CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b - Bijlage 2 bij de toelichting - Diverse (water)bodemonderzoeken

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 20 juni 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Herenland West, Opheusden’28.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT:

Diverse (water)bodemonderzoeken Herenland West (Hamsestraat 75/77) te Opheusden

PROJECTNUMMER: B20.7854 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West (Hamsestraat 75/77) te Opheusden

PROJECTNUMMER: B20.7854 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Gemeente Neder-Betuwe

DATUM: 29 juli 2020

Auteur:

Autorisatie:

J.P.G. Boerakker Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7854/R7854-01/JB De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 0.

SAMENVATTING Gemeente Neder-Betuwe heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, een onderzoek naar asbest en een verkennend waterbodemonderzoek (inclusief historische onderzoeken) voor de projectlocatie Herenland West gelegen ter plaatse van in de directe omgeving van de Hamsestraat 75/77 te Opheusden. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, de NEN 5717:2017, de NEN 5740/A1:2016, de NEN 5707:2015/C2:2017 [4], NEN 5897:2015/C2:2017 en de NEN 5720:2017. Het doel van de diverse onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief OCB en beperkt asbest) en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Historische gegevens en locatiebezoek Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Van de onderzoekslocatie zijn recente (< 5 jaar) gegevens bekend van de bodemkwaliteit.

Derhalve hoeft perceel C5461 niet onderzocht te worden en dienen tevens de gootlijnen van de voormalige schuren met asbesthoudende dakbedekking niet onderzocht te worden; • Uit een verkennend onderzoek (april 2006) blijkt dat in de boven-, ondergrond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor minerale olie, OCB, nikkel en/of arseen zijn aangetoond; • In een puindam op de onderzoekslocatie is ruim 1.000 mg/kg d.s. aan hechtgebonden asbest aangetroffen (fractie > 20 mm en < 20 mm). In het puin(rij)pad is analytisch (fractie < 20 mm) circa 54 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond welke de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek overschrijdt. De gootlijnen van de voormalige bebouwing met asbesthoudende dakbedekking zijn reeds onderzocht. Hierbij is analytisch (fractie < 20 mm) in de toplaag (0,0-0,2 m-mv) een asbestverontreiniging met een omvang van circa 7,5 m3 aangetoond; • Op de onderzoekslocatie zijn gebouwen (schuren (met overkapping) met asbesthoudende dakbedekking aanwezig geweest. De asbestverwijderingen zijn volgens de werkplannen uitgevoerd en afgevoerd (2019 en 2020) en de bebouwing is gesloopt; • Ten oosten is deels op de onderzoekslocatie is een sterke grond- en grondwaterverontreiniging met PAK en/of minerale olie aangetoond (2006).

In 2008 is de grond- en grondwaterverontreiniging gesaneerd waarbij een restverontreiniging met PAK is achtergebleven in het grondwater. In 2019 is reeds een beschikking ernst en spoedeisendheid afgegeven dat sprake is van een stabiele eindsituatie. In overleg met de opdrachtgever behoeft hier in voorliggend onderzoek dan ook geen aandacht aan te worden besteed; • Ten oosten van de onderzoekslocatie zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en is een sterke grondwaterverontreiniging met nikkel aangetoond op > 25 m van de onderzoekslocatie. In de bovengrond is een matig verhoogd gehalte voor PAK aangetoond en in de overige boven-, ondergrond en het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse onderzochte parameters aangetoond; • Naar verwachting zijn op de onderzoekslocatie drie voormalige watergangen aanwezig; • Zowel op als in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn boom-/sierplanten- en/of een struikenkwekerij aanwezig (geweest); • Op de locatie zijn twee bovengrondse dieseltanks aanwezig geweest. Eén voormalige bovengrondse dieseltank is in 2006 in voldoende mate onderzocht.

Bij de toentertijd huidige bovengrondse dieseltank in lekbak zijn in zowel de bovengrond als het grondwater geen verhoogde gehalten voor minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond; Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

3 • •

• •

Op de onderzoekslocatie is een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig geweest; Op de locatie zijn (diverse) verhardingen aanwezig met mogelijk een puinstabilisatie. Tevens is het woonhuis (dat buiten de onderzoekslocatie valt) in 1955 gebouwd en is bebouwing met asbesthoudende dakbedekking aanwezig geweest welke recent zijn gesloopt (2019-2020. Daarnaast zijn tijdens het onderzoek in 2006 in de bovengrond zintuiglijk sporen puin waargenomen ter plaatse van het erf en de tuin waarbij geen analytisch onderzoek naar asbest is uitgevoerd. In 2020 is ter plaatse van de gootlijn reeds een asbestverontreiniging aangetoond; De opstal met de voormalige bovengrondse tank en zonder asbestverdacht materiaal is nog aanwezig. De overige opstallen op de onderzoekslocatie zijn gesloopt; De watergangen op de onderzoekslocatie C-watergangen betreffen en hiervan zijn geen waterbodemkwaliteitsgegevens van bekend. In de buurt zijn geen lozingspunten, overstorten en/of uitlaten. De aanwezige watergangen op de percelen dienen als opvang van hemelwater en betreft zoet water. De kwaliteit van eventueel slib en de vaste waterbodem in de watergang is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van voormalige agrarische activiteiten en voor een deel van de watergang door de (voormalige) PAK verontreiniging in de grond en het grondwater.

