CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Concept-jaarstukken

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Werkzaak Rivierenland: jaarstukken 202528.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ontwikkelingen

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

Er zijn geen ontwikkelingen

61

Tabel 6.5.3 Verbonden partijen - Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A.

Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. Omschrijving Vestigingsplaats

Geldermalsen

Rechtspositie

Coöperatie

Doel en openbaar belang

De Coöperatie heeft ten doel te voorzien in de stoffelijke behoeften van haar leden door met hen deelnemersovereenkomsten te sluiten in het na te noemen bedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent of doet uitoefenen, te weten: a. het voor en met haar leden opzetten en het exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd, bewerkt en verkocht, al dan niet tezamen met samenwerkingspartners, hoofdzakelijk in maar niet beperkt tot de regio Rivierenland. b. het bijdragen aan de maatschappelijke ondersteuning van onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en van hun netwerk in de samenleving ten behoeve van een zo zelfstandig mogelijke economische positie en hun participatie op de arbeidsmarkt; c. het bijdragen aan een sociaal, economisch en ecologische maatschappij voor een duurzame toekomst op basis van een circulair, inclusief en maatschappelijk verantwoord businessmodel.

Zeggenschap

Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurder(s), zie statuten)

Bestuurlijk Belang

Mede invloed aanwenden op circulaire en inclusieve arbeidsmarkt en samenleving.

Betrokkene

GR Werkzaak Rivierenland

Risico's

In 2025 heeft Cirtex te maken gehad met een aanzienlijk exploitatietekort als gevolg van de wereldwijde textielcrisis, waarvoor het Algemeen Bestuur van Werkzaak een tijdelijke garantstelling heeft verleend van maximaal €383.000,- voor de jaren 2025 en 2026

Relatie met programma's

Sociaal ondernemerschap, circulaire economie

Eigen Vermogen

per 31-12-2024 € 82.331,per 31-12-2025 € nnb

Vreemd vermogen

per 31-12-2024 € 637.477,per 31-12-2025 € nnb

Financieel resultaat

Verlies over 2025: € nnb

Risico's Veranderingen in het jaar

Er hebben zich geen veranderingen voorgedaan.

Ontwikkelingen

In het najaar van 2025 is er een evaluatie uitgevoerd naar het toekomstig bestaansrecht van Cirtex. Het Algemeen Bestuur van Werkzaak en Avri heeft inmiddels het voorgenomen besluit genomen om Cirtex duurzaam te laten voortbestaan op basis van een brede maatschappelijke businesscase. Momenteel loopt er een zienswijzeprocedure voor de raden van de gemeenten over dit voorgenomen besluit. Op 9 juli 2026 wordt hierover een definitief besluit genomen.

62

7 Jaarrekening 2025 7.1 Balans per 31 december Tabel 7.1.1 Balans - Activa

Activa

31-12-2024

31-12-2025

7.126.200

6.567.500

7.126.200

6.567.500

-

-

Vaste activa Immateriële vaste Activa Materiele vaste activa Investeringen met economisch nut

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Overige langlopende leningen

820.800

636.200

820.800

636.200

7.947.000

7.203.700

233.600

272.600

Uitzetingen in 's Rijks schatkist

9.328.300

12.260.400

Overige vorderingen

1.452.800

1.038.600

11.014.700

13.571.600

530.200

770.600

530.200

770.600

250.600

521.100

5.230.000

3.919.300

5.480.600

4.440.400

Totaal vlottende activa

17.025.500

18.782.600

Totaal generaal

24.972.500

25.986.300

Totaal vaste activa Vlottende Activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen

Liquide middelen Banksaldi

Overlopende activa Van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotten die ontstaan zijn door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

63

Tabel 7.1.2 Balans - Passiva

Passiva

31-12-2024

31-12-2025

Algemene reserve

2.500.000

2.500.000

Bestemmingsreserves

2.242.100

2.815.900

Gerealiseerd resultaat

1.488.000

812.100

6.230.100

6.128.000

569.300

552.000

569.300

552.000

3.360.000

3.255.000

3.360.000

3.255.000

10.159.400

9.935.000

Vaste passiva Eigen vermogen

Voorzieningen Verplichtingen, verliezen en risico's

Vaste schulden Binnenlandse banken en overige fin. Instellingen

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schuld met een rentetypische looptijd < 1jaar Rekening-courant met niet-financiële instellingen

1.989.200

2.546.300 Overige schulden

510.000

224.800

2.499.200

2.771.100

12.213.300

13.088.000

82.300

-

Overlopende passiva Verplichtingen opgebouwd in begrotingsjaar en in volgend begrotingsjaar tot betaling gekomen Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.

18.300

192.200

12.313.900

13.280.200

Totaal vlottende passiva

14.813.100

16.051.300

Totaal generaal

24.972.500

25.986.300

64

7.2 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa Het verloop van de afzonderlijke posten. Tabel 7.2.1 Toelichting op de Balans - Vaste activa - Materiële vaste activa

-

-

Investeringen

Totaal

4.443.700

Overige materiële vaste activa

1.036.200

Machines, apparaten en installaties

Bedrijfsgebouwen

Boekwaarde per 1 januari 2025

Gronden en terreinen

Verloop afzonderlijke posten (bedragen in € )

1.283.100

363.200

7.126.200

25.000

25.000

Desinvesteringen

-

-

41.100

-

41.100

Afschrijvingen

500

182.100

187.500

172.500

542.600

Bijdragen van derden

-

-

-

0

Duurzame waardevermindering

-

-

-

0

1.035.700

4.261.600

215.700

6.567.500

Boekwaarde per 31 december 2025

1.054.500

Financiële vaste activa In tabel 7.2.2 staat een overzicht van de financiële vaste activa. Tabel 7.2.2 Toelichting op de Balans - Vaste activa - Financiële vaste activa

Deelnemingen

Zelfstandigen (BBZ)

Totaal

Verloop financiële vaste bedragen (bedragen in € )

Boekwaarde per 1 januari 2025

-

820.800

820.800

Investeringen / kredietverstrekking

-

76.200

76.200

Desinvesteringen / buiten invordering

-

-44.600

-44.600

Afschrijvingen en aflossingen

-

-211.800

-211.800

Bijdragen van derden

-

Duurzame waardevermindering / dubieus

-

-4.400

-4.400

Boekwaarde per 31 december 2025

-

636.200

636.200

0

De post Zelfstandigen (Bbz) bestaat uit verstrekte leningen. Het gaat om een bruto saldo van € 647.600 aan verstrekte leningen aan zelfstandigen voor inkomensondersteuning. Het oninbare deel van de leningen is € 11.400. Het netto-saldo is € 636.200.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

65

Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar Onder de post vorderingen op openbare lichamen op de balans staan de openstaande vorderingen op overheidsorganisaties per balansdatum. Dit bedrag is € 272.600. Ongeveer 66 % hiervan bestaat uit vorderingen op deelnemers van de gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast ook vorderingen op andere samenwerkingspartners in de regio en op andere sociale werkbedrijven. De overige vorderingen bestaan uit € 1,0 miljoen aan debiteuren. Dit zijn vooral debiteuren bij wie Werkzaak medewerkers uit de verschillende doelgroepen heeft geplaatst. In 2013 geldt de verplichting tot schatkistbankieren zonder leenfaciliteit voor onder andere gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft bijgedragen aan een lagere staatsschuld. Werkzaak voert het betalingsverkeer uit via de eigen bank. Aan het einde van iedere werkdag wordt een negatief banksaldo automatisch aangezuiverd vanaf de rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Een positief saldo op deze bankrekening wordt aan het einde van de dag juist afgeroomd in het voordeel van het rekening-courant. Werkzaak ontvangt van het ministerie van Financiën ieder kwartaal een rentevergoeding over het bedrag dat in de schatkist staat. De rentevergoeding is gelijk aan de EuroSTR-fixing.

Bron: https://www.dsta.nl/schatkistbankieren/rentestanden-schatkistbankieren/rentestanden-decentrale-overheden

Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen mogen tot 2 % van het begrotingstotaal aan eigen middelen buiten de schatkist houden. Alles daarboven wordt automatisch afgeroomd. In 2025 heeft Werkzaak deze grens niet overschreden. Tabel 7.2.3 laat dat zien. Het saldo op schatkistbankieren op 31 december 2025 is € 12,3 miljoen.

