Bijlage 2l - Bijlage 12 bij de toelichting - Waterparagraaf
Tekst van het document
Waterhuishoudkundigplan Pottemsche veld 20CC01701
Project: Opdrachtgever: Uitgevoerd door:
Pottemsche veld Pottemsche veld BV C2 Engineers
Documentnaam: Versie: Status: Datum:
Waterhuishoudkundigplan Pottemsche veld 9.0 Definitief 25-05-2023
Auteur
Krijn Prins
Gecontroleerd
Ardjan Fleerakkers
Datum
24-05-2023
Datum
24-05-2023
Paraaf
Paraaf
Vrijgegeven door
Ardjan Fleerakkers
Datum
25-05-2023
Paraaf
Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................................................................................................4 2.
Randvoorwaarden ...............................................................................................................................................4
3.
Situatie ...................................................................................................................................................................4 3.1. Bestaande situatie ........................................................................................................................................... 4 3.1.1. Ligging & functie....................................................................................................................................... 4 3.1.2. Bodem & hoogtes ..................................................................................................................................... 5 3.1.3. Waterhuishouding.................................................................................................................................... 5 3.2.
Toekomstige situatie ................................................................................................................................. 5
3.2.1. Ligging & functie....................................................................................................................................... 5 3.2.2. Bodem & hoogtes ..................................................................................................................................... 6 3.2.3. Waterhuishouding.................................................................................................................................... 6 4.
Uitgangspunten watergangen en duikers .......................................................................................................6 4.1. Uitgangspunten ................................................................................................................................................ 6
5.
Waterbergingsopgave ........................................................................................................................................8 5.1. Uitgangspunten waterbergingsopgave........................................................................................................ 8 5.2. Verhard oppervlak ........................................................................................................................................... 8 5.3. Wijzigingen watergangen ............................................................................................................................... 9 5.4. Wadi’s............................................................................................................................................................... 15 5.5. Waterbalans .................................................................................................................................................... 16
6.
Drainage (GWA) ................................................................................................................................................ 17 6.1. Eisen GWA-stelsel ......................................................................................................................................... 17 6.2. Omschrijving stelsel ...................................................................................................................................... 17 Bijlage 1: Oppervlaktekening stedenbouwkundigplan: BURO SRO............................................................ 18
1. Inleiding De initiatiefnemer is voornemens om ten zuiden van het dorp Kesteren een nieuwbouwwijk te ontwikkelen. Dit voornemen is in het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het toevoegen van het waterhuishoudkundigplan is een verplicht onderdeel binnen de ruimtelijke procedure. Een concept waterparagraaf is ter beoordeling aangeboden aan het waterschap Rivierenland en de gemeente Neder-Betuwe en de reactie is in het voorliggende waterhuishoudkundigplan verwerkt.
2. Randvoorwaarden De volgende randvoorwaarden zijn gebruikt: - Gemeentelijk RioleringsPlan Neder-Betuwe 2019-2023; - Handboek openbare ruimte Gemeente Neder-Betuwe 2020; - Bodemonderzoek (Hunneman, 1 april 2021); - Keur Waterschap Rivierenland (2015-heden).
3. Situatie 3.1. Bestaande situatie 3.1.1. Ligging & functie Het plangebied (figuur 1) ligt direct ten zuiden van de kern Kesteren bij de overgang naar het buitengebied. De locatie wordt rondom begrensd door de spoorlijn Arnhem-Tiel (noord), Cuneraweg (west) en Hoofdstraat (oost en zuid).
Figuur 1 Luchtfoto plangebied
3.1.2. Bodem & hoogtes Het maaiveld in de huidige situatie varieert tussen NAP +5,80 tot NAP +6,10 m. De bodemopbouw in het gebied bestaat voornamelijk uit klei tot minimaal 2,50 m – maaiveld.
3.1.3. Waterhuishouding In de huidige situatie vindt hemelwaterafvoer plaats via de spoorsloot in het noorden van het projectgebied om vervolgens onder de Cuneraweg door in westelijke richting afgevoerd te worden. De duiker onder de Cuneraweg heeft een doorsnede van 800 mm. Het gebied valt binnen peilvak NDB 111, hierbij horen de volgende peilen (zie figuur 2): Zomerpeil NAP +5,35 m Winterpeil NAP +5,15 m
Figuur 2: Peilen peilgebied NDB111
Hiermee komt de gemiddeld hoogste grondwaterstand op een hoogte van NAP +5,65 m. Hierbij is rekening gehouden met 0,5m opbolling in de winter en 0,3m opbolling in de zomer.