In verband met de voorgenomen herontwikkeling dient op basis van bovengenoemde gegevens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740. Er zal beperkt inpandig onderzoek worden uitgevoerd. In voorliggende onderzoeksopzet is reeds rekening gehouden met de bovengenoemde conclusies van het historisch onderzoek. Op basis van deze beschikbare informatie wordt voor het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging en van een onverdachte locatie voor het weiland/braakliggende percelen. De teeltlaag, bestrijdingsmiddelenkast en bovengrondse dieseltank met lekbak vormen hierbij aandachtspunten. Met betrekking tot de teeltlaag blijkt uit voorgaande onderzoeken dat geen noemenswaardige verontreinigingen voor OCB zijn aangetoond. Hierbij de teeltlaag van de onderzoekslocatie echter niet afzonderlijk onderzocht maar is dit meegenomen met de bovengrond (voldoet niet aan de huidige normen van het bevoegd gezag). Derhalve is ervoor gekozen om de teeltlaag nogmaals afzonderlijk te onderzoeken op OCB, maar hierbij kan wel worden volstaan met de onverdachte strategie. De voormalig) bestrijdingsmiddelenkast en voormalige bovengrondse dieseltank in lekbak waren tijdens voorgaand onderzoek huidig en dienen nogmaals onderzocht te worden voor de periode van 2006-2020.

De overige bodembedreigende activiteiten waren tijdens voorgaand onderzoek reeds voormalig en behoeven niet nogmaals onderzocht te worden. Een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 (verdachte strategie) en/of NEN 5897 (halfverhardingslagen) is enkel noodzakelijk ter plaatse van het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing (met uitzondering van de gootlijnen). De puindam en het puin(rij)pad op de onderzoekslocatie, waar een nader onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van voorgaand onderzoek (B19.7269), worden niet meegenomen met het voorliggend onderzoek. Dit zal op een later moment worden uitgevoerd. Tevens dienen de aanwezige watergangen, welke zich deels op de perceelsgrenzen bevinden, onderzocht te worden door middel van een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN 5720. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met het voorkomen van OCB en voor een deel van de watergang voor PAK.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

4 Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Erf met tuin Voor de erf met tuin is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen zijn aangetoond. Tevens zijn bij de voormalige bovengrondse brandstoftank geen parameters aangetoond die duiden op een verontreiniging door deze voormalige bodembedreigende activiteit. Overige terrein Voor het overige terrein is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in de boven-, ondergrond (na uitsplitsing) en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse parameters zijn aangetoond. Teeltlaag onderzoek (gehele onderzoekslocatie) In de teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden en de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag op de onderzoekslocatie hebben niet geleid tot een verontreinigingen met OCB in de teeltlaag.

Alle aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie betreffen (na uitsplitsing) overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden, welke beneden de interventiewaarden alsmede de indexwaarden van 0,5 voor nader onderzoek blijven. Onderzoek naar asbest Voor het erf met tuin is uitgegaan van een verdacht locatie met betrekking tot een asbestverontreiniging. Zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) is asbest aangetroffen ter plaatse van boring B11. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese te worden aangenomen, aangezien ter plaatse van proefgat B11 van 0,0-0,5 m-mv gehalten aan asbest zijn aangetoond boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de overige proefgaten (inclusief de proefgaten in de directe omgeving van proefgat B11 en in de ondergrond (0,5-1,0 mmv) van proefgat B11) zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen ernstige asbestverontreinigingen aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Waterbodemonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het standaard analysepakket aangevuld met OCB blijkt dat de onderzochte waterbodems zijn geclassificeerd als ‘klasse industrie’ op de bodem (T1) en als ‘verspreidbaar’ voor de verspreiding op het aangrenzende perceel (T5). In zoet oppervlaktewater (T3) is monster MMWB01 (t.p.v. de grondwaterverontreiniging met PAK) geclassificeerd als ‘klasse A’ en monster MMWB02 (t.p.v. de overige waterbodem) als ‘altijd toepasbaar’. Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

5 Voor de hoeveelheid slib in watergang G01 t/m G10 dient rekening te worden gehouden met circa 80 m3 en in watergang G11 t/m G20 met circa 125 m3. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de diverse percelen achter de Kerkstraat te Genderen, vooralsnog, in onvoldoende mate onderzocht voor wat betreft de ernstige verontreinigingen met asbest in de grond en in het puin. Vooralsnog bestaan er bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling in verband met de aangetroffen ernstige verontreinigingen voor asbest in grond en puin. Voorafgaand aan de herontwikkeling dient een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd ter plaatse van proefgat B11 en ter plaatse van de puindam en het rijpad. De nadere onderzoeken dienen te worden onderzocht middels proefsleuven om de ernstige verontreinigingen met asbest af te perken. De aangetroffen asbestverontreiniging ter plaatse van boring B11 wordt gerelateerd aan de voormalige bebouwing met asbesthoudende materialen. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek wordt bepaald of en in welke mate sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de reeds aangetroffen asbestverontreiniging in de gootlijn (Tritium Advies B.V., kenmerk 1911/101/HL-01, d.d.

