 per jaar
• Ambtelijk en bestuurlijk overleg arbeidsmigranten regio Rivierenland
Neder-Betuwe en andere regiogemeenten
2019 e.v.
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
• Overleg provincie over arbeidsmigranten
Neder-Betuwe en provincie Gelderland
2019 e.v.
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
• Aanstellen vaste aanspreekpersoon uit gemeentelijke organisatie voor alle zaken m.b.t. arbeidsmigranten
Gemeente
Permanent
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
gemeente (i.s.m. werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters) gemeente
continu
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
4e kwartaal 2019
• onderhoud digitaal nachtregister
gemeente
1-1-2020
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit) € 3.000 per jaar
• Innen verblijfsbelasting (toeristenbelasting)
gemeente
1-1-2020
• Afspraken met AVRI over melden overmatig veel aanbod van huisvuil
Gemeente en AVRI
3e kwartaal 2019
• Ontwikkelen instrumentarium bestuurlijke dwang bij illegale bewoning
Gemeente en AVRI
• Uitvoeren niet-vergunning gebonden handhaving
Gemeente (BOA’s i.g.v. overlast) en extern bureau (i.g.v. illegale bewoning)
3e kwartaal 2019 en 1e kwartaal 2020 continu
• Implementatie DPIA in gemeentelijke organisatie
Gemeente
3e kwartaal 2019
Gemeente en Platform beleid arbeidsmigranten
januari 2021 en 2022
Registratie, toezicht en handhaving (hoofdstuk 6) • Inschrijving arbeidsmigranten in BRP (verblijf langer dan 4 maanden) of RNI (verblijf korter dan 4 maanden) • Aanpassen APV voor verplichting bijhouden digitaal nachtregister
Monitoring en evaluatie (hoofdstuk 7) • Jaarlijkse monitoring beleid arbeidsmigranten: notitie aan college B&W en Raad
geschatte opbrengsten € 50.000 per jaar (1.000 x 6 weken) p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit) p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit) BOA’s: reguliere ambtelijke capaciteit, extern bureau € 10.000 p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit) p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
• Evaluatie beleid arbeidsmigranten: nota aan college B&W en Raad
Gemeente en Platform beleid arbeidsmigranten
Uiterlijk december 2022
p.m. (reguliere ambtelijke capaciteit)
De uitvoeringskosten vallen binnen de huidige financiële kaders. Voor zover dit op onderdelen niet het geval blijkt, wordt hierover gerapporteerd in de derde bestuursrapportage (oktober 2019).
Bijlage 1: Uitkomsten uitgevoerde inventarisaties 1. Inventarisatie Legitiem Naar de aard van de huisvesting is de huisvestingssituatie als volgt: Soort huisvesting campings, bungalowparken e.d. niet-agrarisch bedrijf, opslag, bedrijventerreinen e.d. agrarische bedrijven, boomkwekerijen e.d. reguliere woningen in woonwijken totaal Neder-Betuwe
aantal locaties 4 13 19 22 58
capaciteit (aantal plaatsen) 295 206 167 96 764
feitelijke bezetting 166 157 49 104 476
De capaciteit bedraagt dus aanzienlijk meer dan het werkelijk aantal op dat moment aanwezige arbeidsmigranten. Een deel van de overcapaciteit zal vermoedelijk worden ingezet voor de huisvesting van seizoenswerkers. Het gaat hierbij dus om structureel beschikbare capaciteit. De agrarische bedrijven bieden daarnaast tijdelijke (niet geïnventariseerde) capaciteit voor seizoenswerkers. Voor de bedrijfspanden kan nog worden opgemerkt dat het merendeel op bedrijventerreinen staat. Het gaat om 9 locaties met een capaciteit voor 172 arbeidsmigranten. Met name voor deze huisvesting geldt dat de verblijfsfunctie geen conflict mag oproepen met de vigerende milieuwet- en regelgeving en bovendien uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven niet mogen beperken (zie verder par. 3.3). Per kern bedraagt de capaciteit als volgt: Kern Dodewaard Echteld Kesteren Ochten Opheusden IJzendoorn totaal Neder-Betuwe
aantal locaties 10 3 17 14 12 2 58
capaciteit (aantal plaatsen) 160 53 218 251 61 21 764
feitelijke bezetting 124 14 159 143 35 1 476
