CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3j - Bijlage 9a bij de toelichting - Aanvullend ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan Herenland-West (niet behandeld in Het Besluit)7.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE Aanvullend ecologisch onderzoek Herenland West (ong.) Opheusden

Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Herenland West (ong.), Opheusden Opdrachtgever

Gemeente Neder-Betuwe Postbus 20 4043 ZG Opheusden

Rapportnummer

19736.002

Versienummer

D1

Status

Definitief

Datum

18 oktober 2023

Opsteller1

De heer J.N.C.M. Koumans, MSc

Kwaliteitscontrole

De heer S.D.F. Slange, MSc

1

AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 2

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 4

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 5 Steenuil .......................................................................................................................................... 5 Huismus .......................................................................................................................................... 5 Boombewonende vleermuis, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek ............................................ 5 Roofvogels en ransuil ..................................................................................................................... 5 Vleermuizen ................................................................................................................................... 6 Marterachtigen .............................................................................................................................. 6 Alpenwatersalamander .................................................................................................................. 7 Kamsalamander .............................................................................................................................

7 Rugstreeppad ................................................................................................................................. 7 Poelkikker ....................................................................................................................................... 7 Grote modderkruiper ..................................................................................................................... 8 Grote vos ........................................................................................................................................ 8 Overzicht veldbezoeken ................................................................................................................. 8

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ...................................................................................................................... 11 5.1 5.2

5.3 5.4 5.5

5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Steenuil ........................................................................................................................................ 11 Huismus ........................................................................................................................................ 13 Nestlocaties binnen de onderzoekslocatie .................................................................................. 13 Nestlocaties buiten de onderzoekslocatie ................................................................................... 13 Boombewonende vleermuis, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek .......................................... 14 Roofvogels en ransuil ................................................................................................................... 15 Vleermuizen ................................................................................................................................. 15 Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie ............................................................................. 15 Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie ............................................................................. 15 Foeragerende en passerende vleermuizen ..................................................................................

15 Vliegroutes ................................................................................................................................... 15 Marterachtigen ............................................................................................................................ 16 Alpenwatersalamander ................................................................................................................ 16 Kamsalamander ........................................................................................................................... 17 Rugstreeppad ............................................................................................................................... 17 Poelkikker ..................................................................................................................................... 17

19736.002

5.11 5.12 6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................. 20 6.1 6.2 6.3

7

Grote modderkruiper ................................................................................................................... 19 Grote vos ...................................................................................................................................... 19

Poelkikker ..................................................................................................................................... 20 Vleermuizen ................................................................................................................................. 20 Licht beschermde soorten............................................................................................................ 20

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN........................................................................................................... 21

19736.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Gemeente Neder-Betuwe opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek nabij de Hamsestraat 77 te Opheusden. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van een woonwijk en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in oktober 2022 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 19736.001 versie D1, d.d. 14 november 2022). Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

19736.002 versie D1

1 / 21

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 4 ha) ligt in de omgeving van Hamsestraat 77, te Opheusden. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 171.008, Y = 437.993. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1 Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

De noordkant van de onderzoekslocatie bestaat grotendeels uit graslanden waarlangs enkele C-watergangen (sloten) lopen richting het zuiden. Daar monden ze uit in een A-watergang die stroomt van oost naar west. Op het noordelijke deel staat ook een woonhuis met tuin en staat een grote schuur. Initieel waren er twee grote schuren aanwezig op de onderzoekslocatie. Echter, de zuidelijke grote schuur is voorafgaand aan het aanvullend onderzoek gesloopt. In de noordwestelijke hoek staat groen in de vorm van bomen, en struweel. De zuidkant van de onderzoekslocatie betreft enkel grasland. Ten oosten van de onderzoekslocatie is een woonwijk aanwezig. Ten noorden en westen bevinden zich agrarische percelen en bedrijven en woonhuizen. Ten zuiden ligt een watervlak met daarachter een treinspoor.

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens een woonwijk, genaamd Herenland West, te realiseren op de onderzoekslocatie. Hiervoor zal de onderzoekslocatie grotendeels bouwrijp gemaakt worden en worden de watergangen gedempt. Het woonperceel van de Hamsestraat 77 blijft in de huidige staat behouden en is daarom buiten

19736.002 versie D1

2 / 21

beschouwing gelaten tijdens de uitgevoerde quickscan. De onderstaande figuur 2.2 is een schets afgebeeld van het stedenbouwkundig plan. Dit ontwerp is nog niet het eindproduct van het project.

Figuur 2.2

Schets van het stedenbouwkundig plan. Bron: BuroGKracht.