66

Tabel 7.2.3 Toelichting op de Balans - Vlottende activa - Drempelbedrag schatkistbankieren

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) Verslagjaar 2025 (1)

Drempelbedrag

2.299 Kwartaal 1

(2)

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

638

731

809

816

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

1.661

1.568

1.489

1.483

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het -

-

-

-

drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal

114.944

dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c)

114.944

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

-

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Drempelbedrag

2.299

(2) Berekening kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (5a)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

57.376

66.483

74.464

75.076

90

91

92

92

638

731

809

816

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

67

Liquide middelen Onder deze post zijn de banksaldi opgenomen van Werkzaak. Nog te ontvangen voorschotbedragen voor specifiek bestedingsdoel Tabel 7.2.4 Toelichting op de Balans - Vlottende activa - Nog te ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel

ESF

ESF Leerlab

Totaal

Nog te ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel (bedragen in € )

Rekening 2024

209.600

41.000

250.600

Ontvangen 2025

-

41.000

41.000

Besteed 2025

209.600

101.900

311.500

Rekening 2025

419.200

101.900

521.100

Onder de post nog te ontvangen voorschotten van overige Nederlandse overheidslichamen staan de bedragen die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Dit gaat over een nog te ontvangen subsidies ESF van € 521.100. Overlopende activa Tabel 7.2.5 Toelichting op de Balans - Vlottende activa - Overlopende activa

Overlopende activa Inkomensdebiteuren

Boekwaarde 31-12-2024

Boekwaarde 31-12-2025

4.596.100

3.235.600

Dubieuze debiteuren

-2.132.400

-1.379.900

Totaal debiteuren uitkering admistratie

2.463.700

1.855.700

536.900

0

Te vorderen BCF

1.167.300

1.207.100

Te vorderen BTW

-

-

Te ontvangen premies

20.400

15.600

Verrekende abonnementsgelden

2.900

17.300

NTO bijdragen deelnemende gemeenten

Fietsplan

18.100

19.700

Nog te ontvangen bedragen

831.100

605.900

Vooruitbetaalde bedragen

170.500

170.100

Overig

19.100

27.900

Totaal

5.230.000

3.919.300

Onder de overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste komen van de volgende begrotingsjaren komen, is de grootste post de inkomensdebiteuren, met een bedrag van € 3.235.600. Hierop is een voorziening oninbaarheid van € 1.379.900 in mindering gebracht. Tegenover deze vordering staat niet invorderbare rekening-courant voor de schuld vanuit Werkzaak aan deelnemende gemeenten. De vordering wordt volgens de rijksregelgeving (BUIG, Bbz) verrekend met de desbetreffende gemeente op het moment dat de inkomensdebiteur daadwerkelijk betaalt.

68

Onder de nog te ontvangen bijdragen van deelnemende gemeenten staan bedragen die Werkzaak nog van gemeenten krijgt, zoals de afrekening van de bestuursrapportage, het bedrijfsvoeringsresultaat Wsw en de rijksbijdragen volgens de septembercirculaire. Onder de nog te ontvangen bedragen staan de nog te ontvangen creditrente schatkistbankieren, facturatie omzet en overige bijdragen. Onder de overlopende activa staat ook nog de te vorderen doorschuif-btw (BCF), ter waarde van € 1.207.100. Bij de vooruitbetaalde bedragen gaat het om kosten licenties en verzekeringen. Verder zijn het posten zoals abonnementen, premies, fietsplan en overig. Onder overig is de grootste post de voorschotten voor bijstandsuitkeringen. Vaste Passiva Reserves De ontwikkeling en samenstelling van de reserves zijn als volgt gespecificeerd: Tabel 7.2.6 Toelichting op de Balans - Vaste passiva - Reserves

Reserve innovatiefonds

Reserve personeel

Reserve regiodeal

Reserve afwikkeling Tozo 2020

Reserve noodzakelijke investeringen

Reserve projecen

Reserve ter dekking kapitaal-lasten

Reserve ontw. Infra-structuur soc. Ont-wikkelb.

Saldo van de rekening

Totaal

Boekwaarde per 1 januari 2025

Algemene reserve

Reserves (bedragen in € )

2.500.000

287.800

198.700

-

-

-

222.200

833.400

700.000

1.488.000

6.230.100

Toevoeging/onttrekking resultaatbestemming voorgaand boekjaar

-

-

Mutatie saldo voorgaand boekjaar

-

-

Toevoegingen 2025

-

-

-

-

-

-

626.000

812.100

1.438.100

Onttrekkingen 2025

-

39.900

-

-

-

12.300

-

-

52.200

van afschrijvingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Mutaties exploitatie en saldo 2025

-

39.900

-

-

-

-

-

12.300

626.000

812.100

1.490.300

2.500.000

247.900

198.700

-

-

-

222.200

821.100

1.326.000

812.100

6.128.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

- -1.488.000

-1.488.000

-

-

0

Verminderingen ter dekking

Boekwaarde 31 december 2025

De algemene reserve is bedoeld als buffer. Hiermee kun je tijdelijke negatieve exploitatieresultaten en onvoorziene ontwikkelingen opvangen. De ondergrens van de algemene reserve wordt bepaald door het minimaal benodigde weerstandsvermogen. Dit berekenen we elk jaar opnieuw met een risico-inventarisatie. Het benodigde weerstandsvermogen is in 2025 gelijk gebleven. Het Algemeen Bestuur heeft in 2017 de reserve Innovatiefonds gevormd. De reserve moet Werkzaak de ruimte geven om nieuwe initiatieven te ontwikkelen die passen bij de primaire opdracht. Het idee is dat deze reserve revolverend zou zijn: baten uit innovaties vloeien weer terug in de reserve, zodat nieuwe innovaties daarvan betaald kunnen worden. In de praktijk blijkt het lastig om deze baten direct aan deze reserve toe te wijzen. Daarom gaat elke beslissing om geld toe te voegen aan deze reserve via het Algemeen Bestuur. In 2025 is er € 39.900 uit de reserve onttrokken voor innovatieprojecten DIWI en de Buddyapp.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

69

De reserve personeel is bij de resultaatbestemming 2018 gevormd om WW-verplichtingen op te vangen. In 2025 is niets onttrokken aan deze reserve. De reserves afwikkeling Tozo en Noodzakelijke investeringen zijn in 2020 gevormd. Beide reserves zijn vrijgevallen in het resultaat van de jaarrekening 2024. Bij de resultaatbestemming 2021 is de reserve projecten gevormd. In 2025 is er geen onttrekking gedaan. De reserve is in 2022 gevormd om (een deel) van de kapitaallasten van het Leerlab en het nieuwe dak te dekken. In 2025 is € 12.300 onttrokken voor het dak van het Leerlab. In de bestuursrapportage van 2024 is een reserve gevormd met middelen die het Rijk beschikbaar stelde voor de financiële uitdagingen rond de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Dit ging om €700.000. In 2025 is er een aanvullend budget van € 626.000 beschikbaar gesteld via het participatiebudget. Dit zijn de Rijksbijdrage sociaal ontwikkelbedrijf en het impulsbudget sociaal ontwikkelbedrijf. Deze reserve is bedoeld voor het in stand houden en versterken van de infrastructuur van Werkzaak. Voorzieningen De ontwikkeling en samenstelling van de voorzieningen zijn als volgt gespecificeerd: Tabel 7.2.7 Toelichting op de Balans - Vaste passiva - Voorzieningen

Boekwaarde per 1 januari 2025

95.200

Totaal

Voorziening onderhoud pand

Voorziening verlofsparen

Verlies Cirtex

Voorziening personeel

Voorzieningen (bedragen in € )

- 237.400 236.700 569.300

Toevoegingen 2025

-

-

-

151.200 151.200

Ten gunste van baten en lasten vrijgevallen bedragen

-

-

-

-

-95.200

-

-4.300

Aanwendingen 2025 Boekwaarde 31 december 2025

-

0

-69.000 -168.500

- 233.100 318.900 552.000

In 2025 zijn de personele verplichtingen opgenomen die bij het opstellen van de jaarrekening bekend zijn voor de komende jaren. Het bedrag dat was opgenomen voor 2025 is vrijgevallen. Het resterende bedrag in de voorziening Cirtex is in 2024 volledig gebruikt. De voorziening verlofsparen is gevormd om te voldoen aan de wettelijke verplichting. In 2025 is € 4.300 aan deze voorziening onttrokken. In 2025 is € 151.200 toegevoegd aan de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjaren-onderhoudsbegroting zijn gebouwen. De kosten voor planmatig onderhoud zijn direct van deze voorziening afgetrokken. In 2025 ging het om € 69.000.