Als we kijken naar de grootte van de huisvesting, dan gaat het over het algemeen om relatief kleinschalige huisvesting. De twee enige grootschalige locaties zijn de recreatieparken Rijk van Batouwe en Rivierendal. Verder zijn er nog drie locaties met een capaciteit voor elk 50 tot 65 arbeidsmigranten. De overige locaties hebben een capaciteit voor enkele tot maximaal 20 arbeidsmigranten. Het onderzoek van bureau Legitiem laat tot slot zien dat de huisvesting vaak niet voldoet aan de brandveiligheidseisen en een minimale woonkwaliteit. Dit benadrukt de urgentie om wat te doen aan de huidige huisvestingssituatie. Kwaliteit huisvesting voldoet aan eisen brandveiligheid en minimale woonkwaliteit voldoet niet aan eisen brandveiligheid (wel minimale woonkwaliteit) voldoet niet aan eisen minimale woonkwaliteit (wel brandveiligheid) voldoet aan geen van beide eisen onbekend totaal Neder-Betuwe
aantal locaties 22
capaciteit (aantal plaatsen) 424
feitelijke bezetting 294
5
25
23
1
8
8
29 1 58
303 4 764
151 476
Voor locaties die niet aan de eisen voldoen is het beeld, uitgesplitst naar soort huisvesting, als volgt met het aantal beschikbare plaatsen (en tussen haakjes het aantal locaties): Soort huisvesting campings, bungalowparken e.d. niet-agrarisch bedrijf, opslag, bedrijventerreinen e.d. agrarische bedrijven, boomkwekerijen e.d. reguliere woningen in woonwijken totaal Neder-Betuwe
brandveiligheid 8 (1) 5 (2) 12 (2) 25 (5)
woonkwaliteit 8 (1) 8 (1)
beide 172 ( 1) 6 ( 2) 67 (10) 58 (16) 303 (29)
Als het gaat om het niet voldoen aan de brandveiligheidseisen gaat het vaak om zaken als de aanwezigheid van (voldoende) brandblussers, rookmelders, enz. 2. Profiel van de arbeidsmigranten In de BRP staan ruim 530 personen met een Oost-Europese nationaliteit ingeschreven, die als volgt naar nationaliteit zijn verdeeld: nationaliteit aantal Pools 494 ( 93%) Bulgaars 3 ( 1%) Roemeens 23 ( 4%) Oekraïens 3 ( 1%) Litouws 7 ( 1%) totaal Neder-Betuwe 530 (100%) Traditioneel zijn de meeste arbeidsmigranten afkomstig uit Polen. De laatste jaar zijn er ook arbeidsmigranten uit ander Midden- en Oost-Europese landen gekomen. De leeftijdsopbouw van deze arbeidsmigranten is als volgt: huishoudensamenstelling aantal 18 tot 25 jaar 64 ( 12%) 25 tot 55 jaar 391 ( 73%) 55 jaar en ouder 25 ( 5%) totaal Neder-Betuwe 530 (100%) Om een beter beeld te krijgen van de behoeften, wensen en ambities van de arbeidsmigranten heeft adviesbureau DSP een interviews gehouden met 17, hoofdzakelijk Poolse, arbeidsmigranten en drie andere mensen die goed op de hoogte zijn van de leefsituatie van arbeidsmigranten.6 Het profiel van de arbeidsmigranten • De geïnterviewde arbeidsmigranten zijn tussen de 21 en 62 jaar, ruim de helft is jonger dan 35 jaar. Veel van hen zijn hier met hun partner, sommigen hebben kinderen maar die verblijven in het land van herkomst.
De meesten hebben lager of middelbaar beroepsonderwijs genoten, een enkeling heeft een vwo of wo opleiding. • Zij zijn overwegend tussen 2007 en 2019 naar Nederland gekomen, één is al in2000 naar Nederland gekomen. Sommigen hebben in Nederland hun eerste baan gevonden, anderen hebben al vele jaren in het land van herkomst gewerkt en zijn bezig met de laatste paar jaar tot aan hun pensioen. Belangrijkste beweegreden om naar Nederland te komen is het hogere inkomen in Nederland. Andere redenen zijn een tussenjaar na de middelbare school, het failliet gaan van eigen bedrijf of bedrijf waar degene werkte, maar ook avontuur. Velen hebben op meerdere plekken in Nederland gewoond en gewerkt, vooral binnen de gemeente en omliggende gemeenten en binnen de provincies Gelderland en Noord Brabant. • Huisvesting van arbeidsmigranten verloopt bijna altijd via een uitzendbureau of een werkgever. De gemeente en het soort huisvesting waar een persoon terecht komt, is veelal afhankelijk van de locatie van de woonruimten van het uitzendbureau en de werkgever. Vaak is doordat werkgever/uitzendbureau tevens huisvester zijn sprake van een afhankelijkheidsrelatie.
