Bijlage 3 - Toelichting
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpOPherenlandwest-ont1
Bestemmingsplan "Herenland West”
Ontwerp
22 september 2023
Bestemmingsplan Herenland West
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
11 11 13 17 20
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Explosieven
21 21 23 23 26 29 31 32 36 39 42 44 37
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
46 46 46 46 47 48
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid
49 49
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Ontwerpfase 7.3 Vaststellingsfase
50 50 50 51
2
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Toelichting
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
3
Bestemmingsplan Herenland West
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
Aanleiding voor het voorliggende bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling van het nieuwe woongebied Herenland-West met 111 woningen, Herenland-West is een nieuwbouwlocatie die al in 2003 in de Structuurvisie ‘Kernen Gemeente Neder-Betuwe’ is vastgelegd. In de structuurvisie NederBetuwe 2018 is deze locatie opnieuw opgenomen. De uitwerking en ontwikkeling van Herenland is opgedeeld in 5 fasen. Fase 1, 2 en 3 bestonden uit de bouw van 112 woningen. Hiervan is een deel gerealiseerd met het bestemmingsplan ‘Herenland Fase 3’, vastgesteld op 19 december 2013 en ‘Herenland fase 3a’, vastgesteld op 24 september 2020. Herenland West gaat over de bouw van de resterende woningen. Gelijktijdig met de uitwerking van de woningbouwplannen is de gemeente Neder-Betuwe de aanleg van de randweg rond Opheusden aan het voorbereiden. Hiervoor is een aparte ruimtelijke procedure gevolgd. De randweg krijgt zuidelijk van Herenland-West een aansluiting op de wijk. Zuidelijk van deze aansluiting wordt de mogelijkheid gezien om ook woningen te realiseren. Dit terrein is in dit bestemmingsplan daarom ook meegenomen. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling van de nieuwe woningen.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit twee delen. Het grootste deel is gelegen aan de westzijde van Opheusden dat onderdeel uitmaakt van de gemeente Neder-Betuwe. Het is gelegen tussen de Nannenbergstraat en de Hamsestraat. Zuidoostelijk gelegen van het plangebied liggen de reeds gerealiseerde delen van Herenland. Het plangebied bestaat voor een deel uit het agrarische gebied langs de Hamsestraat. Ten noorden van het plangebied ligt de lintbebouwing van de Hamsestraat. Ten zuiden van de locatie zijn sportvelden en de spoor aanwezig. Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd ten behoeve van de woning aan de Hamsestraat 77. Daarnaast zijn er enkele agrarische opstallen aanwezig. Op dit deel van het plangebied wordt de woningbouw van 111 nieuwe woningen mogelijk gemaakt in verschillende woningtypes en prijscategorieën. In de volgende afbeelding zijn beide delen van het plangebied zichtbaar.
4
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeren thans de volgende bestemmingsplannen: •
''Buitengebied Kesteren', dat op 8 april 2014 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld;
•
‘VAB-beleid’. Dit plan is op 9 maart 2017 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe vastgesteld;
•
‘Parapluregeling Parkeren’, dat op 27 september 2018 door de gemeenteraad van NederBetuwe is vastgesteld;
•
‘Plattelandswoningen’. Dit plan is op 21 oktober 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe vastgesteld;
•
‘Parapluplan 2020’, dat op 24 september 2020 is vastgesteld.
De gronden van het plangebied die deel uitmaken van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Kesteren 2014’ kennen voor het plangebied de volgende bestemmingen (zie afbeelding 1.3): •
De enkelbestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Wonen’ en ‘Water’;
•
De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’, ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waterstaat – Beheerszone watergang’.
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
5
Bestemmingsplan Herenland West
Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘’Buitengebied Kesteren’ (2014) met daarin zichtbaar het plangebied. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische productie, teelt op folie, worteldoek of goten, het weiden van dieren, bijbehorende voorzieningen, landschappelijke beplanting, watergangen en daarbij behorende voorzieningen en extensief dagrecreatie medegebruik. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bewoning, bijbehorende voorzieningen en landschappelijke beplanting. Per bestemmingsvlak is één woning – respectievelijk het bestaande aantal woningen toegestaan. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor waterpartijen, watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, extensief dagrecreatief medegebruik, watergangen en bijbehorende oeverzones en de instandhouding, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan waterpartijen. De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. Voor ‘Waarde – Archeologie 4’ gelden strengere regels wanneer een oppervlak binnen deze bestemming nieuw wordt bebouwd dan bij ‘Waarde – Archeologie 5’. De voor ‘Waterstaat – Beheerszone watergang’ loopt dwars door het plangebied.