19736.002 versie D1

3 / 21

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Op basis van de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming (rapport 19736.001 versie D1, d.d. 14 november 2022) dient voorafgaand aan de werkzaamheden middels aanvullend ecologisch onderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van een beschermde functie ten aanzien van steenuil, huismus, vleermuizen, marterachtigen, Alpenwatersalamander, kamsalamander, rugstreeppad, poelkikker, grote modderkruiper en grote vos. Om vast te kunnen stellen of er bomen geschikt voor boombewonende vleermuizen, eekhoornnesten, nesten van roofvogels, ransuil en roek op de onderzoekslocatie aanwezig zijn, is een nadere inspectie in de winterperiode/bladloze periode noodzakelijk. Bij aantreffen van een potentieel nest en/of verblijfplaatsplaats van boombewonende vleermuizen, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek is een nader onderzoek benodigd. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door groen te verwijderen buiten het broedseizoen en werkzaamheden op te starten buiten het broedseizoen. Geadviseerd wordt om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Gelet op het woonhuis aan Hamsestraat 77 zijn bij de bouwfase en eindfase, overtredingen van de Wet natuurbescherming te vermijden als mogelijke verblijfplaatsen functioneel en behouden blijven. Additionele (bouw)verlichting richting het woonhuis dient te worden voorkomen.

Indien een verlichtingstoename niet te voorkomen is dienen maatregelen genomen te worden om de toename tot een minimum te beperken. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Ten aanzien van algemene amfibieën en vissen dienen in het kader van de zorgplicht maatregelen vastgelegd te worden in een ecologisch werkprotocol om doding en negatieve effecten op dieren te voorkomen bij de werkzaamheden. Dit om te voldoen aan de zorgplicht onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie. Met het oog op de toekomstige plannen voor de onderzoekslocatie wordt een onderzoek met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk geacht. Het onderzoek met betrekking tot stikstofdepositie is niet opgenomen in de onderhavige rapportage.

19736.002 versie D1

4 / 21

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek naar de verschillende soortgroepen is zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd. Steenuil Voor het onderzoek naar steenuil zijn in de periode tussen half februari tot half april 2023 een drietal avondbezoeken uitgevoerd, waarbij er minimaal 1 maand tussen het eerste en het laatste veldbezoek zat. Hierbij is gebruik gemaakt van geluidsnabootsing. De inventarisatiemethode is overeenkomstig met de methode die opgesteld is door Steenuilenoverleg Nederland (STONE) en het kennisdocument voor de steenuil (BIJ12, versie juli 2017). Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van steenuilen gunstig (geen regen anders dan motregen, harde wind, en/of vrieskou). Huismus Voor het onderzoek naar de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2023 twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen.

Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie juni 2022). Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig (geen regen, harde wind en/of kou). Boombewonende vleermuis, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek Voor het onderzoek naar boombewonende vleermuis, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek is in eerste instantie een aanvullende boominspectie uitgevoerd in het bladerloze seizoen. Tijdens deze inspectie zijn de bomen op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie onderzocht op de aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen en nesten. Roofvogels en ransuil Voor het onderzoek naar boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer zijn in de periode vanaf maart tot juli 2023 in totaal zes veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken in de avond zijn zoveel mogelijk gecombineerd met het onderzoek naar de steenuil of vleermuizen. De veldbezoeken overdag zijn zoveel mogelijk gecombineerd met het onderzoek naar huismus, grote vos, amfibieën en marterachtigen.

Hierbij is de onderzoekslocatie en het gebied binnen een straal van 75 meter van de onderzoekslocatie doorlopen op indicaties van roofvogels als prooiresten, braakballen, ruiveren en uitwerpselen en is gelet op zicht- en geluidwaarnemingen van roofvogels en eventueel nestindicerend gedrag. Ook tijdens de overige veldbezoeken is hierop gelet. De inventarisatiemethode is conform de methode die opgesteld is door SOVON Vogelonderzoek Nederland van de te

19736.002 versie D1

5 / 21

verwachten soorten en het kennisdocument voor de buizerd (BIJ12, versie juli 2017). Onderstaand zijn de onderzoeksperioden van de verschillende soorten weergegeven: • • • • •

Boomvalk: 25 april - 31 augustus (twee veldbezoeken; vroege ochtend of late avond); Buizerd: 1 maart - 15 mei (vier veldbezoeken; overdag); Havik: 25 januari - 10 juli (twee veldbezoeken; overdag); Ransuil: 15 februari - 15 juni (twee veldbezoeken; avond en nacht); Sperwer:25 maart - 10 juli (drie veldbezoeken; overdag).

Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode mei tot oktober 2023 in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de geschiktheid van de onderzoekslocatie. Gezien enkele de noordelijke resterende schuur geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, is uitgegaan van één waarnemer per veldronde. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x of Batlogger M).

Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound en Batexplorer. Voor het waarnemen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. waren de weersomstandigheden gunstig. Tabel 4.2 bevat een overzicht van de weersomstandigheden tijdens het vleermuisonderzoek. Marterachtigen Voor het onderzoek naar steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel is, conform de ‘handreiking kleine marterachtigen in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017), in de periode maart tot en met augustus gedurende 6 weken onderzoek gedaan met behulp van twee wildcamera’s (voor bunzing en steenmarter) en drie marterboxen (voor hermelijn en wezel) met lokstoffen. Tijdens het eerste veldbezoek zijn de wildcamera’s in combinatie met de jiggler en de marterboxen op de onderzoekslocatie bevestigd aan de aanwezige begroeiing. Bij

19736.002 versie D1

6 / 21

het plaatsen van de cameravallen is gelet worden op de geschiktheid van de locatie voor de mogelijke aanwezige marterachtigen. Vervolgens heeft om de 2 weken een veldbezoek plaatsgevonden om SD-kaartjes en batterijen van de camera’s te vervangen. Voorafgaand aan de inzet van het steenmarteronderzoek is er een aanvullende interne inspectie uitgevoerd in de noordelijke grote schuur op de onderzoeklocatie (de zuidelijke grote schuur was al gesloopt). Naar aanleiding van de inspectie is geoordeeld dat de schuur ongeschikt is als verblijf-/rustplaats. Derhalve is de schuur niet meegenomen in het onderzoek. Alpenwatersalamander Voor het onderzoek van de Alpenwatersalamander zijn twee veldwerkbezoeken uitgevoerd in de periode maart tot augustus 2023. Tijdens de veldrondes is het potentiële voortplantingswater in de nabijheid van de onderzoekslocatie met behulp van een RAVON-net bemonsterd, waarmee de aanwezigheid van de beschermde Alpenwatersalamander kan worden vastgesteld. Daarnaast is materiaal gekeerd op zoek naar schuilende individuen. De inventarisatiemethode is als voorgeschreven door het Netwerk Groene Bureaus (NGB, maart 2017). Kamsalamander Voor het onderzoek naar de kamsalamander zijn in de periode april tot en met juni 2023 veldrondes uitgevoerd.

De beste methode om vast te stellen dat een voortplantingswater gebruikt wordt door de kamsalamander is een combinatie van technieken waarbij de aanwezigheid van eitjes, larven of volwassen exemplaren onderzocht worden. Hierbij is gebruik gemaakt van een schepnet, fuikjes en zichtwaarnemingen in de nacht met zaklamp. De inventarisatiemethode is conform het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus en het Kennisdocument Kamsalamander (BIJ12, versie juli 2017). Tijdens het scheppen naar de kamsalamander waren de weersomstandig gunstig (geen harde wind). Rugstreeppad Voor het onderzoek naar de rugstreeppad zijn in de periode april tot en met juli 2023 drie veldrondes uitgevoerd. Hiervoor worden er tussen 15 april en 1 juni twee veldbezoeken uitgevoerd gedurende de avond, waarbij geluisterd is naar kooractiviteit en gelet op zichtwaarnemingen van de poelkikker. Om aanwezigheid geheel te kunnen uitsluiten is in eind mei nogmaals één veldbezoek in de avond uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus en het Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, versie juli 2017). Gedurende de avondbezoeken van de rugstreeppad waren de weersomstandig gunstig (geen kou). Poelkikker Voor het onderzoek naar poelkikker zijn in de periode mei – juli 2023 twee veldrondes uitgevoerd.

Hierbij is in de avond geluisterd naar kooractiviteiten en gelet op zichtwaarnemingen van de poelkikker. De inventarisatiemethode is conform het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus en het Kennisdocument Poelkikker (BIJ12, versie juli 2017).

19736.002 versie D1

7 / 21

Gedurende de avondbezoeken van de poelkikker waren de weersomstandig gunstig (geen kou en harde wind). Grote modderkruiper Het onderzoek naar de grote modderkruiper is uitgevoerd door Datura en heeft plaatsgevonden met behulp van een eDNA-onderzoek, om zo de aanwezigheid vast te stellen dan wel uit te sluiten. Hiervoor zijn op 14 maart 2023 drie monsters genomen, verspreid over de onderzoekslocatie. Vervolgens zijn de monsters in een laboratorium geanalyseerd. Grote vos Voor het onderzoek naar de grote vos zijn er twee veldrondes overdag uitgevoerd. Hierbij is onderzocht of de te kappen iepen op de onderzoekslocatie in gebruik zijn als waardplant door de grote vos. De grote vos is als rups actief in de periode eind april tot half juli en vliegend van juni tot begin september. Eén onderzoeksronde is uitgevoerd in de periode mei - half juli 2023 om te zoeken naar rupsen van de grote vos en één onderzoeksronde is uitgevoerd in juli tot en met augustus 2023 om te zoeken naar de grote vos in het vlinderstadium (vliegactiviteit). Overzicht veldbezoeken Tabel 4.1

Onderzoeksinspanning per soortgroep.