6 DSP: ‘Arbeidsmigranten in Neder-Betuwe’, augustus 2019
• De arbeidsmigranten zijn in het algemeen tevreden over hun huisvesting. De woonruimten zijn in redelijke tot goede staat en er is voldoende huisraad aanwezig. Wanneer er iets mist of kapot is, is er hierover overwegend goed contact met het uitzendbureau, de werkgever of de huisbaas. Sommige respondenten geven aan eerder slechtere woonomstandigheden te hebben meegemaakt. Zij hebben meestal moeite een particuliere (huur-)woning te vinden en ondervinden hierbij geregeld discriminatie. • De respondenten hebben bijna nooit contact hebben met de gemeente en laten zich daarom ook meestal niet inschrijven. Huisvesting en ter werkstelling worden bij aankomst via een uitzendbureau of een werkgever geregeld. Wanneer deze partijen aangeven dat inschrijving bij de gemeente niet mogelijk is of het onderwerp komt niet ter sprake, dan zoeken de arbeidsmigranten ook niet zelf de gemeente op. De interviews maken duidelijk dat zij zich wel willen laten inschrijven. Beperkte beheersing van de Nederlandse taal en soms ook Engels taal is hierbij een belemmering, evenals het gebrek aan meertalige communicatie vanuit de gemeente zelf. • Bijna alle respondenten zijn werkzaam via een uitzendbureau en hebben een tijdelijk contract op uitzendbasis; slechts twee personen zijn direct in dienst bij de werkgever en hebben een vast contract.
Sommige respondenten geven aan dat zij in gesprek zijn om een vast contract te krijgen. Tegelijkertijd benoemt één van de sleutelfiguren ook situaties waarbij de tijdelijke contracten worden opgerekt door werknemers een half jaar met ‘vakantie’ te sturen en voor een voor een periode zwart uit te betalen. Op deze manier hoeft er geen vast contract te worden aangeboden. Een aantal respondenten heeft ook slechte ervaringen met betrekking tot het verkrijgen van een vast contract: zij zijn op het moment dat zij recht hadden op een vast contract, ontslagen. Zij moesten vervolgens op zoek naar nieuw werk en soms ook nieuwe huisvesting omdat ze niet meer in aanmerking kwamen voor een woning via het uitzendbureau. • De meesten zeggen geen tijd te hebben naast hun werk om activiteiten te ondernemen. Geen van de respondenten maakt gebruik van activiteiten georganiseerd door verenigingen of clubs. Een aantal respondenten gaat af en toe naar de sportschool en een aantal respondenten noemt vissen als hobby, waar zij ook kennis maken met andere vissers. De meesten brengen hun vrije tijd door met hun partner of huisgenoten. Binnen de gemeente worden weinig activiteiten georganiseerd waar de respondenten naar toe gaan. Vaak weten ze niet dat er een activiteit plaatsvindt, maar stuiten ze er toevallig op. • De respondenten geven aan dat alle basisvoorzieningen voorhanden zijn.
De lokale buurtsuper in Kesteren heeft ook een stelling in de supermarkt met Poolse producten. Echter voor winkelen, een bezoek aan de bioscoop of andere voorzieningen (zoals kerkdienst) zeggen de respondenten aangewezen te zijn op andere steden zoals Tiel, Ede, Oss en Arnhem. • De respondenten hebben weinig contact met Nederlanders in het dagelijks leven. Het contact op de werkvloer is vaak in de eigen taal omdat de teamleiders van dezelfde afkomst zijn, net als de huisgenoten, vrienden en kennissen. Over het algemeen ervaren de respondenten de Nederlandse bewoners als vriendelijk en behulpzaam. Een aantal respondenten heeft echter ook minder goede ervaringen met hun Nederlandse buren. Zij benoemen stereotyperende ervaringen. • Meerdere respondenten zijn gemotiveerd om de Nederlandse taal te leren. Vier respondenten hebben cursussen Nederlands gevolgd. Het is vaak moeilijk om een cursus te vinden die betaalbaar is en waarbij de lestijden niet overlappen met de werktijden. Deze voorziening ontbreekt in Neder-Betuwe. Bovendien zeggen een aantal respondenten de taal te willen leren, maar niet te weten waar zij hierover informatie kunnen vinden. De meerderheid is afhankelijk van anderen als het gaat om informatie over hun rechten en plichten, zoals een contactpersoon van het uitzendbureau, de werkgever, een tolk of een vriend, kennis of collega.
• Een aantal respondenten die nu in een woonpark wonen, zouden in de toekomst willen doorstromen naar de sociale of particuliere huursector, enkelen willen in de nabije toekomst een huis kopen. • Op het gebied van werk zijn er geen duidelijke ambities gevonden onder de respondenten. Een deel van de respondenten geeft aan door te willen groeien in het werk. Zij geven aan dat kennis van de Nederlandse taal hierbij behulpzaam is. De meerderheid van de respondenten weet nog niet hoe lang zij in Nederland willen blijven wonen en werken. Een aantal zegt te willen blijven tot aan het pensioen of totdat er voldoende geld is gespaard voor het bouwen van een huis in het thuisland. De meeste respondenten hebben al een huis of appartement in Polen gekocht en zijn hierdoor gericht op eigen toekomst in Polen. Redenen om in Nederland te blijven zijn vooral gerelateerd aan het hebben van werk, het kunnen doorgroeien bij een bedrijf en het hebben van een goed inkomen.