25 februari 2020). Tevens dient rekening te worden gehouden met het aangetroffen asbesthoudend materiaal op het maaiveld. Indien meer asbesthoudende (plaat)materialen op het maaiveld worden waargenomen, dienen deze conform de richtlijnen door een daartoe gecertificeerde onderaannemer te worden verwijderd middels handpicking. Voor wat betreft de grond (NEN en OCB), grondwater en waterbodem is de (bodem)kwaliteit in wel in voldoende mate onderzocht. Indien toch grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

6 INHOUDSOPGAVE 0.

SAMENVATTING ....................................................................................................................................... 2

1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 7

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 7

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 7 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 7 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725 EN DE NEN 5717) .......................................................................... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE......................................................................................... 13 4.1. BODEMOPBOUW ........................................................................................................................................ 13

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 13

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 13 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................. 13 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 15

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 17 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 17 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 18 7.3. WATERBODEM .......................................................................................................................................... 19

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 22 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 22 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 22 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 28

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 31 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 31 9.2. ONDERZOEK NAAR ASBEST ....................................................................................................................... 31 9.3 WATERBODEMONDERZOEK ...................................................................................................................... 32 9.4. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 32

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 33

BIJLAGEN

1. 2a. 2b-c. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, peilbuizen, proefgaten en grepen Dwarsprofielen watergangen Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater, asbest en waterbodem Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsingstabellen waterbodem Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Berekening asbestconcentratie Relevante historisch gegevens

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

7

1.

INLEIDING Gemeente Neder-Betuwe heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, een onderzoek naar asbest en een verkennend waterbodemonderzoek (inclusief historische onderzoeken) voor de projectlocatie Herenland West gelegen ter plaatse van in de directe omgeving van de Hamsestraat 75/77 te Opheusden. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5717:2017 [2], de NEN 5740/A1:2016 [3], de NEN 5707:2015/C2:2017 [4], NEN 5897:2015/C2:2017 [5] en de NEN 5720:2017 [6]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN Het doel van de diverse onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief OCB en beperkt asbest) en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De projectlocatie Herenland West is gelegen ter plaatse van en in de omgeving van de Hamsestraat 75/77 te Opheusden en betreft de kadastrale gemeente Opheusden, sectie C en de percelen 3342, 4739, 5462, 5479 (ged.) en 5486 (ged.). De totale oppervlakte is circa 21.500 m2, waarvan circa 7.000 m2 het erf met tuin en (voormalige) bebouwing betreft en de overige locatie weiland/braakliggend is. Op het erf zijn diverse verhardingen en bebouwing aanwezig (geweest). Daarnaast zijn op de onderzoekslocatie en op de perceelsgrenzen diverse watergangen aanwezig. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725 en de NEN 5717)

Voorafgaand aan de diverse (water)bodemonderzoeken is door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (bodem) en de NEN 5717:2009 (waterbodem). Door de opdrachtgever zijn diverse gegevens van de locatie geleverd (d.d. 5 juni 2020). Daarnaast zijn bij VMT diverse gegevens bekend door een recent onderzoek aan de Hamsestraat 77 (kenmerk B19.7576, d.d. 12 november 2019) en zijn door de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) aangevuld (d.d. 17 juli 2020). Tevens zijn de websites www.bodemloket.nl en www.topotijdreis.nl bekeken. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 9.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

8 Voormalig en huidig gebruik De onderzoekslocatie heeft voor zover bekend in het verleden altijd een agrarische functie gehad. Sinds 1955 is de onderzoekslocatie bebouwd en recentelijk is de meeste bebouwing op de locatie gesloopt en de rest van het terrein weiland / braakliggend. Bodemkwaliteitsgegevens Door de opdrachtgever zijn diverse historische bodemkwaliteitsgegevens meegeleverd, daarnaast zijn bij VMT diverse gegevens bekend in verband met een recent onderzoek en is door de ODR aanvullende informatie geleverd. Onderstaand zijn de gegevens samengevat. Hamsestraat 75/77 Uit een nader bodemonderzoek (BOOT B.V., kenmerk M05124, d.d. 24 juli 2006) blijkt dat op het oostelijke deel van de onderzoekslocatie een verontreiniging met PAK en minerale olie in de grond en/of het grondwater aanwezig is. De omvang van de grondverontreiniging met PAK > I wordt geschat op 105 m3. De grondwaterverontreiniging met PAK en minerale olie > I wordt geschat op 2.060 m3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor de overige onderzochte parameters zijn in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. In 2006 is een verkennend bodem- en asbestonderzoek (Verhoeve Milieu B.V., kenmerk 156155, d.d. 17 oktober 2006) aan de Hamsestraat 77 te Opheusden uitgevoerd.