De met deze bestemming aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming, het beheer en verbeteren van de watergang en voorzieningen voor de waterhuishouding. De beoogde ontwikkeling is op basis van de geldende bestemmingsplannen en in het bijzonder de aan de vigerende bestemmingen verbonden gebruiksbepalingen en daaraan verbonden regels niet mogelijk. Om die reden dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voor het noordwestelijk deel van het plangebied is recent het bestemmingsplan Herenland fase 3a vastgesteld. Dit deel heeft ook de bestemming ‘Agrarisch’.
6
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
De oostelijk gelegen delen maken deel uit van het bestemmingsplan Herenland. Op grond van dit plan zijn deze delen bestemd als ‘Woongebied, nader uit te werken’. Het bestemmingsplan Herenland is uit 2001. De gronden maken onderdeel uit van de plannen die eerder voor Herenland zijn opgesteld en worden in dit bestemmingsplan meegenomen en tot woongebied bestemd. De volgende afbeelding toont de ligging van de delen van het bestemmingsplan die vallen binnen het bestemmingsplan Herenland uit 2001.
Afbeelding 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘’Buitengebied Kesteren’ (2014) met daarin aangeduid de ligging van de delen waarvoor het bestemmingsplan ‘Herenland’ (2001) geldt.
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
7
Bestemmingsplan Herenland West
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
8
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied betreft voor het overgrote deel agrarische percelen en is gedeeltelijk bebouwd ten behoeve van de woning aan de Hamsestraat 77. Het plangebied is nog niet ontsloten. Wel zijn omliggende wegen zoals bij Herenland fase 3 gereed om het plangebied in toekomst te ontsluiten. In het plangebied is de overheersende slagenstructuur in het landschap goed zichtbaar. Deze slagenstructuur is afkomstig uit de tijd dat het landschap in cultuur werd gebracht. De watergangen die zijn aangelegd hebben een waterhuishoudkundige functie.
2.1
Toekomstige situatie
Het voorliggende plan vormt een volgende fase van de ontwikkeling van Herenland, namelijk Herenland West. Er wordt in totaal 111 woningen bestemd in de vorm rijwoningen, half vrijstaande woningen vrijstaande woningen en appartementen. 30% van het aantal woningen buiten de plandelen van die onderdeel zijn van het vigerend plan Herenland uit 2001 is sociale huur. Om in de toekomst te kunnen inspelen op actuele volkshuisvestelijke opgaven is het mogelijk om meer woningen toe te staan mits dit milieutechnisch, ruimtelijk (stedenbouwkundig en verkeerskundig) en volkshuisvestelijk haalbaar blijkt te zijn. Ook in het geval het aantal woningen zal toenemen geldt dat 30 % van het aantal sociale huur dient te zijn. De structuur van de wijk is gebaseerd op de eerder besproken slagenstructuur in het landschap. Ook zijn bestaande watergangen in het stedenbouwkundig ontwerp opgenomen. De woningen aan de Hamsestraat zijn in de lintstructuur van deze straat gepositioneerd. Voor het zuidelijk deel van het plangebied in de nabijheid van de nieuwe aansluiting van de in voorbereiding zijnde randweg worden twee appartementengebouwen gerealiseerd. Deze gebouwen markeren de nieuwe entree van het dorp. Het zuidelijke gebouw bestaat uit vijf bouwlagen. Dit gebouw is gelegen in een omgeving die veel openheid heeft. Het gebouw direct ten noorden van de nieuwe randweg bestaat uit drie bouwlagen.
Hiermee wordt aangesloten op de bouwhoogte van de rest van de woonwijk en bestaande omgeving. De volgende afbeelding toont het noordelijk deel van het plangebied met daarin de verkaveling van de 111 geplande woningen.
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
9
Bestemmingsplan Herenland West
Afbeelding 2.1: verkaveling van het plangebied Het plangebied wordt ontsloten op vier plekken via een nieuw aan leggen weg ontsloten. Enerzijds wordt het plangebied via de Viergeverstraat ontsloten en op het nog te realiseren woongebied Herenland fase 3a. Anderzijds wordt noordelijk een nieuwe ontsluiting via de Hamsestraat mogelijk gemaakt. In het zuiden zal een ontsluiting op de nog aan te leggen randweg rond Opheusden mogelijk worden gemaakt. Bewoners parkeren op eigen erf. Voor bezoekers is het mogelijk om in de straat te parkeren. Bij de twee appartementengebouwen is een parkeerterrein gepland. Het stedenbouwkundig plan is als bijlage bij de toelichting gevoegd.