• Bij het vragen naar hun verwachtingen en wensen ten aanzien van de gemeente Neder-Betuwe benoemen respondenten en sleutelfiguren een aantal punten: mogelijkheid tot en informatie over inschrijving bij de gemeente zodat correspondentie met overheidsinstanties mogelijk is, een onafhankelijk aanspreekpunt bij de gemeente waar arbeidsmigranten in hun eigen taal informatie kunnen opvragen en ook bij problemen terecht kunnen, het beschikbaar stellen van informatie over taalcursussen Nederlands en indien mogelijk ook deze cursussen faciliteren in de gemeente zelf.
DSP heeft vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd in twee regio’s in Noord-Brabant (Metropoolregio Eindhoven en Langstraat). De achtergrondkenmerken, de manier waarop men in Nederland is gekomen en de beweegredenen van de arbeidsmigranten in de Neder-Betuwe komen grotendeels overeen met de kenmerken van de respondenten uit Noord-Brabant. Een opvallend verschil is dat de meerderheid van de respondenten in het huidige onderzoek een diploma in het beroepsonderwijs heeft. In Noord-Brabant was een gevarieerdere onderwijsachtergrond zichtbaar onder de respondentengroepen. Dit liet zien dat arbeidsmigranten niet per sé laaggeschoold zijn, maar laaggeschoold werk doen. Daarnaast kende de respondentengroep in Noord-Brabant ook meerdere personen die in Nederland een gezin hadden gesticht en een koopwoning hadden gekocht. Minder dan in Noord-Brabant zijn in Neder-Betuwe misstanden naar voren gekomen, zoals onrechtmatige situaties bij de uitbetaling van het salaris, de betaling van de woonruimte ten nadele van de arbeidsmigranten, en ongewenste situaties op de woonparken inclusief sociale problemen (overlast, drugsgebruik, criminaliteit).
Opvallende overeenkomsten tussen Neder-Betuwe en Noord-Brabant zijn eerdere ervaringen met slechte woonomstandigheden, hoge kosten voor de huur van een kamer die moet worden gedeeld, beperkte mogelijkheden tot inschrijving bij de gemeente en discriminatie op de particuliere woningmarkt. Als het gaat om (de behoefte aan) sociale contacten, bekendheid met rechten en plichten en het toekomstperspectief zijn de uitkomsten voor Neder-Betuwe vergelijkbaar met die van Noord-Brabant. Een landelijk onderzoek van SEO7 geeft aan dat zo’n 20% van de arbeidsmigranten die zijn ingeschreven in de BRP/RNI korter dan een jaar in Nederland verblijft, 45% tussen de 1 en 5 jaar, 15% tussen de 5 en 10 jaar en 20% langer dan 10 jaar. Gezien de lange verblijfsduur ligt er voor de gemeente en andere partijen dus ook een opgave als het gaat om maatschappelijke ondersteuning en integratie in de samenleving. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat driekwart van de na 2004 gemigreerde en ingeschreven Polen denkt over vijf jaar nog in Nederland te wonen. Het aandeel Polen in Nederland met een gezin neemt toe: in 2005 had 30% van de na 2004 gemigreerde Poolse paren één of meer kinderen, in 2017 is dat iets meer dan 50%. Drie kwart van de Poolse migranten heeft betaald werk. Dit is ongeveer gelijk aan autochtone Nederlanders (77%).
Wel zijn zij twee keer zo vaak afhankelijk van een flexibele arbeidsrelatie (42% tegen 22%), werken ze veel vaker meer dan 35 uur per week (78% tegen 49%) en veel vaker in banen op het laagste beroepsniveau (47% tegen 9%).8 Onderzoek van het CBS bevestigt dit beeld, zie de grafieken.9 Volgens het CBS blijft 40% van de (Europese) arbeidsmigranten in Nederland. Van hen zijn 30% een paar zonder kinderen en 32% een paar met kinderen (dus resp. 12% en 13% van de in Nederland komende arbeidsmigranten). Blijvers en vertrekkers onder de arbeidsmigranten (CBS 2019)
7
SEO: ‘De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland’, april 2018.
8 SCP: 'Bouwend aan een toekomst in Nederland. De leefsituatie van Poolse migranten die zich na 2004 hebben
ingeschreven', april 2018 9 CBS: ‘Arbeidsmigranten in Nederland: nieuwkomers op de voet gevolgd’, 2019.