3.2. Toekomstige situatie 3.2.1. Ligging & functie In de nieuwe situatie wordt in het gebied een woonwijk gerealiseerd met een maximum van circa 225 woningen. Het stedenbouwkundig plan is te zien in figuur 3.
Figuur 3: Stedenbouwkundig plan
3.2.2. Bodem & hoogtes Het terrein zal in de toekomstige situatie opgehoogd worden tot minimaal NAP +6,35 m ter plaatse van de weg. Voor het woningpeil wordt NAP +6,75 m aangehouden. Het centrale gedeelte van het plangebied wordt opgehoogd zodat hemelwater tweezijdig kan afstromen.
3.2.3. Waterhuishouding De droogweerafvoer zal door middel van een apart stelsel worden aangesloten op het rioleringsstelsel van de naast gelegen ontwikkeling Casterhoven. Deze aansluiting is gesitueerd in het noordoosten van het plangebied. Hemelwaterafvoer zal in de toekomstige situatie deels plaatsvinden via directe oppervlakkige afstroming naar de watergangen rondom het projectgebied en deels via wadi’s in de groenvakken.
4. Uitgangspunten watergangen en duikers 4.1. Uitgangspunten Uit de keur van het waterschap: Watergangen -
Op grond van de keur dient minimaal 35% van het toekomstige watersysteem ingericht te worden met een natuurvriendelijke profiel;
-
-
-
-
Water, taluds en oevers moeten toegankelijk en bereikbaar zijn voor gangbaar machinaal onderhoud; Het water is zichtbaar en goed geïntegreerd in de openbare ruimte (dus niet aan beide zijden begrensd door erfafscheidingen); Water en/of wadi’s worden niet uitsluitend aan de rand van bebouwd gebied geprojecteerd; Pas waar mogelijk natuurvriendelijke oevers toe. Plas-, drasbermen, eilanden en droogvallende bergingen zijn toegestaan. Eenzijdige natuurvriendelijke oevers bij voorkeur aan de zuidelijke zijde situeren; Zorg voor natuurlijke doorstroming en processen en voorkom doodlopende watergangen voor de waterkwaliteit, ook warme perioden; Het watersysteem heeft een duidelijke structuur; Zorg voor aaneengesloten watergangen met zo kort mogelijke duikers; De omvang van de waterpartijen maakt dat er voldoende berging is om waterschade te voorkomen; De natuurlijke inrichting moet bijdragen aan een positieve belevingswaarde; Houd rekening met de afwatering en de drooglegging van bestaande bebouwing en terreinen binnen het plangebied of die aan het plangebied grenzen; Bouw bij voorkeur kruipruimteloos.
Als toch met kruipruimtes gebouwd wordt, ontwerp het watersysteem dan zo dat de afwatering voldoende is om kruipruimtes droog te houden.; Dusdanig ontwerpen dat oeverbescherming of maatregelen tegen afslag niet nodig zijn; Waterpeilen bij bestaande bebouwing mogen niet hoger worden dan de huidige situatie; Leg naast waterpartijen ook vuiltrekplaatsen (met grasbetonstenen) aan. Houd hierbij rekening met (zuid)westenwind. De strook moet bereikbaar zijn voor een vrachtwagen met autolaadkraan. De vuiltrekplaats dient tevens als secundaire waterwinning voor de brandweer; Maatvoering conform Keur en beleidsregels Waterschap Rivierenland; Houd rekening met minimaal één meter kleidek in de bodem en taluds na het ontgraven van de watergang; Bij onderhoud vanaf een enkele schouwstrook is de boven breedte maximaal acht meter met aan de overzijde een obstakelvrije zone van 1,00m; Bij voorkeur geen watergangen aanleggen die varend onderhouden moeten worden. Zo ja, dan dient per bevaarbaar segment een voorziening voor het te water laten van onderhoudsmaterieel worden aangebracht; Helling van de oevers: Taluds minimaal 1:2. Vanaf 1:6 mag de oever onderdeel zijn van onderhoudsstrook mits 30 cm boven zomerpeil nog vier meter breed; De oever(s) moet(en) minimaal vier meter obstakelvrij berijdbaar zijn en door onderhoudsmaterieel voorwaarts te verlaten.