10
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. 3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezighouden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie 3.1.2. 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in een van de gebieden die zijn aangewezen als gebieden met een nationaal ruimtelijk belang zoals genoemd in de SVIR. bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
11
Bestemmingsplan Herenland West
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied.
Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt in het Bro de de daarop berustende bepalingen onder stedelijke ontwikkeling verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit jurisprudentie1 volgt dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in onderlinge samenhang moet worden bezien in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging, de aard van de voorziene functie, alsmede het planologische beslag dat de voorziene ontwikkeling op de ruimte legt in vergelijking met het voorgaande plan. Planspecifiek Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 111 inclusief aansluiting op de Hamsestraat, Viergeverstraat en Herenland fase 3a en zuidelijk op de nog aan te leggen randweg mogelijk. Het betreft een stedelijke ontwikkeling. Het plangebied is niet binnen bestaand stedelijk gebied gelegen. Als een woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.
Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op maximaal vier opeenvolgende rechtsvragen in. Vraag 1. Is er sprake van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling? Ja, de ontwikkeling van 54 woningen is een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
1
Zaaknummer ECLI:NL:RVS:2016:2508, www.rechtspraak.nl
12
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Vraag 2. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Er is een hoge vraag naar woningen in de gemeente Neder-Betuwe, vooral in de groeikernen waaronder Opheusden. In de afgelopen 20 jaar is er met nieuwbouw gemixt gebouwd. Maar er zijn nog steeds onvoldoende rijwoningen in de koopsector: 65% van de rijwoningen is namelijk huur. Gemengd bouwen in woningtypen geeft ook hier de kans om te bouwen voor diverse doelgroepen. Qua huishoudens en inkomen is circa 34% van de huidige huishoudens van Opheusden afhankelijk van lage segment in huur en koop. Er zal daarmee meer doorstroming binnen het dorp op gang komen. De behoefte is concreet en de ontwikkeling is voorzien in het woningbouwprogramma.
Vraag 3. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Het plangebied grenst aan het bestaand stedelijk gebied, maar maakt er (nog) geen deel van uit.
Vraag 4. Waarom kan de ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied plaatsvinden? In Opheusden zijn nauwelijks inbreidingsmogelijkheden. Het dorp is compact van opzet. Binnen het stedelijk gebied zijn er basisvoorzieningen die behouden moeten blijven. Ook zijn er vrijwel geen bedrijfsmatige activiteiten die verplaatst kunnen of moeten worden. De weinige inbreidingslocaties die het dorp beschikbaar heeft of krijgt voor woningbouw zijn al als projecten in het woningbouwprogramma opgenomen. Om aan de vraag qua aantal woningen te voldoen is er meer ontwikkelgebied nodig en is uitbreiding van het stedelijk gebied noodzakelijk. De ontwikkeling is gesitueerd direct grenzend aan de bestaande dorpsrand. Het gekozen gebied kent geen wezenlijke landschappelijke of cultuurhistorische kenmerken die als gevolg van de woningbouwontwikkeling vernietigd zouden worden. Aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. De onderbouwing voor de behoefte en de regionale afstemming is opgenomen in paragraaf 3.2.3. van deze toelichting. 3.1.4 Conclusie Aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. Op 5 juli 2022 is het meeste recente actualisatieplan vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
13
Bestemmingsplan Herenland West
3.2.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Ruimte in kleinere kernen en vrijgekomen bebouwing in het landelijk gebied kan worden benut voor wonen en nieuwe economische dragers en als versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bij de nadere invulling van de uitgangspunten wordt ruimte gelaten voor lokale of regionale initiatieven door gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden. Bouwprogramma's voor nieuwe woningen zijn daarbij in regionaal verband afgestemd. Waar mogelijk kan lokaal maatwerk worden geleverd. De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben.
De provincie gaat voor: • sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; • een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan. Als leidend principe hanteert de provincie de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Dit houdt in dat in bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moet worden aangegeven hoe met de ladder is omgegaan, zie ook 3.1.3. De provincie hanteert voor de bepaling van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro.