2023 steenuil

huismus

holte/nestinspectie boombewonende vleermuis, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek

roofvogels en ransuil

tijdstip

februari

maart

-

3 x avond

april

territorium

datum

21-02, 14-03 en 27-03

tijdstip

-

2 x overdag

functie

nestlocaties

datum

17-04 en 01-05 1 x overdag

functie

inspectie van potentiële nesten/verblijfplaats en

datum

22-02

tijdstip

-

juli

augustus

september

-

-

4 x overdag, 2 x avond

functie

broedgeval

datum

28-03, 12-04, 01-05 en 12-05 (overdag) 16-05 en 30-05 (avond)

19736.002 versie D1

juni -

functie

tijdstip

mei

-

8 / 21

2023 vleermuizen

marterachtigen

alpenwater- en kamsalamander

kamsalamander, rugstreeppad en poelkikker

grote modderkruiper

grote vos

februari

maart

tijdstip

april

mei

juni

-

juli

1 x ochtend, 2 x avond

augustus -

september 2 x avond

functie

zomer/kraamverblijf

paar/baltsverblijf

datum

23-05 (ochtend) 15-06 en 10-07 (avond)

22-08 en 13-09

tijdstip

-

4 x overdag

-

functie

migratieroutes, vaste rust- en voorplantingsplaatsen

datum

28-03, 12-04, 26-04 en 9-05

tijdstip

-

2 x overdag (20 dagen er tussen, scheppen) 3 x overdag (achtereenvolgend, fuiken)

functie

voortplantingswater (scheppen en fuiken en eitjes zoeken kamsalamander)

datum

09-05 (scheppen + fuiken) 10-05, 11-05 en 12-05 (fuiken) 01-06 (scheppen)

tijdstip

-

-

3 x avond (10 dagen ertussen)

functie

voorplantingswater (zicht kamsalamander en geluid rugstreeppad en poelkikker)

datum

02-05, 16-05 en 30-05

tijdstip

1 x overdag

functie

voorkomen (eDNA)

datum

14-03

-

tijdstip

2 x overdag

functie

verblijfplaatsen en vliegactiviteit rondom waardplanten

datum

01-06 en 23-08

19736.002 versie D1

9 / 21

Tabel 4.2

Omstandigheden nadere onderzoeken vleermuizen.

Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

23 mei 2023

02:33 - 05:33

14 oC

bewolkt, droog, 3 Beaufort

15 juni 2023

21:59 - 00:14

22 oC

helder, droog, 2 Beaufort

10 juli 2023

21:55 - 00:10

22 oC

bewolkt, droog 2 Beaufort

22 augustus 2023

20:47 - 00:00

21 oC

bewolkt, droog, 2 Beaufort

13 september 2023

19:57 - 22:57

17 oC

helder, droog, 2 Beaufort

19736.002 versie D1

10 / 21

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

5.1 Steenuil Gedurende de drie avondrondes ten behoeve van het onderzoek naar steenuil zijn er 16 zicht- en/of geluidswaarnemingen gedaan van de steenuil binnen één kilometer van de onderzoekslocatie. De steenuilen reageerden op de territorium- en/of contactroep die werd afgespeeld. Tijdens het eerste veldbezoek op 16 februari 2023 zijn er op vijf plekken roepende steenuilen waargenomen. Eén bevond zich in een grasveld langs de Parallelweg ten westen van de onderzoekslocatie. Later op de avond is ongeveer 500 meter ten zuiden hiervan opnieuw reactie gekomen op het afspelen van de territorium/contactroep. Er bestaat een kans dat dit dezelfde steenuil was gezien het geluid van de territoriumroep van ver te horen is en de steenuil vanuit het noorden te horen was. Een andere waarneming is gedaan op het erf van de woning met adres In Het Land 6, 300 meter ten noorden van de onderzoekslocatie. Hier is naast het roepende mannetje, ook een vrouwtje waargenomen met de warmtebeeldcamera. De kans is groot dat zich hier een nestlocatie bevindt. De laatste twee waarnemen zijn in de uiterwaarden ten noordoosten van de onderzoekslocatie, waarbij de oostelijke waarneming later op de avond is gedaan. Het is aannemelijk dat dit hetzelfde individu betreft die het lokgeluid heeft gevolgd. Gedurende het tweede veldbezoek op 14 maart zijn er op drie plekken roepende steenuilen waargenomen.

Het betreft dezelfde plekken als de vorige avond: langs de parallelweg, op het erf van In Het Land 6 en in de uiterwaarden. Ten zuiden van de Parallelweg is geen roepende steenuil meer waargenomen. Op de laatste avond zijn op acht plekken roepende steenuilen waargenomen. Weer een steenuil langs de Parallelweg. Ditmaal op een erf langs de weg. Langs de Tielsestraat ten noordoosten van de onderzoekslocatie zijn drie nieuwe waarnemingen gedaan. Waarvan, van west naar oost, de eerste twee alleen de territoriumroep is waargenomen. De laatste, meest oostelijke, is daarnaast waargenomen zittend bij een schuur. In de uiterwaarden is op dezelfde plek als voorgaande keren weer een steenuil waargenomen. Ook op het erf van In Het Land 6 is weer een zittende en roepende steenuil gezien. Op dezelfde locatie is er vanuit het zuidoosten een mannetje baltsend aan komen vliegen, het individu is niet waargenomen. Later op de avond is er op de Hamsestraat meer dan 200 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie een roepende steenuil gezien die vanuit het noorden kwam vliegen. De kans is groot dat dit individu het veld is overgevlogen vanaf de locatie in de uiterwaarden. De locaties waarop de roepende steenuilen zijn waargenomen, zijn weergegeven in figuur 5.1.