3. Het perspectief perspectief van de werkgever Uit de regelmatige contacten die de gemeenten met ondernemers heeft, blijkt dat een aantal werkgevers al jaren dezelfde medewerkers in dienst heeft. De andere kant van het spectrum is een frequente wisseling van invulling van de personele bezetting, al dan niet seizoensgebonden of wetgeving gebonden met betrekking tot arbeidsduur/periode. Sommige werkgevers werven vanuit de van in dienst zijnde migrant weer nieuwe werknemers geworven. Het is lastig om zicht te krijgen op toekomstige groei hierin. Deze is direct gerelateerd aan de beschikbaarheid van schoolverlaters en beschikbaar personeel op de bestaande lokale arbeidsmarkt, economische groei en bedrijfs- en investeringsbeslissingen. Daarnaast spelen uiteraard eigen bedrijfsafwegingen ten aanzien van wenselijkheid en mogelijkheden voor inzet van arbeidsmigranten. Op langere termijn speelt de toekomstige (regionale) beschikbaarheid van bedrijfsterreinen voor nieuw te vestigen bedrijven of groeiende bedrijven. Bij groei van de uitgifte van bedrijventerrein in de regio kan ook de regionale vraag naar personeel stijgen.
De koepels van uitzendorganisaties ABU en NBBU geven aan dat landelijk de gemiddelde duur van een dienstverband van een arbeidsmigrant op 46 weken ligt.10 Onder 11 grotere werkgevers en uitzendbureaus is een enquête uitgezet die een beeld geeft van de arbeidsmigranten die bij hen in dienst zijn. Vijf werkgevers en uitzendbureaus hebben de enquête beantwoord. Het gaat om twee bedrijven in de laanboomteelt, één bedrijf in de bouw, één bedrijf in de transport- en logistieksector en twee bedrijven in (bovendien) andere sectoren, waaronder de uitzendbranche. Drie van hen hebben 50 of meer arbeidsmigranten in dienst, bij twee zijn 10 tot 50 arbeidsmigranten werkzaam. Daarmee ontstaat een beeld voor enkele honderden arbeidsmigranten. Het beeld van de werkgevers • Vier van de vijf werkgevers geven aan dat de arbeidsmigranten voor langere tijd of permanent bij hen werkzaam zijn, bij één werkgever gaat het om werkzaamheden voor enkele weken per jaar. Alle vijf werkgevers maken gebruik van uitzendbureaus, twee hebben ook zelf arbeidsmigranten in dienst. • Drie werkgevers hebben arbeidsmigranten op vmbo-niveau in dienst (dus laaggeschoold), twee werkgevers hebben bovendien arbeidsmigranten op mbo niveau in dienst. • Drie werkgevers zijn van mening dat de arbeidsmigranten goed zijn geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, één vindt van niet.
Eén werkgever heeft hier niet een goed beeld van. Wel vinden vier van de vijf werkgevers dat arbeidsmigranten behoefte hebben aan meer voorzieningen: Gewenste voorzieningen onderwijs Nederlandse taal scholing op een specifiek vakgebied maatschappelijke ondersteuning of zorg meer contacten met andere inwoners deelname aan het verenigingsleven reguliere/permanente huisvesting (woningen)
aantal werkgevers 4 2 2 2 2 2
Als naar de toekomst wordt gekeken gaan vier werkgevers er van uit dat het aantal arbeidsmigranten de komende vijf jaar gelijk blijft. Een werkgever voorziet een groei van het aantal arbeidsmigranten. 10 ABBU/NBBU: ‘Stap voor stap; inzicht werken met arbeidsmigranten’, 2018.
Bijlage 2: 2: Convenant huisvesting arbeidsmigranten De ondergetekenden: hierna gezamenlijk te noemen: (convenant)partijen, Verstaan onder de hierna genoemde begrippen het volgende: • Arbeidsmigrant: de persoon die vanuit een ander land dan Nederland, zelf behorende tot de Europese Unie en behorende tot de zone waarvoor vrij verkeer van personen geldt, of die op grond van een tewerkstellingsvergunning in Nederland legaal arbeid mag verrichten en naar Nederland komt met het oogmerk om (al dan niet tijdelijk) arbeid te verrichten. • BRP: Basisregistratie Personen, bevat de persoonsgegevens van de inwoners van Nederland, waaronder personen vanuit het buitenland die langer dan vier maanden in Nederland komen wonen. • RNI: Registratie Niet-Ingezetenen, bedoeld voor onder andere personen die korter dan vier maanden in Nederland komen wonen. • Huisvester: het bedrijf, de werkgever of het uitzendbureau of meervoud daarvan dat/die huisvesting verzorgt voor arbeidsmigranten. • Huisvesting: de woonruimte die door een huisvester specifiek voor arbeidsmigranten wordt ingezet of anderszins ter beschikking wordt gesteld. • Werkgever: de persoon of rechtspersoon (inclusief uitzendorganisaties), die overeenkomstig een arbeidsovereenkomst dan wel op basis van een uitzendovereenkomst een arbeidsmigrant in dienst heeft.
