Bijlage 26 - Bijlage 12 bij MER Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
Tekst van het document
Rapport 5339
TIEL EN NEDER-BETUWE HERINRICHTING WILLEMSPOLDER FASE 1 B. Jansen
Herinrichting Willemspolder fase 1 Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en deels karterend booronderzoek
B. Jansen
2
Colofon ADC Rapport 5339 Herinrichting Willemspolder fase 1 Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en deels /karterend booronderzoek Auteur: B. Jansen In opdracht van: de Dekkergroep © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 6 januari 2021 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: A. Muller
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Voorgaande onderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.2.1 Lithologische beschrijving en landschappelijke interpretatie 3.2.2 Archeologische indicatoren 3.2.3 Verstoringen 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorgegevens
5 7 9 9 9 9 11 13 13 14 14 15 16 16 18 19 19 19 31
4
5
Samenvatting In opdracht van de Dekkergroep heeft ADC ArcheoProjecten in oktober en november 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Herinrichting Willemspolder, fase1. Ten behoeve van de realisatie van de herinrichtingsplannen zal eerst ontgraven worden ten behoeve zandwinning. Het gebied bevindt zich in de Willemspolder, direct ten zuidwesten van IJzendoorn. Het plangebied heeft een omvang van circa 160 hectare, een gedeelte wordt ontgrond en heringericht en een groot deel bestaat reeds uit water. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor met name het noordelijke deel van het plangebied een archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van oudere stroomgordels in de ondergrond. Op basis van de ouderdom van deze stroomgordels kunnen archeologische resten vanaf de IJzertijd tot de Late Middeleeuwen verwacht worden. De aangetroffen Romeinse vondsten onderbouwen deze verwachting, al is de context van deze vondsten onbekend. Voor de oudere stroomgordels geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Het zuidelijke deel van het gebied bestaat op basis van de meandergordel kaart uit afzettingen gevormd na de eerste bedijking in de Late Middeleeuwen. In dit deel van het gebied worden geen archeologische resten verwacht met uitzondering van de op oude kaarten aanwezige bebouwing.
Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat In het plangebied sprake van fluviatiele-afzettingen van de Waal. Deze bestaan uit van beneden naar boven beddingzand, oeverafzettingen en (lokaal) afzettingen gevormd in de uiterwaarden na de bedijking. In de oeverafzettingen zijn geen aanwijzingen oudere stroomgordelfasen aangetroffen. Het hele onderzochte deel van het plangebied lijkt daarmee te bestaan uit afzettingen van de Waal. In de oeverafzettingen zijn geen oude loopoppervlakken aangetroffen die kansrijk zijn voor archeologische resten. Het enige kansrijke niveau betreft de top van de oever- / uiterwaardafzettingen. Afhankelijk van de ouderdom van het onder de verstoorde bovengrond aanwezige sediment geldt hiervoor een verwachting vanaf de (Late) Middeleeuwen of Nieuwe tijd. Op basis van het booronderzoek kan de verwachting voor Romeinse en oudere perioden naar laag worden bijgesteld. De verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan eveneens naar laag worden bijgesteld aangezien er geen aanwijzingen voor vindplaatsen uit deze periode zijn aangetroffen in het verkennende onderzoek. Ter hoogte van de renteniers woning die op de kadastrale minuut kaart uit omstreeks 1830 al staat aangegeven zijn in twee boringen archeologisch vervuilde lagen met baksteen en fragmenten aardwerk aangetroffen.
Op deze locatie worden daarmee nog resten van deze historische bebouwing verwacht. Ter hoogte van de veronderstelde historische kern van IJzendoorn zijn geen aanwijzingen voor archeologische resten aangetroffen. Op basis van het karterend booronderzoek wordt geconcludeerd dat de dorpskern zich niet zover zuidelijk richting de rivier heeft uitgestrekt. OP basis van het bovenstaande adviseert ADC ArcheoProjecten om in de gebieden van de voormalige rentenierswoning een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Het overige deel van het plangebied kan op basis van de resultaten van het onderzoek worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling ten behoeve van de uitvoering een protocol toevalsvondsten in het bestek op te nemen. Hiermee wordt de uitvoerder nadrukkelijk gewezen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.
6
Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode
Afkorting
Tijd in jaren
Nieuwe tijd:
NT
1500 - heden
Middeleeuwen:
XME
450 – 1500 na Chr.
Late Middeleeuwen
LME
Vroege Middeleeuwen
VME
Romeinse tijd:
ROM
1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.
Laat-Romeinse tijd
ROML
270 - 450 na Chr.
Midden-Romeinse tijd
ROMM
70 - 270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd
ROMV
12 voor Chr. - 70 na Chr.
IJzertijd:
IJZ
Late IJzertijd
IJZL
250 - 12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
IJZM
500 - 250 voor Chr.
Vroege IJzertijd
IJZV
Bronstijd:
BRONS
Late Bronstijd
BRONSL
800 – 12 voor Chr.
800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr.
Midden-Bronstijd
BRONSM
1800 - 1100 voor Chr.
Vroege Bronstijd
BRONSV
2000 - 1800 voor Chr.