3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek De omgevingsvisie en verordening benoemen geen voor het initiatief relevante beleidsaspecten. Met betrekking tot de woningbouwafspraken en klimaatadaptatie geldt het volgende; 3.2.4 Woningbouwafspraken De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) dat “in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” De gemeenten in de regio Rivierenland werken al jarenlang samen op het gebied van wonen.
De regio heeft een methodiek van kwalitatief programmeren ontwikkeld, die de instemming van de provincie heeft. Om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte inzichtelijk te krijgen hebben de gemeenten van de regio Rivierenland afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren - actueel 14
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. Alle projecten worden getoetst op vijf punten: 1. Plancapaciteit 2. Planstatus 3. Woonmilieu, prijs en woningtype 4. Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving 5. Prioritering
1. Plancapaciteit Het plan Herenland West is opgenomen in de regionale woningbouwmonitor met status: 4 plancapaciteit in voorbereiding. 2. Planstatus Het plan Herenland West is opgenomen in de regionale woningbouwmonitor met status: zacht (rood). Dat betekent dat er geen bestemmingsplan en geen harde afspraken zijn. Het plan omvat schetsplannen zonder verdere status. Na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan wordt de status: juridisch hard (groen). 3. Woonmilieu, prijs en woningtype In het regionaal woningbehoefteonderzoek rivierenland 2019 wordt gekeken naar de vraagontwikkeling. Het gaat om de kwaliteit van het plan en niet alleen om de aantal te bouwen woningen. Het voorliggende plan omvat verschillende woningtypen én in verschillende prijsklassen. Met specifiek aandacht voor het goedkope en betaalbare segment in huur en koop is er aandacht voor starters, eenpersoonshuishoudens en wonen met zorg of begeleiding. Voor senioren is er specifiek aandacht in het bouwen om langer zelfstandig thuis te wonen. Hierdoor is de score: kansrijk programma (groen). Dat betekent plannen in uitvoering of gewenst woningbouwprogramma zoals zorg geschikte woningen én bij grote projecten (meer dan 5 woningen): evenwichtige mix van koop en huur, betaalbaar, middelduur en duur. 4.
Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving In de woningbouwmonitor worden plannen tegen het licht gehouden van het woonbeleid dat er lokaal en regionaal is vastgesteld. Belangrijke speerpunten uit dit woonbeleid zijn: betaalbaar en beschikbaarheid van woningen én specifiek aandacht voor senioren, starters en kwetsbare doelgroepen. De score is: gemiddeld (oranje). Dat betekent dat het plan passend is in het lokale en regionale woonbeleid, passend in ruimtelijk beleid, maar ook geen meerwaarde voor locatie en omgeving waarbij bedoeld wordt dat bij 'niets doen' het gewoon 'weiland' blijft. Er is hier geen sprake van een herstructurering of verbetering van de locatie. 5. Prioritering Het plan sluit goed aan het de woningbehoefte en het woonbeleid. Hiermee valt in categorie 1: kansrijke plannen (groen). Daarin vallen plannen die goed aansluiten bij de actuele markt, waarvoor tenminste een bestuurlijk besluit is genomen en die gerealiseerd worden binnen vijf jaar. bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
15
Bestemmingsplan Herenland West
3.2.5
Klimaatadaptatie
Ons klimaat verandert merkbaar en raakt alle facetten van onze leefomgeving. Wij streven ernaar om in 2050 in Gelderland goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vragen wij daarom om een toelichting op de maatregelen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Het gaat hierbij om risico's als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen. Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom ook belangrijk dat het waterschap betrokken wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan voorziet in een watersysteem waarmee water geïntegreerd wordt in het nieuwe woningbouwplan. Dit zorgt voor de opvang van overtollig hemelwater en voor koelteplekken tijdens hitteperiodes. In paragraaf 4.8 wordt het watersysteem nader beschreven. De gemeente heeft de uitgangspunten voor de wijze waarop wordt omgegaan met het veranderende klimaat beschreven in de Lokale Adaptieve Strategie (LAS). Deze uitgangspunten gelden voor de gehele gemeente. Een aantal daarvan heeft betrekking op de beoogde ontwikkeling; a.