Partijen nemen in aanmerking dat: • arbeidsmigratie een niet meer weg te denken verschijnsel is in onze samenleving, mede als gevolg van het vrij verkeer van mensen en goederen binnen de Europese Unie; • het voor de economische ontwikkeling van Neder-Betuwe van belang is dat arbeidsmigranten hier werken en het zowel vanuit economisch als sociaal oogpunt van belang is dat de arbeidsomstandigheden en de huisvesting van deze groep goed geregeld zijn; • een deugdelijke registratie noodzakelijk is van de arbeidsmigranten in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP), dan wel bij een korte verblijfsduur in het Register Niet-ingezetenen (RNI); • het gewenst is dat vooral arbeidsmigranten die hier langere tijd verblijven, integreren in de lokale samenleving en de Nederlandse taal leren; •
• •
•
partijen hierbij het belang onderschrijven van de zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van arbeidsmigranten om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving, maar daarbij ook onderkennen dat zij een rol hebben om de arbeidsmigranten daartoe in staat te stellen en te faciliteren; ondersteuning door de provincie en de regio een belangrijke voorwaarde is voor een succesvol gemeentelijk beleid ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten; partijen de noodzaak zien van een goede samenwerking om zorg te dragen voor de inschrijving, huisvesting, begeleiding en integratie in de samenleving van arbeidsmigranten en dit willen vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst; deze samenwerkingsovereenkomst geen invloed heeft op lopende afspraken, gesprekken of dossiers tussen de gemeente, werkgevers en huisvesters.
Partijen spreken het volgende af: Algemene afspraken 1. De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking met ingang van de datum van (gelijktijdige) ondertekening van de overeenkomst en wordt aangegaan voor de duur van drie jaar (2020 t/m 2022), met een stilzwijgende verlenging van telkens één jaar. 2. Partijen evalueren jaarlijks de werking van dit convenant aan de hand van de gestelde doelen en bereikte resultaten en kunnen zo nodig besluiten tot bijstelling op onderdelen. De gemeente draagt zorg voor een jaarlijkse monitoring en stelt de andere partijen hiervan schriftelijk in kennis.
3. Wijzigingen in dit samenwerkingsconvenant zijn slechts met schriftelijke instemming van alle partijen mogelijk. Mondelinge afspraken zonder schriftelijke vastlegging missen elke geldingskracht. 4. Het is mogelijk dat een partij die niet deelneemt aan het samenwerkingsconvenant, gedurende de looptijd van het convenant als deelnemende partij toetreedt. Daartoe is instemming van alle al deelnemende partijen vereist, waarbij instemming alleen kan worden onthouden als betrokken partij aantoonbaar ernstig in zijn belang zou worden geschaad bij toetreding van een nieuwe partij. 5. Partijen kunnen ieder afzonderlijk het convenant schriftelijk eenzijdig beëindigen met een opzegtermijn van één maand. 6. De gemeente kan, als zij dit wenselijk acht, met partijen aanvullende afspraken maken in de vorm van een bindende bilaterale overeenkomst. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan concrete beheerafspraken in het geval van grootschalige locaties voor (tijdelijke) huisvesting. De overige partijen worden hiervan schriftelijk door de gemeente in kennis gesteld en kunnen hierop reageren. Verplichtingen van de gemeente: gemeente: 7. De gemeente verplicht zich tot het vaststellen van een beleidskader dat voldoende mogelijkheden biedt voor geschikte huisvesting, ondersteuning en integratie in de samenleving van de in de gemeente Neder-Betuwe werkzame arbeidsmigranten.
Het beleidskader omvat ook de criteria op basis waarvan de gemeente aanvragen tot het benutten van bestaande, dan wel het realiseren van nieuwe huisvesting zal beoordelen. Deze criteria zijn opgenomen in de bijlage. Bij de vaststelling van wat ‘voldoende’ is, wordt tenminste uit gegaan van het aantal EU-arbeidsmigranten dat in de gemeente Neder-Betuwe werkzaam is of zal zijn, dan wel van andere in regionaal verband daarover gemaakte afspraken. 8. De gemeente draagt zorg voor één vast aanspreekpunt voor werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en maatschappelijke organisaties als het gaat om de huisvesting van arbeidsmigranten en daarmee samenhangende zaken. 9. De gemeente kan onder voorwaarden het tijdelijk gebruik van huisvestingslocaties in afwijking van het bestemmingsplan toestaan op basis van een actieve gedoogbeschikking. Deze beschikking kan slechts worden afgegeven als voldaan wordt aan de criteria zoals opgenomen in de bijlage. 10.