Neolithicum (Jonge Steentijd):
NEO
Laat-Neolithicum
NEOL
5300 – 2000 voor Chr. 2850 - 2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
NEOM
4200 - 2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum
NEOV
Mesolithicum (Midden-Steentijd):
MESO
5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.
Laat-Mesolithicum
MESOL
6450 - 4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
MESOM
7100 - 6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
MESOV
8800 - 7100 voor Chr.
Paleolithicum (Oude Steentijd):
PALEO
Laat-Paleolithicum
PALEOL
35.000 - 8800 voor Chr.
Midden-Paleolithicum
PALEOM
300.000 – 35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
PALEOV
tot 300.000 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
tot 8800 voor Chr.
7
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van de Dekkergroep heeft ADC ArcheoProjecten in oktober en november 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Herinrichting Willemspolder, fase1 (afb. 1). Ten behoeve van de realisatie van de herinrichtingsplannen zal eerst ontgraven worden ten behoeve zandwinning. Het gebied bevindt zich in de Willemspolder, direct ten zuidwesten van IJzendoorn. Het plangebied heeft een omvang van circa 160 hectare, een gedeelte wordt ontgrond en heringericht en een groot deel bestaat reeds uit water. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. In het vigerende paraplu bestemmingsplan (NL.IMRO.1740.bpNBarcheologie-vst1) staan grote delen van het plangebied als witte zones aangegeven.
De onderliggende beleidskaart archeologie van de gemeente Neder-Betuwe heeft in de legenda geen uitleg over de witte vlakken. In opdracht van het Waterschap Rivierenland is in 2018 een uitgebreid bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van de plannen voor de dijkverbetering in de gemeente Neder-Betuwe en Tiel. Het bureauonderzoek heeft geresulteerd in een actueler overzicht van de archeologische verwachtingen en vindplaatsen dan de huidige beleidskaarten van de gemeenten. Voor de herinrichting van de Willemspolder wordt dit onderzoek dan ook als handvat gebruikt voor de vaststelling van het noodzakelijke archeologische onderzoek voorafgaande aan de realisatie van de herinrichting. In het kader van de ontgrondingenwetvergunning is de provincie Gelderland de bevoegde overheid. De gemeente Neder-Betuwe is als bevoegde overheid betrokken bij de wijziging van het bestemmingsplan voor de herinrichting van het gebied. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).1 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Neder-Betuwe volgt voor het archeologische onderzoek de richtlijnen opgesteld door de Omgevingsdienst Rivierenland.2 Onderhavig onderzoek is volgens deze richtlijnen uitgevoerd.
1
SIKB 2018.
2
van Oort, 2018
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
Dekkergroep Dhr. T. Van Mierlo e-mail: t.vanmierlo@dekkergroep.nl
fase(n) AMZ-cyclus:
bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de
aanleiding:
Herinrichting Willemspolder, fase 1 voorafgegaan door
vorm van een verkennend booronderzoek ontgraving cq zandwinning. Afb. 2 geeft een impressie van de nieuwe inrichting. locatie:
Willemspolder
plaats:
IJzendoorn
gemeente:
Neder-Betuwe
provincie:
Gelderland
kaartblad:
39G (1:25.000)
oppervlakte plangebied:
160 ha
coördinaten:
164.097 / 434.335 (centrum)
Bevoegde overheid:
Provincie Gelderland Mevr. N. Vossen
Deskundige namens de gemeente Neder-Betuwe:
Dhr. H.J. van Oort, regioarcheoloog ODRivierenland
Archis-zaaknummer:
4904237100
ADC-projectcode:
4220738
auteur:
B. Jansen
projectmedewerkers:
J.Q. Hessing & G.P.A.M.M Nieuwlaat
autorisatie:
A. Muller
periode van uitvoering:
Oktober – November 2020
beheer en plaats documentatie:
ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
9
2
Voorgaande onderzoek 2.1
Doelstelling en vraagstelling
Door RAAP archeologisch adviesbureau is voor een groter gebied een archeologische bureauonderzoek uitgevoerd. Het resultaat van dit onderzoek is een vindplaatsen en archeologische verwachtingskaart.3 Deze kaart met bijbehorende rapportage maakt duidelijk dat in het herinrichtingsgebied Willemspolder – fase 1 sprake is van zowel lage, middelhoge als hoge verwachting voor archeologische resten (afb 3: respectievelijk licht-, midden- en donkergroen). De gearceerde delen op afb. 4 betreffen zones waar de bodem mogelijk tot onder het kansrijke archeologische niveau verstoord is. Het door RAAP uitgevoerde bureauonderzoek is met een beknopt bureauonderzoek aangevuld met specifieke informatie omtrent het plangebied. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methodiek
Ter aanvulling op het bureauonderzoek van RAAP is een knopt bureauonderzoek uitgevoerd waarbij in meer detail naar het plangebied is ingezoomd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.