Per nieuwe woning wordt minimaal 75m2 groen ontwikkeld conform uit te werken voorwaarden, eventueel in combinatie met waterbergende maatregelen of speelfuncties. b. Bestaande groenstructuren (indien van kwaliteit aangemerkt als bepalend groen) worden beschermd en ingepast bij nieuwbouwontwikkelingen. c. Fietsroutes en wandelpaden (hoofdroutes) worden bij ontwikkelingen voorzien en ontworpen met >30% beschaduwing in volgroeide toestand. d. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt regenwater van woningen wordt niet op het gemengde riool aangesloten, maar afgekoppeld. Op termijn wordt dit bij alle bestaande bouw ook toegepast. e. Bij nieuwbouw moet minimaal 20 mm van de neerslag op eigen terrein geborgen worden. De berging moet binnen 24 uur weer beschikbaar zijn. f. Grote daken (>200 m2 en ongedeeld perceel) van nieuwe ontwikkelingen worden groenblauw vormgegeven met ruimte voor energieopwekking. De netbeheerder wordt hierbij vroegtijdig betrokken. g. Bij pottenteelt in ons gebied sturen we op waterbuffers op eigen terrein. Bij voorkeur worden waterbuffers landschappelijk ingepast met ecologische meerwaarde om de teloorgang van biodiversiteit te compenseren. In het plan is voldoende groen per woning beschikbaar. Ten aanzien van de gestapelde woningen geldt dat in beperkte mate hiervan kan worden afgeweken.
Bij een dergelijk woningtype is namelijk sprake van een gezamenlijk dakvlak en dus een relatief kleine verharding per woning. In de regels van het bestemmingsplan zijn de structureel groene gebieden als Groen bestemd. In de regels is de verplichting opgenomen om water als gevolg van verharding in het plangebied te bergen. Langs de hoofdroutes worden bomenrijen aangelegd om schaduwwerking te bevorderen.
3.2.6
Conclusie
Het bestemmingsplan is, mede door toepassing van de gemeentelijke uitgangspunten zoals benoemd in het LAS, passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland en past binnen de regionale woningbouwafspraken en uitgangspunten in het kader van klimaatadaptatie.
16
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie NederBetuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De tien speerpunten zijn:
• • • • • • • • • •
Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Wonen voor iedereen Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV,de auto,de fiets en voor de wandelaar Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat Een gezonde, groene en biodiverse omgeving. Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente
Afbeelding 3.1.: Richtinggevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
17
Bestemmingsplan Herenland West
Planspecifiek Op de bovenstaande uitsnede van de richtgevende kaart van de Omgevingsvisie Neder-Betuwe is het plangebied aangeduid als 'gepland wonen'. De gemeente Neder-Betuwe bouwt voor de eigen woningbehoefte. Algemeen uitgangspunt daarbij is 'inbreiding gaat voor uitbreiding'. Het aantal inbreidingslocaties in de kern Opheusden biedt op korte termijn onvoldoende ruimte om in de benodigde woningaantallen te voorzien. Een uitbreiding van de kern is noodzakelijk en de uitbreidingswijk Herenland West voorziet hierin. De locatie wordt specifiek benoemd in de Omgevingsvisie als 'gepland wonen'. Bovendien past het plan binnen de waarden van Opheusden met betrekking tot woningbouw. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe. 3.3.2
Programma Wonen 2020-2030: Wonen voor iedereen
Op 1 februari 2016 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de woonvisie vastgesteld. In deze visie is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, kansen, aanbod en behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt deze visie belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Binnen het Regionale Woningmarktonderzoek en de Regionale Woonagenda worden de kaders van de nieuwbouwopgave met de regiogemeenten en Provincie Gelderland afgestemd. Hiermee wordt gezorgd dat de nieuwbouwproductie past binnen de regionale behoefte. In 2019 is er een Regionaal Woningbehoefte Onderzoek uitgevoerd, waarna in 2020 de Regionale Woonagenda met bouwprogramma 2020-2030 is vastgesteld. Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie Neder- Betuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt.
Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen.
Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk 18
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd. Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur.
Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in Neder- Betuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. De gemeente wil het woonklimaat de komende jaren verder versterken en verbeteren zodat NederBetuwe een sterke gemeente met vitale kernen blijft.
Dit wil de gemeente bereiken door actief woonbeleid te voeren op de volgende aandachtspunten: 1. Toevoegen van duurzaam aantrekkelijke woningen Landelijk zijn er drie trends die van invloed zijn op de woningmarkt en het gewenste woningaanbod: • • •
Vergrijzing in combinatie met het langer zelfstandig thuis wonen. Diverse doelgroepen die zich gaan beroepen op de reguliere woningmarkt: statushouders, arbeidsmigranten, zorgvragers. Meer kleinere huishoudens bestaande uit 1 a 2 personen.