70

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Per 1 september 2016 is een lening afgesloten van € 4,2 miljoen bij de BNG-bank. Deze lening heeft een rente van 1,4% per jaar en een looptijd van 40 jaar. Deze lening is bestemd voor de financiering van de renovatie en nieuwbouw van het pand Poppenbouwing. De betaalde rente in het jaar 2025 bedraagt € 46.400 (2024: € 48.510) en de aflossing € 105.000. Vlottende Passiva Vooruit ontvangen voorschotbedragen voor specifiek bestedingsdoel Tabel 7.2.8 Toelichting op de Balans - Vlottende passiva - Vooruit ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel

82.300

Ontvangen 2025

-

Besteed 2025 Rekening 2025

82.300

Totaal

Rekening 2024

Implementatiebudget Pwib

Sterk door werk

Vooruit ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel (bedragen in € )

-

82.300

192.200 192.200 -

82.300

- 192.200 192.200

Onder de van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen staan bedragen die vooraf zijn ontvangen met een specifiek bestedingsdoel. Deze bedragen zijn bedoeld om lasten in komende begrotingsjaren te dekken. Voor Sterk door Werk (IPS) is een bijdrage van € 82.300 ontvangen. Dit zijn ambulantiseringsgelden die in 2025 volledig zijn besteed. Het saldo eind 2025 bedraagt € 0. In 2025 is een bedrag van € 213.600 beschikbaar gesteld voor de implementatie van Participatiewet in Balans, naar aanleiding van de wetswijziging. Omdat de wet pas eind 2025 definitief is geworden, was het niet mogelijk om de benodigde werkzaamheden voor de start van 1 januari 2026 uit te voeren. Op basis van de uren die in 2025 zijn gemaakt, zijn bijhorende kosten in 2025 opgenomen. Het resterende bedrag is opgenomen als vooruit ontvangen voorschotbedrag. Dit wordt in 2026 verwerkt.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

71

Overlopende passiva Tabel 7.2.9 Toelichting op de Balans - Vlottende passiva - Overlopende passiva

Overlopende passiva Boekwaarde 31-12-2024

Boekwaarde 31-12-2025

Rekening-courant debiteuren inkomensvoorziening

3.284.400

2.491.900

Verplichtingen

1.808.300

2.756.500

Netto te betalen uitkeringen

2.819.300

2.974.400

Af te dragen loonheffing uitkeringen

997.900

1.413.000

Af te dragen BTW

342.400

342.300

Nog te betalen lonen

1.600

48.400

Nog af te dragen premies

125.900

94.300

Nog af te dragen loonheffing

924.800

1.037.600

Personele verplichtingen uit hoofde verlof/vakantietoeslag

163.300

284.200

Nog te betalen loonkostensubsidies

1.228.900

489.600

Verrekende voorschotten gemeenten

-

-

516.400

1.145.600

Nog te betalen bedragen Kruisposten Vooruitontvangen bedragen (zie vooruitbetaald) Overige kosten Totaal

100

0

18.300

0

-

10.200

12.231.600

13.088.000

Onder de overlopende passiva staan de verplichtingen die in het begrotingsjaar 2025 zijn ontstaan, maar pas in een volgend jaar worden betaald. Op de balans staat hiervoor een bedrag van € 13.088.000. Dit bedrag bestaat voor € 2.491.900 uit een niet-opeisbare rekening-courant voor de debiteuren inkomensvoorziening. Onder de verplichtingen staan ook de bedragen die terugbetaald moeten worden aan gemeenten, zoals de afrekening van de bestuursrapportage, het bedrijfsvoeringsresultaat SW en de rijksbijdragen volgens de septembercirculaire. De balanspost, zoals netto te betalen uitkeringen, af te dragen loonheffing uitkeringen, af te dragen BTW, nog te betalen lonen, premies, loonheffing, personele verplichtingen uit hoofde van verlof/vakantietoeslag en nog te betalen loonkostensubsidies, spreken voor zich. Onder de nog te betalen bedragen staan in 2026 nog te ontvangen facturen zoals de huur van de Stadhuiscampus in Tiel, energie, het centraal inkoopbureau en overige leveranciers.

72

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Op basis van het BBV moet Werkzaak rapporteren over belangrijke financiële verplichtingen die niet zichtbaar zijn op de balans. Dit zijn verplichtingen waar Werkzaak in de komende jaren nog aan gebonden is. Deze verplichtingen zijn: Tabel 7.2.10 Toelichting op de Balans - Vlottende passiva - Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten (bedragen per € ) Totale contractwaarde

Contractwaarde

Resterende looptijd

2025

na 2025 (mnd)

Outsourcing van de ICT-omgeving en applicaties

2.420.200

2.097.500

52

ICT-Applicaties

1.576.700

516.000

24

Salarisverwerking

375.600

75.100

12

Huisvesting

4.352.500

399.000

12

Wagenpark

587.200

320.700

39

9.312.200

3.408.300

Naast bovenstaande contracten voor de bedrijfsvoering heeft Werkzaak abonnementscontracten, waar wordt afgerekend op basis van gebruik, en contracten die jaarlijks opzegbaar zijn. Voor het wagenpark geldt dat de resterende looptijd het gemiddelde is van alle lopende contracten. 7.3 Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. Het bestuur heeft op 25 september 2025 de uitgangspunten vastgesteld voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. 7.3.1 Algemene grondslagen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Activa waardeer je op basis van verkrijging- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs met de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschafkosten van de gebruikte gronden hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Op de balans worden activa verdeeld in vaste activa en vlottende activa, afhankelijk van of ze bedoeld zijn om de organisatie op langere termijn te dienen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa neem je op zodra deze bekend zijn, onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

Voorraden en deelnemingen waardeer je op marktwaarde wanneer die lager is dan de verkrijging- of vervaardigingsprijs. Als een bedrijfsmiddel dat buiten gebruik wordt gesteld en de restwaarde lager is dan de boekwaarde, dan wordt het actief direct afgewaardeerd. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Je neemt baten en winsten alleen op wanneer zij op de balansdatum daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden meegenomen zodra ze bekend zijn voor het opmaken van de jaarrekening.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

73

7.3.2 Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening is opgesteld volgens de kaders zoals besloten in de financiële verordening en de kadernota rechtmatigheid. Dit betekent het volgende: •  De rechtmatigheidsverantwoording gaat over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. •  De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: -  Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 19 september 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; -  Alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten zijn onrechtmatig, waarbij voor een aantal situaties in de financiële verordening is beschreven, wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet op tijd aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. -  De M&O‑nota van Werkzaak is leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Alleen bij misbruik is er sprake van een onrechtmatigheid.

Gaat het om misbruik én ligt het totaal boven de verantwoordingsgrens, dan wordt dit opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: -  Een verantwoordingsgrens van 2% van het begrotingstotaal wordt gehanteerd. Voor 2025 is dit € 2.252.000. Fouten en onduidelijkheden boven deze grens moeten verplicht in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; -  Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. 7.3.3 Grondslagen activa en passiva Hieronder is bij de diverse onderdelen van de activa en passiva een toelichting gegeven. Vaste activa Materiële vaste activa Alle investeringen activeer je voor het totale investeringsbedrag, verminderd met eventuele bijdragen van derden die direct met de investering te maken hebben. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Een uitzondering wordt gemaakt voor eventuele verbeteringen aan terreinen, zoals hekwerk en bestrating. Voor het overige schrijf je af op basis van de historische aanschafprijs en volgens een methode die aansluit bij de verwachte gebruiksduur. Daarbij houd je rekening met een mogelijke restwaarde.