2.3
Resultaten
2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in de Willemspolder direct ten zuidwesten van de dorpskern van IJzendoorn. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland en akkerland en waterpartijen en heeft een omvang van circa 160 hectare. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de ontvangen gegevens blijkt dat er langs de noordrand van het plangebied sprake is van een hoge drukgasleiding. Het tijdens het bureauonderzoek onderzochte gebied komt overeen met het plangebied. In het plangebied zijn de volgende ingrepen gepland: Zandwinning en herinrichting met waterpartijen en (natte) natuur (afb. 2) De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast cq volledig zullen verdwijnen.
3
Boshoven e.a., 2018
10
2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De onder 2.3.1. genoemde archeologische verwachting in het gebied is gebaseerd op de ligging van oudere stroomgordels in het plangebied en de periode dat deze bewoonbaar geweest zijn. In het noordoostelijke deel van het plangebied worden op de meandergordelkaart afzettingen van de Bommel/Echteld stroomgordel4 aangegeven. Deze stroomgordel was actief tot circa 100 na Chr. Ten zuiden van deze stroomgordel bevinden zich afzettingen van de Waal5 van voor de bedijking in de Late Middeleeuwen. De In de zones met een lage verwachting zijn geen oudere stroomgordel(fasen) in de ondergrond bekend. Hier bevinden zich onder de uiterwaardafzettingen sedimenten van de waal uit de periode van voor de bedijking in de late Middeleeuwen. De dijken langs de Waal dateren vanaf het begin van de Late Middeleeuwen. Vanaf die periode heeft de rivier zich binnen de uiterwaarden verplaats. Hierbij kunnen, lokaal, oudere afzettingen geërodeerd zijn. Op basis van de beschikbare gegevens is het niet duidelijk of de sedimenten van de oudere stroomgordels onverstoord in de ondergrond aanwezig zijn of dat deze door latere rivieractiviteit (groten)deels geërodeerd zijn.
2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Er sprake van een aantal vondstlocaties in het plangebied dit betreffen twee locaties waar vondsten uit de Romeinse tijd bekend zijn (afb. 4: rode stippen). Dit betreft vondstmelding met zaakidentificatienummer 3077996100, de vondst van een paalschoen met resten hout daterend uit de Romeinse tijd en de vondst met zaakidentificatienummer 3187718100 betreffende twee bronzen ketels type Eggers 7 daterend uit de Romeinse tijd. Deze vondsten kunnen baggervondsten uit de waal betreffen. Op basis van de gegevens in ARCHIS is dit niet te bepalen. Daarnaast bevindt het uiterste noordoosten van het plangebied zich in een zone waar de resten van de historische kern van IJzendoorn verwacht kunnen worden (afb. 4: rode vlak) en in het zuidwesten van het gebied een locatie met van oude kaarten bekende bebouwing (afb. 4: roze vierkant). Met name deze laatste twee zones dienen als vindplaats beschouwd te worden. Van de twee locaties met Romeinse vondsten staat niet vast of deze verband houden met archeologische resten ter plaatsen of dat het zogenaamde losse vondsten of verplaatst materiaal betreft. Het aantreffen van vondsten uit de Romeinse tijd in zones met een lage verwachting maakt dat ook in die delen rekening gehouden dient te worden met archeologische resten.
De historische bebouwing staat reeds op de kadastrale minuutkaart uit circa 1830 weergegeven. Het betrof toen een rentenierswoning.6 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron
Jaartal
Historische situatie
Kadastrale minuut7
Circa 1830
Weilanden en bosgebied met één erf met een rentenierswoning
e
Rivierkaart 1 herziening8
1873 - 1903
Aan de zuidzijde wordt een steenoven weergegeven en net buiten het plangebied verschijnt een steenfabriek
Bonnekaart9 Topografische kaart 195610 Topografische kaart 195711
1900
Steenoven wordt niet meer aangegeven, steenfabriek lijkt uitgebreid. Situatie onveranderd Rentenierswoning wordt niet meer aangegeven, de eerste plassen ontstaan in het gebied als gevolg van klei en zandwinning en langs de puinweg wordt een spoorlijn richting de steenfabriek aangegeven.
4
Cohen e.a. 2012: Periode van activiteit 2936 – 1901 y BP
5
Cohen e.a. 2012: periode van activiteit 2160 – 0 y BP
6
Afb. 5, www.hisgis.nl
7
Afb 5
8
Afb. 6
9
Afb. 7
10
www.topotijdreis.nl
11
idem
11
Jaartal
Bron Topografische kaart 196612
Historische situatie De spoorbaan verdwijnt weer van de kaart, verder blijft het beeld onveranderd.
Topografische kaar 1985
13
Centraal in het plangebied worden de eerste zandwinplassen aangegeven.
Topografische kaar 1995
14
Zandwinplassen zijn uitgebreid tot huidige omvang.
Uit bovenstaande beeld van de bestudeerde oude topografische kaarten blijkt duidelijk dat vanaf 1830 er geen sprake is geweest van enige bebouwing die gerelateerd kan worden aan de historische kern van IJzendoorn. Indien deze dorpskern zich tot in de uiterwaarden heeft uitgestrekt dan waren de resten hiervan voor het opstellen van de kadastrale minuutkaart (circa 1830) reeds volledig verdwenen. Uit de bestudeerde kaarten blijkt ook geen afwijkende perceellering op basis waarvan voormalige bebouwing binnen het plangebied verondersteld mag worden. De bebouwing aan de historische bebouwing aan de zuidwest zijde van het plangebied blijkt wel duidelijk uit de oude topografische kaarten. Deze bebouwing dateert in ieder geval uit het begin van de 19e eeuw. Een mogelijk oudere datering kan niet worden uitgesloten.