Net als de landelijke ontwikkeling zet ook in Neder-Betuwe de vergrijzing zich voort, maar zit rond 2035 op haar hoogtepunt. Daarnaast kent Neder-Betuwe, in tegenstelling tot andere regiogemeenten, zich door het hoge aandeel grote gezinnen en een langer stijgende demografische ontwikkeling. De ambitie is om tot een meer gevarieerde woningvoorraad te komen. 2. Inzetten op een realistische nieuwbouwambitie Het hanteren van een realistische woningbouwambitie is belangrijk om ervoor te waken dat het woningaanbod in kwaliteit en kwantiteit goed aansluit bij de woningbehoefte. Op basis van de
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
19
Bestemmingsplan Herenland West
Regionale woonagenda en bouwprogramma 2020-2030 wordt uitgegaan van minimaal 950 en maximaal 1400 nieuwbouwwoningen voor gemeente Neder-Betuwe. De ontwikkeling in het plangebied zorgt voor een groei van het woningaanbod en past binnen de jaarlijks gewenste productie. 3. Woningbouw in elke kern, volwaardige afronding van huidige plannen Om de kernen vitaal te houden is het belangrijk dat elke kern de mogelijkheid behoudt om nieuwe woningen aan de voorraad toe te voegen, als hier voldoende behoefte aan is. De woningbehoefte wordt regelmatig onderzocht en het woningbouwprogramma wordt hieraan getoetst. Nieuwe initiatieven worden beoordeeld op hun bijdrage aan het invullen van de vraag. Het is belangrijk dat de plannen die in de afgelopen jaren zijn voorbereid -en waarvan de behoefte is bewezen- nu ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. De woningen in het plangebied passen qua locatie, kwaliteit en kwantiteit in het woningbouwprogramma. De regeling in dit bestemmingsplan maakt het bovendien mogelijk om, mits haalbaar in te spelen op actuele volkshuisvestelijke opgaven. 4. Verder verduurzamen van de woningvoorraad De komende jaren wil de gemeente verder met het energiezuiniger en levensloopgeschikter maken van de bestaande woningvoorraad. In de nieuwbouw houden we vast aan de energieprestatienorm uit het Bouwbesluit. 5.
Betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen Kwetsbare doelgroepen zijn doelgroepen die niet zonder extra maatregelen aan passende woonruimte kunnen komen. Hierbij richt men op huishoudens met lage inkomens en lage middeninkomens. Circa 30% van de woningen in gemeente Neder-Betuwe is een sociale huurwoning. Om de opgave blijvend te kunnen invullen is bij nieuwbouw de realisatie van minimaal 30% sociale huur noodzakelijk. Planspecifiek Het plan geeft in kwantitatieve zin invulling aan de vraag naar woningen en de ontwikkeling van de kern Opheusden. Kwalitatief sluit het plan aan op realisatie van een gemengde woonwijk qua woningtypen en doelgroepen. Het plan geeft invulling aan op realisatie van woningen voor kwetsbare doelgroepen en levensloopbestendig bouwen. Hiermee sluit het plan op het Programma Wonen 2020-2030.
3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
20
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad heeft op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vastgesteld. Dit geeft de visie weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: • Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. • Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben effect op de verkeersafwikkelingen en kunnen effect hebben op de leefbaarheid. De gemeente vindt het daarom belangrijk dat er sprake is van een samenhang tussen de drie pijlers van het NBVVP (leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid). Deze samenhang is in het uitgangspunt ‘Verkeer op de juiste plaats’ tot uiting gebracht: een beperkt aantal doorgaande wegen zorgt voor de verwerking van het verkeer en in de overige gebieden staat de kwaliteit van de leefomgeving en verkeersveiligheid centraal. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Met de beoogde ontwikkeling worden 111 woningen mogelijk gemaakt.