19736.002 versie D1

11 / 21

Figuur 5.1

Resultaten steenuilonderzoek 2023.

Om te bepalen of de onderzoekslocatie een essentieel deel uit maakt van het leefgebied van de in de omgeving verblijvende steenuilen, dient het territorium in kaart gebracht te worden. In het broedseizoen foerageren steenuilen in een straal van maximaal 300 meter rond hun nest. Dit is een gebied met een oppervlakte van 28 ha (Van den Bremer et al., 2009). De maximale afstand van 300 meter gaat uit van een beperkt voedsel aanbod of een onervaren mannetje. In gevallen van een ruim voedselaanbod kan men uitgaan van een foerageergebied met een straal van 200 meter. Uiteraard is de grootte en vorm van het territorium onder andere afhankelijk van de habitatsamenstelling, verblijfslocaties, dekking en foerageermogelijkheden. De steenuilen van het dichtstbijzijnde vastgestelde territorium, op het erf van In Het Land 6, zijn alle drie de verschillende avonden op andere tijden vlak bij hun nestlocatie waargenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat ze genoeg voedselaanbod dichtbij hebben. Er is in de omgeving van In Het Land 6 dan ook genoeg foerageergebied aanwezig in de vorm van groen tuinen, erven, boomgaarden en graslanden. Op iets meer dan 200 meter afstand ten noordoosten van de onderzoekslocatie is een enkele keer een steenuil dichterbij de onderzoekslocatie waargenomen.

Of deze steenuil hier zijn nestlocatie heeft is onbekend, de kans is groot dat deze vanaf het territorium in de uiterwaarden is gevlogen. Echter, zelfs in het geval dat dat hier zich een nestlocatie bevindt, is er genoeg foerageergebied aanwezig in de vorm van groen tuinen, graslanden en akkers. De onderzoekslocatie op meer dan 200 meter afstand van deze waarneming valt dan ook buiten het essentiële foerageergebied van deze potentiële nestlocatie. Op basis van het bovenstaande en het feit dat er geen steenuilen

19736.002 versie D1

12 / 21

zijn waargenomen op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie kan geconcludeerd worden dat de onderzoekslocatie geen deel uitmaakt van een essentieel foerageergebied van steenuil.

5.2 Huismus Nestlocaties binnen de onderzoekslocatie Op de onderzoekslocatie zijn tijdens geen van de veldbezoeken nestlocaties van huismussen waargenomen. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning is de aanwezigheid van een nestlocatie van een huismus in de grote schuur op de onderzoekslocatie dan ook uitgesloten. Nestlocaties buiten de onderzoekslocatie Tijdens de veldbezoeken zijn 37 nestlocaties van huismussen in de omgeving van de onderzoekslocatie waargenomen (figuur 5.2). Deze nestlocaties bevinden zich gezien de afstand tot de onderzoekslocatie, alle buiten de invloedsfeer van het planvoornemen. Daarnaast zijn er tijdens de veldrondes geen huismussen aangetroffen die gebruik maakten van de onderzoekslocatie en is er meer groen in omgeving van de aangetroffen nesten aanwezig. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de onderzoekslocatie geen deel uit maakt van het essentiële leefgebied van de in de omgeving nestende huismussen.

Figuur 5.2 Nestlocaties van de huismus in de omgeving van de onderzoekslocatie (rood omlijnd)..

19736.002 versie D1

13 / 21

5.3 Boombewonende vleermuis, eekhoorn, roofvogels, ransuil en roek Op 22 februari 2023 is een aanvullende inspectie uitgevoerd in het bladerloze seizoen. Gedurende de inspectie zijn de bomen op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie onderzocht op de aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen en nesten. De resultaten hiervan zijn samengevat in figuur 5.3. Binnen de invloedssferen van de onderzoekslocatie zijn een drietal nesten aangetroffen welke mogelijk in gebruik kunnen zijn door boomvalk, buizerd, havik, ransuil of sperwer (zie figuur 4.1, rode stippen). Gebruik van deze nesten door roek is uitgesloten gezien dit koloniebroeders zijn en er geen groepen nesten zijn aangetroffen. Gebruik door wespendief is tevens uitgesloten gezien deze vogel broed in hoge boomopstanden binnen bosschages en de nesten zijn aangetroffen in relatief solitaire bomen op erven.

