CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Verordening Afvalstoffenheffing

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Afvalstoffenheffing 2022 en begrotingswijziging Avri1.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING AVRI 2022

Het algemeen bestuur van Avri besluit, gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 6 oktober 2022; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; gelet op artikel 21, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Avri; gelet op de Afvalstoffenverordening Avri; vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing; "Verordening Afvalstoffenheffing Avri 2022".

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Heffingsgebied: Gebruik maken: BSR:

het totale gebied van de in de gemeenschappelijke regeling "Avri" deelnemende gemeenten. gebruik maken in de zin van artikel 15.33 wet milieubeheer. Belasting Samenwerking Rivierenland.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 2002, 399). 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt, op grond van de daarbij behorende tarieventabel, naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een WOZobject ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een WOZ-object ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van het WOZ-object; b. ingeval een gedeelte van een WOZ-object voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan; c. ingeval er sprake is van het ter beschikking stellen van een WOZ-object voor volgtijdig gebruik: degene die dat WOZ-object ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Bepalend is daarbij het containerpakket dat op 1 januari van het onderhavige belastingjaar in de "afval en minicontainer registratie van Avri" is vastgelegd. 3. Vangt de belastingplicht in de loop van het jaar aan, dan is bepalend het containerpakket dat zes weken na de aanvang van de belastingplicht bij dit WOZ-object is vastgelegd in de "afval en minicontainer registratie van Avri". Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6. Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1, 2, 3, 6 en 7 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 4, 5 en 8 van de tarieventabel wordt geheven door

middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, 2, 3, 6 en 7 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, 2, 3, 6 en 7 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, 2, 3, 6 en 7 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. De belasting bedoeld in hoofdstuk 4, 5 en 8 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 6.

Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 8. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet de verschuldigde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid kunnen op verzoek van belastingplichtige de aanslagen worden betaald in acht gelijke termijnen, het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere belastingen moet tenminste € 40,- bedragen. De verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel 9.

Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing zoals bepaald in hoofdstuk 1, en de toeslagen zoals bepaald in hoofdstukken 6 en 7 van de tarieventabel voor kwijtschelding in aanmerking. Voor de tarieven zoals vastgelegd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, kan kwijtschelding worden aangevraagd voor maximaal een bedrag van € 30 per belastingjaar. Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening afvalstoffenheffing Avri 2021”, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening en de Tarieventabel als bedoeld in artikel 4, treden in werking met ingang van 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing Avri 2022”.

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Avri in zijn openbare vergadering van 16 december 2021, De secretaris,

de voorzitter,

W. Brouwer

J. Reus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10772858/1