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
Op basis van het bureauonderzoek geldt voor met name het noordelijke deel van het plangebied een archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van oudere stroomgordels in de ondergrond. Op basis van de ouderdom van deze stroomgordels kunnen archeologische resten vanaf de IJzertijd tot de Late Middeleeuwen verwacht worden. De aangetroffen Romeinse vondsten onderbouwen deze verwachting, al is de context van deze vondsten onbekend. Voor de oudere stroomgordels geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Deze verwachting geldt voor nederzettingen met een herkenbare archeologische laag en een spreiding van aardwerk, botresten, houtskool, bouwmaterialen. De omvang van dergelijke vindplaatsen varieert van 250 – 10000 m2. Indien de afzettingen van deze stroomgordels (deels) geërodeerd zijn dan dient de verwachting naar beneden bijgesteld te worden. Het zuidelijke deel van het gebied bestaat op basis van de meandergordel kaart uit afzettingen gevormd na de eerste bedijking in de Late Middeleeuwen. In dit deel van het gebied worden geen archeologische resten verwacht met uitzondering van de op oude kaarten aanwezige bebouwing. Dat er uit deze zone Romeinse vondsten bekend zijn kan duiden op oudere rivierafzettingen in een deel van dit gebied. Het kan echter ook om verplaatst Romeins materiaal gaan.
Gezien de aanwezigheid van de steenovens en steenfabriek is het aannemelijk dat er in het plangebied sprake is geweest van klei en zandwinning. Dit kan gaan om perceelsgewijs afgraven of om meer lokale kleiwinning. Met dergelijke kleiwinning kunnen de potentiële archeologische niveaus (deels) vergraven zijn. De steenovens die op de rivierkaart 1e herziening in het gebied staan aangegeven bevonden zich ter hoogte van de waterverbinding van de met de Waal. De resten van deze steenovens zullen bij de aanleg van deze waterverbinding verdwenen zijn. Om de opbouw van de bodem en de mate van intactheid ervan beter in kaart te brengen wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd. Voor de historische bebouwing (rentenierswoning) en de veronderstelde resten van de historische kern van IJzendoorn wordt een karterend booronderzoek geadviseerd. Tabel 1 geeft een overzicht van de verwachtingszones en de daarvoor geadviseerde onderzoeksopzet. Afb. 8 geeft een overzicht van de verwachtingszones in het plangebied.
12
idem
13
idem
14
idem
12
Tabel 1. Overzicht van de verwachtingszones en noodzaak en vorm archeologisch veldonderzoek (kleuren conform afb. 3 & 4). Landschappelijke eenheid water Waal / kom
Omvang (hectare) 63,3 27.4
verwachting
onderzoek
intensiteit
aantal
geen laag
8,1
middelhoog
n.v.t 1a2/ hectare 5 / hectare
n.v.t 21
stroomgordel, prehistorisch stroomgordel, prehistorisch historisch centrum
8,9
5 / hectare
48
20 hectare
5 a 10
historische bebouwing
onbekend
hoog, Romeinse tijd hoog (vanaf late middeleeuwen) hoog (nieuwe tijd)
geen verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek karterend booronderzoek Karterend booronderzoek
20 hectare
5 a 10
0,25
42
13
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Plan van Aanpak
3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend en deels karterend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met aard en diepte van de geplande ingrepen, en is afgestemd op de uitvoeringskaders van de gemeente Neder-Betuwe. De werkwijze van het karterend booronderzoek is gericht op het aantonen van de aanwezigheid van een (behoudenswaardige) archeologische vindplaatsen. Op 12 oktober is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het PvA is ter beoordeling voorgelegd aan provincie Gelderland en de adviseur van de gemeente Neder-Betuwe en op 14 oktober goedgekeurd.
Het verkennende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het karterende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Zijn er indicatoren aangetroffen die verband houden met het verwachte type archeologische vindplaatsen?
Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Alhoewel niet het doel van dit type kartering, zijn er bij toeval indicatoren aangetroffen die verband houden met andere typen vindplaatsen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren?
14
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Het booronderzoek is ingestoken als weergeven in tabel 1. De genoemde strategieën zijn in afb. 4 vertaald naar een concreet boorplan. Voor de aanwezige locatie met historische bebouwing en het deel met verwachte resten van het historische centrum van IJzendoorn wordt het grid ter plaatsen in het veld vastgesteld, waarbij de boordichtheid van 20 boringen per hectare als minimum gehanteerd zal worden. Voor het beantwoorden van de in par. 3.1.1 genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: aantal verkeende boringen:
111
Aantal karterende boringen:
17
diepte boringen:
5 m –mv, maximaal
boormethode:
Edelmanboor met diameter 7 cm in combinatie met een gutsboor met diameter 3 cm.
bemonstering:
versnijden en/of verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 510415 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus16 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X-, Y- en Z-coördinaten zijn ingemeten met een GPS met een nauwkeurigheid van 1 cm. Archeologische indicatoren zullen worden verzameld en (zo mogelijk) worden gedetermineerd.
