CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3c - Bijlage 3 bij de toelichting - Bodemonderzoeken

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 20 juni 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Herenland West, Opheusden’29.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT:

Diverse (bodem)onderzoeken 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden.)

PROJECTNUMMER: B23.8861 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden

PROJECTNUMMER: B23.8861 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Gemeente Neder-Betuwe

DATUM: 2 juni 2023

Auteur:

Autorisatie:

M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B23.8861/R8861-01/MS Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING De gemeente Neder-Betuwe heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse actualiserende (bodem)onderzoeken, voor 2 deelgebieden binnen de projectlocatie ‘Herenland West’, gelegen tussen de Hamsestraat en de Nannenbergstraat (deelgebied 1), en achter de Hamsestraat 75 (deelgebied 2) en voor het uitvoeren van een aanvullend nader bodemonderzoek bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045 (Achter Hamsestraat 73, ten noorden van deelgebied 1). De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en resultaten van voorgaande onderzoeken. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, de NEN 5740/A1:2016, de NEN 5897:2015/C2:2017 en de NTA 5755:2010. De onderzoeken hebben uiteindelijk tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie vast te leggen c.q. te actualiseren, teneinde vast te stellen of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen en openbare ruimte/ infrastructuur). Tevens wordt vastgesteld of sprake is van een geval van bodemverontreiniging met koper bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6).

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies aanvullend historisch onderzoek en vervolgtraject Op basis van de beschikbare gegevens kan worden geconcludeerd dat van deelgebieden 1 en 2 geen actuele bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn waardoor hier is geadviseerd de bodemkwaliteit te actualiseren middels een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Hierbij betreft het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de teeltlaag een aandachtspunt. Tevens betreft het puinpad op deelgebied 1 een aandachtspunt. Daarnaast is geadviseerd de grondverontreiniging met kobalt en koper ter plaatse de loods op perceel C 5045 (ten noorden van deelgebied 1) verder in te perken middels een aanvullend nader onderzoek afgeleid van de NTA 5755. Vooralsnog wordt enkel het puinpad op deelgebied 1 als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Hier wordt een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 geadviseerd. Voor het overig terrein wordt een verkennend onderzoek naar vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Indien tijdens het verkennend bodemonderzoek asbest en/of (asbestverdacht) puin wordt aangetroffen, dient de locatie als verdacht te worden beschouwd en is alsnog een verkennend onderzoek naar asbest noodzakelijk.

Een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien aangenomen wordt dat de watergangen op de locatie ongewijzigd blijven en buiten de herontwikkeling vallen.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

3 Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennende en aanvullende bodemonderzoeken Verkennende onderzoeken deelgebieden 1 en 2 Voor de algemene bodemkwaliteit werd voor de 2 nog te onderzoek deelgebieden uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging, waarbij de (voormalige) boomgaarden (OCB) en het puinpad aandachtpunten vormen. Op basis van de resultaten kan ons inziens de verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in de grond en in het grondwater, na aanvullend analytisch onderzoek, maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en/of OCB) zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten (na aanvullend analytisch onderzoek) betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet meer overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Aanvullend nader onderzoek Middels het aanvullend nader onderzoek naar kobalt en koper in de bovengrond ter plaatse van de voormalige verfkast in de loods op perceel C 5045, is de omvang van de verontreiniging verder ingeperkt en in voldoende mate onderzocht.

Aangezien in de afperkende boringen maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt zijn aangetoond (index van maximaal 0,17), kan de oppervlakte van de sterke grondverontreiniging en daarmee de omvang worden teruggebracht van respectievelijk circa125 m2 en circa 40 m3 naar respectievelijk circa 20 m2 en circa 6 m3 (uitgaande van een laagdikte van maximaal 30 cm). Op basis hiervan is geen sprake van geval van ernstige bodemverontreiniging en kunnen actuele risico’s worden uitgesloten. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest (puinpad) Voor wat betreft asbest werd voor het puinpad uitgegaan van een verdachte locatie voor wat betreft het voorkomen van asbest in de halfverherharding. Op basis van de onderzoeksresultaten kan ons inziens de verdachte hypothese worden verworpen, aangezien zintuiglijk (> 20 mm) geen asbest is aangetroffen en analytisch (< 20 mm) maximaal 18 mg/kg d.s. aan hechtgebonden asbest is aangetoond dat ruim beneden de maximale samenstellingswaarde van 100 mg/kg d.s. alsmede onder de norm voor nader onderzoek (< 50 mg/kg d.s.) ligt. Aanvullend onderzoek naar asbest in de grond conform de NEN 5707 wordt ons inziens derhalve niet noodzakelijke geacht. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen.

Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

4 Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) voor de 2 onderzochte deelgebieden binnen de projectlocatie ‘Herenland West’, gelegen tussen de Hamsestraat en de Nannenbergstraat (deelgebied 1), en achter de Hamsestraat 75 (deelgebied 2) in voldoende mate vastgelegd. Tevens is middels het aanvullende nader onderzoek de verontreiniging met koper en lood in de bovengrond bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045 (Achter Hamsestraat 73, ten noorden van deelgebied 1) in voldoende mate onderzocht en verder afgeperkt. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt ons inziens geen belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Geadviseerd wordt om na de sloop van de loods op perceel C4055 de plaatselijke spot met sterke verontreiniging met koper en lood in de bovengrond (circa 6 m3) te saneren middels volledige ontgraving. Conform de CROW zijn, op basis van de hoogst gemeten gehalten voor koper en kobalt tijdens voorgaand onderzoek, bij de graafwerkzaamheden in de grond hierbij geen aanvullende veiligheidsmaatregelen van toepassing (basishygiëne).

Verder dient bij de herontwikkeling van het plangebied, buiten voorliggende onderzoekslocaties, rekening te worden gehouden met bekende verontreinigingen en/of saneringen welke recent in beeld zijn gebracht of uitgevoerd. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende en voorgaande onderzoeken en zijn bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing en worden mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. AANVULLEND HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ............................................................................... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 10

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 10

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE (BODEM)ONDERZOEKEN .............................................................. 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 14 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 14 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 15

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 22 9.1. VERKENNENDE EN AANVULLENDE BODEMONDERZOEKEN...................................................................... 22 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST (PUINPAD) .............................................................................. 22 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 23

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 24

BIJLAGEN 1. 2a. 2b. 2c. 2d. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Situering in de regio Situatieschets met overzicht te onderzoeken deelgebieden en reeds onderzochte gebieden binnen het plangebied Situatieschets met boringen, peilbuis en proefgaten deelgebied 1 Situatieschets met boringen en peilbuis deelgebied 2 Situatieschets met (voorgaande) boringen en verontreinigingscontour loods perceel C 5045 Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen Besluit bodemkwaliteit grond Foto’s asbestonderzoek en nader onderzoek (loods) CROW toetsing verontreinigde grond Relevante historische informatie Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

6 1.

INLEIDING De gemeente Neder-Betuwe heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse actualiserende (bodem)onderzoeken, voor 2 deelgebieden binnen de projectlocatie ‘Herenland West’, gelegen tussen de Hamsestraat en de Nannenbergstraat (deelgebied 1), en achter de Hamsestraat 75 (deelgebied 2) en voor het uitvoeren van een aanvullend nader bodemonderzoek bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045 (Achter Hamsestraat 73, ten noorden van deelgebied 1). De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en resultaten van voorgaande onderzoeken. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5897:2015/C2:2017 [3] en de NTA 5755:2010 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en M. Schimmel.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben uiteindelijk tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie vast te leggen c.q. te actualiseren, teneinde vast te stellen of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen en openbare ruimte/ infrastructuur). Tevens wordt vastgesteld of sprake is van een geval van bodemverontreiniging met koper bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocaties maken deel uit van de projectlocatie ‘Herenland West’, waar in het kader van de herontwikkeling in verschillende fases onderzoeken en/of saneringen zijn uitgevoerd in de periode 1994-2021. Aangezien binnen de projectlocatie van 2 deelgebieden geen actuele en representatieve bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn (voorgaande onderzoeken > 5 jaar oud), dient de actuele bodemkwaliteit (deels inclusief asbest) te worden geactualiseerd. De twee nog te onderzoeken deelgebieden zijn in onderstaande tabel schematisch weergegeven. Tabel 3.1: Veld- en laboratoriumwerkzaamheden Deelgebied (omschrijving) Deelgebied 1 (tussen de Hamsestraat en de Nannenbergstraat) Deelgebied 2 (achter Hamsestraat 75)

Kadastraal gemeente Opheusden Sectie C, nummers 5474 (ged.) en C4144

Oppervlakte Ca. 3.800 m2

Sectie C, nummer 5479 (ged.)

Ca. 6.500 m2

De deelgebieden betreffen grotendeels braakliggende terreinen (grasland). Wel is ter plaatse van deelgebied 1 een puinpad van maximaal 500 m2 aanwezig. De (recent gegraven) watergangen en de aanlegsteiger ter plaatse van deelgebied 2, worden uitgesloten van de onderzoekslocatie. Daarnaast is voor een eerder aangetroffen metalenverontreiniging, bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045 (ten noorden van deelgebied 1) geadviseerd aanvullend nader onderzoek uit te laten voeren. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

7 3.2.