Een deel van de huidige onderzoekslocatie valt binnen de toenmalige onderzoekslocatie, waarbij diverse bodembedreigende activiteiten zijn onderzocht (bovengrondse dieselolietank, werkplaats en bestrijdingsmiddelenkast). Tijdens het onderzoek in 2006 zijn in de bovengrond zintuiglijk sporen puin waargenomen ter plaatse van het erf en de tuin. Op het maaiveld of in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen (> 20 mm). Analytisch is echter geen onderzoek naar asbest uitgevoerd (< 20 mm). In de boven-, ondergrond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor minerale olie, OCB, nikkel en/of arseen aangetoond. Op basis van de resultaten waren er geen belemmeringen voor de voorgenomen aankoop van de locatie. Door ATKB is een saneringsplan opgesteld voor de aanpak van de sterke bodemverontreiniging met PAK (kenmerk PB06321/D5, d.d. 14 oktober 2008). Op 4 februari 2009 is er een melding gemaakt met het voornemen om de grondwaterverontreiniging met PAK te saneren, verplaatsen of verminderen. Tevens is die dag een machtiging afgegeven aan ATKB om de bodemsanering uit te voeren. Uit het evaluatierapport (VMT, kenmerk S10.879, d.d. 19 oktober 2011) blijkt dat 153,62 ton verontreinigde grond is afgevoerd. In de controlemonsters zijn geen verhoogde gehalten voor PAK en minerale olie aangetoond ten opzichte van de bodemfunctieklasse wonen.

In het grondwater is een restverontreiniging met PAK achtergebleven. Door VMT zijn in de periode van 2012 tot 2019 diverse grondwatermonitoringen uitgevoerd om een stabiele eindsituatie aan te kunnen tonen voor deze achtergebleven grondwaterverontreiniging met PAK. Middels de laatste monitoring (kenmerk S10.879/BRFRPP-07/JB, d.d. 24 mei 2019) is bevestigd dat sprake is van een stabiele eindsituatie, hetgeen is bevestigd middels een beschikking ernst en spoedeisendheid van de provincie Gelderland (kenmerk 2009-002772, zaaknummer 1952100689, 15 juli 2019). Op de onderzoekslocatie heeft een asbestinventarisatie plaatsgevonden ter plaatse van een schuur met overkapping (Öko Care, kenmerk RP180404A, d.d. 24 april 2018). Hieruit blijkt dat diverse asbesthoudende materialen op en om de schuur met overkapping aanwezig zijn. Van de asbestverwijdering is een rapport “eindcontrole na asbestverwijdering” opgesteld (Detect Milieu Services B.V., kenmerk 19.002369/0, d.d. 20 februari 2019). Uit het rapport blijkt dat de sanering volgens het werkplan is uitgevoerd en afgevoerd. In een bevindingenbrief van de ODR (kenmerk 0214101274, d.d. 22 februari 2019) wordt dit bevestigd.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

9 In verband met het vermoeden van een verontreiniging met asbest naar aanleiding van civieltechnische werkzaamheden is in 2018 een verkennend onderzoek naar asbest (VMT, kenmerk B18.7269, d.d. 12 november 2018) uitgevoerd. Zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) is asbest aangetroffen. Ter plaatse van de puindam dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd. Tevens dient de spoedeisendheid nader te worden bepaald, aangezien ruim 1.000 mg/kg d.s. aan hechtgebonden asbest is aangetoond. In het grondmengmonster van de bovengrond ter plaatse van het rijpad (buiten de ernstige asbestverontreiniging in de puindam) is zintuiglijk geen asbest aangetroffen, maar overschrijdt het gehalte voor asbest in de fijne fractie wel de norm van 50 mg/kg d.s. (gehalte = 54 mg/kg d.s.) voor nader onderzoek. In 2019 zijn op de Hamsestraat 77 te Opheusden (perceel C5461) diverse onderzoeken (VMT, kenmerk B19.7576, d.d. 12 november 2019). Hierbij zijn in de boven-, ondergrond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of PAK zijn aangetoond. In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) is geen asbest aangetroffen (< 2 mg/kg d.s.).

Aangezien de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) aan de Hamsestraat 77 te Opheusden (perceel C5461) recent in voldoende mate vastgesteld, behoeft dit perceel niet te worden meegenomen in voorliggende onderzoeksopzet. Aan de Hamsestraat 77 is een asbestinventarisatie uitgevoerd (Tritium Advies B.V., kenmerk 1806032A, d.d. 1 oktober 2019). Hieruit blijkt dat bij twee schuren op de onderzoekslocatie gebruik is gemaakt van asbesthoudend materiaal en dat tevens het terrein verontreinigd is met asbest. De bebouwing heeft een laag risico en het terrein een hoog risico en dient derhalve op korte termijn gesaneerd te worden. Vervolgens is een verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd (Tritium Advies B.V., kenmerk 1911/101/HL-01, d.d. 25 februari 2020) ter plaatse van de gootlijn onder de asbesthoudende daken zonder dakgoten. Zintuiglijk (fractie > 20 mm) is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Analytisch (fractie < 20 mm) is in de gootlijn aan de zuidzijde van de westelijke schuur circa 220 mg/kg d.s. aan asbest in de toplaag (0,0-0,2 m-mv) aangetoond. De asbestverontreiniging is zowel horizontaal als verticaal afgeperkt en heeft een oppervlakte van circa 38 m2 en een omvang van circa 7,5 m3. Er is geen sprake van zorgplicht (aanlegdatum circa 1955) en geen sprake van onaanvaardbare risico’s.