3.2
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.2.1 Lithologische beschrijving en landschappelijke interpretatie De locatie van de boringen is weergeven in afb. 9 & 10. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. Afb. 11 geeft twee profielen door het gebied weer. De boringen bevestigen de bodemopbouw zoals deze op basis van het bureauonderzoek in het gebied mocht worden verwacht. In de boringen is sprake van fluviatiele afzettingen met aan de basis beddingzand. De top van het beddingzand is in vrijwel alle boringen aangetroffen. Alleen ter hoogte van enkele dieper ingesneden geulen is geen beddingzand binnen 5,0 m –mv aangetroffen. Het beddingzand is aangetroffen tussen 1,5 – 6,5 m NAP. De diepte ten opzichte van maaiveld varieert mede door de aanwezigheid van ophogingen sterk. Het beddingzand bestaat uit zwak tot matig siltig matig fijn tot zeer grof zand. In het beddingzand komen geregeld kleilagen en grind in wisselende hoeveelheden voor. Beddingzand gaat buiten de aangetroffen geulen naar boven toe over in oever- en/of uiterwaardafzettingen. De basis van dit pakket is vaak vrij zandig en wordt naar boven kleiiger. De dikte van dit pakket is relatief uniform en varieert tussen circa 1 – 2 m. In het pakket komt wel gelaagdheid voor maar er is geen sprake van een waarneembare fasering. In vier boringen is in dit pakket een vegetatiehorizont aangetroffen (boring 49, 58, 76 & 78).
Een dergelijk vegetatiehorizont duidt op een stilstand in de sedimentatie, waardoor humusaanrijking van de bodem kon plaatsvinden. Dergelijke vegetatiehorizonten kunnen vaak gebruikt worden om sedimenten van verschillende stroomgordels of fasen binnen de stroomgordels te onderscheiden. In de andere boringen geen sprake is van een eenduidig te onderscheiden grens tussen verschillende sedimentatiefasen. Op basis daarvan wordt aangenomen dat de aangetroffen
15
Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
16
De Bakker 1989.
15
vegetatieniveaus lokale fenomenen betreffen die geen aanleiding vormen om verschillende afzettingsfasen te (kunnen) onderscheiden. In de top van dit pakket is in enkele boringen sprake van een zandiger pakket, bijvoorbeeld in boring 6, 12, 13, 15, 16 & 72.17 Dit zandige pakket betreft waarschijnlijk sediment dat na de bedijking is afgezet, zogenaamde uiterwaardafzettingen. Een abrupte overgang naar een dergelijk recent pakket is lang niet in alle boringen aangetroffen. Het lijkt er op dat er niet overal sprake is van dergelijke recente afzettingen. Zoals genoemd is er ook sprake van een aantal restgeulen in het gebied. Deze geulen zijn relatief smal, doorgaans betreft geulen van maximaal circa 50 m breed. De geulen zijn niet eenduidig door het gebied te vervolgen. Dit ligt enerzijds aan de grillige vorm van het gebied dat uitgeboord is maar anderzijds ook aan de geringe breedte van deze geulen. Op basis van de boringen is niet vast te stellen wat de ouderdom van deze geulen is. Het kan niet uitgesloten worden dat het voor een deel of allemaal geulen betreffen die gevormd zijn in de uiterwaarden, dat wil zeggen na de bedijking. In dat geval betreffen het zogenaamde strangen en zal het pakket boven de geulvulling ook van na de bedijking dateren. De natuurlijke afzettingen worden afgedekt door een in dikte sterk wisselend pakket verstoorde afzettingen.
De dikte van het verstoorde pakket bedraagt i de regel enkele decimeters, echter dit kan oplopen tot enkele meters daar waar sprake is van ophogingspakketten, die zich met name ten zuiden van de centrale waterpartij bevinden. Lokaal zijn ook boringen met diepere verstoringen aangetroffen, zie bijvoorbeeld afb. 11 boring 14. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de boringen geen aanleiding geven om fasering binnen de fluviatiele afzettingen te veronderstellen. Er lijkt daarmee geen sprake te zijn van oudere stroomgordelafzettingen die kansrijk zijn voor archeologische resten. De aangetroffen geulen betreffen eerder zogenaamde strangen, gevormd in de uiterwaard dan restgeulen van oudere stroomgordel fasen. De in het bureauonderzoek aangegeven fasering binnen het plangebied kan op basis van de boringen niet worden bevestigd. 3.2.2 Archeologische indicatoren Het verkennende booronderzoek heeft geen aanwijzingen voor archeologische resten opgeleverd. Wel is er in verschillende boringen een wisselende hoeveelheid bouwpuin aangetroffen. Dit puin is echter de weerslag van het gebruik van het gebied als werkterrein, grondstoffenwinning en afvaldepots, voor de steenovens (zie §3.2.3).