Aanvullend historisch onderzoek (NEN 5725)

Algemeen Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek dient een historisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de relevante gegevens van de websites van de omgevingsdienst Rivierenland (ODR), provincie Gelderland, lwww.topotijdreis.nl, www.google.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Daarnaast is de beschikbare informatie gedownload uit de omgevingsrapportages van de provincie Gelderland en via de Bodeminformatie viewer van de ODR. Daarnaast is het eigen archief geraadpleegd. Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van de informatie vanuit de ODR en de provincie Gelderland ter plaatse van de projectlocatie Herenland in afgelopen decennia intensief bodemonderzoek uitgevoerd en een lappendeken aan onderzoekslocaties is ontstaan. Hierdoor zijn er een zeer groot aantal bodemrapporten, saneringsplannen-/evaluaties, monitoringen of ander soort bodemdocumenten van de projectlocatie aanwezig. Hieronder zijn enkel de recente relevante onderzoeksgegevens benoemd die (gezien de datering) voldoende representatief zijn voor de actuele bodemkwaliteit. Voor een overzicht van alle bekende onderzoeksgegevens wordt verwezen naar de historische informatie (omgevingsrapportages, printscreens Bodeminformatieviewer ODR en relevante gegevens voorgaande onderzoeken) in bijlage 9. 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10)

Resultaten 7e grondwatermonitoring Hamsestraat nabij 75 (VMT, kenmerk S10.879, d.d. 24 mei 2019). Verkennend en nader asbestonderzoek Hamsestraat 77 (Tritium, kenmerk 1911/101/HL-01, d.d. 25 februari 2020 BUS evaluatie sanering immobiel, Hamsestraat 77 Opheusden (Ortageo, kenmerk 212589/R01, d.d. 9 juli 2020); Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West (Hamsestraat 75/77) te Opheusden (VMT, kenmerk B20.8754, d.d. 29 juli 2020; Diverse aanvullende en nadere onderzoeken Herenland West (Hamsestraat 75/77 e.o.) te Opheusden (VMT, kenmerk B20.8754NO, d.d. 12 januari 2021; Diverse onderzoeken Hamsestraat achter nr. 73 te Opheusden, perceel C 5045 (VMT, kenmerk B20.7727, d.d. 11 maart 2020); Verkennend bodemonderzoek “Nannenbergstraat ong.” te Opheusden (Wematech, kenmerk DB50190393.R001-1, d.d. 23 september 2019); Actualiserend bodemonderzoek incl. asbest, conform NEN 5740 en NEN 5707 Nader bodemonderzoek conform NTA 5755, Opheusden Hamsestraat 49 (BOOT, kenmerk P200951-018, d.d. 11 juni 2021); 2e fase actualiserend nader onderzoek OCB en nader onderzoek minerale olie conform NTA 5755, Opheusden Hamsestraat 49 (BOOT, kenmerk P20-0951-025, d.d. 20 september 2021); BUS-melding Immobiel Hamsestraat 49 (Kegelaar) Opheusden (GMB Services, GE174000022, 16-5-2022).

Op basis van bovenstaande gegevens is gebleken dat direct westen van deelgebied 1 en ten noorden van deelgebied 2, recentelijk diverse onderzoeken, monitoring en een sanering hebben plaatsgevonden (ad 1 t/m 5). Tijdens de onderzoeken is in een puindam een ernstige asbestverontreiniging aangetroffen. De omvang van de verontreiniging werd op basis van zintuiglijke waarnemingen (volledige platen in de dam) geschat op 55 m3. Verticale afperking was door de aanwezigheid van de volledige asbestplaten technisch niet mogelijk. Daarnaast was ten zuiden van een voormalige schuur, waar tijdens de werkzaamheden van het verkennend onderzoek (eind juni, begin juli 2020) plaatselijk een sterke asbestverontreiniging in de grond aangetoond (ad 4). Een strook hier direct langs af was begin juni 2020 reeds gesaneerd (ad 3).

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

8 Verder was tijdens het verkennend onderzoek in een rijpad asbest aangetroffen dat de norm voor nader onderzoek overschrijdt. Middels nader onderzoek was in het rijpad geen sterke asbestverontreiniging meer aangetoond. Daarnaast is bekend dat er een grondwaterverontreiniging met PAK aanwezig is (nabij Hamsestraat 75), waar sprake is van een stabiele eindsituatie. Verder werden in de grond (NEN en teeltlaag op OCB), na uitsplitsing, en in het grondwater (NEN) geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. Tijdens het nader en aanvullend onderzoek (ad 5) is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse het puinpad langs deelgebied 2 ook voldoende onderzocht. Op perceel C 5045, ten noorden van deelgebied 1, is in 2020 een verkennend en aanvullend (teeltlaag)onderzoek uitgevoerd (ad 6), hierbij werd enkel in de bovengrond bij een voormalige verfkast (inpandig) een sterke grondverontreiniging met kobalt en koper aangetoond, wel direct binnen de onderzoeksgrenzen aanvullend is onderzocht en afgeperkt. Ter plaatse van de overige verdachte deellocaties alsmede voor de algemene kwaliteit van de gehele locatie, werden verder geen noemenswaardige verontreinigingen in grond en grondwater aangetoond voor de onderzochte paramaters (NEN en OCB). De sterke grondverontreiniging werd geschat op circa 40 m3.