De gemeente stelt zich actief op om met werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters in gesprek te gaan over hun huisvestingsportefeuille in de gemeente Neder-Betuwe en zal op deze wijze in goed overleg vaststellen welke huisvestingssituaties (voor zover nodig) onder welke voorwaarden voor een vergunning in aanmerking komen, welke huisvestingssituaties in welk tempo beëindigd moeten worden en hoe de gemeente kan faciliteren bij het vinden van alternatieven (‘bed-voor-bed regeling’). 11. De gemeente treft in overleg met werkgevers zodanige voorzieningen dat inschrijving van arbeidsmigranten in de BRP bij een verblijf langer dan vier maanden, dan wel de RNI bij een verblijf tot vier maanden op efficiënte wijze kan plaatsvinden. 12. De gemeente stelt een digitaal nachtregister open waarin huisvesters, waaronder ook begrepen huisvestende werkgevers en uitzendbureaus die een tijdelijke woonvoorziening aanbieden, voor arbeidsmigranten die korter dan vier maanden verblijven elke 24 uur aangeven of de betreffende arbeidsmigrant nog in dienst is of in de betreffende voorziening is gehuisvest. 13. De gemeente voert periodiek op basis van steekproeven dan wel ad hoc controles uit bij werkgevers en huisvesters en treedt handhavend op tegen huisvestingssituaties die niet voldoen aan de in de bijlage opgenomen criteria. De gemeente kan daarbij sancties opleggen, zoals beschreven in bijlage 2.
Bij het opleggen van de sanctie en de periode die geboden wordt om huisvestingssituaties die niet aan de voorschriften voldoen te beëindigen, zal de gemeente rekening houden met de ernst van de overtreding en de urgentie om die op te heffen en laat daarbij het belang van de arbeidsmigranten zwaar laten wegen. Sancties kunnen ook worden opgelegd als werkgevers en uitzendbureaus arbeidsmigranten in dienst hebben die niet zijn ingeschreven in de BRP of RNI. 14. De gemeente spant zich maximaal in dat arbeidsmigranten deel kunnen uitmaken van de NederBetuwse samenleving, daarin voldoende kunnen integreren en de Nederlandse taal kunnen leren. Zij doet dat door hiervoor zelf de benodigde faciliteiten aan te bieden dan wel met derden afspraken te maken over het aanbieden van deze faciliteiten. 15. De gemeente stelt een informatiepunt voor arbeidsmigranten in, bedoeld om de nieuwkomers de weg te wijzen. Zij krijgen er informatie over hun rechten en plichten, over zaken die van belang zijn bij
vestiging of verblijf in de gemeente. Bij gebleken behoefte wordt een spreekuur gehouden waar mensen met hun vragen terecht kunnen. Verplichtingen van de huisvester: huisvester: 16. De huisvester verplicht zich om arbeidsmigranten die bij hem zijn gehuisvest te informeren over de verplichting om zich als ingezetene in te schrijven in de BRP dan wel (bij een verblijf korter dan vier maanden) in de RNI. Hij zal werknemers stimuleren zélf de daarvoor benodigde actie te ondernemen. 17. De huisvester is gehouden locaties waar hij tijdelijke of permanente huisvesting aan arbeidsmigranten aanbiedt of wil aanbieden, door te geven aan de gemeente. Huisvesting is slechts toegestaan wanneer voldaan is aan de eisen van het vigerende bestemmingsplan dan wel op basis van een door de gemeente afgegeven tijdelijke actieve gedoogbeschikking. 18. De huisvester verplicht zich bij voorrang huisvesting te verlenen aan in de gemeente Neder-Betuwe werkzame arbeidsmigranten. 19. De huisvester verplicht zich om zowel bij het realiseren van voorzieningen voor tijdelijke huisvesting als bij het in gebruik geven ervan te voldoen aan de in de bijlage genoemde eisen, evenals alle van toepassing zijnde voorschriften van het Bouwbesluit, het geldende bestemmingsplan en andere gemeentelijke voorschriften, waaronder het bijhouden van een nachtregister als de aard van de voorziening dat vereist. 20.
Huisvesters die tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten aanbieden, dienen zich te laten certificeren door SNF. 21. De huisvester verplicht zich om voor alle vormen van huisvesting die zij aanbiedt een passend beheer toe te passen. Dit impliceert dat er tenminste 24/7 iemand bereikbaar is die de taak, bevoegdheden en mogelijkheden heeft om bij calamiteiten direct handelend op te treden en waarvan de contactgegevens direct in het betreffende pand en bij hulpdiensten beschikbaar zijn. 22. De huisvester draagt bij de huisvesting zorg voor het voorkomen van overlast voor de omgeving, stelt daartoe huisregels op en zorgt dat die, zowel in het Nederlands als in de taal van de aanwezige bewoners, op een goed zichtbare plaats worden aangebracht en bij de bewoners bekend zijn. Het reglement gaat tenminste in op de volgende aspecten: gedrag (als goede buur), geluid / muziek (nachtrust), afval, parkeren, ontvangen van bezoek en het houden van feesten, brandveiligheid (vluchtplan en –wegen, vindplaats en gebruik van blusmiddelen, belangrijke telefoonnummers / contacten (hulpdiensten, beheerder, etc.), gedrag bij het gebruik en beheer van de buitenruimte, opslag van afval (eerder in deze alinea wordt ook al afval genoemd), regels voor parkeren op eigen terrein, gebruik van barbecue en vuur. 23.