Figuur 5.3 Resultaten winterinspectie. De onderzoekslocatie is wit omlijnd. Rood = potentieel roofvogel- of ransuinest. Paars = later aangetroffen potentieel roofvogel- of ransuilnest Geel = klein nest algemene broedvogel. Groen = boom met holtes.

De nesten van boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer zijn het gehele jaar beschermd. Destijds kon niet worden uitgesloten dat als gevolg van de de voorgenomen plannen sprake is van overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek naar de hierboven genoemde soorten heeft moeten uitwijzen of de aangetroffen nesten in gebruik zijn door een roofvogel of ransuil. In het groen op de onderzoekslocatie zijn twee kleine nesten waargenomen die mogelijk in gebruik zijn door algemene broedvogelsoorten (gele stippen) en binnen de invloedssferen van de onderzoekslocatie is een boom met geschikte holtes voor boombewonende vleermuizen (groene stip) aangetroffen. Overtredingen met betrekking tot algemene broedvogels en boombewonende vleermuizen zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6).

19736.002 versie D1

14 / 21

5.4 Roofvogels en ransuil Naast de drie grote nesten die nabij de onderzoekslocatie zijn waargenomen gedurende de inspectie in het winterseizoen, is een extra potentieel roofvogelnest waargenomen in het groen aan de noordzijde van de onderzoekslocatie tijdens het steenuilonderzoek (zie figuur 5.4). Dit nest is meegenomen in het aanvullende onderzoek naar roofvogels en ransuil. Om na te gaan of het viertal grote nesten op of nabij de onderzoekslocatie een functie hadden voor roofvogels of ransuil met een jaarrond beschermd nest zijn zes aanvullende veldbezoeken uitgevoerd. Gedurende de veldbezoeken zijn geen roofvogels of ransuilen op de nesten waargenomen. Er zijn ook geen roofvogels of ransuilen waargenomen die binding toonden met de onderzoekslocatie. Gedurende de overige veldbezoeken zijn ook geen roofvogels of ransuilen op of nabij de onderzoekslocatie waargenomen. Nabij het nest op de onderzoekslocatie zijn eksters en houtduiven waargenomen. Vanwege de afwezigheid van nesten van roofvogels en ransuil kunnen negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep worden uitgesloten.

5.5 Vleermuizen Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Op de onderzoekslocatie zijn tijdens geen van de veldbezoeken invliegende, uitvliegende, zwermende of gevel grijpende vleermuizen waargenomen. Er zijn gedurende het onderzoek geen indicaties aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vaste rust- of voortplantingsplaats van vleermuizen. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning is de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen binnen de onderzoekslocatie dan ook uitgesloten. Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Tijdens de veldbezoeken zijn ook geen verblijfplaatsen buiten de onderzoeklocatie waargenomen. Verstoring ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen buiten de onderzoekslocatie is niet aan de orde. Foeragerende en passerende vleermuizen Op en rondom de onderzoekslocatie werden enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen, met name in het groen aan de noordwestkant. Met de voorgenomen ontwikkeling zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, er is namelijk voldoende alternatief foerageergebied in de omgeving aanwezig in de vorm van groene tuinen. Verstoring ten aanzien van foerageergebied is niet aan de orde. Naast gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen, zijn er ook enkele hoog passerende rosse vleermuizen waargenomen.

Gezien in de toekomstige situatie deze vleermuizen kunnen blijven passeren zijn negatieve effecten niet aan de orde. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Tijdens de veldbezoeken zijn evenmin eenduidige vliegpatronen aangetroffen die door meerdere individuen werden gevolgd. Waargenomen vleermuizen betreffen exempla-

19736.002 versie D1

15 / 21

ren die uit verschillende richtingen afkomstig zijn. Overtreding ten aanzien van vliegroutes is hierbij niet aan de orde.

5.6 Marterachtigen In de periode van 28 maart tot 9 mei 2023 hebben op de onderzoekslocatie vijf camera’s gestaan: twee wildcamera’s en drie marterboxen (zie figuur 5.4). De losse wildcamera’s hebben opnames gemaakt van huiskat, fazant, haas zanglijster, houtduif en merel. De marterboxen hebben opnames gemaakt van muis, rat, vlieg, naaktslak en pad. Aangezien de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel niet zijn vastgelegd op de camera’s tijdens de onderzoeksperiode van zes weken is het uitgesloten dat er een vaste rust- of voortplantingsplaats van deze soorten aanwezig is op de onderzoekslocatie. Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soorten zijn dan ook uitgesloten. Overtredingen ten aanzien van de aangetroffen algemene broedvogels en grondgebonden zoogdieren zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6).

Figuur 5.4 Plaatsing camera’s marteronderzoek 2023.