Beschoeiingen en damwanden -
Het toepassen van verduurzaamd hout en uitlogende materialen is niet toegestaan; Bij toepassen van harde kunstmatige oeverbeschermingen voorzieningen aanbrengen waardoor dieren bij alle waterstanden uit het water kunnen komen; Langs de opgangen van bruggen, duikers en kades (> één meter) beveiliging aanbrengen in de vorm van hekwerken en uitklimvoorzieningen.
Duikers -
Duikers en uitlaten sluiten op een watergang aan via een uitstroombak. De uitstroombak moet voorzien zijn van schotbalksponningen om het droogzetten en reinigen te vergemakkelijken;
-
Duikers met een moeilijk bereikbare uitstroomopening of duikers met een lengte van meer dan 40 meter moeten met inspectieputten uitgevoerd worden. Deze putten moeten 20 cm dieper zijn dan de B.O.B. van de duiker, deze verdieping dient als zandvang en hoeft niet van een stroomprofiel voorzien te worden.
Uit het handboek openbare ruimte: Wadi’s Een wadi dient aan de volgende eisen te voldoen: -
Helling minimaal 1:3, U-vormig profiel, aan één zijde obstakelvrij. Minimale bodembreedte: 3,00 m Basisdiepte: 0,50 m (minimaal 0,30 m tot slokopniveau + 0,20 m waakhoogte) Maximale diepte: 0,70 m (i.o.m. het Waterschap)
De bodem van een wadi dient aan de volgende eisen te voldoen: -
De wadibodem, -taluds, grasmat en de grond onder de wadi hebben een minimale doorlatendheid (K-waarde) van 0,5 m/dag De wadibodem en -taluds worden voorzien van graszoden en teelgrond van minimaal 2 cm, met daaronder minimaal 10 cm drainagezand Inspectieputten, welputten, slokops en dergelijke dienen zodanig afgewerkt te worden dat wadi’s ongehinderd kunnen worden gemaaid
5. Waterbergingsopgave 5.1. Uitgangspunten waterbergingsopgave -
-
-
Voor bepaling van het afstromend oppervlak van het toekomstige particulier perceel wordt als uitgangspunt 75% verhard tegen 25% onverhard gerekend. De bebouwing wordt gerekend als 100% verhard. Water wordt in de huidige situatie geborgen in de aanwezige watergangen. Huidig verhard oppervlak mag in mindering worden gebracht in de afvoerberekening van het verhard oppervlak. 436 m3 berging per hectare verhard oppervlak bij een T=10 en een peilstijging van 30 cm in de watergang (5,35 m + NAP tot 5,65 m + NAP). 664 m3 berging per hectare verhard oppervlak bij een T=100 en een peilstijging tot maaiveld (6,00 m + NAP) Bij nieuwe ontwikkelingen waarbij een toename van meer dan 5.000 m2 verhard oppervlak plaatsvindt, is het opstellen van een hydraulisch model vereist. (na definitief rioleringsplan).
5.2. Verhard oppervlak De toename van het verharde oppervlak bepaalt de benodigde compensatiehoeveelheid berging. In het bestaande gebied ligt een verhard perceel dat meegeteld wordt als 75% verhard. De halfverharding in het nieuwe gebied wordt als volledig verhard meegeteld. De effectieve totale toename in verhard oppervlak is 30249m2. De verharde oppervlaktes zijn in onderstaande tabel 1 weergegeven. In bijlage 1
is een oppervlaktekaart van BURO SRO te zien waarop deze getallen gebasseerd zijn. De bestaand verhard oppervlak getallen heeft BURO SRO met het waterschap besproken. 30249 m2 toegevoegd verhard oppervlak geeft een benodigde waterberging van 1319 m3 bij een T=10 bui en 2009 m3 bij een T=100 bui.