De afschrijvingstermijn begint op het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. De materiële vaste activa wordt lineair afgeschreven, op basis van de economische levensduur. In de financiële verordening zijn de afschrijvingstermijnen voor deze verschillende soorten activa als volgt vastgesteld.

74

Tabel 7.3.1 Waarderingsgrondslagen - Afschrijvingstermijnen Gehanteerde afschrijvingstermijnen (in jaren) afschrijvingstermijn

Gronden en terreinen

n.v.t.

Woonruimten

40

Bedrijfsgebouwen

40

Vervoermiddelen

5

Machines, apparaten en installaties

10

Hardware (ICT)

5

Software (ICT)

5

Overige materiële vaste activa

5 (inventaris)

Financiële vaste activa In de balans neem je onder andere de financiële vaste activa van de volgende onderdelen apart op: •  kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; •  leningen aan woningbouwcorporaties, deelnemingen, overige verbonden partijen en overige langlopende leningen; •  overige uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Als een deel van een lening niet kan worden terugbetaald, verreken je de voorziening voor oninbaarheid met de nominale waarde van de lening. Vlottende activa Vorderingen Ook bij vorderingen verreken je eventuele voorzieningen voor oninbaarheid met de nominale waarde van de vorderingen. Het verschil tussen vorderingen en financiële vaste activa wordt bepaald door de looptijd: vorderingen hebben een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. De liquide middelen neem je op tegen nominale waarde. Dit zijn saldi op bankrekeningen en in de kas. Onder de overlopende activa staan de vooruitbetaalde bedragen voor goederen of diensten die je nog moet ontvangen.

Vaste Passiva Voorzieningen Je vormt voorzieningen op basis van de meest actuele berekeningen voor: •  Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs te schatten; •  Op de balansdatum bestaande risico’s van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; •  Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De voorzieningen waardeer je altijd tegen nominale waarde.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

75

Vaste schulden De vaste schulden waardeer je tegen de nominale waarde (de hoofdsom), verminderd de aflossingen die al zijn gedaan. Vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva Vlottende schulden De netto vlottende schulden bestaan uit: kasgeldleningen, bank- en girosaldi en overige schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. Overlopende passiva Onder de overlopende passiva neem je verplichtingen op die in het begrotingsjaar zijn ontstaan, maar pas in een volgend begrotingsjaar worden betaald. Hierbij horen niet de jaarlijks terugkerende arbeidskosten van vergelijkbare omvang. Tot de overlopende passiva horen ook de middelen van derden die een specifieke bestemming hebben. Grondslagen voor resultaatbepaling en resultaatbestemming Voor de bepaling van het resultaat gebruik je het stelsel van baten en lasten. Verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar zijn. Winsten worden verantwoord nadat deze zijn gerealiseerd. De afschrijvingen worden berekend volgens de regels die eerder zijn beschreven bij de vaste activa. Resultaatbestemming Bij de resultaatbestemming maak je onderscheid tussen mutaties die vooraf zijn bepaald in de begroting (toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves) en uiteindelijke jaarrekeningresultaat, dat apart op de balans wordt opgenomen.

De vooraf bepaalde mutaties verwerk je meteen in de reserves. Het saldo van de jaarrekening presenteer je apart. Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die financiële gevolgen hebben voor de jaarrekening 2025.

76

7.4 Overzicht van baten en lasten Als vergelijkende cijfers zijn de Jaarrekening 2024 en de Begroting 2025, inclusief de begrotingswijzigingen, opgenomen. Door afronding kunnen kleine verschillen ontstaan in de financiële tabellen. Tabel 7.4.1 Overzicht van baten en lasten

Totaal Baten en lasten (bedragen in € ) Jaarrekening 2024

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

Verschil

Voordeel / Nadeel

Lasten Bestuur en beleid

93.400

120.400

-1.300

121.700

106.100

15.600

V

Participatie

9.207.400

9.270.000

-230.900

9.500.900

10.310.700

-809.800

N

Sociale werkvoorziening

25.585.000

25.940.200

-102.100

26.042.300

25.067.300

975.000

V

Beschut werk

3.084.700

3.562.400

-114.000

3.676.400

3.563.900

112.500

V

Inkomensvoorziening

57.508.800

64.777.100

3.530.700

61.246.400

62.162.000

-915.600

N

50.900

46.500

-

46.500

48.100

-1.600

N

10.665.000

11.183.500

-62.000

11.245.500

11.374.200

-128.700

N

Onvoorzien

-

44.000

-

44.000

-

44.000

V

Totaal lasten

106.195.200 114.944.100

3.020.400 111.923.700 112.632.300

-708.600

N

Algemene dekkingsmiddelen Overhead

Baten Bestuur en beleid

-

-

-

-

-

-

-

Participatie

7.907.700

7.458.000

-1.011.900

8.469.900

8.563.300

93.400

V

Sociale werkvoorziening

27.713.500

26.520.800

-324.400

26.845.200

27.033.200

188.000

V

Beschut werk

2.690.100

2.520.700

-463.800

2.984.500

3.594.300

609.800

V

Inkomensvoorziening

53.418.500

57.206.500

3.605.400

53.601.100

54.406.500

805.400

V

636.200

166.500

-180.000

346.500

349.600

3.100

V

Overhead

15.952.800

20.947.100

803.000

20.144.100

20.071.300

-72.800

N

Onvoorzien

-

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

108.318.800 114.819.600

2.428.300 112.391.300 114.018.200

1.626.900

V

918.300

V

Algemene dekkingsmiddelen

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten

2.123.600

-124.500

-592.100

467.600

1.385.900

Reservemutaties Toevoeging aan reserves

732.700

-

-808.900

808.900

626.000

182.900

V

Onttrekking aan reserves

97.300

124.500

-216.800

341.300

52.200

-289.100

N

Saldo reservemutaties

-635.400

124.500

592.100

-467.600

-573.800

-106.200

N

Resultaat

1.488.200

-

-

-

812.100

812.100

V

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

77

7.5 Toelichting op de baten en lasten Programma bestuur en beleid Tabel 7.5.1 Toelichting op de baten en lasten - Programma Bestuur en beleid

Bestuur en beleid (bedragen in € ) Jaarrekening 2024

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

Verschil

Voordeel / Nadeel

Lasten Clientenraad

6.600

16.800

200

17.000

7.500

9.500

V

Accountantskosten

86.800

85.800

900

86.700

98.500

-11.800

N

17.800

200

18.000

-

18.000

V

93.400

120.400

1.300

121.700

106.000

15.700

V

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-93.400

-120.400

-1.300

-121.700

-106.000

15.700

V

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

Representatie en vergaderkosten Totaal lasten Baten Totaal baten Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties

Saldo reservemutaties Resultaat

-

-

-

-

-

-

-

-93.400

-120.400

-1.300

-121.700

-106.000

15.700

V

Analyse verschillen We hebben op het programma Bestuur en Beleid een voordelig resultaat van € 15.700. Dit wordt veroorzaakt door: • De kosten voor de cliëntenraad vallen lager uit • De accountantskosten vallen hoger uit • De representatie- en vergaderkosten zijn geboekt onder overhead

€ 9.500 € 11.800 € 18.000

V N V

Totaal

€ 15.700

V

78

Programma Participatie Tabel 7.5.2 Toelichting op de baten en lasten - Programma Participatie