Tijdens het karterende booronderzoek zijn ter hoogte van de voormalige renteniers woning archeologische resten aangetroffen die waarschijnlijk met deze voormalige woning verband houden. Met name in boring 124 en 125 is sprake van een cultuurlaag met daarin naast veel fragmenten bouwpuin ook enkele fragmenten aardwerk. Het aardwerk betreft roodbakkend geglazuurd scherfmateriaal. Dit type aardwerk komt voor vanaf de late middeleeuwen maar wordt doorgaans in nieuwetijdse context aangetroffen. Het materiaal kan daarmee goed passen bij de 19e-eeuwse of oudere woning. Genoemde indicatoren zijn aangetroffen in een (donker)bruingrijze niveaus dat vanaf het maaiveld tot 70 respectievelijk 1,45 m –mv is aangetroffen. Boring 124 is op 145 gestuit op een ondoordringbare puinlaag. Mogelijk betreft dit het restant van de fundering van de woning. In de overige boringen op deze locatie is wel wat bouwpuin aangetroffen maar verder geen andere indicatoren noch aanwijzingen voor een cultuurlaag. Op basis van het materiaal in boring 124 en 125 wordt echter wel geconcludeerd dat ter plaatse sprake is van resten van de woning die op de oude topografische kaarten aangegeven staat. Op de locatie met mogelijke resten van de oude kern van IJendoorn heeft het karterende onderzoek behoudens een enkel puinfragment geen aanwijzingen voor archeologische resten opgeleverd.
Op basis hiervan wordt in samenhang met het ontbreken van concrete aanwijzingen op de oude topografische kaarten de kans gering geacht dat hier sprake is van resten behorende tot de dorpskern van IJzendoorn.
17
Zie afb. 11
16
3.2.3 Verstoringen In het plangebied hebben in het verleden reeds veel bodemverstorende werkzaamheden plaatsgevonden. Deze werkzaamheden houden verband met de steenfabriek in het gebied. Voor de winning van grondstoffen zijn verschillende percelen afgegraven en zijn waterpartijen ontstaan. Ook de voormalige puinweg en de aanleg van het smalspoor ten behoeve van kleiwinning en transport naar steenfabriek zullen de natuurlijke bodem verstoord hebben. De bodemverstoringen blijken niet alleen uit de beelden van het AHN en de aanwijzingen op oude kaarten. Ook in de boringen zijn aanwijzingen voor bodemverstoringen aangetroffen. Dit betreft met name de verspreiding van (grote) hoeveelheden puin in de bodem. Deze puinfragmenten zijn een aanwijzing voor grondroerende werkzaamheden. Afb. 12 geeft een beeld van het baksteenpuin aangetroffen in de boringen met als ondergrond een uitsnede van het AHN.18 Op het AHN zijn de hoogte verschillen als gevolg van de ophogingen en de perceelsgewijze verlaging als gevolg van afgraving goed waarneembaar. Met name het perceel met in het noordwesten van het plangebied ligt duidelijk lager. Hier bevindt de top van het beddingzand zich vrijwel direct onder de verstoorde bovengrond (zie bijvoorbeeld boring 32 & 33 in bijlage 1). De oorspronkelijke oeverafzettingen zijn hier afgegraven ten behoeve van de steenproductie.
3.3
Conclusies
De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: Het verkennende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? In het plangebied is sprake van fluviatiele-afzettingen van de Waal. Deze bestaan uit van beneden naar boven beddingzand, oeverafzettingen en (lokaal) afzettingen gevormd in de uiterwaarden na de bedijking. In de oeverafzettingen zijn geen aanwijzingen oudere stroomgordelfasen aangetroffen. Het hele onderzochte deel van het plangebied lijkt daarmee te bestaan uit afzettingen van de Waal.
18
Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De natuurlijke afzettingen lijken grotendeels intact al is er wel sprake geweest van kleiwinning ten behoeve van de steenproductie zo blijkt uit het aanwezige reliëf en het (nagenoeg) ontbreken van oeverafzettingen in verschillende boringen. Voor de steenproductie lijkt preceelsgewijs klei gewonnen te zijn. Uit de verspreiding van puinfragmenten in het gebied, dat ook op grotere diepte is aangetroffen maakt duidelijk dat er in de uiterwaarden sediment verplaatst is. Waarschijnlijk zijn resten van de steenproductie in de omgeving verspreid en met het natuurlijke sediment vermengd. De exacte omvang en diepte van de hiermee gepaard gaande verstoringen is met de boringen niet in kaart te brengen. Hiervoor is het beeld te variërend.
Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? In de oeverafzettingen zijn geen oude loop oppervlakken aangetroffen die kansrijk zijn voor archeologische resten. Het enige kansrijke niveau betreft de top van de oever- / uiterwaardafzettingen. Afhankelijk van de ouderdom van het onder de verstoorde bovengrond aanwezige sediment geldt hiervoor een verwachting vanaf de (Late) Middeleeuwen of Nieuwe tijd. In de boringen zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor kansrijke niveaus voor resten uit de Romeinse tijd of ouder. De uit het gebied afkomstige Romeinse vondsten kunnen op basis van de boringen niet nader verklaard worden. Mogelijk betreft het vondsten uit verspoelde context.
www.AHN.nl
17
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Niet van toepassing
Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Het verkennende onderzoek heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd anders dan fragmenten baksteenpuin. Dit puin is hoogst waarschijnlijk afkomstig van de steenovens en vormt daarom geen indicatie voor archeologische resten. Op basis van de oude topografische kaarten is het onwaarschijnlijk dat in het onderzochte deel van het gebied sprake is geweest van steen- of veldovens.