Van de schuren zijn twee goedgekeurde eindcontrole certificaten bekend van de asbest verwijdering (lab-10, kenmerk 14016008 & 14016009, d.d. 8 juni 2020). De asbesthoudende materialen in/op de schuren en op het terrein zijn gesaneerd. De asbestverontreiniging in de toplaag ter plaatse van de gootlijn is, voor zover bekend, niet gesaneerd. Plangebied Herenland Ten behoeven van het plangebied Herenland zijn ten oosten van de onderzoekslocatie in verschillende fasen diverse verkennende en nadere bodemonderzoeken uitgevoerd: 1. Verkennend bodemonderzoek, perceel C2879 nabij Hamsestraat (DHV B.V., kenmerk R0950-80-001, d.d. 12 april 2000); 2. Verkennend bodemonderzoek Herenland (DHV B.V., kenmerk R0618-57-001, d.d. 7 augustus 2000); 3. Nader bodemonderzoek, Herenland (DHV B.V., kenmerk R0618-57-006, d.d. 23 april 2001); 4. Nader bodemonderzoek nikkelverontreiniging in grondwater, Hamsestraat (Verhoeve Milieu B.V., kenmerk 155116, d.d. 11 oktober 2005); 5. Verkennend milieukundig bodemonderzoek, Herenland fase 4 (UDM B.V., kenmerk 0904117, d.d. 11 juni 2009); 6. Actualiserend Bodemonderzoek, Nannenbergstraat (NIPA B.V., kenmerk 17241, d.d. 15 maart 2019); Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

10 Met de diverse onderzoeken is een grondwaterverontreiniging met nikkel aangetoond waarvan het bodemvolume is ingeschat op 14.400 m3 en in de bovengrond is een matig verhoogd gehalte voor PAK aangetoond. De sterke grondwaterverontreiniging ligt op > 25 m van de onderzoekslocatie. Verder zijn in de boven-, ondergrond en het grondwater diverse licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetroffen. Historisch kaartmateriaal Op basis van het historische kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl zijn op de onderzoekslocatie naar verwachting drie voormalige watergangen aanwezig. Daarnaast zijn op de onderzoekslocatie diverse huidige watergangen aanwezig, die naar verwachting in verbinding met elkaar staan. Van de watergangen zijn vooralsnog geen gegevens bekend van de waterbodemkwaliteit. Daarnaast zijn zowel op als in de directe omgeving van de onderzoekslocatie boomgaarden aanwezig (geweest). Door www.bodemloket.nl wordt bevestigd dat op de locatie een boom-/sierplanten- en struikenkwekerij aanwezig is (geweest). Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op de onderzoekslocatie zijn volgens www.bodemloket.nl diverse bovengrondse dieseltanks aanwezig (geweest). Eén voormalige bovengrondse dieseltank binnen de onderzoekslocatie is in 2006 in voldoende mate onderzocht.

Een andere dieseltank in lekbak was destijds nog huidig, waarbij tijdens hetzelfde onderzoek in zowel de bovengrond als in het grondwater geen verhoogde gehalten voor minerale olie en/of vluchtige aromaten zijn aangetoond. Daarnaast is op de onderzoekslocatie een bestrijdingsmiddelenopslagplaats aanwezig (geweest). Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen overige bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest). Asbest Op de locatie zijn (diverse) verhardingen aanwezig met mogelijk een puinstabilisatie. Het woonhuis (dat buiten de onderzoekslocatie valt) is in 1955 gebouwd en daarnaast zijn opstallen met asbestverdachte dakbedekking aanwezig (geweest). Tevens zijn tijdens het onderzoek in 2006 in de bovengrond zintuiglijk sporen puin waargenomen ter plaatse van het erf en de tuin. Analytisch is toentertijd geen onderzoek naar asbest uitgevoerd. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek blijkt dat de opstal met de voormalige bovengrondse tank en zonder asbestverdacht materiaal nog aanwezig is. De overige opstallen op de onderzoekslocatie zijn gesloopt. Daarnaast is op het zuiden van de onderzoekslocatie het puinpad waargenomen. Deze wordt vooralsnog niet onderzocht. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een (water)bodemverontreiniging.

Waterbodem(kwaliteits)gegevens Door de Waterschap rivierenland is in een mail (d.d. 9 juli 2020) aangegeven dat de watergangen op de onderzoekslocatie C-watergangen betreffen en hiervan geen gegevens bekend zijn betreffende waterbodemonderzoeken. In de buurt zijn geen lozingspunten, overstorten en/of uitlaten bekend. De aanwezige watergangen op de percelen dienen als opvang van hemelwater en betreft zoet water. De kwaliteit van eventueel slib en de vaste waterbodem in de watergang is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van voormalige agrarische activiteiten en voor een deel van de watergang door de (voormalige) PAK verontreiniging in de grond en het grondwater.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

11 PFAS Op 8 juli 2019 de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (30 parameters) en/of GenX. Indien er grond afgevoerd dient te worden, moet er rekening worden gehouden te worden met aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag (bovengrond) op PFAS en/of GENX. Voorliggend plangebied is niet verdacht op GENX. Op aangeven van de opdrachtgever zal bij voorliggende onderzoeken geen aanvullend (water)bodemonderzoek op PFAS worden uitgevoerd. Historische gegevens en locatiebezoek Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Van de onderzoekslocatie zijn recente (< 5 jaar) gegevens bekend van de bodemkwaliteit.