Participatie (bedragen in € ) Jaarrekening 2024

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

Verschil

Voordeel / Nadeel

Lasten Participatiebudget

1.165.300

1.092.300

28.300

1.120.600

1.068.000

52.600

Inleenvergoeding

1.808.600

2.024.600

107.500

2.132.100

1.703.600

428.500

V

inkoopkosten omzet

178.900

193.600

2.100

195.700

199.300

-3.600

N

Projecten

866.000

575.000

77.800

652.800

830.700

-177.900

N

DVO KP4

156.400

167.400

-1.000

166.400

161.700

4.700

V

Doelgroepprofessionals

V

-

-

-

-

-

-

-

Bedrijfsvoering

5.032.200

5.217.100

16.200

5.233.300

6.347.300

-1.114.000

N

Totaal lasten

9.207.400

9.270.000

230.900

9.500.900

10.310.600

-809.700

N

5.349.800

5.461.400

746.800

6.208.200

5.953.500

-254.700

N

Baten Participatiebudget rijksbijdrage Participatiebudget terugontv en ov baten

24.300

-

-

-

-

-

-

Inleenvergoeding

85.900

126.900

-

126.900

77.500

-49.400

N

Omzet

1.263.200

1.227.300

201.500

1.428.800

1.361.200

-67.600

N

Projecten

821.500

475.000

64.600

539.600

788.400

248.800

V

DVO KP4

156.400

167.400

-1.000

166.400

161.700

-4.700

N

Bedrijfsvoering

206.600

-

-

-

221.000

221.000

V

Totaal baten

7.907.700

7.458.000

1.011.900

8.469.900

8.563.300

93.400

V

-1.299.700

-1.812.000

781.000

-1.031.000

-1.747.300

-716.300

N

Toevoeging aan reserves

-

-

808.900

808.900

626.000

182.900

V

Onttrekking aan reserves

35.100

-

216.800

216.800

39.900

-176.900

N

35.100

-

-592.100

-592.100

-586.100

6.000

V

-1.264.600

-1.812.000

188.900

-1.623.100

-2.333.400

-710.300

N

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties

Saldo reservemutaties Resultaat

Analyse verschillen Participatiebudget Het Participatiebudget is verdeeld over twee programma's: Beschut Werk en Participatie. De verdeling van dit budget sluit aan bij onze strategische keuze om vooral te investeren in eigen medewerkers die werkzoekenden ondersteunen met re-integratie. Van het totale budget gaat 80% naar salariskosten van deze medewerkers. Door deze keuze houden we maximale regie over de kwaliteit van dienstverlening en over de manier waarop we inwoners begeleiden.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

79

De overige 20% van het budget zetten we in voor externe ondersteuning en trajecten. Zoals opleidingen, sociale activering en vergoedingen voor begeleiding op de werkvloer. Binnen het programma Participatie hebben we bij het onderdeel Participatie een nadelig resultaat van € 202.100. Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Lagere rijksbijdrage participatiebudget

€ 254.700

N

Totaal

€ 254.700

N

Lasten • Lagere inzet re-integratiemiddelen

€ 52.600

V

Totaal

€ 52.600

V

Totaal

€ 202.100

N

Door een lager aantal medewerkers in de doelgroep Participatie, is een lagere rijksvergoeding ontvangen. Hierdoor konden we uiteindelijk ook minder re‑integratiemiddelen inzetten. In de meicirculaire 2025 is de rijksbijdrage sociale infrastructuur en het impulsbudget sociale infrastructuur opgenomen. De rijksbijdrage is bedoeld voor werkplekken voor mensen uit de banenafspraak die tijdelijk nog niet zelfstandig bij een reguliere werkgever kunnen werken. Het impulsbudget sociale infrastructuur in de meicirculaire 2025 is bedoeld als steun voor de versterking van de sociale infrastructuur. In totaal gaat het om € 626.000 voor de deelnemende gemeenten. Dit bedrag voegen we toe aan de reserve Ontwikkeling Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijf. Vanuit deze reserve maken we, samen met de gemeenten, Werkzaak Rivierenland toekomstbestendig en helpen we meer mensen aan de slag. Inleenvergoedingen We hebben op het onderdeel Inleenvergoedingen in het programma Participatie een voordelig resultaat van € 379.100. Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Lagere bijdrage salarislasten WIW medewerkers • Lagere terugontvangst subsidiemiddelen

€ 15.200 € 34.200

N N

Totaal

€ 49.400

N

Lasten • Compensatie salarislasten CAO aan de slag • Lagere salarislasten doelgroepmedewerkers

€ 127.700 € 300.800

V V

Totaal

€ 428.500

V

Totaal

€ 379.100

V

80

Het programma Participatie laat een positief resultaat zien op het onderdeel inleenvergoedingen. Aan de batenkant zien we een nadelig resultaat. Dat komt door een lagere bijdrage van de salarislasten van de medewerkers die vanuit de Wet Inschakeling Werkzoekenden1 (WIW) bij ons in dienst zijn, door het lagere aantal uur wat deze medewerkers zijn gaan werken. Daarnaast is er in 2025 een lager bedrag aan subsidiemiddelen ontvangen. Aan de lastenkant zijn de salarislasten gedaald. Dit heeft twee oorzaken: 1 De compensatie voor de medewerkers in de CAO Aan de Slag, als gevolg van veranderingen in het belastingstelsel. 2 Een lager aantal medewerkers in 2025. Omzet In tabel 7.5.3 wordt de opbouw van de omzet weergegeven die is verwerkt binnen de programma’s Participatie, Wet sociale werkvoorziening en Beschut werk. Tabel 7.5.3 Toelichting op de baten en lasten - Programma Participatie - Omzet

Omzet (bedragen in € ) Begrotings

Berap

Jaarrekening

2025

2025

2025

Verschil

Voordeel

Participatie

1.202.700

1.428.800

1.218.200

-210.600

N

Beschut

1.503.300

1.299.000

1.365.800

66.800

V

WSW

6.091.400

6.364.600

6.922.400

557.800

V

/ Nadeel

Bruto-omzet

8.797.400

9.092.400

9.506.400

414.000

V

Kosten omzet

924.800

1.071.500

1.073.300

-1.800

N

Netto-omzet

7.872.600

8.020.900

8.433.100

412.200

V

Inleenvergoeding Participatie

1.940.200

2.005.200

1.626.100

379.100

V

Beschut

1.926.000

2.008.300

1.803.000

205.300

V

Totaal inleenvergoeding

3.866.200

4.013.500

3.429.100

584.400

V

Netto-netto-omzet

4.006.400

4.007.400

5.004.000

996.600

V

We hebben op het onderdeel omzet in het programma Participatie een voordelig resultaat van € 996.600 ten opzichte van de bestuursrapportage 2025.

1

Dit is een gesubsidieerde arbeidsplaats voor langdurig werkelozen en jongeren, bedoeld om werkervaring op te doen. Deze regeling is in 2024 vervallen, maar er zijn nog een aantal medewerkers bij ons in dienst.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

81

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Hogere bruto omzet

€ 414.000

V

Totaal

€ 414.000

V

Lasten • Hogere inkoopkosten • Lagere inleenvergoedingen

€ 1.800 € 584.400

N V

Totaal

€ 582.600

V

Totaal

€ 996.600

V

Per programma • Participatie • Wet sociale werkvoorziening • Beschut werk

€ 164.900 € 559.600 € 272.100

V V V

Totaal

€ 996.600

V

Bruto omzet In 2024 is het prijsbeleid geactualiseerd. Daarmee vragen we nu zowel voor detacheringen als voor werkzaamheden in de hallen een reële prijs voor het werk van onze doelgroepmedewerkers. Ondanks het wegvallen van enkele werkgevers heeft dit toch geleid tot een hogere bruto omzet. Bij de groepsdetacheringen zijn de betrokkende medewerkers herplaatst bij meerdere (nieuwe) werkgevers. Vaak is hierbij een hoger tarief afgesproken, gebaseerd op de reële prijs die hoort bij het vernieuwde prijsbeleid. Voor werk in de hallen is kritisch gekeken naar beter betaalde opdrachten. Verder was de markt op zonnepanelen aangetrokken Dit zorgde voor extra productie voor Sunbeam, wat een positieve bijdrage leverde aan de omzet. Per saldo leidde dit tot een hogere totale omzet, die de daling van de detacheringsomzet volledig heeft opgevangen. Inkoopkosten De inkoopkosten liggen in lijn met de begroting. Dit komt vooral doordat het grootste deel van de werkzaamheden in de hallen geen extra materialen aangekocht zijn. Inleenvergoedingen De inleenvergoedingen vallen lager uit dan in de bestuursrapportage. Dit heeft verschillende oorzaken. Op de eerste plaats door een compensatie van de salarislasten voor de CAO aan de Slag die in de decembercirculaire 2025 beschikbaar is gesteld. Daarnaast is de gemiddelde salarislast voor de medewerkers Beschut Werk lager dan begroot.