Voor verdere horizontale afperking is een nader onderzoek conform de NTA 5755:2010 geadviseerd om de precieze omvang, ernst en eventuele spoedeisendheid te bepalen. Op een deel van perceel C 5071, gelegen binnen deelgebied 1, is een beperkt onderzoek uitgevoerd (ad 7) waarbij geen noemenswaardige verontreinigingen in de grond (NEN en OCB) en grondwater (NEN) werden aangetoond. Direct ten (noord)oosten van deelgebied 1 zijn recentelijk diverse onderzoeken uitgevoerd en is een BUS-melding ingediend (ad 8 t/m 10). Hier werd, ter plaatse van de voormalige werkplaats van het transportbedrijf (Kegelaar) aan de Hamsestraat 49, een geval van ernstige bodemverontreiniging aangetoond met OCB (110 m3 > interventiewaarde) en zware metalen (40 m3 > interventiewaarde) aangetoond. Tevens werd een grondwaterverontreiniging met minerale olie aangetoond van circa 40 m3 bodemvolume. De grondwaterverontreiniging met minerale olie betreft geen (nieuw) geval van bodemverontreiniging. Vooralsnog is onbekend of de sanering achter Hamsestraat 49 als is uitgevoerd. Tevens wordt ervan uit gegaan dat de verontreinigingen met asbest achter de Hamsestraat 77 (zuidzijde voormalige loods en puindam) nog niet volledig zijn gesaneerd. Aanvullend onderzoek naar deze verontreiniging is niet noodzakelijk.

Voor de aangetroffen verontreiniging met kobalt en koper onder de loods achter de Hamsestraat 73, wordt geadviseerd een aanvullend nader onderzoek uit te voeren om de exacte omvang, ernst en eventuele spoedeisendheid definitief vast te stellen. Historisch kaartmateriaal / BAG viewer Op basis van het historisch kaartmateriaal zijn voor de nog te onderzoeken deelgebieden / onderdelen, behoudens voormalige boomgaarden geen bijzonderheden of wijzigingen zichtbaar. Bodemkwaliteitskaart (grondverzetviewer) Op basis van de grondverzetviewer van de ODR blijkt dat deelgebied 1 is gelegen in de zone ‘wonen na 1950’ (bodemfunctieklasse Wonen). Deelgebied 2 en perceel C 5071 zijn gelegen in de zone ‘buitengebied’ (bodemfunctieklasse overig). Conform de ontgravingskaarten is de verwachte kwaliteit van zowel de boven- als ondergrond in de omgeving achtergrondwaarde. Voor PFAS voldoet de grond naar verwachting aan de toeppassingsnorm voor de klasse Landbouw/natuur. Op en nabij de locatie zijn diverse fruitteeltgebieden aangemerkt (kassen 1940-1990 en/of boomgaarden 1940-1970). Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

9 Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is de aanwezigheid van een puinpad ter plaatse van deelgebied 1 bevestigd. De loods op perceel C 5045 was grotendeels leegstaand met enkel in het noordelijk gedeelte een betonvloer. Het zuidelijke gedeelte was braakliggend. Ter plaatse van de voormalige verfkast waren nog een lege koelkast en lege stellingskast aanwezig. Verder waren geen bijzonderheden waargenomen die konden duiden op een eventuele bodemverontreiniging. Conclusies aanvullend historisch onderzoek en vervolgtraject Op basis van de beschikbare gegevens kan worden geconcludeerd dat van deelgebieden 1 en 2 geen actuele bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn waardoor hier is geadviseerd de bodemkwaliteit te actualiseren middels een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Hierbij betreft het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de teeltlaag een aandachtspunt. Tevens betreft het puinpad op deelgebied 1 een aandachtspunt. Daarnaast is geadviseerd de grondverontreiniging met kobalt en koper ter plaatse de loods op perceel C 5045 (ten noorden van deelgebied 1) verder in te perken middels een aanvullend nader onderzoek afgeleid van de NTA 5755. Vooralsnog wordt enkel het puinpad op deelgebied 1 als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest.