Derhalve hoeft perceel C5461 niet onderzocht te worden en dienen tevens de gootlijnen van de voormalige schuren met asbesthoudende dakbedekking niet onderzocht te worden; • Uit een verkennend onderzoek (april 2006) blijkt dat in de boven-, ondergrond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor minerale olie, OCB, nikkel en/of arseen zijn aangetoond; • In een puindam op de onderzoekslocatie is ruim 1.000 mg/kg d.s. aan hechtgebonden asbest aangetroffen (fractie > 20 mm en < 20 mm). In het puin(rij)pad is analytisch (fractie < 20 mm) circa 54 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond welke de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek overschrijdt. De gootlijnen van de voormalige bebouwing met asbesthoudende dakbedekking zijn reeds onderzocht. Hierbij is analytisch (fractie < 20 mm) in de toplaag (0,0-0,2 m-mv) een asbestverontreiniging met een omvang van circa 7,5 m3 aangetoond; • Op de onderzoekslocatie zijn gebouwen (schuren (met overkapping) met asbesthoudende dakbedekking aanwezig geweest. De asbestverwijderingen zijn volgens de werkplannen uitgevoerd en afgevoerd (2019 en 2020) en de bebouwing is gesloopt; • Ten oosten is deels op de onderzoekslocatie is een sterke grond- en grondwaterverontreiniging met PAK en/of minerale olie aangetoond (2006).

In 2008 is de grond- en grondwaterverontreiniging gesaneerd waarbij een restverontreiniging met PAK is achtergebleven in het grondwater. In 2019 is reeds een beschikking ernst en spoedeisendheid afgegeven dat sprake is van een stabiele eindsituatie. In overleg met de opdrachtgever behoeft hier in voorliggend onderzoek dan ook geen aandacht aan te worden besteed; • Ten oosten van de onderzoekslocatie zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en is een sterke grondwaterverontreiniging met nikkel aangetoond op > 25 m van de onderzoekslocatie. In de bovengrond is een matig verhoogd gehalte voor PAK aangetoond en in de overige boven-, ondergrond en het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse onderzochte parameters aangetoond; • Naar verwachting zijn op de onderzoekslocatie drie voormalige watergangen aanwezig; • Zowel op als in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn boom-/sierplanten- en/of een struikenkwekerij aanwezig (geweest); • Op de locatie zijn twee bovengrondse dieseltanks aanwezig geweest. Eén voormalige bovengrondse dieseltank is in 2006 in voldoende mate onderzocht.

Bij de toentertijd huidige bovengrondse dieseltank in lekbak zijn in zowel de bovengrond als het grondwater geen verhoogde gehalten voor minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond; • Op de onderzoekslocatie is een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig geweest; • Op de locatie zijn (diverse) verhardingen aanwezig met mogelijk een puinstabilisatie. Tevens is het woonhuis (dat buiten de onderzoekslocatie valt) in 1955 gebouwd en is bebouwing met asbesthoudende dakbedekking aanwezig geweest welke recent zijn gesloopt (2019-2020. Daarnaast zijn tijdens het onderzoek in 2006 in de bovengrond zintuiglijk sporen puin waargenomen ter plaatse van het erf en de tuin waarbij geen analytisch onderzoek naar asbest is uitgevoerd. In 2020 is ter plaatse van de gootlijn reeds een asbestverontreiniging aangetoond; Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

12 • •

De opstal met de voormalige bovengrondse tank en zonder asbestverdacht materiaal is nog aanwezig. De overige opstallen op de onderzoekslocatie zijn gesloopt; De watergangen op de onderzoekslocatie C-watergangen betreffen en hiervan zijn geen waterbodemkwaliteitsgegevens van bekend. In de buurt zijn geen lozingspunten, overstorten en/of uitlaten. De aanwezige watergangen op de percelen dienen als opvang van hemelwater en betreft zoet water. De kwaliteit van eventueel slib en de vaste waterbodem in de watergang is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van voormalige agrarische activiteiten en voor een deel van de watergang door de (voormalige) PAK verontreiniging in de grond en het grondwater.

In verband met de voorgenomen herontwikkeling dient op basis van bovengenoemde gegevens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740. Er zal beperkt inpandig onderzoek worden uitgevoerd. In voorliggende onderzoeksopzet is reeds rekening gehouden met de bovengenoemde conclusies van het historisch onderzoek. Op basis van deze beschikbare informatie wordt voor het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging en van een onverdachte locatie voor het weiland/braakliggende percelen. De teeltlaag, bestrijdingsmiddelenkast en bovengrondse dieseltank met lekbak vormen hierbij aandachtspunten. Met betrekking tot de teeltlaag blijkt uit voorgaande onderzoeken dat geen noemenswaardige verontreinigingen voor OCB zijn aangetoond. Hierbij de teeltlaag van de onderzoekslocatie echter niet afzonderlijk onderzocht maar is dit meegenomen met de bovengrond (voldoet niet aan de huidige normen van het bevoegd gezag). Derhalve is ervoor gekozen om de teeltlaag nogmaals afzonderlijk te onderzoeken op OCB, maar hierbij kan wel worden volstaan met de onverdachte strategie. De voormalig) bestrijdingsmiddelenkast en voormalige bovengrondse dieseltank in lekbak waren tijdens voorgaand onderzoek huidig en dienen nogmaals onderzocht te worden voor de periode van 2006-2020.