5.7 Alpenwatersalamander Tijdens het bemonsteren van het water op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie op 9 mei en 1 juni 2023, zijn geen individuen van de Alpenwatersalamander aangetroffen. Tijdens het scheppen zijn wel

19736.002 versie D1

16 / 21

diverse andere soorten waargenomen. Diverse individuen van poelkikker, bastaardkikker, kleine watersalamander, grondels, vetje, baars, kleine modderkruiper, waterinsecten en Amerikaanse rivierkreeft zijn met het schepnet opgevist. Deze zijn niet allen tot soort gedetermineerd. Gezien er geen individuen van de Alpenwatersalamander tijdens het scheppen of tijdens de overige veldbezoeken zijn aangetroffen kan een overtreding op de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de Alpenwatersalamander worden uitgesloten. Overtredingen ten aanzien van de aangetroffen algemene amfibieën en vissen zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6).

5.8 Kamsalamander Zoals beschreven onder het kopje 5.7 zijn gedurende het scheppen geen individuen aangetroffen van de kamsalamander. In de periode van 9 mei tot 12 mei hebben 26 fuikjes in het water op of rondom de onderzoekslocatie gelegen (zie figuur 5.6). Op de laatste dag zijn twee fuikjes in de het water aan de zuidkant van de onderzoekslocatie kwijtgeraakt. In de fuikjes is geen kamsalamander gevangen gedurende de onderzoeksinspanning. Diverse andere soorten zijn wel gevangen: poelkikker, bastaardkikker, kleine watersalamander, kleine watersalamander, grondel, zilt, baars, vetje, kleine modderkruiper, waterinsecten en Amerikaanse rivierkreeft. Voor de kamsalamander is ook gedurende drie avonden gezocht naar individuen in water met een sterke zaklamp. De avondbezoeken hebben plaatsgevonden op 2, 16 en 30 mei 2023. Gedurende de avondbezoeken zijn geen individuen van de kamsalamander aangetroffen. Gezien er geen individuen van de kamsalamander tijdens het scheppen, fuikjes onderzoek, avondrondes of tijdens de overige veldbezoeken zijn aangetroffen kan een overtreding op de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de kamsalamander worden uitgesloten. Overtredingen ten aanzien van de aangetroffen algemene amfibieën en vissen zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6).

5.9 Rugstreeppad Voor de rugstreeppad is gedurende drie avonden geluisterd naar kooractiviteit. De avondbezoeken hebben plaatsgevonden op 2, 16 en 30 mei 2023. Gedurende de avondbezoeken zijn geen individuen van de rugstreeppad aangetroffen of gehoord. Gezien er geen individuen van de rugstreeppad tijdens de avondrondes of tijdens de overige veldbezoeken zijn aangetroffen kan een overtreding op de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de rugstreeppad worden uitgesloten.

5.10 Poelkikker Voor de poelkikker is gedurende drie avonden geluisterd naar kooractiviteit. De avondbezoeken hebben plaatsgevonden op 2, 16 en 30 mei 2023. Op de eerste avond is niks van kooractiviteit waargenomen. Op de tweede avond is er kooractiviteit waargenomen van de groene kikker (onbepaald) langs de grote sloot en de middelste kleine sloot, het ging hier met name om het geluid van de bastaardkikker. Op de derde avond is er rondom de oevers van de grote sloot op de onderzoekslocatie naast kooractiviteit van de bastaardkikker ook de sneller ratel van de poelkikker gehoord (zie figuur 5.8)

19736.002 versie D1

17 / 21

Behalve gedurende de laatste avondronde is de poelkikker ook waargenomen tijdens het scheppen naar amfibieën en in de fuikjes. In totaal zijn 19 poelkikkers gevangen met het schepnet of in de fuikjes. Deze zijn gedetermineerd aan de hand van vorm en grootte van de graafknobbel, kleur van de wangzakken, de helderheid van de iris en middels een strekproef van de achterpoten (zie figuur 5.5 t/m 5.7). De individuen zijn aangetroffen in de noordoostelijke poel op de onderzoekslocatie, de oostelijke sloot, de middelste sloot, de zuidelijke grote sloot en de zuidelijke grote plas (zie figuur 5.8). Daarnaast zijn er nog een aantal groene kikkers aangetroffen die niet gevangen konden worden, of die nog te jong waren om met voldoende zekerheid op soort te kunnen determineren (groene kikker spec.).

Figuur 5.5 Poelkikker.

Figuur 5.8

Figuur 5.6 Poelkikker (hiel niet verder dan ogen en grote symmetrische graafknobbel).

Figuur 5.7 Poelkikker (grote symmetrische graafknobbel.

Resultaten poelkikker onderzoek 2023.

19736.002 versie D1

18 / 21

Gezien er zowel kooractiviteit als individuen van de poelkikker zijn aangetroffen, kan de aanwezigheid van voortplantingshabitat op de onderzoekslocatie worden vastgesteld. Het omliggende terrein kan daarnaast worden gebruikt als overwinteringsgebied door de poelkikker. Het landhabitat waar overwinterd wordt, bevindt zich veelal op minder dan 100 à 200 meter van de oever van het voortplantingswater. Ze kunnen overwinteren door zich in de grond in te graven, in muizenholletjes, onder stronken, takkenhopen en struwelen en dergelijke locaties. Op basis van het bovenstaande zijn overtredingen ten aanzien van de poelkikker als gevolg van de voorgenomen plannen niet uitgesloten (zie hoofdstuk 6).

