Bijlage 2u - Bijlage 21 bij de toelichting - M.e.r.-beoordelingsnotitie
Tekst van het document
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld Gemeente Neder-Betuwe
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
1
Gegevens over het document: Documentnaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld 17-10-2022 16.50.27
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Pottemsche Veld BV
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon E-mail: Internet:
Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding .............................................................................................................................................. 5
1.2
Ligging plangebied ................................................................................................................................. 5
1.3
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 6
2.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 6
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................... 7
2.3
Algemeen beoordelingskader ................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 3
Beschrijving potentiele effecten .............................................................................................. 8
3.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 8
3.2
Bodemkwaliteit...................................................................................................................................... 8
3.3
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................................ 8
3.4
Geluidhinder .......................................................................................................................................... 8
3.5
Externe veiligheid .................................................................................................................................. 8
3.6
Milieuzonering ....................................................................................................................................... 8
3.7
Water ..................................................................................................................................................... 8
3.8
Ecologische waarden ............................................................................................................................. 8
3.9
Cultuurhistorische en archeologische waarden .................................................................................... 9
Hoofdstuk 4
M.e.r.-beoordeling ................................................................................................................ 10
4.1
Beoordeling ......................................................................................................................................... 10
4.2
Conclusie.............................................................................................................................................. 10
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
3
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voornemen bestaat om maximaal 225 te realiseren in het gebied direct ten westen van de (deels nog te realiseren) uitbreidingswijk Casterhoven in Kesteren. Voor deze ontwikkeling wordt een bestemmingsplan opgesteld. Dit plan blijft (ver) onder de drempel van 100 hectare en 2000 woningen (Besluit m.e.r. bijlage D11.2). Dit plan betreft een besluit dat de ontwikkeling mogelijk maakt van een stedelijk ontwikkelingsproject dat wordt genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) waardoor in het kader van de Wet milieubeheer dient te worden beoordeeld of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen zijn. Voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie beschrijft de effecten van het initiatief op het milieu en geeft aan of er belangrijke nadelige milieugevolgen op (kunnen) treden.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt direct ten zuidwesten van de kern Kesteren en wordt globaal omsloten door de spoorlijn Arnhem-Tiel, Cuneraweg en Hoofdstraat.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het wettelijk kader gegeven en wordt het plan getoetst aan het Besluit m.e.r.. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de mogelijke effecten van de ontwikkeling op het milieu beschreven. In hoofdstuk 4 is vervolgens de m.e.r.-beoordeling opgenomen.
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
5
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wm. Naast de Wm is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Een plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt. Een m.e.r.-plicht kan dus ontstaan alleen op grond van het feit dat er een passende beoordeling moet worden gemaakt, ongeacht de uitkomst daarvan.
Dit kan ertoe leiden dat een milieueffectrapportage gemaakt moet worden voor een plan waarvan uit een voorafgaande passende beoordeling al is gebleken dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten. Omdat dit ongewenst is, is er in artikel 7.2a lid 2 Wm een uitzondering opgenomen, namelijk voor categorieën van gevallen waarin sprake is van kleine gebieden en kleine wijzigingen die geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Deze uitzondering is uitgewerkt in een nieuw artikel 3 van het Besluit milieueffectrapportage (per 1812-2020). Hierin wordt de mogelijkheid gecreëerd om voor twee specifieke situaties door middel van een m.e.r.-beoordeling te concluderen dat geen plan-m.e.r. hoeft te worden opgesteld. De eerste situatie betreft een plan dat het gebruik bepaalt van een klein gebied. Hiervoor moet dan worden voldaan aan drie eisen: gemeente moet bevoegd gezag zijn; het plan moet zien op een omvang van het grondgebied van de gemeente dat klein is in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente; het bevoegd gezag heeft beoordeeld of het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
De tweede situatie betreft kleine wijzigingen van een plan waarvan het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat die geen aanzienlijke milieueffecten hebben (dit moet worden bezien in de context van het plan en ook moet de mate van waarschijnlijkheid dat de wijziging leidt tot aanzienlijke effecten worden betrokken). Bij het uitvoeren van de m.e.r.-beoordeling kan de informatie over natuur gebruikt worden of worden verwezen naar de passende beoordeling. Als uit de m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen aanzienlijk milieueffecten zijn, vervalt de plan-m.e.r.-plicht (uiteraard alleen als er op andere aspecten ook geen nadelige effecten zijn). Het bestemmingsplan kan met passende beoordeling en zonder plan-m.e.r. worden vastgesteld. Als aanzienlijk milieueffecten niet zijn uitgesloten volgt een plan-m.e.r. en moet er een milieueffectrapportage (MER) worden gemaakt.