In de bestuursrapportage is op basis van de eerste maanden een te hoge inleenvergoeding per medewerker berekend. Ook is het uiteindelijke aantal medewerkers binnen Beschut werk en Participatie lager dan in de bestuursrapportage aangenomen.

82

Projecten en reserves Op de lasten is een nadeel van € 177.900, terwijl op de baten een voordeel is ontstaan van € 248.800. Per saldo is dit een voordeel van € 70.900, die als volgt te verklaren is. •

Omzet DIWI • Vergoeding inzet Werkcentrum

€ 18.500 € 52.400

V V

Totaal

€ 70.900

V

Dienstverleningsovereenkomst West Maas en Waal Klantprofiel 4 De lasten waren € 4.700 lager dan begroot. Omdat we deze kosten een op een doorbelasten aan de gemeente West Maas en Waal volgens de met elkaar overeengekomen DVO, zijn de baten ook lager. Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel Bedrijfsvoering in het Programma Participatie een nadelig resultaat van € 893.000. Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Vergoeding detachering ambtenaren

€ 221.000

V

Totaal

€ 221.000

V

Lasten • Hogere salarislasten ambtelijk personeel

€ 1.114.000

N

Totaal

€ 1.114.000 N

Totaal

€ 893.000 N

Binnen het programma zien we een stijging in de salarislasten. Dit komt door een verschuiving van de begeleidingsvraag van medewerkers binnen de verschillende doelgroepen. Hierdoor drukken de salarislasten van het ambtelijk personeel zwaarder op deze doelgroep. Dit nadeel wordt deels gecompenseerd door het voordeel binnen de programma’s Wet sociale werkvoorziening en Beschut Werk.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

83

Programma Wet sociale werkvoorziening Tabel 7.5.4 Toelichting op de baten en lasten - Programma Sociale werkvoorziening

Sociale Werkvoorziening (bedragen in € ) Jaarrekening

Begroting

2024

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

Verschil

Voordeel

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

20.015.500

19.606.500

409.000

V

/ Nadeel

Lasten Kosten WSW Omzet

20.427.400

20.296.000

-280.500

633.100

773.700

128.100

901.800

1.081.800

-180.000

N

Bedrijfsvoering

4.524.500

4.870.500

254.500

5.125.000

4.379.000

746.000

V

Totaal lasten

25.585.000

25.940.200

102.100

26.042.300

25.067.300

975.000

V

Bijdragen gemeenten

21.127.400

20.296.000

158.600

20.454.600

19.901.100

-553.500

N

Omzet

6.586.100

6.224.800

165.800

6.390.600

7.132.100

741.500

V

Totaal baten

27.713.500

26.520.800

324.400

26.845.200

27.033.200

188.000

V

2.128.500

580.600

222.300

802.900

1.965.900

1.163.000

V

Baten

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves

700.000

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

Saldo reservemutaties

-700.000

-

-

-

-

-

-

Resultaat

1.428.500

580.600

222.300

802.900

1.965.900

1.163.000

V

Analyse verschillen Kosten Wsw en Bijdragen Gemeenten We hebben op het onderdeel Kosten Wsw in het programma Wet sociale werkvoorziening een voordelig resultaat van €409.000. Dit wordt veroorzaakt door: Lasten • Lagere salarislasten • Hogere lasten loonkostensubsidies

€ 419.600 € 10.600

V N

Totaal

€ 409.000

V

De lagere salarislasten komt vooral door de compensatie van € 324.000 voor medewerkers uit de cao SW vallen. Deze compensatie is in december 2025 via de decembercirculaire 2025 beschikbaar gesteld. Daarnaast zijn er gemiddeld minder medewerkers (16,24 fte) in dienst geweest. Zij hadden wel een hoger gemiddeld salaris (€ 2.429). In totaal levert het verschil in aantal medewerker en het hogere gemiddelde salaris nog een besparing op van € 105.600. De hogere lasten voor loonkostensubsidies worden veroorzaakt door een lager aantal medewerkers (3,96 fte). Daar staat een hogere vergoeding voor loonkostensubsidie (€ 786) per fte tegenover.

84

Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel bedrijfsvoering in het programma Wet sociale werkvoorziening een voordelig resultaat van € 746.000. Dit wordt veroorzaakt door: Lasten • Lagere ambtelijke salarislasten • Lagere overige kosten SW

€ 601.500 € 144.500

V V

Totaal

€ 746.000

V

Binnen het programma zien we een daling in de salarislasten. Dit komt door een verschuiving van de begeleidingsvraag van medewerkers binnen de verschillende doelgroepen. Hierdoor drukken de salarislasten van het ambtelijk personeel minder zwaar op de doelgroep SW. Dit helpt om een nadeel binnen het programma Participatie te compenseren. De lagere overige kosten worden mede veroorzaakt door het lagere aantal medewerkers SW. Daarnaast zijn de vervoerskosten lager uitgevallen dan begroot. Omzet Wet sociale werkvoorziening De omzet is toegelicht in het programma participatie. Programma resultaat De ontwikkeling van het subsidieresultaat in 2025 is als volgt: Tabel 7.5.5 Toelichting op de baten en lasten - Programma Sociale werkvoorziening - Subsidieresultaat

Subsidieresultaat (bedragen in € )

Subsidieresultaat Wsw

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

Jaarrekening

Begroting

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging

2025

1.993.400

1.614.400

1.929.800

2.469.900

Verschil

Voordeel / Nadeel

540.100

V

85

Programma Beschut Werk Tabel 7.5.6 Toelichting op de baten en lasten - Programma Beschut

Beschut (bedragen in € ) Jaarrekening 2024

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

Verschil

Voordeel

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

102.000

337.100

417.400

-80.300

N

/ Nadeel

Lasten Participatiebudget

147.300

235.100

Inleenvergoeding

1.636.300

1.926.000

82.300

2.008.300

1.898.000

110.300

V

Bedrijfsvoering

1.301.100

1.401.300

-70.300

1.331.000

1.248.500

82.500

V

Totaal lasten

3.084.700

3.562.400

114.000

3.676.400

3.563.900

112.500

V

1.418.200

1.175.400

510.100

1.685.500

2.087.100

401.600

V

46.400

46.400

V

Baten Participatiebudget Participatiebudget terugontv baten en ov baten Inleenvergoeding

33.900

-

75.000

-

-

-

95.000

95.000

V

Omzet

1.163.000

1.345.300

-46.300

1.299.000

1.365.800

66.800

V

Totaal baten

2.690.100

2.520.700

463.800

2.984.500

3.594.300

609.800

V

-394.600

-1.041.700

349.800

-691.900

30.400

722.300

V

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

Saldo reservemutaties

-

-

-

-

-

-

-

-394.600

-1.041.700

349.800

-691.900

30.400

722.300

V

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties

Resultaat

Analyse verschillen Participatiebudget Zoals eerder toegelicht in het programma Participatie, wordt 80% van het budget gebruikt voor de salariskosten van medewerkers die de werkzoekenden ondersteunen met re-integratie. De overige 20% wordt ingezet voor externe ondersteuning en trajecten zoals opleidingen, sociale activering en vergoedingen voor begeleiding op de werkvloer. Het participatiebudget is verdeeld over twee programma’s: Beschut Werk en Participatie. Ook binnen deze programma’s geldt dat 80% wordt gebruikt voor salarissen en 20% voor overige kosten. We hebben op het onderdeel Participatiebudget in het programma Beschut werk een voordelig resultaat van € 321.300.