Het karterende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Zijn er indicatoren aangetroffen die verband houden met het verwachte type archeologische vindplaatsen? Ter hoogte van de renteniers woning die op de kadastrale minuut kaart uit omstreeks 1830 al staat aangegeven zijn in twee boringen archeologisch vervuilde lagen met baksteen en fragmenten aardwerk aangetroffen. Het betreft de boringen 124 & 125 waarin tot respectievelijk 1,45 en 0,7 m –mv sprake is van een cultuurlaag. Het in deze laag aangetroffen aardewerk betreft roodbakkend geglazuurd materiaal dat vanaf de Late Middeleeuwen voorkomt. Dit type aardewerk is tot zeker in de 19e eeuw in gebruik geweest en past dus ook in het beeld van de datering van de renteniers woning. Boring 124 is gestuit top een ondoordringbare laag. Dit betreft mogelijk een restant van de fundering van de woning. In de overige karterende boringen op deze locatie zijn geen aanwijzingen voor resten verband houdend met de woning of het omliggende erf aangetroffen. Ter hoogte van de veronderstelde historische kern van IJzendoorn zijn geen aanwijzingen voor archeologische resten aangetroffen. Op basis van het karterend booronderzoek wordt geconcludeerd dat de dorpskern zich niet zover zuidelijk richting de rivier heeft uitgestrekt.
Alhoewel niet het doel van dit type kartering, zijn er bij toeval indicatoren aangetroffen die verband houden met andere typen vindplaatsen? Het karterende onderzoek heeft geen aanwijzingen voor oudere vindplaatsen opgeleverd.
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Op basis van het booronderzoek kan de verwachting voor Romeinse en oudere perioden naar laag worden bijgesteld. De verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan eveneens naar laag worden bijgesteld aangezien er geen aanwijzingen voor vindplaatsen uit deze periode zijn aangetroffen in het verkennende onderzoek. Een uitzondering vormt de locatie van de renteniers woning waarvan met de boringen is aangetoond dat er nog resten in de bodem aanwezig zijn.
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Met de beoogde ontgraving ten behoeve van de herinrichting zullen de resten van de renteniers woning vernietigd worden.
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Met uitzondering van de locatie van de renteniers woning is het gebied afdoende onderzocht. De locatie van deze woning dient nader onderzocht te worden om de behoudenswaardigheid vast te stellen.
18
4
Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om in de gebieden van de voormalige rentenierswoning een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVOP). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. Geadviseerd wordt om twee sleuven haaks op elkaar over de voormalige woning aan te leggen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). ADC ArcheoProjecten adviseert om het overige deel van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling ten behoeve van de uitvoering een protocol toevalsvondsten in het bestek op te nemen. Hiermee wordt de uitvoerder nadrukkelijk gewezen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
19
Literatuur Bakker. H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Boshoven E.H., S. van der Veen & L.J. Keunen, 2018: Kader Ruimtelijke Kwaliteit en conditionerende onderzoeken (RKC) Dijkverbetering Neder-Betuwe (NeBe): onderdeel aardkunde, archeologie en cultuurhistorie. RAAP-rapport 3289. RAAP Archeologisch adviesbureau, Weesp. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17). Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013.
Geraadpleegde websites http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://easy.dans.knaw.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.bodemdata.nl http://www.bodemloket.nl http://www.topotijdreis.nl
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Verbeelding Basisalternatief Willemspolder, fase 1 Afb. 3 Verbeelding Voorkeursalternatief Willemspolder, fase 1 Afb. 4 Uitsnede uit de archeologische vindplaatsen en verwachtingskaart (uit: Boshoven e.a., 2018). Afb. 5 Uitsnede van de gedigitaliseerde kadastrale minuut kaart uit circa 1830. Afb. 6 Uitsnede uit Rivierkaart 1e herziening (1873 – 1906). Afb. 7 het plangebied op de Bonnenkaart (1900) Afb. 8 Advieskaart Afb. 9 resultaten verkennend booronderzoek. Afb. 10 Resultaten karterend booronderzoek met boven de locatie renteniers woning en beneden de zone van de historische kern van IJzendoorn Afb. 11 Twee west-oost georiënteerde profielen door het plangebied. Afb. 12 Verspreiding van het puin in de boringen met als ondergrond een uitsnede van het AHN. Tabel 1. Overzicht van de verwachtingszones en noodzaak en vorm archeologisch veldonderzoek (kleuren conform afb. 3 & 4).