Hier wordt een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 geadviseerd. Voor het overig terrein wordt een verkennend onderzoek naar vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Indien tijdens het verkennend bodemonderzoek asbest en/of (asbestverdacht) puin wordt aangetroffen, dient de locatie als verdacht te worden beschouwd en is alsnog een verkennend onderzoek naar asbest noodzakelijk. Een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien aangenomen wordt dat de watergangen op de locatie ongewijzigd blijven en buiten de herontwikkeling vallen. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de website www.dinoloket.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op en nabij de onderzoekslocatie is een circa 5 meter dikke slecht doorlatende deklaag aanwezig die is opgebouwd uit Holocene afzettingen. Dit is een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 10 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden tot grof zand van de Formaties van Kreftenheye en Peize en Waalre. Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een circa 1 meter dik slecht doorlatend pakket, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie Waalre. Hieronder is tot circa 41 m-mv een tweede watervoerend pakket aanwezig hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand van de Formatie van Peize en Waalre.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

10 4.2.

Geohydrologie

De regionale grondwaterstroming wordt beïnvloed door de standen in de Waal (ten zuiden) en de Nederrijn (ten noorden), waarbij de Waal de meeste invloed heeft en in het eerste watervoerend pakket een globaal zuidelijke grondwaterstromingsrichting wordt verwacht. De stromingsrichting van het ondiepe (freatisch) grondwater is naar verwachting zuidwestelijk gericht en kan verder worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Voor de algemene bodemkwaliteit wordt voor de 2 nog te onderzoeken deelgebieden uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging, waarbij de (voormalige) boomgaarden (OCB) en het puinpad aandachtpunten vormen. Voor wat betreft asbest wordt vooralsnog enkel voor het puinpad uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging.

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse (bodem)onderzoeken

Verkennende en aanvullende nader bodemonderzoeken Algemene kwaliteit Voor de algemene bodemkwaliteit wordt uitgegaan van de NEN 5740 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een maximale oppervlakte van 4.000 m2 voor deelgebied 1 en een maximale oppervlakte van 7.000 m2 voor deelgebied 2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’. Puinpad (deelgebied 1) Voor puinpad worden aanvullende werkzaamheden uitgevoerd afgeleid van de NEN 5740 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een maximale oppervlakte van 500 m2. Hierbij wordt de bovengrond/grond onder verharding aanvullend onderzocht op een standaard NENpakket. Teeltlaagonderzoek Voor de onderzoeksopzet van het teeltlaagonderzoek wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VEDHE-NL) voor een oppervlakte van maximale oppervlakte van 4.000 m2 voor deelgebied 1 en een maximale oppervlakte van 7.000 m2 voor deelgebied 2. Hierbij wordt de teeltlaag afzonderlijk bemonsterd en geanalyseerd op OCB.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

11 Aanvullend nader onderzoek naar kobalt en koper (loods perceel C 5045) Het aanvullend nader onderzoek naar kobalt en koper in de bovengrond ter plaatse van de voormalige verfkast in de loods op perceel C 5045 wordt uitgevoerd afgeleid van de NTA 5755. Bij het uitvoeren van een nader onderzoek conform de NTA 5755:2010 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. In onderstaande tabel is het conceptueel model voor het aanvullend nader bodemonderzoek naar kobalt en koper uitgewerkt. Tabel 6.1: Conceptueel model bodemverontreiniging kobalt en koper in de bovengrond Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst en/of omvang van de verontreiniging

Voormalige verfkast Tijdens voorgaand onderzoek zijn plaatselijk in de zandige bovengrond uit boring B03 (0,2-0,4 m-mv) sterk verhoogd gehalte voor kobalt en koper aangetoond. De ondergrond is reeds voldoende onderzocht, maar de bovengrond in de directe omgeving is slechts globaal aanvullend onderzocht, waardoor nog geen definitieve uitspraak gedaan kan worden over de exacte omvang en ernst van de verontreiniging binnen de werkgrenzen.

Spoed van de sanering / Zorgplicht

Onderzoeksopzet

Er kan niet worden uitgesloten dat 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten > interventiewaarde aanwezig is en mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De aangetroffen verontreiniging is, gezien de historie (loods met betonvloer, waarop verfkast volgens vergunning uit 1992 staat, in 1962 gebouwd), naar verwachting ontstaan voor 1987 waardoor geen sprake is van Zorgplicht. De exacte omvang en eventuele spoedeisendheid dient echter nog te worden vastgesteld. Voor het nader onderzoek worden rondom boring B03 van voorgaand onderzoek 5 boringen tot circa 0,5 m-mv geplaatst, waarbij de bovengrond wordt geanalyseerd op kobalt en koper. Voor het eventueel extra analyseren van grondanalyses op PAK vindt vooraf overlegd plaats met de opdrachtgever.

Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat middels 5 (beton)boringen tot 0,5 m-mv rondom voorgaand boring B03 de verontreiniging verder afgeperkt kan worden, waardoor aangegeven kan worden of daadwerkelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25 m3 sterk verontreinigde grond). De bovengrond wordt per boring geanalyseerd op kobalt en koper. Aanvullend wordt de bovengrond onderzocht op PFAS, aangezien dit tijdens voorgaand onderzoek nog niet was gedaan. Verkennend onderzoek naar asbest puinpad Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt uitgegaan van de NEN 5897 voor een open halfverharding, uitgaande van een locatie van maximaal 500 m2. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De verdachte puinlaag wordt geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm).

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

12 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, kernboor en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 8 en 9 mei 2023 15 mei 2023

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V. Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer J.B. Koppelman De heer J.B. Koppelman

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2002 (v. 6)

De volledige bodemvreemde lagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2001/2018 onderzocht. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoeken. Verkennende en aanvullende bodemonderzoeken Grond Ten behoeve verkennende en aanvullende bodemonderzoeken zijn in totaal 15 boringen (B101 t/m B120) geplaatst. Boringen B101 t/m B120 zijn ter plaatse van deelgebied 1 gesitueerd, waarbij boringen B116 t/m B120 in het puinpad zijn geplaatst. Boringen B201 t/m B220 zijn ter plaatse van deelgebied 2 gesitueerd en boringen B301 t/m B305 zijn in de loods op perceel C geplaatst ten behoeve van het aanvullend onderzoek naar kobalt en koper. Boringen PB109 en PB207 zijn dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden per deelgebied/onderdeel weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Deelgebied/onderdeel Circa 0,5 m-mv Deelgebied 1 Deelgebied 2

B101, B102, B104 t/m B108, B110 t/m B113, B114, B115 B201, B203 t/m B206, B208 t/m B213, B215 t/m B219 B301 t/m B305

Boringen / peilbuis Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv B116 t/m B220

B103, B114

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB109 (2,00 - 3,00)

-

B202, B214, B220

PB207 (2,50 - 3,50)

Nader onderzoek loods perceel C 5045 Toelichting bij de tabel: Niet van toepassing.

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB109 en PB207 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 15 mei 2023 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

13 Verkennend onderzoek naar asbest (puinpad) Ten behoeve van de onderzoeken naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie dient op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld van het puinpad voor een klein deel bedekt is vegetatie (totaal 10 %). Desondanks heeft efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en waarnemingen in het veld zijn in totaal 5 proefgaten (B116 t/m B120) van minimaal 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven in het puinpad. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het veld is 1 puinmonster samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). De foto’s behorend bij het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

14 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

15 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

16 8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld / onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m-mv uit matig siltige tot matig zandige klei. Hierbij is de grond tot 0,5 à 1,5 m-mv plaatselijk zwak humeus. Ter plaatse van het puinpad (B116 t/m B120) is een volledige puinlaag aanwezig vanaf maaiveld tot 0,15 à 0,4 m-mv gevolgd door matig tot uiterst puinhoudende grond (klei) tot maximaal 0,6 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn verder, naast de hierboven genoemde volledige puinlaag met onderliggende matig tot uiterst puinhoudende grond, zintuiglijk sporen baksteen en/of sporen kolen aangetroffen in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei). Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het opgeboorde/opgegraven materiaal geen overige asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of zijn er overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. Aangezien de volledige puinlaag ter plaatse van het puinpad als meest verdachte laag kan worden beschouwd voor wat betreft asbest en wordt onderzocht conform de NEN 5897, is onderzoek naar asbest in de bodem ter plaatse van de overige locatie conform de NEN 5707, ons inziens, niet noodzakelijk op basis van de onderstaande argumentatie.

Volgens de NEN 5707 is de eerste stap het bepalen of de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen in de bodem wel of niet asbestverdacht zijn. Deze stap moet worden doorlopen door het adviesbureau die de onderzoeken uitvoeren, bij deze Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT). Als volgt: 1. Ter plaatse van de locatie zijn in de bodem bijmengingen van baksteen en/of kolen aangetroffen. Het betreft enkel definieerbaar baksteen of kolen en geen puin en/of andersoortig ondefinieerbaar bodemvreemd materiaal. Conform de NEN 5707 is baksteenhoudende of kolenhoudende grond definieerbaar en onverdacht op het voorkomen van asbest; 2. De veldwerkzaamheden voor de diverse onderzoeken zijn gecoördineerd door een 2018erkend veldwerker, die op basis van kennis en ervaring, in staat is om te beoordelen of bodemvreemde bijmengingen wel of niet asbestverdacht zijn. Zintuiglijk (fractie > 20 mm) zijn daarbij geen asbestverdachte materialen waargenomen; 3. VMT heeft uitgebreide kennis en ervaring in het uitvoeren van zowel bodem- als asbestonderzoeken. Indien asbestverdachte puinbijmengingen of lagen worden aangetroffen, wordt te allen tijde direct een verkennend onderzoek naar asbest aanbevolen middels proefgaten en asbestanalyses. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond en de maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5 en de indicatieve toetsing van de grondresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit als bijlage 6.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

17 In tabel 8.1 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.1: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13865370

(Meng) monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

MM102

benzo(ghi)peryleen

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

13847771

MM106

Asbest in puin

Aangezien de som parameter voor PAK de achtergrondwaarde niet overschrijdt in het betreffende monster, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk Aangezien de som parameter voor PCB valspositief verhoogd door de aanwezigheid de index van 0,5 niet overschrijdt in het van PCB 31. betreffende monster, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Toelichting bij tabel 8.1: PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM); PCB Polychloorbifenylen.

Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld. In verband met het aantreffen van een sterk verhoogd gehalte voor nikkel in mengmonster MM202 is het betreffende mengmonster uitgesplitst en zijn de deelmonsters aanvullend onderzocht op nikkel. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng)monster

Omschrijving

Deelgebied 1 Algemene kwaliteit MM101 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen MM102

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

MM103

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

MM104

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

MM105

Grond, klei onder volledig puin Zintuiglijk: uiterst puinhoudend

MM106

Grond, klei onder volledig puin Zintuiglijk: sterk puinhoudend Teeltlaagonderzoek MMOCB101 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen MMOCB102

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

MMOCB103

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

BBK

B101 (0,00 - 0,50) B102 (0,00 - 0,50) B104 (0,00 - 0,50) B105 (0,00 - 0,50) B106 (0,00 - 0,50) B107 (0,00 - 0,50) B108 (0,00 - 0,50) B110 (0,00 - 0,50) B111 (0,00 - 0,50) B112 (0,00 - 0,50) B113 (0,00 - 0,50) B115 (0,00 - 0,50) B103 (0,50 - 1,00) B103 (1,50 - 2,00) B114 (0,50 - 1,00) B114 (1,50 - 2,00) PB109 (0,50 - 1,00) PB109 (1,00 - 1,50) B116 (0,40 - 0,60) B118 (0,30 - 0,60)

NEN

-

-

AT

NEN

-

-

AT

NEN

-

-

AT

NEN

Ni

-

AT

NEN

IND

B117 (0,40 - 0,70) B119 (0,20 - 0,50)

NEN

Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, PAK Pb, Ni, PAK, PCB

B101 (0,00 - 0,30) B102 (0,00 - 0,30) B104 (0,00 - 0,30) B105 (0,00 - 0,30) B106 (0,00 - 0,30) B107 (0,00 - 0,30) B108 (0,00 - 0,30) B110 (0,00 - 0,30) B111 (0,00 - 0,30) B112 (0,00 - 0,30) B113 (0,00 - 0,30) B114 (0,00 - 0,30)

OCB

-

-

AT

OCB

-

-

AT

OCB

DDE, DDD

-

IND

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

IND

18 Vervolg tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng)Omschrijving monster Deelgebied 2 Algemene kwaliteit MM201 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen MM202

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen

MM203

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen

MM204

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

MM205

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

Teeltlaagonderzoek MMOCB201 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen MMOCB202

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen

MMOCB203

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten

BBK

B203 (0,00 - 0,50) B204 (0,00 - 0,50) B206 (0,00 - 0,50) B209 (0,00 - 0,50) B210 (0,00 - 0,50) B211 (0,00 - 0,50) B212 (0,00 - 0,50) B213 (0,00 - 0,50) B215 (0,00 - 0,50) B217 (0,00 - 0,50) B218 (0,00 - 0,50) B219 (0,00 - 0,50) B202 (0,50 - 1,00) B202 (1,00 - 1,50) B202 (1,50 - 2,00) PB207 (0,50 - 1,00) PB207 (1,00 - 1,50) PB207 (1,50 - 2,00) B214 (0,50 - 1,00) B214 (1,00 - 1,50) B214 (1,50 - 2,00) B220 (0,50 - 1,00) B220 (1,00 - 1,50) B220 (1,50 - 2,00)

NEN

PCB

-

AT

NEN

Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Zn

Ni

NT

NEN

Hg

-

AT

NEN

-

-

AT

NEN

-

-

AT

B201 (0,00 - 0,30) B203 (0,00 - 0,30) B204 (0,00 - 0,30) B209 (0,00 - 0,30) B205 (0,00 - 0,30) B206 (0,00 - 0,30) B213 (0,00 - 0,30) B217 (0,00 - 0,30) B210 (0,00 - 0,30) B211 (0,00 - 0,30) B212 (0,00 - 0,30) B219 (0,00 - 0,30)