86

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Hogere rijksbijdrage Beschut Werk

€ 401.600

V

Totaal

€ 401.600

V

Lasten • Hogere inzet re-integratiemiddelen

€ 80.300

N

Totaal

€ 80.300

N

Totaal

€ 321.300

V

De hogere rijksbijdrage Beschut Werk komt door extra middelen die in de septembercirculaire 2025 beschikbaar zijn gesteld. Deze middelen zijn bedoeld om de werking van loonkostensubsidie bij Beschut Werk te verbeteren. Dit hangt samen met de overgang naar een forfaitaire loonkostensubsidie voor medewerkers met een indicatie Beschut Werk, die naar verwachting in 2028 wordt ingevoerd. Door deze extra middelen kunnen we ook meer re-integratiemiddelen inzetten voor de medewerkers binnen de doelgroep Beschut Werk. Inleenvergoedingen We hebben op het onderdeel inleenvergoedingen in het programma Beschut Werk een voordelig resultaat van € 205.300. Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Verhaal en bijdragen derden

€ 95.000

V

Totaal

€ 95.000

V

Lasten • Lagere aantallen en lagere gemiddelde prijs per persoon

€ 110.300

V

Totaal

€ 110.300

V

Totaal

€ 205.300

V

Bij de inleenvergoedingen zien we twee ontwikkelingen: een lagere instroom dan begroot (8 personen) en gemiddeld een hogere prijs per persoon. Dit hogere gemiddelde komt door verschillende factoren, namelijk lagere verstrekte loonkostensubsidies, indexering, de methodiek van berekenen van een gemiddelde prijs en soms doordat medewerkers verschuiven in de loonschaal. Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel bedrijfsvoering in het programma Beschut Werk een voordelig resultaat van € 82.500.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

87

Dit wordt veroorzaakt door: Lasten • Lagere ambtelijke salarislasten

€ 82.500

V

Totaal

€ 82.500

V

Binnen het programma zien we een daling van de salarislasten. Dit komt door een verschuiving in de begeleidingsvraag van medewerkers binnen de verschillende doelgroepen. Daardoor drukken de salarislasten van het ambtelijk personeel minder zwaar op de doelgroep Beschut Werk. Hiermee wordt een deel van het nadeel binnen het programma Participatie deels gecompenseerd. Omzet De omzet is toegelicht in het programma participatie.

Die eerste stap zetten vond ik lastig… maar toch besloot ik te blijven proberen

88

Programma Inkomensvoorziening De taken die Werkzaak uitvoert voor het ondersteunen in de inkomensvoorziening zijn opgenomen in het programma Inkomensvoorziening. Binnen de BUIG-gelden zijn de loonkostensubsidies verwerkt. De directe kosten voor ondersteuning staan binnen het programma geboekt. Tabel 7.5.7 Toelichting op de baten en lasten - Programma Inkomensvoorziening

Inkomensvoorziening (bedragen in € ) Jaarrekening 2024

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

Verschil

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

52.764.800

53.483.500

-718.700

Voordeel / Nadeel

Lasten Participatie BUIG

49.675.300

Buig stelpost

52.297.400

467.400

N

3.792.700

-3.792.700

-

-

-

BBZ

55.000

336.800

-286.800

50.000

35.000

15.000

V

Bijzondere bijstand

105.300

60.000

50.000

110.000

128.700

-18.700

N

-

-

-

-

71.700

-71.700

N

Alleenverdienersproblematiek TOZO

2.600

-

-

-

Doelgroepprofessionals

16.700

23.000

900

23.900

14.300

9.600

V

648.500

719.600

-43.300

676.300

687.500

-11.200

N

DVO bijz. bijstand, schuldhulpverlening Directe kosten inkomen

530.300

571.200

-27.400

543.800

601.500

-57.700

N

Bedrijfsvoering

6.475.200

6.976.400

101.200

7.077.600

7.139.900

-62.300

N

Totaal lasten

57.508.900

64.777.100

-3.530.700

61.246.400

62.162.100

-915.700

N

51.922.800

56.326.900

-4.293.900

52.033.000

52.663.800

630.800

V

Verhaal van bijstand

684.300

-

731.800

731.800

819.800

88.000

V

BBZ

55.000

100.000

-50.000

50.000

35.000

-15.000

N

Bijzondere bijstand

105.300

60.000

50.000

110.000

128.700

18.700

V

-

-

-

-

71.700

71.700

V

2.600

-

-

-

-

-

-

648.500

719.600

-43.300

676.300

687.500

Baten Bijdrage BUIG

Alleenverdienersproblematiek TOZO DVO bijz. bijstand, schuldhulpverlening

11.200

V

Directe kosten inkomen

-

-

-

Bedrijfsvoering

-

-

-

Totaal baten

53.418.500

57.206.500

-3.605.400

53.601.100

54.406.500

805.400

V

-4.090.400

-7.570.600

-74.700

-7.645.300

-7.755.600

-110.300

N

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

14.900

-

-

Saldo reservemutaties

14.900

-

-

-

-

-

-

-4.075.500

-7.570.600

-74.700

-7.645.300

-7.755.600

-110.300

N

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties

Resultaat

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

-

89

Analyse verschillen Participatie BUIG Lasten • Hogere uitkeringslasten • Lagere kosten loonkostensubsidie

€ 1.434.600 € 715.900

N V

Totaal

€ 718.700

N

Totaal

€ 718.700

N

Hogere Uitkeringslasten De uitkeringslasten zijn hoger dan begroot. In totaal is dit een nadeel van € 1,4 miljoen. Dit komt door: •  Een hogere gemiddelde uitkering: In de begroting rekenden we met een lagere gemiddelde uitkering. De uitkering valt hoger uit omdat het wettelijk minimumloon sterker is gestegen dan verwacht. Ook zijn de werkgeverslasten hoger. Daarnaast is er een verschuiving van het aantal alleenstaanden naar meer gehuwden met een uitkering. Een uitkering voor gehuwden is hoger, waardoor de gemiddelde uitkering stijgt. •  Een hoger aantal uitkeringsgerechtigden: In de eerste maanden van 2025 steeg het aantal uitkeringen. In de periode juli tot en met september is een lichte daling zichtbaar, zoals we die in eerdere jaren ook zagen in het laatste kwartaal. In 2025 heeft deze daling uiteindelijk niet doorgezet. Het aantal uitkeringsgerechtigden bleef stabiel. Hierdoor vallen de totale uitkeringskosten hoger uit dan in de begroting is opgenomen. Lagere kosten loonkostensubsidies De kosten voor loonkostensubsidies zijn lager dan begroot. Dit levert een positief resultaat op van € 715.900. De daling komt doordat oude bedragen voor nog uit te betalen loonkostensubsidies zijn afgeboekt. Werkgevers hebben vijf jaar de tijd om een loonkostensubsidie aan te vragen. In deze gevallen hebben zij dat niet gedaan. Daardoor is de eerder opgenomen voorziening vrijgevallen.

Bijdrage BUIG Baten • Hogere rijksbijdrage BUIG • Lagere rijksbijdrage loonkostensubsidie • Lagere bijdrage gemeente loonkostensubsidie • Hogere bijdrage gemeente BUIG

Totaal

€ 112.000 € 30.500 € 685.400 € 1.234.600

V N N V

€ 630.800

V

De rijksbijdrage voor de bijstandsuitkering is licht gestegen. Dit komt doordat de werkelijke loon- en prijsontwikkeling hoger is uitgevallen dan in de begroting was verwacht. De rijksbijdrage voor de loonkostensubsidies is licht gedaald. Dit komt doordat de definitieve aantallen per 31 december 2024 lager waren dan in de raming opgenomen.

90

Verhaal van bijstand Baten • Hogere baten uit verhaal

€ 88.000

V

Totaal

€ 88.000

V

De baten uit verhaal van bijstand zijn hoger dan begroot. Dit komt doordat we meer geld hebben teruggekregen van mensen die volgens de wet moeten bijdragen aan de bijstand, zoals ex-partners of ouders. Daarnaast is er meer teruggevorderd dan begroot. Bbz Kredieten Baten • Doorbelasting naar gemeenten

€ 15.000

N

Totaal

€ 15.000

N

Lasten • Minder verstrekte kredieten

€ 15.000

V

Totaal

€ 15.000

V

Totaal

€0

Er zijn minder kredieten verstrekt dan begroot. Dit levert een voordeel van € 15.000 op. De aflossingen zijn vrijwel gelijk aan wat in de begroting stond. Deze betaalde en ontvangen bedragen worden rechtstreeks doorbelast naar de gemeenten. Zie ook de bijlage 11.4. Bijzondere bijstand Baten • Lagere terugvordering • Doorbelasting gemeente