De overige bodembedreigende activiteiten waren tijdens voorgaand onderzoek reeds voormalig en behoeven niet nogmaals onderzocht te worden. Een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 (verdachte strategie) en/of NEN 5897 (halfverhardingslagen) is enkel noodzakelijk ter plaatse van het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing (met uitzondering van de gootlijnen). De puindam en het puin(rij)pad op de onderzoekslocatie, waar een nader onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van voorgaand onderzoek (B19.7269), worden niet meegenomen met het voorliggend onderzoek. Dit zal op een later moment worden uitgevoerd. Tevens dienen de aanwezige watergangen, welke zich deels op de perceelsgrenzen bevinden, onderzocht te worden door middel van een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN 5720. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met het voorkomen van OCB en voor een deel van de watergang voor PAK.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

13

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1.

Bodemopbouw

Op de locatie is een circa 5 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een slecht doorlatende laag welke bestaat uit Holocene afzettingen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 11 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden en grof zand van de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre. Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een circa 20 centimeter dik slecht doorlatend pakket, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Waalre. Hieronder is tot circa 42 m-mv een tweede watervoerend pakket aanwezig hoofdnamelijk bestaande uit midden en grof zand van de Formaties van Peize en Waalre. Hieronder bevindt zich een circa 3 meter dikke scheidende laag [7]. 4.2. Geohydrologie De stromingsrichting van het oppervlakte grondwater is, naar verwachting, noordwestelijk gericht in de richting van de Waal. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De onderzoekslocatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied.

5.

HYPOTHESE Op basis van de reeds beschikbare gegevens wordt voor het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing de verdachte hypothese gehanteerd met betrekking tot het voorkomen van een bodemen asbestverontreiniging. Hierbij vormen de (voormalige) bovengrondse dieseltank in lekbak en (voormalige) bestrijdingsmiddelenkast aandachtspunten. Voor de omliggende weilanden / braakliggende percelen wordt de onverdachte hypothese aangehouden. De gehele onderzoekslocatie heeft als aandachtspunten de voormalige watergangen en OCB in de teeltlaag. Voor wat betreft de waterbodem wordt uitgegaan van verspreidbare baggerspecie, met uitzondering van de waterbodem ter plaatse van de voormalige minerale olie en PAK grond- en grondwaterverontreiniging. Hierbij is een restverontreiniging met PAK achtergebleven in het grondwater en wordt voor de waterbodem uitgegaan van niet verspreidbare baggerspecie.

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit (erf met tuin) Voor het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing is uitgegaan van de NEN 5740:2009/A1:2016 voor een diffuus niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), waarbij alle boringen minimaal tot 1,0 m-mv worden doorgezet (oppervlakte 7.000 m2). Ter plaatse van de bebouwing worden betonboringen gezet om de grond onder de bebouwing te analyseren. Voor de ondergrond wordt de onverdachte strategie gehanteerd (ONV-NL, < 7.000 m2). Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

14 Algemene kwaliteit (overige terrein) Voor het overige terrein (weiland en braakliggende percelen) is voor zowel de boven- als ondergrond uitgegaan van een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL, oppervlakte < 2 ha). Aanvullend worden 3 dwarsraaien van ieder 3 boringen tot 2,0 m-mv per raai verricht ter plaatse van de ligging van de vermoedelijke voormalige watergangen. Hiervoor is vooralsnog 1 extra NEN-pakket opgenomen. Bodembedreigende activiteiten De voormalige bovengrondse dieseltank in lekbak en de voormalige bestrijdingsmiddelenkast worden afgeleid (maatwerk) van de VEP (plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern) voor een maximale oppervlakte van 100 m2. Er wordt een peilbuis en een diepe boring gesitueerd bij de ligging van de (voormalige) bovengrondse dieseltank in lekbak. Ter plaatse van de (voormalige) bestrijdingsmiddelenkast worden twee boringen gesitueerd. Voor de (voormalige) bovengrondse dieseltank wordt minerale olie analyse opgenomen voor de bovengrond en een NEN pakket voor het grondwater. Voor de (voormalige) bestrijdingsmiddelenkast wordt een OCB analyse van de teeltlaag opgenomen. Teeltlaagonderzoek Tevens zal de teeltlaag (0,0-0,3 m-mv) van de gehele onderzoekslocatie aanvullend worden onderzocht op OCB conform de onverdachte strategie (ONV-NL, < 3 ha).

Er is voor de onverdachte strategie gekozen, aangezien tijdens het verkennend onderzoek in 2006 maximaal licht verhoogde gehalten voor DDT/DDD/DDE (som) zijn aangetoond in de bovengrond van 0,00,5 m-mv (dit voldoet echter niet aan de huidige normen (teeltlaag 0,0-0,3 m-mv) van het bevoegd gezag) en tijdens de diverse onderzoeken in 2019 aan de Hamsestraat 77 in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de OCB parameters zijn aangetoond. Verkennend onderzoek naar asbest (erf met tuin) Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van het erf met tuin en de (voormalige) bebouwing wordt de verdachte heterogene strategie gehanteerd volgens de NEN 5707:2015/C2:2017 en/of conform de NEN 5897:2015/C2:2017 voor halfverhardingslagen voor een oppervlakte van maximaal 7.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarbij enkele proefgaten dieper zijn doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd.