Tabel 1: Verharde oppervlaktes: bestaand en nieuw
Oppervlakte bestaand
Oppervlakte nieuw
Toename verhard oppervlak
Eenh
0
4900
4900
m2
Verharding
6.867
14562
7695
m2
Perceel (75%)
9.106
32.619
17635
m2
Bebouwing
1.550
-1.550
m2
Type verharding Halfverharding
Appartementen Totaal
-
1.569
1.569
m2
17.523
53650
30249
m2
Niet meegerekend Groen
48.676
8.758
0
m2
Water
3.248
6.371
0
m2
Wadi
0
667
0
m2
69.447
69.447
-
m2
Totaal oppervlak
5.3. Wijzigingen watergangen In de nieuwe situatie zal het volgende worden gewijzigd: De bestaande C-watergang 103782 wordt gedempt (209m: geel in figuur 4 en doorsnede in figuur 5) De bestaande B-watergang 401442 wordt breder gemaakt en wordt geüpgraded naar een watergang met A-status (404m, Profiel 2: zie bijlage 3); De twee bestaande duikers 019417 & 019413 (in watergang 102873) zullen worden verwijderd; Hiervoor komen twee nieuwe duikers in de plaats. De twee watergangen aan de zuidkant worden gedempt (Paars (profiel 2) en Oranje (profiel 1), samen 178m) Aan de zuidkant komt een nieuwe watergang (48m, Profiel 3: zie bijlage 4) In totaal wordt er 452m gedempt met een dwarsdoorsnede zoals beschreven in het profiel in figuur 6, en 339 m watergang gedempt zoals het profiel in figuur 5. Er wordt 404m nieuwe watergang gegraven zoals beschreven in profiel 2, en 48m nieuwe watergang zoals in profiel 3. De wijzigingen staan afgebeeld in figuur 4. In de berekeningen is in alle gevallen 436 m3 /ha verhard oppervlak te bergen water voor T=10 situaties aangehouden, met een peilstijging van 30 cm. Voor T=100 situaties is 664m3 /ha verhard oppervlak aangehouden, met een peilstijging van 65 cm.
Rood: Te vergraven Geel: Te dempen Paars: Te vergraven Oranje: Te dempen
Figuur 4: Overzicht watergangen projectgebied
Zie het profiel in figuur 7 voor de te verbreden watergang. Middels een verspringing in het onderwatertalud is het mogelijk met een maaiboot tot 8m uit insteek schouwpad te komen. In tabel 2 staan de specificaties van de watergangen die gedempt en gegraven worden. Tabel 2: Kenmerken te dempen en te graven watergangen
Te dempen Watergang 401442 (1) 401442 (2) 103782 Niet op legger Totaal Te graven 401442 (1) 401442 (2) Totaal
Kleur in figuur 4 Rood Paars Geel Oranje
Lengte (m) 404 48 209 130 791
Profiel Figuur 6 Figuur 6 Figuur 5 Figuur 5
Rood Paars
404 48 452
Figuur 7 Figuur 8
Met de profielen en de lengtes van de te dempen en te realiseren watergangen kan de toename in berging berekend worden. In de tabellen 3 tot en met 6 staan de bergingen van de te dempen en te graven
watergangen, in figuur 5 tot en met 8 de bijbehorende doorsnedes. De te realiseren waterberging aan de westkant is uitgerekend met behulp van de oppervlaktes van het water op zomerpeil (5,35 m + NAP) en de oppervlaktes op een T=10 hoogte (5,65 m + NAP). Tabel 3: Te dempen watergangen: geel en oranje
Te dempen watergangen (Geel en Oranje) Toename oppervlak T=10+10%
0,4 m2
Toename oppervlak T=100+10%
1,3 m2
Lengte watergang
339 m
Waterpeil Zomerpeil (ZP)
5,35 NAP
Maaiveld
6 NAP
peilstijging T=10+10%
0,30 m
peilstijging T=100+10%
0,65 m
Doorsnede
Figuur 5
T=10+10%
Volume zomerpeil tot peilstijging
143,6 m3
T=100+10%
Volume zomerpeil tot maaiveld
433,6 m3
Figuur 5: Profiel bij watergangen geel en oranje (BURO SRO)
Tabel 4: Te dempen watergangen: Rood en Paars
Te dempen watergangen (Rood en Paars) Toename oppervlak T=10+10%
1,00 m2
Toename oppervlak T=100+10%
2,63 m2
Lengte watergang
452 m
Waterpeil Zomerpeil (ZP)
5,35 NAP
Maaiveld
6,00 NAP
peilstijging T=10+10%
0,30 m
peilstijging T=100+10%
0,65 m
Doorsnede
Figuur 6
T=10+10%
Volume zomerpeil tot peilstijging
452 m3
T=100+10%
Volume zomerpeil tot maaiveld
1.189 m3
Figuur 6: Profiel bij watergangen rood en paars (BURO SRO)
Tabel 5: Te graven watergang: watergang westzijde
Te graven watergangen watergang westzijde Waterpeil Zomerpeil (ZP)
5,35 NAP
T=10 peil
5,65 NAP
Maaiveld
6,00 NAP
Wateroppervlak op 5,35 m + NAP
6257 m2
Wateroppervlak op 5,65 m + NAP
6869 m2
Verschil zomerpeil tot T=10 peil
612 m2
peilstijging T=10+10%
0,30 m
peilstijging T=100+10%
0,65 m
Doorsnede
Figuur 7
T=10+10%
Volume zomerpeil tot peilstijging
1877 m3
T=10 + 10%
Volume in 5,35 – 5,65 m taluds
92 m3
T=10 + 10 %
Volume totaal