€ 5.600 € 24.300

N V

Lasten • Hogere lasten bijzondere bijstand

€ 18.700

N

Totaal

€ 18.700

N

Totaal

€0

Er is € 128.700 verstrekt en € 33.400 teruggevorderd. Het resultaat is daarmee € 95.300. Het verschil met de bestuursrapportage is € 24.300 nadelig. Het gemiddelde toegekende bedrag is per persoon is gestegen. Dit zit vooral in het feit dat het aantal jongeren is gestegen dat geen beroep kan doen op ouders voor financiële ondersteuning. Hierdoor vallen zij onder de regeling voor aanvullende bijstand. De bijdrage van de gemeenten is hierdoor hoger.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

91

Alleenverdienersproblematiek Baten • Doorbelasting uitvoering alleenverdienersproblematiek

€ 71.700

V

Totaal

€ 71.700

V

Lasten • Uitvoering alleenverdienersproblematiek

€ 71.700

N

Totaal

€ 71.700

N

Totaal

€ 0

Deze landelijke regeling geldt voor de jaren 2025, 2026 en 2027 en is bedoeld om alleenverdieners te helpen die door de regels voor toeslagen minder inkomen overhouden. De regeling is onderdeel van de bijzondere bijstand. Voor 2025 is deze vastgesteld op € 1.000 per huishouden. Gemeenten ontvangen hiervoor budget via een decentralisatie uitkering, opgenomen in de Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds. De gemeenten Tiel en Culemborg hebben ons in de loop van 2025 gevraagd om de uitbetaling van deze regeling voor hen uit te voeren. Doelgroepprofessionals Lasten • Daling salarislasten

€ 9.600

V

Totaal

€ 9.600

V

De inzet van de doelgroepprofessionals is gedaald, dit levert een lagere salarislast op dan begroot. DVO West Maas en Waal Baten • Hogere doorbelasting DVO bijzondere bijstand

€ 11.200

N

Totaal

€ 11.200

N

Lasten • Lagere salarislasten en overhead • Hogere uitbetaalde bijzondere bijstand

€ 2.000 € 13.200

V N

Totaal

€ 11.200

V

Totaal

€0

De salarislasten en overheadslasten zijn € 2.000 voordeliger dan begroot. De uitbetaalde bijzondere bijstand was € 13.200 hoger dan begroot. Hierdoor stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 11.200. Per saldo neutraal.

92

Directe kosten Inkomen Lasten • Hogere kosten sociale recherche • Hogere kosten externe adviseurs BBZ • Hogere kosten adviseurs uitkeringen • Hogere kosten invordering

€ 14.000 € 18.700 € 24.500 € 500

N N N N

Totaal

€ 57.700

N

De hogere kosten voor adviseurs uitkeringen, komt door een hogere rekening van SV-land dan begroot. SV-land onderzoekt voor Werkzaak of uitkeringsgerechtigden recht hebben op voorliggende voorzieningen. Als de adviseur van SV-land verwacht dat uitkeringsgerechtigde in aanmerking kan komen voor zo’n voorziening, bespreekt hij dit met de inwoner en helpt bij de aanvraag. Dit zorgt ervoor dat Werkzaak minder uitkeringskosten heeft en dat de inwoner een passende oplossing krijgt. SV-land werkt op basis van no-cure, no-pay: de vergoeding bedraag 10% van de bespaarde uitkeringslasten. Tegenover de hogere uitgave aan advieskosten van SV-land staat dus een hoger bedrag aan teruggevorderde bijstand. Bedrijfsvoering Lasten • Hogere salarislasten

€ 62.300

N

Totaal

€ 62.300

N

We hebben op het onderdeel Bedrijfsvoering in het programma Inkomensvoorziening een nadelig resultaat van € 62.300. Dit wordt veroorzaakt door een verschuiving van de inzet van ambtelijk personeel op de verschillende programma’s. Programma resultaat De ontwikkeling van het subsidieresultaat in 2025 is als volgt: Tabel 7.5.8 Toelichting op de baten en lasten - Programma Inkomensvoorziening - Subsidieresultaat

Subsidieresultaat (bedragen in € )

Resultaat BUIG

Jaarrekening

Begroting

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging

2025

3.909.100

0

3.107.100

2.557.900

Stelpost BUIG Resultaat BBZ

3.792.700 67.500

250.000

132.000

148.100

Verschil

Voordeel / Nadeel

-549.200

V

-

-

16.100

V

Resultaat Bijzondere bijstand

-67.800

-60.000

-71.000

-95.300

-24.300

N

Subsidieresultaat inkomen

3.908.800

3.982.700

3.168.100

2.610.700

-557.400

N

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

93

Programma Overhead Hier worden alle kosten beschreven die horen bij de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Het doel van dit aparte programma is om: • de overhead duidelijk zichtbaar te maken; • gemeenten onderling beter te kunnen vergelijken; • meer transparantie te bieden in de kostenopbouw; • en betere sturing op de bedrijfsvoering mogelijk te maken. Kosten die direct toe te rekenen zijn aan het primaire proces, zoals directe loonkosten van medewerkers die met werkzoekenden werken, vallen niet onder overhead. Deze worden verantwoord binnen de betreffende taakvelden/programma's.

94

Tabel 7.5.9 Toelichting op de baten en lasten - Programma Overhead

Overhead (bedragen in € ) Jaarrekening 2024

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2025 wijziging 2025

wijziging

2025

Verschil

Voordeel / Nadeel

Lasten Bedrijfsvoering

5.059.700

5.083.800

-97.800

5.181.600

4.791.600

390.000

V

Huisvesting Tiel

916.400

732.000

-8.100

740.100

755.300

-15.200

N

Huisvesting Geldermalsen

1.111.400

1.297.700

106.900

1.190.800

1.136.000

54.800

V

Facilitair/ICT

2.493.100

2.741.400

-27.200

2.768.600

2.690.900

77.700

V

314.900

304.700

-

304.700

326.600

-21.900

N

58.500

-700

59.200

69.300

-10.100

N

639.800

573.700

-29.400

603.100

999.500

-396.400

N

129.700

321.600

-3.400

325.000

337.800

-12.800

N

Administraties

-

169.100

-3.400

172.500

152.200

20.300

V

Overige kosten

-

-

-

-

-

-

-

Projecten

-

-99.000

1.100

-100.100

114.900

-215.000

N

10.665.000

11.183.500

62.000

11.245.500

11.374.100

-128.700

N

14.600

-

-

-

12.300

12.300

V

-

-

-

-

-

-

-

-

10.100

10.100

V

Doelgroepprofessionals Communicatie HRM Advieskosten en bezwaar en beroep

Totaal lasten Baten Bedrijfsvoering Huisvesting Tiel Huisvesting Geldermalsen

2.400

-

Facilitair/ICT

7.700

-

-

-

-

-

-

-

-

-

95.200

95.200

V

-

-

-

-

-

-

HRM Advieskosten en bezwaar en beroep Administraties

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

114.900

114.900

V

Bijdrage bedrijfsvoering

15.928.100

20.947.100

-803.000

20.144.100

19.838.700

-305.400

N

Totaal baten

15.952.800

20.947.100

-803.000

20.144.100

20.071.200

-72.900

N

5.287.800

9.763.600

-865.000

8.898.600

8.697.100

-201.500

N

Projecten

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

N

Onttrekking aan reserves

47.300

124.500

-

124.500

12.300

-112.200

N

Saldo reservemutaties

47.300

124.500

-

124.500

-215.900

-340.400

N

5.335.100

9.888.100

-864.900

9.023.200

8.481.200

-542.000

N

Resultaat

Analyse verschillen Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel Bedrijfsvoering in het programma Overhead een voordelig resultaat van € 234.800.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

95

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Diverse ontvangen bijdragen

€ 12.300

V

Totaal

€ 12.300

V

Lasten • Lagere ambtelijke salarislasten • Hogere looncorrecties

€ 617.600 € 249.500

V N

Totaal

€ 368.100

V

Totaal

€ 234.800

V

Huisvesting (Tiel en Geldermalsen) We hebben op het onderdeel Huisvesting in het programma Overhead een voordelig resultaat van € 60.900. Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Ontvangen energiesubsidie

€ 10.100

V

Totaal

€10.100

V

Lasten • Lagere onderhoudskosten locatie Geldermalsen • Lagere energiekosten locatie Geldermalsen • Hogere verzekering en beveiligingskosten Geldermalsen • Hogere kosten Tiel • Overige verschillen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16963081/1