Deze worden ontsloten via een nieuw aan te leggen weg vanaf de Viergeverstraat en de Hamsestraat en de in voorbereiding zijnde randweg. Het gaat bij de Viergeverstraat om een 30 km/uur zone. De Hamsestraat betreft een weg met een 50 km/uur zone. Het effect op de verkeersaantrekkende werking en de verkeersafwikkeling op de doorgaande wegen (waaronder Nannenbergstraat en Hamsestraat en in de toekomst ook de randweg rond Opheusden) is gelet op de kleinschaligheid van het plan klein. Met behulp van de rekentool “Parkeren en verkeersgeneratie van de CROW” is bepaald dat de verkeersgeneratie van het plan 880 voertuigen per etmaal bedraagt (8 per woning). Als invoergegevens zijn 111 woningen, voor de gemeente NederBetuwe in de ‘rest bebouwde kom’ gebruikt. De toename van het aantal is gering in verhouding tot de viertal mogelijkheden waarop de nieuwe wijk zal worden ontsloten. De Hamsestraat en in de toekomst ook vooral de nieuwe randweg van Opheusden zijn wegen die de verkeersgeneratie van een groot deel van Opheusden afwikkelen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat deze wegen over voldoende capaciteit beschikt om de toename als gevolg van het plan op te kunnen vangen. Het initiatief is daarmee uitvoerbaar binnen het gemeentelijke 'Verkeer- en Vervoerplan’.
4.1.2
Parkeren
4.1.2.1 Regelgeving In 2017 heeft de gemeenteraad de beleidsnota Nota Parkeernormen Neder-Betuwe vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden. Het parkeerbeleid heeft tot doel de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Neder-Betuwe te waarborgen. Voor dit doel is het van belang om in bestemmingsplannen parkeernormen vast te stellen. bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
21
Bestemmingsplan Herenland West
4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan Met het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' is voor het gehele plangebied van de gemeente Neder-Betuwe het aspect 'parkeren' ten aanzien van bouwen en gebruik geregeld. De beoogde ontwikkeling voorziet in 111 woningen. Rekening houdend met de woningtypes en parkeernormen zijn voor het gehele plan 246 parkeerplaatsen nodig. In de volgende tabel is de berekening van het aantal parkeerplaatsen zichtbaar gemaakt.
Afbeelding 4.1.: Overzicht parkeerbehoefte. De grondgebonden woningen zullen zoveel als mogelijk een parkeerplaats hebben op het eigen erf. In de verkaveling is sprake van de mogelijkheid voor de stalling van 165 plaatsen op het eigen erf. Voor het overige (81 plaatsen) zal ruimte worden gevonden voor parkeren in het openbaar gebied. Het plan voorziet in voldoende ruimte voor de inpassing van dit aantal.
22
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit rapport, ‘Diverse (water)bodemonderzoeken, dd 29 juli 2020 Verhoeven Milieutechniek B.V.’ is in zijn geheel als bijlage bij de toelichting gevoegd. De conclusie luidt als volgt; Vooralsnog bestaan er bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling in verband met de aangetroffen ernstige verontreinigingen voor asbest in grond en puin. Voorafgaand aan de herontwikkeling dient een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd ter plaatse van proefgat B11 en ter plaatse van de puindam en het rijpad. De nadere onderzoeken dienen te worden onderzocht middels proefsleuven om de ernstige verontreinigingen met asbest af te perken. De aangetroffen asbestverontreiniging ter plaatse van boring B11 wordt gerelateerd aan de voormalige bebouwing met asbesthoudende materialen. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek wordt bepaald of en in welke mate sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de reeds aangetroffen asbestverontreiniging in de gootlijn (Tritium Advies B.V., kenmerk 1911/101/HL-01, d.d. 25 februari 2020). Tevens dient rekening te worden gehouden met het aangetroffen asbesthoudend materiaal op het maaiveld.
Indien meer asbesthoudende (plaat)materialen op het maaiveld worden waargenomen, dienen deze conform de richtlijnen door een daartoe gecertificeerde onderaannemer te worden verwijderd middels handpicking. Voor wat betreft de grond (NEN en OCB), grondwater en waterbodem is de (bodem)kwaliteit in wel in voldoende mate onderzocht. Indien toch grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd.
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
23
Bestemmingsplan Herenland West
In verband met de uitbreiding van het plangebied zijn de nog niet eerder onderzochte plandelen onderzocht en is er aanvullend onderzoek gedaan naar eerder geconstateerde asbestverontreniging. De rapportage (Diverse bodemonderzoeken, dd 2 juni 2023 Verhoeven Milieutechniek B.V) is in zijn geheel als bijlage aan de toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt; Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) voor de 2 onderzochte deelgebieden binnen de projectlocatie ‘Herenland West’, gelegen tussen de Hamsestraat en de Nannenbergstraat (deelgebied 1), en achter de Hamsestraat 75 (deelgebied 2) in voldoende mate vastgelegd. Tevens is middels het aanvullende nader onderzoek de verontreiniging met koper en lood in de bovengrond bij een voormalige verfkast in een loods met betonvloer, op perceel C 5045 (Achter Hamsestraat 73, ten noorden van deelgebied 1) in voldoende mate onderzocht en verder afgeperkt. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt ons inziens geen belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Geadviseerd wordt om na de sloop van de loods op perceel C4055 de plaatselijke spot met sterke verontreiniging met koper en lood in de bovengrond (circa 6 m3) te saneren middels volledige ontgraving.