1969 m3
T=100+10%
Volume zomerpeil tot maaiveld
4067 m3
T=100+10%
Volume tot maaiveld in 5,35 - 5,65 m taluds
306 m3
T=100+10%
Volume totaal
4373 m3
Figuur 7: Profiel bij te graven watergang westzijde (BURO SRO)
Tabel 6: Te graven watergang: waterberging zuid
Te graven watergang: waterberging zuid Toename oppervlak T=10+10%
1,00 m2
Toename oppervlak T=100+10%
2,00 m2
Lengte watergang
48 m
Waterpeil Zomerpeil (ZP)
5,35 NAP
Maaiveld
6,00 NAP
peilstijging T=10+10%
0,30 m
peilstijging T=100+10%
0,65 m
Doorsnede
Figuur 8
T=10+10%
Volume zomerpeil tot peilstijging
48 m3
T=100+10%
Volume zomerpeil tot maaiveld
95 m3
Figuur 8: Doorsnede waterberging zuid (BURO SRO)
In de waterberging west wordt de eerste 2 m van het particulier oppervlak als C status watergang gebruikt, en telt deze dus niet mee voor berging. Deze is wel meegeteld in de oorspronkelijke berekening voor de berging westzijde, en moet er dus nog af. Zie onderstaande figuur 9. Het driehoekje van 5,35 tot 5,65 m bevat 0,09 m2, en de driehoek van 5,35 tot 6m is 0,39m2. Over een lengte van 220m geeft dit 20m3 overcompensatie voor een T=10 situatie en 93 m3 voor een T=100 situatie. Deze wordt van de behaalde compensatie afgetrokken.
Figuur 9: Overcompensatie C-status
In onderstaande tabel 7 staat een totaaloverzicht van de te dempen en te graven watergangen. Tabel 7:Totaaloverzicht compensatie watergangen
T=10+10%
T=100+10%
Geel en Oranje
144
434
m3
Rood en Paars
452
1189
m3
Totaal benodigde compensatie
596
1622
m3
Te dempen
Gerealiseerde waterbergingscompensatie Westzijde
1969
4373
m3
Zuidzijde
48
95
m3
Overcompensatie C-status
-20
-93
m3
Totale compensatie
1997
4375
m3
1401
2753
m3
Conclusie/totaal Totaal overschot
5.4. Wadi’s Gezien de slechte doorlatend van de bodem wordt ter plaatse van de wadi’s grondverbetering toegepast. De onderkant van de drain ligt met NAP +5,65, boven op de GHG. De verharding begint bij NAP +6,40, wat betekent dat er nog 75cm over blijft voor de opbouw van de wadi. De drain (rond 100mm) komt in een grindkoffer van 12cm, met daarop een laag drainagezand van 10cm. Hier bovenop komt een laag teelaarde van 8cm. Er is dan nog ruimte voor een wadi van in totaal 45cm diep. De slokop komt dan op 25cm vanaf de bodem waardoor er nog 20cm waking overblijft tot verharding (Zie figuur 10). Om te voorkomen dat wanneer het peil in de watergang tot maaiveld stijgt, dit boven de hoogte van de slokop terecht komt en het peil in de wadi meestijgt, wordt er een terugslagklep geplaatst. De dimensies van de wadi staan in onderstaande tabel 8. Tabel 8: Dimensionering Wadi
Gerealiseerde wadi's Oppervlakte bovenkant insteek
667
m2
Oppervlakte bodem
492
m2
Waterpeil (GHG)
5,65
m + NAP
Verharding
6,40
m + NAP
Ruimte voorziening
0,75
m
Drain + grindkoffer
0,12
m
Drainagezand
0,10
m
Teelaarde (grondverbetering)
0,08
m
Slokop tot rand wadi
0,15
m
Waking tot verharding
0,20
m
Bodem wadi tot slokop
0,25
m
Peilstijging T=10+10%
0,25
m
Peilstijging T=100+10%
0,35
m
Talud
1:3
Volume GHG tot peilstijging
141
m3
T=100+10% Volume GHG tot rand wadi
206
m3
T=10+10%
Figuur 10: Principedetail wadi
5.5. Waterbalans Onderstaand (tabel 9) is de waterbalans van het projectgebied weergegeven. Middels het verplaatsen en verbreden van de watergang aan de Cuneraweg wordt waterberging binnen het projectgebied gerealiseerd. Hemelwater zal via oppervlakkige afstroming naar een van de twee wadi’s of direct naar het oppervlaktewater worden afgevoerd. De vereiste compensatie is aan de hand van de toename verharding en eventueel te dempen watergangen berekend. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m 3). De totaalbalans is dan als volgt (tabel 9): Tabel 9: Waterbalans Pottemsche veld
T=10+10%
T=100+10%
Benodigde compensatie Bui verhard oppervlak
1319
2009
m3
Dempen bestaande watergang
596
1622
m3
Totaal benodigde compensatie
1914
3631
m3
Gerealiseerde waterbergingscompensatie Watergang inhoud
1997
4375
m3
Wadi’s inhoud
141
206
m3
Totale compensatie
2137
4581
m3
223
950
m3
Conclusie/totaal Totaal overschot projectgebied
Binnen het projectgebied is een bergingsoverschot van 223 m3 gerealiseerd bij een T=10 bui en 950m3 bij een T=100 bui. Dit overschot kan worden ingezet bij het project Hoofdstraat 70.