5.11 Grote modderkruiper Voor de grote modderkruiper zijn op 14 maart 2023 verspreid over de onderzoekslocatie drie eDNA monsters genomen door Datura. Uit de analyse is gebleken dat er geen eDNA van de grote modderkruiper op de onderzoekslocatie aanwezig is (Roemaat, S. & Kool, L. 2023 eDNA. Rapport eDNA onderzoek grote modderkruiper Opheusden RA22236, Datura Molecular Solutions BV, Wageningen). Op basis van het de resultaten van het eDNA onderzoek en gezien er geen individuen tijdens de overige veldbezoeken zijn aangetroffen kan een kan een overtreding op de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de grote modderkruiper worden uitgesloten.

5.12 Grote vos Voor de grote vos is op 1 juni en 23 augustus 2023 een veldbezoek uitgevoerd. Bij het eerste veldbezoek is vooral gezocht naar rupsen op waardplanten van de grote vos op de onderzoekslocatie. Deze zijn niet aangetroffen. Bij het tweede veldbezoek is met name gezocht naar rondvliegende imago’s van de grote vos. Deze zijn tevens niet aangetroffen. Enkel de algemene dagvlindersoorten zoals koolwitjes en het bonte zandoogje zijn aantroffen op de onderzoekslocatie. Gezien er geen rupsen of imago’s van de grote vos tijdens de veldrondes of tijdens de overige veldbezoeken zijn aangetroffen kan een overtreding op de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de grote vos worden uitgesloten.

19736.002 versie D1

19 / 21

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Poelkikker Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de onderzoekslocatie een functie heeft als leefgebied voor de poelkikker. Voor deze soort zijn zowel de sloten, watergang, poeltje en plas, als het omliggende landhabitat van belang. De poelkikker is Europees beschermd via de Habitatrichtlijn. De poelkikker is in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. Onder artikel 3.5 is het verboden om poelkikkers opzettelijk te doden, vangen en verstoren. Tevens is het verboden om voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of vernielen. Bij werkzaamheden die invloed hebben op de voorgenoemde waterlichamen en het landhabitat, dienen maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen of mitigeren. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden in een ecologisch activiteitenplan en aan de provincie Gelderland voorgelegd te worden middels een ontheffingsaanvraag.

6.2 Vleermuizen In de boom grenzend aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie zijn enkele holtes aangetroffen die geschikt zijn al verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van boombewonende vleermuizen is te voorkomen indien additionele (bouw)verlichting richting deze boom wordt vermeden gedurende de werkzaamheden en de toekomstige situatie op de onderzoeklocatie. Maatregelen hiertoe dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

6.3 Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie heeft tevens een functie ten aanzien van algemene broedvogels en licht beschermde grondgebonden zoogdieren, amfibieënsoorten en vissoorten. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling. Het is in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden of beschadigen van individuen te voorkomen. Maatregelen om het doden en beschadigen van individuen te voorkomen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

19736.002 versie D1

20 / 21

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Neder-Betuwe een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd in de omgeving van Hamsestraat 77 te Opheusden. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een herontwikkeling van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in oktober 2022 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 19736.001 versie D1, d.d. 14 november 2022). De initiatiefnemer is voornemens een woonwijk, genaamd Herenland West, te realiseren op de onderzoekslocatie. Hiervoor zal de onderzoekslocatie initieel grotendeels bouwrijp gemaakt worden en worden de watergangen gedempt. De sloten, watergang, poeltje, plas en het omliggende landhabitat op de onderzoekslocatie hebben een functie aan voortplantings- en rustplaats voor de poelkikker. Bij werkzaamheden die invloed hebben op de voorgenoemde waterlichamen en het landhabitat, dienen maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen of mitigeren. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden in een ecologisch activiteitenplan en aan de provincie Gelderland voorgelegd te worden middels een ontheffingsaanvraag. In de boom grenzend aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie zijn enkele holtes aangetroffen die geschikt zijn al verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen.

Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van boombewonende vleermuizen is te voorkomen indien additionele (bouw)verlichting richting deze boom wordt vermeden gedurende de werkzaamheden en de toekomstige situatie op de onderzoeklocatie. Maatregelen hiertoe dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. De onderzoekslocatie heeft tevens een functie ten aanzien van algemene broedvogels en licht beschermde grondgebonden zoogdieren, amfibieënsoorten en vissoorten. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling. Het is in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden of beschadigen van individuen te voorkomen. Maatregelen om het doden en beschadigen van individuen te voorkomen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Econsultancy, Boxmeer 18 oktober 2023

19736.002 versie D1

21 / 21

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.

Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14320321/1