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
6
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage
Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreden kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; 2. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht waarna het dan m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht maar direct de (plan-)m.e.r.-plicht; 3. het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een kaderstellend plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; 4. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
2.3
Algemeen beoordelingskader
In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' dient bij de beoordeling van de milieueffecten ingegaan te worden op: Kenmerken van het project. Bij een overweging van de kenmerken van het project zijn de volgende criteria van belang: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en risico's voor de menselijke gezondheid. Plaats van het project De mate van kwetsbaarheid van het milieu van gebieden waarop het project invloed heeft is afhankelijk van de volgende criteria: het bestaande grondgebruik, relatieve rijkdom aan de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en wateraspecten. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Kenmerken van de potentiële effecten.
De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project, in samenhang met de volgende criteria: de orde van grootte, het ruimtelijk bereik, de aard, het grensoverschrijdend karakter, de intensiteit en complexiteit, de waarschijnlijkheid en de verwachte duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten. Daarnaast kunnen ook de cumulatie van effecten met effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen in overweging worden genomen.
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
7
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving potentiele effecten
Algemeen
Om het plan te beoordelen zoals het bestemmingsplan dat mogelijk maakt, wordt in lijn met het kader als beschreven in par. 2.3 in deze paragraaf ingegaan op de verschillende milieuaspecten die van belang zijn voor de m.e.r.-beoordeling.
3.2
Bodemkwaliteit
Het bestemmingsplan maakt geen functies mogelijk die een potentieel risico voor de bodemkwaliteit ter plaatse en/of de omgeving kan vormen. Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden zal conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit gewerkt worden waarmee alleen grond met de juiste milieuhygiënische kwaliteit wordt gebruikt. Negatieve effecten op de bodemkwaliteit als gevolg van het plan zijn dan ook uit te sluiten.
3.3
Luchtkwaliteit
Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 225 woningen mogelijk. Het belangrijkste mogelijk effect op de luchtkwaliteit is de toename van verkeersbewegingen en de daarbij behorende uitstoot. Het plan heeft een dusdanige geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen) uit het Besluit luchtkwaliteit. Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen die het plan mogelijk maakt is te concluderen dat het plan 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Significante effecten op de luchtkwaliteit ter plaatse zijn dan ook uit te sluiten.
3.4
Geluidhinder
Het aantal verkeersbewegingen neemt door de ontwikkeling toe. Het plangebied krijgt een ontsluiting via de Viscuslaan. De Viscuslaan komt aan de oostzijde uit op de rotonde aan de Hoofdstraat. Er liggen slechts enkele woningen nabij deze rotonde. De toename van het aantal verkeersbewegingen op de rotonde zal, gezien het bestaande grote aantal verkeersbewegingen op deze straat, relatief beperkt zijn. Er zal geen sprake zijn van een significante toename van geluidhinder door wegverkeer op omliggende woningen.
3.5
Externe veiligheid
Het plan maakt geen risicobronnen mogelijk die extra risico op rampen/ongevallen voor de omgeving met zich mee kunnen brengen.
3.6
Milieuzonering
Met het plan worden enkel woningen mogelijk gemaakt en geen milieubelastende functies. Van effecten op omliggende milieugevoelige functies is vanuit milieuzonering dan ook geen sprake.
3.7
Water
In en rondom het plangebied bevinden zich watergangen. Met voorliggend plan blijven de omliggende watergangen gehandhaafd. De westelijke B-watergang wordt verbreed, krijgt een natuurvriendelijke oever en krijgt de status van een A-watergang. De C-watergang in het plangebied wordt gedempt. Hemelwater wordt binnen het plan geborgen en via het bestaande watersysteem vertraagd afgevoerd en stroomt daardoor niet af op omliggende gronden. Op basis van voorstaande kan geconcludeerd worden dat het effect van het plan op de waterhuishouding beperkt is.
3.8
Ecologische waarden
Gebiedsbescherming Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is 'Rijntakken' op circa 1,9 kilometer afstand van de locatie. Gezien deze afstand is een voortoets stikstofdepositie opgesteld om te bepalen of het aspect stikstof een belemmering vormt (bijlage bij het bestemmingsplan). Vanuit andere aspecten (bijv. licht, geluid) zijn er geen belemmeringen te verwachten gezien de grote afstand. Uit de voortoets stikstofdepositie blijkt dat zowel de
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
8
gebruiksfase als de aanlegfase zorgen voor een bijdrage aan stikstofdepositie op de Rijntakken groter dan 0,00 mol/ha/j. Daarom is voor het aspect stikstof een vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd, welke inmiddels definitief is verleend. Soortenbescherming Er zijn op basis van uitgevoerd onderzoeken als gevolg van het initiatief geen wezenlijke effecten op beschermde soorten in de omgeving of het plangebied te verwachten. Op dit moment is er voor de uitvoering van het plan geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk. In een latere fase kan de noodzaak voor een ontheffing ontstaan, maar uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat, met de juiste maatregelen, deze te verkrijgen is. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn dan ook uit te sluiten.