De huisvester zorgt voor voldoende capaciteit voor afvalinzameling en houdt zich daarbij aan de regels voor het scheiden en aanbieden van afval. 24. De huisvester verplicht zich om zorgvuldig te communiceren met omwonenden en hen te informeren over het gebruik van de huisvestingslocatie, de vorm van beheer die daarvoor geldt en de contactgegevens van degene die bij calamiteiten aanspreekbaar is. 25. De huisvester verplicht zich om voor arbeidsmigranten die een tijdelijk verblijf (logies) hebben een digitaal nachtregister bij te houden. Voor degenen die korter dan vier maanden verblijven en daarmee niet in de BRP als ingezetene staan ingeschreven, is de huisvester een verblijfsbelasting (in de vorm van toeristenbelasting) aan de gemeente verschuldigd. Aanvullende Aanvullende verplichtingen van de huisvestende werkgever c.q. uitzendorganisatie: uitzendorganisatie: 26. De werkgever die zelf huisvesting biedt aan zijn werknemers, zal hiervoor niet meer dan een redelijke huur vragen en zich hierbij houden aan de bepalingen van de Wet aanpak schijnconstructies 2015 en de aanpassingen sindsdien hierop. Zo mogen op het minimumloon geen huisvestingskosten worden ingehouden. 27.
De werkgever die zelf huisvesting biedt aan zijn werknemers, zal die werknemers nooit verplichten om van die huisvesting gebruik te maken; een eventuele wens van de werknemer om elders huisvesting te vinden of effectuering van die wens, zal geen gevolgen hebben voor de arbeidsrelatie. 28. De werkgever die zelf huisvesting biedt aan zijn werknemers zal bij beëindiging van de arbeidsrelatie de betreffende werknemer een redelijk termijn bieden om alternatieve huisvesting te vinden en zich inspannen om te voorkomen dat de ex-werknemer dakloos wordt.
Verplichtingen van de werkgever en uitzendorganisatie: uitzendorganisatie: 29. De werkgever c.q. uitzendorganisatie verplicht zich om arbeidsmigranten die bij hem in dienst zijn of voor hem werkzaam zijn te informeren over de verplichting om zich als ingezetene in te schrijven in de BRP dan wel (bij een verblijf korter dan vier maanden) in de RNI. Hij zal werknemers stimuleren zélf de daarvoor benodigde actie te ondernemen. 30. De werkgever c.q. uitzendorganisatie verplicht zich om de gemeente op verzoek te informeren over het aantal arbeidsmigranten dat voor hem in de gemeente Neder-Betuwe werkzaam is, wanneer de gemeente die informatie opvraagt met het oog op een realistische planning van huisvestingsvoorzieningen in de gemeente of de regio. De werkgever c.q. uitzendorganisatie verplicht zich om dezelfde reden ook om de gemeente op verzoek te informeren over zijn verwachtingen van het aantal arbeidsmigranten dat de komende jaren voor hem werkzaam zal zijn, uiteraard met de daarbij passende voorbehouden. 31. De werkgever c.q. uitzendorganisatie informeert arbeidsmigranten zo snel mogelijk over de mogelijkheden van taalcursussen en zelfstudiepakketten. 32. De aan het convenant deelnemende uitzendbureaus dienen aangesloten te zijn bij de ABU of de NBBU. Verplichtingen van de maatschappelijke organisaties: organisaties: 33.
De aan het convenant deelnemende maatschappelijke organisaties verplichten naar vermogen zich in te spannen om op hun beleidsveld (gezondheidszorg, onderwijs, zorg- en welzijn, maatschappelijk leven) de in Neder-Betuwe wonende en werkende arbeidsmigranten – rekening houdend met hun specifieke behoeften – te ondersteunen en waar nodig zorg te bieden, mede gericht op een goede integratie in de Nederlandse en Neder-Betuwse samenleving. 34. De maatschappelijke organisaties zijn bereid om hier periodiek onderling en met de gemeente over te overleggen. Dit kan bilateraal dan wel in een daarvoor geschikt gremium zoals het Kernpunt. Verplichtingen van alle partijen: partijen: 35. De gemeente, huisvesters en werkgevers verplichten zich om bij de noodzakelijke informatieverzameling, -opslag en -uitwisseling zich volledig te houden aan de bepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). 36. De gemeente, huisvesters en werkgevers zullen de arbeidsmigranten actief wijzen op de bepalingen van de AVG en de rechten die de arbeidsmigranten in dat verband hebben. Aldus overeengekomen en in zeventienvoud ondertekend d.d. ………………………………………….te Opheusden.