Van de meest verdachte grond-/puinlagen uit de proefgaten, worden diverse grondmonsters samengesteld voor analyses op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). Verkennend waterbodemonderzoek Het verkennend waterbodemonderzoek ter plaatse van de watergangen wordt uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie beschreven in de NEN5720:2017, onderzoeksstrategie voor een overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN). De waterbodemmonsters dienen geanalyseerd te worden op het standaard waterbodempakket C2 (NEN, aangevuld met arseen, chroom en OCB). De waterbodem (circa 60 m) ter plaatse van de restverontreiniging met PAK wordt hierbij afzonderlijk onderzocht van de overige watergangen (circa 440 m).

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

15

6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: ECSIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2003: veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6) en protocol 2002 (versie 6): het nemen van grondwatermonsters. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest zijn eveneens uitgevoerd conform de geldende NEN/NPR-normen, BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep kernboor en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data

Bedrijf

29 en 30 juni en 1 en 2 juli 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker(s) De heer C.C.G. van Rossum

29 juni 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

10 juli 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer C.C.G. van Rossum

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2003 (v. 6) 2018 (v. 6) 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

De bodemvreemde lagen betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2018 onderzocht. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 50 boringen (B01 t/m B44) geplaatst. De boringen B01 t/m B19 zijn geplaatst ter plaatse van het erf met tuin, waarbij de boringen B11 en B12 zijn gesitueerd bij de voormalige bestrijdingsmiddelenkast en de boringen B15 en PB16 ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank. De boringen B20 t/m B45 zijn ter plaatse van het overige terrein (weiland en braakliggende percelen) geplaatst. Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn de boringen PB16, PB23, PB37B en PB40 dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv Erf met tuin Algemene kwaliteit Voormalige bestrijdingsmiddelenkast Voormalige bovengrondse dieseltank Overige terrein Algemene kwaliteit (inclusief voormalige watergangen)

Boringen / peilbuizen Circa 2,0 m-mv

Peilbuis (filterstelling m-mv)

B01, B02, B04 t/m B10, B13, B14, B17 t/m B19 B11

B03

-

B12

-

-

B15

PB16 (2,2-3,2)

B20, B21, B24 t/m B27, B29 t/m B34, B36, B38, B39, B41 t/m B45

B22A-C, B28A-C, B35, B37A, PB23 (2,5-3,5) B37C PB37B (2,2-3,2) PB40 (2,2-3,2)

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

16 De raaiboringen B22A-C, B28A-C en PB37A-C zijn ter plaatse van de vermoedelijke ligging cab de voormalige watergangen geplaatst. Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB16, PB23, PB37B en PB40 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 10 juli 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest ter plaatse van het erf met tuin is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie bedekt is met vegetatie (> 20 mm) en verhardingen (samen 70 %) en met bebouwing (2 %). Ondanks de aanwezige belemmeringen heeft een efficiënte maaiveldinspectie (> 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn ter plaatse van de voormalige bebouwing met bestrijdingsmiddelenkast zintuiglijk (fractie > 20 mm) asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Het betreft circa 628 gram asbestverdacht (plaat)materiaal. De vindplaats is weergeven op de situatieschets in bijlage 2a.

Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen, zijn in totaal 17 proefgaten (B01 t/m B15, B18 en B19) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Proefgat B11 is dieper doorgegraven tot 1,0 m-mv. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij is ter plaatse van de voormalige bebouwing met bestrijdingsmiddelenkast in proefgat B11 circa 686 gram asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In het veld zijn tien grond/puinmonster(s) samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grond/puinmonster(s) en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. Waterbodem Ten behoeve van het waterbodemonderzoek zijn 20 grepen (G01 t/m G20), evenredig verdeeld over de twee watervoerende sloot, van de waterbodem genomen. Er is een laag van 11 tot 40 cm slib in de watergangen aangetroffen en bemonsterd.

Ter hoogte van de grepen G02, G05, G09, G12, G15 en G18 zijn in de watergang raaien geplaatst ten behoeve van de dwarsprofielen. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen, proefgaten en grepen is opgenomen als bijlage 2a.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

17

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [8]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [9] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: • Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. • Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020, inclusief aanpassing d.d. 1 juli 2020), worden gehanteerd.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

18 In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [9] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [9] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Herenland West te Opheusden Rapportnr.: B20.7854 versie: 01 datum: 29 juli 2020

19

7.3.

Waterbodem

De verontreinigingssituatie en/of toepassingsmogelijkheden van baggerspecie kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de betreffende normwaarden. De normwaarden zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de baggerspecie. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de normwaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar de waarden voor standaard bodem. Indien deze niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Afhankelijk van de toepassing van de baggerspecie, nadat deze uit de watergang is verwijderd, moet deze op een andere wijze worden getoetst. In voorliggende rapportage zullen de volgende toepassingsmogelijkheden worden besproken: - Toepassen van de baggerspecie op de bodem (T.1); - Toepassen van de baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam (T.3); - Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5). De tussen haakjes weergegeven T.1, T.3 en T.5 hebben betrekking op de opgegeven naamgeving bij de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Bij het beoordelen van de kwaliteit van de baggerspecie zal gebruik worden gemaakt van BoToVa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14223450/1