6. Drainage (GWA) De grondwaterstand zal worden gecontroleerd d.m.v. het aanleggen van een separaat drainagestelsel. Grondwater hoger dan de huidige GHG zal door dit systeem worden afgevoerd.
6.1. Eisen GWA-stelsel Technische eisen Drainageleiding heeft een minimale inwendige diameter van 100 mm; Drainageleiding uitvoeren in star PVC omhuld met non-woven geotextiel; De drain omhullen met minimaal 30 cm grot drainagezand of leggen in een grindkoffer; Bij voorkeur loost de drainage rechtstreeks via een uitstroomvoorziening op het oppervlaktewater; Ontwateringsdiepte 0,70 m – mv; Drainage aanlegniveau 100 mm onder gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG); De waterdoorlatendheid (K-waarde) bedraagt 0,5 m/dag. Eisen planvorming Het drainageplan dient minimaal de volgende onderdelen te omvatten: Onderzoek naar de gedragingen van de grondwaterstanden; Bepalen van de gemiddeld hoogste- en laagste grondwaterstand; Afvoermogelijkheden; Hoogteligging en maatvoering drainage; Dimensionerings- en drooglegginsberekening van de drainage; Toetsingscriterium van dimensioneringsberekening is een minimale afvoer van 7 mm per dag.
6.2. Omschrijving stelsel Het stelsel bestaat uit geperforeerde buizen omwikkeld met geotextiel, de buizen hebben een diameter van 100mm. Het stelsel zal ten alle tijden volledig gevuld zijn met grondwater om oxidatie van de buizen te voorkomen. Het drainagestelsel zal worden aangelegd op een hoogte van maximaal NAP +5.10 en zal overstorten op een hoogte van NAP +5,60. De overstorthoogte ligt hiermee 0,25m boven het zomerpeil. Hierbij wordt de ontwateringsdiepte 0,70m onder het laagste punt van de weg gehaald. Het drainstelsel zal in totaal op zes plaatsen afwateren op de omringende watergangen. Deze uitlaatpunten bevorderen ook de doorstroming en daarmee kwaliteit van het oppervlaktewater. De aanwezige kolken worden voorzien van een zandvang om verstopping te voorkomen.
plangebied
Ca. 69.447 m2
Parkeren
Ca. 4.900 m2
Wegen
Ca. 9.317 m2
Voetpaden
Ca. 5.245 m2
Percelen
Ca. 34.188 m2
Groen
Ca. 8.758 m2
Water
Ca. 6.371 m2
Wadi
Ca. 666,8 m2
Totaal
Ca. 69.447 m2
Watergang tot 5.35 NAP
Ca. 6.257 m2
Watergang tot 5.65 NAP
Ca. 6.869 m2
Disclaimer bij uitgifte/oppervlakte kaarten
Oppervlaktekaart Pottemsche Veld N
Gemeente Nederbetuwe schaal formaat
projectnr. laatst gew. tekenaar
Meters
2 52 01 51 050
1 0
5 07 5
www.buro-sro.nl
: 1:2000 : A3
: 16.50.27 : 25 mei 2023 : RvB : Vestiging Arnhem