OCB

DDE

-

IND

OCB

DDE

-

AT

OCB

Heptachloor, DDE

IND

Aanvullend analytisch onderzoek (uitsplitsing MM202) B210-1 Bovengrond, klei B210 (0,00 - 0,50) Ni NVT Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen B211-1 Bovengrond, klei B211 (0,00 - 0,50) Ni NVT Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen B212-1 Bovengrond, klei B212 (0,00 - 0,50) Ni NVT Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen B213-1 Bovengrond, klei B213 (0,00 - 0,50) Ni NVT Zintuiglijk: sporen baksteen en kolen Nader onderzoek naar kobalt en koper (loods perceel C 5045) B301-1 Bovengrond, zand B301 (0,12 - 0,25) Co+Cu NVT Zintuiglijk: B302-1 Bovengrond, zand B302 (0,14 - 0,30) Co+Cu Co NVT Zintuiglijk: B303-1 Bovengrond, klei B303 (0,00 - 0,50) Co+Cu NVT Zintuiglijk: sporen baksteen B304-1 Bovengrond, zand B304 (0,12 - 0,25) Co+Cu Co NVT Zintuiglijk: B305-1 Bovengrond, klei B305 (0,00 - 0,20) Co+Cu NVT Zintuiglijk: Toelichting tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); Ni Nikkel; Co+Cu Kobalt en koper; OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; BBK Indicatieve toetsing aan Besluit bodemkwaliteit (AT=Altijd toepasbaar, WO= Wonen, IND=Industrie, NT=Niet toepasbaar,

NVT=niet van toepassing) Niets aangetroffen / waargenomen. Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

19 Grondwater De grondwatermonsters met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m-mv)

GWS (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Analysepakket

>S<I

Resultaten >I

Deelgebied 1 PB109 2,00 - 3,00 0,85 6,6 805 167 NEN Ba, xylenen Deelgebied 2 PB207 2,50 - 3,50 1,28 6,9 1020 115 NEN Ba Toelichting tabel 8.3: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt. Aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest (puinpad) Zowel op het maaiveld als in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten is zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen in het veld is 1 puinmonster samengesteld, welke aan het lab is aangeboden voor analyse op asbest (< 20 mm). De samenstelling van het onderzochte monster en de bijbehorende analyse is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Samenstelling monster asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv)

Soort

Puinpad Deelgebied 1 MMASB01 B116 t/m B120 Volledig puin 0,00-0,40 Puin Toelichting bij de tabel: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Analysepakket

Asbest in puin (> 25 kg)1

De resultaten van het geanalyseerde puinmonster en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.5. Tabel 8.5: Overzicht onderzochte monster en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode

Soort

Hechtgebonden

Type*

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.)

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.)

Puinpad Deelgebied 1 MMASB01 Plaat Ja Chrysotiel 18 18 Toelichting bij de tabel 8.5: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niets aangetoond.

Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

20 8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Verkennend onderzoek deelgebied 1 Grond Algemene kwaliteit In mengmonsters MM101, MM102 en MM103 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei), zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden (indicatief altijd toepasbaar). In mengmonster MM104 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv, klei) is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan het BBK heeft de grond uit het mengmonster de klasse altijd toepasbaar. In monsters MM105 en MM106 van de sterk en uiterst puinhoudende grond onder de volledige puinlaag (0,2-0,7 m-mv, klei) ter plaatse van het puinpad (boringen B116 t/m B119), zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK en/of PCB aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. Uit indicatieve toetsing aan het BBK heeft de puinhoudende grond uit mengmonsters MM105 en MM106 de klasse industrie.

Teeltlaag In de onderzochte mengmonsters MMOCB101 en MMOCB102 van de sporen baksteenhoudende oorspronkelijke teeltlaag (0,0-0,3 m-mv, klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden (indicatief altijd toepasbaar op basis van OCB). Mengmonster MMOCB103 van de sporen baksteenhoudende oorspronkelijke teeltlaag (0,0-0,3 m-mv, klei) bevat licht verhoogde gehalten voor DDE en DDD. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte OCB-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan het BBK heeft de grond uit mengmonster MMOCB103 de klasse industrie op basis van OCB). Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB109 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en xylenen aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NENparameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarden.

Asbest (puinpad) Tijdens het onderzoek naar asbest zijn zowel op maaiveld als in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten, ter plaatse van het puinpad, zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de onderzochte volledige puinlaag uit proefgaten B116 t/m B120 (0,0-0,4 m-mv) is analytisch (< 20 mm) circa 18 mg/kg d.s. aan hechtgeboden asbest aangetoond. Het totaal gewogen gehalte blijft beneden de maximale samenstellingswaarde van 100 mg/kg d.s. alsmede onder de norm voor nader onderzoek (< 50 mg/kg d.s.). Diverse (bodem)onderzoeken, 2 deelgebieden en nader onderzoek binnen project ‘Herenland West’ te Opheusden Rapportnr.: B23.8832 versie: 01 datum: 2 juni 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14223446/1