Conform de CROW zijn, op basis van de hoogst gemeten gehalten voor koper en kobalt tijdens voorgaand onderzoek, bij de graafwerkzaamheden in de grond hierbij geen aanvullende veiligheidsmaatregelen van toepassing (basishygiëne). Verder dient bij de herontwikkeling van het plangebied, buiten voorliggende onderzoekslocaties, rekening te worden gehouden met bekende verontreinigingen en/of saneringen welke recent in beeld zijn gebracht of uitgevoerd. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende en voorgaande onderzoeken en zijn bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing en worden mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. 4.2.2
Conclusie
Er zijn vanuit het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
24
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
bestemmingsplan Herenland West
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft.
Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: • waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; • waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2
Wegverkeerslawaai
Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Tabel 4.2: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt.
bestemmingsplan "Herenland West" (ontwerp)
25
Bestemmingsplan Herenland West
Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek ‘Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai plan Herenland te Opheusden, dd 14 juli 2023, Omgevingsgdienst Rivierenland is in zijn geheel als bijlage aan de toelichting toegevoegd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven. Het wegverkeerslawaai als gevolg van het weg en railverkeerverkeer op de (spoor)wegen is onderzocht. De conclusie luidt als volgt;
Het plan Herenland ligt binnen de wettelijke geluidzones van nog aan te leggen Randweg, de te verlengen Van Maanenstraat (die wordt aangesloten op de Randweg), de Parallelweg en de spoorlijnen Tiel - Elst en Betuweroute. De akoestische effecten bij dit plan zijn onderzocht en getoetst aan de geluidwetgeving. Nieuwe woningen Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden door de Van Maanenstraat. Het betreft hier het nieuwe tracédeel c.q. de doortrekking naar de Randweg. Andere verkeersbronnen geven geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarden. De overschrijding door de Van Maanenstraat bedraagt 3 dB. Deze is aanwezig op de noordgevel van een achttal appartementen die gelegen zijn ten zuiden van de Van Maanenstraat. De maximale grenswaarde wordt niet overschreden. Voor de acht appartementen kunnen daarom hogere geluidgrenswaarden worden vastgesteld. Dit als geluidreducerende maatregelen niet mogelijk, niet doelmatig of niet gewenst zijn. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde door de Van Maanenstraat kan worden weggenomen als de rijsnelheid geen 50 km/uur maar 30 km/uur wordt. Het wegdek dient dan wel (zoals gepland) te bestaan uit een stil steenmastiekasfalt. Bestaande woningen Bij bestaande woningen zijn geen relevante geluideffecten van het plan Herenland te verwachten.
Na het onderzoeken van mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting voor een deel van de nieuwe woningen aan de Van Maanenstraat te beperken en/of het vaststellen van een hoger waarde zal sprake zijn van een goed woon-, en leefklimaat.
4.3.5
Conclusie
Uit de rekenresultaten blijkt in beginsel dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden door de Van Maanenstraat. Het betreft hier het nieuwe tracédeel c.q. de doortrekking naar de Randweg. Andere verkeersbronnen geven geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarden. De overschrijding door de Van Maanenstraat bedraagt 3 dB. Deze is aanwezig op de noordgevel van een achttal appartementen die gelegen zijn ten zuiden van de Van Maanenstraat. De maximale grenswaarde wordt niet overschreden. Voor de acht appartementen kunnen daarom mogelijk hogere geluidgrenswaarden worden vastgesteld. Dit als geluidsreducerende maatregelen niet mogelijk, niet doelmatig of niet gewenst zijn. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde door de Van Maanenstraat kan worden weggenomen als de rijsnelheid geen 50 km/uur maar 30 km/uur wordt. Een 30km/uur inrichting ligt namelijk zeer in de rede en is daarbij als maatregel te betittelen. Het wegdek dient dan wel (zoals gepland) te bestaan uit een stil steenmastiekasfalt. Omdat wordt uitgegaan van een 30km/uur inrichting en bovendien een stil asfalttype wordt toegepast is het nemen van een besluit hogere waarden niet aan de orde. 26