3.9
Cultuurhistorische en archeologische waarden
Het plangebied is gelegen binnen de Romeinse Limes. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen, (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen van deze kernkwaliteiten van de Romeinse Limes bekend. Eventueel nog aanwezige onderdelen zouden zich onder de grond moeten bevinden in de vorm van archeologische resten. Het plan heeft geen significante effecten op de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes. Verder zijn er in de omgeving van het plangebied geen andere cultuurhistorisch waardevolle objecten en/of gebieden aanwezig waar het plan een effect op kan hebben.
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
9
Hoofdstuk 4 4.1
M.e.r.-beoordeling
Beoordeling
Op basis van de beoordeling van de verschillende haalbaarheidsaspecten in relatie tot dit project zoals opgenomen in de voorgaande paragraaf, kan een conclusie worden getrokken over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Kenmerken van het project Het betreft een plan met een beperkte omvang. Dit gezien de schaal en oppervlakte van het plan in relatie tot de omvang van Kesteren en de gemeente Neder-Betuwe. Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde, in de omgeving van het plangebied zijn geen ontwikkelingen bekend die een dusdanige omvang hebben dat ze in cumulatie met dit plan een mogelijk negatief effect kunnen hebben op het milieu. In het plangebied zijn geen natuurlijke hulpbronnen aanwezig die door het plan beperkt of aangetast worden Het plan leidt enkel huishoudelijk afval. Het produceren van bijzondere afvalstoffen die kunnen leiden tot een milieueffect is niet aan de orde, dit geldt ook voor verontreinigingen en hinder zoals deze in hoofdstuk 3 zijn behandeld. Ook is er gezien de aard van het plan geen verhoogd risico voor de menselijke gezondheid omdat het plan het gebruik van risicovolle stoffen en/of technologieën niet mogelijk maakt. Plaats van het project Op dit moment wordt een het plangebied gebruikt als fruit- en boomkwekerij en grasland.
Het gehele plangebied wordt intensief gebruikt en/of beheerd. Er is geen sprake van bestaande natuurlijke hulpbronnen in het plangebied die worden aangetast. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 ligt het plangebied buiten gebieden met gevoelige ecologische, landschappelijke, archeologische waarden. Het plangebied bevindt zich wel binnen de Romeinse Limes. Omdat er geen kernkwaliteiten van de Romeinse Limes aanwezig zijn in het plangebied, worden deze niet aangetast. Daarmee wordt uitgesloten dat negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden optreden. Kenmerken van de potentiële effecten Met het plan worden woningen mogelijk gemaakt, deze worden voor permanent gebruik gerealiseerd en zijn niet van tijdelijke aard. Het betreffen hier functies met een zeer beperkte uitstraling naar de omgeving. Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt hebben deze functies geen negatief effect op het milieu en de aanwezige waarden in het gebied en de omgeving. Een effect als gevolg van de toename door stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is na extern salderen (via stikstofregistratiesysteem) niet uit te sluiten. Belangrijke nadelige effecten voor het milieu kunnen daarmee worden uitgesloten.
4.2
Conclusie
Uit het voorgaande beoordeling blijkt dat het plan een beperkte omvang heeft, niet in een kwetsbaar gebied ligt en geen ontwikkeling mogelijk maakt waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wat betreft het aspect stikstof is een vergunning verleend (extern salderen) waarvoor een passende beoordeling is uitgevoerd. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht. Echter, op basis van artikel 3 van het Besluit milieueffectrapportage, is het opstellen van een plan-m.e.r. niet nodig. Het gaat hier namelijk om een bestemmingsplan (gemeente bevoegd gezag) voor een klein gebied in verhouding tot het grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe, waarbij er geen belangrijke milieueffecten te verwachten zijn. Op basis van artikel 3 a en b van het Besluit milieueffectrapportage wordt geoordeeld dat hier sprake is van een geval als bedoeld in artikel 7.2a tweede lid van de Wet Milieubeheer en wordt afgezien van het doorlopen van een Plan m.e.r. procedure.
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
10
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
11
M.e.r.-beoordelingsnotitie Kesteren, Pottemsche Veld
12