20
Afb. 1 Locatie van het plangebied
21
Afb. 2 Verbeelding Basisalternatief Willemspolder, fase 1
Afb. 3 Verbeelding Voorkeursalternatief Willemspolder, fase 1
22
Afb. 4 Uitsnede uit de archeologische vindplaatsen en verwachtingskaart (uit: Boshoven e.a., 2018).
23
Afb. 5 Uitsnede van de gedigitaliseerde kadastrale minuut kaart uit circa 1830.
24
Afb. 6 Uitsnede uit Rivierkaart 1e herziening (1873 – 1906).
25
Afb. 7 het plangebied op de Bonnenkaart (1900)
26
Afb. 8 Advieskaart
27
Afb. 9 resultaten verkennend booronderzoek.
28
Afb. 10 Resultaten karterend booronderzoek met boven de locatie renteniers woning en beneden de zone van de historische kern van IJzendoorn
29
Afb. 11 Twee west-oost georiënteerde profielen door het plangebied.
30
Afb. 12 Verspreiding van het puin in de boringen met als ondergrond een uitsnede van het AHN.
31
Bijlage 1 Boorgegevens
Bijlage 1 Boorbeschrijvingen
Boring: 4220738_1 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 1, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 500 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163150.974, Y-coördinaat in meters: 433864.007, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.553, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 7.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 120 / 6.35 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 240, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: uiterst siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Sublagen1: kleilagen-zeer veel-dun Bodem: Ijzer/mangaan:
enkele Fe- en Mn-vlekken 240 / 5.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 240, Ondergrens laag in cm: 500, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-zeer veel-wisselende diktes, Sublagen2: humuslagen-enkele-dun, Plantenresten: resten (onbepaald)-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: verlandingsafzettingen (restgeul) Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Einde boring 500 / 2.55
1 bron: 4220738 willempolder fase 1.geojson - 05-01-2021 23:20:48
Bijlage 1 Boorbeschrijvingen
Boring: 4220738_2 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 2, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 180 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163200.398, Y-coördinaat in meters: 433874.824, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.35, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.35 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 7.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 80 / 6.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: uiterst siltig, Mediaanklasse: zeer fijn Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 110 / 6.25 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-enkele-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 170 / 5.65 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 180, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: sterk grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-enkele-dun, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 180 / 5.55
Boring: 4220738_3 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 3, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 190 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163247.809, Y-coördinaat in meters: 433887.414, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.933, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 6.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: kleiig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 6.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 85 / 6.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: uiterst siltig, Mediaanklasse: zeer fijn,
Sublagen1: kleilagen-enkele-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 120 / 5.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-enkele-dun, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 170 / 5.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: sterk grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: beddingafzettingen Einde boring 190 / 5.03
2 bron: 4220738 willempolder fase 1.geojson - 05-01-2021 23:20:48
Bijlage 1 Boorbeschrijvingen
Boring: 4220738_4 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 4, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 210 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163297.018, Y-coördinaat in meters: 433897.898, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.761, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 6.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 35 / 6.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%) Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 70 / 6.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun,
Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%) Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 130 / 5.46 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Ondergrens laag in cm: 185, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-zeer dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 185 / 4.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 185, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 210, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 210 / 4.66
Boring: 4220738_5 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 5, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 220 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163344.771, Y-coördinaat in meters: 433908.591, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.792, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 6.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 6.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%) Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 80 / 5.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun,
Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%) Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 120 / 5.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 170 / 5.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 220, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-enkele-dun, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 220 / 4.59
3 bron: 4220738 willempolder fase 1.geojson - 05-01-2021 23:20:48
Bijlage 1 Boorbeschrijvingen
Boring: 4220738_6 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 6, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 500 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163394.952, Y-coördinaat in meters: 433921.004, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.789, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 6.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 6.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig 40 / 6.39 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 80 / 5.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 105,
Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 105 / 5.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 170 / 5.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 210, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 210 / 4.69 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 210, Ondergrens laag in cm: 280, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-zeer veel-wisselende diktes, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: zandige/ kleiige geulafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 280 / 3.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 280, Ondergrens laag in cm: 330, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Sublagen1: zandlagen-zeer veelwisselende
diktes, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 330 / 3.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 330, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 390, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-zeer veelwisselende diktes, Sublagen2: humuslagen-enkele-dun, Lithogenese: zandige/kleiige geulafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 390 / 2.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 390, Ondergrens laag in cm: 500, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: slecht gesorteerd, Sublagen2: humuslagen-enkele-dun, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 500 / 1.79
4 bron: 4220738 willempolder fase 1.geojson - 05-01-2021 23:20:48
Bijlage 1 Boorbeschrijvingen
Boring: 4220738_7 Kop algemeen: Projectcode: 4220738, Boornummer: 7, Beschrijver(s): GN JH, Datum: 20-10-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 230 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163444.171, Y-coördinaat in meters: 433932.314, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.831, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Neder-Betuwe, Opdrachtgever: Dekker groep, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 6.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 6.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%) Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 50 / 6.33 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 165, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-zeer veel-dun Bodem:
Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 165 / 5.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 165, Ondergrens laag in cm: 175, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun 175 / 5.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 175, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 230, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: humuslagen-enkele-dun, Sublagen2: kleilagen-enkele-zeer dik, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 230 / 4.53